Etapa 14: Jaén - Sierra de La Pandera, 154,5 kmNou nou nou, dat was me even een partij een demonstratie van Visma, zeg. Onderweg naar Loja reed er buiten beeld een zeer grote kopgroep weg, zodra de uitzending begon was die kopgroep uit elkaar gevallen en in de afsplitsing van de kopgroep zagen we niemand minder dan Matthew Brennan. Er zat nochtans een zware klim in het begin van de rit, maar de jonge Brit vliegt door Spanje heen. Zijn jaar is echt niet makkelijk geweest, maar dit is wel echt een indrukwekkende piek. Hij zat vooraan met een stuk of tien collega's, al raakten ze vooraan wel Laurance kwijt na een valpartij. De Andalusische wegen zijn onverbiddelijk, alsof het een soort Mario Kart is liggen er hier denkbeeldige bananenschillen. Daardoor verloren we ook Muhlberger, stevige streep door de rekening voor Gall. Even later zagen we ook De la Cruz vallen, die kon daar bepaald niet mee lachen. Wij konden eigenlijk ook niet lachen met de ontstane situatie, je had een kopgroepje van 10 met daarin Brennan en dan een grote achtervolgende groep van een man of 30. Die achtervolgende groep reed al snel op anderhalve minuut en het leek er eigenlijk helemaal niet op alsof die groep nog terug zou keren. De mannen van Kern Pharma mochten het vuile werk opknappen, Elosegui mocht zich het snot voor de ogen rijden in dienst van Cobo en Berrade. Het peloton liet ondertussen lopen, al kwam EF na een tijd toch op kop omdat Skjelmose met de vlucht was meegeslopen. De Deen kwam het plekje van Carapaz bedreigen, richting het eind van de rit reed Ineos ook nog even op kop omdat het plekje van Onley eveneens bedreigd werd. Lang leek het erop alsof de voorste groep om de dagzege zou strijden, maar in aanloop naar de laatste klim van de dag werd het verschil dan toch kleiner. Op de klim zelf hadden we vooraan enkele aanvallen verwacht, een renner als Leknessund moest daar toch van Brennan zien af te komen, maar de Brit kwam totaal niet in de problemen. Uit de achtergrond stak op die klim dan weer een groep over, in die groep zagen we onder meer Van Aert. De man in de groene trui had zich dankzij de aanwezigheid van Brennan vooraan lang rustig kunnen houden, nu was het moment gekomen om zichzelf dan toch te tonen. Hij reed naar voren toe, waarna we getrakteerd werden op een heerlijke finale. Alhoewel, ergens was het ook weer een beetje matig. Ja, we zagen na de klim een miljoen aanvallen, maar het waren bijna allemaal aanvallen van of Brennan of Van Aert. Het duo van Visma had alles perfect onder controle, geen moment had je het idee dat een renner van een andere ploeg wel eens zou kunnen winnen. Ze bleven ook maar gaan, op allebei de renners stond geen maat. Na de klim keerde er vanuit de achtergrond bijna nog een grote groep terug, maar na een demarrage van Brennan werd het gat weer groter. En dan volgde er weer een demarrage van Van Aert. Dan viel het even vijf seconden stil, maar voor je het wist ging Brennan weer in de aanval. De andere koplopers probeerden ook nog wel iets, maar ze werden er al snel moedeloos van. Vooraan zagen we toch goede renners als Fisher-Black en Widar, maar niemand was goed genoeg om Van Aert en Brennan te bedreigen.
Visma had er ook voor kunnen kiezen om Van Aert op kop te zetten en voor de sprint met Brennan te gaan, maar ze kozen ervoor om beide heren slag om slinger te laten demarreren. Al die demarrages slaagden niet, de andere koplopers waren goed aan het opletten, maar op een lullig viaduct in de laatste paar kilometer lukte het Van Aert alsnog om weg te rijden. Hij demarreerde, met Valentin Paret-Peintre op het wiel. De andere koplopers zaten net niet op het wiel en op dat lullige strookje bergop bleek dat fataal te zijn. Van Aert slingerde de brommer aan en Paret-Peintre kon met pijn en moeite net aanhaken. Nouja, daarna was het wel klaar. Paret-Peintre nam voor de vorm nog twee keer over, maar reed in de laatste twee kilometer toch vooral op het wiel. Zijn enige kans om het Van Aert moeilijk te maken, maar het zat er niet in. In de sprint vloerde Van Aert de Fransman met zijn smerige ringbaardje met gemak. Eindelijk de overwinning voor Van Aert, daar was hij nu toch al bijna twee weken naar op zoek. Meteen ook weer een goede zaak gedaan met het oog op de puntentrui, die trui is alleen nog steeds niet binnen omdat Brennan in deze vluchtersrit ook gewoon vooraan zat. Dat werd wel nog een spannende sprint om de derde plaats, Widar kwam verrassend dicht. Enfin, nouja, vermakelijke vluchtersrit. Al was het nog vermakelijker geweest als de mannen van Visma niet zo sterk waren, ze speelden hier echt met de tegenstand. Waanzinnig knap gedaan, maar het was pas echt geweldig geweest als er iets meer tegenstand was geweest. Wel een mooie en terechte zege, helemaal zelf afgedwongen, zelf het initiatief genomen en het sterk afgerond, maarja, spannend was het dan stiekem toch ook weer niet. De enige vraag was of Brennan of Van Aert zou winnen, na drie ritzeges van Brennan volgde nu dan de eerste van Wout. Een tweede zal niet meteen volgen, want we duiken nu weer de bergen in. We zijn aangekomen in het volgende weekend en dat weekend trappen we af met een aankomst bergop. We gaan weer eens naar Sierra de la Pandera, een bekende plek. Een zware aankomst bergop, Enric Pogamas is weer aan zet.
![Y0wgbdE.png]()
![m9mDLjh5ASjXVbPVLPWFnd-1200-80.jpg]()
Na een aantal dagen van start te zijn gegaan in de kust gaan we vandaag eens een keer van start in het Andalusische binnenland. Tijdens deze XXL-editie van de Ruta del Sol bevinden we ons bij de start van de volgende rit in Jaén, een gemeente in de provincie Jaén (goh) in de regio Andalusië met 112.757 inwoners. Volgens Wikipedia heeft de stad twee veelgebruikte bijnamen: Capital del Santo Reino (Hoofdstad van het Heilige Koninkrijk), en Capital mundial del aceite de oliva (Wereldhoofdstad van de olijfolie). Gisteren reden we al een eeuwigheid door eindeloze velden vol olijfbomen heen, dat gaat vandaag alleen nog maar erger worden. In de Romeinse tijd lag op de locatie van Jaén een Romeinse villa, de Villa Julia. De stad dankt haar naam aan de Arabieren. De naam van Jaén komt van Arabisch: Yayyan (جيان ). Goed om te weten, me dunkt. Belangrijke bedrijfstakken in de stad Jaén en omgeving zijn: de landbouw, alsmede de handel in en de industriële verwerking van landbouwproducten, met name de hier uit duizenden olijfboomgaarden in de regio afkomstige olijfolie; het toerisme, vanwege de historische bezienswaardigheden in de stad en haar omgeving; de dienstensector, omdat Jaén een universiteitsstad en een regionaal bestuurscentrum is. Nou, ook goed om te weten. Industrie is er ook nog, bah. Dat produceren van olijfolie schijnt wel de nodige overlast met zich mee te brengen. Een belangrijk milieuprobleem van de olijfoliefabricage is de na het persen en destilleren als afvalstof vrijkomende, vloeibare, bittere droesem. In de streek rond Jaén is dit probleem groot, en hier vigeren drie verschillende benamingen voor deze droesem: amurca, hetgeen "bitter" betekent, jamila en alpecín. Het is van groot belang, dat deze droesem niet in oppervlaktewateren wordt geloosd, daar deze zeer schadelijk is voor al het leven in de rivieren en beken. En dat gebeurt natuurlijk wel, haha. Jeetje, alpecín, gelukkig is bijna de volledige ploeg van Alpecin-Premier Tech inmiddels al naar huis. We houden alleen fenomeen Debruyne nog over, zo'n beetje. Enfin, er zijn ook bezienswaardigheden. Op de heuvel boven Jaén ligt de kasteelruïne Castillo de Santa Catalina, de grotendeels na 1950 met pijnbomen beboste helling tussen dit kasteel en de stad zelf wordt het Parque periurbano de Santa Catalina genoemd en is een stadsrandpark (een wat?). Een gedeelte van het van oorsprong door de Arabieren in de 8e eeuw gebouwde Castillo is gerestaureerd en als hotel (parador) in gebruik. Jaén beschikt tevens over een kathedraal, ja! Catedral de la Asunción de Jaén, een 16e-eeuwse kathedraal in renaissancestijl, om precies te zijn. Er zijn ook oude Arabische baden te vinden, het gebouw van de hamam uit de 10e eeuw is goeddeels bewaard gebleven. De lokale feesten zijn de Feria de San Lucas en de Santa Semana, nou, lachen. En dan is er nog een plaza de toros, walgelijk. In het verleden is de Vuelta behoorlijk vaak in Jaén geweest, vooral in het recente verleden zijn we meermaals in de stad geweest. In de Vuelta van 2022 reden we nog dwars door Jaén heen op weg naar Sierra de La Pandera, de klim waar we tijdens deze rit ook naartoe rijden. Een jaar eerder, in 2021, ging er ook een rit van start in Jaén, toen trokken we naar Córdoba waar we nu dan weer morgen naartoe gaan rijden. Zo keren steeds dezelfde plaatsen terug, blijkt maar weer. Voor 2021 was het van 2009 geleden dat er nog eens een rit va start ging in deze stad, Jaén heeft een tandje bijgeschakeld naar het zich laat aanzien. Toen we in 2009 van start gingen trokken we ook naar Córdoba, toch een stad die niet vaak ontbreekt als we ons in Andalusië bevinden. Het wordt de elfde keer dat er een rit vertrekt vanuit Jaén, terwijl hier ook wel eens ritten zijn aangekomen. In 2008 bijvoorbeeld, toen won Alejandro Valverde in deze stad. In de Ruta del Sol komt deze stad ook wel eens voorbij, in 2020 ging een rit van deze koers hier van start en in 2014 kwam er nog eens een rit aan in Jaén, met weer Valverde als winnaar. Begin dit jaar ging de derde rit van de Ruta del Sol van start in Jaén, het is dus voor de tweede keer dit jaar dat de locals de koers zien passeren. Toen reden e naar Lopera, waar Milan Fretin de sprint won, een ander type gaat vandaag met de zege aan de haal. De betreurde Xavi Tondo won hier in de Ruta del Sol van 2009 dan weer een proloog, terwijl Petacchi hier in 2008 een sprint won voor Visconti en Ricco. Er staat een streep door zijn naam, maarja, door de namen van Visconti en Ricco kun je zeker in het magische jaar 2008 ook meteen een streep zetten. Uit Jaén zijn enkele bekende coureurs afkomstig, wat te denken van Manuel "Triki" Beltran! Alpe d'Huez 2003, never forget. Buiten dat natuurlijk nog meer mooie dingen laten zien, een verdienstelijk coureur. Ook wel iemand met een besmet verleden natuurlijk, maar goed, wie zonder zonde is werpe de eerste steen! Liefst 24 grote rondes achter zijn naam, al won hij nooit een rit. In zijn laatste Vuelta won hij niet ver van hier, in Granada, dan eindelijk bijna zijn rit. Maarja, gevloerd door Samuel Sanchez, kan de beste overkomen. Met Javi Moreno komt er nog een andere bekende ex-prof uit Jaén, net als Beltran ook een gevleugelde klimmer. Reed jarenlang voor ploegen als Caja Rural, Movistar en Bahrein, bij die laatste ploeg viel hij dan weer vooral op omdat hij een keer een renner in het skoekeloen duwde. Na een passage bij Delko sloot hij zijn carrière af in Portugal, bij het inmiddels legendarische Glassdrive Q8 Anicolor. Hij kon daar alleen niet de prestaties van kleppers als Moreira, Guerin en Nych benaderen, het werd een roemloos einde. Een huidige prof uit Jaén heeft ook nog ooit voor Delko gereden, ik heb het nu over een klimmer die namens Burgos-BH meedoet aan deze Vuelta. José Manuel Diaz mag in zijn eigen stad aan deze rit gaan beginnen, dat zijn altijd de mooiste momenten. Hij rijdt wel voor Burgos, dus bakt hij er uiteraard vrij weinig van. Een paar dagen geleden vanuit de vlucht 11e op Calar Alto, en nu 38e in het klassement, in alle koersen buiten de Vuelta om komt hij doorgaans beter uit de verf. Naast deze drie bekende namen heb je ook nog een resem onbekende ex-profs uit de stad, bijna allemaal reden ze voor de lokale ploeg, Andalucia-Caja Sur. Zo'n ploeg die je tegenwoordig toch wel mist, zoals we ook nog altijd met weemoed terugdenken aan Xacobeo-Galicia. Sportieve stad in ieder geval, dat Jaén. Een stad met een stevige geschiedenis, al is dat eigenlijk in de hele regio Andalusië altijd het geval. Moorse tijd, Reconquista, de hele mikmak. Na de Reconquista kreeg Jaén zelfs een eigen koninkrijk, toe maar. Een van de vier koninkrijken van Andalusië, dat maakt het dan gelijk weer minder indrukwekkend. Ook hier enkele eeuwen later dan weer bombardementen tijdens de Spaanse Burgeroorlog, sad. Een wat geiniger nieuwerwets verhaaltje dan: In 2011 werd een, door velen vanwege de hoge aanlegkosten en het (vermeend) beperkte nut als overbodig beschouwde, tramlijn in Jaén geopend. Na een proef van enkele weken werd de tramlijn weer gesloten. Doordat Jaén werd bestuurd door politici die tegenstanders van de tramlijn waren geweest, bleef deze tot 2021 buiten gebruik. In het begin van dat jaar is een akkoord tussen diverse partijen gesloten, dat leidt tot de heropening en volledige ingebruikname van de tramlijn omstreeks oktober 2022. Op het 4,7 km lange traject gaan trams van Alstom Citadis rijden. Lekker man.
![jaen-overview-kathedraal.6.b958.jpg]()
![1280px-Ja%C3%A9n_-_Muralla_calcol%C3%ADtica.jpg?utm_source=es.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
Een stukje ten noorden van het centrum van de stad gaan de renners van start langs het fraaie Parque Andrés de Vandelvira, een architect uit de 16e eeuw die werd geboren in het dorpje Alcaraz waar we een aantal dagen geleden nog zijn geweest. Andrés de Vandelvira kwam in Jaén en omgeving terecht en daar ontwierp hij meerdere gebouwen, waaronder de iconische kathedraal van de stad. Hij zou later ook komen de overlijden in Jaén, in die zin wel logisch dat er een park naar hem is vernoemd. Enfin, de renners beginnen aan een redelijk lange neutralisatie en tijdens deze neutralisatie rijden ze natuurlijk dwars door de stad heen. Buiten Jaén gaan de renners op een brede weg tussen de olijfbomen daadwerkelijk beginnen aan de rit, in de eerste kilometers van de rit komen ze wegen tegen die ze misschien nog wel kennen. In 2022, de vorige keer dat we naar La Pandera gingen, niet eens zo gek lang geleden dus, reden we vanuit Montoro over vrij vlakke wegen naar Jaén toe. Voorbij Jaén reden we een aantal kilometer over de weg die nu ook gaat volgen, op dezelfde manier als toen rijden we naar Mancha Real. Voorbij Mancha Real plakken we er nu een klein lusje aan vast, om weer terug uit te komen in dat dorpje. Als we terug zijn in het dorp volgen we weer een aantal kilometer de route van 2022, Escartin heeft het zichzelf weer niet te moeilijk gemaakt. Maar goed, oké, we gaan dus buiten Jaén van start op een brede weg en deze weg loopt eigenlijk meteen vanuit het vertrek omhoog. De eerste 14 kilometer van de rit rijden we richting Mancha Real en in deze 14 kilometer komen we toch maar mooi 350 meter hoger uit. Het is niet echt een klim, maar de start is in ieder geval niet volledig vlak. We noteren een klim van een kilometer of 13 aan 2,7%, al dus PCS. Climbfinder heeft een profiel en kijkend naar dat profiel zie ik toch maar mooi een kilometer of drie waarin het aan 4% omhoog zal gaan, en een kilometer of vijf waarin de brede en behoorlijk rechte weg door een op een miljoen olijfbomen na lege omgeving aan een procent of drie omhoog zal gaan. Tussendoor zitten er enkele volledig vlakke stroken tussen, en heel wat stukken vals plat. Lastig is anders, maar hey, het is in ieder geval geen volledig vlakke start. Alle renners die we de afgelopen twee dagen in de aanval hebben zien gaan mogen zich meteen weer gaan roeren, merkwaardig genoeg gaan we hier niets van zien. Het is nochtans een bergrit, in het weekend ook nog eens, maar alsnog begint Eurosport er pas om 14:45 aan en tegen die tijd hebben we al dik 50 kilometer afgehaspeld. Over de eerste 13 kilometer van de rit toch in Mancha Real zou je veel kunnen zeggen, maar dat is niet direct nodig. Vooral vals plat omhoog over een rechte en brede weg met soms wat stroken tot 4%, daar mogen de aanvalslustige renners het mee stellen. Na een kilometer of negen slaan de renners voorbij een kasteelruïne op de top van een heuveltje rechtsaf een andere weg in, dat is voorlopig zo'n beetje de enige bocht. Een kilometer of vijf later bereiken ze Mancha Real, na een miljard olijfbomen te hebben gezien. In Mancha Real komen de renners een rotonde met een kunstzinnige olijfboom tegen, voorbij deze rotonde rijden ze rechtdoor het centrum binnen en hier wijken ze tijdelijk af van de route van 2022. We beginnen aan een extra lusje, waarna we over een kleine 30 kilometer zullen terugkeren in Mancha Real.
![XcqZax2.png]()
![dbyHQ2C.png]()
In Mancha Real komen we nog een rotonde tegen, terwijl we ook een tijdje over een wat smallere straat rijden. Buiten het dorp komen we dan weer op een brede weg terecht en deze weg zal een kleine tien kilometer omlaag gaan lopen. In dit stuk komen we amper 200 meter lager uit, van een echte afdaling is daarom geen sprake. De brede en niet al te bochtige weg voert weer eens lands een eindeloze hoeveelheid olijfbomen, het is een zeer simpele tocht door een decor dat behoefte heeft aan iets meer variatie. Overal waar je kijkt, alleen maar olijfbomen. Geen enkele bocht van belang, terwijl het op zo'n voorzichtige manier omlaag gaat dat je flink moet bijtrappen om vooruit te komen. Aan het eind van deze weg slaan we in het natuurpark van de Sierra Mágina rechtsaf een nieuwe weg in en na deze brede bocht beginnen we aan een soort van klim van acht kilometer richting het dorpje Torres. Soort van, want in deze acht kilometer gaat het gemiddeld aan slechts 2,3% omhoog. De weg loopt vooral vals plat omhoog aan 2% met tussendoor een vlakke kilometer en dan voor de vorm nog een kilometer aan 4%. Een brede maar iets bochtigere weg vals plat omhoog tussen nog wat meer olijfbomen in, maar ook met uitzicht op een aantal bergen. Echt zo'n typische weg uit de Ruta del Sol, zo'n weg die niet blijft hangen, behalve dan dat je ziet dat het zo'n weg is. De weg is breed, maar het asfalt is hier wel iets matiger, ik zie een hoop scheuren in het wegdek. En ik zie weer een hoop olijfbomen, daar gaat de lol ook snel af hoor. Na 33 kilometer komen we uit in Torres en in de omgeving van dit dorpje vinden we een aardige hoeveelheid bochten en ook een aardige hoeveelheid coöperaties die hier dan dus samen alle boomgaarden beheren. Na een kort stukje in dalende lijn zonder bochten van belang rijden we langs een hoge rots af, boven op die rots liggen de witte huisjes van Torres. Op het hoogste punt van deze rots heeft men dan weer een grote schommel geplaatst, die schommel vormt de belangrijkste trekpleister van het dorp. Genoeg reden om snel door te gaan, me dunkt. We komen in de buurt van de rots dan toch nog een lastige bocht tegen, het peloton neemt een terugdraaiende bocht naar rechts en na die bocht bereiken we een iets smallere weg die ons terug naar Mancha Real gaat brengen. Deze weg loopt eerst nog wat verder omlaag, we komen een haarspeldbocht tegen en vervolgens een lange bocht naar rechts, waarna de weg opnieuw omhoog zal lopen. De renners rijden over de rivier Gil Moreno en voorbij dit riviertje beginnen we aan een kort klimmetje dat zowaar de moeite is. Als we over de brede brug zijn gereden gaat het meteen een kilometer aan 7% omhoog, daarna volgen er twee kilometer aan 6%. Drie kilometer aan meer dan 6% gemiddeld, toch is dit volgens de organisatie allemaal niet zo rullevant. De eerste echt lastige stroken in het eerste deel van de rit, lijkt mij dus wel nog enigszins belangrijk. De renners rijden hier ook zowaar een tijd langs wat bossen en rotsen af, eens even een tijdje wat minder olijfbomen. Is van korte duur, zodra we de top van dit klimmetje bereiken komen we weer in de olijfbomenzee terecht. Hier beginnen we aan een soort van afdaling, terug richting Mancha Real. Deze afdaling stelt geen hol voor, de weg loopt vooral vals plat omlaag met tussendoor ook een paar korte knikjes vals plat omhoog. De renners komen een aantal duidelijk aanwezige bochten tegen, al helpt het dat het asfalt hier goed is en dat de weg uiteindelijk toch ook gewoon breed genoeg is. Steil omlaag loopt het ook nooit ergens, kortom, komt wel in orde. Alhoewel, wel Andalusische wegen, het gevaar loert hier om iedere hoek zagen we gisteren nog. Hoewel we zelfs nog een tweetal haarspeldbochtjes tegenkomen verwacht ik dat de renners veilig en wel Mancha Real bereiken, na 44 kilometer komen we daar voor de tweede keer vandaag voorbij.
![KAtwU8N.png]()
![zuEzUMT.png]()
(bij het onderste profiel moet je de boel even omdraaien, de stukken omhoog gaan omlaag en vice versa)
![IMG_5621-JPG.jpg]()
In Mancha Real komen de renners een paar bochten en rotondes tegen, waarna ze uit gaan komen op een bekende weg. Ze bereiken een rotonde waar ze al eerder waren, hier slaan ze na een passage over een smallere weg linksaf een bredere weg in en na deze bocht komen we op bekend terrein terecht. Het lusje is voorbij, we komen nu weer terecht op het parcours van de Vueltarit van 2022. Tevens de route van een tijdrit in de Ruta del Sol van 2019, vanuit Mancha Real reden we toen over dezelfde weg als nu richting La Guardia de Jaén. Een tijdrit gewonnen door de walgelijke Wim Tellens, toen nog rijdend voor Lotto-Soudal kreeg hij het voor elkaar om een Fuglsang onder begeleiding van dottore Ferrari te kloppen. In de top tien verder namen als Izagirre, Kruijswijk, Adam Yates, Haig, Bilbao, Simon Yates, Mohoric en Vlasov, een beter bezette koers dan deze Vuelta kortom. Sommige renners zullen dus parcourskennis hebben, al heb je dat hier eigenlijk niet eens echt nodig. We rijden een tijdje over een brede weg omhoog zonder schokkende percentages, buiten Mancha Real gaat het een tijdje aan 3% omhoog waarna er ook nog even een zo goed als vlakke kilometer volgt. We rijden richting de top van de Puerto de Siete Pilillas en vlak voor de top van dit klimmetje wordt het toch nog even leuk, soort van. De weg wordt iets smaller, iets bochtiger en er is zo nu en dan een fraai uitzicht over alle olijfboomgaarden in de omgeving. Na een vlakker stukje gaat het aan het slot een kilometer aan 7% omhoog, waarna het in de laatste meters voor de top zelfs nog wat steiler wordt, richting de 8%. Zelfs nog een tijdje een kicken rotswand hier, zowaar iets van echte natuurpracht. Vervolgens komen we na ongeveer 50 kilometer uit op de top van deze Siete Pilillas, de zeven, uh, ja, geen idee. Nog maar 100 kilometer te gaan, we zijn al bijna binnen joh! Blijkbaar is de Siete Pilillas een geliefde berg voor paragliders. Aan die activiteit beginnen heel wat mensen op de top van de berg, in 2018 vond hier zelfs het Spaans kampioenschap paragliden plaats. Het is ook een geliefde berg voor de fans van Antwan Tolhoek, want zijn naam staat meerdere malen op de weg gekalkt. Hij deed in 2019 mee aan de Ruta del Sol en werd toen 24e in de tijdrit, ik kan dus niet bepaald vaststellen of alle aanmoedigingen hebben geholpen. Enfin, na de klim volgt er een afdaling van goed en wel acht kilometer. Vooral in het begin gaat het vrij serieus naar beneden, terwijl we een aantal bochten tegenkomen. Niet de breedste weg ooit, en een paar van die bochten zijn nog onoverzichtelijk ook. Kortom, wellicht moet er zelfs een beetje opgelet worden door de coureurs. Na het begin van de afdaling komt het peloton uit in het dorpje Pegalajar, waar twee scherpe bochten liggen. Na de tweede scherpe bocht bereikt men een bredere weg, daarna is het restant van de afdaling perfect te doen. Het gaat steeds minder steil naar beneden, er zijn amper bochten te vinden en de weg is breed en goed. Genoeg tijd om opnieuw te kijken naar een shitload aan olijfbomen. Beneden komen we een brede rotonde tegen, waar we rechtdoor gaan. Hierna slaan we even verderop linksaf een smaller weggetje in, dat weggetje gaat ons brengen naar La Guardia de Jaén. We slaan even verderop nog eens linksaf, rijden over een brug heen, daarna onder een viaduct door en dan begint een ongecategoriseerde klim. De komende twee kilometer gaat het aan 6% omhoog naar dat La Guardia de Jaén, serieus klimwerk! Via een paar bochten werken we ons omhoog naar La Guardia, een plaats die al sinds de prehistorie is bewoond en waar ONZE Wout Poels in de Ruta del Sol van 2018 een rit won, waarna Tim Wellens een jaar later de tijdrit won die eveneens hier eindigde. Idyllisch gelegen op een heuvel, kasteeltje erbij, hoppa. Poels won overigens niet in het dorp zelf, hij won op een heuvel boven La Guardia de Jaén, de Alto de Allanadas. Een klim van vijf kilometer aan bijna 10%, zo eentje waarvan je het idee hebt dat Escartin er eigenlijk ook wel likkebaardend naar kijkt. Maar toch, de Vuelta doet er voorlopig niets mee. In plaats daarvan gaan we voor de zoveelste keer naar La Pandera.
![AiBEYeq.png]()
![la-guardia-de-jaen.png]()
![np_foto_Castillo_La_Guardia2.jpg]()
Vooral in de eerste anderhalve kilometer gaat het serieus omhoog in La Guardia de Jaén, we komen hier toch een aantal mooie stroken aan 8% tegen, de moeite. Eenmaal in La Guardia de Jaén komen we op de top van een heuvel een kicken kasteel tegen. Uiteraard ligt hier een kasteel, de naam van het dorp geeft het al weg. Jaén beschermen, dat was hier de bedoeling. Na een vlakke kilometer in het dorp, waar het wel even heel smal wordt, gaat het vervolgens een kilometer of vier naar beneden richting Jaén, we keren terug na de stad die in het verleden dus verdedigd moest worden. De weg omlaag is breed, kent weinig bochten en het gaat überhaupt maar aan een procent of vier naar beneden. Nee, dat is het probleem niet. Na de simpele afdaling loopt de weg meteen weer omhoog, de komende negen kilometer mogen we aan 4% klimmen. Dit wordt wel een onregelmatig klimmetje, we verlaten in Jaén de hoofdweg om dwars door het centrum te rijden en daar loopt de weg een tijdje vrij steil omhoog. Ook een kort stukje in dalende lijn, terwijl de wegen in het centrum zo nu en dan smal en bochtig zijn. Wel geestig, 70 kilometer na de start keren we terug in de startplek. Omdat de start niet live uitgezonden wordt krijgen ze zodoende alsnog waar voor hun geld in de stad, Jaén wordt zeker met de passage in het centrum alsnog uitgebreid in beeld gebracht. Tijdens onze bochtige tocht door Jaén heen fietsen we langs de kathedraal, de zogenaamde Catedral de la Asunción de la Virgen de Jaén. Dit grote renaissancekathedraal in barokke stijl met het Santo Rostro-relikwie en een religieus kunstmuseum krijgt alsnog wat aandacht, dat is nog eens marketing. Bijzonder genoeg rijden we echt direct langs de kathedraal af, over een straat waar wat steentjes liggen. Zo'n passage die je eerder tijdens de neutralisatie verwacht, als we al vol aan het koersen zijn brengt zo'n doortocht in een historisch centrum altijd iets van risico met zich mee. Het zijn wel slechts keurige klinkers die hier liggen, ook weer geen kasseien. Als we voorbij de kathedraal ook nog langs een kicken klooster en een deel van de oude stadsmuur zijn gereden komen we buiten het centrum weer op een brede asfaltweg terecht en enkele bochten en rotondes later komen we weer op de doorgaande weg terecht. We verlaten daarna voor de tweede keer vandaag de stad van Triki Beltran en deelnemer José Manuel Diaz, waarna we buiten Jaén nog een tijdje mogen klimmen. Toen we in 2022 door Jaén reden was Diaz er overigens ook bij, wat een mazzelpik, tijdens zijn derde Vuelta rijdt hij nu al voor de tweede keer door zijn eigen stad heen. Kunnen er maar weinig zeggen, ik denk dat we José Manuel Diaz alvast op kunnen schrijven voor de vlucht van de dag. Aan de rand van de stad volgt er voorbij een rotonde een stuk in dalende lijn en daarna gaat het 4,5 kilometer aan 3,5% omhoog naar de Mirador Los Villares. Dit stuk is behoorlijk onregelmatig, de brede weg is bijvoorbeeld een kilometer zo goed als vlak, waarna het anderhalve kilometer omhoog gaat aan 4%. Daarna gaat het zelfs een kilometer omhoog aan 6%, waarna het richting de top weer afvlakt. Best een mooi uitzicht op de top, al laat het zich ondertussen ook wel weer raden wat we hier zien. Een hoop olijfbomen, vooral. Paar bergen, daar moeten we naartoe.
![mirador-los-villares-castillo-de-las-penas-de-castro-puente-jontoya.png]()
![vuelta21st12-jaen-start-1000.jpg]()
![hZJjywd.jpeg]()
Voorbij de mirador volgt er een korte afdaling van amper drie kilometer richting het dorpje Los Villares. Een afdaling die je met je ogen dicht en je handen op je rug zou kunnen nemen. De weg is gigantisch breed en het gaat zo goed als rechtdoor. Los Villares bereiken is dus geen enkel probleem, normaliter. Ogen mogen trouwens wel open voor de omgeving, deze Vuelta wordt tot nu toe alleen gered door de mooie plaatjes. Eenmaal in Los Villares stuiten we op een rotonde, niet veel later komen de renners nog een rotonde tegen en voorbij dat ronde punt begint de volgende klim, de Puerto de Los Villares. Over die naam heeft men lang nagedacht, jeminee. Het gaat de komende 10,4 kilometer aan 5,5% omhoog naar de top van deze klim van tweede categorie, die ook wel de Puerto Viejo wordt genoemd. De oude klim, ik vraag me dan meteen af of er ook een Puerto Nuevo is. Enfin, na een stukje vals plat in Los Villares gaat het in de eerste echte kilometer van de klim omhoog aan 4%, waarna er een nieuw stuk vals plat volgt. Dan begint de klim eigenlijk pas echt, na een kilometer aan 5,5% gaat het een kilometer aan 7,5% omhoog. In de volgende kilometer gaat het aan 7% omhoog en daarna volgt een kilometer aan 6,5%, wel met stroken tot 10%. In het begin loopt de weg behoorlijk rechtdoor in een best aardige omgeving, na een tijd wordt het bochtiger en slingeren we ons weer een weg tussen de olijfbomen door. Richting de top van de klim gaat het nog twee kilometer aan 5% omhoog, zit er een kilometer aan 6,5% tussen en sluiten we af met een kilometer aan 5,5%, wat mooi bij het gemiddelde past. Na 93 kilometer komen we boven op deze klim, vooral richting de top gelijkend op een snelweg omhoog. In de Vuelta van 2022 reden we vanuit Jaén ook naar deze Puerto de Los Villares toe, om op de top rechtdoor te rijden, een kort stukje af te dalen en daarna meteen naar de Sierra de La Pandera te klimmen. Dat pakken we nu anders aan, we slaan op de top rechtsaf en gaan een lange omweg nemen om uiteindelijk via het legendarische Valdepeñas de Jaén naar La Pandera te rijden. Ik ben overigens best ontevreden met het gegeven dat we ook dit jaar weer de Puerto de Los Villares beklimmen, vooral nu we op de top rechtsaf slaan. Beneden in het dorp Los Villares hadden we meteen rechtsaf kunnen slaan, om daarna via een smalle weg te beginnen aan een veel lastigere klim. Er loopt hier een weg omhoog van vier kilometer aan 9%, een weg die vorig jaar tot twee keer toe werd opgenomen in het parcours van de Ruta del Sol. Na deze steile klim zouden we aansluiten op de weg die we nu gaan bereiken als we op de top van de Puerto de Los Villares rechtsaf slaan. We hadden met andere woorden naar hetzelfde punt kunnen rijden, maar in plaats van een klim van een kilometer of 10 aan 5,5% hadden we dat via een klim van vier kilometer aan 9% kunnen doen. Kleine misser van de organisatie, dankzij de Ruta del Sol kunnen we niet zeggen dat het een onbekende klim is. Maar goed, we rijden dus op een wat meer klassieke manier omhoog naar deze Puerto Viejo, waar op net iets meer dan 60 kilometer van de aankomst een bocht naar rechts volgt. Na deze bocht komen we zowaar een aantal kilometer tegen die we niet zo goed kennen.
![MYcGQg7.png]()
![Villares.jpg]()
![IMG_3943.JPG]()
Na de bocht naar rechts op de top van de Puerto Viejo, ook wel de Puerto de Los Villares, beginnen we meteen aan een afdaling van acht kilometer richting Fuensanta de Martos. Over een net iets minder brede weg met net iets minder goed asfalt rijden we in eerste instantie een tijd vooral rechtdoor omlaag. Het duurt zo'n beetje twee kilometer voor we de eerste bocht tegenkomen, na deze ietwat scherpe bocht naar rechts loopt de weg vervolgens een halve kilometer vals plat omhoog. We bereiken op de top van dit knikje een kruispunt, hier ligt aan de rechterkant van de weg de weg waar ik het net over had. We hadden een stuk steiler omhoog kunnen klimmen, om uiteindelijk op hetzelfde punt uit te komen. Enfin, iets voor de toekomst, zullen we dan maar denken. De Vuelta gaat vaak naar La Pandera, we krijgen vast een herkansing. Voorbij het kruispunt begint het tweede deel van de afdaling, dit deel is iets bochtiger terwijl het ook wat steviger naar beneden gaat. Vooral in de laatste twee kilometer van de afzink moet er serieus gedaald worden tegen stevige percentages. Als we bijna in Fuensanta de Martos zijn verschijnen er meerdere haarspeldbochten in beeld, met nog een aantal andere ietwat scherpere bochtjes tussendoor. Vanwege de iets smallere weg worden dit soort bochten automatisch technisch, zeker als we dan ook nog eens de staat van het Andalusische asfalt meenemen in onze overwegingen. Bijna beneden volgen de bochten elkaar in hoog tempo op, ik durf dit zonder meer een technische afdaling te noemen. Wel nog ver van de finish, de renners zullen zich hier nog wel een beetje inhouden. Bijna beneden zien we in de diepte Fuensanta de Martos liggen, het dorpje ligt mooi in de vallei ingeklemd tussen de bergen. Na een paar laatste lastige bochten slaan we in het dorp rechtsaf om vervolgens in stijgende lijn door een woonwijkje te fietsen. Halverwege de wijk loopt de weg weer omlaag, we dalen nog een kort stukje verder en na een bocht naar links komen we vervolgens voorbij het lokale voetbalveld, om dan nog eens linksaf te slaan en kort door het centrum te rijden. Heel kort, we verlaten Fuensanta bijna meteen weer en als we wederom terechtkomen in een zee van olijfbomen loopt de weg buiten het dorp een halve kilometer aan 4% omhoog. Dit wordt een beetje het verhaal van de komende kilometers, we bereiken glooiend terrein. Tot in Castillo de Locubín, waar de tussensprint gaat volgen, komen we in 20 kilometer tijd twee langere klimmetjes tegen en dan nog een reeks
hupsjes. Dit is wel een fascinerend stukje rit, al is het uiteindelijk vooral een stukje rit waar weinig gaat gebeuren. We wachten op de finale, tijdens dit stuk zal er ongetwijfeld zowel vooraan als achteraan alleen maar tempo worden gereden. De renners rijden de komende kilometers over een net wat smallere weg met net wat minder asfalt, deze smalle en niet al te beste weg slingert door een decor van olijfbomen en warempel ook andere bomen. Het gaat wat op en af, al loopt het momenteel vooral voorzichtig omlaag. Na een kilometer of zes over deze weg gereden te hebben bereiken de renners het gehucht El Regüelo, hier rijden ze over een brug, ze maken een smalle passage tussen wat huisjes door mee en dan begint er een iets langer klimmetje. Drie kilometer gaat het aan 5% omhoog, met halverwege een kilometer aan 6%. We hebben deze Vuelta al regelmatig een
fuga de la fuga gezien, dit is dan nog wel zo'n klimmetje waar je stiekem kunt proberen weg te rijden. De smalle weg slingert vrolijk omhoog, je bent zo uit beeld. Al gaan we natuurlijk gewoon wachten op de Pandera, kan niet missen. Na dit klimmetje volgt er dan weer een afdaling van drie kilometer aan 4%, via de smalle weg slingeren we door een hoop bochten heen. De meeste bochten vallen wel mee, toch zitten er ook een paar exemplaren tussen die wel enige stuurmanskunst vereisen. We laten hier wat meer de olijfbomen achter ons en komen zowaar iets van natuur tegen, na een tijd rijden we zelfs een kloofje binnen en hier zien we een paar rotswandjes. Beneden rijden we na een licht technisch afdalinkje via een brug over de Rio Grande. Ja, de Rio Grande, Spanje heeft een lullig stroompje met deze naam. Voorbij de brug begint een nieuw klimmetje, door de bossen gaat het 1,5 kilometer aan net iets meer dan 5% omhoog. Het gemiddelde wordt gedrukt door een vlakker stukje tussendoor, we komen toch een heel stuk aan 7% tegen en vlak voor de top klimmen we zelfs even aan 8%. Toch wat leuk klimwerk tussendoor, in een omgeving waar volgens mij dagelijks een stuk of vijf mensen passeren. En nu ineens een heel peloton, het kan verkeren. Na dit klimmetje loopt de weg ook weer anderhalve kilometer omlaag, we komen nu weer tussen de olijfbomen terecht en hier is de weg voorzien van een verse laag asfalt.
![sierra-de-la-grana-el-reguelo.png?v=1787265998]()
![cerro-rayado-rio-viboras.png?v=1787266329]()
![1920px-Fuensanta_de_Martos%2C_en_Ja%C3%A9n_%28Espa%C3%B1a%29.jpg?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
![102683636Master.jpg]()
Aan het eind van dit afdalinkje dat onderweg alleen één wat scherpere bocht naar rechts kent slaan we op een eenvoudige manier rechtsaf, om daarna weer een paar meter omhoog te rijden. De weg blijft de komende vijf kilometer glooiend, maar de ergste klimmetjes hebben we nu gehad. Het zijn wel nog steeds korte stukjes op en af, terrein dat de Spanjaarden zo mooi
rompepiernas kunnen noemen, een terrein vol benenbrekers. Iedere keer op en af, waardoor je niet echt in een lekker ritme kunt komen. Ben je net teruggeschakeld, zit je alweer op de top van zo'n hupje. Zo slingeren we langs nog veel meer olijfbomen af naar Castillo de Locubín, waar deze rit pas echt gaat beginnen. We dalen aan het eind van deze glooiende strook over de smalle weg een kilometertje af zonder veel bochtenwerk en daarna betreden we Castillo de Locubín. Hier, in dit dorpje, ligt de tussensprint van de dag. Het is maar goed dat de strijd om het groen niet meer spannend is, want dit is geen ideale locatie voor een tussensprint. We rijden via wat bochten door het dorp heen en we passeren daarbij onder meer over een smalle brug. In de laatste kilometer voor de sprint wordt het wel vlak, maar dankzij het bochtenwerk is het toch iets te technisch. Een halve kilometer voor we mogen sprinten volgt er een scherpe bocht naar links en na die bocht bereiken we eindelijk weer een bredere weg. Deze weg loopt via wat flauwe bochtjes naar de tussensprint toe, een sprint die na 123,6 kilometer volgt. We sprinten op 31 kilometer van de aankomst en amper een kilometer later beginnen we aan de volgende klim van de dag, een officiële. Voorbij de tussensprint is de weg een meter of 800 zo goed als vlak, we slaan dan linksaf, rijden kort een paar meter omlaag, fietsen over een brug heen en daarna begint de weg omhoog te lopen. We beginnen aan de Puerto de Locubín, een klim die men in het verleden ook wel eens de Alto de Valdepeñas de Jaén heeft genoemd. Een klim die we al heel vaak hebben gezien, dankzij de wisselende namen heb je alleen steeds weer het idee met een nieuwe klim te maken te hebben. De lengte van de klim blijft gelijk, het gaat de komende 8,8 kilometer aan 5% omhoog. Voorbij deze klim gaan we voor de zesde keer over de steile muur van Valdepeñas de Jaén rijden, vier keer eerder gebruikten we deze klim in aanloop naar de muur en dat gaan we nu dus voor de vijfde keer doen. Voor veel renners zal het dus bekend terrein zijn, zowel in 2010, 2011, 2017 als 2022 reden we over deze klim. Het is een klim waar de grote aanvallen nooit plaatsvinden, het is heel lastig om hier weg te geraken. Wel is dit het terrein van de uitdunning, een hoop jongens gaan hier al overboord. Deze klim van de tweede categorie begint met drie kilometer aan 6%, min of meer. Richting het eind van dit eerste deel van de klim vlakt het wat af, waarna het zelfs een kilometer helemaal vlak is. Sterker nog, het gaat zelfs kort naar beneden. De weg was in de omgeving van Castillo de Locubín even breed, maar zodra we aan de klim beginnen wordt het weer wat smaller. De niet al te brede weg kent een paar bochten, maar heel gevaarlijk wordt het niet. Vervolgens gaat het nog eens vijf kilometer vrij gelijkmatig omhoog, steeds zo'n beetje rond de 6% met af en toe een stukje aan 7%. Onderweg krijgen de renners af en toe een mooi uitzicht aangeboden over de omgeving, terwijl we via heel wat bochten verder omhoog rijden. Lastig wordt het nooit meer, in de laatste meters van de klim wordt het zelfs steeds vlakker. Van 5 naar 4 naar 3%, waarna we na 133 kilometer de top van de Puerto de Locubín bereiken. Op 21 kilometer van de finish zijn we boven op deze klim, op de top van de klim van tweede categorie ligt een bonussprint op de renners te wachten. Eentje waar waarschijnlijk niets mee wordt gedaan, maar goed.
![puerto-de-locubin-castillo-de-locubin.png]()
![DSC_2377-1024x683.jpg]()
In het verleden zijn hier nooit heel spectaculaire dingen gebeurd, het is toch vooral een opwarmertje. Er worden wat mannen gelost, maar we houden nog meer dan genoeg volk over. Hoewel men nu misschien wel wat harder wil rijden vanwege de bonussprint die op de top ligt. Haha, nee, natuurlijk niet. Na de top van de klim is het nog een kleine acht kilometer fietsen tot we het magische Valdepeñas de Jaén bereiken, een klein plaatsje met een grote geschiedenis. De afdaling van de Puerto de Locubín is ongeveer vijf kilometer lang, aangezien we hier de afgelopen jaren met enige regelmaat zijn gepasseerd mag hij bekend worden verondersteld. Het gaat niet bijzonder steil naar beneden, in het begin een paar kilometer aan 5% en daarna wordt het steeds vlakker. In het begin van de afdaling komen de renners wel een paar scherpere bochten tegen die elkaar vrij snel opvolgen, maar het wordt steeds makkelijker. Als we Valdepeñas de Jaén bijna bereiken wordt het zo goed als vlak, de lastige bochten verdwijnen uit beeld en het gaat weer wat meer rechtdoor. In het verleden was dit wel eens het terrein van een kansloze aanvalspoging, men was toen nog niet volledig bekend met de steile muur die hierna volgt. Het idee is toch vooral om in aanloop naar de muur te zorgen voor een goede positionering. Twee kilometer lang is het relatief vlak, het loopt soms een beetje vals plat omhoog. Daarna rijden we het spektakel tegemoet, al is het niet het gebruikelijke spektakel. We rijden naar de iconische muur van Valdepeñas de Jaén toe, waar we tot nu toe vier aankomsten hebben gekend. Vandaag rijden we alleen niet helemaal naar boven op de muur, we slaan vlak voor de top linksaf om daarna verder te rijden naar de finish op La Pandera. In 2017 deden we dat voor het eerst, toen deed het peloton niet zoveel met de steile muur van Valdepeñas. Er volgt na die steile muur nog veel meer steil spul, men reed daarom met dichtgeknepen remmen omhoog in dit plaatsje waar MIJN Igor altijd de eerste winnaar zal blijven. Eenmaal in het dorp Valdepeñas de Jaén slaan we linksaf, direct loopt de weg steil omhoog. Het gaat 300 meter lang aan 9% omhoog, met tussendoor een bocht naar links. De weg wordt iets smaller hier, wat het belang van een goede positionering alleen maar doet toenemen. Na de bocht naar links slaan we bijna meteen rechtsaf, we rijden de Calle Vílchez in en hier volgt het steilste deel van de muur. Het gaat een goede hectometer aan 13% omhoog, maar aan die kennis hebben we niets. Nee, het gaat natuurlijk om de piekpercentages. Het ouderwetse tellertje komt hopelijk weer in beeld. We beginnen met 23%, kruipen naar 24%, naar 25%, naar 26%, naar 27%, en dan, als klap op de vuurpijl, zal er toch maar snel een volle seconde 28% in beeld verschijnen. Dit is het moment om jezelf te overschatten en te vroeg in de aanval te gaan, hoewel je hier ook meteen vertrokken kunt zijn als je beter bent dan de rest. Aan het eind van deze steile straat slaan we flauwtjes rechtsaf, waarna het iets makkelijker wordt. Nog steeds zo rond de 10%, maar dat is alvast een pak minder. Het is hierna zelfs even een paar meter helemaal vlak, waarna de weg even aan 6% omhoog zal lopen. Na een flauw bochtje naar links rijden we even rechtdoor terwijl de percentages weer toenemen. We komen aan de rand van Valdepeñas de Jaén uit bij een splitsing, waar we vandaag net als in 2017 scherp linksaf slaan. Tijdens de eerste aankomst in Valdepeñas de Jaén, in 2010, volgde hier een flauw bochtje naar links, waarna er een zeer steile slotstrook volgde. In 2011 volgden we dezelfde weg, terwijl we in 2013 en 2021 op hetzelfde kruispunt rechtsaf sloegen, waar men een nóg steilere straat had weten te vinden. Omdat deze straten doodlopend zijn slaan we nu het laatste stuk van de legendarische muur van Valdepeñas de Jaén over, maar dat weerhoudt mij er niet van om uitgebreid uit het archief te putten. Daar heb ik goede redenen voor, zeer goede redenen.
![calle-pecho-rompe-albarcas-calle-chaparral.png]()
(de laatste 200 meter pakken we vandaag niet mee, maar we houden alsnog 700 meter aan meer dan 10% over, toch leuk)
![e2so6OQ.png]()
![MehOQy4.png]()
![TLKX7NOD4VIEHDJDRFG5ZUKF3M.jpg]()
Valdepeñas de Jaén is een gemeente in de Spaanse provincie Jaén in de regio Andalusië met ongeveer 3.679 inwoners. Het is een dorp van drie keer niets, maar toch is het een grote naam geworden in Spanje. Vanwege die legendarische muur, die in 2010 debuteerde in de Vuelta. Het werd meteen een aankomst om nooit te vergeten, deze eerste kennismaking met de muur van Valdepeñas de Jaén. R_R keek naar de rit en voelde aan zijn water dat het zou gaan gebeuren: het zou de dag worden van Igor Antón. Tijdens de derde rit was hij al derde geworden op een lastige aankomst in Málaga, maar deze aankomst zou nog lastiger worden. In aanloop naar de muur zagen we meerdere renners in de aanval gaan, waaronder Luis Leon Sanchez en Karpets, godbetert. Een andere renner gehuld in het oranje drukte zo'n beetje voor het eerst zijn neus aan het venster: Mikel Nieve. Het was zijn tweede jaar als prof en hij reed zijn eerste grote ronde, maar niemand had nog van hem gehoord. Bij Euskaltel waren ze ook helemaal niet tevreden over Nieve, zijn toekomst hing aan een zijden draadje. Dus ontpopte Nieve zich tot een geweldige klimmer tijdens de Vuelta van 2010, pieken op het juiste moment. Hij haalde iedereen weer terug en reed in de eerste meters van de klim op kop in een poging Igor Antón in een zo goed mogelijke positie te laten beginnen. Vooraan reed wel nog Uran in de aanval, maar hij parkeerde op de steile stroken tot 27%. De muur toch wat onderschat, kan bij een debuut gebeuren. Joaquim Rodriguez, toch ook een specialist op dit soort werk, overschatte zichzelf ook schromelijk. Antón zat ondertussen te wachten, aan het eind van de steilste straat van Valdepeñas plaatste hij zijn demarrage nadat Rodriguez wat stil begon te vallen en ze zagen hem niet meer terug. Na slecht camerawerk, al een eeuwigheid een traditie, zagen we hem pas zo'n beetje in de laatste 100 meter weer opduiken, met achter hem Vincenzo Nibali en Peter Velits of all places op een niet te overbruggen achterstand. Winst voor Igor Antón, winst voor Euskaltel-Euskadi. Rode trui Gilbert wist zijn truitje nog net te behouden, hij werd vijfde achter Rodriguez. Het begin van een prachtige Vuelta voor Antón, die later nog een rit zou winnen en met een comfortabele voorsprong in de rode trui reed. Totdat, ja, de weg naar Peña Cabarga. Hij was de beste klimmer van die Vuelta en had de ronde kunnen winnen, maar het mocht niet zo zijn. We zijn inmiddels 16 jaar verder en dit blijft mijn grootste wielertrauma. Dat hij ondertussen wel een aantal mooie dingen won verzacht te pijn, al die jaren na dato kan ik mijn favoriete renner nog steeds in het zonnetje zetten, we komen nu in een paar dagen tijd zelfs op twee plaatsen voorbij waar hij heeft gewonnen, boh! Na de fantastische zege van Antón in Valdepeñas de Jaén was de organisatie ook razend enthousiast geworden. Deze muur was geweldig, wellicht zelfs legendarisch. Daar moest men meer mee doen! Dus keerden we een jaar later al terug, weer zat de muur in het begin van de ronde. In 2010 vormde het de aankomst van de vierde rit, in 2011 zou het de aankomst van de vijfde rit zijn. Igor Antón was er weer bij, maar hij begon ziek aan die Vuelta en was derhalve in geen velden of wegen te bekennen. Joaquim Rodriguez liet dan weer zien van zijn fout van het jaar daarvoor geleerd te hebben, hij ging nu op het goede moment aan. Niemand kwam in zijn buurt, Wout Poels werd op vier seconden tweede. Dani Moreno werd derde op vijf tellen, ondanks de geringe lengte van de klim kun je op deze muur de boel toch aardig uit elkaar kletsen. Over Dani Moreno gesproken, die wist dan weer te winnen in 2013. In 2012 sloeg men een jaartje over, maar in 2013 keerden we weer terug naar de muur van Valdepeñas de Jaén. Wel met een noviteit, zoals eerder besproken. Bijna boven rechtsaf in plaats van linksaf, om de klim nog wat lastiger te maken. Voor Dani Moreno maakte dat verdomd weinig uit, hij was die dag onklopbaar. Op het steilste stuk van de muur ging Dani Moreno aan, te vroeg zou je denken. Alejandro Valverde probeerde naar hem toe te fietsen, maar hij kwam er niet. Valverde, de grootmeester in dit soort werk, kwam niet in de buurt van Moreno. Even leek het te lukken, totdat hij moest plooien. Dani Moreno fladderde weg, reed zichzelf naar de ritzege én de rode trui. Valverde werd vierde op vier seconden, met Rodriguez in zijn wiel. De ploeggenoten van Katusha hebben de buit dus aardig verdeeld in Valdepeñas de Jaén, zoals de Spanjaarden tot nu toe de buit steeds verdeeld hebben. Met Igor Antón, Joaquim Rodriguez en Dani Moreno staan drie van de beste Spaanse springveren van de vorige generatie op de erelijst. Er is één naam die ontbreekt, die van Alejandro Valverde. Hij had zijn naam er in 2021 aan kunnen toevoegen, maar dat jaar viel hij geblesseerd uit in de Vuelta. Enkele dagen later trokken we naar Valdepeñas de Jaén en daar zou voor het eerst een renner met een andere nationaliteit winnen. Dat leek heel lang Magnus Cort te worden, de Deen reed vanuit de vlucht een eeuwigheid op kop. Maar ook hij sneuvelde in de steile slotstroken in Valdepeñas de Jaén, hij viel aan het eind helemaal stil en hij werd daarna voor de tweede keer die ronde in het zicht van de haven opgepeuzeld door Primoz Roglic. Enric Mas deed die dag zijn uiterste best om de 100%-score van Spanje te behouden, maar Roglic reed er aan het eind toch weer van weg. Beide heren zijn dus bekend met deze steile muur van Valdepeñas, een muur die vandaag net als in 2017 een minder grote rol zal spelen. In aanloop naar de zware Pandera is dit een leuke opwarmer, meer niet. In 2017 gebeurde hier niets, men was aan het wachten op de Pandera, ik vrees nu hetzelfde scenario. Maakt niet uit, het is en blijft vooral een heilige locatie omdat Igor Antón hier won. Gelukkig hebben we de beelden nog.
Bekijk deze YouTube-video![jANjCMx.png]()
Als we bijna de top van de hilarisch steile muur van Valdepeñas de Jaén bereiken slaan we zonder de slotstrook op het lokale industrieterrein mee te pakken linksaf waarna er een afdaling van een kilometer volgt. In deze kilometer komen we twee bochtjes tegen, maar dit mag geen naam hebben. Een brede en keurige weg omlaag, geen punt. Aan het eind van dit korte afdalinkje slaan de renners rechtsaf, waarna de weg bijna meteen omhoog begint te lopen. De Sierra de la Pandera staat op het punt van beginnen. Wat mij betreft begint de klim iets eerder dan de organisatie ons wil laten geloven, volgens de organisatie gaat het aan het eind van de etappe 11,8 kilometer aan 7,2% omhoog naar de top van de slotklim. Na de muur van Valdepeñas de Jaén en de korte afdaling begint de klim eigenlijk al een kilometer eerder, we klimmen buiten het dorp alvast een kilometer aan 5%. Na die kilometer begint de klim van eerste categorie pas echt, als het van de organisatie afhangt. Eerste categorie weer, de buitencategorie hebben ze in Spanje duidelijk afgeschaft, deze slotklim was een paar jaar geleden wel nog een klim van de buitencategorie. Enfin, zodra we officieel beginnen wordt het ook echt lastig, we gaan over een brede weg door een vrij open gebied een kilometer aan 8% omhoog. Daarna gaat het zelfs aan 8,6% omhoog, met een aantal stroken aan 10%. Het blijft daarna nog bijna een volledige kilometer steil, maar aan het eind van die kilometer volgt er een korte afdaling, om de spanning even van de benen te halen. Tot nu toe reden we op een brede weg, in een open omgeving waar de bergen ver weg lijken en de olijfbomen minder prominent in beeld verschijnen. Nu dalen we af over die brede weg die enkele waanzinnig brede bochten kent, waarna we aan het eind van de korte afdaling van enkele hectometers een terugdraaiende bocht naar rechts nemen. Na die bocht komen we op een geitenpad terecht, hier begint de slotklim pas echt. We hebben al wat klimmende kilometers achter de rug, maar we bereiken nu het belangrijkste deel. In de resterende 8,4 kilometer van de rit gaat het richting de finish 8,4 kilometer omhoog aan 7,8%. De Sierra de La Pandera gaat zodra we na de lastige bocht naar rechts de smalle weg bereiken twee kilometer aan 8% omhoog. In de tweede kilometer zit meteen een steilste strook tot 15%, hier gaat Enric 'Pogacar' Mas er natuurlijk meteen vandoor. In de twee kilometer hierna is het wel iets makkelijker, we klimmen dan rond de 6%. Al komen we ook in die kilometers wat stroken boven de 10% tegen, echt eenvoudig wordt het nooit. Al vallen die kilometers wel in het niet in vergelijking met de twee kilometer daarna. Het gaat nu echt goed los, liefst twee kilometer moet er geklommen worden aan meer dan 12%. Een kilometer aan bijna 13% zelfs, met een steilste strook tot 17%. Daarna een kilometer aan 12,5% met stroken tot 15%, La Pandera is een typisch Spaanse klim. Een smalle, steile weg omhoog. Na deze debiel zware strook is het nog 2,5 kilometer fietsen tot de finish. Het gaat een kilometer omhoog aan 7%, waarna we richting de slotkilometer nog even te maken krijgen met wat stroken aan 15%. Het gemiddelde van die kilometer is alleen niet zo indrukwekkend, wat alles te maken heeft met een korte afdaling in de laatste kilometer. Er zitten wat bochtjes in deze afdaling, maar ik geloof niet dat het ooit echt problemen heeft opgeleverd, in ieder geval niet zolang het droog is. Na deze korte afdaling komt de finish evenwel bijna in beeld, in de laatste meters van de rit gaat het aan 7% omhoog, met ook nog even een steile uitschieter dik boven de 10%. Lastig tot aan het eind, het venijn van deze rit zit duidelijk in de staart.
![t2QRgeU8GRxuG5FBBGp5YM.png]()
![pand_valdep_14.png?w=855&h=575]()
![IMG_3957.JPG]()
(de bocht naar rechts richting het geitenpad dat tegenwoordig wel voorzien is van beter asfalt)
[ Bericht 0% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 05-09-2026 03:41:30 ]