Etapa 15: Palma del Río - Córdoba, 110,2 kmWelja, Marco Brenner die een aankomst bergop wint. Dan is een nabeschouwing haast overbodig, de rit kan nooit veel soeps zijn geweest. En dat was ook wel zo. Zodra de uitzending begon keken we naar een grote kopgroep, met daarin enkele gekende namen zoals Buitrago, maar ook een bult narigheid. De controle van het peloton leek zowaar strak, Movistar hield het lang op een minuut of drie, maar de voorsprong liep daarna alsnog op naar achter minuten en dus zou het een nieuwe dag voor de vluchters worden. Op een klein valpartijtje onderweg en een abandon van Laporte na was het een redelijk saai dagje, er gebeurde tamelijk weinig. Kevin Vermaerke ging na een tijd vanuit de kopgroep in de aanval en hij reed een voorsprong van bijna twee minuten bij elkaar, maar gezien de lastige finale was hij alsnog kansloos. Toen we vlak voor we naar Sierra de La Pandera zouden klimmen over de iconische muur van Valdepeñas de Jaén reden werd Vermaerke bijgehaald door Georg Steinhauser, waarna we even later dan weer Guillaume Martin naar Steinhauser toe zagen rijden. In het peloton gebeurde ondertussen nog steeds niet, zij reden op een minuut of zeven van de kop van de koers heel rustig over de muur van Valdepeñas de Jaén. Die muur als tussendoortje werkt toch niet echt, kunnen we na twee pogingen stellen. Al aankomst is het nog steeds een zeer geschikte locatie, in die hoedanigheid zal het dorp vast weer snel terugkeren en dan kan ik weer mooi een oude brengen aan ieders favoriete renner ooit. Voorbij de legendarische muur zagen we zodra het laatste deel van de Pandera begon ineens Mario Aparicio in beeld verschijnen, er kwamen nogal wat bijzondere namen bovendrijven op de slotklim. Brenner en Zana sloten hun wagonnetje ook aan, ik bedoel maar. Later kwamen Buitrago en Sosa er dan weer bij, dat zijn dan toch de namen die je eerder had verwacht. Er vormde zich een mooi groepje, vanuit dat groepje ging Aparicio dan weer in de aanval en de renner van Burgos reed zelfs een voorsprong van een halve minuut bij elkaar. Burgos weer op weg naar ritwinst, enkele jaren na Madrazo? Het leek er zowaar even op, maar de Pandera is een onverbiddelijke klim. Achter Aparicio werd het even heel tactisch, maar toen daar de versnellingen kwamen werd het gat snel weer gedicht. Buitrago reed dan toch maar naar voren, in zijn bollentrui. Je had verwacht dat de man in de bergtrui daarna definitief vertrokken zou zijn, maar daar was absoluut geen sprake van. Brenner bleef in zijn buurt, terwijl ook Cristian Rodriguez niet ver weg was. Valentin Paret-Peintre stak ook nog even zijn neus aan het venster, om daarna volledig uit beeld te verdwijnen. Van Berthet zagen we de hele klim dan weer helemaal niets, terwijl hij toch 10e stond in het klassement en met deze vlucht een plekje op wist te schuiven. Goede klimmers die vanuit de vlucht worden geklopt door mindere klimmers, altijd een rubriek. Brenner reed naar Buitrago toe en met z'n tweeën reden ze verder omhoog, daarachter zagen we dan weer dat Cristian Rodriguez het gezelschap had gekregen van Ivan Sosa. Een onnavolgbare klim, de renners verdwenen en verschenen zonder dat er echt een peil op te trekken was. Een rare klim, maar hey, het was in ieder geval spannend. We reden naar de slotkilometer toe en in die slotkilometer waren er nog vier renners die konden winnen, dat is tegenwoordig een haast onvoorstelbare luxe.
Sosa reed naar Buitrago en Brenner toe, hij kwam in zijn ritme en zodra hij vooraan aansloot probeerde hij dat ritme vast te houden om zo van de tegenstand af te komen. Dat lukte dan weer niet, het is mijn Kern PharmaGoden voorlopig niet gegund om een rit te winnen. Dat gaan we hard nodig hebben om de ploeg te redden, het moet dan maar in de laatste week gaan gebeuren. Bij het ingaan van de laatste kilometer probeerde Buitrago het sluw te spelen, hij posteerde zichzelf in laatste wiel van het kopgroepje en liet een paar meter, om onder de vod te versnellen en aangezien Sosa niet reageerde had hij meteen een gat. Brenner leek wat laat te reageren, maar de Duitser kreeg het alsnog voor elkaar om naar Buitrago toe te rijden. In de vreemde laatste kilometer, met een afdaling erbij, werd het spel tactisch gespeeld. Daarbij speelde Buitrago het in eerste instantie zeer sterk, maar zodra Brenner in de laatste 300 meter weer aansloot leek Buitrago het niet meer te weten. Je moest als eerste door de laatste bochtjes, maar de Colombiaan liet de kop aan Brenner en op de versnelling van de Duitser die daarna volgde had hij totaal geen antwoord. Op die manier reed Brenner namens Tudor naar de zege, echt ontzettend vreemd. Brenner is een renner die er al jaren niets van bakt, wat voor een deel met allerlei fysiek malheur te maken schijnt te hebben, maar net op het moment dat zijn contract dreigde af te lopen besloot hij in de Ronde van Polen ineens een van de beste renners op aarde te worden. Dat leverde hem meteen een nieuw vierjarig contract op, want Cancellara is een baas waar iedere werknemer van droomt. Normaal gesproken stoppen dit soort renners meteen weer met presteren nadat ze zo'n nieuw contract hebben getekend. De buit is binnen, er kan uitgebold worden. In het geval van Brenner lijkt daar nu dus merkwaardig genoeg geen sprake van te zijn, de renner die niet bepaald staat als een wonderklimmer komt hier nu ineens bergop klimgeiten als Buitrago en Sosa kloppen, dat stond vooraf in niemands voorspelling. Knap gespeeld, maar jeetje, wat moeten we hier in hemelsnaam mee? Een overwinning van Buitrago had de wetten van de logica in ieder geval nog gerespecteerd, de naam van Brenner als winnaar op de erelijst van La Pandera misstaat nogal. Santi werd nu tweede, op een secondje van Brenner, de explosieve finale werd hem uiteindelijk fataal. De immer onzichtbare Cristian Rodriguez reed zowaar een tijdje in beeld, maar een derde plaats past perfect bij zijn grijzemuizigheid. Sosa was dan weer kansloos dankzij de dalende laatste kilometer, als we op een strook aan 10% waren geëindigd had ik hem zomaar zien winnen. Altijd tegen Kern Pharma. Best een vermakelijke finale, er volgde zowaar een keer strijd tot in de allerlaatste meter, wat dat betreft laat deze Vuelta zien dat koers nog steeds springlevend is. Alleen de verkeerde winnaar, als je het mij vraagt. Ik heb het niet zo op Brenner, ik hoop dat hij snel weer zijn oude DNF-vorm te pakken krijgt. Wel geestig dat een klimmer als Berthet dan pas 6e worden, en Nordhagen pas 7e. Guillaume Martin was vanuit de kopgroep uiteindelijk ook weer kansloos, zo zijn er nog bepaalde zekerheden in het leven.
In het peloton zagen we overigens ook niet veel gebeuren. In het begin van de Pandera leek er even een versnelling te komen van EF met het doel Carapaz te lanceren, maar daar kwam niet veel van terecht. Op de klim waar hij een paar jaar eerder won ging hij even later wel in de aanval, bij die aanval kreeg hij Gall, Roglic en Mas mee. Die vier kwamen lang niet van elkaar af, na een aanvalletje van Gall schoof Mas meteen mee en Roglic en Carapaz sloten later ook weer aan. Het leek er even op alsof ze met z'n vieren naar de finish zouden rijden, maar aan het slot reden Mas en Gall toch weg van Roglic en Carapaz. Mas kwam daarna met Raul Garcia Pierna nog een ploeggenoot tegen, de ouderwetse tactiek van de bruggenhoofden werkt voorlopig perfect bij Movistar. Mede dankzij een mooie beurt van Garcia Pierna liep het verschil aan het eind nog snel op, in het slotstuk van de Pandera pakte Mas nog eens 25 seconden op Roglic en dat is ergens wel jammer. In de derde week volgt er een tijdrit, maar Roglic kijkt nu al tegen een achterstand aan van meer dan twee minuten en dat lijkt zeker voor de huidige Roglic toch lastig dicht te rijden. Een minuutje zie je Roglic toch wel pakken in die tijdrit, maar twee minuten? Dat lijkt me zeker gezien de huidige staat van Roglic volledig uitgesloten. En dus is de Vuelta op dit moment helaas niet heel spannend, kijkend naar de strijd om het rood. Gelukkig is de ploeg van Movistar niet sterk genoeg om iedere bergrit te controleren en kunnen we daarom met wat mazzel nog een paar keer genieten van een mooie strijd tussen de vluchters. Gall reed tot op de top mee omhoog met Mas, dat was dan weer een verbetering voor de Oostenrijker. Ook hij pakte dus tijd op Roglic, genoeg om van de derde plaats op te schuiven naar de tweede plaats. Wel ook op twee minuten van Mas, het is ondertussen lastig voor te stellen dat de man van Mallorca deze ronde nog uit handen gaat geven. Dat gaat hij morgen alvast zeker niet doen, we sluiten de tweede week af met een ingekorte rit in de regio rond Córdoba. Dat is sowieso altijd al een van de heetste steden van Spanje geweest, nu we al een paar dagen in steeds warmere omstandigheden rond aan het rijden zijn kon je natuurlijk op je vingers natellen dat we daar temperaturen gaan aantikken die helemaal onmenselijk zijn. In Córdoba komen we boven de 40 graden uit, dat vond de organisatie dan uiteindelijk toch iets teveel van het goede. In een rit die oorspronkelijk 190 kilometer was zat een lus van een kilometer of 80, die lus heeft men uit het parcours gehaald en daarom hoeven de renners nu nog maar 110 kilometer te rijden. Dat scheelt toch weer bijna twee uur op de fiets, voor de renners een mooie meevaller. Moet je alsnog een uur of drie met 40 graden rond gaan rijden, maar goed, had erger kunnen zijn. De tweede week gingen we sowieso afsluiten met een relatief vlakke rit, eentje die zowel voor de vluchters als voor de sprinters had kunnen zijn. Met die inkorting van 80 kilometer lijkt een sprintersrit ineens meer kans te maken, het maakt de controle voor een ploeg als Visma toch een stuk eenvoudiger. Krijg je dus te maken met een sprintrit in het weekend, niet ideaal. Wielrennen wordt wel een sport voor mietjes hoor, als we om dit soort onzinnige redenen al ritten gaan aanpassen!
![dWXno3I.png]()
![yioYRtY.png]()
Deze aangepaste laatste rit van de tweede week gaat van start in Palma del Río, een stadje in de provincie Córdoba in de regio Andalusië. Andere provincie, uiteraard nog steeds dezelfde regio. In Palma del Río, waar de Vuelta nog nooit is geweest, wonen ongeveer 20.000 mensen. El Cordobés, een beroemde matador, kwam uit Palma del Río, aldus Wikipedia.
Manuel Benítez Pérez, zoals hij eigenlijk heette, bracht het stierenvechten erg onorthodox acrobatisch en theatraal. Toen hij 23 was, de leeftijd dat de meeste torero's aan het pieken waren, sprong hij vanuit het publiek in de ring, omdat hij vond dat hij het beter kon. Dat heet een espontáneo, wat niet op prijs wordt gesteld, maar in dit geval wel het begin was van een carrière. Hij werd een nationaal idool. Toen hij in 1971 met pensioen ging was hij de best betaalde matador. BZN heeft een nummer over hem gemaakt met de naam El Cordobés. Het nummer A Boy From Nowhere uit de Britse musical Matador (1987), gezongen door Tom Jones gaat ook over El Cordobés. Er staat een standbeeld van in Córdoba, themaritje dus voor El Cordobés. In de stad vinden we ook een museum ter ere van hem, terwijl je een matador natuurlijk helemaal niet moet eren. Palma del Río is een historische stad die de provincies Córdoba en Sevilla met elkaar verbindt, lees ik dan weer bij vivandalusia.com. Gelegen tussen de rivieren Guadalquivir en Genil, biedt de stad een rijke culturele erfenis die is gevormd door duizenden jaren menselijke bewoning. De levendige straten, indrukwekkende monumenten en dynamische geschiedenis maken het een bestemming van grote culturele betekenis. De geschiedenis van Palma del Río gaat terug tot de Kopertijd, met archeologisch bewijs van een vroege en bloeiende nederzetting. Belangrijke perioden omvatten de Bronstijd, de Tartessische cultuur en het Iberisch-Turdetaanse tijdperk, beïnvloed door Griekse en Punische tradities. De Romeinse overheersing transformeerde de regio verder en maakte het tot een belangrijke agrarische hub in de provincie Baetica. De stad bloeide onder Visigotisch bestuur en later tijdens de islamitische periode, die een blijvende stempel drukte op de architectuur en irrigatiesystemen. Tijdens de middeleeuwen nam het belang van de stad toe, te beginnen met de bouw van de Alcazaba in de 11e eeuw en de versterkte muren in de 12e eeuw. Na de Reconquista werd Palma del Río een villa van realengo en speelde het een belangrijke rol in de regionale politiek. Het kasteel van de stad bood in 1313 onderdak aan de Algemene Broederschap van Andalusië. In de 15e en 16e eeuw groeide de invloed van de familie Portocarrero, wiens paleisresidentie een belangrijk herkenningspunt blijft. We gaan niet zomaar ergens van start dus! Dat Palacio Portocarrero ziet er wel goed uit, deze iconische plek toont Romeinse, Arabische, Joodse en Christelijke invloeden, met elegante renaissancepatio’s en weelderige Hispano-Mudejar tuinen. De collectie van meer dan 400 citrusbomen voegt een unieke charme toe als “Levend Museum van de Sinaasappel.” Wow. Er schijnen ook stadsmuren te zijn, deze stadsmuren weerspiegelen Almohadische militaire architectuur. De Puerta del Sol, gebouwd in de 16e eeuw, is een opvallend element dat de Plaza Mayor verbindt met het historische centrum van de stad. De Plaza Mayor dateert uit de 14e eeuw en kreeg zijn huidige vorm in de 16e eeuw. Het plein wordt omringd door historische bezienswaardigheden zoals de Casa Alhóndiga en het Portocarrero-paleis. En dan is er de kerk van Nuestra Señora de la Asunción, gebouwd in de 18e eeuw, staat deze barokke kerk op de plaats van de oorspronkelijke Kerk van Santa María, gebouwd na de Reconquista. Dan is er ook nog het klooster van Santa Clara en ze hebben hier een ijzeren brug, een wonder van 19e-eeuwse techniek, de ijzeren brug werd ontworpen in Parijs en gebouwd door hetzelfde team achter delen van de Eiffeltoren. Het is een blijvende herinnering aan het industriële verleden van de stad. Het moderne Palma del Río bloeit als een cultureel en economisch centrum, waar historische beleving en modern leven samenkomen. Jaarlijkse feesten, een dynamische kunstscene en lokale gastronomie met sinaasappels en regionale delicatessen blijven bezoekers en inwoners aantrekken. De conclusie is dat Palma del Río een bewijs is van de gelaagde geschiedenis van Andalusië en een unieke mix van cultureel erfgoed en architectonische pracht biedt, we moeten hier dus meteen naartoe. Dat moet je dan wel in de lente doen, in de zomer is het hier smerig warm. Als bijkomend voordeel heeft het gaan in de lente dat de oranjebloesem in die periode de Guadalquivir-vallei vult, hartstikke leuk. Minder leuk: de rit die nu volgt
![DSC_1065-scaled.jpg]()
![Btm5Pao.jpeg]()
Vanuit Palma del Río, waar we starten op de Plaza Mayor, bij de Puerta del Sol voor de deur en op een steenworp afstand van het Alcázar Palacio Portocarrero, rijden we richting de neutralisatie naar het noorden. We laten het ommuurde gedeelte van de stad snel achter ons om buiten Palma del Río terecht te komen op een brede weg en die weg voert zodra de rit officieel begint ons de eerste 18 kilometer richting Posadas. In die eerste 18 kilometer van de rit rijden de renners continu over dezelfde weg, dit is een brede, rechte en zo goed als vlakke weg. De renners rijden dwars door de vallei van de Guadalquivir, die in de lente dus piekt. We rijden bij de start via een brug over de rivier heen en daarna zal de rivier toch altijd een beetje in de buurt blijven, ervoor zorgend dat dit toch een redelijke flopstart wordt. Dit is een makkelijk te controleren start, dit is ook gewoon een saaie start. We rijden soms langs een paar bomen, maar vooral rijden we hier langs uitgestrekte velden vol boomgaarden af, dat zouden dan allemaal sinaasappelbomen moeten zijn. Verder kan ik hier niets over zeggen, pas na 16 kilometer komen we iets van serieus bochtenwerk tegen. We nemen een tweetal rotondes en daarna rijden we Posadas binnen. Hier slaan we dan weer linksaf bij een rotonde om vervolgens buiten het dorp via een wat smallere brug over een riviertje te rijden. Aan de andere kant van dit riviertje blijft de weg iets smaller, terwijl we bijna gaan beginnen aan de eerste klim van de dag. De weg loopt voorbij Posadas eventjes een paar kilometer heel licht vals plat omhoog, waarna het ook weer een paar kilometer licht naar beneden gaat. Even verderop rijden we weer over een bruggetje en dan begint er een klim in meerdere delen, de organisatie neemt alleen maar een klein deel mee. Zodra we over het zoveelste bruggetje zijn gereden loopt de weg alvast een kilometer aan 3% omhoog, na een kort stukje in dalende lijn beginnen we vervolgens aan het officiële deel van de Puerto de la Forestal, een beklimming van de derde categorie. Gezien de naam verwacht je dan een rijkelijk met bomen gevulde klim, en dat is ook wel zo. Een wat smallere weg slingert via een oneindige hoeveelheid bochtjes 6,7 kilometer aan 4,1% omhoog, de AltimetriasGoden hebben zelfs een profiel gemaakt en van dat profiel neem ik mee dat we zowaar een kilometer aan 6,5% tegenkomen met een piek tot 8%. Veel steiler wordt het nu ook weer niet, maar alsnog, zo'n strook kun je als vluchter dan toch gebruiken. Al kunnen we ook weer niet uitsluiten dat Brennan en Van Aert hier weer samen in de aanval gaan. De renners rijden door de Sierra de Hornachuelos en hier vinden ze na 34,5 kilometer de top van de klim, maar dan zijn ze er nog niet. Na een kilometertje in dalende lijn, met uiteraard wat bochten erbij, loopt de weg nog eens een kleine drie kilometer omhoog. We pakken een kilometer aan 6% mee, weer met een piek tot 8%, daarna volgt een kilometer aan 5%. We dalen daarna opnieuw af, nu een kilometer of twee, voor er weer een stuk in stijgende lijn volgt. Een nieuwe kilometer aan 5%, ook weer met een strook aan 8%. We dalen vervolgens weer een kilometer af, over een smalle weg slingeren we nog steeds door een bos en hier zijn de meeste bochten niet al te ingewikkeld, al volgt er aan het eind van dit stuk in dalende lijn wel een scherpe bocht naar rechts waarna we via een smal bruggetje maar weer eens over een riviertje rijden. Voorbij dit bruggetje begint het laatste deel van de klim, richting de echte top van de Puerto de la Forestal gaat het nog eens drie kilometer aan 3,5% omhoog. Een onregelmatig laatste deel, waar we toch ook weer een paar steilere stroken tegenkomen. Zo komen we na een klim van bijna 17 kilometer aan 2,5% gemiddeld eigenlijk pas echt boven op de klim, een klim met toch redelijk onstuimig en onregelmatig terrein waar we wel het een en ander aan aanvalswerk verwachten. Smal bosweggetje vol bochten, het zou dom zijn om je zomaar naar de slacht te laten rijden en niets te ondernemen op de wat steilere pentes. Eeuwig op en af draaien en keren in het bos, dat gaat dan nog wel wat plaatjes opleveren. Plaatjes die we nu zowaar gaan zien, met dank aan het inkorten van de rit.
![laforestal07.gif]()
![FkyKchD.jpeg]()
Na de Puerto de la Forestal, een klim die langer duurt dan de organisatie ons wil laten geloven, volgt er een afdaling van vier kilometer. Gemiddeld gaat het aan 4% omlaag over een weg die vrij smal en zeer bochtig blijft. De afdaling heeft ook een grillig karakter, zo wisselen we steile stroken omlaag af met stroken vals plat en toch ook weer een paar strookjes in stijgende lijn. Ook wel echt terrein om weg te rijden, zo makkelijk is het hier nog niet. In die stukken omlaag zie ik wel een paar vervelende bochten, misschien wordt de rit iets chaotischer dan gedacht. Na heel wat bochtenwerk in deze vier kilometer komen we ineens uit in een paar haarspeldbochtjes omhoog, er begint weer een nieuw klimmetje. Het gaat bijna drie kilometer omhoog aan 4,5% en ook hier zegt dat gemiddelde weer weinig. In die haarspeldbochtjes loopt de weg zowaar een tijd aan 9% omhoog, waarna het snel weer afvlakt. Dan rijden we weer een paar meter omlaag, volgt er een kilometer aan 5% omhoog, rijden we weer een paar meter omlaag en sluiten we na een kilometer aan 4% na nog een vlakker stukje af met een strook aan 5%. Zo blijft de immer bochtige weg door de soms toch ook vrij ruige Sierra de los Hornachuelos een grillig verloop kennen. Op de top van dit klimmetje beginnen we aan een afdaling van drie kilometer aan 5% richting de Río de la Cabrilla, na een wat vlakker kilometertje in het begin gaat het daarna twee kilometer wat steviger omlaag en in combinatie met heel wat bochtenwerk zorgt dit er toch voor dat de renners op hun qui vive moeten zijn. Ze komen zelfs een paar haarspeldbochtjes tegen als ze bijna beneden zijn, heftig hoor. Beneden volgt er ook een stevige bocht naar rechts, via een smalle brug rijden we over de rivier heen. Enkele meters later passeren we een kruispunt waar we oorspronkelijk linksaf hadden moeten slaan, richting Villaviciosa de Córdoba. We zouden dan een lus van een kilometer of 80 afwerken, om vervolgens weer uit te komen op hetzelfde punt. Omdat de renners tegenwoordig niet eens meer met 40 graden rond kunnen fietsen, pfff, aanstellers, laten we dit lusje voor wat het is. Villaviciosa de Córdoba gaan we niet zien, we slaan op het kruispunt rechtsaf en zo gaan we meteen op weg naar Córdoba. We rijden na de bocht naar rechts weer over een smalle brug, onder die brug zou je soms naar het schijnt een waterval kunnen zien. De renners komen terecht op een weg die net zo smal is, die weg loopt via een aantal bochten toch nog weer een kilometertje omlaag, waarna we beneden zowaar via een bruggetje over een stroompje rijden dat we kunnen zien liggen. Voorbij dit beekje volgt er weer een kort klimmetje, het gaat nu een kilometer aan 7% omhoog met zelfs stroken tot 11%. Verstopte klimmetjes over smalle en bochtige wegen, wellicht is deze rit toch niet zo makkelijk te controleren. Na dit korte muurtje volgt er een kilometer of vijf aan glooiend terrein, we gaan een paar keer op en af en dat maakt dit ondankbaar terrein voor een controlerend peloton. Wellicht dat de zondagrit toch leuk wordt, zeker dankzij de inkorting nodigt dit parcours uit om er vol in te vliegen. Na nog twee keer kort omhoog en omlaag te zijn gereden, ditmaal zonder veel lastige bochten, komen we uit bij een afdalinkje van een kilometer of twee. Dit afdalinkje kent dan wel weer enkele scherpere en kortere bochtjes, waarna we beneden over de Puente del Guadiatillo rijden. Voorbij deze brug loopt de weg weer omhoog, het is toch echt een dag van op en af. Er volgt nu weer een klim van 2,5 kilometer aan 6,5%, zo blijven we hier continu aan de gang. Terwijl de weg zelfs nog een tikje smaller lijkt te zijn geworden rijden de renners weer door een bos omhoog, met tussen de bomen in soms een blik op de toch ook ruige siërra. Over een weg waar de toegestane snelheid 40 is loopt het in het begin vooral aan 7% omhoog, na een makkelijker tussenstuk aan 5% klimmen we richting de top dan weer aan 6% met een uitschieter tot 8%. Op de top van dit klimmetje volgt er zowaar een keer een mooi uitzichtpunt, terwijl me verder vooral opvalt dat er in deze siërra niemand woont. In alle kilometers hier komen we ongeveer twee huizen tegen, heerlijk. Na een kilometer of 63 zijn we boven op dit klimmetje, we zijn dan al over de helft van de rit.
![alto-de-el-pino-los-hornos.png?v=1787441462]()
![e81iQOi.png]()
![Q5W5emd.png]()
![Cascada+arroyo+Orejon%252C+JosCar-160515-+%25289%2529.jpg]()
![102351249Master.jpg]()
De renners vervolgen voorbij het uitzichtpunt hun weg, ze krijgen nu af te rekenen met een afdaling van vier kilometer aan 6%. Dit is een vrij technische en listige afdaling, de organisatie zoekt wel een beetje het gevaar op door deze smalle weg met een bezoek te vereren. Er zijn in deze afdaling best wat scherpe bochten te vinden, de meeste daarvan neem je blind. De renners scheren om enkele rotswanden heen, de smalle weg biedt weinig ruimte om een foutje te maken. Er is een vangrail, maar voorbij de vangrail is er hier soms best een diepe afgrond. Vooral in het begin is deze afdaling lastig, iets verder naar beneden wordt het wel wat beter. Bochten blijven we tegenkomen, maar vooral de eerste paar bochten vormen een uitdaging. Beneden rijden we na deze lastige afzink de Valle del Guadiato binnen, we passeren helemaal beneden een brug over de gelijknamige rivier heen en voorbij de opvallende Puente de los Boquerones beginnen we zowaar aan een gecategoriseerde klim. De komende zes kilometer gaat het aan 5,5% omhoog naar de top van de Puerto Artafi, een klim van de derde categorie. Een klim die toch ook weer vrij onregelmatig gaat zijn, zo klimmen we in de eerste kilometer aan 6% met een piek tot 10%. Met zicht op de fraaie vallei van de Guadiato klimmen we via de nodige bochten omhoog, in de volgende kilometer blijven we dankzij een vlakker stukje halverwege op 5% steken, maar ook in deze kilometer komen we een strook aan 10% tegen. In de derde kilometer gaat het weer aan 6% omhoog, terwijl het zicht op de vallei steeds mooier wordt des te hoger we komen. Een plaatje van een klim, al hadden de percentages alsnog wel iets hoger gemogen. Na nog een tijd aan 5,5% te klimmen, met pieken tot 8%, vlakt de klim in de voorlaatste kilometer wat af. Een paar stroken aan 4%, daar hebben we niets aan. In de laatste kilometer van de klim laten we de mooie vergezichten over de vallei achter ons, we duiken een bos in en hier gaat het nog een kilometer aan 6% omhoog, weer met stroken tot 8%. Vervolgens bereiken we na 73 kilometer de top van deze klim van derde categorie, tot mijn schrik vinden we een huis op de top. Toch al snel het derde huis in iets van 50 kilometer tijd, de organisatie heeft op meerdere vlakken een bijzondere route gevonden. De top van de klim bereiken we op minder dan 40 kilometer van het eind, deze door omstandigheden ineens zeer kort geworden rit is alweer bijna voorbij joh. Minder dan een uur te gaan, de finale kan beginnen, al kan dit ook een rit worden met een finale van 100 kilometer. Na de klim volgt er een korte afdaling van 2,5 kilometer, een afdaling die toch ook weer lastig gaat zijn. De weg blijft smal, bovendien komen we opnieuw een hoop bochten tegen. Iets minder link dan de vorige afdaling, maar alsnog, niet ideaal. Na een tijd wordt de afdaling wel wat makkelijker, we rijden de bewoonde wereld binnen en hier komen we in de buurt van Santa María de Trassierra voor het eerst in tijden op een bredere weg terecht. Na een kilometer of 77 rijden we over een brede en inmiddels vlak geworden weg het dorp binnen, waarna we anderhalve kilometer later met de tussen- en bonussprint te maken gaan krijgen. Richting de tussensprint loopt de weg een tijd vals plat omlaag verder, maar dit noem ik gewoon vlak. In een bos rijden we een tijd zowaar wat meer rechtdoor, waarna we even later het centrum van Santa María de Trassierra betreden. Wow, een dorp, met huizen, en mensen, jemig. In dit dorp liggen enkele drempels, terwijl de weg in de laatste kilometer voor de tussensprint helemaal vlak is en aan het eind zelfs licht omhoog begint te lopen. Na 79 kilometer rijden we het dorp weer uit, fietsen we opnieuw een bos in en hier volgt na een paar flauwe en brede bochten de tussensprint van de dag. Nu is het nog maar 30 kilometer fietsen tot in Córdoba, de finish komt in zicht.
![Artafi07.gif]()
![43411990.700x525.jpg]()
![puerto-artafi-rio-guadiato-upload-17655-1024x0.jpeg]()
Voorbij de tussensprint die buiten Santa María de Trassierra ligt beginnen we aan een nieuwe klim, een klim die de organisatie niet meeteelt. Het gaat 12 kilometer overwegend omhoog naar de Alto de Las Ermitas, een klim die wel past bij alle andere beklimmingen die we vandaag al hebben gezien. In die 12 kilometer gaat het vijf keer omhoog en ook vijf keer weer omlaag, van enige regelmaat is geen sprake. Climbfinder heeft een profiel van deze klim, alleen klopt dat profiel net niet helemaal. Volgens dat profiel gaan we ook nog eens twee kilometer aan 8% omhoog, maar dat was alleen het geval geweest als we ergens een stukje weg hadden afgesneden, in plaats daarvan volgen we de doorgaande weg. Die is een stuk vlakker, al is het zeker niet volledig vlak richting Las Ermitas. Na wat glooiend werk, terwijl we over een brede weg door een bos rijden, waar we geen vervelende bochten vinden, komen we uit in Trassierra. Hier slaan we bij een rotonde schuin linksaf en dan gaat het een kilometer omhoog aan 3%. De renners rijden hier ineens weer over een wat smaller weggetje door het bos en ze merken dat die weg zelfs een kilometer naar beneden loopt na de kilometer aan 3%. Paar bochten erbij, toch maar bij de les blijven. Het gaat hierna anderhalve kilometer wat vals plat omhoog, met aan het eind van deze strook een kort stukje aan 6%, waarna een langere afdaling volgt. Toch al snel meer dan twee kilometer naar beneden, op een redelijk bochtige manier. Gelukkig gaat het niet heel steil naar beneden, maar toch. We fietsen voorbij Las Ermitas, ook weer een opvallende plek. Al zal het de renners vooral opvallen dat het nu nog twee kilometer aan 7% omhoog zal gaan. In de laatste kilometer van de klim gaat het vervolgens nog wat op en af, waarna we afsluiten met een strook aan 4% om na 91 kilometer de top van deze klim bereiken. Op minder dan 20 van het eind zijn we boven, terwijl we hier inmiddels rijden over bekende wegen. In 2021 en 2024 waren we ook nog in Córdoba, waar we in de absolute slotfase vaak wel lastiger klimwerk zagen. We rijden in Córdoba vaak over de memorabele Alto del 14%, een klim die we nu een keer overslaan. In 2021 reden we ook over de Alto de San Jeronimo, een weg die voorbij het wonderbaarlijke Medina Azahara in eerste instantie omhoog voerde over een andere weg, om voorbij Trassierra aan te sluiten op dezelfde route als nu. In 2024, de laatste keer dat we in Córdoba waren, reden we dan weer over dezelfde weg als nu omlaag, om ook weer uit te komen bij Medina Azahara. Variaties op hetzelfde thema in Córdoba, al is deze finale wel echt een stuk eenvoudiger.
![lpIuJzV.png]()
(vergeet die twee kilometer aan 8%, in plaats daarvan volgt er een langere en vlakkere strook, de rest van het profiel klopt wel)
![201908131021500000001565684510.2357.jpg]()
Voorbij de top van Las Ermitas beginnen we op de smalle weg alvast naar beneden te rijden, maar de afdaling begint pas echt als we voorbij de top rechtsaf slaan en op een bredere weg terechtkomen. Een weg die we ook kennen, in 2021 reden we hier bijvoorbeeld naar beneden op weg naar de finish in Córdoba, dat deden we toen zelfs twee keer. Nu dalen we slechts één keer af naar Córdoba, daarna zijn we meteen klaar. De afdaling is acht kilometer lang, vijf kilometer lang zal het een vrij lastige afdaling zijn. Het is bochtig, oh zo bochtig. De renners vliegen van de ene bocht naar de volgende, het is een afdaling waar je de rit ook kunt proberen te beslissen. Er zitten een aantal scherpere bochten tussen, maar het is vooral snel werk. Zou in principe wel moeten lukken, zeker aangezien we hier wel vaker te vinden zijn. Niet makkelijk, ook weer niet buitengewoon ingewikkeld. Na die vijf bochtrijke kilometers wordt de weg een stuk rechter, we rijden rechtdoor Córdoba binnen. Dit duurt drie kilometer, drie kilometer rechtdoor in nog steeds redelijk stevig dalende lijn. Aan het eind van deze rechte weg volgt er een stevige bocht naar links bij een grote rotonde, daarna rijden we zo goed als rechtdoor over een brede en vlakke weg tot op een kilometer of zes van het eind. Buiten het feit dat we een keer door een tunnelbak rijden en daar een flauwe bocht naar rechts tegenkomen valt er niets te melden, de finale in Córdoba gaat recht, breed en vlak zijn. Op zes kilometer van de aankomst volgt er wel iets van een versmalling, waarna we een brede bocht van 180 graden maken, daarna gaat het in feite weer rechtdoor tot op vier kilometer van het eind. Langs de palmbomen rechtdoor over een brede en vlakke weg, na een dag waarin we vooral lang over smalle en bochtige wegen rijden zal de finale als een verademing voelen. Op vier kilometer van het eind noteren we een keer een flauwe bocht, maar de eerste serieuze bocht volgt eigenlijk pas weer op 3,5 kilometer van de aankomst. Langs een stukje stadsmuur af gaat de brede weg naar rechts en direct daarna weer naar links, eigenlijk is dit ook niet eens zo serieus. We rijden daarna een paar meter rechtdoor vals plat omlaag, waarna er op drie kilometer van de finish een wat scherpere bocht naar rechts volgt. Eerst gaat het schuin naar rechts en daarna volgt de scherpe bocht. Een flauw bochtje later rijden we rechtdoor over de Guadalquivir, waarna we aan de andere kant van het water op twee kilometer van de finish bij een rotonde linksaf slaan. Bij die rotonde treffen we de lastigste bocht tot nu toe, maar voorbij deze bocht rijden we dan weer zo goed als rechtdoor over een weg die opnieuw breed en vlak is de slotkilometer tegemoet. Vlak voor de laatste kilometer begint slaan de renners bij de volgende rotonde rechtsaf, dit levert een wat makkelijkere bocht op. Na deze rotonde rijden de renners de slotkilometer binnen en dat is een bekende slotkilometer. In 2021 en 2024 zagen we steeds dezelfde laatste kilometer, al was de aanloop naar die kilometer toe totaal anders. We reden toen door de andere kant van de stad heen, vandaag verkennen we een keer het oosten van Córdoba. Enfin, de laatste kilometer is bekend. De renners rijden over de Puente de San Rafael binnen en werken een slotkilometer af waarin het grotendeels rechtdoor gaat. Een flauwe bocht naar rechts en het loopt in de laatste meters een beetje vals plat omhoog, toch weer geen volledig vlakke finish. Een bijzonder makkelijke finale, als die afdaling eenmaal achter de rug is. Na 110 volgt de finish op een bekende plek, na een finale waar ik niets lelijks over kan zeggen. Geen gekke bochten uit het niets, nee, beter dan dit kun je het haast niet uittekenen. De finish ligt naast een park, wat zorgt voor een mooi groen slot van deze rit. Heerlijk brede weg, hier kunnen we de tweede week van de Vuelta zonder veel controverse afronden.
![H7mE3M8.png]()
![3cce904b-70a4-483c-b0fe-e29c9c366db0_16-9-discover-aspect-ratio_default_1132827.jpg]()
Aan het eind van deze rit werken we heel wat kilometers af in Córdoba, een stad die uiteraard in Andalusië ligt. Het is de hoofdstad van de provincie Córdoba. De stad ligt op 122 meter boven zeeniveau, aan de rivier Guadalquivir en aan de voet van het gebergte Sierra Morena. In 2024 heeft ze 320.00 inwoners, waarmee het de derde stad van Andalusië is. Het is de warmste stad van Europa: de temperatuur stijgt elk jaar weer maandenlang onafgebroken boven 35 °C. De warmste stad van Europa, zelfs. Nou, dat merken we vandaag ook weer, daarom maken we er een korte tocht van. Córdoba was ooit een van de belangrijkste steden ter wereld, in de 10de eeuw zelfs de op een na grootste, met een voor die tijd ongekend hoog inwonertal van rond de 500.000. Het was de hoofdstad van het middeleeuwse emiraat Córdoba, later het kalifaat Córdoba. Uit die tijd zijn talrijke monumenten overgebleven, waarvan de Mezquita het bekendste is. Sinds 1984 staat het historische centrum van de stad op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De stad is de geboorteplaats van filosofen als Seneca, Averroes en Maimonides, die laatste staat ook bekend als Rambam. In culinaire kringen is Córdoba bekend vanwege het gerecht Rabo de Toro, een stoofpot van stierenstaart. Als gevolg van de omvangrijke Spaanse kolonisaties dragen op het Amerikaanse continent meer dan 1000 plaatsen de naam Córdoba, de belangrijkste daarvan is Córdoba in Argentinië. De eerste permanente bewoners van het gebied rond Córdoba waren de Tartessos. Ze dolven er koper en zilver. In de loop van de jaren begonnen zij ook met het bebouwen van het land, wat later de basis van de economie zou vormen. Tijdens de opkomst van de Carthagen verscheen de eerste bekende naam van de stad: “Karduba”. Die naam was een samentrekking van Kart-Juba (Stad van Juba), naar een Numidische generaal genaamd Juba, die het leven verloor in de omgeving van de stad, rond 250 v.Chr. Heel sick. In de eeuwen daarna kwamen de Romeinen langs, toen groeide de stad bijzonder snel en kreeg Córdoba onder meer een eigen koninklijk paleis, amfitheater, tempel, circus, drie aquaducten met bronzen versieringen, verscheidene fonteinen en een groot theater. Door deze Romeinse productiviteit had Corduba rond 300 na Chr. meer belangrijke gebouwen dan Rome. Nou! Nog veel later kwamen de Moren, toen ging het hier helemaal los. In het jaar 1000 was Córdoba uitgegroeid tot de grootste stad ter wereld met officieel 450.000 inwoners (volgens sommige bronnen meer dan 1 miljoen). Het was het belangrijkste financiële, commerciële en culturele centrum van de wereld. In die periode werd ook de indrukwekkende Mezquita gebouwd en de chique wijk Medina Azahara, nu een van de cultuurschatten van Spanje. Ook beschikte de bevolking van Córdoba over de grootste bibliotheek ter wereld met 400.000 boeken. Poh. Na de Reconquista ging het uiteraard bergafwaarts, maar Córdoba is nog steeds de moeite waard. De hele boel staat niet voor niets op de werelderfgoedlijst van UNESCO, er zijn vrij veel dingen vrij goed bewaard gebleven en die maken een bezoekje aan Córdoba meer dan de moeite waard. Alleen al vanwege de Mezquita, dat was na de bouw in 785 met zijn 23.000 m² de op twee na grootste ter wereld. Het islamitische gebedshuis kwam te staan op het terrein van de christelijke kerk San Vicente, waarvan de fundamenten bij opgravingen binnen in de moskee in de jaren 30 van de 20ste eeuw konden worden blootgelegd. Het bouwwerk vertoont sporen van Moorse, Romeinse, Byzantijnse, Syrische, Perzische en Gotische elementen; het was het voorbeeld voor de Spaanse moslimarchitectuur van de volgende eeuwen. Ongeveer 860 evenwijdig geplaatste marmeren zuilen ondersteunen de dubbele bogen, wat een uniek spel met licht en schaduw oplevert. Met de herovering van Córdoba door de christenen, in 1236, wordt de moskee tot katholieke kathedraal gewijd. Vanaf 1523 wordt gedurende 234 jaar gebouwd aan een geweldig gotisch kerkschip, waarin ook renaissance- en barokinvloeden zijn terug te vinden. De vroegere minaret doet nu dienst als klokkentoren. Nou, dan heb je nog een oude Joodse wijk met een synagoge, daarvan zijn er blijkbaar niet veel in Spanje te vinden. Er is de oude Romeinse brug, er is het Alcázar de los Reyes Católicos (de Burcht van de Katholieke Koningen), een 15de-eeuws slot met prachtige tuinen. En dan heb je nog een enorm lange lijst van opmerkelijke gebouwen, kortom, hier valt wel wat te beleven.
![1280px-Mosque_Cordoba.jpg]()
Het valt wel aan te raden om in de winter te gaan, want in de zomer is het hier niet te doen. Als je de Torre de Calahorra, een van de vele fraaie plazas of iglesias wil zien doe je dat beter niet in augustus. Torens, Romeinse overblijfsels, het kan hier niet op. Hoewel Córdoba ons ook een hoop ellende heeft geleverd, want Las Ketchup komt hier blijkbaar vandaan, de meidengroep bekend van The Ketchup Song. Asereje, ook wel. In Córdoba is de koers met enige regelmaat gepasseerd, vooral de Ruta del Sol komt hier graag voorbij. Al een keer of 50, naar het schijnt. Voor het laatst in 2017, toen won Victor Campenaerts hier een tijdrit. Hij won heel nipt voor Valverde, een Movistartijdrit in Spanje was in die tijd een geestige rubriek. De Vuelta is hier ook ontelbare keren gepasseerd. Naar het schijnt is men hier 16 keer vertrokken en kwam er 21 keer een rit aan, Córdoba is een populaire stad. In het verleden wonnen renners als Txomin Perurena, Jean-Paul van Poppel, Nicola Minali en zelfs Bart Voskamp hier. In 1998 begon de Vuelta in de stad, de eerste rit van die editie werd gewonnen door Markus Zberg. In de jaren daarna keerde Córdoba bijna jaarlijks terug, het leverde winnaars op als Oscar Freire, TerminAitor Gonzalez, Pablo Lastras en David Millar. In 2009 zagen we dan weer een piepjonge Lars Boom winnen in Córdoba. Boom zat in een vrij grote kopgroep en van die kopgroep was hij veruit de sterkste. De Alto de San Jerónimo werd in de finale twee keer beklommen, Boom fladderde weg en ze zagen hem nooit meer terug. Een mooie solo, met in de verre achtergrond hooguit een keer een uit de bocht vliegende achtervolger in beeld. In de Vuelta van 2011 keerden we terug naar Córdoba, ditmaal lag er in de finale slechts één beklimming. De Alto del 14%, jawel! Na deze klim reden de renners over een glooiende weg richting de Alto del San Jerónimo, net als bij de laatste passage in Córdoba, in 2024. Op het glooiende terrein voorbij de Alto del 14% werd er in 2011 slag om slinger gedemarreerd, maar op het moment dat de afdaling richting Córdoba begon waren we getuige van een heuse coup. Een piepjonge Peter Sagan smeet zich naar beneden en er bleven maar vier renners over in zijn wiel, waaronder drie ploeggenoten. Liquigas had de zaken gigantisch goed voor elkaar, Nibali, Agnoli en Capecchi waren mee. De oude vos Pablo Lastras sloop ook mee, Córdoba was wel een beetje zijn stad. Groot werd de voorsprong niet, maar de poging van Liquigas slaagde toch. Nibali pakte 17 seconden op zijn concurrenten, terwijl Peter Sagan in zijn eerste grote ronde ook meteen zijn eerste rit won. Lastras werd tweede, tegen Sagan en Liquigas als geheel was niets te beginnen. Een opmerkelijk einde, een bijzonder fraai staaltje koers van Liquigas. We hoopten twee jaar geleden uiteraard op een vergelijkbaar scenario, het verleden heeft bewezen dat de afdaling van de Alto de San Jerónimo uitermate geschikt is om de koers op z'n kop te zetten, maar die rit verliep net iets anders. Op de Alto del 14% gingen bijna alle sprinters overboord dankzij een strak tempo van Red Bull. Van Aert overleefde de klim wel, Groves net niet. Na de klim ging Groves op zijn muil, daar is hij de laatste jaren een specialist in geworden. Met een klein groepje doken we de afdaling in en ergens rond die tijd besloot Marc Soler zich weer te gedragen als Marc Soler. Hij ging in de aanval en hij kwam in zijn eentje aan de kop van de koers terecht. Daarachter moest Sepp Kuss het vuile werk opknappen voor Van Aert en dat lukte ook nog. Kuss haalde Soler terug, waarna we in de laatste paar kilometer nog meer aanvallen zagen. Sivakov probeerde het nog eens, maar hij werd dan weer teruggehaald door Vlasov. Onderlinge Russische nijd, of iets in die geest, een logische verklaring was er niet voor. Van Aert profiteerde in ieder geval, hij ging als eerste de sprint aan en niemand kon het hem moeilijk maken. In de groene trui pakte hij zo zijn tweede ritzege in die Vuelta, twee jaar later kan hij weer zijn tweede rit winnen in Córdoba. Nog een aankomst in Córdoba dateert van 2014, tijdens die rit reden de renners eerst omhoog naar de Alto de San Jerónimo om vervolgens af te dalen richting Córdoba en nog eens omhoog te gaan via de Alto del 14%, om daarna weer af te dalen richting het centrum. Zonder coup bij die gelegenheid, het is zeer zeker niet altijd prijs. John Degenkolb zou winnen, voor Vicente Reynes en Michael Matthews. De meeste sprinters waren na een dubbele klim in de finale wel gelost, maar enkele rappe jongens bleven toch over. In 2015 ging er nog een rit van start in Córdoba en daarna keerden we terug in 2021, in een rit met ook weer een dubbele beklimming rond Córdoba. De Alto del 14% was de tweede klim, daarna volgde dezelfde afdaling als nu. Rechtdoor omlaag naar de stad, geen omweg via de Alto de San Jerónimo. Tijdens de 12e rit van de Vuelta van 2021 reden de renners van Jaén naar Córdoba en iedereen wilde in de vlucht van de dag zitten. Dat had tot gevolg dat niemand in de vlucht van de dag terechtkwam, na 80 kilometer koers was er nog geen groepje weggereden. Iedereen werd meteen weer gegrepen, het tempo lag moordend hoog. Uiteindelijk reed er maar een klein groepje weg en die kregen weinig voorsprong, Córdoba was immers al akelig dichtbij. Die dag vond er rond Cordoba nog een valpartij plaats met onder meer A. Yates, Van Baarle en Roglic, het terrein dat we ook vandaag weer gaan zien is niet geheel ongevaarlijk. In de finale van die rit volgde er weer een beklimming van de Alto del 14%, waar het peloton stevig werd uitgedund. Enkele renners, waaronder Bardet, deden een poging om te ontsnappen uit het peloton en die poging leek lang heel kansrijk, maar bij het ingaan van de slotkilometer werden de vluchters toch ingerekend en draaide de rit in Córdoba alsnog uit op een sprint. De laatste paar edities winnen er steeds rappe mannen in de stad en daar kwam vijf jaar geleden op de valreep geen verandering in. De onvermoeibare Magnus Cort ging met de zege aan de haal. Hij had die Vuelta al een rit gewonnen vanuit de vlucht, waarbij hij net uit de greep van Roglic bleef. Enkele dagen later ging hij richting Valdepeñas de Jaén nog eens in de aanval, maar in de steile straten van die stad sneuvelde hij ditmaal in het zicht van de haven, hij werd opgepeuzeld door Enric Mas en Roglic. Niet getreurd, een dag na die op het nippertje mislukte aanval zou hij in de sprint zegevieren in Córdoba, Bagioli, Matthews en Trentin bleken in de sprint geen partij te zijn voor hem. Altijd spektakel in Córdoba, zo ongeveer. Nu gaan we het een keer proberen zonder de Alto del 14% of de Alto de San Jeronimo, maar ik sluit niet uit dat het alsnog vermakelijk wordt.
![1920px-Spain_Andalusia_Cordoba_BW_2015-10-27_12-11-57.jpg]()
In startplaats Palma del Rio wordt het overdag 40 graden, dat is dan ook meteen de reden dat we met een ingekorte rit te maken krijgen. Onvoorstelbaar warm, om het erger te maken is er geen kans op regen en nog minder kans op wind. Moet je nagaan, 40 graden en dan nog niet eens een verfrissend briesje. Met je hoofd de oven in, wielrenner zijn is geen feest. In Córdoba precies hetzelfde verhaal, 40 graden, windstil, geen kans op regen. Echt een vreselijke dag, eentje die wel korter is geworden. De renners waren oorspronkelijk om 12:35 van start gegaan, dat is nu 14:50 geworden. Scheelt toch weer dik twee uur. Na een neutralisatie van 10 minuten begint de rit om 15:00 echt, uiteraard is dit via Eurosport te zien. De aankomst verwachten we tussen 17:23 en 17:37.
![DSC4270-Pano-1.jpg]()
Deze rit zal weer grotendeels bepaald gaan worden door Visma. Ze kunnen het vanuit de aanval proberen, net als een paar dagen geleden, of ze gooien het op een sprint. Gezien het continu glooiende parcours en alle smalle en bochtige wegen tijdens een groot deel van de rit zou ik er als ploeg waarschijnlijk voor kiezen om voor de aanval te gaan, dit controleren lijkt me ondanks de geringe lengte van de rit ook niet direct een sinecure. De uitkomst zal evenwel hetzelfde zijn, Visma gaat dit niet laten liggen. Met Van Aert en Brennan allebei in vorm zou dat ook een schande zijn.
1. Brennan. Zijn beurt.
2. Albanese. Kan mee in de vlucht als we dat scenario krijgen, kan ook gewoon meesprinten als we dat scenario niet krijgen. Zekerheidje op een goed resultaat.
3. Van Aert. Hetzelfde spel als een paar dagen geleden in Loja is mogelijk, zelfs zonder Laporte. Ze kunnen mooi onderling de buit verdelen, even optimaal profiteren van de zwakte van het veld en de sterkte van de eigen benen.
4. Nys. Mag zich ook nog een keer tonen deze Vuelta.
5. Cort. Al eens gewonnen in Córdoba, lijkt me een goede reden om hem nog eens te noemen.