Chistopher Nolan is een van de meest overschatte regisseurs die ooit voeten op deze aarde heeft gezet. Dit is een algemeen bekend gegeven bij mensen die verstand hebben van cinema. Deze overschatting werd nog eens bevestigd toen ik, tijdens een vakantie, met een groep vrienden zijn meest recente parel Dunkirk ging aanschouwen in de bioscoop. Dit was een traumatische ervaring die mij voor de rest van mijn leven heeft getekend. Maar voor ik daarover begin, laten we eerst eens even de rest van zijn oeuvre erbij pakken.
Een lachwekkend oeuvre
Het begon allemaal nog redelijk goed met zijn debuut Following uit 1998. Een integer low-budget mysterie met een leuke plottwist aan het eind. Met een budget van 6000 dollar weet hij zich prima te redden. Een veelbelovend, creatief regisseur zou je op dat moment kunnen denken. Maar zodra hij de grote pegels in zijn handen krijgt, begint Nolan gek te doen.
Pretentie is het sleutelwoord dat vanaf Memento als een lelijke inktvlek over al zijn films woekert. Met een budget van 9 miljoen wordt Memento uiteindelijk een slap soort Sudoku-puzzeltje dat niets met het medium film van doen heeft. Geen enkele keer is het interessant en als kijker irriteer je je dood aan al die gewiekste montagetechnieken die Nolan gebruikt om zijn vertelstructuur interessant te maken. Waarschijnlijk wist hij ook wel dat hij het van die kutacteurs niet moest hebben. Dus dan maar alles zo snel editen dat je niet door hebt dat je naar matige acteurs kijkt. Nog even en hij monteert zo hevig dat je niet eens meer weet je dat een film hebt bekeken. Daarnaast word je als kijker om de oren geslagen met slappe quotes die het hoofdpersonage met een niet-ironische ernst verkondigt. Een aantal pareltjes van Leonard Shelby: “We all lie to ourselves to be happy.” – “If we can't make memories, we can't heal.” - We all need mirrors to remind ourselves who we are. I'm no different.”. Nou, nou, ik denk dat Plato spontaan achterover zou klappen van deze filosofische wijsheden. In een rationeel filmuniversum zou deze film stante pede tot de middelmaat gedegradeerd worden, maar tot mijn grote schrik staat hij op IMDB in de top 50 beste films ooit gemaakt! Totaal onbegrip van mijn kant. Je zou haast denken dat ik hem verkeerd om heb gekeken en iets heb gemist (badum tisj!).
Vervolgens krijg je de film Insomnia die zijn naam geen eer aandoet. Een middelmatige thriller die 118 minuten te lang duurt. Misschien was de titel ironisch bedoeld, aangezien je een grote vent moet zijn wil je dit niet-interessante flutwerk afkijken zonder in slaap te vallen. Daarna begint de ware miserie; het eerste deel uit de Batman-trilogie. Ik heb Batman altijd al een saai, moreel verheven, onrealistische vleermuis gevonden. Vleermuizen willen doorgaans namelijk helemaal geen misdaden oplossen. Het enige wat ze willen doen is extreem laag over je hoofd vliegen, waardoor je in het holst van de nacht uit angst in je broek schijt. Als Nolan een film had gemaakt over Batman die op het platteland laag over fietsers - die terugkwamen van een avondje zuipen - hun hoofd vloog, had ik het ongetwijfeld een meesterwerk gevonden. Nu behoort de trilogie helaas tot de meest overschatte actie-reeksen die ooit gemaakt is. Dan heb je nog The Prestige: een prima film om in te korten tot 10 minuten om als voorprogramma van een circusact te dienen. Inception is het toppunt van pretentie en Interstellar heb ik nooit gezien, maar die zal ongetwijfeld ook in die lijn liggen. Een tragisch oeuvre.
Het leed dat Dunkirk heet
Welnu, van een regisseur met dit oeuvre had ik al geen hoge verwachtingen toen ik half dronken de bioscoop kwam binnenlopen. Maar toen het festijn begon, keek ik met open verbazing naar de beginscéne. Deze was werkelijk waar prachtig; ik en mijn vrienden werden er emotioneel van. Eindelijk een goede Nolan-film met heerlijk wapengekletter die het 100 miljoen budget gaat rechtvaardigen! Maar niets was minder waar. Na de beginscéne presteerde Nolan het om de meest saaie oorlogslocaties als dominerende setting te laten functioneren: De zee en de lucht. Tijdens het kijken naar de rest van dit flutwerk, vroeg ik me af wat Nolan met die 100 miljoen had gedaan. Twee gammele bootjes tik je tweedehands toch al gemakkelijk op de kop voor een paar honderdduizend dollar zou je denken. En het huren van een paar straaljagers rechtvaardigt dit hoge budget ook niet. Terwijl Cillian Murphy de sterren van het doek speelde, was in de bioscoop één van mijn vrienden al in slaap gevallen. Misschien heeft Nolan Cillian Murphy 5 miljoen euro betaald per dialoog, dacht ik bij mezelf? Nee, dat leek me wat absurd. Misschien waren het de oog-acteerlessen voor Tom Hardy? Zoveel emoties opwekken met je ogen moet een flinke duit kosten. Maar dit leek me ook niet realistisch. Inmiddels begon een andere vriend zachtjes te wenen, omdat hij de saaiheid niet meer aankon. Zelf probeerde ik moedig te blijven en verzonk weer in gedachten om de pijn te vermijden.
Misschien kostte die prachtige soundtrack zoveel geld? Zo een gevarieerde, spannende soundtrack trommel je immers niet even bij elkaar in je garage. Maar dat leek me ook geen 100 miljoen pietermannen te kosten. ‘Ik wil naar huis, ik wil naar huis!’ schreeuwde een andere vriend. ‘Verman jezelf!’ riep ik. 'Houdt moed, de film duurt voor Nolan-begrippen helemaal niet lang. Als je dit aankan, kan je de wereld aan!’ Hij herpakte zich enigszins en begon aan zijn duim te zuigen om de weengeluiden te maskeren. Toen de film afgelopen was, werd hij op een luid applaus getrakteerd. Wij renden naar buiten en probeerden troost bij elkander te zoeken. Maar de sfeer was niet meer zoals voorheen. Een nieuw litteken, door alweer een Nolan-film, was collectief op onze gemoedstoestand gegrift. ‘Dit doen we nooit meer,’ zeiden we in koor. En toch sluit ik niet uit dat ik zijn nieuwe film ook ga bekijken. Zelfkastijding is een mens bij wijlen immers niet vreemd.