Wist u dat 73 procent van de snackbarproducten in Nederland van Franse afkomst is? Of dat u uw pasgeboren dochter maar beter naamloos kunt laten? En dat de Amerikanen het heel gek vinden dat de Nederlanders een dooie vent als president wilden hebben? Nee? Dan wordt het tijd om naar de nieuwe voorstelling van De Vliegende Panters te gaan, want in De Grote Drie geeft het getalenteerde trio antwoord op al u vragen
De drie boerenkinkels met een jachtgeweer die moeten voorkomen dat er een aanslag op De Vliegende Panters wordt gepleegd, vatten aan het begin van het programma de inhoud van De Grote Drie kernachtig samen met de frase `die bonte aaneenschakeling van gekscherende kwinkslagen met íets te veel seks` en voegen daar meteen aan toe dat `die seks eigenlijk toch wel héél erg leuk is`.
Het feit dat deze zinnetjes de inhoud van De Grote Drie mooi weergeven , is het zoveelste bewijs dat Rutger de Bekker, Diederik Ebbinge en Remko Vrijdag héél goed weten waar ze mee bezig zijn. Want dat de De Vliegende Panters muzikaal zijn, weten we al sinds het programma`s Sex en Hype.
Maar in De Grote Drie begint ook hun vakmanschap bijna griezelige vormen aan te nemen. Als acteurs snijden zij het publiek tot het diepst van de ziel. Als zangers dwingen zij de luisteraars bijna om, ter voorkoming van de totale betovering, de oren maar dicht te stoppen met was. En tot slot hebben zij een timing die je alleen maar tegenkomt bij allergrootsten van het vak.
Vroeger had je Wim Kan, Toon Hermans en Wim Sonneveld. Zij vormden tezamen de grote drie. De Vliegende Panters zijn dat, bij wijze van spreke in hun eentje. Bij hen is De Grote Drie een term vol dubbele bodems.
Op de affiche staat het trio afgebeeld als een soort Drie Musketiers met Che Guevara-baretten, maar in de show verwijst de titel naar de brief van Paulus aan de Korinthiërs, waarin hij het heeft over geloof, hoop en liefde. Paulus geeft aan dat hij van die drie de liefde het belangrijkst vindt. Ook dat hebben De Vliegende Panters van hem overgenomen – en dan hebben wij het over de liefde voor het theater. Want boven alles spat het speelplezier en de liefde voor het vak van het podium af.
Door die liefde, en door dat vakmanschap, komen zij met alles weg. De Grote Drie is verschrikkelijk grof, maar bij de Panters is dat altijd een middel en nooit een doel. Wanneer de tekst`Pak me bij m`n scrotum…`wordt gezongen als een prachtig, driestemmig Gregoriaans gezang, dan kun je alleen maar glimlachen van genot. En zo rolt alles over elkaar: van brute moord tot liefste liefde, van Schubert tot Shakespeare, van provocatie tot excuus.
Aan het slot van de voorstelling verontschuldigen de boerenkinkels van de bewaking zich voor het feit dat De Vliegende Panters óók geen antwoorden hebben. Geen Antwoorden? De Bekker, Ebbinge en Vrijdag laten zien dat in het universum van De Vliegende Panters de meest tegenstrijdige dingen harmonieus samen kunnen leven. En als dat geen antwoord is, dan weet ik het niet meer.
Is God willing to prevent evil, but not able? Then he is not omnipotent.
Is he able, but not willing? Then he is malevolent.
Is he both able and willing? Then whence cometh evil?
Is he neither able nor willing? Then why call him God?