abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator donderdag 27 augustus 2026 @ 02:29:53 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221663674
Etappe 6: Alcossebre - Castelló, 177,5 km

Bij de start van de vijfde rit troffen we in het peloton geen Uijtdebroeks meer aan, de onfortuinlijke Belg gaf er ditmaal iets eerder dan in de Tour de brui aan. Het zal daarbij geholpen hebben dat hij in Andorra woont, hij kon dus mooi in zijn eigen bed slapen zonder er een meter voor te hoeven reizen. Typisch Movistar wel, de grote aankoop die twee keer een kansloze ronde rijdt. En toch tegen beter weten in maar blijven proberen, ook dat past perfect bij Movistar. De vijfde rit had er eventueel eentje voor de vluchters kunnen zijn, maar in het begin van de rit reed er slechts een piepklein kopgroepje van vier renners weg en dus was het duidelijk dat we naar een sprint zouden gaan kijken, mogelijk een uitgedunde variant. Bij het begin van de uitzending reden de renners dan weer door de delta van de Ebro, tussen de rijstvelden in was het terrein volledig op en er stond wat wind, dus probeerde vooral Visma een waaier te trekken. Dat lukte niet, veel waaiergenot is ons niet gegund. Er werd wel even een groepje uit het peloton gereden, zo kwam Hayter in de mongolenwaaier terecht. Omdat het stilviel kon Hayter weer terugkeren en hij besloot daarna meteen in de aanval te gaan. De kopgroep was inmiddels ingerekend en de tussensprint was aanstaande, met zijn aanval deed hij een gooi naar de volle buit bij die tussensprint. Visma liet dat gebeuren, zo slaagde het plannetje van Hayter. Toch een grappige manier van koersen, al leef ik niet in de veronderstelling dat het hem uiteindelijk veel gaat opleveren. De prijs voor de strijdlust, dat dan weer wel. Voorbij de tussensprint begon de heuvelzone, na een redelijk geschiedenisloze rit hoopten we daar op enige spanning. Ook dat viel best wel tegen, op een aanval van Kron na gebeurde er niet veel. De Deen werd snel weer ingerekend en daarna reden we met een bijna volledig peloton naar de Alt de Paüls, de zwaarste klim van de dag. Er volgde een sprint richting de voet van die klim, alle klassementsrenners zaten meteen vooraan. Klaar om aan te vallen, zou je dan denken, maar dat bleek niet zo te zijn. UAE besloot wel tempo te rijden, maar de Alt de Paüls werd eigenlijk niet ten volle benut. Alsnog werden er wat renners gelost, zo haakte Mads Pedersen opvallend genoeg al heel vroeg af. De wonderbenen van de Tour zijn in de kroeg blijven hangen, lijkt het. Toen klom hij met de besten, nu werd hij zo'n beetje als eerste gelost. Ook andere rappe mannen als Cort en Groves haakten af, maar we hielden nog steeds een vrij groot peloton over.

Met dat grote peloton reden we naar de finish, we spraken toch nog steeds over een groep van bijna 100 man. In die groep zat nog steeds Jordi Meeus, verrassend dat hij de Alt de Paüls dan wel weer wist te overleven. Brennan zat er natuurlijk ook nog bij, net als Van Aert. Van een duosprint bleek alleen wederom geen sprake te zijn, want toen in de afzink van de Alt de Paüls Azparren tot twee keer toe in de aanval ging werd hij ook tot twee keer toe gecounterd door Van Aert. Wout reed volledig in dienst van Brennan, het is maar goed dat de Belg deze etappe niet uitzond. Dit was een zware dag geweest voor José, amai. Na de aanvalletjes van Azparren gebeurde er verder niet zoveel meer, Visma behield de controle en dus stevenden we af op een net iets minder massale massasprint. De aanloop naar de sprint toe was vrij eenvoudig, pas in de laatste twee kilometer werd het iets chaotischer. Daar speelde Visma het perfect, er was geen enkele andere ploeg die een vuist kon maken. Wout nam zijn deel van het werk voor zijn rekening, daarna nam Laporte het over. Op 300 meter van de aankomst lag er na een versmalling een bocht naar rechts, als je vooraan door die bocht ging was je meteen dicht bij de zege. Laporte reed heel hard door die bocht, met Brennan op het wiel. Na de bocht trok Laporte nog even door en daarna hoefde Brennan eigenlijk pas in de laatste 100 meter zelf iets te doen. Een korte maar krachtige sprint verder boekte hij zijn tweede ritzege van deze Vuelta, het indrukwekkende ploegenspel van Visma werd soeverein afgerond. Meeus zat er nog bij, ook een zeer snelle man, maar hij kreeg het bij lange na niet voor elkaar om Brennan te remonteren. Daarachter zagen we Albanese op drie, Romele op vier, Laurance op vijf, Aular op zes en lead-out Laporte op zeven. Dankzij de Alt de Paüls en dankzij het feit dat het in de laatste kilometer nog wat vals plat omhoog ging toch ook een paar namen vooraan die je niet in iedere sprint ziet, vooral Romele laat deze Vuelta toch ook zijn talent zien. Wout nog 11e, als hij niet had hoeven te werken voor Brennan had hij uiteraard ook zelf kunnen winnen! Ik zag HENOK op de 16e plek een stuurklopje maken, de reden daarvoor ontgaat me. Hij zat er op z'n minst nog bij en hij was in staat om mee te sprinten, dat is voor hem in een WT-koers al heel wat. Ho, 15e zelfs, Aular is om weinig reden teruggezet in de uitslag. Verder zagen we dus eigenlijk helemaal niet zoveel, dit was een tamelijk saaie rit. Het had leuk kunnen worden als men de Alt de Paüls echt had gebruikt, zoals altijd blijkt maar weer dat de renners de koers maken. Het moest en het zou een sprint worden, en dat werd het. Gezien de dominantie van Brennan zou ik heel wat andere ploegen wel adviseren om bij de volgende gelegenheid voor de vlucht te gaan, tegen een Brennan in bloedvorm met een sprinttrein bestaande uit Laporte en Van Aert sprinten is geen slim idee. Brennan maakt hier wel echt indruk na een rommelig jaar, precies op het goede moment de vorm weer te pakken. Na een saaie dag in Catalonië trekken we nu naar Valencia, hopelijk wordt het daar iets spannender. In de finale van de zesde rit zien we alvast een gravelstrook verschijnen, dat levert normaal gesproken altijd mooie koers op. We gaan de andere grote rondes achterna, met een strookje gravel proberen we een extra element aan de koers toe te voegen. Zoals altijd in de Vuelta is het wel halfbakken, het blijft bij één strook van enkele kilometers. Wel bergop, ideaal terrein voor Pogacar om nog maar eens een rit te winnen! Zoals je mag verwachten van de Vuelta gaat deze korte strook pure, ongefilterde chaos opleveren.




Bij de start van de zesde rit van deze Vuelta bevinden we ons in Alcossebre, een plaats waar in 2017 bijna geschiedenis werd geschreven. In de Vuelta van 2017 debuteerde Alcossebre als aankomstplaats, tijdens de vijfde rit reden we vanuit Benicŕssim naar onze startplaats van vandaag toe, om vervolgens net boven het dorp in de heuvels te eindigen. We sloten de rit af met een klimmetje richting de Ermita Santa Lucia en in de buurt van dit kapelletje, of eigenlijk eerder een kluizenaarshut, scheelde het niet veel of we waren getuige geweest van de eerste Eritrese zege in een grote ronde. Onderweg naar Alcossebre reed er een kopgroep van 16 man weg en die kopgroep kreeg een minuut of acht voorsprong van het peloton. Het zou dus een dag voor de vluchters worden, in de kopgroep zat Merhawi KUDUS en ik begon dus te dromen. Op papier was hij een van de betere klimmers vooraan, er was misschien wel wat mogelijk op die steile klim aan het eind. Het ging in de laatste 3,4 kilometer aan 8,3% omhoog, toch de moeite. Een typisch Spaanse muur aan het eind, vooral in die jaren was dat vaste prik. Op die helling zou KUDUS wel eens kunnen winnen, maar in de praktijk ging het voor de slotklim al mis. We reden die dag over een parcours dat we vandaag grotendeels in tegengestelde richting gaan afwerken, vandaag rijden we over de Alto de la Serratella, de Coll de la Bandereta en Alto del Desierto de las Palmas, al die beklimmingen kwamen toen van de andere kant voorbij. Op die klimmetjes gebeurde niet veel, het was eerder beneden in de vallei dat het gebeurde. Daar viel de kopgroep uiteen, Alexey Lutsenko kwam op de vlakke wegen rond Alcalŕ de Xivert samen met Marco Haller op kop terecht en achter dit duo zagen we een ander duo, Merhawi KUDUS en Alexis Gougeard. Ondanks het feit dat Lutsenko een veel betere klimmer is besloot Haller keihard op kop te rijden, dankzij zijn enorme beurten liep het verschil met KUDUS en Gougeard snel op. Met 40 seconden voorsprong begonnen Lutsenko en Haller aan de slotklim naar de kluis van Santa Lucia, uiteraard reed Lutsenko meteen weg van Haller. KUDUS kwam samen met Gougeard dus op 40 seconden van Lutsenko aan bij de voet van de slotklim, hij versnelde meteen, liet Gougeard achter en kwam heel even een paar seconden dichter. Daarna bleef hij hangen, uiteindelijk had aan de meet nog steeds een achterstand van 40 kilometer. Een prachtige tweede plaats voor KUDUS, zijn beste prestatie in een grote ronde. Verliezen van Lutsenko was in die jaren ook zeker geen schande, maar toch, wat als? Wat als ze samen naar de klim waren gereden? Het verschil bleef gelijk, dus liet KUDUS die dag zijn grootste kans op een ritzege in een grote ronde liggen. Normaal blaast hij zich altijd op, daar was nu zowaar een keer geen sprake van. Hij hield stand, hij was helaas alleen niet in staat om de voor de klim opgelopen achterstand in te halen. Een mooie dag, maar ook eentje met een dubbel gevoel. Iets beter opletten in de vallei en de eerste Eritrese ritzege had er al een paar jaar eerder geweest kunnen zijn. Lutsenko en KUDUS hielden op de klim gelijke tred, dat had echt een leuk duel kunnen zijn. Nu was het uiteindelijk vrij saai, vooral voor de neutrale kijker. Marc Soler werd die dag derde, hij lette nog slechter op en begon met nog meer achterstand aan de slotklim. In het peloton reed BMC dan weer keihard op kop, om vervolgens Tejay Van Garderen te zien lossen. Ja, 2017 is inmiddels lang geleden. Contador probeerde iets in de laatste meters, zoals Contador altijd wat probeerde. Lukte niet, hij kwam niet van Froome af. Met Woods en Chaves erbij reden ze met z'n vieren over de finish, op meer dan vier minuten van winnaar Lutsenko. Daarachter ontstonden er wat kleine gaten, maar de verschillen bleven beperkt. Toen had je na vijf dagen nog tien renners binnen een minuut van elkaar, achteraf gezien viel dat Sky nog wel mee! In 2017 eindigde er dus voor het eerst een rit in Alcossebre, een kustplaats in de autonome regio Valencia met ongeveer 2200 inwoners. Er zijn vijf stranden in de omgeving van Alcossebre, met tien kilometer aan kustlijn, waardoor het een populaire toeristische bestemming is. Niet zo populair als andere plaatsen aan de Costa del Azahar, de kust die u niet kent! De oranjebloesemkust, net iets minder bekend dan bijvoorbeeld de Costa Blanca. De natuur schijnt hier nog redelijk ongerept te zijn, omdat er nog relatief weinig gebouwd is in de omgeving. Ermita Santa Lucia ligt midden in de natuur, in het Parc Natural Serra d'Irta. De Serra d'Irta vormt een van de toeristische trekpleisters van Alcossebre, al zijn er hier relatief gezien weinig toeristen te vinden. Weinig hoogbouw, de Costa del Azahar is nog niet opgepikt door het massatoerisme. Het dorp heeft een klein haventje, met rond de haven wat schattige witte huisjes. Langs de stranden is een prachtige wandelboulevard aangelegd, er zijn ook een paar houten vlonders te vinden die langs de stranden voeren. Daar kun je heerlijk flaneren, zonder dat er al teveel mensen voor je voeten lopen! Het plaatsje is niet speciaal aantrekkelijk, maar de kust en de stranden zijn prachtig, aldus een toeristische site. Volgens een andere toeristische site zullen de landschappen van Alcossebre je verrassen door de vele contrasten. Hier wisselen uitgestrekte vlaktes en hoge bergtoppen elkaar af met de stranden en de rotsen van de kustlijn. De prachtige stranden van Alcossebre liggen bovendien goed beschut en zijn daarom de ideale plek voor een rustige strandvakantie. Aan en op het water is het goed vertoeven: zeilen, surfen, duiken, bootje varen. Dankzij het aangename klimaat heeft Alcossebre een weelderige, dikwijls exotische plantengroei. En dus bijna KUDUS op de erelijst, het had zo mooi kunnen zijn. Wellicht is het hier tegenwoordig iets toeristischer geworden dankzij de Vuelta, in dat kader is het handig dat de start niet in beeld komt.





Voor het eerst in de Vueltageschiedenis gaat er een rit van start in Alcossebre, het kustplaatsje waar in 1995 Gewiss BallanGod Nicola Minali een sprint won in de Ronde van Valencia. Net ten noorden van Alcossebre vinden we een vuurtorentje, daar in de buurt is ook een grot te vinden die men Cueva de Hades heeft genoemd. Dat lijkt me een leuke bestemming voor Pogacar, ik stel voor dat hij de Styx volgt en vooral niet omkijkt. Zomaar een suggestie. Goed, tijdens de rit die nu volgt rijden we bijna continu in tegengestelde richting over het parcours van 2017, we rijden vandaag van Alcossebre richting Benicŕssim over precies dezelfde wegen, voorbij Benicŕssim maken we er alleen een ander verhaal van, zeker met de toevoeging van de gravelstrook. Enfin, ik ga een poging wagen om het wat korter te houden, wens me succes. Na de neutralisatie gaan we van start op een brede weg die de renners naar Alcalŕ de Xivert gaat brengen. Van de kust rijden we het binnenland in en dus loopt de weg vanuit het vertrek na een vlakke kilometer vervolgens drie kilometer aan 2,5% omhoog. Dat stelt uiteraard niets voor, het is pas voorbij Alcalŕ de Xivert dat er stroken komen waar de renners die in de vlucht van de dag willen zitten iets mee kunnen. Na de strook vals plat rechtdoor omhoog over een enorm brede weg tussen de sinaasappelbomen door is het een kilometer of drie volledig vlak, waarna er na een kilometer of zeven koers een bochtige doortocht volgt in het centrum van Alcalŕ de Xivert. Dit is een fraai stadje, met een zeer mooie kerk. Buiten de stad vinden we in de Serra d'Irta het Castell d'Alcalŕ de Xivert, een kasteel dat na de Reconquista werd overgedragen aan de tempeliers. Freddy Maertens won er in 1977 nog eens een rit, in die fameuze Vuelta waarin hij liefst 13 ritten wist te winnen. Alcalŕ de Xivert is verder vooral de stad van Vicente Iturat, een van de grootste Valenciaanse wielrenners ooit. Vier ritten in de Vuelta gewonnen, en een keer de puntentrui. Acht keer tweede ook, Vicente was een soort Wout. Na de bochtige passage in dit stadje komen we in de tien kilometer erna twee klimmetjes tegen, het is hier dat we hopelijk een sterke vlucht zullen zien ontstaan. Al lijkt me dit gezien de laatste klim van de dag ook gewoon weer een Pogacardag, maar goed. Door een fraaie en ruige siërra rijden de renners over een brede maar vrij bochtige weg die is voorzien van talloze schitterende vergezichten vijf kilometer aan 3% omhoog. Dat gemiddeld wordt gedrukt door een kilometer waarin het wat meer op en af gaat, in het begin en in het eind van de klim gaat het toch een tijdje aan 4% omhoog. Dat is geen klim waar je klassementsactie kunt verwachten, maar stroken van 4% zijn wel geschikt om vluchters met ambitie uit hun kot te lokken. Na dit klimmetje volgt er een korte maar bochtige afdaling, we rijden over de Coll els Murs en de andere kant van deze col is drie kilometer lang. Het gaat aan 4% omlaag, dat stelt niet veel voor, maar door de bochten is het toch een beetje technisch. Een brede en goede weg, maar toch, haar haarspeldbochtjes enzo. Nog steeds prachtige vergezichten, de renners rijden door een tamelijk ongerepte omgeving en dat is ook wel eens lekker. Eenmaal beneden loopt de weg direct opnieuw omhoog, het gaat nu drie kilometer aan 4% omhoog. Weer geen klim van de buitencategorie, de klim krijgt zelfs helemaal geen categorie opgeplakt, maar in het begin een potentiële vluchtersrit zijn we blij met iedere hoogtemeter. Half kilometertje aan 5% tussendoor, nou, knallen. Na dit klimmetje dalen we 2,5 kilometer af naar Les Coves de Vinromŕ, een plaats die we na 21,5 kilometer gaan bereiken. Ondanks wat bochtenwerk een simpel afdalinkje, met dank aan de brede weg die niet al te lang geleden van vers asfalt is voorzien. In het dagelijks leven schijnt hier ook geen hond te rijden, in combinatie met de fraaie omgeving is het dus geen slechte bestemming voor een fietsvakantie. In de omgeving van Coves de Vinromŕ vinden we het Parque Cultural Valltorta Gasulla, waar prehistorische rotstekeningen te vinden zouden moeten zijn. Ligt net ten noorden van Coves de Vinromŕ, terwijl de renners na een passage met wat bochten in het centrum van het dorpje juist naar het zuiden rijden. In Coves de Vinromŕ zelf vinden we dan weer een grote oranje fiets, ik beschouw de Bicicleta Naranja als een terechte ode aan Euskaltel. Blijkbaar staan er in deze omgeving liefst zeven reusachtige fietsen, die onderdeel uitmaken van een grote fietsroute. Dit is toch wel weer een essentieel stukje informatie dat ik jullie niet kan onthouden.







Oké, nu zullen we echt even tempo maken. Voorbij Coves de Vinromŕ rijden de renners een kilometer of negen zo goed als rechtdoor over een brede en vrij vlakke weg richting La Torre d'en Doménec. Hier vinden we dan weer de Bicicleta Roja, nog zo'n reusachtige fiets. De weg is vrij saai, deze kilometers kunnen we probleemloos skippen. In La Torre d'en Doménec pakken we enkele bochten mee, we rijden over een iets smallere weg door het centrum heen en eenmaal buiten het dorp blijft de weg relatief smal. In het dorp begint de weg al voorzichtig omhoog te lopen, we beginnen hier aan de eerste officiële klim van de dag. Ook meteen de langste, de Puerto de la Serratella is een beklimming van 14 kilometer. Gedurende deze klim van de tweede categorie gaat het gemiddeld aan 3,8% omhoog, maar dat gemiddelde zegt niet alles. De Serratella begint met een viertal kilometer waarin het tussen de drie ŕ vier procent omhoog zal gaan, daarna volgt dan weer een stuk van vijf kilometer met wat hogere percentages. Zo komen we onderweg een keer een kilometer aan 7% tegen, met zelfs stroken tot 10%. In een andere kilometer gaat het aan 6,5% omhoog, weer met stroken tot 10%. Hier kan de vlucht ook zomaar vertrekken, het is er geen slecht terrein voor. Na dit stuk van vijf kilometer gaat het nog eens twee kilometer aan 5% omhoog, een gemiddelde dat ook hier weer een vertekend beeld geeft omdat de Serratella vrij grillig is. De vlakke strookjes en de klimmende strookjes wisselen elkaar snel af, het is weer zo'n geval. Een lekker bochtige weg ook, via meerdere haarspeldbochten rijden de renners omhoog in een onherbergzaam gebied. 't Is vrij groen, maar tussendoor zijn zeker ook de nodige rotsen te zien. Verder richting de top wordt het uitzicht schitterend, we zien na een tijd beneden de weg liggen waar we zojuist overheen gereden zijn. Langs de weg vinden we ook spontaan wat boomgaarden, zo is het alles bij elkaar opgeteld jammer dat deze klim de uitzending niet haalt. Pas in de afzink van de Serratella gaan we live, vermoedelijk. In de laatste kilometers van de klim komen we een vlakke kilometer tegen, met daarna een afdaling van een kilometer aan 3% richting het dorpje Serratella, de naamgever van de klim. Een paar bochten in deze korte afzink, maar de weg is inmiddels een heel stuk breder geworden. Voorbij het dorp gaan we nog eens een kilometer aan 4% omhoog, daarna loopt de weg in de laatste kilometer van de klim vals plat omhoog. Na 44,5 kilometer komen we boven op deze fraaie Puerto de la Serratella, een klim die zo nu en dan in koers verschijnt. In de Vuelta van 2017 reden we ook over deze klim, eveneens vanuit Torre d'En Doménec. Niet alles deden we toen in tegengestelde richting, deze klim in dalende lijn afwerken was gezien de smalle weg in het onderste deel ook niet echt een geweldige optie. Een jaar eerder, in 2016, reden we in de Vuelta ook over deze klim, op weg naar een idioot steile aankomst in de omgeving van Llucena, waar godbetert Mathias Frank zou winnen. IAM, kent u die uitdrukking nog? In de Gran Premio Castellón kwam de klim dit jaar en vorig jaar ook voorbij, dat is een koers die wordt verreden tussen Castellón de la Plana, onze finishplaats van vandaag, en Onda, het stadje van de familie Cabedo. In Onda, waar de Vuelta de afgelopen jaren meerdere keren is geweest om Victor Cabedo te herdenken, won Michael Matthews dit jaar. Aan alleen de Puerto de la Serratella heb je dus niet genoeg, gelukkig komen we vandaag nog ander klimwerk tegen.






Op de top is het uitzicht helemaal schitterend. En er loopt ook nog een kicken betonweggetje loodrecht omhoog naar een hermitage, de gotische Ermita Sant Joan. Die betonweg negeren we, we rijden rechtdoor over een brede weg die voorbij de top van de klim acht kilometer omlaag zal lopen naar Albocŕsser. In 2017 vond ik dat een makkelijke afdaling, op het wegdek na. Dat lag er toen slecht bij, even snel spieken bij Streetview leert dat er anno 2026 een verse laag asfalt ligt. Dat probleem is dus ook weer opgelost. In de eerste drie kilometer van de afdaling gaat het amper omlaag, de weg glooit hier een beetje. Daarna gaat het een kilometer of vijf wat serieuzer omlaag, in ieder geval qua percentages. Tussendoor een aantal strookjes waar het aan 10% naar beneden gaat, maar de weg is breed en er zijn weinig lastige bochten te vinden, waardoor het alsnog vrij eenvoudig is. Het grootste obstakel was het wegdek, nu komen we zonder enig bezwaar na een tocht door een groene oase vol vergezichten na 52 kilometer uit in Albocŕsser, een dorpje waar we in de Vuelta van 2017 rechtsaf sloegen. Nu slaan we hier juist linksaf, waarna we dwars door dit plaatsje rijden dat ooit ontstond bij een kasteel van de tempeliers. Van dat kasteel is alleen nog de Torre de La Fonteta een overblijfsel, jammer. Voorbij Albocŕsser, een plek vol boomgaarden, komen de renners na enkele bochten in het best aardige centrum op een brede weg terecht in een schitterende vallei. Vooral de omgeving is schitterend, de route blijft voorlopig even achterwege. Van Albocŕsser rijden we richting Els Rossildos, negen kilometer blijven we in een vallei waar de weg breed, recht en zo goed als vlak is. Het glooit wel een beetje, maarja, dat stelt niets voor. Het is even doorbijten, maar als we na deze lange tocht vlak voor we Els Rossildos bereiken rechtsaf slaan komen we op een iets minder brede weg terecht en deze weg loopt direct omhoog. Na een tijd in de vallei te hebben gereden duiken we nu weer de heuvels in, we gaan op weg naar La Serra d'en Galceran, de Valenciaanse naam van Sierra Engarcerán. Om daar te komen moeten we de Coll de la Bandereta bedwingen, een beklimming van de derde categorie. Ook deze klim zat in de Vuelta van 2017, ook toen reden we, weliswaar via een andere aanloop, op deze manier omhoog. Het gaat 4,6 kilometer aan 6,7% omhoog, dat lijkt mee te vallen. Toch is deze Bandereta niet zo makkelijk, in de eerste twee kilometer van de klim gaat het aan meer dan 8% gemiddeld omhoog, we komen zelfs uitschieters richting 13% tegen. Daarna is het een halve kilometer zo goed als vlak, waarna het weer steiler wordt. Halve kilometer aan 7%, gevolgd door een halve kilometer aan 8%, voor het richting de top wat afzwakt richting 6%. Absoluut een mooie klim, de renners rijden door een bijzonder fraaie omgeving met tal van fraaie bergjes en ook wat aardige rotspartijen langs de kant van de weg. We slingeren langs de flanken van de berg, soms is er een blik in de vallei mogelijk, maar bovenal zien we de rotsen de show stelen. Richting de top neemt de begroeiing af, steeds sporadischer worden de flanken van deze rotsachtige berg gevuld door een verdwaalde boom. Het wordt wat meer een maanlandschap, al zal het voorbij de top snel weer groen worden. Lekker smal weggetje, het nadeel is dan weer dat deze klim op een moment in de rit volgt waar er rust in het peloton zal zijn. De vlucht zal tegen die tijd wel vertrokken zijn, UAE zal ongetwijfeld aan het controleren zijn in het peloton. Na 66,1 kilometer bereiken we de top van de Coll de la Bandereta, in 2017 nog een klim van de tweede categorie. Al kan dat ook liggen aan het feit dat ze toen een typfoutje hadden gemaakt, van een gemiddelde van 6,7% hadden ze toen 7,6% gemaakt, classic Vuelta. Nu is het wel daadwerkelijk 6,7% volgens de officiële site, misschien dat de klim daarom is afgeschaald. Na de Coll de la Bandereta, een klim die de afgelopen jaren meermaals in de Ronde van Valencia is bedwongen, volgt er een behoorlijk lange afdaling richting Benlloch. Het gaat 13 kilometer naar beneden, over een redelijk bochtige weg. Na drie kilometer in dalende lijn, zonder veel spannende bochten, rijdt het peloton door Sierra Engarcerán, een mooi dorpje gelegen op een heuvel. Vanaf de top zien de renners dit dorpje liggen, wat een pracht.





Het zou overigens zomaar kunnen dat de omgeving er momenteel iets minder groen uitziet, een paar weken geleden woedde er een bosbrand in deze omgeving. Vooral in Vall d'Alba, de startplaats van de volgende rit, maar ook in Sierra Engarcerán zouden ze niet ontsnapt zijn aan de ellende. Ik denk nu spontaan terug aan de Vuelta van vorig jaar, toen we onderweg naar de Morredero door een zwartgeblakerd landschap reden. Zulke taferelen zijn nu ook mogelijk, de klimatologische realiteit begint ons allemaal steeds harder in het gezicht te meppen. In het zeer fraaie Sierra Engarcerán, waar de witte huisjes mogelijk zwart zijn geworden, komen we overigens nog een kort stuk in stijgende lijn tegen. Het gaat een kilometertje omhoog, we wisselen een beetje vals plat af met een halve kilometer aan 5%. Dat vliegt natuurlijk zo voorbij, buiten het dorp kunnen we daarna weer vrolijk verder gaan dalen. In het centrumpje van Sierra Engarcerán is de weg even wat smaller, we komen hier ook wat bochtjes tegen, bij het verlaten van het dorp bereiken we dan weer een brede en keurige weg. De afdaling wordt zodra we die brede weg bereiken nooit meer heel ingewikkeld. Het gaat niet bijzonder steil naar beneden en er zijn ook maar weinig lastige bochten. Dat de weg omlaag een stuk breder is dan de weg omhoog helpt, dat het een overzichtelijke afdaling is ook. Hierdoor moet iedereen veilig Benlloch kunnen bereiken, na 79 kilometer koers. We bevinden ons nu op een kleine 100 kilometer van het eind, na de passage in Benlloch, of Benlloc voor de Valencianen, volgen enkele minder interessante kilometers. We gaan nu wel daadwerkelijk het parcours van 2017 in tegengestelde richting afwerken, helemaal tot in Benicŕssim. We rijden door de Plana Alta, de hoge vlakte. Nouja, da's wel een aardige omschrijving. Na een tweetal bochten naar rechts en nog wat ander bochtenwerk in het centrum van Benlloc verlaten we de plaats om op weg te gaan naar Vall d'Alba, de plek waar ze last gehad hebben van bosbranden en de plek waar de zevende rit van deze Vuelta van start zal gaan. Na meerdere lange verplaatsingen blijven we nu een keer in dezelfde regio hangen, dat is dan weer een meevaller voor de renners. Richting Vall d'Alba rijden we een kilometer of zeven zo goed als rechtdoor, continu tussen de boomgaarden in. Valencia maakt haar naam weer waar. De weg loopt een kilometer of twee vals plat omhoog, daarna gaat het dan weer een aantal kilometer vals plat omlaag, het is hier vooral heel makkelijk fietsen. In Vall d'Alba komen we na bijna 86 kilometer koers een rotonde tegen, daarna rijden we langs de lokale stierenvechtarena af. Dat is alvast een minpunt voor dit dorpje, dat morgen verder onder de loep zal worden genomen. Van Vall d'Alba rijden we vervolgens naar Cabanes, dat ligt een kilometer of zeven verderop. De renners komen tussen beide plaatsen in een aantal rotondes tegen, terwijl ik het terrein voor het gemak vlak ga noemen. In het midden van een van die rotondes staat overigens een restant van een oude Romeinse boog, lachen. Verder komen we nog steeds vooral heel veel boomgaarden tegen, in dit gebied bestaan die boomgaarden vooral uit een eindeloze hoeveelheid olijfbomen. Na heel veel bomen te hebben gezien komen we na 93 kilometer uit in Cabanes, waar na een behoorlijk rechte tocht dan weer een bochtige passage in het centrum zal volgen. Van bocht naar bocht, onderweg wat paaltjes vermijdend. In Cabanes begint de weg omhoog te lopen, we beginnen aan een kort klimmetje dat weinig voorstelt. Het gaat een kilometer of vier omhoog naar Port de Cabanes, een klim die van de andere kant veel lastiger is. Vanuit Cabanes is het echt doodsimpel, alleen een keer een halve kilometer aan 5% tussendoor, en verder vooral wat vals plat werk. Een vrij brede weg omhoog, weer wat meer door de natuur.




Na dit korte klimmetje volgt er een afdaling van een kilometer of negen richting de kust. Deze afdaling is vooral in de eerste kilometers nog wel een beetje interessant, het gaat een paar kilometer rond de 6% omlaag en dat brengt wat bochtenwerk met zich mee. Deze Port de Cabanes kennen we dus van de Vuelta van 2017, toen reden we over de weg omhoog die nu als afdaling dient. Het is wel een mooie afdaling, vooral vanwege de omgeving. Verder naar beneden verschijnt de zee in de verte in beeld, dat heeft altijd wel iets. Onderweg scheren de renners ook langs enkele rotswanden, terwijl er aan de rechterkant van de weg veelvuldig een groene vallei valt te zien. De natuur staat op punt, de renners moeten ook op punt staan om zich een weg door deze afdaling te slingeren. In het begin komen ze nog niet zoveel bochten tegen, gaandeweg wordt het iets technischer. Heel lastig is de afdaling ook weer niet, maar er zitten wel wat bochtige fases tussen. In zowat iedere bocht is de weg afgeschermd door een paar betonblokken, je wil hier dus graag op de weg blijven. Veelal korte en snelle bochtjes, een paar wat scherpere exemplaren, maar uiteindelijk moet dit toch prima te doen zijn. In de laatste drie kilometer van de afdaling wordt de weg dan weer helemaal rechts, we rijden vals plat verder omlaag. Beneden slaan we aan de kust rechtsaf en na die bocht rijden we vijf kilometer volledig rechtdoor over een brede weg. De weg in de afdaling was ook wel breed, breed genoeg, maar de weg langs de kust die we bereiken is een snelweg te noemen. De snelweg voert naar Orpesa, ook wel Oropesa del Mar, waar we de fout maken om op de hoofdweg langs de kust moeten blijven. We hadden eigenlijk af moeten slaan om door Orpesa te rijden, dan waren we voorbij het dorp nog een leuk klimmetje tegengekomen. Even een kort muurtje van anderhalve kilometer, zoals te zien was in de eerste rit van de Volta Comunitat Valenciana dit jaar, een rit gewonnen door Bini! We rijden niet door Orpesa heen en pakken dat klimmetje niet mee, in plaats daarvan blijven we op de hoofdweg en deze loopt ook omhoog, maar dan op een minder denderende manier. We noteren voorbij Orpesa drie kilometer aan 3%, de snelweg omhoog kent geen steile stroken, verder dan 4% komen we niet. Ondanks de aanwezigheid van de zee rijden we hier vooral door het groen, dat is ergens ook nog wel de moeite van het noteren waard, want het schijnt ook vandaag weer te gaan waaien. De renners hebben zin om waaiers te trekken, dat is wel al gebleken, nu hebben ze nog een keer gunstig terrein nodig. Dat vinden ze vandaag ook niet echt, sowieso staat de wind ook het grootste gedeelte van de tijd tegen. Op de top van het 'klimmetje' slaan we linksaf en verlaten we de snelweg. Op de top van de Coll des Costes d'Orpesa nemen we een afslag naar rechts en dan gaat het drie kilometer omlaag in de richting van Benicŕssim.




Twee kilometer lang gaat het vrij steil omlaag naar Benicŕssim, maar omdat de weg breed is en omdat we weinig bochten tegenkomen stelt deze afdaling weinig voor. Eenmaal in Benicŕssim komen we wel een rotonde tegen, maar tegen die tijd is de weg eventjes vlak. Voorbij de rotonde dalen we dan nog een klein stukje verder en dan komen we uit aan de kust. Langs de palmbomen rijden we verder, over een weg die wel wat drempels kent. Benicŕssim is een toeristisch oord, dat wordt meteen duidelijk. In de laatste meters van de afdaling rijden we direct langs de zee, dat zorgt voor een schitterend beeld. Als je de laatste bocht van de afdaling mist eindig je in het water, opletten dat Jay hier geen Dolvine wordt. Langs de kust passeren we enkele opmerkelijke villa's, de Villa Torreon bijvoorbeeld. Een ietwat kitscherige villa, in de vorm van een toren. Voorbij deze villa bevinden we ons op twee kilometer van de tussensprint, een sprint die na 120 kilometer zal volgen in het centrum van Benicŕssim. Over die tussensprint valt ditmaal weinig te klagen, de doortocht in het centrum van Benicŕssim is niet overdreven technisch. Wel een rotonde in de laatste kilometer voor de sprint, maar daarna gaat het nog een flinke tijd gewoon rechtdoor over een brede weg. En er is amper iemand die voor de punten wil sprinten, alleen Hayter eigenlijk. Goed, na de tussensprint gaan we op weg naar de volgende klim. We gaan beginnen aan een soort van lokale lus. Vanuit Benicŕssim gaan we omhoog naar Desierto de las Palmas, we dalen vervolgens die klim af en keren terug naar Benicŕssim, om vervolgens nog eens aan de klim naar Desierto de las Palmas te beginnen. Bij de tweede passage aldaar zullen we alleen na een tijd een andere weg gaan nemen, een onverharde weg. Maar dat is een zorg voor later, we beginnen met de eerste beklimming van de Alto del Desierto de las Palmas. Voorbij de tussensprint is het 800 meter fietsen tot de voet van die klim, we slaan voorbij de sprint in het centrum van de stad rechtsaf en daarna gaan we de stad verlaten. We rijden even verderop over een spoorbrug heen en slingeren daarna om een rotonde heen, waarna we de laatste huizen van Benicasim achter ons laten. De weg begint hier omhoog te lopen, we betreden het Parc Naturel del Desert de les Palmes en dit natuurpark lacht ons meteen tegemoet. We zien enkele fascinerende heuvels liggen, heuvels die we inmiddels kunnen kennen. De Alto del Desierto de las Palmas, of dus Desert de les Palmes in het Valenciaans, is geen onbekende klim voor de koers. Het is een klim die in 2024 deel uitmaakte van het parcours van de Ronde van Valencia, het was toen de laatste klim in een rit die zou eindigen in Castellón de la Plana, waar we nu ook naartoe gaan. In de Vuelta kwam deze klim ook meermaals voorbij, in de op deze rit lijkende rit uit 2017 bedwongen we 'm van de andere kant. Ook in 2015 en 2016 kwam de klim voorbij, drie jaar op rij zagen we 'm verschijnen. In 2015 gingen we toen uiteindelijk ook naar Castellón, dat deden we in de Vuelta van 2004 eveneens via Desierto de las Palmas. In de Ronde van Valencia van 1993 eindigde er hier dan weer een klimtijdrit op de top, zo heeft deze klim in de loop der jaren heel wat wielrenners zien passeren. Ze organiseerden hier ook een keer het Spaanse kampioenschap, in 2018. Van Castelló reden we naar Benicasim, steeds rondjes rijdend over Desierto de las Palmas, Gorka Izagirre werd bij die gelegenheid Spaans kampioen. Tussen 2015 en 2018 ieder jaar koers hier, toen had ik de klim wel een beetje gezien. Nu kan het weer, vooral met de nieuwe toevoeging die in de volgende ronde gaat volgen. Vanuit Benicasim is de Alto del Desierto de las Palmas een klim van 7,6 kilometer aan 4,9%. Deze klim van de tweede categorie valt eigenlijk wel mee, de koers wordt hier doorgaans niet beslist. Het is vooral een wonderbaarlijk mooie klim, de omgeving is haast onovertroffen. Over een brede weg rijden de renners door een adembenemend mooi decor, de weg biedt bijna de hele klim lang een mooi zicht op al het natuurschoon in dit park. In de eerste twee kilometer rijden we vooral rechtdoor, in de eerste kilometer aan procent of vier. Daarna gaat het aan 5% omhoog, voor we terechtkomen in een zone met wat haarspeldbochten. Hier wordt de klim lastiger, we noteren een kilometer aan 7,5%. Een stuk of vier herraduras, hoefijzers, kort achter elkaar. Na die kilometer gaat het dan weer aan 6,5% omhoog, voor we in de vijfde kilometer aan 6% mogen klimmen. In de zesde kilometer van de klim passeren we in de buurt van de top een kruispunt. Hier zou je rechtsaf kunnen slaan, dat gaan we de volgende keer dat we hier passeren doen. Na die bocht naar rechts klimmen we via een onverharde weg verder omhoog naar Monte Bartolo, nu blijven we bij de eerste passage op de hoofdweg. We rijden nog niet naar Monte Bartolo, zoals de berg boven Desierto de las Palmas heet. We blijven voorlopig op de route die we al vaker in koers hebben gezien, voor we in de finale zowaar een keer een nieuwe weg mogen gaan verkennen. In de zesde kilometer van de klim gaat het voorbij het kruispunt aan 6,5% omhoog, we zien richting de top van de brave variant van de klim boven op de berg een zendmast liggen. Die kant mogen we strakjes op, dat de renners alvast weten wat ze te wachten staat. Na zes kilometer klimmen volgt er een zo goed als vlakke kilometer, de weg loopt zelfs een paar meter omlaag in de buurt van de Ermita de la Virgen de Montserrat. Daarna klimmen we in de laatste halve kilometer van de klim nog eens aan 5%, waarna we na 128,5 kilometer de top van de Alto del Desierto de las Palmas bereiken.









Op 49 kilometer van de aankomst komen we boven op deze wonderschone klim, een klim die qua stijgingspercentages evenwel te overzien is. In de buurt van de top zien de renners in de diepte de ruďnes van een oud klooster liggen, eentje van de karmelieten. Op de top van de klim is er een nieuw klooster te vinden, eveneens van de karmelieten. We vinden daar ook het spirituele centrum van Santa Teresa, Desierto de las Palmas is ook een plek vol geloof. We rijden door een natuurpark heen dat werd opgericht in 1989, in dit schitterende park vol beboste heuvels en indrukwekkende rotsen komen haviksarenden, sperwers, everzwijnen en vossen voor, en wielrenners. Op de top kun je de zee in de verte zien liggen, alleen al daarom is de klim de moeite waard. Mooi uitzicht tijdens de klim, maar ook na de klim. Onderweg volgt de beloning eigenlijk al, maar op de top krijg je een toegift. De renners gaan vandaag twee keer passeren op de top van Desert de las Palmes, ik wissel maar een beetje af tussen het Spaans en het Valenciaans. In volle finale sluiten we na het beklimmen van Monte Bartolo bij het klooster weer aan op dezelfde weg, de weg die we nu voor het eerst gaan afdalen. De afdaling die nu volgt is 8,5 kilometer lang, gemiddeld gaat het aan 4,5% omlaag. De renners moeten hier twee keer omlaag, de eerste keer vormt een mooie oefening. Ze komen er al snel achter dat de afdaling niet heel ingewikkeld is, in de eerste drie kilometer van de afdaling komen ze weinig scherpe bochten tegen. Een paar snelle bochtjes, die lijken me eigenlijk allemaal goed te doen. Een paar bochten zijn wellicht net iets scherper, maar heel gevaarlijk ziet het er niet uit. Het gaat ook niet zo steil omlaag, op een paar halve kilometer aan 6% na dalen we vooral aan een procent of vier. Na een paar kilometer dalen rijden we door El Refugio, in de omgeving van dit oord ligt in het schitterende natuurpark een kasteelruďne. De toren van Castell de Montornés is nog te zien, boven op een rots. Zo is dit een natuurpark dat blijft leveren, al rijden we omlaag wat meer door de bossen en daar is het zicht op al het schoon net iets meer beperkt. Voorbij El Refugio is er dan wel weer even een open stuk, we zien dan in de diepte ineens het dorpje Les Palmes liggen. We zien ook dat het in de resterende vijf kilometer van de afdaling niet direct lastiger wordt, ik zie eigenlijk maar één bocht verschijnen die ik in zou schatten als lastig. Alle andere bochten lijken perfect te doen, dit is een afdaling die zelfs voor Joop Gall geen enkel probleem mag vormen. In de laatste twee kilometer van de afzink gaat het zelfs volledig rechtdoor, vals plat omlaag. Nadat ze een tijdje weer zicht op de fraaie bergen in deze omgeving hebben gehad duiken ze aan het eind van de afdaling dan weer een fraai bos in, alleen al vanwege de omgeving scoort deze rit punten. Helemaal beneden rijden we het terrein van de boomgaarden weer binnen, terwijl we Castell Vell passeren. Weer een oude kasteelruďne, ook in het verleden wilde men graag in deze prachtige omgeving wonen. Voorbij Castell Vell rijden de renners over de snelweg heen, aan de andere kant van deze weg komen ze uit bij een rotonde. Hier slaan ze in de finale rechtsaf, op weg naar Castelló. Nu rijden we rechtdoor, terug naar Benicasim. Als het over dit stukje van de route gaat wil ik het mezelf even makkelijk maken, de weg terug naar het centrum van Benicasim is negen kilometer lang. Dit worden negen volledig vlakke kilometers, kilometers waarin we wel wat rotondes en bochten zien passeren, maar dit stuk van de route stelt niets voor. In het midden van een van die rotondes vinden we wel een bijzonder kunstwerk, vlak voor we Benicasim weer betreden fietsen we langs het Monumento al Día de las Paellas, een teringgrote paellapan. Dankzij alle bochten en rotondes is deze tocht misschien niet de eenvoudigste ooit, het voordeel is dan weer dat er redelijk weinig ander straatmeubilair te vinden is. Ik vermoed dat we tijdens de eerste beklimming van Desierto de las Palmas niet veel te zien krijgen, het zal ongetwijfeld een gesloten koers worden tot we aan Monte Bartolo gaan beginnen. En dus wordt dit stuk dan ook heel saai. Na 142 kilometer rijden we Benicasim weer binnen, we werken een tocht van een kilometer of zes af in dit plaatsje.




Het is wel een bijzondere Vuelta, we hebben weer een plek bereikt die veel renners kennen. Benicŕssim is dan weer de vaste plaats van Alpecin-Premier Tech, die ploeg houdt hier altijd haar trainingskampen. Zoals je natuurlijk verspreid over de hele Spaanse kust renners kunt aantreffen, Mathieu van der Poel bezit een stukje naar het zuiden een huis in Moraira, om maar wat te noemen. Iedere vaste pleisterplaats van de coureurs passeert deze ronde de revue, van Monaco tot Andorra en nu de Valenciaanse kuststreek. Over Benicasim heeft een enthousiasteling overigens een prachtig wervend stuk geschreven: De plaats ligt aan de oostkust van Spanje (Costa del Azahar) aan de Middellandse Zee en is een kustplaats met stranden, omgeven door bergen en een aangenaam klimaat met veel zonne-uren. Rondom Benicasim liggen vele sinaasappel-, mandarijnen- en citroenplantages en richting het binnenland de bergen in olijvenplantages en dennenbomen. Benicasim bestaat uit drie delen nl., het dorp zelf, de villa's, bungalows en appartementen richting zee en stranden en het natuurgebied "el Desierto de las Palmas". Ca. twaalf km verwijderd van Benicasim ligt de grote plaats Castelló de la Plana. Benicasim is lange tijd een vakantieoord voor de Spanjaarden geweest en is dat heden ten dage nog steeds. Sinds eind 19e eeuw kwamen hier mensen uit Madrid, Valencia en Castellón al heen vanwege de natuur, de zandstranden en de rust. Aan de boulevard van Benicasim zijn de oude villa's nog te vinden. Vandaag de dag is Benicasim voor de Spanjaarden nog steeds een geliefd vakantieoord in het voorjaar, de zomer en het najaar. Veel Spanjaarden hebben hier dan ook hun eigen vakantiewoning. Over het algemeen komen in Benicasim weinig buitenlanders hun vakantie doorbrengen, wat eigenlijk vreemd is want Benicasim kent een heel erg aangenaam klimaat. Tevens is hier dan ook de mogelijkheid tot overwinteren. Nou, bij Alpecin hebben ze dit ter harte genomen. In Benicasim werd Gorka Izagirre in 2018 Spaans kampioen, na rondjes Desierto de las Palmas. Mario Cipollini won er een rit in de Ronde van Valencia, net als Adriano Baffi. In de Vuelta wist Edwig Van Hooydonck hier dan weer een rit te winnen, net als Sean Kelly en ONZE Joop Zoetemelk. Door de koers is Benicasim al lang ontdekt, in 1971 won niemand minder dan Hubert Hutsebaut hier al een rit in de Vuelta. De afgelopen jaren rijden we eigenlijk altijd door Benicasim heen in combinatie met een beklimming richting Desierto de las Palmas, als we nu nog eens door het centrum zijn gereden verlaten we de stad weer om na een passage onder een weg door en over het spoor heen voorbij een rotonde de tweede keer de voet van Desierto de las Palmas te bereiken. De rit gaat nu echt beginnen.



Voor de tweede keer vandaag beginnen we aan de klim richting Desierto de las Palmas, al gaan we tijdens deze tweede passage na een aantal kilometer afwijken van de bekende route. Het begin zal in ieder geval hetzelfde zijn, we rijden weer het prachtige natuurgebied binnen en daar loopt een brede weg behoorlijk rechtdoor een kilometer aan 4% omhoog. Daarna volgt er een kilometer aan 5%, waarna we in de derde kilometer de zone van de hoefijzers bereiken. In de haarspeldbochten gaat het aan 7,5% omhoog, waarna we in de twee volgende kilometers rond de 6% mogen klimmen. Voorlopig is de klim vooral vanwege de omgeving mooi, ook de tweede keer maakt dit natuurgebied indruk. Na vijf kilometer klimmen slaan we nu wel rechtsaf een andere weg in, een veel smallere weg. Een weg die niet is voorzien van Streetview, da's dan weer jammer. Gelukkig hebben we Perico nog! Ook dit jaar zijn er weer PericoPuertos, soms is dat nog best nuttig. Pedro Delgado is op pad gegaan met Kiko Garcia, de man die naast Fernando Escartin verantwoordelijk is voor het parcours. Escartin is de man die de boel mag uittekenen, Kiko mag daarna controleren of het allemaal wel mogelijk is qua veiligheid en dat soort zaken. Kiko mag nu gaan uitleggen wat de organisatie in deze omgeving heeft ontdekt. We verlaten na de bocht naar rechts de weg naar Desierto de las Palmas, in plaats daarvan komen we op de weg naar El Bartolo terecht. Desert de les Palmes hebben we regelmatig in koers gezien, El Bartolo nog nooit. Er volgt een ontdekking, en wat voor een. Na de bocht naar rechts wordt de weg een stuk smaller, na een korte vlakkere strook begint het ineens een stuk steiler te worden. Gemiddeld komen we in de zesde kilometer aan 7%, maar daarna begint het spektakel. In de volgende kilometer begint het asfalt er steeds slechter uit te zien, terwijl de renners een strook tot 20% gaan tekenkomen. Even verderop valt het asfalt helemaal uit elkaar en komen we op een onverharde weg terecht. Gravel, ja! Voor het gravel gaat het op het afgebrokkelde asfalt al loodrecht omhoog, eenmaal op het gravel wordt het niet veel beter. We noteren een kilometer aan 11%, voor een groot deel onverhard ook nog eens. Dat gaat pijn doen, dat gaat voor verschillen zorgen. Perico stapte alvast af, deze weg lijkt amper te doen met een racefiets. Het is smal, de positionering gaat richting die bocht naar rechts enorm belangrijk worden. Het gravel is grof, er liggen grote stenen tussen. Gaat dus ook nog eens lekke banden regenen, er gaat wel minstens één klassementsrenner de lul zijn. Ik val van m'n stoel als ik de beelden zie, het wordt ook steeds erger. De renners rijden door een grindbak heen, dit gaat echt nergens over. Richting het eind van El Bartolo rijden ze anderhalve kilometer over een onverharde weg, maar dit is geen gravel zoals je het in Strade Bianche ziet. Het is ook bepaald niet het fijne gravel van de Finestre, dit is ongepolijste Spaanse kost. De gravelweg kent meerdere bochten, smalle bochtjes. Dit wordt echt een chaos, hier wordt alles volledig uit elkaar gereden. Een puinhoop van jewelste, het is wel typisch dat de Vuelta met zoiets komt als ze eindelijk het gravel ontdekken. Oké, dat stukje gravel in Andorra in 2019 was ook al geen succes, ze hebben al vaker zulke fratsen uitgehaald. Maar dit overtreft het wel, en ruim ook. De renners klimmen in de volgende kilometer aan 12%, op de onverharde weg komen ze pieken tot 15% tegen. De gravelstrook is kort, de verschillen zullen groot zijn. Het blijft op het gravel ook gewoon steil, er komt geen verlichting. Richting het eind van de onverharde strook stapt Delgado voor de tweede keer af, ik geef hem geen ongelijk. Ik hoop dat ze hier de boel nog een beetje komen vegen, op het moment van filmen lagen er dusdanig veel grote stenen dat je hier gewoon echt niet kunt rijden. Tot het eind blijft de zeer smalle weg ook bochtig, we gaan hier echt wat beleven. Het leuke aan het filmpje van Perico is dat hij Kiko continu subtiel duidelijk probeert te maken dat dit niet kan, maar Kiko geeft geen kik. Richting het eind van de onverharde strook komen we op een cementstrook terecht, we krijgen er om het feest compleet te maken ook nog een stuk hormigón bij cadeau. Zodra we de cementweg bereiken vlakt de weg af, daarna gaat het zelfs kort omlaag. Een smalle cementweg met enkele bochten in een bos, ook dat kan leuk worden. Je bent helemaal naar de tyfus naar die onverharde strook, en dan volgt zo'n afdaling. Pedro ziet hier enkele renners in het skoekeloen eindigen, ik ook wel. Na de korte afdaling volgt de uitsmijter van El Bartolo, we klimmen aan het eind van de klim nog eens 500 meter. We gaan omhoog naar de antennes, de antennes die je in het eerste deel van Desierto de las Palmas al in de verte helemaal op de top ziet liggen. Nou, bij die antennes zijn we nu bijna. Maar nog niet helemaal. In de laatste 500 meter klimmen we nog eens aan 12%, deze laatste strook gaat waanzinnig veel pijn doen. Holy shit, wat een klim. Dit is peak Vuelta. Leuk, dacht ik bij de aankondiging van het parcours, een stukje tramo de tierra. Een onverharde strook, zoals in de Clasica Jaén, dat had ik verwacht. Het is net iets anders geworden. Dit wordt een veldslag. Nu moet je dus wél kijken.

Bekijk deze YouTube-video






In totaal klimmen we 9,4 km aan 7,1 procent naar de top van Puerto El Bartolo. Na 157 kilometer, op 21 kilometer van de aankomst, zijn we boven op deze klim die we nog nooit in koers hebben gezien, een klim die we gegarandeerd gaan onthouden. Het gemiddelde zegt hier niets, de eerste 5,5 kilometer rijden we op een vrij eenvoudige manier omhoog. Het gaat hier om de laatste vier kilometer, vier gruwelijke kilometers. Loodrecht omhoog, eerst over asfalt, dan over afgebrokkeld asfalt, dan over gravel, dan over een verzameling losse stenen en dan ook nog over cement. Een piek boven de 20% voor we aan de gravelstrook van net iets meer dan anderhalve kilometer beginnen, over die strook gaan we het voor altijd hebben. Ik moet zeggen dat ik hier heel eerlijk gezegd een shitshow verwacht, maar alsnog ben ik blij met deze toevoeging. Als dit gravel acceptabel is voor de organisatie is er geen enkel excuus om in de toekomst niet de Trobaniello aan het parcours toe te voegen. Dit is de Asturische variant van de Finestre, een klim die er al jaren om roept om ontdekt te worden. Perfect te combineren met andere Asturische reuzen ook nog eens, waar wacht de organisatie op? Als deze weg richting El Bartolo die je eerder een soort rock garden kunt noemen in plaats van een gravelweg in koers opgenomen kan worden is er echt geen limiet meer. Het is een klim van de eerste categorie, maar door de ondergrond en de percentages wil ik er eigenlijk eentje van de buitencategorie van maken. Er volgt eenmaal op de top wel een extra beloning, bij de zendmasten van Monte Bartolo is het uitzicht nog fenomenaler, je kijkt zo over Desert de les Palmes heen richting de zee. Onwaarschijnlijk mooi, ik denk alleen dat er voor de renners weinig tijd om te genieten is, iedereen zit hier vol op de limiet. Over de limiet heen, zelfs. Zullen er renners moeten lopen? Ik sluit het niet uit. Ik zweer het je, de renners weten echt niet wat ze hier gaan beleven. Maar, de grap is, hier eindigt het niet. Nee, voorbij deze loodzware en nu al legendarische klim moeten we ook nog eens veilig beneden zien te komen. We rijden over de smalle weg om de zendmasten heen, passeren een kapelletje en later een groot kruis en al dit soort steuntjes in de rug kunnen we goed gebruiken. Na de top van Monte Bartolo gaat het net iets meer dan twee kilometer loodrecht omlaag, over een weg die gelukkig wel van nieuw asfalt is voorzien. Er liep altijd al een geasfalteerde weg omhoog naar de zendmasten, maar die weg was smal en begon in de loop der tijden steeds slechter te worden. Daar kwam in 2024 ook nog eens DANA overheen, de storm die in Valencia zoveel schade veroorzaakte spoelde ook een deel van deze weg, nouja, weg. 780.000 euro is het bedrag dat de Generalitat Valenciana heeft geďnvesteerd in de renovatie van de bospaden die beschadigd raakten tijdens de DANA-storm in oktober 2024. Kost een berg, maar hey, dan kun je wel mooi de Vuelta laten passeren. We gaan getuige zijn van een bizar experiment, dat pas stopt als we veilig het karmelietenklooster bereiken. Voor we dat klooster bereiken gaat het dus dik twee kilometer omlaag, loodrecht. We dalen aan 11% af, met stroken tot 23%, moedergods. De weg omlaag is iets breder geworden, maar het is nog steeds relatief smal. De weg is ook bochtig, de renners komen meerdere korte bochtjes tegen en richting het eind van deze strook volgen er zelfs een paar haarspeldbochtjes. Dit is geen afdaling om voor de tv te bekijken, dit is er eentje om in de keuken te gaan staan. Volgens de beelden van Perico komen we ook nog een paar stukjes cementweg tegen, dit wordt echt een feestje. Lang duurt het allemaal niet, uitdagend wordt het wel. Eerst aan 12% omhoog over een grindweg en daarna aan 12% omlaag over een smal weggetje, de organisatie leeft vandaag op de rand.





Na net iets meer dan twee kilometer gedaald te hebben bereiken we weer de normale weg. Bij het klooster sluiten we aan op de weg die we eerder vandaag al hebben gezien, de brede weg door Desert de les Palmes heen. We beginnen nu voor de tweede keer aan dezelfde afdaling, vanaf nu is het gelukkig makkelijk. Na de behoorlijk pittige afdaling van Monte Bartolo stelt de afdaling van Desert de les Palmes vervolgens niets meer voor. Ik skip hier dan toch maar even snel doorheen, we gaan nog eens 8,5 kilometer omlaag en dat doen we zonder veel gekke bochten tegen te komen. Beneden slaan we in de buurt van Castell Vell, ook wel Castell Fadrel, bij een rotonde rechtsaf en daarna bevinden we ons al in de laatste tien kilometer. In die laatste tien kilometer rijden we met tegenwind over brede en vlakke wegen, naar finishplaats Castelló toe. Over dit deel van de rit kunnen we kort zijn, de laatste kilometers vliegen voorbij. Als enige obstakels komen we in de komende kilometers enkele rotondes tegen. We rijden eerst nog mooi door de natuur, met zicht op de bergen, maar als we op een kilometer of vijf van het eind de finishplaats bereiken komen we tussen de industrie terecht. Op vijf kilometer van het eind gaat het bij een rotonde naar links, daarna bereiken we de rondweg om Castellón de la Plana heen. Deze rondweg volgen we tot in de slotkilometer, in de laatste paar kilometers van de rit komen we echt alleen een paar rotondes tegen en verder gaat het doodleuk rechtdoor op een vrijwel vlakke manier. Een enorm brede weg, het contrast met de klim van zojuist kan haast niet groter. We rijden wel een keer een tunnelbak in en tussen de rotondes in is er af en toe een flauwe bocht te bespeuren, maar goh, nee, makkelijke finale. In de voorlaatste kilometer komen we wel drie rotondes tegen, maar dat zijn allemaal brede rotondes. Ik heb ook niet het idee dat we hier naar een massasprint gaan kijken, ofzo. In de slotkilometer rijden we dan weer lang rechtdoor, tot we op een meter of 30 van het eind toch weer een rotonde tegenkomen. Wel een waanzinnig brede rotonde, een rotonde die na een soepele bocht naar rechts uitkomt in een bizar brede weg. Vier rijbanen in de finishstraat, nou, daar ligt het niet aan. De renners rijden langs het Palau de la Festa, een bijzonder lelijke evenementenlocatie. Ze komen voorbij die toko dus op een enorm brede weg terecht en daar gaat het op een vlakke manier in de laatste meters van de rit rechtdoor. Een lastige rit, maar aan de finish ligt het niet. Alhoewel, het merkwaardige is dan weer dat de finish er op de officiële site heel anders uitziet. De Vuelta heeft sinds dit jaar een samenwerking met Komoot en op de officiële site zie je dan ook de kaart van Komoot verschijnen. Dat helpt mij wel bij de voorbeschouwing, lekker interactief, maar in dit geval zie ik dat ze de rit op een totaal andere plek laten eindigen dan het roadbook. Het roadbook prevaleert alleen altijd, dat zijn de regels van de UCI, dus dat is mijn waarheid. Maar hey, het zou dus theoretisch gezien zo kunnen zijn dat we heel ergens anders finishen. Misschien is the finish wel not at the finish.




[ Bericht 0% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 27-08-2026 08:24:41 ]
Het blijft toch een merkwaardige sport hč, dat wielrennen.
  Moderator donderdag 27 augustus 2026 @ 02:30:25 #2
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221663678
Castelló de la Plana (Spaans, tot 2019 officieel: Castellón de la Plana) is een stad en gemeente in de provincie Castellón in de regio Valencia. Het is de provinciehoofdstad en tevens de grootste stad van de provincie. Castelló de la Plana telde in 2025 183.711 inwoners. In 1991 werd in Castellón de la Plana de Universitat Jaume I (afgekort UJI) opgericht. In 2003 waren er ongeveer 13.000 studenten ingeschreven. Zo trapt Wikipedia formidabel af, ik ga hier volledig in mee. Het eerste bekende gebouw in het gebied was het Moorse kasteel van Fadrell, daar rijden we in de finale twee keer langs. De stad zelf is officieel gesticht in 1251, na de verovering van het Moorse Koninkrijk van Valencia door koning Jacobus I van Aragón in 1233. Jaume verleende koninklijke toestemming om de stad te verplaatsen van de berg naar de vlakte op 8 september 1251, en de traditie beweert dat de verhuizing is voltooid op de derde zondag van de vastentijd, 1252. Tijdens de middeleeuwen werd de stad beschermd door grachten, muren en torens, en een kerk werd gebouwd, die later een kathedraal werd. In de 17e eeuw was de stad een van de laatste bolwerken in de Revolta de les Germanias (plaatselijke gilden). Ook ondersteunde zij aartshertog Karel van Oostenrijk in de Spaanse Successieoorlog (1701-13), maar de stad werd later ingenomen door de troepen van Filips van Anjou. Wow. In de 19e eeuw werden de stadsmuren afgebroken en begon de stad langzaam uit te breiden, een proces onderbroken door de onafhankelijkheidsoorlog tegen Napoleon (1808-14) en de Carlistenorlogen (1833-63). In 1833 werd Castellón de hoofdstad van de nieuw opgerichte provincie. In de tweede helft van de 19e eeuw begon de stad weer te groeien, gemarkeerd door de komst van de spoorweg, de uitbreiding van de haven en de bouw van representatieve gebouwen (provinciaal ziekenhuis, casino, theater) en parken. In 1991 werd een universiteit (Universiteit Jaume I) opgericht, gelegen op een moderne campus. De lokale economie is gebaseerd op de industrie en ambachtelijk werk. De meeste historische gebouwen zijn gelegen in de kleine oude binnenstad, rond de Plaza Mayor. Je vindt hier de gotische Concatedral de Santa María, gebouwd in de 13e eeuw en een eeuw later herbouwd na vernietiging door brand. Het huidige gebouw is een nieuwe reconstructie, want de oude kathedraal is tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936) in opdracht van de gemeenteraad gesloopt. Oh, oké. Het Ayuntamiento (stadhuis), gebouwd aan het begin van de 18e eeuw, is een ander hoogtepunt. Het beschikt over een gevel in Toscaanse stijl boven een zuilengalerij. De staande klokkentoren van de pro-kathedraal, bekend als El Fadrí, gebouwd in de 15e eeuw, ook gaaf. De Llotja del Canem (Hennepmarkt), gebouwd in de eerste helft van de 17e eeuw, werd gebruikt door handelaren in hennepdoek en touw, destijds een zeer belangrijke activiteit. Vandaag de dag wordt het gebouw gebruikt door de universiteit voor culturele evenementen en tijdelijke tentoonstellingen. Aan de noordoostelijke rand van de stad, aan het einde van een brede laan versierd met sinaasappelbomen, staat de basiliek van Santa María del Lledó, een basiliek gewijd aan een afbeelding van de Maagd Maria die in 1366 zou zijn gevonden door een boer bij het ploegen van zijn land. De oorspronkelijke 14e-eeuwse kapel werd uitgebreid tot zijn huidige barokke vorm in de 16e eeuw. Het complex is omgeven door een landschapstuin. Er is ook een bisschopspaleis, maar al bij al kom ik tot de conclusie dat je niet speciaal hoeft om te rijden voor Castelló. De Vuelta doet dat eigenlijk ook maar sporadisch, de laatste aankomst in de stad dateert alweer van 2015. Toen won godbetert Kristian Sbaragli de sprint in de stad, nadat we in de finale van de rit over Desert de les Palmes reden. Er werden wat rappe mannen gelost en dus kreeg Sbaragli het namens MTN-Qhubeka voor elkaar om de rit te winnen. Hij versloeg toch maar mooi John Degenkolb, Rojas werd uiteraard derde, in die tijd een notoire ereplaatsverzamelaar. Sbaragli die een rit wint in de Vuelta, die tijden waren heel duister. In 2004 won verwarde man Oscar Freire dan weer in Castellón, ook na een rit met daarin de beklimming rond Desierto de las Palmas. Hij klopte Zabel en O'Grady. Zelfde rit, net iets beter deelnemersveld. Gerben Karstens won hier ook ooit! In 2016 ging er dan weer een rit van start in Castellón, in de jaren nadien zijn we hier eigenlijk niet echt geweest. Wel eens bijna, maar meestal reden we met een boogje om deze stad heen waar we in 2024 nog iets lolligs zagen. Tijdens de eerste rit van de Volta a la Comunitat Valenciana reed het peloton van Benicasim naar Castelló, men misrekende zich alleen een beetje en dus ging de zege die dag naar de vluchters. We zagen in de kopgroep een duo van Bardiani, en Alex Molenaar. Molenaar werd gelost, waarna het duo van Bardiani verder naar de finish reed. Besloten werd dat Tonelli zou winnen, Tarozzi was zo vriendelijk om hem de zege te gunnen. Maar, bij een van de rotondes reed Tonelli verkeerd. Moest Tarozzi wachten, om hem alsnog te kunnen laten winnen. Zo'n finale vol rotondes in Castelló is toch niet risicoloos, blijkt maar weer. Vanuit het peloton reed overigens Oier Lazkano nog weg, moments before disaster. Met Ivan Moreno en Oscar Pelegri zijn er dan weer twee ex-profs afkomstig uit de stad, Pelegri reed jarenlang voor Burgos terwijl Moreno voor Kern Pharma reed. Allebei geen hoogvliegers. Ook afkomstig uit Castelló: Pablo Hernandez. Een voormalig voetballer, die tegenwoordig trainer is van de lokale trots, CD Castellón. Die club doet het de laatste jaren uitstekend, met dank aan een investeerder. Die investeerder haalde eerder Dick Schreuder naar Spanje, onder de man die het nu zo goed doet bij NEC promoveerde club naar het tweede niveau. Daar kregen ze het vorig jaar onder Hernandez bijna voor elkaar om te promoveren, had het nietige Castellón bijna een club in La Liga gehad. Lukte net niet, dat past wel bij deze stad.



Castellón is wel een stad vol bijzondere kunst, dat ontdekken de renners in de finale van de rit. Iedere rotonde is wel voorzien van wat lelijks, in het centrum van de stad schijn je nog meer rommel tegen te komen. Dit terzijde, we gaan vandaag van start in Alcossebre en daar wordt het overdag 29 graden. Geen enkele kans op regen, terwijl er vanuit het zuiden, vanuit de zee, een stevige bries zal staan. Beetje schuin in de rug in de eerste kilometers van de rit, maar al snel draaien we zelf naar het zuiden en vanaf dat moment hebben we lang af te rekenen met tegenwind. In Castelló wordt het dan weer 32 graden, hey, Spaanse temperaturen. Steeds zuidelijker, steeds warmer. Best wat wind uit het zuiden ook daar, tegenwind in de laatste kilometers derhalve. Wel wind in de rug op Desierto de las Palmas, een klim die dankzij de warmte toch extra lastig gaat worden. Deze rit, met het verrassende stukje onverhard richting het eind, begint om 13:00. Na een neutralisatie van 11 minuten beginnen de renners er om 13:11 echt aan, terwijl Eurosport pas om 14:45 van de partij is. We stromen in als de renners in de buurt van de top van de Coll de la Bandereta zijn, we missen de eerste grofweg 70 kilometer van deze rit en die kilometers kunnen best bepalend zijn. Jammer, maarja, de Vuelta, he. Dit is overigens niet een van de ritten die Sporza uitzendt, geen kennerspubliek daar. Ergens rond 16:30 zou ik sowieso de tv aanzetten, tegen die tijd gaan we beginnen aan de laatste klim van de dag. Dat gaat een topshow en een shitshow tegelijk worden, mag je niet missen. Tussen 17:18 en 17:43 bereiken we vervolgens de finish.



Dankzij dat strookje gravel aan het eind doet deze rit natuurlijk denken aan Strade Bianche, als Pogacar het parcours bekijkt zal hij snel tot de conclusie komen dat hij ook deze rit wil winnen. Meer woorden hoeven we aan een voorspelling soms niet vuil te maken. Het is weer van dat. Het gravel gaat memorabel worden, we gaan echt wat meemaken, dit is veel lastiger dan je op voorhand zou verwachten, maar de uitkomst gaat gewoon hetzelfde zijn. Dat gedrocht op 1, tegenwind aan het eind of niet. Ik wil alleen nog even kwijt dat ik keihard heb gelachen om wielerflits, die denken dat de gravelstrook aan het Tramo de Tierra heet. De redactie spreekt geen Spaans, heb ik het idee. Tramo de tierra is simpelweg de benaming voor een onverhard stuk weg, de strook zelf heeft verder geen naam gekregen. Eigenlijk wel een goed punt, deze strook hoort een naam te hebben. Ik doop de strook vol grof gravel van anderhalve kilometer aan 12% bij dezen Hiervermoordtpogacarwederomdekoers.
1. Pogacar. Gravelspecialist Pogacar gaat deze kans niet laten liggen. Een keer een rit aan de vlucht gunnen? Ben jij mal.
Het blijft toch een merkwaardige sport hč, dat wielrennen.
pi_221664293
quote:
Enfin, ik ga een poging wagen om het wat korter te houden, wens me succes.
Voorbeschouwing past nog steeds niet in een post, er wordt hier gigantisch geschroeid _O_
Jack does it in real time...
pi_221664339
Stukje mountainbiken
pi_221664425
Kijk nu die video van die klim, dit kan écht niet Johan

Die stukken afdaling ook, R.I.P. in peace Joop
Jack does it in real time...
  Moderator donderdag 27 augustus 2026 @ 10:18:42 #6
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221664757
twitter


@wimderon
Het blijft toch een merkwaardige sport hč, dat wielrennen.
  Moderator donderdag 27 augustus 2026 @ 10:21:54 #7
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221664778
Google heeft alle reviews van de renners en ploegen over het hotel verwijderd :').
pi_221665974
quote:
0s.gif Op donderdag 27 augustus 2026 10:18 schreef Rellende_Rotscholier het volgende:
[ x ]

@:wimderon
Bij het infietsen viel alles.
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')