Etape 9: La Vila Joiosa/Villajoyosa - Alto de Aitana.Costa Blanca, 187,4 kmZo dan, dit werd ineens de meest enerverende saaie weekendrit die ik ooit heb gezien. We zijn getuige geweest van een historische dag, op meerdere vlakken. Grotendeels om de verkeerde redenen, en dat begon al voor de start. In de neutralisatie werd er al gevallen, Diego Uriarte en Floris Van Tricht gaven na die valpartij op. Uriarte brak een rib, en dat in een rit waar hij anders sowieso in de aanval was gegaan. Het stond in de sterren geschreven dat hij de hele dag met Sinuhé Fernandez op kop zou gaan rijden, en dat we uiteindelijk naar een sprint zouden gaan kijken. Zonder Uriarte besloot Fernandez alsnog in de aanval te gaan, hij vertrok direct nadat de verlengde neutralisatie voorbij was en niemand reageerde. De Asturiër van Burgos kreeg een voorsprong van vier minuten en daardoor werd het een zeer lange dag. Fernandez reed in zijn gemakje in z'n eentje op kop, in het peloton konden ze het rustig aandoen. Dat zijn eigenlijk altijd de gevaarlijkste dagen, als het peloton de hele dag 30 per uur mag rijden is iedereen in de finale nog fris. En als iedereen fris is kan ook iedereen hard rijden, dat zorgt dan weer voor gevaarlijke situaties. Als het peloton vermoeid is haakt de helft af en hoef je maar met 100 man naar een punt toe te werken waar je nu met een volledig peloton naartoe moet werken. Tot aan de finale was er niet veel aan de hand, er werd wel nog een keer een valpartij genoteerd van Gaffuri, die ook de strijd moest staken, en enige tijd later zagen we Hayter en Craps tegen de grond gaan. Wat incidentjes, maar we mochten het nog steeds een saaie rit noemen. Dit veranderde volledig toen we de finale van de rit bereikten, we reden naar de tussensprint toe en voorbij de tussensprint zouden we gaan klimmen naar Barx. Een klim van niets, toch was iedereen in het peloton rotnerveus. Alle sprinters wilden vooraan zitten, om toch maar niet gelost te worden op de klim, alle klassementsrenners wilden ook vooraan zitten, want je weer maar nooit. De tussensprint werd gewonnen door Van Aert en bijna direct daarna begonnen we aan de klim. Het peloton was rotnerveus, ik zat niet op m'n gemak te kijken. Je voelde een massale valpartij aankomen en jawel hoor, vlak voor de klim begon volgde die valpartij. Aan de linkerkant van de weg gingen een paar renners onderuit. We moesten even twee keer kijken, maar we zagen het toch echt goed. Bij de valpartij lag Tadej Pogacar, de rode trui was gevallen. In de herhaling bleek dat hij zelfs als eerste viel, een diepgravende analyse later moeten we concluderen dat hij over een ongeïdentificeerd object, waarschijnlijk een steen, aan de kant van de weg is gereden, waarna hij de controle over het stuur verloor, tegen een andere renner reed en vervolgens over de kop sloeg. We hebben Pogacar de afgelopen jaren best wel eens zien vallen, ik herinner mij een harde val in de Strade Bianche en dit jaar ging hij in Milaan-San Remo ook nog eens stevig onderuit. Toch waren dat altijd valpartijen zonder erg, Pogacar is iemand die niet vaak valt en als hij valt breekt hij nooit iets, hij loopt altijd alleen wat schaafwonden op. Mijn eerste gedachte was dan ook dat hij zo weer op de fiets zou springen en weg zou rijden, maar nadat hij op probeerde te staan moest hij meteen weer gaan zitten. Hij was hard op zijn schouder gevallen, maar ook op zijn hoofd. Hij zag er een beetje groggy uit en kon niet opstaan. Toen men hem toch overeind had gekregen probeerde hij nog heel even te kijken of hij misschien nog op de fiets kon stappen, maar meteen kwam hij tot de conclusie dat dit geen groot succes ging worden. Voor het eerst sinds Luik 2023 konden we een valpartij mét erg noteren. Nadat hij opstond en meteen weer moest gaan zitten was het duidelijk dat dit een opgave ging worden. Uiteraard dacht ik meteen terug aan Igor Anton in de Vuelta van 2010, de vorige renner die in de rode leiderstrui hard ten val kwam en daarna noodgedwongen de strijd moest staken. Het zijn tragische beelden, het komt toch altijd net even harder binnen als het de leider van de koers is die op de grond ligt.
Achteraf bleek de schade groot te zijn, hij liep een hersenschudding op, brak zijn sleutelbeen en brak een nekwervel. Nee, daar kun je niet mee fietsen. Niet alleen nu niet, er kan misschien ook wel meteen een streep door de rest van zijn seizoen. Wellicht geen WK, wellicht geen EK in eigen land, wellicht geen Lombardije. Hij ontsprong vaak de dans, maar nu was hij een keer gruwelijk aan de beurt. Zijn eerste abandon in een grote ronde, wat Vingegaard in de afgelopen Tour dan weer meemaakte. Zijn eerste abandon in een rittenkoers zelfs, naar het schijnt. Nooit ziek, nooit hard gevallen, nouja, dan zat het er statistiek gezien ook wel een keertje aan te komen natuurlijk. Je mag niet juichen als iemand valt, dat is natuurlijk heel primitief, maar voor de koers is dit echt een enorm geschenk. Mag je dat zeggen? Misschien niet, maar het is wel zo. Pogacar stond al op drie ritzeges en als er geen hagelbui was uitgebroken in Font-Romeu waren dat er vier geweest. In het klassement stond hij vier minuten voor. We hadden nog twee weken naar die onzin moeten kijken, twee weken waarin hij zijn voorsprong had uitgebouwd tot tien minuten, ondertussen nog een rit of vier winnend. Dat was dodelijk saai geweest, dat was afgrijselijk voorspelbaar geweest. Niemand had nog zin gehad om te kijken, als de uitslag vooraf al vaststaat verdwijnt de reden om de sport te blijven volgen. We kijken voor strijd, voor spanning, voor onverwachte momenten, we kijken niet naar een gozer die zijn trainingsritten van een livestream voorziet met wat toevallige figuranten in de achtergrond. We zien graag een gevecht, we zien niet graag iemand die op bestelling wint. Als je het zo bekijkt komt het ons niet slecht uit dat Pogacar is uitgevallen, ineens gaan we die strijd wel krijgen. De dominante factor valt weg, we houden nu plots zes renners over die binnen twee minuten van elkaar staan, zes renners die in theorie deze Vuelta nog kunnen winnen. Daar zitten vooral jongens tussen die meestal niet veel winnen en daarom wel eens nerveus gedrag zouden kunnen vertonen, in plaats van een voorspelbare optocht gaan we nu juist getrakteerd worden op een hoop chaos. De ene dag kan Mas de beste zijn, de volgende dag rijdt Gall hem weer uit het wiel. En dan komt Roglic uit het niets weer tevoorschijn, we gaan mogen genieten van een ouderwets potje koers. Ik zie het leven weer helemaal zitten, dit wordt een fantastische Vuelta. Met dank aan Pogacar, die op een totaal onnodig moment hoe dan ook voorin wilde zitten. Na de tussensprint begonnen we aan een klimmetje en dat was een klimmetje van drie keer niks. Waarom wilde UAE daar masaal vooraan zitten? Waarom reed Pogacar daar praktisch in de berm? Was dat nodig? In de sprintritten in de TOur besloten ze wat vaker achterin het peloton te gaan zitten, daar zit je veiliger. Nou, dat hadden ze gisteren ook beter kunnen doen, er was echt geen enkele reden om je druk te maken voor de Puerto de Barx. Hij had pure pech dat er een steen lag, daar kun je geen rekening mee houden, maar uiteindelijk had hij daar gewoon niet moeten zitten. Ondanks alle ritzeges en de riante voorsprong in het klassement was het sowieso een beetje een gekke ronde van hem, hij leek nogal geprikkeld en nukkig rond te rijden. Hij was het oneens met de hele wereld, maar waarom eigenlijk? De juiste mindset leek een beetje te ontbreken, wellicht droeg dat ook bij aan de val. Hoe dan ook, zonder Pogacar gaan we door en dat is voor de koers goed nieuws. Want we gaan nu daadwerkelijk koers krijgen, vamos!
Na de zware val van Pogacar kregen we overigens niet meteen koers, het peloton reed de Barx op en dat deed men met dichtgeknepen remmen, het was duidelijk dat Pogacar gevallen was en men wilde wachten om hem terug te laten keren. Toen duidelijk werd dat hij niet meer op de fiets zou stappen schoot het peloton weer een beetje op gang, maar tegen die tijd was de Barx al bijna voorbij. Geen actie op die klim, daardoor zou het al helemaal zeker een sprint worden. Goed nieuws voor de sprinters. Je weet wel, die types die nooit een kans krijgen in de Vuelta, maar ondertussen alweer drie kansen hebben gehad. Are you wotching, wielerploegen? Terwijl heel UAE lamgeslagen enkele minuten achter het peloton reed zagen we in de kop van de koers na de Barx Xabier Mikel Azparren in de aanval gaan. Toch een aanval, en dat van een hardrijder. Na de afdaling had hij een voorsprong van een seconde of 20 en in het vlakke stuk richting de finish mochten de vluchtersploegen aan de bak om de Bask weer tot de orde te roepen. Azparren hield verrassend lang stand, pas in de voorlaatste kilometer werd hij tot de orde geroepen. Voor dat zover was zagen we nóg een valpartij, weer eentje op een enorm brede weg met goed asfalt. Dat zijn de gevaarlijkste wegen, opmerkelijk genoeg. Zeker in een rit als deze, een rit waarin iedereen de hele dag in Z1 zit. Het werd wel echt een lelijke rit door al die valpartijen. Eerst zit je urenlang naar helemaal niets te kijken, naar groeiend gras, daarna zie je continu iedereen vallen. Allebei niet de bedoeling. Azparren werd uiteindelijk gegrepen en daarna konden we gaan sprinten. Dit werd een gekke spring, een ontregelde sprint. Ploegen hadden toch wat mannetjes op moeten roken om Azparren terug te halen, waardoor er van goede lead-outs geen sprake was. Visma probeerde wel een lead-out op poten te zetten voor Brennan, maar het probleem was dat Brennan het wiel was verloren. We reden in de laatste kilometer volledig rechtdoor over een brede weg en dat leek op papier een geschikte finale, maar de praktijk wees anders uit. In de laatste kilometer werden we getrakteerd op nóg een massale chute, het was domino day, het was bowlen, het was bijltjesdag. Wat een lelijke valpartij was dit ook weer, de weg werd volledig geblokkeerd door alle gevallen renners. Met een klein groepje gingen we daardoor sprinten, vanuit dat kleine groepje leek Brennan heel even sterk op te komen zetten vanuit de achtergrond, maar dat was gezichtsbedrog. We zagen ook Pedersen en Meeus aan hun sprint beginnen, waarna Coquard zich ineens in de debatten wist te mengen. Sterker nog, hij stak iedereen voorbij. Winst voor de Fransoos, de man die het voor elkaar kreeg om 39 keer bij de eerste 10 te rijden in een grote ronde zonder te winnen. Tot nu, het werd om meerdere redenen een historische dag. Coquard gun ik zijn moment val glorie wel, lijkt een vriendelijke knul. Richting het eind van zijn carrière nog een keer een groot succes, toch mooi. De nog steeds tegenvallende Pedersen mocht het met de tweede plaats doen, Meeus werd derde. Een gekke rit, een bijzonder gekke rit. Een hallucinante etappe. Een etappe waarin er heel lang niets gebeurde, en dan eindig je met de ongenaakbare Pogacar in het ziekenhuis en de nooit een sprint op het hoogste niveau winnende Coquard wint een massasprint. Wielrennen, het blijft een merkwaardige sport, hè?
Zonder Pogacar gaat de merkwaardige sport verder. We sluiten de eerste week af met een loodzware rit, een bergrit die qua hoogtemeters enorm veel indruk maakt. Dit was normaal een dag voor Pogacar geweest, op de Alto de Aitana was hij weer een minuut weggereden van de rest. Nu weet ik niet wat voor dag het wordt, nu weet ik niet op voorhand al wie er gaat winnen. Heerlijk. Ik ga mooi op het bankje zitten en ik laat me verrassen. Zo hoort wielrennen te zijn, het grote genieten kan gaan beginnen. Krijgen we Mas? Of Gall? Of toch Kuss? Kan Roglic het nog? Ineens zijn er een miljoen vragen, zonder dat we de antwoorden hebben. Wij danken de steen. De Vuelta kan nu écht beginnen.
![13sl1zp.jpeg]()
![ahMR9ZqhMs6bdtP4Vb79ed-1280-80.jpg]()
De laatste rit van de eerste week gaat van start in Villajoyosa, de stad van Felipe Orts, ja! De extreem sympathieke Orts kennen wij natuurlijk als veldrijder, het is geen gewaagde uitspraak om hem de beste Spaanse veldrijder ooit te noemen. Gedurende zijn carrière heeft hij tot nu toe toch maar mooi 50 zeges geboekt, al won hij wel vooral een aantal kleinere veldritten in eigen land. Toch heeft hij het ook bij ONS laten zien, zo won hij afgelopen jaar nog de veldritten van Rucphen en Woerden. Tijdens de Superprestige van Niel 2023 eindigde Orts voor het eerst op het podium van een klassementscross, hij werd er derde. Hij was de eerst Spaanse renner die daar in slaagde. Maar het absolute hoogtepunt volgde toch nog wel op het EK van 2024 in Pontevedra, in eigen land kreeg hij het voor elkaar om op een kermisparcours Thibau Nys tot in de laatste ronde te volgen. Aan het eind werd hij dan toch gelost, maar de tweede plaats op dit EK mogen we toch nog steeds beschouwen als zijn beste prestatie ooit. In de wereldbeker is ie ook wel eens tweede geworden, in Hulst bijvoorbeeld. Daar werd hij begin dit jaar dan weer zevende op het WK, Orts heeft het voor elkaar gekregen om in de Belgische sport bij uitstek een stabiele kracht te worden. In de winter duikt hij het veld in, in de zomer is hij wel eens op de weg te vinden. Zo reed hij jarenlang voor Burgos-BH, waar hij het niet voor elkaar kreeg om veel goede resultaten bij elkaar te fietsen. De weg is minder zijn ding, is gebleken. Daarom vertrok hij bij Burgos, om bij Ridley terecht te komen en daar in de zomer vooral lekker te gravellen. Omdat de UCI de regels heeft aangepast en punten die een renner in andere disciplines haalt mee gaan tellen is Euskaltel op het idee gekomen om hem toch weer prof te maken. Vanaf oktober staat Orts onder contract bij Euskaltel, het idee is dat hij een normale veldritwinter gaat afwerken en dat alle punten die hij daar scoort mee gaan tellen voor het totaal van Euskaltel. Met de punten die Orts in het veld gaat scoren komt Euskaltel dan weer dichter bij een plaats bij de eerste 30, en dat is dan weer hard nodig om uitgenodigd te kunnen worden voor de Vuelta. We hebben dus een extra reden gevonden om hard te juichen voor Orts, aupa Felipe! In Villajoyosa, La Vila Joiosa in het Valenciaans, is de Vuelta overigens nog nooit geweest. De koers is hier überhaupt weinig gepasseerd, de Ronde van Valencia kende hier alleen in 2003 een aankomst. Bij die gelegenheid won Rafael Casero, de broer van Angel. In de Vuelta a las Tres Provincias won Enrique Martinez hier dan weer in 1982, namens het iconische Kelme. In mijn persoonlijke archief vind ik dat we in de Vuelta's van 2015 en 2017 door Villajoyosa zijn gereden, beide keren waren we op weg naar Cumbre del Sol. Dat is die mokersteile klim, waar in 2017 ONZE Tom Dumoulin op een onwaarschijnlijke manier wist te winnen.
He's a big man! Met Vincent Zaragoza komt er overigens ook nog een amateurrenner uit de stad die ik gezien zijn prestaties in het amateurcircuit dit jaar nog wel prof zie worden bij Burgos, als je de Memorial Valenciaga in het altijd fantastische Eibar kunt winnen verdien je een profcontract.
![186ba127-defa-40b3-b0a6-e064894a634b_source-aspect-ratio_default_0.jpg]()
De altijd vrolijke Orts reed begin dit jaar rond met een helm waarop we het hoogtepunt van zijn stad kunnen zien: kleurrijke huisjes! Kijkend naar Wikipedia komen we tot een zeer summiere omschrijving van de stad: Villajoyosa (Valenciaans, ook officieel: La Vila Joiosa) is de hoofdstad van de streek La Marina Baixa. Villajoyosa ligt op 32 kilometer van Alicante en telt 37.449 inwoners (2025). Villajoyosa heeft een lange zeevaarttraditie en een befaamde chocolade-industrie. Door de gemeente stroomt de rivier de Amadòrio. Villajoyosa beschikt over 3,5 km strand. Oké, dan gaan we ook vandaag maar weer comunitatvalenciana.com vereren met een bezoekje: Villajoyosa heeft heel wat verrassingen in petto – kom ze ontdekken! Een bezoek aan Villajoyosa in de provincie Alicante dompelt u onder in een prachtige bestemming waar de Middellandse Zee en geschiedenis hand in hand gaan, wat zorgt voor een onvergetelijke ervaring. Lijkt het u wat om met ons mee te gaan en te genieten van de bezienswaardigheden, de baaien en stranden, en de ongelooflijke sfeer aan zee? De oude stad, die is aangewezen als historisch-artistiek monument, ademt nog steeds de sfeer van de voormalige ommuurde stad. De straten zijn aangelegd rond de rivier de Amadorio en lopen helemaal door tot aan de kust. Een wandeling door de smalle straatjes van Villajoyosa is een waar genot. Je wordt omringd door traditionele huizen die het kleurrijke karakter van de Middellandse Zee weerspiegelen, vooral aan de kust waar de oude vissershuisjes, geschilderd in felle kleuren, een iconisch beeld vormen. Een andere bezienswaardigheid in Villajoyosa is de parochiekerk Nuestra Señora de la Asunción, die is ingebouwd in de stadsmuren en te zien is vanaf de Costera de la Mar-straat. We raden aan om hier een wandeling te maken en de renaissancemuren te bewonderen, die van architectonische waarde zijn. We raden u ook aan om het Valenciaans Chocolademuseum te bezoeken, waar u de gastronomische traditie die zo kenmerkend is voor deze regio kunt ontdekken. Neem ook zeker de tijd om de prachtige kapel van San Antonio te bezichtigen. Verken tijdens je bezoek aan Villajoyosa zeker de fascinerende kustlijn. Langs dit stuk kust vind je rustige stranden en verborgen baaien met verdedigingstorens die al eeuwenlang de horizon beschermen. Om er maar een paar te noemen: de Toren van El Charco, die op de kliffen staat en een spectaculair uitzicht biedt, de Toren van Aguiló en de Toren van San José, ook wel bekend als de Toren van
Hercules, een van de mooiste Romeinse graftorens van Spanje. Vlakbij de torens liggen enkele van de mooiste stranden in de omgeving, zoals Platja Torres, Playa El Xarco, Playa de La Caleta, Platja Paradís en Racó del Conill, een nudistenstrand dat ideaal is voor iedereen die op zoek is naar rust en stilte. Kom tot rust in Villajoyosa! Comunitatvalencia.com geeft wel altijd veel opdrachten mee, ik vind het helemaal niet zo'n rustgevende vakantie als ik zoveel zaken moet bezoeken. Verrassendvalencia.nl weet het volgende aan de beschrijving toe te voegen: Villajoyosa is direct gelegen aan de zee en heeft een 3,5 kilometer lang strand! Op sommige plekken is de breedte van het strand wel bijna 100 meter! Dit en het feit dat het niet een super toeristisch stadje is, zorgt ervoor dat je niet snel ‘hutjemutje’ op het strand ligt en lekker de ruimte hebt. Het meest karakteristiekste aan het strand, en eigenlijk ook aan Villajoyosa zelf, zijn de typische en vrolijke gekleurde vissershuisjes langs het strand van het stadje. Deze huisjes zijn geschilderd met deze vrolijke en felle kleuren zodat de vissers via deze manier vanaf zee precies konden zien waar zij heen moesten om naar het thuisfront te gaan. Ben jij een liefhebber van chocolade? Dan ben jij hier helemaal op je plek! In Villajoyosa vindt je namelijk twee chocoladefabrieken die geopend zijn voor het publiek om een kijkje te nemen. Hier bevinden zich de fabrieken van het bekende Valenciaanse merk Valor, Chocolates Clavíleño en Chocolates Perez. Dit zijn combinaties van een winkel en een fabriek. Je kunt bij Valor genieten van allerlei lekkernijen in de tearoom, zo kun je hier de populaire churros con Chocolate bestellen! Nou, ik zou zeggen, laten we met z'n allen snel bij Orts op bezoek gaan.
![villajoyosa_61bf3778_251217131228_1280x848.webp]()
![1280px-Villajoyosa%2C_Espa%C3%B1a%2C_2014-07-03%2C_DD_35.JPG?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=index&utm_content=thumbnail]()
Aan de kust vinden we op de boulevard langs het Platja de Villajoyosa Les Cases de Colors, de kleurrijke vissershuisjes. We vinden hier overigens ook een Nederlandse snackbar, dat is dan weer een domper op de feestvreugde. Een klein stukje van de kust af vinden we de oude ommuurde binnenstad van La Vila Joiosa, gebouwd op een heuveltje. Boven op deze ommuring hebben de bewoners ook wat kleurrijke huisjes gebouwd, Les Cases Penjants. Hangende huisjes, het is hier wel echt schitterend hoor. En dan heb je dus nog de
murallas, wat een feest. De renners gaan van start op de Carrer Arsenal en dit is de straat langs het strand waar Les Cases de Colors te vinden zijn. Uiteraard gaan we van start voor de deur van de populairste toeristische trekpleister van La Vila Joiosa, de vissershuisjes vormen de achtergrond tijdens de start en het goede nieuws is dat we de huisjes nog in beeld gaan zien ook. Dit is een van de weinige ritten die integraal uitgezonden wordt, vanaf 12:00 kunt u al inschakelen bij Eurosport. Tijdens de neutralisatie, waar je gezien de vorige rit toch ook gewoon moet opletten, een valpartij ligt altijd op de loer, rijden we een tijdje langs het strand, waarna we vervolgens landinwaarts zullen duiken. In Villajoyosa, dat ook over een haken beschikt, volgt er een tocht door het centrum. In dit centrum liggen naast het chocolademuseum nog wat musea, het is een geweldige plek om wat cultuur te snuiven. De renners snuiven vandaag vooral veel hoogtemeters, in totaal gaan ze er naar het schijnt bijna 5000 meepakken. Een serieuze bergrit, met andere woorden. Die bergrit begint een eindje buiten Villajoyosa met een oplopende strook richting Finestrat. In de neutralisatie loopt de weg ook al even omhoog, maar zodra we echt beginnen volgt er een strook van vier kilometer aan 4% gemiddeld. De weg richting Finestrat is enorm breed, het gaat behoorlijk rechtdoor op een onregelmatige manier omhoog. We komen een paar stroken tot 6% tegen, afgewisseld met wat vals plat. De enorm brede weg is omgeven door een paar fietspaden, en van die paden maakt men goed gebruik. We bevinden ons in het deel van de regio Valencia waar onderhand het hele peloton komt trainen in januari, bewijs voor deze stelling wordt meteen geleverd als ik door Streetview klik. Op beelden uit januari van dit jaar zie ik in de eerste kilometer van de rit meteen de hele ploeg van Visma op de fiets zitten, ondanks het blurren van de gezichten herkennen we onder meer Matteo Jorgenson. Het mag duidelijk zijn, de start van deze etappe gaat weinig geheimen kennen voor de renners. Iedereen is hier wel eens geweest, de trainingskampen in deze hoek van Valencia zijn niet aan te slepen. En dan passeren we hier in de Ronde van Valencia ook wel eens, net als in de Vuelta. Bekend terrein, lastig terrein. Even verderop zie ik dan weer een paar wagens van Visma langs de kant van de weg, blijkbaar gebruikte men die dag dit als trainingsklimmetje. Door een mooie omgeving rijden we verder naar Finestrat, er is zicht op enkele fraaie bergtoppen in de buurt. De weg kent steeds meer een glooiend karakter, voorbij een rotonde gaat het zelfs een paar meter omlaag en daarna zien we in de verte op een heuvel het dorpje Finestrat liggen. Bij de volgende rotonde gaan we naar links en daarna rijden we een rondje om Finestrat heen, dat levert een klimmetje van een kilometer aan 5% op. In de Setmana Ciclista Valenciana kwam er in 2020 een rit aan in Finestrat, op dezelfde manier als nu reden we omhoog naar het dorp en bij die gelegenheid wist Anna van der Breggen een toen nog voor Parkhotel Valkenburg rijdende Demi Vollering te kloppen. Een jaar later ging er in dezelfde koers dan weer een rit van start in Finestrat, een rit die zou eindigen in Alicante. Daar won Urska Zigart dan weer, haar enige profzege buiten de Sloveense kampioenschappen om. Uit Finestrat is Jaume Lloret afkomstig, een renner van de opleidingsploeg van Caja Rural. Gezien zijn resultaten gaat hij geen prof noemen. De andere Jaume van Caja Rural, de onfortuinlijke Jaume Guardeño, komt ook uit deze omgeving. Hij komt uit Altea, dé trainingsplek van het peloton, niet ver van hier. Gezien het gebrek aan updates gaat het nog steeds niet heel goed met Jaume, helaas. Eén steentje op de weg en je leven kan volledig veranderen. #ForçaJaume
![alto-de-finestrat-finestrat.png]()
![6nzKkzm.png]()
![sTopJy9.png]()
![CASCO-HISTORICO-PENYA-PUIG-CAMPANA-1024x683.jpg]()
De renners rijden over een brede weg om het fraaie boven op een rots gebouwde Finestrat heen, we treffen hier wat strookjes tot 7%. Direct vanuit het vertrek toch redelijk serieus klimwerk, dat moet ons helpen om een sterke kopgroep te laten ontstaan, al zijn we natuurlijk allemaal bang voor een nieuwe Pogacardag. Of, nee, wacht, toch niet. We zijn eindelijk verlost van die plaag, ja! Koers, we krijgen koers! Bij het profiel van climbfinder mag u overigens de eerste drie kilometer negeren, die werken we geneutraliseerd af. We zien verder wel aan het profiel dat we in Finestrat nog niet boven zijn, voorbij dit schitterende dorpje loopt de weg een kilometer zonder problemen omlaag en daarna rijden we nog eens dik drie kilometer verder omhoog. Op een strookje aan 4% na bestaat dat verder volledig uit vals plat, hier is het dan weer lastiger om weg te rijden uit het peloton. Al kan het wel, mede met dank aan het bochtige karakter van de weg. Flink wat slingerwerk hier, al blijft de weg verder behoorlijk breed. Boven op deze klim die de organisatie niet meeneemt in haar overwegingen beginnen we aan een korte afdaling van net iets meer dan drie kilometer. De andere kant van deze Alto de Finestrat loopt wel iets steviger omlaag, we dalen een tijdje zo tussen de 6 à 7%. De afdaling is licht technisch, we komen wel een paar snelle bochtjes tegen onderweg. Geen al te scherpe bochten, dit moet wel lukken. We rijden weer eens door een fraai decor heen, in de omgeving van Benidorm. Na een tijd komen we een rotonde tegen waar we rechtdoor gaan en even verderop slaan we bij de volgende rotonde linksaf. Als we hier rechtsaf waren gereden hadden we nog een stukje verder kunnen dalen naar de kust, naar Benidorm. Deze bekende kustplaats laten we alleen voor wat het is, de organisatie wil de Benidorm Bastards niet opzoeken. Deden ze in het verleden overigens wel, de vorige keer dat we naar Alto de Aitana gingen, in 2016, ging de rit van start in Benidorm. Ook in 2019 ging er nog een keer een rit van start in Benidorm, de stad van Hector Alvarez. Dat is dan weer het aanstaande klassiekerfenomeen van Lidl-Trek, we gaan wat beleven met Hector. Benidorm is na Madrid en Barcelona de populairste toeristische trekpleister van Spanje, de bevolking van deze bekende badplaats kan in de zomer oplopen tot een half miljoen. Redenen genoeg om Benidorm niet te bezoeken, daarom slaan we bij de rotonde linksaf en rijden we in plaats van Benidorm naar La Nucia. We verlaten meteen het grondgebied van de gemeente Benidorm, waar Robbie Hunter ooit een sprint won in de Vuelta, om op een brede weg terecht te komen die vijf kilometer vrijwel rechtdoor vals plat omhoog zal lopen naar La Nucia. In dit stuk van vijf kilometer komen we 100 meter hoger uit, dan heb je het dus over een gemiddelde van 2%. Paar wat vlakkere strookjes en daarom ook een paar strookjes waar we aan iets meer dan 2% klimmen, maar dit is echt geen lastig terrein. De renners rijden dwars door stedelijk gebied, waar vooral veel industrie te vinden is. Er zijn ook wat rotondes te vinden, helemaal rechtdoor gaat het daarom ook niet. De omgeving is daardoor ook meteen een stuk lelijker, al proberen ze in de omgeving van La Nucia de boel wat op te vrolijken door de talloze rotondes van wat kunst te voorzien. Na 18 kilometer koers rijden we het centrum van La Nucia binnen, waar de weg een kilometertje zo goed als vlak is. Na een stuk of acht rotondes kort achter elkaar komen we hier dan weer wat vluchtheuvels tegen, zo is de koers op dit moment vooral om die reden uitdagend. In La Nucia zien ze de afgelopen tijd wel vaker wielrenners passeren, de sinds 2021 herboren Clàssica Comunitat Valenciana 1969 komt jaarlijks voorbij in dit plaatsje. In 2021 ging de koers hier van start, net als in 2022. In 2023 kwam die koers dan weer aan in La Nucia, het parcours was redelijk eenvoudig en dus kon Arnaud De Lie hier de sprint winnen voor Jenthe Biermans. Onderweg zat de Port de Barx, de klim die we gisteren zagen, maar veel meer klimwerk kwamen de renners niet tegen. Terwijl er hier toch de nodige bergen liggen, dat zagen we dan weer in de editie van vorig jaar. Bij die gelegenheid reden we in de buurt van La Nucia over een klim van drie kilometer aan 9% heen, dat bood Marc Hirschi dan weer de mogelijkheid om zowaar namens Tudor een wedstrijd te winnen. Voorlopig zijn enige succes voor die ploeg, hij klopte toen aan het begin van het jaar tijdens zijn eerste koers toch maar mooi het fenomeen Christian Scaroni. Dat vond hij wel genoeg, daarna hebben we hem dik anderhalf jaar niet meer gezien. Weer een masterclass van Cancellara. In La Nucia organiseerden ze in 2021 dan weer het Spaanse kampioenschap, bij de mannen kreeg Omar Fraile het voor elkaar om Jesus Herrada te vloeren. Bij de vrouwen won Mavi Garcia dan weer, terwijl de titel bij de beloften naar de momenteel in deze Vuelta aanwezige Ivan Cobo ging. Iets verder terug in de tijd ging er in 2011 een Vueltarit van start in La Nucia, met einde in Playas de Orihuela waar Chris Sutton godbetert de sprint won voor Vicente Reynes, ook niet echt een topuitslag. Volgens Wikipedia is La Nucia is een oase van rust gelegen op korte afstand van de toeristische drukte. Nou, ik vind het alsnog vrij druk en toch ook chaotisch ogen. Wel wat leuke smalle straatjes hier, al knallen de renners er over een brede weg doorheen zonder die straatjes te zien. Na een tijd is er wel een mooi vergezicht op het oude centrum van dit plaatsje.
![callejero_interior.jpg]()
![LaNucia_overview_1.jpg?responsive]()
Zodra we het oude gedeelte van La Nucia op de heuvel zien liggen beginnen we op een brede weg aan een afdaling van een kilometer of drie, een afdaling die op een bepaalde manier nog wel lastig is. In principe stelt het niets voor, over een brede weg gaat het niet al te steil omlaag, maar we rijden tijdens de afdaling wel door het dorpje Polop heen en hier liggen tussen nog wat meer gekleurde huisjes in een stuk of vijf drempels en dan nog wat rotondes op de renners te wachten. Ik weet trouwens na gisteren ook niet meer zeker of een brede weg wel een aanbeveling is, nog nooit zoveel valpartijen gezien op brede en goed onderhouden wegen als tijdens de vorige rit. Levensgevaarlijke route nu dus ook weer, al mogen we aannemen dat de renners gezien het profiel van de rit vandaag net iets beter opletten. Het peloton zal vandaag ook volledig uit elkaar gereden worden, dat helpt dan natuurlijk ook wel. Buiten Polop laten we de drempels achter ons, over de brede weg dalen we nog wat verder terwijl we in een omgeving terechtkomen waar ook wat tuinbouw te vinden is. Na het stuk in dalende lijn loopt de weg abrupt weer omhoog, er volgt een kort klimmetje richting Callosa d'en Sarrià. Het gaat 1,7 kilometer aan 6% omhoog en dat is dan toch even een listig knikje. Door de brede weg lijkt het bijna vlak te zijn, maar het loopt hier toch echt stevig omhoog. Als we Callosa d'en Sarrià bereiken, een dorpje waar op een leuke poort na weinig te vinden is, slaan we bij een rotonde rechtsaf om daarna meteen een kilometer af te dalen. De afdaling voert weer over een brede weg, wel komen we een paar bochtjes tegen. Nouja, is zo weer voorbij. Beneden rijden we over een brug en voorbij deze brug begint weldra de eerste officiële klim van de rit. Een kilometer of drie rijden de renners over een glooiende weg, eentje die een beetje slingert door een best wel fraai decor. In de omgeving van deze weg vinden we het DinoPark Algar, een kicken themapark waar zoals je kunt verwachten allemaal dinosauriërs te vinden zijn. De renners zien ook heel wat bergen in beeld verschijnen, aan de rechterkant van de weg kijken ze op de Sierra de Bernia uit, in die bergketen ligt een steile weg omhoog waar we in de Ronde van Valencia wel eens gebruik van hebben gemaakt. Zo'n weg die je ook nog wel eens in de Vuelta verwacht te zien, maar daar moeten we nog wat langer op wachten. In plaats daarvan volgen we de doorgaande weg, eentje die na drie glooiende kilometers definitief begint omhoog te lopen. De renners beginnen aan de Puerto de Tárbena, een naam die wellicht weinig belletjes doet rinkelen. Het helpt als ik vertel dat dit de achterkant van de Coll de Rates is, de Rates is de bekendste trainingsklim in deze omgeving. Armstrong had vroeger de Col de la Madone in de buurt van Nice, daar ging hij zichzelf met behulp van dottore Ferrari altijd even testen, een groot deel van het huidige peloton gebruikt de Coll de Rates als testklim. Er wordt op deze klim op leven en dood gestreden om de KOM, eind vorig jaar kwam Pogacar nog in het nieuws omdat hij aan het eind van een reusachtige trainingsrit na een lead-out van zijn ploeggenoten de KOM op de Coll de Rates veroverde. Een zeer prestigieuze KOM, omdat alle renners die vaak in deze hoek van Valencia trainen hier tijdens hun trainingen meermaals passeren. Al rijden we nu de Rates op van een andere kant, via Táberna. Een kant die we ook in de Vuelta zagen de laatste keer dat we naar Alto de Aitana reden, in 2016. In de Ronde van Valencia van dit jaar kwam de Rates ook van deze kant voorbij, zo wordt er hier tussen alle trainingstochten door ook gewoon gekoerst. In de Clàssica Comunitat Valencia komt de klim dan weer van de andere kant voor, de klassieke kant die we ook zagen passeren in de Vuelta van 2010. De vorige Vuelta waar de leider hard ten val kwam en moest opgeven, ik had toch een paar Vietnam flashbacks.
![Tarbena.gif]()
![DSCF0724.JPG]()
![DSCF0736.JPG]()
Van Callosa d'en Sarrià rijden de renners naar Bolulla, het gaat dus eerst een kilometer omlaag en daarna rijden we drie kilometer over glooiende wegen. Vlak voor we Bolulla bereiken loopt de weg nog even kort naar beneden met een paar bochten erbij, daarna gaan we buiten het dorp beginnen aan de Puerto de Tárbena, een beklimming van de tweede categorie. Het gaat de komende 7,2 kilometer gemiddeld aan 5,4% omhoog, te beginnen met een vrij gemakkelijke kilometer aan 4%. In deze eerste kilometer komen we ook weer een kort vlak stukje en zelfs een paar meter in dalende lijn tegen, terwijl we over een bochtige weg door een schilderachtig decor rijden. De omgeving is hierboven te aanschouwen, jeetje, dit lijkt me een extra reden waarom dit zo'n populaire trainingsklim is. Van de omgeving vol rotsen rijden we na een tijd wel een bos binnen, hier slingert de brede weg vol haarspeldbochten twee kilometer aan 6% omhoog, voor er zowaar een kilometer aan 7% zal volgen. Deze achterkant van de Rates is niet de lastigste klim ooit, maar in het begin van de rit is zo'n berg nooit verkeerd. Na nog een kilometer aan 6% verlaten we het bos en dan rijden we door een wat meer open omgeving verder omhoog naar Tàrbena, een dorpje dat we na een tijd boven op een heuvel zien verschijnen. Een wit dorpje, gelegen in een terraslandschap. De renners rijden langs de kant van de weg ook een aantal palmbomen voorbij, het is wel een in het oog springende omgeving. Een omgeving waar je meer wielrenners dan auto's tegenkomt, dit is echt de regio waar iedereen met een racefiets zich heeft verzameld. Niet alleen profs, het stikt hier ook van de amateurs. Ook de jeugd trekt hier tegenwoordig al naartoe, een beetje nieuweling trekt tegenwoordig al op trainingskamp naar deze regio. Vooral voor de Belgen is dit een populaire locatie, zo passeren we klikkend door Streetview bijvoorbeeld iemand in een R.EV-outfit. Voor je rust hoef je hier niet te komen, wel voor je paella. Na een kilometer aan 4,5% gaat het in de laatste kilometer van de klim aan 5% omhoog, vooraleer we na 37 kilometer het dorpje Tàrbena betreden, waar we de top van de klim aantreffen. In het fraaie Tàrbena kun je volgens Bobbie Traksel heel goede paella eten, die speknek kan het weten. We rijden door Tàrbena heen, zodra we de huizen van dit dorpje achter ons laten loopt de weg in de schitterende natuur twee kilometer omlaag. Dit wordt geen al te lastige afdaling, in dit stuk van twee kilometer komen we één lastige bochtencombinatie tegen en dat is dan ook zo ongeveer het enige bochtenwerk. De weg is omgeven door talloze witte betonblokken, het is dus wel de bedoeling om hier daadwerkelijk op de weg te blijven. Je zou afgeleid kunnen worden door de omgeving, het is hier wonderschoon. Na twee kilometer in dalende lijn volgt er een kort knikje omhoog, we klimmen in een rotsachtige zone een kilometer aan 3%. Na dit korte knikje slingert de brede en van goed asfalt voorziene weg dan weer twee kilometer vals plat omlaag, in dit stuk van de route fietsen de renners langs een beeldentuin vol buitengewoon kitscherige creaties. We komen hier heel wat bochtjes tegen, maar lastig wordt het hier zeker niet. Met zicht op de bergen in de verte bereiken we na deze strook het slotstuk van de Coll de Rates, de renners mogen langs een paar rotswandjes af nog even klimmen aan 3%, voor er in een weidse omgeving een afsluitende kilometer aan 6% volgt. Na 44 kilometer bereiken we de top van de Coll de Rates, een klim die bekender is omdat hier veel mensen trainen dan omdat er hier vaak gekoerst wordt. Niet iedereen kan overigens lachen met alle renners die hier passeren, zo zie ik op de top de tekst CYCLISTS GO HOME op de weg gekalkt staan. Nou, diegene heeft mooi pech, er komen nu meteen een stuk of 170 cyclists voorbij. Op de top van de Coll de Rates vinden we een kicken mirador, het uitzichtpunt biedt een blik op de vallei en beneden in die vallei ligt Parcent. Daar gaan we voorbij de klim naartoe, de klassieke kant van de Rates wordt in dalende lijn afgewerkt. Op de top zou je overigens nog verder kunnen klimmen, er loopt hier een smerig steil betonnen weggetje omhoog naar Tossal dels Diners. Mocht de Rates niet genoeg voor je zijn kun je er dus nog een verlengstuk aan toevoegen. Dit verlengstuk wordt ook wel Super Rates genoemd, enkele waaghalzen als Nys en Van der Poel hebben 'm wel eens aan hun training toegevoegd. Dat doen de renners niet, ze dalen voorbij de top meteen af over de weg waar Pogacar de KOM heeft en onze Puck Pieterse de QOM.
Cyclingnews schreef dit jaar een heel boekwerk over deze klim, voor meer achtergrond moet je dus vooral even op het linkje klikken. Of nee wacht, ik haal er wel even wat stukjes uit:
quote:
For the last two months the Coll de Rates has probably been the most popular climb in the cycling world. The 6.4km climb has been glowing white hot on heat maps, with hundreds of rides and different segment times logged on Strava.
The Coll de Rates is a popular winter playground and a symbolic crossroads for riders of different abilities. Most WorldTour teams hold training camps on the nearby Costa Blanca in December and January and ride inland to climb the Coll de Rates during long rides. Amateur riders from across Europe also travel to Spain for warm weather riding and like to go 'pro-spotting' and compare their rides on the Coll de Rates with the professionals.
"Sometimes you even see the occasional guy just sitting in a camping chair on the side of the road watching the riders go past," Larry Warbasse told Cyclingnews after we saw him riding the Coll de Rates a few hours before the Tudor media day in early January.
"Every cyclist who goes to the Costa Blanca wants to ride the climb that everyone talks about. If you go there in December between 10:30am and 1:00pm, you’re likely to see many of your cycling heroes and half of the peloton riding up it."
quote:
The popularity of the Coll de Rates has led to a number of cycling cafes and bike businesses opening near the climb. Cyclingnews stopped for a cortado coffee at the Musette Café, where both Remco Evenepoel and Van der Poel have been seen.
We passed dozens of riders on the Coll de Rates, from local Spanish riders to unfit northern Europeans, from ambitious club and Continental team riders to WorldTour pros.
We saw several Tudor riders descending individually after doing a test ride, with a group of Soudal-QuickStep riders descending together after climbing from the Colle de Tàrbena side. We also saw some Visma-Lease a Bike riders, who had perhaps travelled out to Spain a few days before the official team training camp. In just an hour we also saw riders from Bahrain Victorious, Euskaltel, Picnic PostNL.
"It’s become sort of 'the' climb in the area because it’s the closest solid climb to Calpe," Warbasse explained.
"It’s a good gradient to do training and testing efforts on because there aren’t many flat sections and not a whole ton of corners."
quote:
The Astana and QuickStep teams were some of the first WorldTour teams to hold training camps in the area, more than a decade ago. Many Belgians and Dutch, including Evenepoel and Van der Poel, own villas and apartments on the Costa Blanca and so base themselves there during winter breaks.
"Some teams used to do some training camp 'races' up the Coll de Rates, then Jonas Vingegaard took the record from the pros in 2018, then from there it just sort of became lore and things snowballed," Warbasse said.
Vingegaard set a time of 13:02 in 2018, while still a Continental level rider, with his Team ColoQuick teammates pacing him on part of the climb. The record time sparked interest from several pro teams, including Visma-Lease a Bike, who went on to sign the Dane. He has perhaps since gone quicker but is far more careful about publishing his training data.
quote:
Not everyone is a fan of breaking records on climbs and posting about in Strava, and the popularity of the climb these days has taken the fun away for some rider.
"How can I put it? It's a highway, so everything I dislike, it's crowded just because it's crowded," French Tudor rider Mathys Rondel recently told L'Équipe. "People want to do what everyone else does."
Whether it's herd-following or genuine appreciation for the climb, this winter has proved again that the Coll de Rates is the place to be for pre-season training, for pros and amateurs alike. Ventoux and Finestre may rule the headlines in the summer, but in January, this is the climb to beat.
![RatesS.gif]()
![Tarbena_panoramica.jpg?responsive]()
![DSCF0751.JPG]()
![coll-de-rates-parcent-upload-165731-1024x0.jpg]()
De Coll de Rates is dus ook de klim waar Jonas Vingegaard werd ontdekt, ja! En een klim waar niet iedereen fan van is, de Rates is op een bepaald moment een hype geworden en niet alle renners willen meedoen aan de hype. De Rates is voorts een bergpas tussen het Ferrergebergte (ten oosten) en het Carrascar de Parcentgebergte (ten westen), die de Valenciaanse regio's Marina Alta (ten noorden) en Marina Baja (ten zuiden) van elkaar scheidt. Komend vanuit Tàrbena rijden de renners wat meer door open terrein, waar de wind invloed heeft. Daarom is de kant die we nu gaan afdalen de populairdere optie, die kant is beter beschut. Nou, dat gaan we nu dan maar eens ontdekken. Vanwege de gelijkmatigheid is de Rates de ideale trainings- en testklim, we weten dus alvast dat we omlaag weinig steile stroken hoeven te verwachten. Niet al teveel bochten ook, wat omhoog voor een gelijkmatige inspanning zorgt. Omlaag zorgt het er dan weer voor dat we niet teveel hoeven te sturen, al komen we direct na de top wel meteen een eerste haarspeldbocht tegen. Met een prachtig uitzicht over de vallei rijden we daarna een tijdje rechtdoor verder, waarna we even verderop het bekende bankje passeren. Voorbij het bankje loopt de weg nog een tijd vrijwel rechtdoor, langs de bergflank af. In totaal gaat het 6,5 kilometer omlaag in de richting van Parcent, na de haarspeldbocht in het begin komen de renners vervolgens meer dan twee kilometer geen fatsoenlijke tocht tegen. Zonder te remmen gaat het op wat flauwe bochten na bijna volledig rechtdoor, met aan de ene kant van de weg wat mooie rotswanden en aan de andere kant van de weg steeds een mooi uitzicht over de vallei, waar meerdere witte dorpjes te zien zijn. Aan het eind van de rechte strook komen we een nieuwe haarspeldbocht tegen, maar dit is een enorm brede bocht. Sowieso een brede weg, die niet al te lang geleden nog eens van een verse laag asfalt is voor zien. Halverwege de afdaling duiken we een bos in en hier komen we iets meer bochtenwerk tegen, al zitten er weinig gevaarlijke bochten tussen. Ik zie één wat scherpere bocht naar rechts, gevolgd door een bocht naar links. Even verderop nog een bocht naar links die de moeite is, en dan nog eens een brede haarspeldbocht. Als we die haarspeldbocht achter de rug hebben loopt de weg in de laatste twee kilometer van de afdaling toch weer vooral rechtdoor verder. Nog een kilometertje wat licht bochtenwerk in het bos, bij het verlaten van het bos rijden we rechtdoor Parcent binnen en in die plaats komen we na 50 kilometer aan. In Parcent springen we over een vluchtheuvel heen en slaan we vervolgens linksaf, om daarna te beginnen aan zo'n beetje het makkelijkste deel van de rit. Het is een rit waarin we vooral vaak op en af gaan rijden, nu volgen er zowaar een aantal zo goed als vlakke kilometers. Parcent wordt ook wel een paradijs tussen de bergen genoemd, voor die naam valt iets te zeggen. Het ligt vlak bij Xaló, dat bekend staat om de wijngaarden en markten. De traditionele landbouw in Parcent bestaat voornamelijk uit de teelt van amandelen en sinaasappelen. Amandelen, weer eens wat anders. Voor de derde keer dit jaar zien ze de koers passeren in Parcent, in de Clàssica Comunitat Valenciana reden we begin dit jaar onderweg van La Nucia naar Valencia op dezelfde manier over de Rates heen om beneden uit te komen in Parcent. In de Volta Comunitat Valenciana reden we twee weken later dan weer van La Nucia naar Teulada. Ook in die koers reden we via Tàrbena naar de Rates toe, om af te dalen naar Parcent. Vanuit Parcent reden we tijdens die koers vervolgens naar de Miserat toe en hey, dat wordt vandaag ook de volgende klim.
![Coll-de-Rates_Michael-Blann_01.jpg?fit=2048%2C1536&ssl=1]()
![coll-de-rates-1768322626.jpeg]()
![MTc3rAA.jpeg]()
In Parcent slaan de renners linksaf en daarna komen ze op een weg terecht die ze 17 kilometer gaan volgen tot in Pego, waar ze de voet van de volgende officiële klim van de dag aantreffen. Buiten Parcent loopt een brede weg nog eens een kilometer of twee vals plat omlaag verder, waarna het een kilometer zo goed als vlak zal zijn. In Parcent springen we over een paar drempels heen, dat is een beetje de lokale specialiteit. De brede weg voert door een groene omgeving, waar we wel wat bochtjes tegenkomen. Dat stelt niet veel voor, tot we aan het eind van de vlakke kilometer ineens in een haarspeldbocht belanden, het gaat hier plots ook weer omlaag. Een korte afdaling van een kilometer of drie doemt op, voorbij de haarspeldbocht volgt er nog een lastige bocht en daarna dalen we weer wat meer rechtdoor verder in de richting van Orba. Eenmaal in Orba komen we weer een hoop drempels tegen, dat vinden ze leuk hier. In Orba komen we ook een rotonde tegen, verder vallen de obstakels nog wat mee. We dalen wat verder buiten het dorp en komen vervolgens een tweetal volledig vlakke kilometers tegen. Aan het eind van dit vlakke stuk bereiken we het dorpje Sagra, ook weer voorzien van de nodige drempels. Na de doortocht in dit dorpje rijden we weer een mooi stukje natuur binnen, we betreden een kloof en in deze kloof gaat de weg een tijdje omhoog lopen. Tussen de rotsen in klimmen we twee kilometer aan 4,5% naar de Port de Sagra, onderweg komen we een paar stroken tot 6% tegen. Geen al te wereldschokkend klimmetje, maar zo verzamelen we de hele dag door wel een hoop hoogtemeters. Volgens de organisatie gaan we zelfs over de 5000 hoogtemeters heen, Escartin beweert dat dit de zwaarste bergrit ooit in de Vuelta en dat lijkt me dan weer een schromelijke overdrijving. Alsnog wel een zeer lastige rit natuurlijk, daar niet van. Na het klimmetje in de kloof voorbij Sagra loopt de weg een stuk langer omlaag, we dalen 4,5 kilometer aan 3% in de richting van Pego. Deze afdaling stelt weinig voor, we slingeren door een mooie omgeving zonder dat er zich veel hachelijke situaties zullen voordoen. Enkele bochten zijn voorzien van een gevarenbord, maar dat lijkt hier toch niet echt nodig. Ja, er is een keer een bocht naar rechts over een wat smallere brug heen, maar dan heb je het ook meteen gehad. Tussen allerlei prachtige rotsformaties door rollen we naar beneden, eenmaal beneden laten we de natuur even achter ons en komen we tussen de boomgaarden terecht. Hier loopt de brede weg een kilometer of twee op een vlakke manier vooral rechtdoor, na 67 kilometer koers rijden we vervolgens het centrum van Pego binnen. In dit plaatsje bevinden we ons op twee kilometer van de voet van de volgende klim, voor we die voet bereiken nemen we in Pego enkele bochten naar links. Pego is een plek die door sommige bronnen een verborgen parel wordt genoemd, gelegen tussen de bergen en de Middellandse Zee. In de Vuelta zijn we wel eens vaker door het dorp gereden, in 2001 passeerden we hier bijvoorbeeld ook op weg naar Alto de Aitana. Van Pego kun je makkelijk naar de kust rijden, dat is maar een paar kilometer verderop. Je fietst dan wel door het Parque natural del Marjal de Pego-Oliva heen, een reservaat dat bestaat uit moeras en omliggende rijstvelden. Deze combinatie resulteert in een leefgebied voor een aantal internationaal bedreigde moerasvogels, heel nuttig dus. We gaan alleen niet de kant van het moeras op, zoals we ook niet tussen de sinaasappelbomen zullen blijven. Nee, we gaan de bergen in.
![sagra-sagra.png]()
![-upload-106727-1024x0.jpg]()
![pego-1212.jpg]()
Na het bochtenwerk in Pego bevinden we ons op de weg naar de volgende gecategoriseerde klim van de dag, een klim die gaat debuteren in de Vuelta. Het gaat een schitterend debuut worden, want er zit werkelijk een sloopkogel van een berg aan te komen. We gaan voor het eerst in de Vuelta naar El Miserat, een naam die haast niet beter gekozen had kunnen worden. Het wordt een miserabele klim voor de renners, over de smallere Passeig del Calvari rijden ze de klim tegemoet en ook die naam is goed gekozen. Een calvarietocht richting de misère, dat is het volgende gerecht op het rijkelijk gevulde menu van deze etappe. Buiten Pego loopt de weg een paar meter omlaag, via wat kort bochtenwerk komen we uit op een kruispunt waar enkele betonplaten liggen. Hier slaan we linksaf en daarna loopt de weg direct loodrecht omhoog. We hebben de levensgevaarlijke brede wegen ingeruild voor een veel veiligere smalle weg, die smalle weg zal voorbij dit kruispunt 5,2 kilometer aan 10% omhoog gaan lopen naar wat de organisatie Puerto de El Miserat noemt. Dat gemiddelde zegt meteen genoeg, dit wordt krasselen. Voor veel renners zal de klim alleen niet als een verrassing komen, enkele profs hebben zich tijdens hun trainingsrondjes naast de Coll de Rates ook aan deze klim gewaagd. Daarnaast hebben we El Miserat tot nu toe twee keer in de Ronde van Valencia zien verschijnen. In 2024 debuteerde de klim in die koers, er volgde toen een aankomst op deze klim. Dat was overigens oorspronkelijk niet de bedoeling, we hadden even verderop in Vall d'Ebo moeten eindigen, maar omdat daar een toeschouwer overleed besloot men de finish op de top van de klim te leggen. Het werd hoe dan ook meteen een debuut om te onthouden, de hele wereld kon meegenieten van de smalle weg en de bizar steile stroken. Ik genoot vooral van Hagos Welay, die een dappere poging waagde om de beste klimmers te volgen. Daarbij blies hij helaas zijn brommer een beetje op, maar hij wist alsnog 9e te worden. Even reed hij mee vooraan, maar hij kon die inspanning toch net niet volhouden. Hagos is inmiddels alweer uit het peloton verdwenen, dankzij een eindeloze stroom aan valpartijen en daaropvolgende blessures heeft hij maar heel sporadisch zijn klimmersbenen kunnen tonen aan de wereld. En als je een Ethiopiër bent in plaats van een Fransoos krijg je niet zomaar een tweede kans, het leven is niet altijd eerlijk. Op El Miserat was het Brandon McNulty die zich van de rest wist te ontdoen, Santiago Buitrago en Aleksandr Vlasov konden hem net niet volgen. McNulty begon er al vroeg aan, en daarna duurde het een eeuwigheid voor de streep in zicht kwam. Dit wordt een lange inspanning, aan deze kilometers komt geen einde. Dit jaar reden we in de Ronde van Valencia nog eens over El Miserat, in de rit tussen La Nucia en Teulada volgde de klim net als nu na de Rates. Dat was wel meteen in het begin van de rit, waardoor we toen weinig van deze fenomenale beuker hebben gezien. Dat zet de Vuelta nu recht, door eindelijk eens op bezoek te komen. Hoewel, eindelijk, een paar jaar geleden was deze weg nog niet begaanbaar, vooral richting de top lag er een zeer slecht wegdek, vol met gaten en putten. Een paar jaar geleden hebben ze de boel opgeknapt en sindsdien kunnen we deze formidabele klim toevoegen aan het wielercanon. De klim begint in een vrij opmerkelijke omgeving, we rijden in de eerste meters van de beklimmingen tussen een hoop sinaasappelbomen door die zijn aangelegd op stenen terrassen. De bomen wisselen we in de eerste steile bocht van de klim al snel in voor een stuk ontzettend ruige natuur. Dat is ook wel echt een eigenschap van de Miserat, je komt hier meer rotsen dan bomen tegen. De keien vliegen je om de horen, hopelijk liggen ze hier wel vooral naast de weg en niet op de weg. In de eerste kilometer van de klim wordt er meteen aan 10,5% geklommen, met enkele stroken tot 19%. Ook een korter vlak strookje tussendoor, de Miserat is een onregelmatig ding. We wurmen ons door een paar smalle bochten heen, ondanks het feit dat we ons hier op meer dan 100 kilometer van de aankomst vinden is positionering toch wel belangrijk. Deze klim is zo steil dat het peloton automatisch uit elkaar gaat vallen, alle klassementsrenners moeten hier dus vooraan beginnen en dat kan de sprint voorbij Pego richting de klim nerveus maken. Ik bel de ambulance alvast. In de tweede kilometer van de klim gaat het aan 14,5% omhoog, met een piek tot 22%, dit is echt een hilarische klim. Loeisteil, haast niet te doen. Hij had iets dichter bij de finish mogen zitten, maar alsnog verwacht ik hier geinige taferelen. Door het onherbergzame en rotsachtige landschap, waar de wind ook nog eens vrij spel heeft, komen we in de derde kilometer enkele vlakke meters en zelfs een kort stuk in dalende lijn tegen. Via een paar smalle bochtjes slingeren we kort omlaag, waarna er een nieuwe muur volgt. Het gemiddelde van deze kilometer blijft steken op 8%, dat lijkt dan op papier mee te vallen, de praktijk leert dat de renners hier na het stukje in dalende lijn 300 meter aan 20% moeten klimmen, met een piek van 23%. De renners zien deze muur recht voor zich uit liggen, het is echt niet te doen. Boven op de muur vlakt het weer af, na een paar vlakke meters en opnieuw een kort stuk in dalende lijn gaat het in de volgende kilometer aan 5% omhoog. Van die stukjes in dalende lijn kun je dankzij de smalheid van de weg ook niet heel vrolijk worden, je moet hier continu bij de les zijn. In de kilometer die volgt op dat korte afdalinkje kan de aandacht wel iets verzwakken, het gaat nu zowaar vrij regelmatig op een niet al te steile manier omhoog. Een kilometer om even op adem te komen, terwijl we tussen de grote keien in toch weer langs een kleine boomgaard komen te fietsen. Je zal op dit terrein maar je business runnen, gekkenwerk. De smalle weg blijft bochtig en leidt ons na een tijd weer wat meer de beschutting in. We komen uit in de buurt van enkele imponerende bergtoppen, waar we aan de imponerende laatste kilometer van de klim gaan beginnen. In de laatste kilometer van de klim gaan we aan 11,5% omhoog, een gemiddelde dat ook nog eens wordt gedrukt door de eerste wat vlakkere meters. In de laatste 800 meter klimmen we aan 15%, met stroken tot 20%. De miserabele Miserat levert van begin tot eind, dit zijn de
rampas inhumanas die we in de Vuelta willen zien.
![Miserat1.gif]()
![Ky36jQ9.jpeg]()
![MG_0536-miserat-scaled.jpg]()
![el-miserat-pico-xilibre-pego-upload-66227-1024x0.jpeg]()
![el-miserat-pico-xilibre-pego-144124-1024x0.jpg]()
Na 74 kilometer komen we boven op El Miserat, naast Monte Bartolo met zekerheid de beste debutant van de Vuelta. El Miserat is geheel terecht een klim van de eerste categorie, deze klim is zowel qua percentages als omgeving een waar genot. Nouja, voor ons dan, thuis voor de buis. Op de top zou je rechtsaf kunnen slaan om nog wat verder te klimmen naar wat zendmasten op het hoogste punt van de berg, maar die bocht negeren de renners. Bij het profiel van de AltimetriasGoden mag u daarom ook de laatste kilometer negeren, bij de Collado del Miserat zit de klim er gelukkig voor de renners op. El Miserat is overigens een klim met meerdere zijdes, je zou de klim ook vanuit L'Atzúbia kunnen aanvatten. Dat levert een zelfs nog steilere klim op, ik stel alvast voor dat we die variant in de nabije toekomst ook gaan proberen. Nu ze de boel hier fatsoenlijk geasfalteerd hebt kun je hier een gruwelijke muurtjesrit uit gaan tekenen, Escartin mag aan de bak. De eerste voorzet is gegeven, in de toekomst moet dit beter uitgewerkt gaan worden. Tijdens deze test is het ook wel van belang om te zien wat er in de korte afdaling gaat gebeuren. Voorbij de klim rijden de renners zeven kilometer verder over glooiend terrein, maar direct na de top van El Miserat loopt de smalle weg een kilometer steil omlaag. Veel scherpe bochten komen we hier niet tegen, maar met zo'n smalle weg is ieder kort bochtje al meteen de moeite. Enric Mas mag hier weer aan de bak om de concurrentie tot kalmte te manen. Wel goed dat er hier nieuw asfalt ligt, Streetview heeft alleen oude beelden uit 2015 en op dat moment was het asfalt hier dusdanig verweerd dat het een gravelweg begon te worden. Na een ondanks serieus bochtenwerk listige kilometer in dalende lijn loopt de smalle weg vervolgens een kilometer vals plat omhoog, we rijden hier in dit ruige landschap ineens een bos binnen. In het bos komen we vervolgens ook weer een kilometer in licht dalende lijn tegen, de weg voorbij de klim heeft wat weg van een achtbaan. In deze verder vrij lege omgeving passeren we na een tijd een verdwaald huis, omringd door een boomgaard. Als je echt rust wil hebben moet je hier wonen, al is het nadeel dan weer dat er tegenwoordig regelmatig wielrenners passeren. En het is ook weer een regio waar regelmatig bosbranden zijn, toch een paar nadelen. De smalle weg was een paar jaar geleden volstrekt ongeschikt voor de koers, maar ik vraag me af of het met een nieuwe laag asfalt wel ineens heel erg geschikt is. We komen nu toch redelijk wat bochtenwerk tegen, ik zie hier wel iemand in het skoekeloen eindigen. Na nog wat werk op en af komen we even verderop uit bij een kilometer waarin er aan 6% geklommen mag worden, zelfs na de Miserat is er totaal geen rust voor de renners. In deze strook van een kilometer komen we zelfs een kort stukje aan 9% tegen, met de Miserat in de benen is dit een ellendige strook. Alleen jammer dat de finish nog zo ver is, dat had de organisatie anders kunnen oplossen. Op de top van dit korte klimmetje slaan de renners linksaf, daarna dalen ze een kilometer wat meer rechtdoor af, al komen ze in de laatste meters van dit afzinkje alsnog een paar bochtjes tegen. Wel een net iets overzichtelijk terrein inmiddels, maar alsnog, met het opnemen van deze weg in je parcours neem je een zeker risico. Na het stukje in dalende lijn loopt de weg dan weer een kleine kilometer vrij stevig omhoog, zo blijven we bezig hier. Aan het eind van dit zoveelste knikje voorbij de Miserat slaan de renners rechtsaf en daar mogen ze een zucht van verlichting slaken, want ze bereiken na die bocht een bredere weg.
![mirador-del-xap-la-vall-d-ebo.png]()