"<paardengetrappel>
Mijn lieve paard was weg, nogal dom van mij. Ik heb niet goed opgelet, en leeg was de wei. Maar na een tocht vol avontuur, stond zij bij het hèèkje. Na een lange bange nacht, weer op haar eigen plèèkje.
Ik hoor je hinneken, je bent weer bij mij. Ik sta te grinniken, Je staat weer in de wei.
Mijn liefste Snuitje, waar zat je nou zo lang. Je was op avontuur uit en dat maakte me zo bang. Snuitje, je staat weer in de wei. We gaan nu samen rijden, jij en ik en ik en jij. Snuitje, ik zocht de hele nacht. Ik liep je maar te zoeken en vond iedereen verdacht. Weet je, de mensen zijn gemeen. Je kunt niet op ze rekenen, nou ja misschien op 1 of 2 of 3 met wat geluk. Doe dit nou toch niet. Als je bij me weggaat heb ik zo'n verdriet. Snuitje, waar ging je gister heen. Droom maar van de verte maar ga niet meer alleen. Snuitje, lieve, snui-ui-tje...
Ik breng haar naar de stal, het warme stro ligt klaar. Ik op een dekentje, en heel dicht bij elkaar. Maar voor we slapen gaan, weer ik je nog vertèllen, dat ik het echt nooit meer, zonder mijn paard kan stèllen.
Ik hoor je hinneken, je bent weer terug bij mij. Ik kan weer grinniken, je staat weer in de wei...
Mijn liefste Snuitje, waar zat je nou zo lang. Je was op avontuur uit en dat maakte me zo bang. Snuitje, je staat weer in de wei. We gaan nu samen rijden, jij en ik en ik en jij. Snuitje, ik zocht de hele nacht. Ik liep je maar te zoeken en vond iedereen verdacht. Weet je, de mensen zijn gemeen. Je kunt niet op ze rekenen, nou ja misschien op 1 of 2 of 3 met wat geluk. Doe dit nou toch niet. Als je bij me weggaat heb ik zo'n verdriet. Snuitje, waar ging je gister heen. Droom maar van de verte maar ga nooit meer alleen. Snuitje, lieve, snui-ui-tje... Snuitje, lieve, snui-ui-tje...
<paardengetrappel op de achtergrond> Snuitje... snuitje... snuitje... snuitje... snuitje... snuitje... snuitje."