abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator woensdag 26 augustus 2026 @ 01:51:26 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221655878
Etapa 5: Falset. Costa Daurada - Roquetes. Terres de l'Ebre, 173,3 km

De Vuelta is en blijft een vernieuwende koers, de organisatie heeft het voor elkaar gekregen om voor het eerst ooit een trainingsrit van een renner integraal uit te zenden. Ik weet alleen niet of dit experiment me helemaal bevallen is, het is toch wat saai om de hele dag naar een renner te kijken die in zijn eentje rond aan het rijden is. Alle grappen terzijde gebeurde er natuurlijk precies wat je kon verwachten, Pogacar reed weg op de Beixalis en daarna was de Vuelta meteen klaar. Geen verrassing, maar goed, alsnog wel teringsaai natuurlijk. Je verwacht niets en toch valt het tegen, dat is dan toch jammer. Wielrennen kan een leuke sport zijn, maar niet op deze manier. De renners deden nochtans hun best, in het begin van de rit gingen er genoeg coureurs in de aanval op de Port d'Envalira, heel Visma zat op een gegeven moment in de kopgroep bijvoorbeeld. Cian Uijtdebroeks haakte dan weer meteen af, na in de Tour rondgereden te hebben met 40 graden koorts probeert hij het nu met een scheurtje in zijn enkel, dat is toch wel echt oliedom. Niveautje De Lie, zeg maar. UAE probeerde te controleren op de Envalira, maar ze raakten toch ook al snel een paar mannetjes kwijt. Almeida heeft nog steeds geen benen, daar kan ik dan wel weer van genieten. Op z'n minst eentje die tegenvalt, lekker. Omdat het tempo van UAE niet eens zo indrukwekkend was kon Decathlon overnemen, dat vonden we natuurlijk allemaal vrij ambitieus. Maarja, wij denken dan dat Gall denkt dat hij de koers kan winnen. Nee, hij wilde de koers hard maken omdat daarmee de weg naar de tweede plek open komt te liggen. Zit wat in. In de afdaling van de Envalira reed Decathlon het gat op de kopgroep dicht en daarna reden we met een vrij grote groep naar de Collada de Beixalis toe. De steilste klim van de dag, halverwege deze ultrakorte rit van 100 kilometer. Op die Beixalis zagen we een wedstrijdje verplassen tussen Decathlon en UAE, om beurten reden de knechten van die ploegen op kop. Decathlon kwam als winnaar uit de strijd, Mühlberger gooide er een geweldige lead-out uit voor Gall en net voor Gall in de aanval kon gaan koos Pogacar het ruime sop. Decathlon had alles uit elkaar gereden, heel indrukwekkend, de ploeg deed het beter dan UAE, maar uiteraard was het uiteindelijk vooral Pogacar die profiteerde. Gall maakte de klassieke fout door op de aanval van Pogacar te reageren, het lukte hem zelfs even een meter of 100 om in het wiel te blijven hangen. Hij moest lossen, maar bleef daarna toch nog een halve minuut op een klein gaatje hangen. Dit hebben we al te vaak gezien, we wisten precies wat er ging gebeuren. En ja hoor, even later haakte Gall definitief af. Op 50 kilometer van de aankomst was Pogacar weer eens solo, weer reed hij op dezelfde manier weg van de rest. Heel even heb je het idee dat Gall misschien nog wel kan volgen, maar de praktijk leert dat dit nooit het geval is. En dus kon de tv uit.

Ik ben toch maar blijven kijken, want ja, hoe schrijf je anders een nabeschouwing? Op de top van de Beixalis had Pogacar al een voorsprong van anderhalve minuut bij elkaar gereden, hallucinant. Gall viel terug in een achtervolgende groep, hij had zichzelf ietwat overschat. Een dappere poging, applaus daarvoor, maar als het hem om de tweede plek te doen was had hij beter niet kunnen reageren op Pogacar. Dat wielrennen morsdood is bleek op de volgende klim, de Ordino. Tegen die tijd had Pogacar drie minuten voorsprong, moedergods. Vroeger was een solo van 50 kilometer een ding, een zeldzaamheid, nu zit je om de zoveel dagen naar een trainingsritje van Pogacar te kijken. Lekker in Z2, niet eens ademend. De regie was er na een tijd ook wel klaar mee, Pogacar kwam amper nog in beeld en het gevecht om de tweede plaats kreeg de volle aandacht. Die strijd was wél leuk, de verschillen bleken enorm klein te zijn. Gall leek eerst de sterkste, maar er kwamen plotseling allemaal figuren opdagen. Onley was er, ineens was daar Roglic, local hero Kuss mengde zich in de debatten, Mas was op de afspraak en zelfs iemand als Jarno Widar stak zijn neus aan het venster. Richard Carapaz had het dan weer niet onder de markt, ook Skjelmose beleefde niet zijn beste dag. Die renners haakten definitief af, terwijl de kaarten tussen de andere zes renners steeds opnieuw geschud werden. Ik zag Gall een keer lossen, maar dan weer terugkomen. Ik zag Roglic lossen, maar dan weer terugkomen. Ik zag Widar meerdere keren lossen, maar steeds weer terugkomen. Dat was dan toch nog best leuk, ook wel gelachen om Kuss die in zijn Andorra ineens wonderbenen heeft, het zou me totaal niet verbazen als hij op de volgende aankomst bergop ineens een kwartier verliest. Dat kan ook zomaar opgaan voor Widar, de altijd wisselvallige Widar. Als het draait is hij een fenomeen, dat liet hij gisteren zien. Hij overleefde alle klimmetjes en in de sprint beneden in Andorra vloerde hij Gall en co. Razend knap, al weet je bij hem nooit hoe lang het duurt. De strijd om het podium ligt volledig open, ik adviseer de regie om hetzelfde camerawerk de komende weken te blijven hanteren. Geen motor bij Pogacar, niet nodig. Laat de strijd tussen Gall, Onley, Mas en de rest maar zien. Roglic die ineens toch benen blijkt te hebben, schitterend! We halen de gouden trui terug en die geven we aan degene die tweede wordt, de eigenlijke winnaar van deze Vuelta. Zo kunnen we de komende weken dus overleven, de strijd om zilver is eigenlijk de strijd om goud. Als het iedere keer net zo close is als in Andorra hebben we nog iets om naar te kijken. Pogacar had het overigens ontzettend moeilijk, hij verloor aan het eind zelfs nog een halve minuut van zijn voorsprong, nee toch! Oei oei oei, ai ai ai. Nouja, na vier dagen al meer dan drie minuten voorsprong in het klassement dus, daar hoeven we het helemaal niet meer over te hebben. Ik volg de regie, we gaan ons richten op de andere deelnemers. In principe is Roglic nu de leider van de koers, in zijn favoriete wedstrijd komt de Sloveense veteraan toch weer bovendrijven. Een andere veteraan, Enric Mas, staat 11 seconden achter hem. Kuss, Onley, Carapaz en Gall zitten allemaal binnen de halve minuut van Roglic, min of meer. De koers is nog niet gereden! Na de eerste echte bergrit van de Vuelta zijn nu overigens weer de sprinters aan zet. Of nouja, de beter klimmende sprinters. En zelfs die misschien niet eens, dit kan ook zomaar een dag voor de vlucht worden. Het is een dag waar je niet 's ochtends vroeg al weet wie er gaat winnen en op welke manier hij dat gaat doen, een verademing. De dood van de wielersport is vooral de voorspelbaarheid, als het scenario dat iedereen vooraf kan bedenken volledig uitkomt is er geen hol aan. Als ik kijk naar de vijfde rit weet ik niet wat het scenario gaat worden, van dit soort dagen gaan we het moeten hebben.




Op de vijfde dag van de Vuelta zijn we eindelijk in Spanje, al zal niet iedereen het eens zijn met die uitspraak. Na een verplaatsing van weer eens een kilometer of 200 bevinden we ons bij de start van de vijfde rit in Falset, een gemeente in de provincie Tarragona in de regio Catalonië. Het peloton is dus in Catalonië, waar genoeg mensen rondlopen die graag onafhankelijk van Spanje zouden willen zijn. In het dorpje Falset, waar de Vuelta nog nooit eerder is geweest, wonen 2.856 mensen, het is de hoofdstad van de comarca Priorat. Hoewel de Vuelta hier nooit is gepasseerd hebben ze in Falset wel ervaring met de koers, de Volta a Catalunya is hier wel een aantal keer geweest. Dit jaar nog, toen reden we tijdens de derde rit van Mont-roig del Camp naar Vila-seca dwars door Falset heen. In 1960 eindigde hier dan weer een ploegentijdrit, het aantal passages in Falset is toch redelijk beperkt geweest. In dit dorpje waar iedereen een kopstem heeft zijn al een tijd dingen te doen. Zo werd de streek in het midden van de twaalfde eeuw veroverd op de moslims door graaf Ramon Berenguer IV van Barcelona. De graven van Prades bouwden hier toen een kasteel. Falset groeide rond het kasteel en kreeg in 1191 stadsrechten. Falset had een stadsmuur met daarin vijf poorten. In de dertiende eeuw breidde de stad zich oostwaarts uit, buiten de stadsmuren. Als hoofdstad van het graafschap Prades was Falset een belangrijke marktplaats. Enkele eeuwen later werd Falset dan weer gebombardeerd door de troepen van Franco tijdens de Slag om de Ebro in 1938. Dat was wel de favoriete bezigheid van Franco, ieder gebied dat hij niet meteen kon veroveren werd dan maar platgebombardeerd. De Basken hadden er last van, maar ook de Catalanen kwamen niet ongeschonden uit de strijd. En dan vinden mensen het gek dat er in deze regio's nog steeds mensen rondlopen die graag onafhankelijk zouden willen zijn, haha. In het kasteel van Falset is het Museu Comarcal gehuisvest, een streekmuseum. Het gemeentehuis is gevestigd in het paleis van de hertogen van Medinaceli uit de zeventiende eeuw. Het graafschap Prades kwam in 1653 door huwelijk in het bezit van de familie Medinaceli. Een ander opvallend gebouw is het Casa Gran of het paleis van de graven van Azara. Hier zetelt de regionale raad van Priorat. Er is ook een kerk, de Santa Mariakerk. Gebouwd in de tweede helft van de achttiende eeuw, het verving de kleinere kasteelkapel die tot dan had gediend als parochiekerk. Stenen van de oude kerk werden gebruikt voor de bouw van de nieuwe, barokke kerk, die relieken van de heilige Candia herbergt. Goed om te weten. De Portal del Bou (veertiende eeuw) bleef als enige van de vijf stadspoorten bewaard, blijft altijd jammer dat een groot deel van die stadsmuren en stadspoorten in de loop der tijd zijn afgebroken. Een van de andere opvallende bouwwerken van Falset is de Celler Cooperatiu, een ontwerp van Cèsar Martinell uit 1919. Dit is een bodega, waarvan er in de omgeving nog wel meer te vinden zijn. Een gebied met wat wijnranken, ook in Catalonië komen we ze tegen. In Falset hebben ze zelfs jaarlijks hun eigen wijnfeest, het is een van de plaatsen in de wijnregio Monsant. Een regio die 16 gemeenten omvat, voornamelijk in Priorat en een paar in Ribera del Ebro. Er worden jaarlijks ongeveer 5 miljoen flessen geproduceerd, waarvan de helft wordt geëxporteerd (voornamelijk naar Duitsland en de Verenigde Staten). Het aangeplante wijngaardoppervlak beslaat bijna 1900 hectare, verdeeld over meer dan 50 wijnhuizen. Garnacha en Cariñena als voornaamste druiven, als ik Wikipedia mag geloven. Het gebouw van de Celler Cooperatiu heeft wel wat weg van een basiliek, de architect heeft z'n best gedaan. De naam is in het Catalaans, maar dit kunnen we zelfs nog wel vertalen. Een coöperatieve kelder, meer specifiek een wijnkelder natuurlijk. In deze regio had je de nodige coöperaties, het is natuurlijk geen toeval dat een regio als Catalonië er financieel beter voorstaat dan enkele andere regio's in dit land. Heden ten dagen is de coöperatieve wijnmakerij nog steeds actief, je kunt het gebouw in het oogstseizoen met een bezoekje vereren.




De renners gaan van start in het centrum van Falset, waarna ze tijdens de neutralisatie naar het dorpje Marça zullen rijden. We bevinden ons in het Catalaanse binnenland, maar de Costa Daurada is niet ver weg. Langs deze goudkust was er de afgelopen dagen sprake van noodweer, in plaatsen als Roda de Berà en El Vendrell vonden na extreme regenbuien evacuaties plaats. Er vielen ook wat gewonden dankzij de extreme regenval, wat op zich niet gek is als er op sommige plaatsen 200 liter regen per vierkante meter is gevallen. Het zwaarst getroffen gebied ligt wel een eindje van het parcours af, voorbij Tarragona, maar het zou ook zomaar kunnen dat de renners in deze omgeving nog wat vuil op de weg gaan aantreffen. Als het hier ook heeft gehoosd kunnen de sporen daarvan nog wel te vinden zijn. De ergste regenval vond plaats in de regio waar we tijdens de Tour doorheen zijn gereden, enkele weken geleden. In Catalonië boffen ze niet met het weer, maar wel met de koers. In juli ging de Tour van start in Barcelona en reden we daarna nog een tijdje in Catalonië rond, nu komt in augustus ook nog eens de Vuelta voorbij. Al verkennen we nu wel een ander deel van Catalonië, we rijden naar het zuiden, naar de Terres de l'Ebre toe. Zodra de rit officieel begint rijden we eerst naar Móra la Nova en Móra d'Ebre, een plaatsje dat gezien de naam aan de Ebro ligt, een rivier die we vandaag veelvuldig in beeld zien verschijnen. In de eerste kilometers van de rit rijden de renners voorbij Marça over een brede weg vooral een tijd vals plat naar beneden, het is een vliegende start. Toch geen al te gevaarlijke start, de brede weg loopt dwars door de Serra Espasa heen vooral rechtdoor. In deze mooie omgeving bereiken we na een paar kilometer het dorpje Capçanes, hier ligt dan weer een rotonde. Ook wat ander bochtenwerk, terwijl de show gestolen wordt door een oude spoorbrug waar de renners doorheen zullen rijden. Voorbij de spoorbrug komen ze op een iets smallere weg terecht, een weg die een kilometertje op een niet al te lastige manier omhoog zal lopen. Door een woeste omgeving slingeren we omhoog langs het stuwmeer van Guiamets. Van Capçanes rijden we naar het dorpje Guiamets toe, na het klimmetje loopt de weg weer een aantal kilometer voorzichtig omlaag. We bereiken weer een brede weg en deze weg kent weinig gekke bochten. Wat daalwerk in de eerste kilometers dus, zonder dat het echt gevaarlijk wordt. In Els Guiamets liggen wel wat drempeltjes, daarna rijden we buiten het dorp een tijdje rechtdoor. Na een tijd komen we toch wat bochtjes tegen, terwijl we dalen tussen een hoop wijnranken in. De wijnregio van Monsant komt in beeld, in ieder geval voor de renners. Het ziet er niet al te lastig uit, maar toch, uiteindelijk wel een paar bochtjes. Aan het eind van deze afdaling slaan de renners bij een rotonde stevig linksaf, ze bereiken daarna een soort van snelweg en deze snelweg begint vrijwel meteen omhoog te lopen. We noteren na net iets meer dan 10 kilometer koers een klimmetje van een kilometer aan 6,5%, dat klimmetje vormt een mooie gelegenheid voor enkele ambitieuze renners om weg te rijden uit het peloton. Deze rit zou in een sprint kunnen eindigen, het heeft een mooi profiel voor renners als Pedersen en Van Aert, maar een vlucht mag je hier toch ook niet uitsluiten. Zo'n vlucht zou weg kunnen rijden op dit klimmetje, de Alto d'Argatans. De renners rijden via een brug best een tijdje aan 7% omhoog, voorbij de brug rijden ze over de enorm brede weg dan weer een tijd langs wat wijnranken af. Na dit klimmetje, waar hopelijk voor de koers strijd te zien is, dalen we 2,5 kilometer aan een procent of vier af naar Móra la Nova. Een snelweg omlaag, met alleen maar brede bochten, dat heeft geen naam. Bochtje naar rechts aan het eind, waarna we na een passage over het spoor Móra la Nova betreden. Hier vinden we het Museu del Ferrocarril, een spoorwegmuseum. Op een bochtige manier rijden we door het centrum van dit dorpje heen, waarna we buiten het dorp langs de Ebro komen te rijden. We steken de rivier niet over, waardoor we het aan de overkant van het water gelegen Móra d'Ebre net niet bereiken. Als de renners naar rechts kijken zien ze dit plaatsje wel liggen, ze zien als ze goed kijken onder meer het kasteel van Móra d'Ebre liggen, een kasteel dat zwaar beschadigd werd tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Langs de oevers van de Ebro vinden we hier ook at oude loopgraven uit die tijd, de Slag om de Ebro was misschien geen Slag om de Somme, maar ook hier ging het goed los. Wij zijn volledig tegen fascisme. No pasarán!




In de Clàssica Terres de l'Ebre reden we dit jaar nog door Móra d'Ebre heen. Dit is een nieuwe koers, eentje die pas drie jaar bestaat. In dit land verdwijnen de meeste koersen, maar in Catalonië hebben ze het voor elkaar gekregen om ook weer een nieuwe koers op de kalender te krijgen. Het is een koers die ieder jaar een ander parcours heeft, maar we rijden altijd door het land van de Ebro heen en de rit die we vandaag zien is duidelijk geïnspireerd door de verschillende parcoursen van de Clàssica Terres de l'Ebre. Al is die koers doorgaans een stuk lastiger, voorbij Móra d'Ebre beginnen we aan een lang deel van de rit met redelijk weinig hoogtemeters. Voorbij Móra la Nova rijden de renners 12 kilometer langs de Ebro over een zo goed als vlakke weg. Wel een mooie omgeving, maar voor de koers is het geen al te gunstige weg. Het is breed en het is recht, en het is vrij groen. Langs de Ebro komt de rivier zelf amper in beeld, al zijn we tegen deze tijd sowieso nog niet live. Na een kilometer of 25 koers rijden we door het dorpje Ginestar heen, een klein dorpje vol traditionele Catalaanse huisjes. Naast wijnranken vinden we in deze omgeving ook een aantal olijfbomen, tussen al deze boomgaarden zou een archeologische vindplaats moeten liggen, eentje waar je bewijs vindt dat er in de bronstijd en de ijzertijd al mensen leefden in deze regio. Smalle en lichtelijk technische passage in Ginestar, waar de renners in het centrumpje langs een mooie kerk rijden. Buiten het dorp komt het peloton weer op een brede weg terecht en tussen de bomen en de wijngaarden in gaat het een paar kilometer vrijwel rechtdoor over een rechte weg naar Rasquera, een plaats die we na 30 kilometer bereiken. Onderweg rijden we bijna langs Miravet, een dorpje gelegen aan de Ebro dat vooral opvalt vanwege het kasteel dat boven de rivier uittorent. Ook bekend vanwege het lokale aardewerk, het is een pottenbakkersdorpje! Een van de toeristische hoogtepuntjes van deze regio, we rijden er net niet doorheen maar het is alsnog een vermelding waard. In de omgeving van Rasquera beginnen we na een tijd weer te klimmen, drie kilometer voor we dat dorpje bereiken loopt de brede weg aan 3% omhoog. Stukje aan 5% tussendoor, maar goed, niet echt een klim van de buitencategorie. In Rasquera slaan we linksaf en daarna rijden we een aantal kilometer verder over glooiend terrein. Bekend terrein voor sommige renners, in de Volta a Catalunya van vorig jaar reden we ook over deze wegen. Toen reden we tijdens de vijfde rit van Paüls naar Amposta, dwars door de Terres de l'Ebre. Zo kom je daar nooit, zo passeer je er in drie verschillende koersen. Een deel van het parcours van die rit komt nu ook weer terug, het klimmetje rond Rasquera komt voorbij en voorbij de klim rijden we op zo ongeveer dezelfde manier naar Amposta toe. Brennan won die rit, hij weet alvast voor een deel wat hem vandaag te wachten staat. Voorbij Rasquera gaat het anderhalve kilometer omlaag over een zeer brede weg, eentje zonder gekke bochten. Daarna gaat het weer anderhalve kilometer omhoog aan een procent of drie, waarna we wederom anderhalve kilometer op een voorzichtige manier dalen. Schitterende omgeving hier, het is weer woest en behoorlijk ruig. We passeren wat rotswandjes, terwijl het hier verder behoorlijk groen is. De stroken in dalende lijn stellen niets voor, maar de stukken in stijgende lijn zijn ook niet al te belangrijk. We gaan nog eens twee kilometer aan 2% omhoog, daarna is het een kilometer bijna volledig vlak en na nog een stuk aan 2% bereiken we de top van de Coll Alt, ook wel de Coll de la Granada genoemd aldus climbfinder. In totaal gaat het 11,5 kilometer aan 2% omhoog, eigenlijk is alleen het eerste deel richting Rasquera enigszins interessant en zelfs dat niet eens. Boven hebben we 45 kilometer afgewerkt, hierna wordt het helemaal een tijd doodsimpel. In de buurt van de weg vinden we meerdere vakantiehuizen, waaronder Dirks guesthouse. Voor de liefhebber. Kijkend naar rechts zien de renners op de top enkele imposante rotsformaties liggen, zo kijken we onder meer uit op Morral de Cabrafeixet. Dit is een van de hoogste bergen van het Cardó-massief, in het Catalaanse voorgebergte. In deze omgeving vinden we ook Balma de Cabrafeixet, een prehistorische vindplaats met grottekeningen, gelegen direct onder de rotswand van Morral de Cabrafeixet. De ingang van de grot is afgesloten met een ijzeren deur om vandalisme te voorkomen, dat is dan weer jammer. Pintures Rupestres de Cabrafeixet, zo worden de rotstekeningen ook wel genoemd, toch best interessant.






Na de lange klim die eigenlijk niet echt een klim is rijden we over de enorm brede weg vier kilometer omlaag naar El Perelló. Door een ruige siërra dalen we zonder problemen af, de bochten die we tegenkomen stellen dankzij de brede weg niets voor. Het gaat ook niet zo steil omlaag, dus bereiken we zonder problemen El Perelló. In dit plaatsje ging in de Volta a Catalunya Femenina vorig jaar een rit van start, terwijl we er in de mannelijke variant ook wel eens doorheen zijn gereden. Dit plaatsje heeft een geinige Wikipagina: De oorsprong van Perelló gaat terug naar de prehistorie, zoals te zien is aan de rotsschilderingen van Cabra-Feixet, die het predicaat Werelderfgoed hebben gekregen. Het dorp was een Romeinse nederzetting, en er zijn overblijfselen te zien uit deze periode, zoals een deel van de Romeinse weg Via Augusta, bruggen en waterputten. El Perelló was een oud ziekenhuis in de 14e eeuw. Torre dels Moros Tower, Sant Cristófol Shrine en El Coll de les Forques zijn monumenten. Tegenwoordig staat het dorp ook bekend als het 'Delta-uitkijkpunt' vanwege de bevoorrechte locatie. El Perelló combineert zee en bergen en ligt dicht bij L'Ampolla. Een andere attractie zijn de rustige stranden met kristalhelder water. De bergen maken intussen deel uit van het dorpslandschap. Prachtige honing en olijfolie, beroemd in heel Catalonië, zijn uitstekend in de lokale gastronomie. De kust is hier nog wel even vandaan hoor, al gaan we nu wel op weg naar het genoemde L'Ampolla. Paar bochtjes in El Perelló, waar de weg in het centrum tijdelijk wat smaller is. In het centrum loopt de weg even een kilometer aan 3% omhoog, daarna is het buiten El Perelló even vlak voor we nog eens een kilometer of zeven op een heel voorzichtige manier af gaan dalen naar de kust. Na wat bochtenwerk komen de renners weer op een brede weg terecht, een waanzinnig brede weg zelfs. Over een snelweg gaat het vals plat omlaag naar de Middellandse Zee, over deze weg hoeven we niets te zeggen. Door een omgeving vol bomen rijden we naar L'Ampolla, gelegen aan de Costa Daurada. De gouden kust komt voor het eerst vandaag in beeld als we na 58 kilometer uitkomen in L'Ampolla. Dit is een vakantie- en vissersdorp aan de Costa Daurada dus, in het zuiden van Catalonië. Het dorp ligt direct aan de Middellandse Zee, 130 kilometer ten zuiden van Barcelona, 50 kilometer ten zuiden van Salou en Tarragona en op 60 kilometer van vliegveld Reus. Het dorp oogt vriendelijker en gemoedelijker dan andere badplaatsen in de regio. L'Ampolla heeft een haven voor zowel de pleziervaart als voor de traditionele vissersbootjes. Daarnaast heeft L'Ampolla verschillende zandstranden waarvan de bekendste Playa Avellanes in het centrum, Playa Cap Roig in het noorden en Playa Arenal in het zuiden zijn. De delta van de Ebro, met zijn vlakke landschap en rijstvelden is ook een bestemming. Poh, een liefhebber van Catalonië heeft ieder dorp in deze omgeving van een prachtige beschrijving voorzien. In L'Ampolla komen we enkele bochten tegen, waarna we in de volgende kilometers door de delta van de Ebro gaan rijden. Het wordt de komende kilometers dus volledig vlak, en volledig saai. Tenzij het waait, maar het stormachtige weer aan de Costa Daurada ligt achter ons.




We rijden eigenlijk om L'Ampolla heen, waarna we voorbij het vissersdorp linksaf slaan om daarna enkele kilometers over vlakke wegen langs de kust te rijden. We komen in de delta van de Ebro terecht en hier rijden we eigenlijk vooral tussen de rijstvelden door, de uitzending gaat rond deze tijd beginnen en dus krijgen we juist vooral veel mee van de vlakke fase van deze etappe. Bijzondere plaatjes zo tussen de rijstvelden in, met wat wind erbij had dit dan wel weer een leuk stuk van de rit kunnen worden. Volledig open terrein, op een steenworp afstand van de zee. Er gaat wel wat wind staan, maar niet genoeg voor waaiers, en de wind staat hier ook vooral op kop. Hier een stukje toeristische info voor je, met wat sluikreclame erbij: Spreken over de Ebro-delta is spreken over rijst en rijstboeren, hoewel het in wezen kan worden samengevat als de voortdurende poging van de mensheid om haar omgeving te veranderen. Het begon in de tijd van het Romeinse Rijk, toen men een ontbossingscampagne uitvoerde die de rivier omleidde, de monding verlengde en het land uitbreidde. Sindsdien is de menselijke transformatie van de delta niet gestopt. In 1860, met de aanleg van verschillende kanalen, begon de landbouw zoals we die nu kennen, waardoor de plantages zich over het hele gebied uitbreidden. Momenteel beslaat de Delta een gebied van bijna 22.000 hectare en produceert het ongeveer 120 miljoen kilo rijst. Daarmee is het de op twee na grootste rijstteeltregio van heel Spanje. Maar deze gigantische inspanning om het land vorm te geven, brengt ook talloze obstakels met zich mee, zoals plagen, slechte oogsten, verliezen van miljoenen euro's, subsidies, de vernietiging van natuurlijke habitats en vervuiling. In deze context lanceerde het Instituut voor Landbouwkundig Onderzoek en Technologie ( IRTA ), in samenwerking met graanbedrijf Kellogg's, in 2013 het Origins-project met als doel traditionele landbouwmethoden te veranderen, hulpbronnen te optimaliseren en de milieubelasting te verminderen. Zo loopt de Ebrodelta voorop in de duurzame rijstteelt in Spanje. Duurzame rijstteelt, toe maar! Toch een springlevende business, zullen de renners zien als ze door de natte velden van de delta rijden. Arros, zo noemen de Catalanen hun rijst. Arroz in het Spaans, het verschil tussen die talen valt soms wel mee. Na een tocht van dik tien kilometer tussen de rijstvelden in bereiken we Deltebre, waar we na een aantal bochten en rotondes over de Ebro zullen rijden. Deltebre ligt uiteraard midden in de delta van de Ebro, de naam is vrij treffend gekozen. Aan de overkant van de Ebro komen we na 73 kilometer, op 100 kilometer van de aankomst, uit in Sant Jaume d'Enveja. Hier slaan we na nog wat meer rotondes rechtsaf, om vervolgens een paar kilometer met een enigszins aanwezige bries schuin in de rug naar Amposta te rijden.





De weg naar Amposta toe is breed en recht, we fietsen tussen Sant Jaume d'Enveja en Amposta in nog een tijd door de delta van Ebro langs de rijstvelden. Hier is er een kleine kans op waaiers, al moet het dan eigenlijk wel nog net een stukje harder gaan waaien dan nu de voorspelling is. Langs een van de vele kanalen die Delta de l'Ebro rijk is rijden we rechtdoor Amposta tegemoet, een plaats die we na 84 kilometer gaan bereiken. In het stuk van dik tien kilometer tussen Sant Jaume en Amposta hoef je niet veel obstakels te verwachten, alleen de wind kan hier het spel redden. Rechtdoor langs het kanaal en langs de rijstvelden, zonder veel obstakels. Een keer een rotonde, meer niet. Hopen op de wind, anders moet de kijker het gaan doen met de beelden van de eindeloze rijstvelden. Als we de rijstvelden achter ons laten bereiken we na 84 kilometer Amposta, een stad waar de koers de afgelopen jaren vaker is geweest. Tijdens de Clàssica Terres de l'Ebre rijden we hier jaarlijks doorheen, in de Volta a Catalunya van vorig jaar eindigde hier dan weer een rit. In deze regio rijden we tegenwoordig regelmatig over dezelfde wegen, er is iemand in het land van de Ebro die een grote zak met geld gevonden heeft lijkt het. In Amposta won Matthew Brennan vorig jaar een sprint, na wat klimwerk onderweg was de finale vlak. Het werd dus een sprint, en in die sprint wist Brennan ONZE Tibor Del Grosso te vloeren. In een verder verleden kwam de Volta nog vaker voorbij in Amposta, zo won fenomeen Roger De Vlaeminck hier in 1976 een proloog. In de Vuelta rijden we niet vaak door deze regio heen, als Steef zijn zaken een beetje op orde heeft lijkt het er sterk op dat de laatste doortocht alhier dateert van 2001. Met José Serra en Agustín Miró komen we twee bekende voormalig wielrenners uit Amposta. De ene werd geboren in 1922, de ander in 1923. Allebei wonnen ze een rit in de Vuelta, Serra won er zelfs twee. Hij won ook de Euskal Bizikleta, dan ben je een grote. In hun Catalonië pakten ze zeges mee in de Volta, heel goed. Amposta is de hoofdstad van de comarca Montsià, dat u het even weet. Wiki heeft weer heel veel informatie over dit plaatsje, zo leer ik dat dit plaatsje al sinds de oudheid is bewoond. Ook onder de Romeinen bleef de plaats bewoond tijdens de tweede en eerste eeuw voor Christus. Uit deze periode is veel aardewerk gevonden bij archeologische opgravingen. Wegens zijn strategische ligging bij de monding van de Ebro en nabij de stad Tortosa werd hier een kasteel gebouwd. Dit gebeurde in de tiende eeuw door de Moren, mogelijk als reactie tegen invallen van de Vikingen. Deze groeide onder kalief Abd al-Rahman III uit tot een belangrijke vestiging. Graaf Ramon Berenguer III van Barcelona probeerde tevergeefs dit kasteel te veroveren op de Moren. Ramon Berenguer IV slaagde hier in 1148 wel in. Hij schonk het kasteel twee jaar later aan de hospitaalridders. Zij stichtten hier een commanderij. In 1280 kwam het kasteel door een ruil in handen van koning Peter II van Aragón. Tijdens de Catalaanse Burgeroorlog werden Amposta en zijn kasteel in 1465-1466 belegerd en ingenomen. Boel aan de hand. In de achttiende eeuw werd Amposta belangrijk voor de productie van zeep. Hiervoor werden olie uit het binnenland en soda uit de Ebrodelta gebruikt. In het kasteel van Amposta, dat geen militaire functie meer had, kwam er een zeepfabriek. In de negentiende eeuw werd een kanaal aangelegd door de delta en ontstond er rijstteelt. Amposta werd een centrum voor de verwerking van rijst. In 1920 werd een hangbrug over de Ebro geopend als onderdeel van de nieuwe weg tussen Barcelona en Valencia. Deze brug was de eerste vaste oeververbinding aan de monding van de Ebro en droeg bij aan de ontsluiting van Amposta, zo dan. Buiten het centrum, op een heuvel boven de Ebro, staat de Torre de la Carrova. De 19 meter hoge toren werd gebouwd in de middeleeuwen en heeft een tegenhanger op de andere oever van de rivier, de Torre de Campredó. Het houdt niet op.




In Amposta komen de renners in het centrum de nodige bochten tegen, al komen de renners gelukkig weinig straatmeubilair tegen. Opvallend genoeg rijden we niet over de iconische hangbrug, gemiste kans. De helikopter mag alsnog aan de bak om dat ding in beeld te brengen, een onmisbaar onderdeel van Amposta. Na een tijdje door een wat smaller straatje gereden te hebben verlaten we Amposta weer om buiten de stad op een brede weg naast de Ebro terecht te komen. Die rivier gaan we de komende pakweg 30 kilometer volgen, het worden 30 zo goed als vlakke kilometers. De renners rijden over een enorm brede en enorm rechte weg langs de rivier, onderweg passeren ze net buiten Amposta de Torre de la Carrova. Ook wat overblijfselen van een Romeinse villa hier, als je Amposta bezoekt moet je dus ook even een rondje door de omgeving rijden. Tijdens de weg die we nu volgen is er een tijd lang water in beeld, het is alleen niet de Ebro. Direct naast de weg ligt een kanaal, dat kanaal zal de komende kilometers continu het decor vormen. Op de achtergrond zien we dan weer wat bergen liggen, bergen die we over 30 kilometer gaan verkennen. Langs het kanaal, in de vlakte rond de Ebro, is het terrein volledig open. Dat is dan wel weer even belangrijk, want de wind staat voorbij Amposta in de rug. Misschien wat schuin in de rug zelfs. Als de wind een klein beetje aantrekt heb je kans op wat waaiergeweld hier, veel beter terrein daarvoor ga je niet tegenkomen. Ik druk niet vol op de waaierclaxon, maar een voorzichtig waaieralarm verstuur ik wel. De weg is er ook ideaal voor, recht en ontzettend breed. Nog steeds de enige manier om dit deel van de rit leuk te maken, als de wind niet op de afspraak is rijden we gewoon 30 kilometer over vlakke wegen rond zonder veel punten van belang. Wel een aardige omgeving, de plaatjes zijn dan in ieder geval nog in orde. Als ik windy.com even bekijk staat de wind in deze strook net iets teveel in de rug, achja, dan vliegen we in ieder geval snel naar Tortosa toe. Vlak voor we Tortosa bereiken rijden we over het kanaal heen dat ons kilometerslang gezelschap heeft gehouden. Voorbij het kanaal rijden we Roquetes binnen en dat is wel even apart, want de finishplaats van deze rit is Roquetes. We rijden op 73 kilometer van de finish al door de finishplaats heen, als Uijtdebroeks nog in koers is zou ik hem adviseren hier af te steken. Bij de eerste doortocht in Roquetes slaan de renners rechtsaf bij een rotonde, ze steken daarna de Ebro over en aan de andere kant van deze rivier die vandaag een hoofdrol speelt komen we uit in Tortosa. Aan de overkant van de Ebro slaan we bij de volgende rotonde linksaf en daarna rijden we het centrum van het geschiedenisvolle Tortosa binnen. Best een grote stad, er wonen in ieder geval bijna 36.000 mensen in de gemeente. Tortosa is de hoofdstad van de comarca Baix Ebre, het is een plaats waar de Iberische stam van de Ilercavones al woonden voor de Romeinen de stad in bezit kregen. Caesar, Augustus, ze schijnen allemaal gepasseerd te zijn in de stad die toen Dertosa heette. De stad kreeg een forum, thermen, tempels en administratieve gebouwen, naast een rivierhaven aan de Ebro. Een paar eeuwen later werd de stad dan weer veroverd door de Visigoten en in de eeuwen nadien bleef het onrustig. Klein voorbeeldje daarvan: Circa 714 werd de stad veroverd door de moslims op de Visigoten. Zij gebruikten de naam Turtuixa. De stad groeide uit tot een belangrijk bolwerk aan de noordoostelijke grens van het moslimrijk. Onder de Omajjaden werd de oude stadsmuur verstevigd en kreeg deze vier versterkte stadspoorten. Ook werd een fort gebouwd, de Alcassaba. In de tiende eeuw, een bloeiperiode voor Turtuixa, werden de stad verder versterkt, werd de haven uitgebouwd en werd een grote moskee gebouwd. Nouja, zo kunnen we nog wel even doorgaan met de geschiedenis van Tortosa. In de middeleeuwen werd de stad uiteindelijk na vele slagen heroverd op de moslims, van de Alcassaba maakte men toen Castell de la Suda, heden ten dage nog steeds een van de trekpleisters van de stad. Aan het einde van de negentiende eeuw werd een groot deel van de stadsomwalling afgebroken en werden hier nieuwe wijken gebouwd. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog was de omgeving van de stad in 1938 vier maanden lang het toneel van de Slag om de Ebro. Hierbij leed Tortosa veel schade, er werden meermaals luchtbombardementen uitgevoerd waarbij ook verschillende bruggen over de Ebro vernield werden. Toch zijn er nog wat bezienswaardigheden over, Tortosa telt enkele middeleeuwse monumenten waaronder de kathedraal, het kasteel La Suda en het Paleis van Oliver de Boteller, maar is ook bekend door zijn renaissancegebouwen. Aan het begin van de twintigste eeuwen waren de architecten Pau Monguió and Joan Abril actief in Tortosa. Zij ontwierpen gebouwen in modernistische stijl, hallo zeg. Er is ook een bisschoppelijk paleis, want Tortosa was ooit een bisdom. Als de rit heel saai is hebben we in ieder geval nog wat om naar te kijken, moeten we maar denken.




In Tortosa werd in 1869 dan weer het Pact van Tortosa gesloten, een overeenkomst tussen de republikeins-federale strijdkrachten van Aragón, de Balearen, Catalonië en Valencia, naar aanleiding van de Spaanse revolutie van 1868. Dit wordt beschouwd als een precedent van de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd, zo kun je met feiten blijven strooien over deze historische stad. Ik vind het mateloos fascinerend dat we niet in Tortosa finishen maar juist in Roquetes, aan de overkant van de Ebro. Over Roquetes valt een stuk minder te vertellen, maar goed, oké. In de heuvels ten oosten van Tortosa eindigde in 2025 de tweede editie van de Clàssica Terres de l'Ebre, op een aankomst bergop richting een kapelletje wist Biker Mouse from Mexico Isaac del Toro de koers met al het gemak van de wereld te winnen. In de finale van deze Clàssica Terres de l'Ebre reden we over de Alt de Paüls, de klim die ook in de finale van deze rit zal figureren. De overeenkomsten tussen die koers en deze rit zijn beangstigend, je krijgt het idee dat de organisatie niet enorm veel moeite in deze etappe heeft gestoken. Weinig variatie, toch vooral grote delen van het parcours van een andere koers overgenomen. In de Vuelta zijn we evenwel vaker door Tortosa gereden, vooral lang geleden. In 1978 en 1977 wonnen twee Belgen hier, de in die tijd onvermijdelijke Freddy Maertens en de iets beter te vermijden Ferdi Van Den Haute. De Volta kwam hier in het verleden eveneens vaak voorbij, zo won Mario Cipollini hier nog eens een sprintje. Maar goed, we rijden nu alleen maar even door Tortosa heen, dat doen we na 101 kilometer koers. Op 72 kilometer van het eind passeren we hier, de doortocht in het centrum wordt wat lastiger gemaakt door de aanwezigheid van meerdere bochten en wat vluchtheuvels. Voorbij het centrum komen we een rotonde tegen, in de buurt van die rotonde zien we op een heuvel de ruïnes van het Fort de Tenasses liggen, het stikt in Tortosa van de hoogtepunten. Als we het fort achter ons laten vervolgen we onze vlakke tocht langs de Ebro, de rivier die in Tortosa zowaar een tijd in beeld komt. Van deze historische stad rijden we naar Tivenys, een kilometer of 13 verderop. In Tivenys ligt vandaag de tussensprint van de dag, bovendien vinden we bij die tussensprint ook gelijk de bonussprint. Zou dat na het exploot van gisteren van Pogacar ook maar iets uitmaken? Dacht het niet, he. Tussen Tortosa en Tivenys in komen we weer eens langs een kanaaltje te rijden, terwijl de Ebro tegelijkertijd dichtbij en ver weg is. Onderweg passeren we een kapelletje, de Capella dels Reis. Hier moeten we bidden om nog iets van deze Vuelta te kunnen maken, een kaarsje branden kan ook geen kwaad. De route is verder enorm eenvoudig, het is behoorlijk recht, behoorlijk breed en behoorlijk vlak. Iets meer beschutting in deze omgeving, na een tijd rijden we een zone met wat meer bomen binnin en hier speelt de wind minder een rol. We komen ook wat kleine dorpjes tegen, zoals Bítem. Tussen de dorpjes in zien we langzaam wat boomgaarden verschijnen, de vruchtbare grond langs de Ebro wordt volop benut. Vlak voor we de tussensprint bereiken zien we wat meer rotsen in beeld verschijnen, we rijden een zone vol heuvels tegemoet en voorbij de tussensprint gaat er ook daadwerkelijk geklommen moeten worden. De weg naar de tussensprint toe is redelijk normaal, op een paar brede bochten na komen we geen gekke dingen tegen. Als de Ebro weer eens in beeld verschijnt is het bijna tijd om te sprinten, we nemen vlak voor die tussensprint wel nog een lange, lopende bocht naar links en na een flauw bochtje naar rechts en een drempeltje volgt er dan na 114,7 kilometer de bonus- en tussensprint. In Tivenys zijn we, een dorpje aan de Ebro met amper 1000 inwoners. Ingeklemd tussen de bergen en de rivier, het ziet er hier niet onaardig uit.



Na de tussensprint is het nog 58,6 kilometer fietsen tot de finish, voorbij de tussensprint begint meteen de belangrijkste fase van de rit. Deze rit kan eindigen in een massasprint, maar dan moeten de renners wel de heuvelzone zien te overleven die nu volgt. Direct na de tussensprint begint bij het verlaten van Tivenys een klimmetje dat volgens de organisatie de moeite van het categoriseren niet waard is. Daar ben ik het dan toch niet helemaal mee eens, want buiten Tivenys loopt een brede weg 3,3 kilometer aan 5,3% omhoog. Geen klim van de buitencategorie, maar vlak kun je dit ook moeilijk noemen. Door een rotsachtig en onherbergzaam gebied slingeren we via een brede weg omhoog naar de top van de Coll de Som, de klim heeft zelfs een naam. De Coll de Som kent in het begin een lastige strook, het gaat een halve kilometer aan meer dan 6% omhoog, daarna rijden we van bocht naar bocht een kilometer of twee aan 5% omhoog. Niet dat je nu hier meteen renners gaat lossen, maar goed, voor een type Jordi Meeus is dit alvast het begin van het eind. Vlak voor de top volgt er nog een kort stukje aan 6%, dit is wel het moment voor Visma en Lidl-Trek om alvast hun intenties duidelijk te maken. Voorbij de top van deze klim waar geen bergpunten te verdienen zijn beginnen we aan een afdaling van vier kilometer aan 4% richting Benifallet. De afdaling is vooral in het begin vrij bochtig, tussen een aantal rotswanden door slingeren we om de flanken van de berg heen. Scherpe bochten zitten daar dan weer niet tussen, al deze bochten lijken prima te doen. Het helpt dat de weg breed genoeg is, het helpt ook dat we niet enorm steil naar beneden gaan. Het is tussendoor zelfs een tijdje zo goed als vlak, pas helemaal aan het eind van de afdaling komen we enkele iets steilere stroken tegen. Richting het eind van de afdaling komen we toch ook enkele wat scherpere bochten tegen, ik zie er een stuk of drie die de moeite waard lijken. Drie bochten waar je toch stevig in de ankers moet, in de talloze andere bochten die we hier tegenkomen hoef je eigenlijk je remmen niet aan te raken. Aan het eind van de afdaling zien we de Ebro weer in beeld verschijnen, ingeklemd tussen hoge rotswanden en de brede rivier rijden we op een vlakke manier een aantal kilometer verder in de richting van Benifallet. Prachtige omgeving, deze regio die we niet vaak in de Vuelta zien verschijnen heeft de kijker genoeg te bieden. In de buurt van de weg vinden we ook nog eens de Cova Meravelles, een druipsteengrot vol stalagmieten en stalactieten. De weg langs de Ebro kent een slingerend verloop, al wordt het even verderop iets rechter als we net iets meer afstand van de rivier nemen om weer tussen de boomgaarden terecht te komen. Zo rijden we na 127 kilometer Benifallet binnen, een dorpje dat naast de grot van Meravelles als belangrijkste toeristische attractie een boot heeft waarmee je een rondje over de Ebro kunt varen. In Benifallet komen we een wegversmallinkje tegen, we rijden buiten het centrum om een rotonde heen en buiten het dorp slaan we dan weer linksaf, om via een brug over de Ebro te rijden en daarna snel aan de volgende klim te beginnen.






In en rond Benifallet is het even een paar kilometer zo goed als vlak, maar als we buiten het dorp linksaf slaan om via een grote brug over de Ebro te rijden komt er snel nieuw klimwerk aan. Aan de andere kant van de Ebro slaan de renners al snel rechtsaf en na die bocht beginnen ze aan de volgende ongecategoriseerde klim. Weer eentje die toch de moeite waard is, over een brede weg rijden we praktisch rechtdoor 2,4 kilometer aan 7,3% omhoog naar de top van de Coll del Portell. Het is een mooi klimmetje, op een bepaald moment rijden de renners aan beide kanten van de weg tussen de rotswanden door. Ook een gekke klim, in de zin dat ze over een soort snelweg omhoog rijden die maar rechtdoor blijft gaan. We komen onderweg een paar stroken aan 8% tegen, dit klimmetje is bepaald geen geschenk voor de rappe mannen. Dit klimmetje wordt zelfs voor iemand als Brennan al lastig, het is geen zekerheid dat we hier een sprint gaan krijgen. Een sterke kopgroep is niet kansloos, dat kan het tactisch gezien dan wel weer een interessante rit maken. Ik opteer nog steeds voor controle vanuit het peloton, maar ik zou een boel renners toch ook vooral adviseren om vandaag een gokje te wagen vanuit de vlucht. Na deze lastige klim rijden we rechtdoor verder, een afdaling volgt niet meteen. We rijden het wijngebied Terra Alta binnen en hier is het een kilometer zo goed als vlak, waarna we vervolgens een kilometertje vals plat omlaag zullen rijden. Dat stukje in dalende lijn stelt niets voor, over een enorm brede weg rijden we quasi rechtdoor omlaag. Beneden komen we wel weer een bocht tegen, de renners komen uit aan de buitenrand van het dorpje El Pinell de Brai, waar ze bij een rotonde scherp linksaf zullen slaan. Als ze rechtsaf waren geslagen hadden ze het centrum van dit dorp betreden, waar ze dan de kathedraal van de wijn hadden kunnen vinden. In El Pinell de Brai staat La Catedral del Vi, een gebouw ontworpen door Cèsar Martinell, een leerling van Antoni Gaudí. Dezelfde Martinell die de wijnkelder in startplaats Falset ontwierp, druk baasje. Al zijn we hemelsbreed gezien bijna weer terug in Falset, de weg wordt vandaag op een postzegel verreden.




In het dorpje van de heuse Wijnkathedraal, weer een modernistische wijnkelder van Martinell, slaan we dus bij een rotonde linksaf. Direct na deze bocht naar links loopt de weg weer omhoog, we beginnen aan een kort klimmetje van anderhalve kilometer. De weg loopt eerst een meter of 700 vals plat omhoog, daarna klimmen we 700 meter verder aan 4%. Dat stelt weinig voor, maar we zijn wel in de zone van op en af beland. Na dit korte klimmetje dalen de renners 3,3 kilometer aan 4% af, dit is wel even een lekker afdalinkje. Over een brede weg rijden de renners omlaag, eerst door een terrein vol rotsen en later wat meer door de bossen. In deze ruige omgeving komen we talloze bochten tegen, er liggen heel wat korte en snelle bochten op de renners te wachten. Toch een beetje technisch, al lijkt me dit een afdaling waar de gemiddelde renner wel van kan genieten. Echt scherpe bochten zijn er niet te vinden, heel steil gaat het natuurlijk ook niet omlaag. Deze eerder leuke dan vervelende afdaling eindigt bij een brug over het stroompje El Canaletes, voorbij deze brug loopt de weg dan weer direct omhoog. In de geaccidenteerde finale van deze etappe gaat het continu op en af, daar leveren we nu weer nieuw bewijs voor. Het klimmetje dat nu volgt is evenwel iets makkelijker, het gaat 3,5 kilometer aan iets minder dan 4% gemiddeld omhoog. Dit is een klim zonder steile stroken, boven de 4% komen we eigenlijk nergens uit. Dit vormt dan weer geen probleem voor de snelle mannen, hier wordt er niemand gelost. Wel een klimmetje door een fraaie omgeving, we komen soms wat rotswanden tegen die in ieder geval qua kleur aan de Grand Canyon doen denken.




Op de top van de klim komen we voorbij een kruispunt op een nog bredere weg terecht, een weg die ons in dalende lijn naar de laatste en belangrijkste klim van de dag gaat brengen. Het is drie kilometer fietsen tot de voet van die volgende klim, in deze drie kilometer rijden we aan een procentje of vier omlaag. Dit wordt geen lastige afdaling, allesbehalve. Een snelweg voert vooral rechtdoor, in dit stuk komen de renners geen enkele bocht tegen die de moeite van het noemen waard is. De omgeving is eerder het noemen waard, de natuur blinkt uit in dit stukje Catalonië. De renners rijden weer tussen enkele schitterende rotswanden door, terwijl het hier toch ook behoorlijk groen is. In de Baix Ebre krijg je het gevoel alsof je door een prehistorische wereld aan het fietsen bent, al zullen de renners weldra iets heel anders voelen. Na ongeveer 2,5 kilometer heel licht zonder problemen gedaald te hebben wordt de weg helemaal vlak, kort daarna begint de snelweg vals plat omhoog te lopen. Zodra de weg vals plat omhoog begint te lopen zien we al snel aan de rechterkant van de weg een smal weggetje liggen. We hebben de hele dag alleen nog maar over brede wegen gereden, maar in de finale van de rit maken we een uitzondering. We slaan rechtsaf de smalle weg in en daarna beginnen we aan de steile Alt de Paüls, door de organisatie voor de gelegenheid de Puerto de Paüls genoemd. Deze Alt de Paüls kennen we van die nieuwe koers in deze regio, de Clàssica Terres de l'Ebre. In die koers, die inmiddels drie jaar bestaat, hebben we iedere keer een andere aankomst gekend. Het parcours ziet er iedere keer sowieso volledig anders uit, maar er is één ding dat steeds hetzelfde blijft: we beklimmen de Alt de Paüls. Dat deden we dit jaar overigens wel van een andere kant, de kant die dadelijk als afdaling zal volgen, maar alsnog. De Alt de Paüls is vanaf deze kant 3,5 kilometer lang, gemiddeld gaat het aan 7,1% omhoog. Dat gemiddelde lijkt nog wel mee te vallen, een klimmetje van een paar kilometer aan 7% lijkt te doen. Toch is er een verrassing, zodra we rechtsaf slaan en de smalle weg bereiken gaat de beklimming richting het dorpje Paüls meteen op een loodzware manier van start. Wel leuk, de gemeente Paüls is op Facebook zelf met een gedetailleerde beschrijving van de klim gekomen, daar zullen we dan maar dankbaar gebruik van maken. We leren dat Isaac Del Toro het record heeft op deze klim, in de Clàssica Terres de l'Ebre van vorig jaar, die hij uiteraard won, ging hij in acht minuten en 30 seconden omhoog. Dankzij die koers weten we hoe de klim er ongeveer uitziet, over een smalle weg rijden we door het bos omhoog en omdat de weg zo smal is gaat de positionering richting de voet van de klim cruciaal zijn. Je wil hier vooraan beginnen, anders heb je een probleem. Vorig jaar viel Del Toro in die koers meteen vanaf de voet aan, mijn vriend Natnael Tesfatsion was de enige die hem durfde te volgen. Dat was een dappere poging, maar uiteraard blies hij zichzelf binnen een kilometer op en was Del Toro gevlogen. Je doet vrij lang over deze klim, en dat heeft vooral met de eerste kilometer te maken. In de eerste kilometer loopt de zeer smalle weg vol bochten aan 10% omhoog, er komt zelfs een piek tot 17% voorbij. Dit wordt echt lastig voor alle snelle mannen, zelfs iemand als Pedersen moet een goede dag hebben om zo'n helling te overleven. In de tweede kilometer volgt er wel iets van verlichting, het gaat dan aan 7,5% omhoog. Hoewel het gemiddelde ook hier niet alles zegt, we komen in deze kilometer een vlakkere strook tegen gevolgd door een strook waar we weer dik boven de 10% gaan. Lastig, zeer lastig. Dat onregelmatige maakt 'm nog lastiger, je kunt hier nooit lekker in je ritme komen. Na deze tweede kilometer volgt er een halve kilometer vals plat, het gaat aan 2% omhoog en dat is het moment om even op adem te komen. Het moment om even de schade op te meten, wie zit er nog bij? Als UAE wil rijden ze hier alles op een hoop om Pogacar naar de volgende ritzege te rijden, met zulke stroken kan dat. Helemaal makkelijk is het hier overigens nog steeds niet, de weg loopt wat op en af, een hobbelstrookje is het. Alsnog wel het makkelijkste deel van de klim, zoveel is duidelijk. Na deze makkelijkere strook volgt er wel weer een lastige laatste kilometer. Het gaat een halve kilometer aan 8% omhoog, waarna we richting de top eindigen met een halve kilometer aan 6%. De bepalende klim van de dag, hier gaan we zien welke sprinters overleven als het een sprint wordt. Hier gaan we ook zien welke vluchter wint, als het een vlucht wordt. De top van de Alt de Paüls, een beklimming van de derde categorie, bereiken we na 148,4 kilometer. Op 25 kilometer van de finish zijn we boven, hierna volgt er een lange afdaling en dan een vlak stuk.






Speciaal voor de Vuelta is de afdaling voorzien van een vers stukje asfalt. De weg omhoog is ook voor een deel voorzien van nieuw asfalt, en iets breder gemaakt. De Facebookpagina van Ajuntament de Paüls levert een hoop nuttige informatie op, al heb ik vooral gelachen om de locals die er niet mee kunnen lachen dat de Vuelta op bezoek komt in hun Catalonië. Zo worden we nooit onafhankelijk! We rijden tijdens de Alt de Paüls over de Camí de Vall de Vinyes, de weg van de vallei van de wijngaarden. Als we de klim achter de rug hebben dalen we in eerste instantie drie kilometer richting het dorpje Paüls, dat doen we over een smalle weg die dus wel van een verse laag asfalt is voorzien. Het gaat na de top van de klim twee kilometer aan 6% omlaag, ondanks de smalle weg zou ik dit deel van de afdaling toch niet al te lastig willen noemen. De weg mag dan wel smal zijn, we komen amper bochten tegen. Een paar snelle bochtjes, maar geen serieus bochtenwerk waar je voor in de remmen hoeft te knijpen. De renners rijden tussen boomgaarden en wijngaarden door, terwijl ze na een tijd in de verte het dorpje Paüls op een heuvel zien liggen. Paüls ligt onder een aantal indrukwekkende bergtoppen, het is helemaal niet erg dat de Vuelta dit dorpje ontdekt. De Vuelta was hier nog niet, de Volta dan weer wel. In de Volta ging vorig jaar een rit van start in Paüls, dat was de rit die in Amposta eindigde waar Brennan won. En dan heb je dus de Clàssica Terres de l'Ebre, de derde editie van die koers eindigde dit jaar in het centrum van Paüls. We reden op een andere manier omhoog, en we reden even later dus door naar het centrum van het dorp, terwijl we vandaag het dorp alleen in de verte op de heuvel zullen zien liggen. Op een zware slotstrook in Paüls wist José Manuel Diaz, aanwezig in deze Vuelta, zijn tegenstanders af te schudden. Hij klopte Jon Agirre, Urko Berrade, Gotzon Martín en Iván Ramiro Sosa. Berrade en Sosa zijn er nu ook bij, toch ook een mooi dagje voor die jongens om het vanuit de vlucht eens te proberen. In de top tien zagen we ook nog Jesús Herrada en Sergio Chumil, de koers was dit jaar niet heel goed bezet. Ligt ook aan het feit dat ie nu ineens een andere plek op de kalender had, ze zijn in het land van de Ebro nog op zoek naar de juiste formule. In ieder geval, na twee kilometer dalen over de smalle weg komen we uit bij een kilometer waar het wat vlakker zal zijn. De weg blijft nog een tijdje smal, terwijl we wat huisjes aan de buitenrand van Paüls zien verschijnen. Aan het eind van deze kilometer volgt de lastigste bocht tot nu toe, we nemen een terugdraaiende bocht naar links en na die bocht komen we op een brede weg terecht. In totaal moeten we elf kilometer dalen tot in Xerta, na de lastige bocht naar links rijden we in de resterende acht kilometer van de afdaling verder over een brede en eveneens vers geasfalteerde weg. Zodra we de brede weg bereiken wordt het de makkelijkste afdaling ooit, we komen een kilometer of vijf bijna geen bocht tegen. Het gaat ook niet meer zo steil omlaag, we dalen vooral af aan een procentje of vier, met soms zelfs wat volledig vlakke stroken tussendoor. Brede weg, geen enkele scherpe bocht, nee, niks aan de hand. De omgeving blijft evenwel wondermooi, aan rotsen geen gebrek. Richting het eind van de afdaling volgt het lastigste punt, het is alleen lastig om een andere reden dan je zou verwachten. Bijna beneden gaan we nog eens kort omhoog, er volgt een klimmetje van een kilometer. Een halve kilometer klimmen de renners aan 7%, daarna gaat het nog een halve kilometer verder omhoog aan 3%. Kom je aan een kilometer aan 5%, hoofdrekenen lukt nog net. De renners beginnen met een flinke vaart aan dat stukje aan 7%, op zich vliegt dit hupje dus zo voorbij. Als dit hupje achter de rug is dalen we nog eens een dikke twee kilometer af, weer zonder ook maar één moeilijke bocht tegen te komen. De uitdagende bochten wachten helemaal beneden op ons, als we na 159,5 kilometer het centrum van Xerta betreden. Hier, op 14 kilometer van de aankomst, vinden we wel het nodige bochtenwerk. Haaks bochtje naar rechts helemaal aan het eind van de afdaling, bijvoorbeeld. Over Xerta heeft Wiki dan weer weinig informatie, behalve dat hier Carme Forcadell i Lluís vandaan komt, stichtend lid van het Plataforma per la llengua en eerste voorzitster van de Assemblea Nacional Catalana. Het zal haar dan ongetwijfeld ook pijn doen dat de Vuelta op bezoek komt in haar Catalonië, de bezetter komt een wielerfeestje vieren. Xerta is wel een mooi plaatsje, gelegen aan de Ebro. We hebben de rivier weer gevonden, in de resterende kilometers van de rit rijden we langs het water op een vlakke manier naar de finish toe.

Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator woensdag 26 augustus 2026 @ 01:52:06 #2
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221655879
Na de haakse bocht om het centrum van Xerta te betreden komen we op een rechte en brede weg terecht. Het gaat een kilometer rechtdoor in het centrum, we rijden hier over de Avenida Terres de I'Ebre en die loopt hooguit een beetje vals plat omlaag. Terres de l'Ebre, alles staat in het teken van dit gebied vandaag. Buiten het dorp slaan we linksaf een andere weg in, na deze brede bocht komen we op een nog bredere weg terecht en dit is de hoofdweg langs de Ebro. Deze weg gaan we volgen tot in de absolute finale, pas in de laatste twee kilometer van de rit gaan we afwijken van de Ebro. Over de tocht langs de Ebro hoef ik zowaar niet veel te zeggen, de renners rijden voornamelijk rechtdoor over een brede weg. Een paar kilometer geleden reden ze aan de overkant van de Ebro in tegengestelde richting, de weg aan die oever van de rivier was volledig vlak. Deze weg gaat niet volledig vlak zijn, vooral in de eerste kilometers voorbij Xerta loopt de weg een paar keer wat op en af. Dit is de hogere oever van de Ebro, naar het zich laat aanzien. Alsnog mogen we dit geen echte klimmetjes noemen, veel meer dan een keer een strookje van een halve kilometer aan ongeveer 4% kom ik niet tegen. Bijna volledig vlak dus, als je alles hiervoor al hebt weten te overleven is dit natuurlijk helemaal kinderspel. Na de klim van de Alt de Paüls en de afdaling is dit het terrein om eventueel nog terug te keren, hier kan er eventueel ook nog een achtervolging georganiseerd worden als er iemand alleen of een groepje op kop rijdt. Dit is het moment om iets recht te zetten, mocht het scheef zijn. De renners rijden onderweg naar Roquetes langs weer wat rotswanden af, terwijl vooral het kanaal dat ook aan deze kant van de Ebro te vinden is vooral in beeld komt, niet de rivier zelf. We rijden ook door een stukje groen heen, terwijl op vijf kilometer van de aankomst de Torre d'en Corder in beeld komt, aan de linkerkant van de weg is een kicken middeleeuws torentje te vinden. Voorbij de toren rijden we rechtdoor over de weg die zo breed is als een snelweg, terwijl we het glooiende gedeelte van de weg achter ons laten. In de laatste vijf kilometer is het zowaar helemaal vlak, geen korte hupjes meer. Langs het kanaal en langs wat wijngaarden af komen we zonder verdere noemenswaardigheden op drie kilometer van de aankomst uit in Jesús, ja, er ligt hier een dorpje dat Jesús heet. In Jesús komen we een rotonde tegen, het eerste obstakel in tien kilometer tijd. Bij deze rotonde rijden de renners rechtdoor, ze fietsen nu weer over een brede en vlakke weg verder tot op anderhalve kilometer van de aankomst. De finale verloopt op een eenvoudige manier, maarja, de Vuelta is natuurlijk de Vuelta. Dus gaan we in de laatste anderhalve kilometer wel nog het een en ander beleven, om te beginnen rijden we Tortosa binnen en hier slaan we bij een rotonde rechtsaf. Brede bocht, niets aan de hand. We rijden rechtdoor een andere weg in, die ook vrij breed is. Vlak voor het ingaan van de slotkilometer komen we op deze weg een nieuwe rotonde tegen, hier gaan we dan weer rechtdoor. Voorbij deze rotonde verlaten we Tortosa en betreden we Roquetes, de finishplaats van de dag. In Roquetes beginnen we aan een hellende slotkilometer, uiteraard is het aan het eind niet volledig vlak. We rijden over de Avinguda del Port de Caro en dat doet ergens een beetje pijn, we laten de mogelijkheid liggen om naar die berg te rijden. De Avinguda del Port de Caro gaat over in de Carrer Major en deze weg voert ons door het centrum van Roquetes. De renners rijden hier relatief rechtdoor, klimmend aan een procent of twee. Net niet helemaal vlak, uiteraard moet er in een aankomst in de Vuelta altijd iets van klimwerk verstopt worden. Zodra we een kerk passeren nemen we op 600 meter van de aankomst een flauwe bocht naar links, waarna de weg afvlakt. Een paar hectometer later duiken we dan weer schuin naar rechts een iets smallere weg in, dankzij deze wegversmalling is de positionering in het geval van een sprint niet onbelangrijk. Voorbij de wegversmalling volgt er ter hoogte van de Pont del Vicari, een overblijfsel van een oude brug, een zeer brede bocht naar rechts. Na deze bocht naar rechts loopt de weg in de laatste 300 meter tot aan de streep weer licht vals plat omhoog. We komen in de laatste kilometer een meter of 15 hoger uit, dat is natuurlijk niet heel schokkend. Nog een relatief tamme finale voor Vueltabegrippen, maar toch, klein hellinkje en wat bochtenwerk helemaal aan het eind. Op de enorm brede Avinguda de la Val de Safan eindigt deze rit buiten het centrum van Roquetes. Lekker breed straatje wel, we eindigen alleen niet echt in het mooiste gedeelte van het dorp. Finish voor de kruising met de Carrer Churruca, prachtige ode aan Amets. Klein flauw bochtje nog in de laatste meters, maar ach, dit is nog redelijk beschaafd.





Voor het eerst in de geschiedenis is de Vuelta in Roquetes, nog nooit eindigde hier een rit en er is ook nog nooit een rit van start gegaan. De koers is wel eens in Tortosa geweest, op een steenworp afstand van Roquetes, maar in Roquetes zelf bleef men weg. Dat geldt niet voor andere koersen, zo ging de inmiddels veelvuldig genoemde Clàssica Terres de l'Ebre hier vorig jaar van start. We zouden een rondje rijden over een groot deel van de wegen die we nu ook zien, om vervolgens op een helling boven Tortosa bij een kapelletje te eindigen. Dominantie van Del Toro, zoals we de laatste jaren in haast iedere koers dominantie van een renner van UAE zien. In die andere Catalaanse koers, de Volta Ciclista a Catalunya, zijn we wel eens door Roquetes gereden op weg naar een klim. In de finale van de rit rijden we over de Avinguda del Port de Caro, je kunt als je zin hebt aan de Port de Caro beginnen vanuit Roquetes. Dat deden we in de Volta van 2023, toen reden we van Tortosa via wederom een hoop wegen die we vandaag ook zien naar Lo Port. Dat is net niet helemaal naar boven op de berg, de renners bleven toen braaf op de brede weg en stopten bij Mirador del Portell. Bij die gelegenheid won Primoz Roglic, de man die gisteren ineens wonderbaarlijk tot leven kwam. Hij klopte Remco Evenepoel, aan het eind reed hij er op zijn kenmerkende manier van weg. Je kunt voorbij Mirador del Portell nog een eindje verder omhoog, na een tijd kom je dan bij een kruispunt uit en bij dat kruispunt kun je een smal weggetje in. Die smalle weg zagen we dan weer tijdens de eerste editie van de Clàssica Terres de l'Ebre verschijnen, tijdens de eerste editie van die koers reden we helemaal omhoog naar Mont Caro. Een beuker van een klim, als je via die smalle weg helemaal naar de top rijdt noteer je toch al snel een klim van 14 kilometer aan 8%. Hadden we vandaag ook kunnen doen, maar de organisatie heeft besloten om beneden bij de Ebro te blijven. Toen we in 2024 naar Mont Caro klommen zagen we zo ongeveer voor het eerst de klimmersbenen van de altijd wisselvallige Abel Balderstone in beeld verschijnen. Hij reed Joan Bou en José Felix Parra op een hoopje, grappig genoeg toen rijdend voor verschillende ploegen, dit jaar zijn ze allemaal ploeggenoten. Dat duurt alleen niet lang, Balderstone gaat de overstap maken naar UAE en ik verwacht dat hij vanaf volgend jaar altijd de topvorm te pakken zal hebben. Ik heb die koers in 2024 toen live gezien en ik was onder de indruk van Mont Caro, ik keek vooral in de hoop dat mijn goede vriend Mulu Hailemichael zou winnen. Dat zat er niet in, hij werd 9e, maar uiteindelijk bleef vooral de indruk van Mont Caro hangen. Daar moeten we in de Vuelta zeker nog een keer naartoe, maar we kunnen ook beginnen met de Volta. De volgende keer rijden we bij Mirador del Portell verder omhoog, vind ik. Mont Caro is overigens de hoogste berg van het lokale bergmassief, dat van Tortosa-Beseit, ook wel Els Ports genoemd. Goed, dat is dus allemaal een stuk van de finish, we eindigen in Roquetes en dat is een plaatsje in de provincie Tarragona met 8.369 inwoners. Volgens het roadbook is de belangrijkste toeristische trekpleister de Vía Verde van Val de Zafán, een oude spoorweg is omgetoverd tot fietspad en op die manier kun je de Terres de l'Ebre ook verkennen. Niet ver van de finish vinden we een heus observatorium, het Observatori de l'Ebre. Leuk gebouwtje, een van de weinige leuke gebouwen in Roquetes. Het observatorium is ooit opgericht door een jezuïet, dat vind ik dan weer opmerkelijk. Maar goed, gezien het feit dat het dorpje Jesús hier ligt waren die gasten in ieder geval aanwezig in deze streek. Roquetes heeft enige geschiedenis, maar vandaag de dag is het vooral een plekje vol nieuwbouw, dat zie je bijvoorbeeld aan het vrij lelijke gemeentehuis. Er is ook nog een oud gemeentehuis, dat is wel nog oké, maar het nieuwe gemeentehuis ziet er echt niet uit. Je vindt vooral wat nieuwe wijken in Roquetes, weinig oude parels. Van oudsher moesten ze het hier vooral van agrarische activiteiten hebben, maar dat is logisch in de delta van de Ebro. Roquetes hoorde tot 1850 bij Tortosa en het was beter geweest als het nu nog steeds bij Tortosa had gehoord, want over Roquetes kun je eigenlijk niets melden. Dus stopt het hier.



We rijden vandaag dus vooral rond in de Terres d'Ebre, de zuidelijkste regio van Catalonië. In totaal wonen hier ongeveer 180.000 mensen, verdeeld over de comarca's van Baix Ebre, Montsià, Terra Alta en Ribera d'Ebre, al die comarca's vereren we vandaag wel met een bezoekje. Een UNESCO biosfeerreservaat sinds 2013, ja! De hoofdstad is Tortosa, ook meteen de enige stad van echt belang hier. In startplaats Falset wordt het overdag 27 graden. Er is bijna geen wind aanwezig en het zou droog moeten blijven, een aangenaam dagje om te koersen dus. Gedurende de etappe rijden we naar de kust toe en daar waait het iets harder, in de buurt van Deltebre, tussen de rijstvelden in, staat de wind een tijdje gunstig voor waaiers. Ik ben bang dat het niet hard genoeg gaat waaien om daadwerkelijk waaiers te laten ontstaan, maar het is wel iets om in het achterhoofd te houden. In aanloop naar de heuvelzone in de finale is er een lang en vlak stuk, maar de wind zou dat stuk dus van wat jeu kunnen voorzien. In finishplaats Roquetes wordt het dan weer 29 graden, we fietsen naar het zuiden en dus neemt de temperatuur toe, zo logisch werkt dat. Geen kans op regen, wel kans op iets meer wind. Flinke tegenwind in de laatste kilometers van de rit, dat is dan weer goed nieuws voor de sprinters. In de slotkilometer veranderen we van richting en daarna zit de wind meer in de rug. Je sprint op tijd beginnen is dan altijd het devies. Om 13:34 gaat de rit officieel beginnen, buiten beeld zal blijken of dit een rit voor de sprinters of de vluchters wordt. Geen bergrit, dus Sporza is er niet bij. Eurosport gaat dan weer om 14:45 live, dit is wel weer zo'n rit waar je kans hebt dat de vlucht net vertrekt op het moment dat de uitzending begint. Tussen 17:20 en 17:41 verwachten we de renners dan weer aan de aankomst.



Ik ga het mezelf even makkelijk maken. Er zijn veel scenario's mogelijk tijdens deze rit, maar ik kies voor het scenario waarin Lidl-Trek en Visma gaan controleren. De Alt de Paüls aan het eind is zeer lastig, het lijkt me voor de rappere mannen die enigszins goed kunnen klimmen van belang om geen grote groep weg te laten rijden. Zorg ervoor dat het te controleren is en zorg ervoor dat de koplopers op tijd gegrepen zijn, zodat je met dichtgeknepen remmen over die Alt de Paüls kunt. Wel een razend interessant punt, er komt vermoedelijk een ferme sprint richting de voet van de klim, kan cruciaal blijken te zijn. Dat het in het stuk daarna tegenwind is helpt dan wel weer in de missie om er een sprint van te maken, aanvallers zijn na de klim in het nadeel. Zo vroeg in de ronde ligt de controle het meest voor de hand, dus kies ik voor een ietwat uitgedunde sprint. En dan weten wij natuurlijk wie er gaat winnen.
1. Pogacar. Ook vandaag weer een prachtige kans om een rit te winnen. Als hij wil gaat hij solo vanaf de Alt de Paüls, maar hij kan het ook gewoon afmaken in de sprint hoor. Even de ploeg op kop zetten op die klim om de sprinters te vermoeien, helemaal mogelijk. Kijken we enorm naar uit. Doe het maar gewoon, om het nog duidelijker te maken.
2. Pedersen. Nog niet de benen van de Tour, lijkt het. Dus noteren we net als in de Vuelta van vorig jaar een eindeloze reeks ereplaatsen. Richting het eind van de Vuelta gaat hij het dan maar vanuit de vlucht proberen, dat bleek vorig jaar de sleutel tot succes
3. Brennan. De laatste klim overleven kan nog wel een dingetje worden, maar met de benen die hij tot nu toe heeft getoond moeten we hem het voordeel van de twijfel geven. Na een moeilijk jaar piekt hij op het juiste moment, knap
4. Laurance. Een beter klimmende sprinter, eentje die het altijd goed doet in Catalonië. Ik weet genoeg.
5. Van Aert. Moet Wout eigenlijk wel wat beter klimmen, dat zag er gisteren dan weer minder bemoedigd uit. Maar toch, hij moet genoemd worden. We wachten op de duosprint.

[ Bericht 7% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 26-08-2026 01:59:08 ]
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')