Er was eens een meisje dat Roodkapje werd genoemd, omdat ze altijd een rood kapje op haar hoofdje had. Ze woonde aan de rand van het bos.
Op een dag zei haar moeder:" Roodkapje, ik heb hier een mandje met glimmende appels en sterkende wijn. Wil je dat naar oma brengen? Ze is ziek. Maar denk erom, niet van het pad af gaan."
En zo liep Roodkapje met het mandje het bos in, op weg naar oma.
De eerste die ze tegen kwam, was de wolf.
"Waar ga jij naar toe?" vroeg de wolf.
"Naar oma," zei Roodkapje,"want oma is ziek. Ik moet appels brengen."
"Waarom breng je niet ook een mooi bosje bloemen mee?" zei de wolf," er staan zulke mooie bloemen in het bos."
Dat vond Roodkapje een goed idee. Ze liep van het pad af, naar een bosweitje vol prachtige bloemen en maakte een mooi bosje.
Intussen rende de wolf naar het huisje van oma en klopte aan.
"Ben jij het, Roodkapje?" zei oma. "De sleutel ligt onder het matje."
Zo kwam de wolf binnen. Hij pakte oma's muts van haar hoofd en slikte oma in één hap door, zonder te kauwen.
In some matters there's no reality, only perception. Truth exists, but people have a vested interest in not knowing it.