quote:
Tot voor kort was de grootste baarbaar die de Stad Brugge ooit heeft gekend Jan Breyel. Pierre Chevalier was ook niet min. Ramde eens na een nachtelijke vergadering vier geparkeerde auto’s, die volgens hem allemaal verkeerd stonden. En is als bestuurder van de Forrest-groep door een VN-rapport verantwoordelijk gesteld voor de bodemplundering van de helft van Congo. Als dusdanig is Pierre onze modernste versie van Leopold II. Maar tegen Jan Breydel moet ook hij het afleggen.
Jan was beenhouwer en zwom, wij zouden zeggen ipso facto, in het zwart geld. Nihil novum sub sole, nu we toch in het Latijn bezig zijn. Nec semper feriet, quodcunque minabitur, arcus. Jan Breydel was de Paul Vanden Boeynants van zijn tijd, en ook hij steunde met zijn vele geld het stadsbestuur tegen allerlei externe bedreigingen. ‘Hij kocht het stadsbestuur om’, zouden wij met het cynisme van de hedendaagse waarnemer concluderen, maar dat is kwaadsprekerij. Zolang de stadsvaderen een oogje dichtknepen voor zijn illegale handelspraktijken en zijn fiscale eigengereidheid, was Breydel bereid in allerlei vormen wederdiensten te leveren.
Verder was de filosofie van Jan Breydel die van elke beenhouwer: eerst kappen, dan klappen. ‘J’agis d’abord, je réfléchis ensuite’, ook Achiel Van Acker was Bruggeling. Breydel omringde zich met een bende hooligans waarbij vergeleken het Blue Army van club Brugge een verzameling Weense koorzangers is. En met die privé-militie zaaide hij terreur en angst tot ver buiten Brugge. Tot in Loppem, waar Michel D’Hooghe graag het nieuwe Clubstadion zou zien verrijzen.
Tijdens de Brugse Metten onthoofdde Jan met het scherpste mes uit zijn charcuterie persoonlijk een honderdtal Fransen, trok aan het hoofd van een losgeslagen meute plunderaars de kastelen van Male en Sijsele binnen, en over de wreedaardigheden die hij beging tijdens de Gulden Sporenslag durven de mensen in de streek van Kortrijk vandaag nog niet openlijk spreken.
Het is niet toevallig dat de mannen van club Brugge het vroegere Olympiastadion in Jan Breydelstadion hebben omgedoopt. Die nieuwe naam komt van Michel D’Hooghe. De vele bedaardere bestuurders van Cercle hadden schuchter het Sint-Franciscus-Xaverius stadion geopperd, maar dat idee werd als vanouds met geweld de kop ingedrukt. Ook het voorstel om dan toch minstens één tribune te vernoemen naar Albéric de Formanoir de la Cazerie, een van de eerste woordvoerders van Cercle en in die hoedanigheid een voorloper van Pol Van Den Driessche, werd brutaal weggelachen.
Cercle is de club van de oude en gedistingeerde katholieke burgerij, club is de cercle van de vrije beroepen en de vrije metselaars. Die al tijdens hun stichtingsvergadering in 1891 vechtend over de straten van Brugge rolden. Nihil novum sub sole, wij herhalen deze mooie zegswijze. club is altijd de ploeg van de middenstand gebleven. Michel Van Maele, bakker. Antoine Vanhove, groothandelaar in groenten en fruit, kweker van gevogelte. Michel D’Hooghe, revalidatiearts.
Daartegenover staat de voorzitter van Cercle, Frans Schotte: gewezen personeelsdirecteur van Roularta, en uitgever van literatuur en poëzie. De zoon van legendarisch Cercle-doelman en ex-voorzitter Robert Braert is zelfs chef-cultuur van Knack! En Pol Van Den Driessche, de nieuwe porte-portale, is politiek hoofdredacteur van VTM en redactioneel medewerker van Dag Allemaal. Dat alles wijst toch op een hoger academisch milieu dan dat van de buren.
Maar het is nu die laatste, Pol Van Den Driessche, die een beetje uit zijn rol dreigt te vallen, en die de gewapende voetbalvrede in Brugge grondig verstoort. Pol is da Mahmoud Ahmadinejad van Cercle. De generaal Westmoreland, die na het droppen van de atoombommen op Japan de geschokte gemoederen in Amerika suste door te verklaren: ‘Ach, die oosterlingen staan anders tegenover de dood dan wij.’
De dag waarop Pol zich openlijk profileerde als officiële spreekbuis van Cercle, kondigde hij al aan dat het gedaan was met de traditionele groen-zwarte bescheidenheid. Die zou worden vervangen door een nieuwe en nog te perfectioneren vorm van assertiviteit en agressiviteit. ‘Gedaan’, sprak Pol krachtiger taal dan iemand van Cercle de voorbije negentig jaar had gedurfd, ‘met over onze kop te laten lopen. Gedaan met ons uit te lachen. En gedaan met in Brussel te denken dat wij er niet toe doen.’
De volgende wedstrijd pakte Cercle twee rode kaarten, de scheidsrechter kreeg een steen op zijn smoel en moest de match een kwartier stilleggen, en na afloop dienden de bezoekers zich te wassen in ijskoud water – Pol had de verwarming dichtgedraaid. Op de zetel van de Koninklijke Belgische Voetbalbond kwamen op maandagochtend al zes formele klachten tegen de spelleiding en de tegenstander binnen, allemaal ondertekend door de nieuwe Cercle-woordvoerder, en voor de rechtbank van Brussel werd een proces ingeleid wegens oneerlijke verdeling van de bondsgelden.
Cercle Brugge had vorig seizoen namelijk een forfaitnederlaag geleden op Germinal Beerschot, omdat de trainer na de rust Brian Pinas had ingebracht, terwijl diens naam niet op het scheidsrechtersblad was ingeschreven. Cercle had in die wedstrijd 0-0 gelijkgespeeld, maar verloor nu met 5-0 forfait. Daarbovenop kwam het geval-Beveren. Wedstrijd waarin kort voor het einde, bij 1-1, een schot van Jimmy De Wulf via de lat achter de doellijn belandde, dat had elke Cercle-supporter met eigen ogen kunnen vaststellen, maar scheidsrechter Eddy Vermeirsch deed of zijn neus bloedde. Wat hij ook effectief gedaan zou hebben indien Pol op dat moment al in functie was geweest.
Die twee akkefietjes kostten Cercle drie punten, waardoor het op het einde van het seizoen veertiende eindigde, in plaats van dertiende. En aangezien de verdeling van de Belgacom-tv-gelden grotendeels gebeurt op basis van de plaats in de eindstand, waren Cercle aldus niet enkel drie punten maar ook een paar 100.000 euro ontstolen. Pol eiste die terug. En dan wou hij voor één enkele keer nog abstractie maken van het winnende doelpunt van Bosko Balabn in de derby van vorig jaar, met de hand gescoord en bovendien uit buitenspel, of Cercle had nóg een plaats hoger gestaan in de eindrangschikking.
Met het brave ‘zich laten doen’, wat Cercle door de jaren heen altijd heeft gekenmerkt, was het volgens Pol hic et nunc afgelopen. Sindsdien zijn de grensconflicten met de buren van club niet meer te tellen. Van schimpscheuten en klein pesterijen tot regelrechte sabotage. En als klap op de vuurpijl won Cercle dit seizoen, voor het eerst in veertien jaar, nog eens de derby. Zoals Pol voorafgaandelijk in alle plaatselijke en nationale media met veel lawaai had aangekondigd: ‘We gaan winnen, en dan drink ik me drie dagen zat.’ Beide voorspellingen kwamen uit.
Sinds Pol aan de slag is, hebben ze bij club in één jaar tijd zes trainers en een technisch directeur moeten ontslaan. Wat hen aan opzegvergoedingen alleen al meer heeft gekost dan het totale jaarbudget van Cercle. Telkens ging het ook om grote club-boegbeelden, zodat niet alleen diepe en onherstelbare menselijke wonden werden geslagen, maar ook in geen tijd het imago van de warme en familiale sfeer bij club tot onder de grond is afgebroken.
club verliest van Janneke en Mieke, geeft tegen de grootste rivalen in de laatste minuten een voorsprong van twee of drie of zes goals prijs, en zal een mirakel nodig hebben om nog Europees voetbal te kunnen afdwingen. Het dreigt in één klap de helft van zijn zo moeizaam opgebouwde supportersschare te verliezen, met alle financiële gevolgen van dien. De link niet leggen met het gestook van Pol is het licht van de zon ontkennen. ‘Post hog, ergo propter hoc’, het is het leidmotief van Bladspiegel, en derhalve van iedere mens met verstand.
Pol is een intrigant buiten categorie. Overtreft Cassius Catastrofus, de Romeinse ruziestoker die Asterix tegen Obelix, Obelix tegen Idefix, en het hele Gallische dorp tegen het hele Gallische dorp opruide. Pol kan twee stenen die zich net hebben verzoend, opnieuw doen vechten. Als hij zich niet bezighoudt met het naar de ondergang stoken van club, dan wel met het zaaien van onheil in het koningshuis. Of op de VTM-redactie. Heeft onlangs met één telefoontje naar premier Verhofstadt de kansen van prins Filip om ooit de troon te bestijden tot nul herleid. En liet de primeur dan ook nog over aan de concurrenten van de Reyerslaan! Op zijn eigen VTM hebben ze dat incident niet kunnen geven, omdat Pol het hen niet had verteld. Of omdat ze hem niet geloofden, dat kan ook. Terwijl de VRT er groot mee uitpakte in het Journaal, Terzake, De rode loper én Morgen beter.
Pol was ook de man, weinigen weten dat nog, die koning Albert ooit heeft verplicht om de Vlaamse leeuw te zingen. Nooit gebeurd in 175 jaar Belgisch vorstenhuis. Liever gooit een Saksen-Coburg zich van een rots of rijdt zich in Zwitserland te pletter, dan dat hij enige affiniteit zou betonen met Vlaanderen of de Vlaamse beweging. Maar een paar jaar geleden, tijdens de Gulden Sporenmarathon in Brugge, heeft het onmogelijk gewaande zich toch voltrokken: de koning lipte voor iedereen duidelijk zichtbaar de Vlaamse Leeuw mee, mét kluisters én geschreeuw. De organisator van dat evenement was Pol Van Den Driessche. Wie dat kan, kan zeker een concurrerende voetbalploeg te gronde richten.
Dat men bij club Brugge dus de ogen niet sluit voor het onheil dat zich het voorbije jaar in hun rangen heeft voltrokken. Beste Michel D’Hooghe, ceterum censeo Pol delendum esse. Toon u een waardige nazaat van Jan Breydel, en haal uw goedendag uit de bezemkast.
MEULENARE (K.), ‘Bladspiegel’, in: Knack, XXXVII (2007), februari, 9, pp. 112 (-114)