Ik mis een analyse van Wim Jansen, Sef Vergoossen en Jo Bonfrère. Capacitieten heben deze drie heren allemaal. MOgelijk ontbreekt het ze slechts aan een naam in het cirquit van sportjournalisten waardoor ze nauwelijks worden genoemd?quote:Op donderdag 8 juli 2004 19:47 schreef methodmich het volgende:
[..]
Die heb ik nooit bij ze gezien, die c-cup.quote:Op donderdag 8 juli 2004 19:59 schreef Bela het volgende:
Capacitieten hebben deze drie heren allemaal.
quote:DE DORPSVEDETTE
De afgelopen weken begonnen de Nederlandse profvoetbalclubs met de voorbereidingen op het nieuwe seizoen. Transfergeruchten, discussies over spelsystemen en posities, hoop op succes, veel trainen en oefenduels spelen tegen amateurclubs. Dat is het kenmerk van de voorbereiding, die het land bezig houdt. Maar niet het hele land. Hier in de plaats waar ik woon, kan het niemand wat schelen of Karim Saidi de verdediger is die Feyenoord zocht of wie de rechtsbuiten van Ajax moet worden. Hier telt slechts de plaatselijke voetbalclub en de vedette van die club. Die vedette, dat ben ik.
Al op mijn zesde begon ik met spelen voor onze dorpsclub, waarna ik op vijftienjarige leeftijd werd gescout door Sparta. Na drie seizoenen in de Sparta-jeugd kreeg ik geen contract aangeboden voor het eerste elftal. Daarop meldde ik me weer aan bij mijn eigen club, die me dankbaar aan de eerste selectie toevoegde. Ze hebben er geen spijt van gehad. Vijf seizoenen later spreken de cijfers boekdelen. Liefst twee maal wist mijn club met mij te promoveren en ik had slechts 107 duels nodig om 100 doelpunten te maken. Inmiddels staat de teller op 123, gemaakt in 130 duels. Een clubrecord.
Destijds wist ik het mooi te verwoorden. Ik kwam weer terug omdat mijn maatschappelijke carrière de voorrang kreeg boven een onzeker bestaan in de marge – want, met alle respect, daar acteert Sparta toch – van het profvoetbal. Slechts de echte kenner weet dat Sparta in de zomer van 1999, want destijds speelde het, nog een eredivisieploeg was. En slechts de mensen die mij kennen weten dat die maatschappelijke carrière niet meer om het lijf heeft dan het zijn van verkoper in een obscure platenzaak, die nota bene niet van mij maar van een vriend is. We hebben slechts heel specifieke klanten, die “Alien Lanes” van de groep Guided By Voices komen kopen of komen vragen naar de in Nederland opgenomen liveplaat van Willard Grant Conspiracy. Dat u het maar weet.
Eén keer in de week ontsnap ik aan dat vrij normale leventje van me. Dat is op zaterdagmiddag, tussen twee uur en half vier. Het begint al met mijn warming-up, waarin ik het publiek vermaak met wat leuke schijnbewegingen. De pupil van de week wil altijd aan mijn zijde het veld op, ik ben namelijk de vedette en het idool van de plaatselijke voetballende jeugd. Wie mijn spel analyseert, ziet snel waarom. Ik heb een fantastische techniek en een zeer fijne trap. Bovendien is mijn inzicht meer dan gemiddeld. Aan de andere kant zijn mijn tekortkomingen, de echte reden waarom ik Sparta moest verlaten, ook duidelijk waarneembaar. Mijn loopvermogen is gebrekkig en mijn inzet laat te wensen over. Ik ben al helemaal geen trainingsbeest en doe in duels weinig meer dan strikt noodzakelijk. Ik maak echter wel de acties waar de mensen op wachten en maak de doelpunten die mijn team nodig heeft.
Ik adem in het veld ook de grandeur van de vedette uit. Het shirt met nummer 10 zit al jaren vastgeroest aan mijn rug, het haar hangt naar Italiaans voorbeeld lang in de nek. Om te voorkomen dat het voor mijn ogen gaat dansen, heb ik een modieus touwtje of haarbandje bij me. Een strak geschoren ringbaardje siert mijn gezicht, een kettinkje en polsbandje sieren mijn lichaam. De voetbalschoenen zijn wit, zoals het hoort.
Tijdens wedstrijden praat ik veel met de scheidsrechter en wil ik wel eens een theatraal duikje maken. Goed voor de show en ik ben een zekerheid met strafschoppen. Bovendien is mijn vrije trappen-ratio hoger dan die van David Beckham. Na een kwartier weet ik vaak al wat het wordt. Vooral als het druilerig weer is, wil ik wel eens een wedstrijdje laten lopen. Dan maak ik in beide helften één schitterende actie, zodat het publiek nooit zal zeggen dat ik niks doe. Mijn teamgenoten zullen balen, maar ach, zij zijn vooral figuranten op mijn show. Zo zet ik ze ook subtiel neer. Als de bal niet in mijn voeten komt, zal ik wat meewarig het hoofd schudden. Op die manier verbloem ik mijn eigen gebrek aan loopvermogen en zwakke conditie, door de aandacht te vestigen op de matige trap van de ander. Ze moeten het maar accepteren.
Want, op de dagen dat ik het op mijn heupen heb, ben ik degene die ze naar de zege leidt. Nooit via een intikker, die laat ik aan de zwoeger naast me. Ik maak de mooie goals. De dribbels, de onmogelijke schoten, de vrije trappen, de lobjes. Ik maak de acties. De schaar, de hakjes. Het publiek smult er van. Ze scanderen mijn naam. Ik geniet er van, met volle teugen. Vooral als de zon schijnt, de dames kortgerokt langs de lijn staan en de opponent bestaat uit elf spelers die familie van elkaar zijn en stinken naar de plaatselijke slagerij.
Na de wedstrijd, in de kantine, gaat de show nog even door. Ik geef eens een rondje, hoewel ik het amper kan betalen. Geeft niets, ik krijg er zeker vier terug. Ik ga eens op de foto met een pupil, grap wat met zijn opgewonden moeder, sla wat maten op de schouder en verhaal nog eens van mijn mooiste acties. Wat maakt het uit dat niemand me kent in het dorp verderop, op vijf minuten fietsen? Hier ben ik de ster. De mooiste meiden van het dorp hangen om me heen.
Uiteindelijk ga ik als laatste weg. De reden is eenvoudig: zo geniet ik tot het einde van alle loftuitingen en voorkom dat iedereen ziet dat ik met de fiets naar mijn goedkope huurflatje moet rijden, omdat een koophuis en een auto met mijn loon onbetaalbaar zijn. Niemand die ziet dat ik in het donker de sleutel omdraai en een lege en sfeerloze kamer binnenstap, de foto van mijn ex-geliefde nog naast mijn bed. Een ex-geliefde die dat predikaat inmiddels al weer zo’n kleine twee jaar draagt. Ik drink nog een biertje en ga slapen, om op zondag weer te ontwaken in de realiteit van alle dagen.
Ik wil eigenlijk alleen maar vragen om begrip. Begrip voor mij en al die andere dorpsvedetten. Ik weet wel dat gekleurde schoenen sommigen per definitie uitnodigen om te gaan trappen, maar denk je aan de andere kant eens in hoe zwaar wij het hebben. Elke zaterdag weer proberen we te ontsnappen aan onszelf en moeten we onze status in stand houden. Vijf slechte wedstrijden en die waterdrager achter je wil zichzelf al als troonopvolger profileren. Denk daar aan als ik je voor schut zet met een onnavolgbare beweging of als ik een strafschop versier terwijl je me niet aanraakt. Ik kan niet anders. Het spijt me.
quote:WILJAN VLOET WAS EEN ZENDELING
Mijn buurman vertelde mij ooit eens een verhaal. Het was het verhaal van zijn vader, die jaren als zendeling had gewerkt. Hij toog, met geld dat was ingezameld door basisschoolkinderen, naar donker Afrika. Daar verrichtten hij en zijn collegae erg nobel werk. Men bouwde er scholen, kerken of andere nuttige gebouwen. Tussendoor probeerde men nog enkele inwoners te bekeren, maar vaak was dat al niet meer nodig. Sterker nog, vaak ging het geloof van die mensen nog dieper en beleefden ze het ondanks hun ellende intenser. Hoe mooi ik de verhalen en de bedoelingen ook vond, ik kon niet goed tegen de dia’s. Want die had mijn buurman. Je zag blanken in korte broek die de plaatselijke bevolking verblijdden met leuke Nederlandse spulletjes. Negers werden opgedirkt in Volendammer kledij en lachten hun hagelwitte tanden bloot, blij als ze waren met de hulp en de positieve woorden van de zendelingen. Die plaatjes gaven mij het vervelende gevoel naar een bezienswaardigheid te kijken. Datzelfde gevoel heb ik ook altijd in de voorbereiding op het voetbalseizoen.
Alle profclubs van Nederland trekken dan de provincie in, om zich te tonen aan de inheemsen. Voor veel amateurclubs is het de belevenis van het jaar. Voor de wedstrijd even een foto met de opponent en je hebt iets om voor de rest van je leven mee te imponeren bij andere voetballiefhebbers. Daarvoor slik je de pijn van een nederlaag met dubbele cijfers wel. De penningmeesters lopen vaak opgetogen langs het veld. Met al die betalende bezoekers stroomt de clubkas vol. Als het dan ook nog mooi weer is, zijn de biertjes niet aan te slepen en kan je als welwillende amateurclub wellicht nog een speler aantrekken met een mooi zwart budget.
Voor de profs is het niet meer dan een veredelde training. Vaak is de uitslag ondergeschikt aan de tactiek. Nieuwe spelers kunnen zich tonen, de rest doet vrolijk mee. Tegenwoordig is er nog iets nieuws: het fenomeen proefspeler. Het gaat om profs die veelal geen plaats meer hebben in de selectie van hun club of die transfervrij zijn. Ze gaan een weekje op stage. Men traint mee en doet mee in oefenduels, in de hoop een contract af te dwingen. Veelal zijn ze aangeboden door schimmige makelaars, die indrukwekkende cv’s en prachtige videobanden bij de clubs laten zien. Een spits uit Swaziland, een Hongaarse keeper, een Hondurees international zonder club en een Oezbeekse back met opbouwende kwaliteiten? In de voorbereiding moet je nergens van opkijken. Er komen spelers uit landen waarvan je nooit hebt vermoed dat ze er zelfs maar wisten wat voetbal was.
Ook dit jaar hebben we er weer veel. Feyenoord-trainer Ruud Gullit grijnsde van oor tot oor toen hij trots meldde dat de Argentijnse proefspeler Fernández op zijn eerste training al twee ploeggenoten over de reclameborden had geschopt. Toch durfde Gullit het nog niet aan om deze slager op basis van wat trainingen en oefenduels met amateurclubs een contract aan te bieden en Fernández mocht mee naar de Alpencup. Daar viel hij door de mand. Een scherpe tackle, okee, maar eer hij die kon etaleren waren zijn opponenten al twee minuten voorbij. Te traag, luidde het oordeel. PSV kreeg via Guus Hiddink een Braziliaan met een verleden in Zuid-Korea op proef, die ondanks enkele goals tegen recreantenteams al snel werd doorgestuurd naar NEC en daar ook niet kon overtuigen. Dit zijn dan nog twee van onze drie topclubs. Minder bedeelde teams als ADO Den Haag en FC Den Bosch hebben al bijna een heel elftal aan proefspelers gehad, maar er zat nog maar weinig goeds tussen. Men blijft speuren in de hoop die ene versterking tegen te komen. Dat de kleedkamer ondertussen een duiventil is, moet je dan voor lief nemen.
Want soms loont het wel. Ajax-trainer Koeman kocht flink in vorig jaar, maar uitgerekend een klein Roemeens ventje dat op geleende voetbalschoenen zijn eerste training afwerkte, werd de beste aankoop. Nicolae Mitea was een tip van de zaakwaarnemer van Chivu, tijdens het ontkurken van de champagne na diens transfer gedaan aan Koeman. Hatem Trabelsi kwam ook als stagiair binnen, Galásek ooit bij Willem II en zo zijn er meer.
Deze zoektocht naar een speld in de hooiberg is kenmerkend voor de voorbereiding, evenals de prognoses van de trainers en spelers. Gullit en zijn aankopen Goor en Castelen roepen in de pers al dat Feyenoord maar kampioen moet worden, ondertussen vergetend dat de defensie nog altijd rammelt. Koeman wil naar het voorbeeld van FC Porto en Griekenland met Ajax de Champions League proberen te winnen en lijkt prolongatie van de landstitel al als vanzelfsprekend te zien. Co Adriaanse speelt dat hij met zijn eigen selectie, aangevuld met voormalige oogappels uit Tilburg, blij moet zijn met Europees voetbal. De twinkeling in zijn ogen verraadt echter dat hij gokt op lange aanpassingsperioden bij PSV en Feyenoord en een tweede plek voor zijn jongens.
Alle drie de topclubs worden dus kampioen, de subtoppers halen allemaal Europees voetbal, de degradatiekandidaten gaan voor het befaamde linkerrijtje, terwijl alle clubs in de eerste divisie minimaal een periodetitel pakken. Trainers in de voorbereiding zijn soms net zendelingen. De enkeling die realist wil zijn, wordt verketterd en uitgemaakt voor lafaard. De fans willen een hoopvolle boodschap. Dat zei de vader van mijn buurman al: hoopvolle woorden zijn voor mensen soms al genoeg om zich goed te voelen.
Daarom was ik niet echt verbaasd toen ik laatst het sportjournaal bekeek en de presentatie van Roda JC zag. De gedachte topaankoop uit Hongarije had afgezegd, maar toch klonken de woorden Europees voetbal al weer. Wiljan Vloet, de meest schreeuwende trainer van Nederland, zei het dan wel niet al te hard, maar het was duidelijk hoorbaar. Hij gaf zijn fans hoop. Kort daarna wist ik het zeker. Arouna Koné en Sekou Cissé, Ivorianen, werden klaargestoomd voor een leuke foto. Beiden kregen een mijnwerkershelm op en een lantaarn in de hand gedrukt. Leve het oergevoel van Kerkrade, je kan de kop in de krant al voor je zien. Cissé, net niet meer minderjarig en pas sinds kort hier in Nederland, stond erbij en lachte alleen maar zijn hagelwitte tanden bloot. De arme jongen had geen idee waarin hij verzeild was geraakt. Hij werd tot bezienswaardigheid gemaakt en had niet misstaan op de dia’s van mijn buurmans vader. Ja, nu is het echt zeker: Wiljan Vloet was een zendeling….
| Forum Opties | |
|---|---|
| Forumhop: | |
| Hop naar: | |