abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator vrijdag 28 augustus 2026 @ 05:32:57 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221672425
Etapa 7: Vall d'Alba - Aramón Valdelinares, 149,8 km

Wow, hij kan teruggepakt worden? Niet iedere aanval is raak? Jemig, dat was me even een partij een schokkende rit. Ik zat al klaar met de afstandsbediening in mijn hand, maar uiteindelijk kon ik blijven kijken. Onderweg naar Castelló duurde het een eeuwigheid voor er een kopgroep vertrok, maar uiteindelijk reed er een mooi groepje van een man of 16 weg. In dit groepje zat Wout van Aert, maar er waren ook andere leuke renners aanwezig. Fenomeen Ramses Debruyne, bijvoorbeeld. De kopgroep kreeg een voorsprong van een minuut of twee en daar bleef het eigenlijk bij, UAE besloot al snel te gaan controleren en dus werd het ook heel snel duidelijk dat we naar een rit voor de klassementsrenners zouden gaan kijken. Meer specifiek, een rit voor Pogacar. In de finale van de etappe reden we twee keer over de Alto del Desierto de las Palmas, bij de tweede passage zouden we afslaan naar Monte Bartolo om daar over een waanzinnig steile grindstrook te rijden. Op de eerste passage van de klim werd Van Aert al gelost, we kunnen inmiddels concluderen dat hij niet echt in vorm is. Ook een Pedersen is rampzalig slecht, van de weinige grote namen aan het vertrek zijn er een aantal dan ook nog eens onder hun niveau aan het rijden. In de kopgroep moest Bilbao kopwerk doen voor Buitrago, dat deed mij dan weer pijn. Laatste Vuelta joh, ga eens voor die ritzege en het voltooien van de trilogie. Na de eerste klim reed UAE in de vallei rond Benicasim het gat met de kopgroep bijna helemaal dicht, eenmaal op de klim was het Pablo Torres die Pogacar mocht gaan lanceren. In de kopgroep bleek fenomeen Debruyne de sterkste renner te zijn, al bleven de contractbenen van Andreas Kron redelijk in de buurt. Er stond alleen geen maat op Ramses, zonder de onstilbare honger van Pogacar had hij de ritzege gepakt en waarschijnlijk ook meteen het rood mogen overnemen. Maar nee, Pogacar had andere plannen. Bij het begin van de steile stroken van Monte Bartolo was het werk van Torres klaar en Pogacar besloot meteen te versnellen. Nou, toen had ik de afstandsbediening vast. Nee, niet waar, ik wilde graag de gravelstrook zien. Daar was nogal wat over te doen, maar op het laatste moment had de organisatie die strook toch nog opgeknapt. Het gravel lag op sommige plaatsen nog steeds een beetje los en er waren nog steeds wel wat kleine steentjes te zien, maar door al dat werk van de organisatie was de strook ineens eigenlijk té goed geworden. Alsnog ging het lange tijd aan 12% omhoog en dus waren het ideale stroken voor Pogacar. Alleen Onley durfde mee te gaan, maar daar kreeg de Brit al snel spijt van.

Enric Mas was net als Gall in geen velden of wegen te bekennen, maar beide heren reden mooi op hun eigen tempo omhoog. Mas reed een tijdje rond met Roglic en niet veel later reed hij ineens in zijn eentje voor de achtervolgende groep. Wel ver achter Pogacar, volgens de GPS. Pogacar had meteen vanaf de eerste meters op die steile strook iedereen gelost, alleen Onley sputterde nog even tegen. Dan weet je hoe laat het is, dan wint hij. Dat is altijd het geval, er bestaat in het wielrennen geen ander scenario meer. Mas op de tweede plaats was leuk, maar met meer hield niemand rekening. Tot we vlak voor de top van de klim ineens zagen dat Mas op een seconde of vijf zat. Na een kort afdalinkje volgde de laatste steile strook van de klim en daar begon Pogacar spontaan te zwalken. Hij kwam voor geen meter vooruit en Mas reed het gat dicht. Op de top van de klim lagen wat bonificaties, dus sprintte Mas er snel nog even voorbij. Beelden voor de eeuwigheid, Mas die Pogacar inhaalt stond niet op mijn bingokaart. Het passeren van Mas had als bijkomend voordeel dat hij als eerste aan de afdaling mocht beginnen, een werkelijk levensgevaarlijke afdaling. Dat wist Mas, dus maande hij Pogacar aan om rustig te doen. De Sloveen was alleen een beetje in de war, hij moest even verwerken dat hij na een aanval weer werd ingerekend. Dat overkomt hem haast nooit, de laatste keer was waarschijnlijk in de Amstel Gold Race van vorig jaar. Sindsdien was iedere aanval raak. Geef Pogacar tien centimeter en je ziet hem nooit meer terug. Mas gaf hem een halve minuut, en hij zag hem wel terug. Waanzinnig knap van Mas, die na een moeilijk jaar met onder meer een mislukte Giro nu toch weer enorm op punt staat in zijn Vuelta. Mas was ijzersterk, maar Pogacar was ook minder sterk dan normaal. Hij vertelde achteraf dat hij niet wist dat er iemand aan zat te komen en dat hij werd verrast, maar dat is allemaal gelul natuurlijk. Hij viel bijna van zijn fiets op die laatste steile strook, hij had het gewoon niet breed. Te vroeg aangevallen, al moest hij dat min of meer wel doen. Zijn ploeg staat hier ook niet echt op punt, hij zit deze Vuelta steeds snel alleen. In de zeer smalle en gevaarlijke afdaling, loodrecht omlaag, besloot hij na enkele bochten toch maar Mas in te halen. Ergens een logische gedachte, Mas is een slechte daler. Ergens ook wel een onlogische gedachte, waarom moet je Mas precies voorbij? Ja, dan kun je solo naar de finish rijden, maar je kunt Mas ook meenemen. Hoef je minder werk te doen, en je wint alsnog. Maar goed, toch de trots denk ik, het toch niet kunnen hebben dat zijn aanval mislukte. Het waren dan ook hallucinante beelden, een plafonnerende Pogacar en een plotseling opdoemende Mas, zo staat de Monte Bartolo voor altijd in het collectieve wielergeheugen gebeiteld. De afdaling gaan we ook nog wel even onthouden, die was echt op het randje. Of zelfs over het randje, zoals Pogacar eveneens over de rand ging. Hij haalde Mas in, die hem nog zo had aangemaand om rustig te doen, en amper een bocht later maakte hij een slipper en reed hij rechtdoor van de weg af. Het scheelde niet veel of dat was einde Vuelta, daar werden even wat onnodige risico's genomen. Hij stuurde rechtdoor, wilde even helemaal rechtdoor rijden maar kwam toen tot de conclusie dat dat geen goed idee zou zijn. Dat zag hij dan wel weer goed, Lorenzo Rota ging in dezelfde bocht van de weg af en hij probeerde wel rechtdoor te rijden, waarbij hij ten val kwam. Zo was het een incidentrijke klim, en een incidentrijke afdaling.

Of we deze klim vaker gaan zien durf ik niet te zeggen, ik weet niet of men dit ziet als een geslaagd experiment. Qua koersverloop wel, het gedeelte veiligheid laat alleen wat te wensen over. Na het steile stuk van de afdaling reed het kopduo verder, met daarachter een trio. Gall en Roglic hadden elkaar gevonden, in hun gezelschap vonden we Ramses Debruyne. De laatste koploper, ingerekend door Pogacar, zou niet ver terugzakken op de klim. Hij bleef op de top bij Gall en Roglic en vooral on aanvoering van Debruyne slonk het gat met de koplopers. Van een halve minuut ging het naar 20 seconden en daarna zelfs een seconde of tien. Het leek heel even of ze er naartoe konden rijden, maar dat lukte uiteindelijk net niet. Jammer, daar ging de kans op de ritzege. Ik had Debruyne graag in een sprintje tegen de gaargekookte Pogacar gezien. Dat kwam er dus niet van, Pogacar en Mas reden weg van alle achtervolgers en dus zouden die twee gaan sprinten. Nouja, dan weet je dus al dat Pogacar wint. Jammer, zelfs op een mindere dag wint hij alsnog. Mas in zo'n sprintje is altijd heel pijnlijk, maar hij deed wel goede zaken in het algemeen klassement, de tweede plaats is nu vrij comfortabel in zijn bezit. De sprint was alleen weer gênant, als je hem ziet heb je altijd het idee dat hij pas net een week fietst, maar hij is toch al 31. Achja, tweede worden in het klassement zou voor Movistar een enorm succes zijn, dat hij in de sprint van Pogacar verliest accepteren ze daar gewoon. Achter dit duo werd Ramses Debruyne derde, wat een rit van die jongen. Uitgevallen in de Tour en dan met deze benen naar de Vuelta trekken, knap. Zijn groepje, met Gall en Roglic en de later aangesloten Carapaz en Tejada, verloor aan het eind veel tijd. Toch 46 seconden, duur dagje. Het veld werd sowieso volledig uit elkaar geslagen, wat dat betreft was Monte Bartolo een doorslaand succes. Kuss verloor buiten Andorra meteen van zijn pluimen, Widar was dan weer oververhit en verloor meerdere minuten. De rit was lang niet heel spannend, maar het laatste uur was spectaculair. Doe maar vaker gravel, ik wil nu volgend jaar echt de Trobaniello zien. Na de toevoeging van Monte Bartolo is ineens alles mogelijk, ik zou het wel weten. Maar oké, eerst maar eens door met de huidige Vuelta. Na het gravelavontuur volgt er nu weer gewoon een geasfalteerde finale. We gaan weer klimmen vandaag, er wacht een aankomst bij een skistation. We komen er meteen achter of Pogacar een slechte dag had of dat hij in ieder geval voor zijn doen niet in vorm is. Bijgehaald worden door Mas is niet normaal, al hebben die twee om onduidelijke redenen wel vaker als duo naar de finish gereden. Of dat een incident was of dat we alsnog een leuke Vuelta gaan krijgen zal tijdens deze rit wel duidelijk worden. Ik verwacht dat hij er nu gewoon weer een minuut van wegrijdt, we hebben echt niet het geluk dat hij een koers verliest. Nee, wij hebben altijd pech. Kijk maar naar de aankomst van de volgende rit, we gaan naar Valdelinares en dat is niet de beste klim van Spanje. Voorafgaand aan die klim zitten ook niet echt andere zware klimmen, dit is zo'n rit zonder veel nut. In normale omstandigheden een kans voor de vluchters, nu kan het zomaar zo zijn dat Pogacar wraak komt nemen na de vernedering van de dag van gisteren. Want zo zal dat voor hem ongetwijfeld voelen. Het peloton kan zijn borst natmaken, arme vluchters.




De zevende rit gaat van start in een plaats waar we tijdens de zesde rit al doorheen zijn gereden, Vall d'Alba. Vall d'Alba is een gemeente in de Spaanse provincie Castellón in de regio Valencia met een oppervlakte van 53 km². Vall d'Alba telt 3.218 inwoners (2025), dat is alle informatie die Wikipedia te bieden heeft. Oei, dan moet ik zelf op zoek naar meer informatie. Ik begin bij Steef: in deze plaats waar de Vuelta nog nooit eerder van start ging hebben ze wel al vaker de koers zien passeren, zo reden we hier in de Vuelta van 2024 bijvoorbeeld doorheen op weg naar Castellón, in de Vuelta van 2017 reden we eveneens door het dorp heen. In 2018 zouden de Spaanse kampioenschappen dan weer georganiseerd worden in de provincie Castellón, de wegrit werd verreden rond Benicassim en zoals ik gisteren al kon melden reed men tijdens dat Spaanse kampioenschap rondjes door Desierto de las Palmas. Gorka Izagirre won die dag, nadat hij een paar dagen eerder tweede was geworden tijdens de tijdrit. Die tijdrit werd dan weer verreden op het grondgebied van Vall d'Alba, ja! Een tijdrit van 37,5 kilometer, van Vall d'Alba naar Vall d'Alba. Die tijdrit werd volledig gedomineerd door de Basken, Jonathan Castroviejo won en hij kreeg de broers Izagirre met zich mee op het podium. Bij de vrouwen won Mavi Garcia dan weer, voor Eider Merino. Merino was met haar 40 kilo niet echt een fenomeen tegen de klok, het dameswielrennen bleef altijd nogal achter bij de heren. Gelukkig hebben ze nu brommer Blasi! Bij de beloften lag het niveau overigens ook niet echt hoog, Martin Bouzas won en die kent u ondanks een passage bij Kern Pharma niet. Hij versloeg Roger Adria, die kent u wel. Xabier Mikel Azparren, nochtans een tijdrijder, werd die dag pas 14e, terwijl Urko Berrade het met een 27e plek mocht doen. Alle andere namen in de uitslag kent u al helemaal niet, zoals u Vall d'Alba ook niet kent. De laatste jaren rijden we tijdens de Gran Premio Castellón - Ruta de la Cerámica ook steevast door dit dorpje heen, sterker nog, we rijden tijdens die koers zelfs twee keer door het dorp heen! Van Castellón gaat het naar het Onda van de familie Cabedo, in die stad wist Michael Matthews twee van de drie edities van deze nieuwe koers te winnen. Er zijn ontzettend veel koersen verdwenen in Spanje, maar soms komt er toch ook weer iets bij. Naast deze profkoers organiseren ze in de provincie Castelló en meer in het bijzonder Onda ook meerdere juniorenkoersen, tijdens de Volta Castelló reden we dit jaar ook nog eens door Vall d'Alba heen. In een rit die angstvallig veel lijkt op die van gisteren was Seff Van Kerckhove uiteindelijk aan het feest in Castelló, een man om in de gaten te houden. Hij klopte onder meer de Basken Luca Martinez en Aitor Mitxelena, die staan dan weer op mijn persoonlijke lijstje van de hoop. Goed, terug naar La Vall d'Alba, volgens de officiële site van de Comunitat Valenciana bevinden we ons in een stadje in het binnenland van de provincie Castellón dat een uitstekende uitvalsbasis vormt voor een vakantie op het platteland, vooral als u van wandelen houdt. Het historische centrum en het omliggende platteland zijn bezaaid met fascinerende overblijfselen uit het verleden, van oude molens, waterputten en fonteinen tot een intrigerende verzameling sculpturen. Castellón en de omgeving van La Plana Alta bieden de mogelijkheid om te genieten van een rustiger levenstempo en om wandelroutes door het omliggende landschap te verkennen. De site raadt ons aan om een eventueel bezoek te beginnen in het centrum van Vall d'Alba, waar u de sfeer van het stadje kunt proeven voordat u te voet het kleine dorpje La Barona gaat verkennen en enkele verrassingen in de omgeving ontdekt. Een van die verrassingen is de Parochiekerk van San Juan Bautista. Deze kerk, gebouwd in 1902, vormt het hart van het erfgoed van Vall d'Alba en herbergt waardevolle altaarstukken van cederhout naast het vereerde beeld van de Maagd van Lledó. Iets verder weg van het dorp vinden we de waterput en watermolens van Senieta, deze etnologische vindplaats omvat een traditionele stenen put en twee oude watermolens met bijbehorende bassins, die laten zien hoe grondwater vroeger werd opgevangen en gebruikt om de omliggende landbouwgrond te irrigeren. En dan is er nog het waterrad van Mas del Gallo: dit gerestaureerde voorbeeld van traditionele waterbouwkunde heeft nog steeds zijn bassin, wasplaats en netwerk van irrigatiekanalen behouden, waardoor het een uitstekende plek is om te begrijpen hoe water traditioneel werd beheerd op het Valenciaanse platteland. In La Barona, een klein dorpje in de gemeente Vall d'Alba, vinden we dan weer de kerk van Nuestra Señora de los Ángeles, dat zou blijkbaar ook de moeite moeten zijn. Daarna worden er nog wat meer watermolens genoemd, eentje schijnt zelfs een irrigatiekanaal uitgehakt in de rotsen te bevatten, jawadde! In de heuvels boven Vall d'Alba vinden we dan weer de Ermita de San Cristóbal, een hermitage waar jaarlijks een bedevaart naar wordt gehouden. Het biedt vooral een mooi uitzicht op de omgeving, in de buurt van de hermitage komen we overigens ook weer zo'n reusachtige fiets tegen. In Vall d'Alba staat de gele fiets, een paar kilometer verderop vinden we op het grondgebied van de gemeente overigens ook nog een gigantische gele stoel. De toeristische site noemt daarna een reeks wandelroutes, de meeste routes lopen langs het landschap vol historische watermolens en waterputten van Moorse oorsprong, maar in het dorp zelf is er ook een heuse kunstroute. Er zouden nogal wat sculpturen te vinden moeten zijn in Vall d'Alba, toe maar. Dankzij de irrigatietechnieken van de Moren vinden we in de Plana Alta rond Vall d'Alba heel veel boomgaarden, in die boomgaarden treffen we vooral veel olijfbomen aan. Er zijn ook wat wijngaarden, maar het zijn vooral de olijven die hier de dienst uitmaken. De Moorse invloed in dit gebied zou ook uit de naam van het plaatsje moeten blijken, Alba zou zoiets als wit moeten betekenen. De witte vallei, duidelijk verhaal. Laten we maar gaan beginnen.




Dit is best wel een floprit, als je het mij vraagt. In zekere zin ook weer een Unipuerto, met aan het eind een Puerto die niet direct de moeite waard is. We komen vandaag genoeg beklimmingen tegen, maar dan wel beklimmingen zonder veel steile stroken, dus eigenlijk geen beklimmingen. Ik ga daarom wederom een poging wagen om wat korter van stof te zijn, misschien lukt dat me nu wel! De renners gaan van start aan de rand van Vall d'Alba en na een korte neutralisatie verlaten ze de stad richting het zuiden, in de eerste vijf kilometer van de rit gaat het volstrekt rechtdoor over een volledig vlakke weg richting Vilafamés. Nouja, volledig vlak, we pakken in het begin een strookje vals plat omlaag mee, daardoor wordt het een vliegende start. Tussen de boomgaarden door rijden we daarna een aantal kilometer verder over een weg die écht vlak is, tot we na vijf kilometer Vilafamés bereiken. In de omgeving van dit dorpje, schitterend gelegen op een heuvel, nemen we een bocht van 180 graden. We rijden daarna terug de vlakte van Plana Alta in, terwijl we hier ook prima de heuvels in hadden kunnen trekken. Voorbij Vilafamés liggen enkele leuke hellingen, ik zie zonder veel moeite te doen bijvoorbeeld een klimmetje van drie kilometer aan 9% verschijnen dat voert naar Costur, het dorpje waar we nu ook naartoe gaan, maar dan via een vlakke omweg. De organisatie kiest bewust voor een eenvoudige rit, vandaag heeft dat waarschijnlijk vooral tot gevolg dat we wegens een zo goed als vlakke aanloop naar een waanzinnige flopgroep gaan kijken. Dat had je dus kunnen oplossen door het klimmetje dat ik binnen een minuut heb gevonden via climbfinder aan het parcours toe te voegen. Gooi zo'n klimmetje in het begin en je hebt ineens een sterke kopgroep, zo simpel kan het zijn. Al kan dit natuurlijk wederom een dag voor Pogacar worden, hij moet natuurlijke de blamage van gisteren rechtzetten. Hij werd na een aanval zowaar bijgehaald, dat kan niet. Met zicht op het prachtige Vilafamés, waar ze over een kasteel beschikken en waar ze met de Roca Grossa een bijzondere rots bezitten nemen we bij een rotonde een terugdraaiende bocht, na die bocht rijden we een kleine zes kilometer vrijwel rechtdoor over een brede weg terug de gemeente Vall d'Alba in. Tussen een eindeloze reeks olijfbomen in knallen we over een licht glooiende weg richting La Barona, vlak voor we dit dorpje bereiken loopt de weg een kilometer aan 4% omhoog en dat is waar de renners het qua klimwerk voorlopig mee mogen doen. Na 11 kilometer koers bereikt het peloton La Barona, een dorpje op een boogscheut van startplaats Vall d'Alba. Mooi rondje gereden, om de lokale olijfbomenzee in beeld te brengen. Deze rit wordt integraal uitgezonden, we hebben dus zomaar het geluk dat het schitterende Vilafamés in beeld wordt gebracht en dat we het ontstaan van de vlucht mogen aanschouwen. Na het korte klimmetje gaat het ook een kilometertje omlaag tot in La Barona, maar dan zonder een bocht van belang. In La Barona, dat je volgens de toeristische sites zeker moet bezoeken als je in Vall d'Alba bent, slaan we bij een rotonde linksaf. Na deze bocht rijden de renners vijf kilometer volledig rechtdoor over een brede en vlakke weg langs nog wat meer olijfbomen en wijnranken af. Na een tijd wordt de weg wat bochtiger, we rijden een siërra binnen en hier loopt de weg ook een beetje omhoog. Zodra de weg bochtiger wordt is het een kilometer of vier fietsen tot in het volgende dorp, Useras. De weg richting Useras is een kilometer of drie vooral voorzien van een glooiend karakter, maar in de kilometer voor we Useras bereiken gaat het dan toch een tijd aan 5% omhoog. Na 20 kilometer bereiken we Useras, ook wel Les Useres, nog steeds in het begin van de rit dus. Dit korte klimmetje kan daarom zomaar een rolletje spelen, het is een van de weinige lastigere stroken in de aanvangsfase. Useras is overigens een fraai dorpje, gelegen op een heuvel. We rijden er dwars doorheen, zonder verdere obstakels tegen te komen.




We rijden dwars door Useras, waarna de renners buiten het dorp tot de conclusie komen dat de weg nog wat verder omhoog blijft lopen. In een kilometer of vier komen we een meter of 100 uit, wat leidt tot een gemiddelde van 2,5%, maar de weg hobbelt een beetje en dus zitten er tussen de vlakkere en dalende stukken in ook wat steilere stroken verstopt in de omgeving van Useras. Al wordt het nooit heel spannend, dit zijn niet direct de meest ideale stroken om een kwaliteitsvolle vlucht te laten ontstaan. Een keer een kilometertje aan 4,5%, dan moet dan het hoogtepunt vormen. De omgeving is hier overigens prachtig rotsachtig, terwijl we ook langs een stukje terraslandschap passeren. Na het stukje in overwegend stijgende lijn gaat het ook weer een kilometer of drie wat meer omlaag, op een vals platte manier. Het is een simpel afdalinkje, het draait en het keert een beetje maar alle brede bochten zijn vloeiend genoeg om er amper te hoeven remmen. Nadien gaat het nog eens twee kilometer lichtelijk omhoog richting het dorpje Costur, mag geen naam hebben. De omgeving mag dan wel weer een naam hebben, fietsend over deze weg kijken de renners als ze zin hebben hun ogen uit. Misschien zitten er renners met een goed geheugen tussen die deze omgeving herkennen, in de Vuelta van 2023 reden we immers ook van Useras naar Costur. Voor en na die dorpjes zochten we toen wel andere wegen op, maar dit korte stukje route is bekend. In 2023 reden we tijdens de vijfde rit van Morella naar Burriana, waar Kaden Groves de sprint zou wonnen. Een klein stukje door dezelfde omgeving, maar even buiten Costur zoeken we ten opzichte van toen een andere weg op. Na een tweetal vlakke kilometers gaat het voorbij Costur een drietal kilometer op een wat stevigere manier omlaag, maar de weg is nog steeds heel mooi en heel breed, dus zelfs de paar haarspeldbochten die we tegenkomen hoeven de renners niet zenuwachtig te maken. Na een tijd komen de renners uit in de buurt van La Foia, hier komen ze een rotonde tegen. Bij die rotonde gingen ze in 2023 naar links, nu gaan we juist naar rechts. Na deze bocht rijden de renners drie kilometer over een licht glooiende weg Figueroles tegemoet. Het gaat heel rustig op en af, we kunnen dit eigenlijk ook gewoon vlak noemen. De renners fietsen hier door een vallei en in de vallei is vooral veel industrie te vinden, tussen nog wat meer olijfbomen in. Na 36 kilometer koers bereiken we even later Figueroles, in het centrum van dit dorpje komen de renners wat rotondes, drempels en ander bochtenwerk tegen. Een licht technische passage, in een plaats waar de lokale industrie zich vooral bezig lijkt te houden met het produceren van keramiek. Dat is sowieso wel een dingetje in de provincie Castellón, in bijna ieder dorp hier kom je die industrie tegen. Voorbij het centrum springen we nog een keer over een drempel heen en daarna komen we in de natuur terecht, we gaan nu op weg naar een plaats waar we in de afgelopen vaker zijn geweest.





Voorbij Figueroles is het even een kilometer bijna volledig vlak, daarna rijden we via een brug over de Riu Llucena en voorbij deze brug beginnen we officieus aan de eerste echte klim van de dag. Vanaf nu gaat het 15 kilometer aan 4,3% omhoog, het zou zomaar zo kunnen zijn dat de vlucht pas vertrekt op de klim waar we nu aan beginnen. We beginnen aan de Puerto de El Remolcador en deze klim begint met een kilometer aan 5%. In deze eerste kilometer van de klim volgt wel meteen een strookje aan 10%, de zeer brede weg omhoog door een fraaie omgeving kent een paar strookjes die de moeite zijn. Al gaat het na deze eerste kilometer in de twee kilometer daarna slechts aan 3% omhoog, de organisatie neemt dit deel van de klim niet mee. Na de eerste drie kilometer laten zij de klim pas beginnen, ze komen daardoor uit op een klim van 12 kilometer aan nog steeds 4,3%, dan had je dus gewoon die drie kilometer ervoor ook kunnen toevoegen. El Remolcador is een klim van de tweede categorie, eentje die de renners naar Lucena del Cid. Ook wel Llucena, als je liever het Valenciaans hanteert. In de vierde kilometer gaat het omhoog aan 4,5% en als we in de volgende kilometer in de verte Llucena boven op een heuvel zien liggen gaat het nog steeds aan 4,5% omhoog. De Remolcador valt voorlopig nog wel mee, via enkele brede bochten loopt een keurig onderhouden weg op een schappelijke manier omhoog. Vlak voor we Llucena bereiken is het zicht echt prachtig, dit stadje op de heuvel steelt de show. Dat heeft de stad in het verleden wel vaker gedaan, zo reden we in de Vuelta van 2016 eveneens via Figueroles naar Llucena toe. Na 42 kilometer rijden de renners het centrum van dit dorpje binnen en hier zou je rechtsaf kunnen slaan om kort af te dalen en daarna te beginnen aan een beuker van een klim. Net buiten Lucena del Cid ligt de ontzagwekkende Mas de la Costa, een muur van vier kilometer aan 12% die debuteerde in de Vuelta van 2016. Rampas inhumanas! Betonweg richting de top, goed spul. In 2016 gingen de vluchters hier met de zege lopen, ONZE Gesink werd gevloerd door Mathias Frank. IAM, dat was een rubriek. In 2019 keerden we terug naar Mas de la Costa, dat werd een buitengewoon bijzondere rit. Voor mij persoonlijk, althans. De rit ging van start in Onda, waar een ode werd gebracht aan de betreurde Victor Cabedo. De renner van Euskaltel, die tijdens een trainingstochtje in de omgeving in aanraking kwam met een auto en in een ravijn eindigde. Enkele jaren na dat noodlottige ongeval passeerde de Vuelta voor het eerst in Onda, speciaal voor Victor. Het werd extra speciaal omdat twee familieleden aanwezig waren, oudere broer Jose was op dat moment ploegleider bij Burgos en jongere broer Oscar was daar renner. Oscar reed de Vuelta en het was natuurlijk de bedoeling dat hij de rit met start in Onda zou winnen, dat had dan vanuit de vlucht moeten gebeuren. Het werd nu alleen geen vlucht, de klassementsrenners gingen voor de ritzege en op de belachelijk steile stroken van Mas de la Costa werd Alejandro Valverde de tweede winnaar. Roglic eindigde op de tweede plaats, een paar tellen voor Superman Lopez en Quintana. Ditmaal geen Mas de la Costa voor de renners, we rijden nu rechtdoor verder in Lucena del Cid, een dorpje dat zo heet omdat we ons hier op de Camino del Cid bevinden. Een toeristische bewegwijzerde auto-, wandel-, fiets- en mountainbikeroute gewijd aan Rodrigo Díaz de Vivar, El Cid Campeador, de mythische ridder. Tijdens dei Camino del Cid volg je de wegen die El Cid zelf ook ooit volgde, blijkbaar moet hij dan ook in de provincie Castellón zijn gepasseerd. Dan moet hij ook El Remolcador bedwongen hebben, na de passage in het buitengewoon fraaie Llucena, waar de weg tijdelijk wat smaller wordt, klimmen we nog eens tien kilometer verder omhoog. De redelijk onregelmatige klim zal door een fraaie omgeving voeren, zo mogen we over de brede en tamelijk bochtige weg een tijd langs wat schitterende rotswanden fietsen. We noteren soms een kilometer aan 5%, maar tussendoor gaat het ook een keer aan 3% omhoog. De steilste kilometer is er eentje aan 6,5%, hier komen we ook nog een keer een strookje aan 10% tegen. Al bij al valt deze Remolcador wel mee, maar het kan zo'n rit zijn waarin het een eeuwigheid duurt voor de vlucht vertrekt en dan heb je wel iets aan zo'n klim. Na 52 kilometer komen we boven op deze klim van tweede categorie.






De Remolcador komt ook wel eens voor in de Ronde van Valencia, zowel bij de mannen als de vrouwen. In de Vuelta Femenina van 2024 kwam ie dan weer niet voor, terwijl de rensters nochtans van start gingen in Llucena. Gemiste kans, ook al is de Remolcador op zichzelf niet zo bijzonder. Vooral een mooie klim, de percentages blijven een beetje achter. Na deze klim dalen de renners negen kilometer aan 5% af, dat gaan ze doen over een brede weg die weinig spectaculaire bochten kent. De omgeving is wel vrij spectaculair, vooral in de omgeving van het ook niet lelijke dorpje Castillo de Villamalefa rijden we door een pittoreske omgeving vol rotsformaties. Via een haarspeldbocht rijden we helemaal langs het dorpje af, ziet er uitstekend uit. Voorbij dit dorp komen we dan weer meer in de bossen terecht, hier blijft de brede weg op een behoorlijk eenvoudige manier omlaag gaan. Het is ook niet echt een weg die steil omlaag gaat, pas in het onderste deel van de afdaling komen we enkele stroken tegen waar er steviger gedaald moet worden. Een paar haarspeldbochten aan het eind ook, maar dankzij het brede en goed onderhouden wegdek stelt dit allemaal niets voor. Na een eenvoudige afdaling rijden we via een wat smallere stenen brug over de rivier Villahermosa. Er volgt een bocht naar rechts richting de brug, wellicht is de laatste bocht de lastigste van de hele afdaling. Aan de andere kant van de Villahermosa loopt de weg meteen weer omhoog, het gaat nu 5,5 kilometer aan 5% omhoog naar het dorp Zucaina, waar we de top van de Alto de Zucaina gaan vinden. Deze klim van de derde categorie begint meteen na een bocht naar links voorbij de brug, tussen nog wat meer fraaie rotswanden in loopt de brede weg in de eerste kilometer van de klim aan 6% omhoog. De eerste kilometer van de klim is de lastigste, we komen in deze eerste kilometer zelfs een strook tot 11% tegen. Het gaat eventjes bijzonder steil omhoog, maar daarna wordt het makkelijk. In het vervolg van de klim rijden we steevast tussen de 4 à 5% omhoog, de klim richting Zucaina stelt niets voor. Qua omgeving wel een mooie klim, er volgt ook een zone waarin we kort achter elkaar zes haarspeldbochten tegenkomen, dat levert mooie beelden op. In de omgeving van de klim vinden we Barranco del Centenar, een watervalletje tussen een aantal van die indrukwekkende rotswanden in. Een populaire bestemming voor mensen die aan canyoning doen, maar wij volgen liever mensen op een Canyon. Meer positieve eigenschappen kan ik niet bedenken, we gaan geen koers zien op deze klim. Na 66,5 kilometer komen we in het best aardige dorpje Zucaina de top van de klim van derde categorie tegen. Zucaina schijnt een oase van rust te zijn, ideaal voor mensen die zich even willen afsluiten van de boze buitenwereld. Komt ineens de koers op bezoek, daar gaat je rust. Al bereiken we hier waarschijnlijk wel een rustiger moment in de rit, de vlucht zal tegen deze tijd vertrokken zijn en dus rijden we hier zonder veel urgentie rond. Na de top van de klim slaan we voorbij het centrumpje van Zucaina linksaf, om daarna niet gelijk te beginnen aan een afdaling.





Na de bocht naar links voorbij de top van de klim in Zucaina rijden de renners vier kilometer over een brede en zo goed als vlakke weg verder. De renners rijden door een bos, waar de weg vrij bochtig is. Na een tijd loopt het wel wat vals plat omlaag, maar van een afdaling is geen sprake. Aan het eind van deze zo goed als vlakke strook in het bochtige bos rijden de renners langs de Ermita de Santa Ana, weer een kicken kluis. Voorbij dit gebouwtje loopt de weg dik twee kilometer aan 3,5% omhoog in een omgeving waar we tussen de bomen in toch ook weer de nodige rotswanden vinden. Dit korte hupje stelt uiteraard niets voor, maar toch, je moet het noemen aangezien het hier niet volledig vlak is. Na dit korte oponthoud komen we uit in de buurt van het gehucht La Artajuela, we beginnen hier aan een afdaling van tien kilometer richting Montanejos. Deze afdaling begint met enkele bochten die ik nog wel enigszins technisch durf te noemen, daarna komen we heel lang geen enkele lastige bocht tegen. Wel wat bochtenwerk in het bos, maar je hoeft bijna nergens te remmen. Dat komt pas aan het eind van de afdaling weer, als we bijna in Montanejos zijn. In de laatste kilometer zie ik een paar wat scherpere bochtjes, waarbij de laatste weer de lastigste lijkt. We slaan helemaal aan het eind van de afzink linksaf, rijden via een iets smallere brug over het riviertje de Mijares en direct daarna slaan we linksaf om vervolgens de loop van dat riviertje een tijd te volgen. In de afdaling van tien kilometer gaat het een tijdje redelijk steil omlaag, maar zelfs in dat steilere deel wordt het niet heel spannend. Tussendoor ook nog een kort klimmetje voor we Montanejos bereiken, het gaat nog even een paar meter aan 5% omhoog. Daarna volgt het laatste stuk van de afdaling en in de laatste meters zien we in de verte alvast Montanejos liggen. Weer een mooi dorpje gebouwd tegen een heuvel aan. Om Montanejos heen vinden we meerdere toppen, die toppen zien er top uit. Montanejos is verder een klein dorpje, maar blijkbaar wel een bijzonder dorpje. Als ik verrassendvalencia.nl even mag citeren: Dat het dorpje inmiddels bekend staat als 'La Villa Termal de Montanejos' zegt al genoeg: je vindt rondom Montanejos ruim vijftig natuurlijke thermale baden. De gemiddelde temperatuur van de warmwaterbronnen is het hele jaar door een aangename 25 graden. De favoriete warmwaterbron van velen in de regio is Fuente de los Baños, een prachtige, helderblauwe waterbron vol mineralen die verstopt ligt tussen bergkloven. Je kunt hier in principe het hele jaar door in zwemmen, al is het in de winter met de lage buitentemperaturen toch wel wat koud! Deze warmwaterbron vind je direct naast het dorpje. Verwacht niet te veel van een bezoek aan Montanejos, het is een klein, middeleeuws dorpje waar slechts zo'n 400 mensen wonen. Toch kan het leuk zijn om deze lokale Spaanse charme even mee te pikken! Wanneer je in het hoogseizoen naar Montanejos gaat, kan het druk zijn, er 'wonen' dan vanwege de prachtige natuur en de warmwaterbronnen tijdelijk een stuk meer mensen in het dorp! Langs Montanejos loopt de rivier Mijares. De warmwaterbronnen in de bergen warmen het water van deze rivier op, zodat je ook hier lekker in kunt zwemmen. Bedankt voor deze informatie, verrassendvalencia.nl.




De natuurlijke thermale baden rond Montanejos vormen blijkbaar een van de populairste toeristische bestemmingen van de regio. We passeren deze populaire bestemming na 83 kilometer, op 66 kilometer van de aankomst. In Montanejos slaan we voorbij de brug over de Mijares rechtsaf en daarna volgen we een tijd deze rivier, de rivier die hier een prachtige kloof heeft weten uit te slijten. Direct na de bocht naar rechts loopt de weg opnieuw omhoog, we beginnen aan een onvermeld klimmetje van 3,5 kilometer aan 4%. Al kun je beter zeggen dat het voorbij Montanejos 2,5 kilometer vals plat omhoog zal lopen, voor er richting het stuwmeer van Arenoso een klimmetje van een kilometer aan 6% volgt. Richting het stuwmeer betreden we de kloof van de Mijares, een schitterende kloof. De renners scheren langs de rotswanden af en rijden door drie tunneltjes heen, allemaal uitgehakt in die rotsen. De natuur levert, meteen het enige dat levert deze rit. Estrecho de Chillapájaros, adembenemend mooi. Na het korte klimmetje komen we boven bij het stuwmeer uit, dit meer gaan we in de komende kilometers volgen. Over een brede maar vrij bochtige weg rijden we langs het water af door de bossen heen op een overwegend vlakke manier. Beetje op en af, langs het fraaie meer dat is omgeven door rotswanden. Ook een kasteeltje in deze omgeving, als de rit tegenvalt, en de rit valt tegen, hebben we genoeg andere zaken om naar te kijken. De weg is ondanks alle bochten en het glooiende karakter niet al te lastig, al loopt de weg na een tijd wel nog een kilometer aan 5% omhoog. Na die strook beginnen we aan een afdaling van twee kilometer richting Puebla de Arenoso, een afdaling zonder ook maar één lastige bocht. Voorbij Puebla de Arenoso, waar we even moeten opletten voor de drempels, is het terrein een aantal kilometer vrij vlak, licht glooiend. Buiten het dorp gaat het even een halve kilometer omhoog en ook weer omlaag, daarna is het echt even helemaal vlak terwijl we het stuwmeer achter ons laten. Niet alleen het stuwmeer, overigens. We laten Valencia ook bijna achter ons, na 96 kilometer rijden we door het dorpje Los Cantos en een kilometer verderop bereiken we de grens tussen de autonome regio Valencia en de autonome regio Aragón. Het is in de Vuelta steeds meer een zeldzaamheid, maar we gaan zowaar een keer tijdens een rit van autonome regio wisselen. We betreden het Aragón van parcoursbouwer Escartin, dat doen we na 97 kilometer, op 52 kilometer van de aankomst.





Eenmaal in Aragón laten we de Mijares snel achter ons. We reden nog een paar laatste kilometers door de kloof van deze rivier heen, een schitterende kloof. Eenmaal in Aragón rijdt men een kilometer of vier over een vlakke weg met net wat slechter asfalt naar de voet van de volgende klim. We passeren langs nog wat meer indrukwekkende rotsen en we zien wat karakteristieke huizen liggen in een omgeving die we stiekem eigenlijk kennen. In de Vuelta van 2023 reden we ook al over deze weg, tijdens de belangrijkste rit van die editie. De zesde rit van de Vuelta van dat jaar kende een aankomst bergop bij het observatorium van Javalambre. Dat was de dag dat Sepp Kuss meesloop in de ontsnapping, om vervolgens de rit te winnen en het rood te veroveren. Dat rood stond hij daarna nooit meer af, ondanks pogingen tot sabotage van ploeggenoten Roglic en Vingegaard. Van Montanejos reden we naar het stuwmeer en om het stuwmeer heen richting de Alto Fuente de Rubielos, een klim die nu ook volgt. Bekende wegen, maar het is geen straf om deze route nog eens te zien. Het is een vrij makkelijke tocht momenteel, maar daar komt verandering in zodra we Olba bereiken. Hier ligt de voet van de klim naar Alto Fuente de Rubielos, een klim die we ook nog kennen van de Vuelta van 2019. Tijdens die Vuelta gingen we eveneens naar Javalambre en onderweg kwamen we ook deze klim tegen. We reden toen wel op een andere manier naar Olba toe, maar eenmaal in Olba volgt hetzelfde recept. Ze slaan hier in het centrum rechtsaf en daarna begint de Alto Fuente de Rubielos, een beklimming van de derde categorie. Het gaat zes kilometer aan 6% omhoog, vooral het begin van de klim is interessant. Na een halve kilometer aan 7% gaat het anderhalve kilometer aan 9% omhoog, dat is straffe kost. Doordat de renners over een brede weg rijden lijkt het niet zo steil te zijn, maar het gaat toch enorm pittig omhoog. In de anderhalve kilometer daarna gaat het maar aan 5% omhoog, dat drukt het gemiddelde van de klim dan weer enigszins. In de volgende kilometer gaat het evenwel weer aan 7% omhoog, waarna we nog een keer een kilometer klimmen aan 5%. Na een klein stukje in dalende lijn gaat het vervolgens nog even een halve kilometer aan 7% omhoog, vooraleer we na 83 kilometer de top van deze klim bereiken. In de buurt van het plaatsje Fuente de Rubielos komen we boven, het is hierna meer dan een kilometer vlak, waarna er een korte afdaling van anderhalve kilometer volgt over een brede en niet al te bochtige weg. We fietsen richting Rubielos de Mora, een plaats met een bijzonder fraai centrumpje. Een kunstzinnig dorpje ook, blijkbaar komen er allemaal schilders en kunstenaars vandaan. In 2019 reden we dwars door het centrum en sloegen we daarna linksaf, op weg naar Javalambre, nu voegen we een extra lusje aan het parcours toe. Aan het eind van het centrum gaat het juist naar rechts, op weg naar Mora de Rubielos. Dat was nog even een tekst uit 2023, waar ik in 2026 aan kan toevoegen dat we nu eveneens naar Mora de Rubielos zullen rijden, maar dan zonder te eindigen bij het observatorium van Javalambre. Nee, vandaag zoeken we een andere klim op, eentje die een stuk minder zwaar is.





Van Rubielos de Mora naar Mora de Rubielos, je moet het maar verzinnen. In het ene plaatsje vinden we een kicken poort, in het volgende plaatsje een kicken kasteel. De weg tussen beide plaatsen is een kilometer of 12 lang. We volgen steeds dezelfde weg, eentje die een kilometer of drie zo goed als vlak is maar daarna gaat het een vijftal kilometer vals plat omhoog. De brede weg voert door een omgeving die eerst een tijdje vrij leeg is, het gaat hier ook behoorlijk rechtdoor. Na een tijd komen we weer wat meer bochten tegen, de omgeving begint dan ook weer iets leuker te worden. Weer behoorlijk rotsachtig, met wat groen tussendoor. Dat stuk van vijf kilometer vals plat omhoog kent één steilere kilometer, maar het is bepaald geen stuk om schrik van te hebben. Een kilometer aan 6,5% en verder veel simpele stroken. Op de top van het klimmetje is er een mooi uitzicht over de omgeving, je kunt kilometers in de verte staren. De brede weg loopt ondertussen een kilometer of vier vals plat omlaag richting Mora de Rubielos, waar in de Vuelta van 2019 nog een rit van start ging. Dat was de rit daags na de aankomst op Javalambre, we gingen toen naar Ares del Maestrat en daar won de geslepen Herrada. In Mora de Rubielos, waar we na 122 kilometer passeren, sloegen de renners in 2023 in het centrum linksaf. Nu slaan we juist rechtsaf. Geen Javalambre voor ons, nee, op 28 kilometer van de finish gaan we op zoek naar Valdelinares. Maar, voor we aan de slotklim kunnen denken moeten we eerst aan de tussensprint denken. Die tussensprint volgt na 123 kilometer in Mora de Rubielos, na de bocht naar rechts in het centrum rijden we een kleine kilometer door een wat smallere straat heen die ook nog eens vals plat omhoog loopt. Een gek sprintje kan dit opleveren, via de smalle weg slingeren we om het kasteel van Mora de Rubielos heen en voorbij dit imponerende bouwwerk volgt aan de rand van het dorp op een weg die weer breder is geworden de tussensprint. Tevens ligt hier de bonussprint, voor wat het waard is. Na de tussensprint laten we Mora de Rubielos snel achter ons, we gaan op weg naar de voorlaatste klim van de dag en die klim begint eigenlijk meteen na de sprint. Officieus, in ieder geval. Meteen voorbij Mora de Rubielos loopt de weg drie kilometer vals plat omhoog aan een procent of twee. In totaal gaat het bijna 14 kilometer omhoog aan 3,9%, al schrapt de organisatie de eerste drie kilometer en houden ze het op 11 kilometer aan 4,3%. We beginnen aan een beklimming van de tweede categorie, de Puerto de San Rafael. De klim die we eigenlijk altijd in beeld zien verschijnen als we naar Valdelinares trekken, wat we helaas wel eens doen. Over een enorm brede weg rijden we door de Sierra de Gúdar en daar begint de Puerto de San Rafael na een kilometer aan 3,5% iets interessanter te worden. De brede weg loopt vooral vaak lang rechtdoor, dat levert een gek beeld op, maar het belangrijkste stukje informatie is dat we nu een strook van 3,5 kilometer aan meer dan 6% tegenkomen. Twee kilometer waarin er tegen de 7% geklommen moet worden, met zowaar zelfs een strookje tot 9%. Iets makkelijkere kilometer aan 5,5% tussendoor, waarna de weg na 7,5 kilometer afvlakt. Dat is zo'n beetje halverwege de klim, er volgt hierna een strook van bijna vier kilometer waarin het zo goed als vlak gaat zijn. Onderweg wordt de klim wel steeds mooier, we komen hoger uit en daardoor neemt het uitzicht toe. Na een tijd passeren we El Balcón de Mora de Rubielos, vanaf dit balkon heb je een prachtig zicht over de omgeving. Aan de andere kant van de weg zien we dan weer een aantal mooie bergtoppen, het is weer eens rotsachtig in de siërra. Na het vlakke stuk van vier kilometer, waar we echt niet verder gaan komen dan een kilometertje vals plat aan 2%, gaat het in de laatste twee kilometer van de klim dan weer aan 7% omhoog. Een mooie uitsmijter, al blijft dit een zeer matige voorlaatste klim. Daarom moet je ook nooit naar Valdelinares gaan, je krijgt de San Rafael er altijd gratis bij en op die klim kun je dankzij een gebrek aan percentages niets doen. Aan het slot nog een klein strookje aan 9%, maar dit is alleen een klim voor een strak tempo en niet voor een aanval. Na 136 kilometer, op 13,5 kilometer van de finish, komen we boven op de San Rafael, een klim van de tweede categorie.






Op de top is er een mooi uitzicht, de renners zien beneden La Virgen de la Vega liggen en naar dit plaatsje dalen ze toe. Er volgt dadelijk een slotklim van 10 kilometer, de afdaling die nu volgt is daarom maar kort. Het gaat 3,5 kilometer omlaag, dankzij de brede weg is dit een enorm eenvoudige afdaling. We komen een paar bochten tegen, maar geen enkele bocht die echt indruk maakt. Pas als we uitkomen in Virgen de la Vega komen we één wat scherpere bocht naar links tegen, en dat was het. De renners rijden daarna een rotonde tegemoet, hier slaan ze rechtsaf en daarna beging meteen de slotklim. We gaan in de laatste 10 kilometer van de rit omhoog naar het skistation van Valdelinares, om precies te zijn noteren we een slotklim van 9,8 kilometer aan 5,9%. Dat klinkt niet heel denderend, en dat is het dan ook niet. De klim van eerste categorie begint in een open gebied buiten Virgen de la Vega met een kilometer aan 3%. Langs een aantal velden af gaat het in de eerste kilometer dus vals plat omhoog, voornamelijk rechtdoor. In de tweede kilometer komen we wat meer bochten tegen, de omgeving is ook wat meer begroeid terwijl het in deze tweede kilometer aan 5% omhoog gaat. Klein strookje aan 10% als we langs Vega de la Selva rijden, maar dan daarna ook weer een paar vlakkere meters. De weg naar het skistation van Valdelinares is onregelmatig, dat merken in de volgende kilometer, de zwaarste kilometer van de klim. In de derde kilometer van de slotklim gaat het aan 8,1% omhoog, met een paar stroken tot 13%. Dit is natuurlijk het gebied waar UAE Pogacar gaat lanceren, om de zure nasmaak van gisteren weg te spoelen. Ik ben geen fan van dit soort slotbeklimmingen, zo'n korte klim met weinig steile stroken over een snelweg omhoog naar een skistation levert doorgaans niet. Valdezcaray is ook zo'n klim, daar zie je normaal nooit iets gebeuren. Maar vorig jaar lanceerde Visma Vingegaard daar, de absolute toppers hebben niet veel nodig om het verschil te maken. Valdelinares is net zo'n flopklim, maar als Pogacar wil is hij op de stroken boven de 10% meteen weg. Zonder de aanwezigheid van een Pogacar en een Vingegaard kijk je op dit soort beklimmen dan wel weer naar het scenario Manzaneda, de klim waar we tussen de favorieten een sprint van een groep van 20 man zagen. Dit soort slotbeklimmingen in ritten zonder veel voorafgaande uitdagingen leveren vaak niet, al komt de organisatie nu dus goed weg met de aanwezigheid van Pogacar. Daardoor krijg je in ieder geval een aantal te zien en wordt het geen massaspring bergop, dat zijn echt de aankomsten waar ik niet tegen kan. Cerler, ook in Aragón, nog zoiets. Gelukkig kunnen we Cerler over een tijd combineren met de Puerto de Sahun, als ze daar klaar zijn met asfalteren. Met een goede klim ervoor is het al een ander verhaal, als ze op zichzelf staan heb je niets aan dit soort beklimmingen. Enfin, de renners rijden na een tijd een bos in en in het bos komen ze meerdere haarspeldbochten tegen. Het gaat hier in de volgende kilometer aan 7% omhoog, wel weer met piekjes dik boven de 10%. Het is visueel zichtbaar dat de slotklim vlakke en steile stroken afwisselt, echt lekker in een ritme kom je zo niet. Iedere paar meter mag je weer een andere cadans zoeken, dat maakt de klim dan toch nog een beetje ingewikkeld. Maar alsnog, slotklimmetje van 10 kilometer aan 6% na een rit van amper 150 kilometer, dat is geen briljant ontwerp. Halverwege de klim volgt er een tweede kilometer aan 8%, ook in deze kilometer komen we enkele vlakkere en steilere stroken tegen, tijdens die steile stroken komen we regelmatig boven de 10% uit. Na vijf kilometer klimmen volgt dan weer een tussenfase, in het bos gaat het een kilometer aan 5% omhoog over een brede weg die wel is voorzien van vrij matig asfalt. Overal scheuren, dat maakt een klim ook vaak net iets lastiger. In de volgende kilometer gaat het ook een tijd aan 5% omhoog, maar richting het eind van die kilometer bereiken we weer een steile strook. We komen stukjes aan 10% tegen, waarna het na een kilometer met een gemiddelde van 6,5% op twee kilometer van de streep aan 7,2% omhoog zal gaan. Dat is niet superzwaar, maar voor Pogacar is ook deze strook weer zwaar genoeg. Vooral als je bedenkt dat er een piek tot 13% te bespeuren valt, daar fladdert hij zo weg. De renners rijden over een soort van snelweg verder omhoog door het bos, onderweg komen ze niet gek veel bochten tegen. In de voorlaatste kilometer van de rit klimmen we dan weer aan 7,6%, met piekjes tot 12%. Misschien krijgen we iets van actie te zien op deze stroken, er kunnen kleine verschillen ontstaan aan het eind. Al moet je wel vertrokken zijn voor de laatste kilometer. In die laatste kilometer komen de renners een rotonde tegen, hier gaan ze naar rechts en daarna rijden ze de parkeerplaats van Aramón Valdelinares op. Op deze parkeerplaats is het zo goed als vlak, we gaan in de omgeving van de rotonde een paar meter voorzichtig naar beneden en daarna loopt het tot aan de streep heel minimaal vals plat omhoog. Op de parkeerplaats gaat het wel bijna volledig rechtdoor tot aan de streep, een eventuele sprint kan hier ordelijk verlopen. Klein bochtje naar links nog om echt op de parkeerplaats te belanden, en daarna rechtdoor tot aan het eind. Net zo'n brede parkeerplaats als in Font-Romeu, hopelijk gaan we op z'n minst wel omhoog naar deze. Een rit van 150 kilometer met deze klim aan het eind, tja, wat denk je als organisatie dan dat er gaat gebeuren? Niet veel, mag ik hopen dat ze zelf ook beseffen. De Spanjaarden zetten alleen de tv aan voor bergritten, dat motiveert de organisatie om meer van dit soort aankomsten toe te voegen, maar de Spanjaarden worden hier toch ook niet blij van? Kijken ze echt uit naar dit soort bergritten? Zij zien toch ook wel het verschil tussen een echte bergrit en, nouja, dit? Veel vragen, weinig antwoorden. Ik weet in ieder geval dat dit niet veel is.







Deze parodie op een bergrit eindigt in Aramón Valdelinares, voor de derde keer in de geschiedenis van de Vuelta kennen we een aankomst bij dit skigebied. In 2005 debuteerde de klim en bij die gelegenheid bestookten de klassementsrenners elkaar. Roberto Heras bewees mijn ongelijk en liet zien dat je op deze klim flinke verschillen kunt laten ontstaan, wat heb ik er toch ook weinig verstand van! In een rit die vertrok vanuit Cuenca reden we in de finale net als nu over de Puerto de San Rafael, waarna we na een korte afdaling aan de klim naar het skistation van Aramón Valdelinares begonnen. Op die klim reed Roberto Heras weg van alles en iedereen, zijn grootste concurrent was Denis Menchov, de Rus werd op 13 seconden gereden. Santi Blanco eindigde op een halve minuut, de rest verloor nog meer tijd. Een Sastre werd op 50 seconden gereden, dan is het meteen duidelijk welke verschillen er vandaag gaan ontstaan als Pogacar in de aanval gaat. Door zijn ritzege nam Heras de gouden leiderstrui over, een trui die hij later zou verliezen aan Menchov. Na een putsch wist hij de trui richting het eind van de Vuelta weer te heroveren, waarna hij na de koers de zege verloor aan de groene tafel. Via een welwillende rechter kreeg hij deze overwinning later weer terug, zodoende staat hij nog steeds in de boeken. Negen jaar na de zege van Heras keerde de Vuelta terug naar Valdelinares, bij die gelegenheid ging de vlucht met de zege aan de haal. In de kopgroep zagen we een jonge Lutsenko, een jonge Bilbao, een oude Damiano Cunego, Hesjedal, Adam Hansen, Coppel, Javi Moreno en ga zo maar door. Allemaal maakten ze geen schijn van kans tegen Winner Anacona, de naar Peter Winnen genoemde Colombiaan van Lampre beleefde de dag van zijn leven. In een rit die wederom de Puerto de San Rafael bevatte voorafgaand aan de klim naar Valdelinares kwam niemand in de buurt van Anacona, hij kwam solo aan in het skigebied met een voorsprong van 45 seconden op Lutsenko. Op de voorlaatste klim reed hij al weg, met Javi Moreno en Bob Jungels. Die twee wist hij te lossen, waarna hij op de slotklim naar de zege kon rijden. De beste van een kopgroep van meer dan 30 man, dat is altijd lekker. In de stromende regen ook nog eens, half in de mist, voor dat heroïsche laagje. De klassementsrenners schoten te laat op gang, twee minuten achter Anacona was het Alberto Contador die in dezelfde tijd als Joaquim Rodriguez en Nairo Quintana de finish bereikte. Een seconde of 20 later kwam Valverde over de streep, in het gezelschap van Aru, Froome, Uran en Dan Martin. Het werd in 2014 op deze klim wel uit elkaar gereden, maar er ontstonden wel groepjes die samen naar de finish reden. Zo'n klim is het dus, als je wil kun je hier het verschil maken, ook al gaat het dan maar om een paar seconden. Contador viel in 2014 aan op twee kilometer van het eind, eigenlijk moet je op de eerste steile stroken al aanvallen voor het volle effect. In 2014 reed Sky tempo tijdens die eerste steile stroken en durfde niemand aan te vallen, terwijl Froome uiteindelijk slechte benen bleek te hebben. Quintana nam de leiderstrui over, dat was een gouden dag voor Colombia. Buiten de Vuelta om was Aramón Valdelinares jarenlang en vaste aankomstplaats in de helaas verdwenen Vuelta a Aragon. In die koers won Juan Carlos Dominguez hier tweemaal, Aitor Garmendia en Pietro Caucchioli wonnen ook een keertje. Denis Menchov won hier dan weer in de Ronde van Aragon in 2004, een jaar voordat hij het in de Vuelta moest afleggen tegen Heras. Dat alles gebeurde allemaal in de omgeving van Valdelinares, een dorpje aan de andere kant van de klim. Je kunt de klim die we nu doen als pas gebruiken, hadden we nu gezien de geringe lengte van de rit ook prima een keer kunnen proberen. Goed, de toeristische site van de regio Aragon prijst Valdelinares op de volgende manier aan: Als stel, met vrienden, met familie... Het maakt niet uit met wie u komt! Station Aramón Valdelinares zal u betoveren met zijn comfort, moderne faciliteiten en prachtige zwarte dennenbossen. Ben je een beginnende skiër? Dan vind je in het bovenste gedeelte van het skigebied een fantastisch gebied speciaal voor beginners. Ben je daarentegen een ervaren skiër? Dan biedt Valdelinares ook uitdagendere pistes waar je unieke ervaringen kunt opdoen. Als je iets anders wilt doen, kun je ook kiezen voor een sleetocht of freestyle oefenen in het snowpark. Maar sneeuw is slechts één van de vele redenen om dit prachtige gebied van Aragón te bezoeken. De omgeving van de resorts Valdelinares en Javalambre biedt talloze attracties: een uitgebreid netwerk van wandelpaden door dromerige natuurgebieden, charmante dorpjes die u zeker niet mag missen en een voortreffelijke lokale gastronomie met de zwarte truffel als belangrijkste ingrediënt. Javalambre, waar Kuss drie jaar geleden de Vuelta won, is dichtbij. Allemaal onderdeel van Aramon, een verzameling Aragonese skigebieden waaronder met Formigal en Cerler meer stations vallen die we regelmatig in koers zien verschijnen. In Aramon Valdelinares kom je negen kilometer aan piste tegen, het is eigenlijk maar een klein skigebied. Al spreekt een andere bron over 14 kilometer aan piste, ze zouden de boel de afgelopen jaren hebben uitgebreid. Paar sneeuwkanonnen erbij, hoppa. Het skigebied ligt in de Sierra de Gudar, in het gebergte van de Sistema Ibérico, in de provincie Teruel. In het dorpje Valdelinares, aan de andere kant van de klim, wonen iets van 140 mensen, toch zou het een bijzonder dorp moeten zijn. Het dorp ligt op een hoogte van 1690 meter boven zeeniveau, waardoor deze plaats de hoogstgelegen plaats op het Spaanse schiereiland is van alle plaatsen die de zetel van een gemeente zijn. Niet het hoogste dorpje, wel het hoogste dorpje dat de hoofdplaats van een gemeente is, dit voelt als een statistiek van Jonas Creteur. Met dit feitje sluiten we af, we bezoeken vandaag geen hoogvliegers.



De slogan van Valdelinares luidt als volgt: Mucho mas que nieve. Veel meer dan alleen sneeuw. Nou, klopt, het zonnetje gaat volop schijnen vandaag. In Vall d'Alba wordt het overdag 27 graden, er is geen kans op regen en er staat weinig wind. Een beetje wind uit zee, uit het zuidwesten. De wind staat in het begin van de rit vooral in de rug, kan een snelle start worden. De start volgt om 13:35, na een enorm korte neutralisatie van vijf minuten begint de rit om 13:40 echt. Je kunt de hele rit bekijken, dit is er eentje die integraal uitgezonden wordt. Opmerkelijke keuze, wel. Om 13:30 gaat Eurosport live, terwijl dit ook een dag is die door Sporza is aangestipt. Sporza gaat live na het onvermijdelijke nieuws. Toch bizar, de vorige rit niet uitzenden en deze wel. Absoluut geen kenners. In Valdelinares wordt het iets minder warm, we noteren daar 21 graden. We zitten dan ook best hoog, aan de finish gaan we zelfs naar de 2000 meter. Het blijft droog, terwijl het op de slotklim praktisch windstil zal zijn. We beginnen rond 16:30 aan de voorlaatste klim, dat lijkt sowieso wel het moment om in te schakelen. De rit eindigt vervolgens tussen 17:19 en 17:42.



Pogacar die na een aanval wordt bijgehaald? Dat kan niet, dat mag niet. Die vreselijke blamage moet rechtgezet worden. Goed, hij won dan nog steeds wel de rit, maar het feit dat iemand hem terug kon halen zit hem niet lekker. Daarom probeerde hij er waarschijnlijk in de afdaling ook weer van weg te rijden, zijn broze ego kon deze dreun niet aan. Dus gaat UAE er vandaag weer voor, Pogacar moet nu weer even laten zien dat hij makkelijk weg kan rijden van Mas. Dit wordt zijn vierde ritzege op zeven dagen tijd, zonder hagelbui in Font Romeu was het vijf op zeven geweest. En ondertussen staat het klapvee op iedere klim alsnog te juichen, onbegrijpelijk. In een normale wereld zou dit een rit voor de vlucht zijn, ik zie hier zomaar Ibon Ruiz winnen namens Kern Pharma, maar in de abnormale wereld gaat Pogacar er gewoon weer voor. Heel leuk. Floprit, flopwinnaar.
1. Pogacar. Maar nu dan met een minuut voorsprong. Gewoon, om maar aan de wereld te tonen dat gisteren een incident was.
2. Mas. Mas in de Vuelta, bijzondere rubriek. Zijn vijfde podiumplaats komt er op deze manier aan, onvoorstelbaar.
3. Gall. Vooral bergop en geen gekke afdalingen onderweg, dit gaat Joop weer een stuk beter liggen.
4. Roglic. Uncle Rogla! Geen idee waar hij de benen vandaan heeft getoverd, maar het helpt vast bij het versieren van een nieuwe contract. Betalen, Lotto. Krijg je spijt van, maar iemand moet zich opofferen om Roglic in het peloton te houden, huh?
5. Carapaz. Niet echt de Tourvorm door kunnen trekken, maar het is goed genoeg om alsnog bij de eerste vijf te eindigen.

Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221672465
De kans is natuurlijk heel groot dat Movistar vandaag al het werk gaat doen en dat Mas dan weer tweede wordt ;)
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')