Juf zegt tegen de klas: "Wiens vader het vreemdste beroep heeft die mag naar huis".
Eén voor één steken de leerlingen hun vinger op en vertellen het beroep van hun vader.
Marietje vertelt: "Mijn vader is timmerman."
Pietje vertelt: "Mijn vader is directeur van McDonalds."
Juf is van de genoemde beroepen niet echt onder de indruk. Maar dan steekt Jantje zijn vinger op en zegt: "Mijn vader is druiverplukker in Tibet."
Juf zegt: "Nou Jantje, dat is het vreemdste beroep wat ik heb gehoord, je mag naar huis."
Thuis aangekomen vraag moeder Jantje waarom hij zo vroeg thuis is. Jantje vertelt over de vraag van juf. Moeder vraagt: "Maar wat heb je dan gezegd Jantje?". Jantje zegt: "Mijn vader is druivenplukker in Tibet."
Moeder: "Nou Jantje, dat heb je verkeerd verstaan, je vader heeft druiper en zit in de ziektewet!".