Over de rechtszaak:
quote:
Hoe bereidt een rechter zich voor op een rechtszaak? Neemt hij alvast de dossiers door of laat hij achter de tafel alles maar op zich afkomen? Dat laatste zou je haast gaan denken als je in de Nederlandse pers leest dat rechter Peter Smith van het Royal Courts of Justice in Londen de maandag begonnen rechtszaak tegen Random House tot volgende week dinsdag heeft verdaagd om zichzelf de tijd te geven de boeken te lezen waarover hij recht moet spreken, De Da Vinci Code van Dan Brown en Het heilige bloed en de heilige graal van Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln. Er klinkt in de berichtgeving geen woord door van verbazing, laat staan van verbijstering, dat de goede man dat dus blijkbaar niet vooraf heeft gedaan. Toen ik ging speuren of daar in de buitenlandse pers ook zo luchthartig overheen wordt gestapt, bleek de werkelijkheid toch iets anders. Smith heeft de zaak verdaagd om al het materiaal door te nemen dat de partijen maandag hebben aangedragen, niet minder dan twintig archiefdozen vol.
Waar gaat het allemaal ook weer om? In 1982 publiceerden Baigent, Leigh en Lincoln The Holy Blood and the Holy Grail (van de nog in datzelfde jaar gepubliceerde Nederlandse vertaling is in 2004 de elfde druk verschenen). Daarin beweerden zij dat de Heilige Graal de avondmaalsbeker was waarin Jozef van Arimathea het bloed uit de wonde van Jezus had opgevangen. Die werd naar Zuid-Frankrijk gebracht door Maria Magdalena. Zij was de vrouw van Jezus geworden en samen hadden ze een kind. Daar ligt het begin van een bloedlijn die via de Merovingische koningen tot in het heden zou doorlopen. De Priorij van Sion, door Godfried van Bouillon tijdens de eerste kruistocht in Jeruzalem opgericht, waakt over dat geheim. Grote geesten als Leonardo da Vinci en Isaac Newton zouden in de loop der eeuwen tot dat mysterieuze genootschap hebben behoord. In The Messianic Legacy (1986, vertaald als De Messiaanse erfenis) werkten Baigent, Leigh en Lincoln hun theorieën verder uit.
Inmiddels is gebleken dat die berusten op een mystificatie, een hersenspinsel van de Fransman Pierre Plantard die zich niet alleen voordeed als een rechtstreekse afstammeling van de Merovingers (met rechten op de Franse troon) maar dus ook van Christus zelf. Leuke stof voor een thriller is al die esoterische geheimzinnigheid natuurlijk wel, zoals Dan Brown overtuigend heeft bewezen. Die maakte er geen geheim van dat hij het boek van Baigent, Leigh en Lincoln had gelezen. In De Da Vinci Code is dat in het bezit van het personage Leigh Teabing, een naam die bestaat uit de naam van een van de auteurs en een anagram van de naam van een andere. Hij heeft zich echter ook op veel andere bronnen gebaseerd over tempeliers en vrijmetselaars, Rozenkruisers en Rennes-le-Château en over de rol van Maria Magdalena bij de oorsprong van het christendom in Europa.
Toch beschuldigen Michael Baigent en Richard Leigh hem nu van plagiaat. Zij beweren dat het hele grondpatroon van De Da Vinci Code aan hun boek is ontleend. Henry Lincoln, destijds documentairemaker voor de BBC en de man die het initiatief nam tot het boek, zou vanwege ziekte van deelname hebben afgezien. Het is overigens niet de eerste rechtszaak wegens plagiaat tegen De Da Vinci Code. Vorig jaar augustus bepaalde het Federaal Districtshof in Manhattan dat er ‘geen substantiële overeenkomst’ is tussen het boek van Brown en twee thrillers van Lewis Perdue met eveneens een religieuze achtergrond: Daughter of God (2000) en The Da Vinci Legacy (1983). Waar sprake is van gelijkenis ligt die volgens de rechter op het niveau van reeds eerder bekende en ook anderszins niet auteursrechtelijk beschermde ideeën.
Perdue had een schadevergoeding van 150 miljoen dollar gevraagd, alsmede een verbod op de verkoop van The Da Vinci Code en op de verfilming ervan. Wat Baigent en Leigh eisen, is niet bekend. Duidelijk is wel dat een veroordeling van The Da Vinci Code niet alleen tot een miljoenenclaim zou leiden maar ook uiterst kwalijk zou zijn voor de film van Ron Howard naar het boek die op 17 mei op het festival in Cannes (buiten mededinging) in première gaat. Bovendien zal er waarschijnlijk een hausse aan plagiaatzaken volgen, aangespannen door auteurs die menen dat anderen succes hebben geboekt met hun ideeën of thema’s, ook al zijn die inmiddels gemeengoed geworden. Het zou tot een ommekeer in het denken over originaliteit en plagiaat leiden, reden waarom veel specialisten geloven dat het niet tot een veroordeling zal komen. En indien het daar toch op uit dreigt te draaien, zal er wel een schikking worden getroffen.
Baigent en Leigh hebben dan ook een behoorlijk risico genomen met de rechtszaak tegen Random House, nota bene tevens de uitgever van hun eigen boek. Geschat wordt dat de kosten voor hun advocaten oplopen tot een half miljoen pond. Maar ook als ze verliezen, zal hun stap hen geen windeieren hebben gelegd. Op hun manier profiteren ook zij van het gigantische succes van De Da Vinci Code, waarvan alleen al in Nederland de afgelopen twee jaar meer dan 800.000 exemplaren zijn verkocht. De verkoop van The Holy Blood and the Holy Grail is explosief gestegen. Ook de Nederlandse vertaling doet het zo goed dat Tirion Uitgevers in april een geïllustreerde luxe-editie uitbrengt.
Hoe ver het staat met The Solomon Key, het ooit door Brown aangekondigde vervolg op De Da Vinci Code, is onduidelijk. Er wordt geen verschijningsdatum en zelfs geen titel meer genoemd. Hij is zo intensief betrokken geweest bij de verfilming van zijn boek dat het schrijven er blijkbaar helemaal bij ingeschoten is. Luitingh heeft inmiddels de honger van zijn fans enigszins gestild met De Delta deceptie, uitgebracht in een oplage van 200.000 exemplaren, een boek dat hij al in 2001 schreef, na Het Bernini mysterie maar vóór De Da Vinci Code.
Tekst en copyright: Jef van Gool \ Literatuurplein
bron:
http://www.boekbalie.nl/nieuwsdetail.jsp?nieuwsId=1276en:
quote:
Met een pleidooi van Jonathan Rayner James is vandaag in het Royal Courts of Justice in Londen de rechtszaak tegen Random House, de uitgever van The Da Vinci Code van Dan Brown, afgesloten. Die was aangespannen door Michael Baigent en Richard Leigh, twee van de drie auteurs van The Holy Blood and the Holy Grail. Zij beweren dat het grondpatroon van de thriller van Brown op hun boek uit 1982 is gebaseerd. Het zal nog enkele weken duren voordat rechter Peter Smith met een uitspraak komt. Hij hoopt de zaak voor Pasen af te ronden.
Het is een uiterst gecompliceerde zaak en wie een spectaculair proces had verwacht, kwam de afgelopen drie weken bedrogen uit. Gaandeweg spitste alles zich toe op de vraag wanneer Brown The Holy Blood and the Holy Grail heeft gelezen. Was dat vóór hij de eerste synopsis van De Da Vinci Code schreef of pas daarna, zoals hij zelf beweert? Drie dagen lang werd hij in de getuigenbank aan de tand gevoeld, waarbij hij toegaf niet meer te weten wanneer dat precies of zelfs bij benadering is geweest. Bovendien blijkt veel van het voorwerk en de research gedaan door zijn vrouw en assistente Blythe die niet bij de rechtszaak aanwezig was.
Voordat hij de getuigenbank betrad, had Brown een 69 pagina’s tellende verklaring ingebracht. Een correspondent van de BBC noemde die ‘fascinerende lectuur’, een masterclass voor ieder die ervan droomt een bestseller te schrijven. Brown licht toe hoe hij thema’s zoekt, hoe hij begint met het schrijven van het laatste hoofdstuk en daar vervolgens naartoe werkt. Daarbij streeft hij er steeds naar het hele gebeuren binnen het verloop van één etmaal te laten plaatsvinden. Verder gaat hij in op de rol van zijn vrouw Blythe bij de voorbereiding en meldt hij uiteraard dat het boek van Baigent en Leigh tijdens het schrijven slechts één van zijn vele bronnen is geweest.
De getuigenissen die Baigent en Leigh aflegden, waren bepaald niet sterk. Baigent gaf toe dat zeven van de vijftien punten in de aanklacht ongegrond zijn. Leigh moest erkennen dat hij zelf thema’s in The Holy Blood and the Holy Grail aan het werk van anderen had ontleend. ‘Niet overgeschreven, maar herhaald,’ zo verdedigde hij zich. In zijn slotpleidooi beklemtoonde hun advocaat Jonathan Rayner James dat vooral de getuigenis van Brown met diep wantrouwen tegemoet moet worden getreden. ‘Hij wist zich nauwelijks het jaar, laat staan de maand te herinneren waarin hij The Holy Blood and the Holy Grail heeft gelezen. Zijn hele houding in het kruisverhoor was onwelwillend.’ Hij suggereerde verder dat de vrouw van Brown niet aanwezig was bij de rechtszaak om niet als getuige te kunnen worden opgeroepen. Brown had verklaard dat ze wars is van publiciteit en dat hij haar alle media-aandacht had willen besparen. Dan had ze in ieder geval getuigenis kunnen afleggen via bijvoorbeeld een videoboodschap, aldus James.
Eerder had literair agent Patrick Janson-Smith, voorheen uitgever van zowel Brown als van Baigent en Leigh, tegenover de rechter de aanklacht een storm in een glas water genoemd. Het is volgens hem geen toeval dat de zaak is aangespannen kort voor de film naar The Da Vinci Code in première gaat. ‘Ze waren bang dat een film naar het boek van Brown de kans op een verfilming van The Holy Blood and the Holy Grail voorgoed zou verknallen.’ Hoe het zij, als de rechter de klagers toch geheel of gedeeltelijk in het gelijk stelt, zal dat niet alleen voor Random House en Dan Brown grote financiële consequenties hebben, maar ook leiden tot een radicale omkering van het begrip intellectueel eigendom. Dan vallen niet alleen de verwerking en de verwoording van ideeën onder het auteursrecht maar ook die ideeën zelf. Elke roman, elk verhaal moet dan vooraf zorgvuldig tegen het licht worden gehouden of er niet de kans bestaat dat er iemand opstaat die claimt dat zijn ideeën zijn gebruikt.
De ironie wil dat Baigent en Leigh op hun beurt schatplichtig zijn aan Pierre Plantard die de hele santenkraam rond Rennes-Le-Château heeft verzonnen, met het kind van Jezus en Maria Magdalena van wie de bloedlijn tot in het heden doorloopt. Plantard die zich voordeed als een afstammeling van de Merovingers met rechten op de Franse troon, is echter zes jaar geleden overleden. Misschien voelen zijn erven dan wel voor een proces, ook al erkennen ze daarmee geen afstammelingen te zijn van de Merovingische koningen en van Jezus en Maria Magdalena.
Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein
bron:
http://www.boekbalie.nl/nieuwsdetail.jsp?nieuwsId=1284