"Anderlecht speelt Champagnevoetbal"
quote:
Champagnevoetbal - Jan Mulder
In Voetbal Magazine stond een interview met Nicolas Frutos. Vraag: 'Veel lof op het voetbal dat Anderlecht brengt, kwam er dit seizoen nog niet vaak. Het is efficiënt, maar weinig bruisend. Mogen we ooit, om eens een huisterm te gebruiken, nog champagnevoetbal verwachten?'
Voordat ik het antwoord van Frutos las, dacht ik dit: ik heb in de jaren zestig en zeventig zeven jaar voor Anderlecht gespeeld, de huisterm champagnevoetbal was toen nog niet in zwang. Niet goed opgelet?
Men had het toen over oogstrelend spel, doelpuntenfabriek en 'academisch voetbal' (als piepjonge speler snapte ik de strekking van deze uitdrukking niet helemaal).
Maar mooi voetbal werd er vroeger ook gespeeld, ik neem u voor een nog fraaiere benaming mee naar een verslag van Bob Deps van de competitiewedstrijd FC Luik - Anderlecht van 19 december 1965.
In de aanhef van het stuk vergelijkt de verslaggever het Anderlechtspel met dat van een uurwerk.
'Een voetbalhorlogerie.'
Hetgeen niet genoeg is voor zijn euforie. Deps: 'Met stoten waarover niet enkel de glans van de virtuositeit lag, maar die bovendien een maximum aan intelligentie droegen, slaagde Anderlecht erin een weliswaar gehandicapt, maar toch fel aanklampend Club Luik meedogenloos met het gezicht in de modder te duwen. Het was meer dan sport wat Anderlecht zondag toonde. Het was onvervalste kunst.’
Een kunstacademie.
Iedereen bij Anderlecht was tevreden. Men had voor altijd kunst willen bedrijven, hoger kan een mens niet reiken.
Van de bloeitijd daarna (Robby Rensenbrink), toen de club de thuiswedstrijden niet meer op zondagmiddag om 3 uur maar op zaterdagavond ging spelen, herinner ik me het woord ‘galavoetbal’ (une soirée de gala). Eigenaardig genoeg introduceerde de journalist Maarten de Vos in diezelfde periode het gebaar van het insteken van een pochet in de daarvoor bedoelde borstzak voor het spel van Marco Van Basten bij Ajax.
Pochetvoetbal.
Champagnevoetbal lijkt me iets uit de jaren tachtig, misschien al wel negentig, toen de club al een eeuw bestond.
Chamapagnevoetbal klinkt als een afgeleide.
Sambavoetbal.
Men wil het alsmaar swingender en komt dan uiteindelijk op het mijns inziens ietwat platte ‘champagnevoetbal’. Champagnevoetballen kan iedereen als ’t meezit. (‘Chamagnevoetbal jongens!’ gnuiven de supporters van Cercle Brugge, wanneer hun ploeg opeens niet te houden is voor de tegenstander uit Lier.)
Maar laten we het van de positieve kant bekijken, er zijn twee teams in Europa die in staat zijn champagnevoetbal op de mat te leggen: FC Barcelona en Arsenal.
De Londenaren doen het met vijf, zes man, Barcelona leunt voornamelijk op één flesje: Ronaldinho.
Ik zag hem in de achtste finale van de Champions League thuis met zijn club in actie tegen het werkvoetbal van FC Liverpool. Hij zat, diep in de spits, in de tang van de Engelsen. Ronaldinho had zich iets moeten laten terugvallen. Zijn coach reageerde niet. Machteloos voetbal. Barcelona leek op een ploeg in verval. De strubbelingen tussen spelers en trainer zijn na vijf minuten opgelost en uitgepraat, maar de champagne is eruit.
Blijven over: Arsenal en Anderlecht.
Het antwoord van Frutos op de vraag van VM was: ‘Ik denk dat het moeilijker wordt voor ons, omdat de tegenstander zoiets ten allen prijze probeert te vermijden.’
Nicolas Frutos geeft toe dat ook vorig seizoen het champagnevoetbal niet werd benaderd en is vervolgens trots op een spelsoort die de ware Anderlechtacademicus koude rillingen bezorgt: ‘De vooruitgang die ik zie is dat er dit seizoen een stevig blok op het veld is gekomen.’