abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator dinsdag 25 augustus 2026 @ 05:50:09 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221648710
Etapa 4: Andorra la Vella - Andorra la Vella, 104,8 km

Jeetje, ik dacht dat we na de editie van vorig jaar wel klaar waren met het annuleren van ritten. Niet dus, de Vuelta blijft verbazen. Al was dit natuurlijk overmacht, maar toch. Vorig jaar hadden we twee ritten zonder winnaar, en een rit waarbij de finish op het laatste moment ineens op een andere plek werd gelegd. Dat had allemaal te maken met protesten van de mensen langs de kant van de weg, die geen zin hadden in de deelname van een bepaalde ploeg. Nu besloten de weergoden zich er ineens mee te bemoeien. Dat deden ze halverwege de rit ook al, op een kilometer of 90 van de aankomst zagen we heel kort wat waaiers ontstaan. Felix Gall had natuurlijk de slag gemist, maar hij had het geluk dat er weinig gunstige zones te vinden waren om een waaier te trekken. We reden al snel weer wat dorpjes binnen en daar viel het stil. Alles kwam weer bij elkaar en zodra we na een lange vlakke aanloopfase aan de eerste klim begonnen zagen we de mannen van UAE het werk doen voor Pogacar. Het plan van Pogacar was duidelijk, hij wilde de rit winnen. De kopgroep kreeg maar een beperkte voorsprong, veel meer dan een minuut of twee zat er niet in. Vanuit die kopgroep bleek de Luxemburger Mats Wenzel de sterkste te zijn, het is natuurlijk volstrekt duidelijk dat de weergoden ons een zege van het buitengewoon sympathieke Kern Pharma hebben ontnomen. Haha, nee, grapje, tegen de tijd dat Wenzel solo op kop kwam te rijden begon het keihard te regenen en midden in die regenbui besloot Lorenzo Fortunato in de aanval te gaan, de Italiaan reed zo naar Wenzel toe. Het peloton reed er maar een seconde of 40 achter, de bergpunten waren voor Fortunato geweest en de rit was natuurlijk naar Pogacar gegaan. Maarja, de regen veranderde in hagel en toen was het ineens paniek. De renners gingen op zoek naar iedere vorm van beschutting die ze konden vinden, want rondfietsen in de hagel is absoluut geen goed idee. Ik moest denken aan het verhaal van Karsten Kroon over die ene Ronde van Zwitserland waar het op zo'n manier begon te hagelen dat er golfballen uit de lucht vielen en hij met het hele peloton besloot te schuilen in een garage. Nou, zo'n verhaal zagen we nu dus voor onze ogen ontstaan. Al zagen we eerst een tijd niets, het signaal viel een aantal kilometer weg. Zodra de verbinding werd hersteld zagen we de renners midden door een hagelbui rijden. Op zoek naar een schuilplaats kwam iemand als Landa onder een paraplu terecht, Wout van Aert zat ergens in een bestelbus, Pogacar dirigeerde de rest van het peloton dan weer richting een hotel. IGESA Village Club Mont-Louis Les Sorbiers is plots wereldberoemd, in de lobby van dat hotel stonden ineens 180 renners op elkaar gepropt. Iedere vrije centimeter werd benut, dat leverde dan wel weer iconische plaatjes op. De mensen van het hotel waren nog flexibel ook, er waren gratis handdoeken voor iedereen. Vijf sterren! Bijzondere beelden, zoiets zie je niet iedere dag. Ik heb het meest genoten van de renners die bij de ingang van het hotel aan het wachten waren op de verzorgers die met hun jasjes arriveerden, het was heerlijk chaotisch, kneuterig en amateuristisch.

Het was leuk geweest als we na die hagelbui nog naar de finish waren gereden, maar er viel dusdanig veel hagel en het bleef dusdanig lang liggen dat verder fietsen eigenlijk geen optie was. Voorbij dat hotel van IGESA volgde er een afdaling, niet de meest technische afdaling ooit, maar dat risico wil je dan toch liever niet nemen. Aan de finish stroomde er ook een soort waterval naar beneden, nee, de rit annuleren was de beste optie. Iedereen was ook bevroren door die spontane hagelbui, het is dan geen feest om weer opnieuw op de fiets te springen. Benieuwd hoeveel jongens er vandaag met blauwe plekken aan de start staan, ze hebben toch nog best een tijd door die hagelbui moeten rijden. Ondanks het feit dat we de rit niet af konden maken was dit bijzonder vermakelijk, het was sowieso een stuk vermakelijker dan het daadwerkelijk afronden van de rit was geweest. Als we naar de finish waren gereden had Pogacar makkelijk gewonnen. Nee, dan kijk ik liever naar bevroren en door hagelstenen bekogelde renners die een hotel bestormen. Iconische beelden, dit blijft veel langer hangen dan de zoveelste zege van die gozer. We weten nu wel meteen hoe de Sloveen is te stoppen, de weergoden hoeven voortaan alleen maar tijdens iedere bergrit de hemelsluizen te openen, eitje. Iedere keer een hagelbui als hij aan aanvallen denkt, ik vind het een goed idee. Hoewel dit uiteindelijk om een vreemde reden een memorabele rit werd heb ik toch wel wat medelijden met de organisatie, weer geen normale editie van de Vuelta. Weer om de verkeerde redenen de krant gehaald, ondanks het feit dat het overmacht is zit je daar als organisatie totaal niet op te wachten. Die arme mensen in Font-Romeu hebben ook voor niets een bult geld op tafel gelegd, al kwam de finishlocatie nu wel langer in beeld dan gepland. Enfin, wel een gedenkwaardige rit dus, de eerste van deze Vuelta. De rit die nu volgt kan ook gedenkwaardig worden, op de vierde dag trekken we naar Andorra en daar staat de eerste echte bergrit op het programma. Een bergrit met een juniorenafstand, op een plek waar we de afgelopen jaren veel te vaak zijn geweest. Dat is de kritiek, dat zijn mijn voorspelbare bezwaren. Ondanks die bezwaren kan dit wel een leuke rit worden natuurlijk. Kort en explosief, dat zouden volgens de kenners zogenaamd de beste ritten zijn, nou, laat maar zien dan. Ik ben alleen bang dat we niet veel gaan zien. De kans is vooral groot dat we ons op mogen maken voor de herkansing van UAE, zonder spontane hagelbui staat de uitkomst al vast.




Als de weergoden het toestaan gaat de vierde rit van deze Vuelta van start in Andorra. We zijn toe aan het derde land in vier dagen tijd, maar nog steeds hebben we Spanje niet bereikt. Net als vorig jaar bevinden we ons weer eens in Andorra la Vella. Dit is de hoofdstad van het prinsdom Andorra, er wonen ongeveer 23.000 mensen. Het is de hoogstgelegen hoofdstad van Europa, daarnaast is het de grootste stad in de Pyreneeën. Aan beide titels heb je vrij weinig, toch leuk om te weten. In Andorra la Vella passeren we altijd als we in Andorra zijn, er is geen ontkomen aan. Toch eindigt of start hier niet altijd een rit, de afgelopen jaren zijn we ook een aantal keer van start gegaan in Escaldes-Engordany. Dat ligt naast Andorra la Vella, de steden liggen aan elkaar vast, maar men blijft toch steeds weer onderscheid maken tussen de twee locaties. In de Vuelta van 2018 ging er een rit van start in Escaldes-Engordany, in de Vuelta van 2019 dan weer in Andorra la Vella. Daarna was de Vuelta een paar jaar niet te vinden in Andorra, maar daarna keerden we in 2023 terug. Na de aankomst bergop in Arinsal, het broertje van Pal, gingen we de volgende dag net als nu van start in de hoofdstad. In de afgelopen jaren kwam er ook een keer een Tourrit voorbij in Andorra la Vella, in de editie van 2021 eindigde er in de stad een rit na de zware Collada de Beixalis, de klim die we ook vandaag weer gaan zien. De ritzege ging naar een van de inwoners van Andorra, meesterknecht Sepp Kuss mocht een keer voor eigen kansen rijden en hij wist dat meteen succesvol af te ronden. Volgens Steef woont zo'n beetje 25% van het Vueltapeloton in Andorra, dat zijn best krankzinnige cijfers. Met Jay Vine won er vorig jaar een inwoner van Andorra in Andorra, het minstaatje met een stuk of 82.000 inwoners waar Sporza vorig jaar een diepgravend journalistiek artikel over wist te schrijven. Er zijn blijkbaar heuse voorwaarden om in dit staatje te mogen wonen, zo moet je minstens 90 dagen per jaar effectief in Andorra verblijven, internationaal erkend zijn als sporter en kunnen aantonen dat je job als wielrenner financieel haalbaar is. Die eisen stellen verder geen reet voor als je bedenkt dat een nobuddie als Willie Smit hier ook gewoon woont. En Steef, dus. Goed, het wordt de 13e keer dat er een rit van start gaat in Andorra la Vella, debuteren deed deze verder nietszeggende plaats in 1967. In de jaren '80 en '90 kwamen we vervolgens sporadisch voorbij in dit kleine stukje wereld, maar deze eeuw en vooral het vorige decennium kwamen we hier onderhand ieder jaar langs. Ik ben nog steeds een beetje Andorramoe, vooral omdat je eigenlijk heel weinig kunt vertellen over een stad als Andorra la Vella. In 2015 ging er hier een rit van start, met aankomst op Cortals d'Encamp. Daar kwamen we ook aan in 2019, toen gingen we eveneens van start in Andorra la Vella. Allebei memorabele ritten, al was die van 2015 wel heel erg mooi. Ontworpen door Joaquim Rodriguez, gewonnen door Mikel Landa. In 2019 boekte Tadej Pogacar dan weer zijn eerste ritzege in een grote ronde, in de stromende regen. Het begin van het eind, als het ware. Leverde wel mooie apocalyptische beelden op, beelden die we gisteren ook zagen. In 2019 reden we alleen vrolijk verder, op een gravelstrook ging Roglic maar weer eens onderuit, terwijl op de slotklim een ziedende Marc Soler in beeld kwam omdat hij de opdracht kreeg op Quintana te wachten. Altijd wat aan de hand in Andorra, zo blijkt maar weer. Tussendoor was er in 2017 dan weer een aankomst in Andorra la Vella en bij die gelegenheid ging Vincenzo Nibali met de ritzege aan de haal. Dat was een rit die wel wat weg heeft van deze etappe, vooral omdat er na een beklimming van de Alto de la Comella een finish volgt beneden in de hoofdstad. Wel een andere kant van de Comella toen, maar goed, zelfde idee. Vorig jaar reden we dus door Andorra la Vella heen op weg naar Pal, het skistation waar Jay Vine vanuit de vlucht zou winnen. Pal blijft verder natuurlijk voor altijd de plek waar Igor Antón in 2010 de rit won en het rood heroverde. Op weg naar de eindzege, totdat het noodlot toesloeg. Ook dit jaar weer gelukt om hem te noemen, hoezee. Na de passage in Andorra la Vella ging de volgende rit van start in de hoofdstad, tijdens de zesde etappe reden we van Andorra la Vella naar Aragón toe, in Aragón volgde er dan weer een aankomst bergop bij het skigebied van Cerler. Daar bleek Juan Ayuso de beste vluchter te zijn, het peloton deed het verder behoorlijk rustig aan. Net als vorig jaar gaan de renners van start in de buurt van het Parc Central, wat niet echt een mooi park is. Als je dan toch in Andorra bent moet je volgens het roadbook een bezoekje brengen aan Bici Lab Andorra, het fietsmuseum waar je een indrukwekkende hoeveelheid oude fietsen kunt aantreffen. Nog even ten overvloede: De stad staat bekend om de belastingvrije winkels. Hierdoor komen veel Fransen en Spanjaarden, maar ook toeristen van andere Europese landen naar deze plek, om bijvoorbeeld goedkoop tabak en alcohol te kunnen kopen. Wielrenners komen dan weer op dit landje af omdat er heel veel bergen zijn met brede, rustige en fatsoenlijke wegen, terwijl je weinig belasting hoeft af te dragen. Procentje of 10, lekker man. In Andorra la Vella vinden we overigens ook een kunstwerk van Salvador Dalí, in dit verder niet al te fraaie stukje planeet is dat dan nog wel een soort van hoogtepunt.



Dit wordt een korte, explosieve en toch ook wel gekke rit. Het kan een waar spektakel worden, vooral omdat de langste klim van de dag meteen in het begin volgt. Tijdens de neutralisatie rijden we van Andorra la Vella naar Escaldes-Engordany, al is dat bijna een vanzelfsprekendheid aangezien beide plaatsen aan elkaar vastgeklonterd zitten. Voorbij Escaldes-Engordany is de neutralisatie voorbij en op een waanzinnig brede weg beginnen we dan officieel aan de rit. We zitten meteen op een van de hoofdwegen van Andorra, en die hoofdweg gaan we helemaal volgen tot de grens met Frankrijk. Aangezien we hier al met enige regelmaat zijn gepasseerd hoef ik eigenlijk niet heel uitgebreid uit te leggen wat er allemaal gaat gebeuren. We rijden naar Frankrijk en dat doen we via een bergpas. Niet zomaar een bergpas, een ontzettend hoge bergpas. Direct vanuit het vertrek loopt de weg omhoog, al neemt de organisatie de eerste twee kilometer van deze rit niet mee in de klim. Na 25,2 kilometer gaan we de top van Port d'Envalira bereiken, volgens de organisatie een klim van 23,3 kilometer aan 5,1% gemiddeld. Nou, geloof mij maar, vanaf kilometer 0 gaat het meteen omhoog. In de eerste kilometer van de rit klimmen we meteen aan 5%, na een wat makkelijker kilometertje aan 2% begint de brede weg in de buurt van Encamp officieel omhoog te lopen. De rit is wat te kort om mijn goedkeuring weg te kunnen dragen, maar je rit laten beginnen met een klim van 25 kilometer is wel ultiem, dat geeft deze rit meteen ontzettend veel potentie. Het is ergens ook wel grappig en zelfs een beetje sadistisch dat de organisatie de renners 25 kilometer laat klimmen, ze vervolgens om laat draaien en ze via dezelfde weg weer naar beneden laat gaan. Dan heb je dus echt voor lul die hele weg omhoog afgelegd, in feite. Wel een leuke variant, de laatste keer dat we Port d'Envalira beklommen om daarna direct weer af te dalen dateert van 2013. In de jaren daarna hebben we de klim wel nog een aantal keer zien verschijnen, in de Tour ook, maar dan steeds daadwerkelijk als doorgang tussen Frankrijk en Andorra of omgekeerd. In de eerste meters van de rit komen we een rotonde en een wegsplitsing tegen, maar verder rijden de renners meteen omhoog over een soort van snelweg, een weg die heel wat renners in het peloton bijzonder goed zullen kennen. De koers passeert hier vaak, maar als een kwart van het peloton hier woont zullen de nodige renners hier ook in het dagelijks leven wel eens passeren. Sinds vorig jaar hebben ze ook nog eens de Andorra MoraBank Clàssica in het leven geroepen, in die klimkoers moeten de renners ook de Envalira op om vervolgens direct weer over dezelfde weg af te dalen. De renners rijden over de brede weg naar Encamp en hier komen ze een tunneltje tegen, we vinden in de kilometers daarna ook een paar rotondes, maar het is verder een tocht met weinig obstakels. We rijden van dorpje naar dorpje, in al die dorpjes zullen er renners zijn die langs hun appartement fietsen. Andorra is op zich best mooi, het is alleen jammer dat ze dit hele ministaatje hebben volgegooid met appartementencomplexen. Zodra de klim volgens de organisatie officieel begint klimmen we twee kilometer aan 5,5%, voor er een kilometer aan 6,5% volgt. Na twee kilometer aan 3,5% volgt er dan een zwaardere kilometer aan 8%, die kilometer vormt toch een mooie gelegenheid voor een hoop renners om ten strijde te trekken. Waarom niet? Het is maar een rit van 100 kilometer, doe eens gek. Ga maar gewoon in de aanval, de ploeg die UAE hier heeft is relatief kwetsbaar. Ik zie graag dat men de benen van Almeida eens test, misschien is hij nog steeds niet in vorm en als dat zo is wordt de spoeling om Pogacar al snel vrij dun. Niet dat je Pogacar zelf kunt verslaan, dat is onmogelijk, maar als zijn ploeg de rit niet kan controleren zit er wel een ritzege in en dat lijkt me de moeite van het onderzoeken waard. Moet je het wel nu doen, want na de lastigere kilometer volgt er een makkelijkere strook van drie kilometer. Drie kilometer vals plat, in de vier kilometer daarna gaat het aan 4% omhoog en dat valt eigenlijk ook nog wel mee. Des te verder we klimmen des te mooier de omgeving wordt, de renners zijn na een tijd omgeven door rotswanden, in de verte zien ze dan weer de nodige bergtoppen verschijnen. De dorpjes laten we wat meer achter ons, al komen we na een tijd wel voorbij in Canillo, een dorpje waar we vandaag drie keer gaan passeren. Tijdens de afdaling komen we hier weer voorbij, daarna vinden we hier dan weer het einde van de afdaling van de Ordino. Met het oog op de afdaling is het alvast het vermelden waard dat de brede weg dwars door Andorra heen op sommige plekken voorzien is van wat paaltjes, het is maar goed dat bijna iedereen hier parcourskennis heeft.




Na een kilometer of acht rijden we door Canillo heen, voorbij dit dorpje begint het makkelijkere gedeelte van de klim. Even voorbij Canillo vinden we een van de nieuwe hoogtepunten van Andorra, sinds een paar jaar kun je hier over een zogenaamde Tibetaanse brug van de ene berg naar de andere wandelen. Indrukwekkend! De gemeente Canillo heeft in totaal 4,6 miljoen euro in het project geïnvesteerd, dat zijn de cijfers die we willen weten. Vanuit Canillo kun je met de bus naar de brug worden gebracht, waarna je aan een wandeltocht van 600 meter naar de overkant kunt beginnen. De brug is gebouwd om ook in de zomer toeristen naar Andorra te trekken, je kunt er dus donder op zeggen dat dit ding in beeld gebracht gaat worden. Voorbij de hangbrug klimmen de renners vrolijk verder, af en toe passeren ze weer een dorpje en daar wordt toch wel een typisch beeld geschetst. Spuuglelijke appartementen afgewisseld met winkels, veel meer smaken zijn er hier niet. Die winkels zijn ook wel typisch, de renners rijden bijvoorbeeld langs een teringgrote slijterij. Andorra is een land voor zware drinkers, daarom woont Steef er ook natuurlijk. Permanten goedkoop drank kunnen inslaan, wat een leven. Nouja, zo rijden we verder, terwijl we soms wat onderdelen van het skigebied Grandvalira passeren. Na een kilometer of 16 komen we uit in Soldeu, in de omgeving van deze plaats begint de klim weer wat interessanter te worden. Na een leuke aanvangsfase volgde er een tussenstuk van zeven kilometer, maar nu komen we weer acceptabele percentages tegen. Een kilometer aan 7% ligt er in Soldeu op de coureurs te wachten, nadien gaat het aan 5,5% omhoog vooraleer we twee kilometer aan 6,5% treffen. Dat zijn geen wegen waar de klassementsrenners elkaar kunnen lossen, het zijn wel wegen waar je stiekem mee kunt sluipen met een wegrijdend groepje. En dan kan het zomaar paniek worden in het peloton, ik heb goede hoop dat deze aanvangsfase de moeite waard gaat zijn. Typisch wintersportoord wel, dat Soldeu, met iets meer karakteristieke architectuur. Voorbij Soldeu komen we weer wat meer in de natuur terecht, de renners krijgen een mooi overzicht aangeboden. Al kan dat demotiverend werken, ze zien de weg die ze nog moeten afhaspelen kilometers ver voor zich uit. Een eindje verderop komen we uit bij een rotonde, een best wel interessante rotonde. Als je bij de rotonde schuin naar rechts gaat fiets je een tunnel in, de zogenaamde Envaliratunnel. Die kant gaan we nu niet op, maar dadelijk op de terugweg rijden we wel door de tunnel heen en dan bereiken we bij deze rotonde dezelfde weg, die dan in dalende lijn afgewerkt mag worden. Nu gaan we bij de rotonde schuin naar links, om aan het laatste deel van de Port d'Envalira te beginnen. Na een makkelijke kilometer aan 3% begint voorbij de rotonde het laatste en ook meteen zwaarste deel van de klim. In de resterende vijf kilometer van de klim komen we de lastigste kilometers tegen, zo treffen we een kilometer aan 7,7% aan. We zitten inmiddels ook aardig hoog, tijdens deze klim komen we dik boven de 2000 meter uit. In het laatste deel van de Envalira blijft de weg enorm breed, wel komen we nu de eerste haarspeldbochten tegen. Het zicht op de omgeving is hier bijzonder mooi, voor de rit is het vooral van belang dat de percentages ook behoorlijk mooi zijn. Ik hoop dat het peloton hier volledig aan flarden gereden wordt, dat kan als er een paar renners zijn die zin hebben om er iets van te maken. Als het hier uit elkaar gereden wordt krijg je de rest van de rit koers, we komen vandaag geen vallei tegen, het gaat continu op en af, er is een kans dat het tijdens deze rit nooit stil gaat vallen. Dat is wel optimistisch ingeschat van mij natuurlijk, in de praktijk kan wurgslang Pogacar deze rit met zijn ploeg ook gewoon lamleggen. Richting de top rijden we door een enorm open omgeving, waar de wind invloed kan hebben, al lijkt het er niet op dat het gaat waaien. Na twee kilometer aan 6,5% volgt er nog een kilometer aan 7%, voor we na een kilometertje aan 6% in de laatste meters van de klim aan 9% klimmen. Van waanzinnig brede haarspeldbocht naar waanzinnig brede haarspeldbocht, om vervolgens na 25,2 kilometer de top van de Port d'Envalira te bereiken. Iconische top, op het hoogste punt van de klim vinden we naast elkaar twee tankstations, met aan de overkant van de weg zelfs een derde tankstation. Ook dat is Andorra, alles is hier goedkoop en dus de benzine ook. De Port d'Envalira is een beklimming van de eerste categorie, er liggen hier een hoop punten te rapen voor de renner die als eerste boven is. Het zal vermoedelijk geen krabbelaar zijn die hier als eerste op de top passeert, na 25 kilometer klimmen aan 5% bereiken we een hoogte van 2.400 meter, een rit is wel eens slechter begonnen.






Deze klim, heerlijk om je rit mee te beginnen, is voorzien van een eigen Wikipagina, dat mag je niet missen. De Port d'Envalira is een bergpas in de Pyreneeën en ligt in de parochie Encamp van Andorra. Met 2401 meter is het de hoogste bergpas van dat gebergte waar een weg over gaat en tevens is het de hoogste bergpas van Europa die het gehele jaar door geopend is. De pas scheidt het stroomgebied van de Ariège, aan de Atlantische zijde van de Pyreneeën, van dat van de Valira, aan de Middellandse Zeezijde, respectievelijk de noord- en zuidzijde. De weg over de pas is de enige verbinding tussen Frankrijk en Andorra en verbindt de dorpen El Pas de la Casa en Soldeu. Sinds 2002 ligt er een toltunnel (de Envaliratunnel) onder de pas. Nou, die tunnel gaan we dadelijk een bestuderen. De Port d'Envalira is een bekende klim, maar dan vooral voor de Tour. In de Tour zijn we tien keer over deze hoge bergpas gepasseerd, voor het laatst in 2021. Gisteren en vandaag hebben we bijna die volledige rit afgewerkt, dezelfde wegen keren vast terug. Tijdens de 15e rit van de Tour van 2021 reden we van Céret naar Andorra la Vella, tijdens die etappe reden we in het begin over de gisteren gepasseerde Mont-Louis, waarna we toen wel Font-Romeu wisten te bereiken. Vervolgens reden we via de Envalira Andorra binnen om daarna af te dalen richting de Beixales, de volgende klim die vandaag op het programma staat. In 2021 was Nairo Quintana als eerste boven op de Envalira, hij pakte daar mooi de Souvenir Henri Desgrange mee. Het was de hoogste klim van die Tour, zoals de Envalira nu uiteraard ook de hoogste klim van de Vuelta is. In principe is het geen topklim, maar direct vanuit het vertrek moeten we hier toch het een en ander aan actie kunnen zien, en dan is er dus nog de factor van de hoogte. In het verleden kwamen onder meer Julio Jimenez en Federico Bahamontes hier als eerste boven in de Tour, in latere tijden kreeg Richard Virenque het zelfs twee keer voor elkaar om hier als eerste boven te zijn. Rui Costa was in 2016 de laatste die in de Tour als eerste boven wist te komen op deze klim toen we 'm vanuit Andorra la Vella bedwongen. Ik kan me van die klim vooral herinneren dat Sebas Langeveld het toen meteen voor gezien hield, hij stapte tijdens de klim af omdat hij zich niet goed voelde. Hij had beter door kunnen rijden, want na de Envalira zou de rest van de rit zo goed als vlak zijn. Dat was de rit richting Revel, waar we een van de sterkste kopgroepen ooit weg zagen rijden. Matthews, Sagan, Boasson Hagen, van Avermaet, ze besloten allemaal ver van de finish in de aanval te gaan. Hun vlucht hield stand en vanuit dat elitegroepje won Matthews de sprint. In de Vuelta hebben we de Port d'Envalira sinds 2013 niet meer gezien, toen reden we net als nu vanuit Andorra la Vella omhoog om daarna door de tunnel af te dalen. Daarvoor kenden we in 2003 zelfs een heuse aankomst op de Port d'Envalira, verrassend genoeg gewonnen door Alejandro Valverde. Piti stond bekend om het feit dat hij meteen als een baksteen moest lossen zodra we boven de 2000 meter kwamen, maar in de Vuelta van 2003 kreeg hij het dus voor elkaar om op 2400 meter hoogte te winnen. Dat de klim eigenlijk niet heel erg lastig is zien we aan de uitslag, Piti won een sprintje van een groep van tien man. Hij legde er toch maar mooi Dario Frigo en Unai Osa op, je zou voor minder. Ook nog Mancebo, Cardenas, Nozal, Scarponi, TerminAitor Gonzalez en Rasmussen in die groep, een buitengewoon goed gezelschap. In de Vuelta van 2001 reden we van de andere kant over de Envalira, vanuit Frankrijk. Toen waren we onderweg naar Pal, de plek waar Vine vorig jaar won, en waar Igor Antón in 2010 won. In 2001 was de eeuwige Chava Jimenez daar dan weer de winnaar, uiteraard. De eerste keer dat de Vuelta naar Andorra trok, in 1965, reden we ook over de Envalira, zo is het toch een klim met de nodige geschiedenis. Tijd om naar de toekomst te kijken, voorbij de klim dalen we vijf kilometer af richting El Pas de la Casa. De afdaling begint met een met een haarspeldbocht, maar gelukkig is de andere kant van de klim ook voorzien van een waanzinnig brede weg. In de vijf kilometer tot in El Pas de la Casa komen we zes haarspeldbochten tegen, maar al die bochten zijn dankzij de brede weg goed te nemen. Tussen de haarspeldbochten in gaat het vooral rechtdoor, dit is niet direct een lastige afdaling. Al moet je eventueel wel opletten voor loslopende koeien, die geven niet mee. Het gaat vrij stevig omlaag, dat wel, toch een paar kilometer zo rond de 7%, maar nee, eitje. Als we na 30 kilometer uitkomen in Pas de la Casa wordt het iets technischer, in dit oord liggen wat rotondes en andere verkeersobstakels.



In El Pas de la Casa ging in de Tour van 2021 een rit van start. Dat was daags na de rit met aankomst in Andorra la Vella, waar Sepp Kuss won vanuit de vlucht na weggereden te zijn van zijn vluchtgenoten op de Collada de Beixalis. De dag nadien gingen we niet vanuit Andorra omhoog naar de Envalira, nee, de renners werden met de bus naar de andere kant van de klim gebracht, naar Pas de la Casa. Daar begonnen ze aan een lange geneutraliseerde afdaling richting Frankrijk, om vervolgens op weg te gaan naar Saint-Gaudins waar godbetert Patrick Konrad vanuit de vlucht zou winnen. El Pas de la Casa is een dorp in Andorra in de parochie Encamp op de grens met Frankrijk. Het dorp heeft 1900 inwoners, al kunnen dat er in het seizoen meer zijn. De belangrijkste economische activiteiten zijn wintersport (El Pas maakt deel uit van skigebied Grandvalira) en grenstoerisme van bezoekers van de vele winkels in het dorp, omdat veel producten in Andorra belastingvrij zijn. Ja, dat weten we ondertussen wel. Je krijgt de peuken erbij cadeau als je drank koopt, of andersom. Dat skigebied schijnt het belangrijkste wintersportoord van de hele Pyreneeën te zijn, met meer dan 200 kilometer aan piste. De winkels hier, waar je wel meer kunt kopen dan sigaretten en alcohol alleen, schijnen liefst 361 dagen per jaar open te zijn. Voor vier specifieke feestdagen maken ze een uitzondering in Andorra, de rest van het jaar kun je hier al je teringtroep kopen die je niet nodig hebt. El Pas de la Casa dankt zijn naam aan een herdershut die hier stond aan het begin van de twintigste eeuw (Pas komt van bergpas, casa betekent 'huis' of 'hut'). Goede toevoeging van Wikipedia wel, dat hadden we zelf niet kunnen verzinnen natuurlijk. Het is het enige deel van het prinsdom Andorra dat zich aan de Atlantische zijde en tevens aan de noordzijde van de Pyreneeën bevindt, voor dat soort weetjes doen we het. Bij het dorp ontspringt de Ariège, ook goed om te weten. Er is sprake van een eigen parochie voor El Pas de la Casa op te richten, daarvoor zou de grondwet van Andorra uit 1993 aangepast moeten worden. Het maakt nu deel uit van de parochie Encamp door een erfpachtelijk contract, hoewel het daar voor Andorrese begrippen ver vandaan ligt. Ik weet niet hoe oud die informatie is, maar wel geinig. Boven El Pas de la Casa vinden we een radiostation op de top van de Pic Blanc, Radio Sud. Kan blijkbaar niet bezocht worden, terwijl het nogal een geschiedenis zou moeten hebben en sowieso een vrij opmerkelijk gebouw is. De renners zien het tijdens de beklimming van de Envalira liggen, maar goed, dit allemaal terzijde. We slingeren ons door dit toeristische oord heen waar dus wel wat obstakels liggen, vooral een paar rotondes. Heel even rijden we een paar meter door Frankrijk, maar dan slaan we bij de volgende rotonde linksaf en daarna rijden we de over een brug heen. Die brug brengt ons terug naar Andorra, maar die brug brengt ons vooral naar de Túnel d'Envalira. Volgens Wikipedia is de Envaliratunnel is een landtunnel in het oosten van Andorra. De tunnel is aangelegd als alternatief voor de bergpas Port d'Envalira en is een van de hoogst gelegen tunnels van Europa. De 2,1 kilometer lange tunnel kan vanaf het oosten alleen bereikt worden via een in Frankrijk gelegen brug die aansluit op de N22. In het westen sluit de tunnel aan op de CG-2 die vanaf daar doorloopt tot de hoofdstad Andorra la Vella. De eerste plannen voor een tunnel onder de Port d'Envalira stammen uit de jaren 50 van de twintigste eeuw. De aanleg begon op 2 augustus 1999 aan de oostzijde en eindigde in 2002. De tunnel voldoet aan de hoogste Europese veiligheidseisen, dat moet een geruststelling vormen voor de renners. In de tunnel wordt een tol geheven van ¤ 7,50 (juni 2023) voor auto's, ik stel voor dat we Pogacar ook tol laten betalen. Volgens de organisatie is de tunnel overigens 2.870 meter lang, na alle tunneltjes in Monaco komen we nu dus de volgende tunnel tegen. De weg in de goed verlichte tunnel is breed, fijn voor de renners is ook dat de weg hier vrij vlak is. We zijn bezig aan een lange afdaling terug naar Andorra la Vella, maar in de tunnel hoeven de coureurs geen halsbrekende toestanden uit te halen. Het is vrij recht, ook nog eens, dus ik verwacht hier geen valpartijen, al willen die in een tunnel alsnog wel eens voorkomen. Zodra we de tunnel verlaten passeren we langs de tolpoortjes, voorbij deze poortjes komen we enkele meters later uit bij een rotonde en dat is dan weer de rotonde die we kennen. Op de heenweg reden we voorbij deze rotonde omhoog naar het bochtige laatste stuk van de Envalira, nu nemen we bij deze rotonde een bochtje naar links om terug te rijden in de richting van de hoofdstad van het landje.



Voorbij de rotonde gaan we verder met de afdaling van de Envalira, in een kilometer of 16 dalen we nog een kleine 800 meter af. In totaal dalen we een kilometer of 27 af, al telt het deel in de tunnel dus eigenlijk niet echt mee. We kennen het restant van de afdaling, enkele kilometers geleden reden we hier nog omhoog. Het deel met de haarspeldbochten pakken we nu niet mee, waardoor we dus eigenlijk vooral rechtdoor gaan afdaling over een enorm brede en goed onderhouden weg. Zo'n beetje het enige voordeel aan Andorra, het beperkte wegennet is altijd voorzien van onberispelijk asfalt. In het begin gaat het nog wat steiler naar beneden, maar wel volledig rechtdoor richting Soldeu. Vier kilometer rechtdoor, lekker hoor. In Soldeu komen we een paar bochten tegen, maar ook dit stelt geen klote voor. Makkelijkste afdaling ooit, schreef ik in 2021. Nou, dat viel in de praktijk eigenlijk nog wel mee. In gedachten verschijnt nu Guillaume Martin voor me, die hier met zijn shirtje open aan het afdalen was. Zijn truitje fladderde alle kanten op, terwijl hij zelf een gigantische achterstand opliep. In deze afdaling kreeg hij het voor elkaar om keihard uit het peloton gereden te worden. Hij doet nu weer mee, benieuwd of het vandaag beter gaat. Je kunt hier dus echt wel gelost worden, zelfs als het eigenlijk niet eens zo technisch is. Misschien juist daarom, een beetje extra gewicht helpt wel om hier wat sneller beneden te zijn. Voorbij Soldeu hebben we de hogere percentages even gehad, er volgt dan dat stuk van zeven kilometer waarin het een tijd aan 4% en daarna zelfs een tijd slechts wat vals plat naar beneden gaat. Het tweede deel van de afdaling mag totaal geen naam hebben. Je zou er een boek over kunnen schrijven, je zou ook simpelweg kunnen concluderen dat we in de komende kilometers amper iets gaan tegenkomen. Een paar rotondes en een reeks onbeduidende bochten, dan ben je er wel. In het dorpje Canillo, al praktisch aan het eind van de afdaling, komen we iets meer verkeersmeubilair tegen. Rotonde buiten het dorp, waar we naar rechts gaan. Daarna gaat het nog eens rechtdoor lichtjes naar beneden richting Encamp, waar de voet van de volgende klim ligt. Onderweg naar Encamp komen we nog een rotonde tegen, waarna we er in het dorp zelf drie gaan tegenkomen. Er staan hier normaal ook wel wat paaltjes, die hopelijk voor de gelegenheid verwijderd worden. Bij de eerste rotondes in Encamp gaan we rechtdoor, waarna we aan de rand van het dorp bij de laatste rotonde rechtsaf slaan, op weg naar de tweede klim van de dag. Een listige bocht, bijna direct daarna slaan we nog eens rechtsaf. Na deze bocht begint de weg al wat omhoog te lopen, de Collada de Beixalis staat op het punt van beginnen. De Beixalis, die kent u wel. Debuteerde in de Vuelta van 2015, Omar Fraile werd de eerste die als eerste boven was. Het jaar daarna maakte de klim meteen haar opwachting in de Tour de France, toen was het de voorlaatste klim in een rit die zou eindigen op Ordino-Arcalis, waar ene T. Dumoulin in de zeikende regen wist te winnen. Daarna reden we tijdens de Vuelta van 2018 nog eens over deze klim, Bauke Mollema kwam toen als eerste boven. In de Vuelta van 2018 reden we zelfs twee keer over die klim, maar toch staat er in de archieven slechts één naam, matig. Enfin, deze Beixalis kennen we heel goed omdat we hier in de Tour van 2016 en de Vuelta van 2018 op dezelfde manier omhoog gingen, steeds vanuit Encamp. Als we een rotonde met een hardwerkende man in het midden tegenkomen slaan we linksaf en zijn we vertrokken, de komende 6,5 kilometer gaat het aan 8,5% gemiddeld omhoog. De Collada de Beixalis, door de Fransen de Col de Beixalis genoemd, is een klim van de eerste categorie. In het verleden was deze klim volgens de organisatie zeven kilometer lang, gemiddeld ging het dan aan 8% omhoog. In navolging van de Tourorganisatie heeft de organisatie van de Vuelta nu de eerste halve kilometer geschrapt, waardoor we het gemiddelde een tikje hoger zien worden.


Ter vergelijking het profiel van de Tour, de verschillen blijven fascinerend:

En voor de volledigheid mijn vrienden van Altimetrias:



We beginnen aan een lastige klim, met afstand de lastigste van de dag. De weg loopt direct steil omhoog, al kun je redelijk veel verschil zien tussen de profielen van de verschillende organisaties. Het profiel van de Vuelta sluit bijna naadloos aan op het profiel van de AltimetriasGoden, ik ben daarom geneigd de meeste waarde te hechten aan het eerste profiel. De verschillende bronnen zijn het in ieder geval met elkaar eens dat we in de eerste kilometer aan 7,7% klimmen, al zegt dat gemiddelde zeker niet alles. We komen steilere en vlakkere stroken tegen, meteen in het begin van de klim botsen we zelfs op een aantal stroken tot 15%. Het is een iets smallere weg, zeker voor Andorese begrippen. Een bochtige weg, waardoor je goed ziet hoe lastig het is. In de tweede kilometer van de klim gaat het volgens de organisatie aan 12% omhoog, dat is wel een ideaal moment om je duivels te ontbinden. We moeten hierna nog twee beklimmingen afwerken, maar dit is eigenlijk al het moment om helemaal los te gaan. De hoogste percentages treffen we hier, in het restant van de rit wordt het makkelijker. Buiten de bebouwde kom rijden we het bos in, waar de weg nog wat smaller wordt. Een waar geitenpad, dat alleen maar steiler lijkt te worden. We treffen hier stroken tot 16%, de kleinste versnelling mag gezocht worden. In de derde kilometer van de klim gaat het dan weer aan 9,4% omhoog, nog steeds heel steil. Het gemiddelde wordt ietwat gedrukt door een vlakkere strook aan het eind van deze kilometer, in het eerste deel van deze kilometer komen we ook weer doodleuk stroken tot 15% tegen. De vierde kilometer van de klim kunnen we eigenlijk op dezelfde manier omschrijven, qua gemiddelde blijven we dankzij een paar wat makkelijkere stroken op 8,8% steken, maar tussendoor komen we ook hier stroken tot 16% tegen. De Beixalis is een verschrikking, dit is een enorm zware en steile klim waar je de boel volledig aan flarden kunt rijden. Wordt ook wel een ferme sprint richting deze klim, want gezien het feit dat het hier wat smaller is wil je hier wel graag van voren beginnen. Het is overigens geen verrassing dat deze klim pas sinds 2015 deel uitmaakt van het profpeloton, want op de oude beelden valt te zien dat de klim in 2011 nog deels een grindweg was. Nu ligt er net als in de rest van Andorra een keurige laag asfalt, waardoor de renners zich de laatste jaren om de haverklap een weg omhoog kronkelen over deze Beixalis. Het is enorm bochtig, om de zoveel meter weer een nieuwe bocht, niet te doen. Vooral omdat de percentages hoog blijven, hoewel we in de vijfde kilometer een makkelijkere kilometer aan 5,7% tegenkomen. In de kilometer daarna gaat het aan 7,7% omhoog, het venijn van de Beixalis zit vooral in het begin. Al is een kilometer aan bijna 8% nog steeds behoorlijk lastig, zou ik durven te beweren. Richting de top wordt de weg breder en vlakker, het gaat in de laatste halve kilometer van de klim aan 7% omhoog, je zal het verschil eerder moeten maken. Na 59,3 kilometer, merkwaardig genoeg over de helft van de rit, bereiken de renners de top van de Col(lada) de Beixalis. We zoeken een opvolger van Sepp Kuss, hij kwam hier in de Tour van 2021 als eerste boven. Kuss schijnt in Encamp te wonen, aan de voet van de klim. De Beixalis kent hij daarom bijzonder goed. Op de klim demarreerde hij en zijn vluchtgenoten konden hem niet volgen. Terwijl hij nochtans deel uitmaakte van een sterke kopgroep, met daarin renners als Valverde, Quintana, Nibali, Poels, Izagirre en ga zo maar door. Een loeisterke groep, maar niemand was opgewassen tegen de meesterknecht van Visma, de man die in zijn Andorra een vrijgeleide kreeg van de ploeg. Schrijf hem voor vandaag ook maar meteen weer op.





Na de beklimming van de Beixalis volgt een afdaling die door sommige parcoursbouwers wel eens technisch en tricky is genoemd. Ik weet niet of ik het daar helemaal mee eens ben, deze afdaling blijkt toch altijd wel goed te doen. De afdaling is ongeveer acht kilometer lang en begint met een scherpe bocht naar rechts. Daarna wordt het even wat makkelijker, we rijden een tijdje wat meer rechtdoor. Even verderop komen we de eerste haarspeldbocht tegen, daarvan zitten er in deze afdaling een aantal verstopt. De meeste haarspeldbochten zijn goed te doen, al draaien er een paar toch wat scherper weg. Het gaat toch ook redelijk stevig omlaag, al is dit duidelijk de makkelijkere kant van de klim. Als je echt risico wil nemen kun je hier wel een gat proberen te slaan, maar het blijft toch vooral aan te raden dat bergop te proberen. De weg is breed en in een redelijk goede staat, dus dat levert in ieder geval geen problemen op. Na de eerste haarspeldbocht komen de renners wel een wat scherpere bocht naar links tegen, even later volgt er dan weer een relatief makkelijke haarspeldbocht. We rijden verder door het bos naar Anyós en komen een scherpere bocht naar rechts en nog een haarspeldbocht tegen. Na nog wat bochtjes naar links en rechts komen we bijna uit in Anyós, waar het nog wel even aanpoten zal zijn. Als de eerste huisjes in beeld komen volgen er kort achter elkaar drie bochten, waarbij vooral de tweede bocht wat lastiger in te schatten is. Als iedereen goed door die bochten komt moet de rest ook wel te doen zijn. Verderop komen we in Anyós nog wat haarspeldbochten tegen, maar die zijn allemaal wel goed in te schatten en de weg is hier nog een tikje breder geworden. Doorgaans slaan we in Anyós linksaf, om dan vervolgens naar La Massana of Andorra la Vella te rijden. Dat laatste deden we in de Tour van 2021 nog, toen reden we voorbij de Beixalis direct naar de finish. Nu slaan we na een reeks haarspeldbochten in Anyós een keer rechtsaf, om vervolgens naar het dorpje Ordino te rijden. De afdaling is nu zo goed als voorbij, over een brede weg gaat het nu nog een tijdje wat vals plat omlaag. We rijden een kilometer of drie over deze weg richting Ordino, het dorp waar de tussensprint van de dag ligt. Dat wordt weer een wat gekke tussensprint, want we rijden dus vooral in dalende lijn naar Ordino toe. Vlak voor we de tussensprint bereiken komen we wel een kort knikje omhoog tegen zodra we Ordino betreden, maar even verderop loopt het dan weer een halve kilometer omlaag waarna het pas in de laatste halve kilometer voor de tussensprint opnieuw een beetje vals plat omhoog begint te lopen. De renners slaan in de kilometer voor de tussensprint bij een rotonde linksaf en dalen dan een tijdje af over een weg die is voorzien van wat drempels, echt handig hebben ze deze tussensprint niet neergelegd. Niet dat er veel strijd om de punten gaat zijn, na de Envalira en de Beixalis zullen er weinig rappe mannen vooraan te vinden zijn. Alsnog geen reden om de tussensprint op zo'n plek neer te leggen, maar goed. Aan het eind van het stukje in dalende lijn gaat het bij een rotonde naar rechts en daarna loopt het dus nog een paar meter omhoog, waarna de sprint na 68,4 kilometer zal volgen. Dat is op 36,4 kilometer van de aankomst, in het restant van deze rit wachten er nog twee beklimmingen op ons. De eerste van de twee begint bijna meteen na de tussensprint, vanuit Ordino gaan we omhoog naar Coll d'Ordino. Maar niet voordat ik de hoge dichtheid aan musea in Ordino heb benoemd, met het Casa d'Areny-Plandolit kom je hier een lokaal historisch museum tegen, terwijl het Museu de la Miniatura toch vooral de lokale trekpleister is. Een museum vol matroesjska's, hartstikke geinig!




Voorbij de tussensprint slaan we bij een dubbele rotonde rechtsaf, waarna de weg langzaam omhoog begint te lopen. We komen op de Carretera del Coll d'Ordino terecht, de brede weg die we nu volgen gaat ons naar de top van de volgende klim van de dag brengen. Na een haarspeldbocht naar links even verderop eentje naar rechts loopt de weg ineens merkbaar omhoog, we zijn vertrokken voor een klim van 9,9 kilometer aan 7%. De Coll d'Ordino is een bekende klim, al is het wel even geleden dat we 'm nog eens van deze kant hebben bedwongen. Daarvoor moeten we terug naar 2018, toen kwam de klim van deze kant voorbij in de voorlaatste rit van de ronde. Daags voor we naar Madrid trokken werd de laatste bergrit verreden in Andorra, bijna alle beklimmingen die het land rijk is kwamen toen voorbij. Comella, Beixalis, Ordino, Beixalis en Comella nog een keer en dan een aankomst op de Coll de la Gallina, waar nota bene Enric Mas zou winnen voor Superman Lopez. In die rit kwam halverwege de Coll d'Ordino voorbij vanuit Ordino, in de jaren voorheen en nadien hebben we de klim vooral bedwongen vanuit Canillo. In 2023 nog bijvoorbeeld, toen we onderweg waren naar Arinsal. Daar zou Evenepoel de sprint bergop winnen, om vervolgens na de finish op z'n bek te gaan. In 2019 kwam de Coll d'Ordino ook nog eens voorbij vanuit Canillo, op weg naar Cortals d'Encamp, waar die vervelende Sloveen zijn eerste ritzege in een grote ronde wist te boeken. In 2015 reden we ook nog eens vanuit Ordino over de Coll d'Ordino, wederom op weg naar Cortals d'Encamp. Dat was dan weer de rit ontworpen door Purito Rodriguez, grandioos gewonnen door Mikel Landa. In 2013 kwam de Ordino ook nog eens voorbij, in een rit waarin we net als nu over de Envalira reden om vervolgens via de tunnel af te dalen. Aankomst op Coll de la Gallina, waar zeer verrassend Daniele Ratto wist te winnen vanuit de vlucht. Ik zie hem nog dalen met zijn voeten uit het klikpedaal, zo blijven er al bij al toch wat Andorrese momenten hangen. Aan deze opsomming valt vooral op dat de Coll d'Ordino een vaste klant is, zoals we eigenlijk bij iedere passage in Andorra ook wel door het dorpje Ordino rijden. Vanuit het dorp is het een klim van 10 kilometer lang aan 7% gemiddeld, dat maakt klim op papier wat minder lastig dan de Beixalis. Toch is de Ordino ook wel de moeite waard, vooral in de eerste helft van de klim. We beginnen met een kilometer aan 6,6%, maar in deze kilometer komen we toch al wat stroken aan 10% tegen. In de tweede kilometer gaat het dan weer aan 7% omhoog, met een piek tot 12%. Het is allemaal niet iets minder indrukwekkend, maar vlak is het allerminst. Toch hebben we voor een optimaal verloop van de rit het nodige geweld nodig op de Beixalis, als de renners lang wachten wordt het een minder spannende rit. Na een kilometer aan 7,6% volgt er een kilometer aan 8% en dat is dan toch de moeite. Vervolgens wordt het iets makkelijker, maar vooral ook een stuk gelijkmatiger. Het wordt een redelijk regelmatige klim, met vooral aan het eind veel kilometers die gelijk zijn aan elkaar. We noteren een kilometer of vier waarin het rond de 7% omhoog zal gaan, waarna we vlak voor de top een kilometertje aan 6,5% klimmen. Nee, op deze klim is het moeilijker om het verschil te maken. Alsnog best een leuk klimmetje, met ook hier een brede en goed onderhouden weg. De weg omhoog is voorzien van de nodige haarspeldbochten, maar daar merken de renners dankzij de brede weg weinig van. Na 78,7 kilometer, op 26 kilometer van de finish, komen ze boven op de Coll d'Ordino, een klim van de eerste categorie.






Voorbij de top van de Coll d'Ordino beginnen we aan een tamelijk lange afdaling, de komende 17 kilometer zal de weg toch voornamelijk omlaag lopen. Omhoog reden we voornamelijk door de bossen, zo begint de afdaling ook. In het bos loopt de brede weg zonder veel bochten anderhalve kilometer omlaag. Hierna loopt de weg ineens nog een kilometer omhoog, er volgt een kort klimmetje aan 3,5%. Op de top van dit klimmetje komen we uit bij het hoogtepunt van deze omgeving, we vinden de Mirador Roc del Quer langs de kant van de weg. Dit uitzichtpunt bestaat uit een zwevend platform met enkele glazen panelen, niet bepaald geschikt voor mensen met hoogtevrees. Voorbij dit prachtige uitzichtpunt gaat de afdaling verder, we dalen voorbij dit punt een kilometer of zeven af richting Canillo, het dorp waar we al twee keer eerder zijn gepasseerd vandaag. De afdaling is in het begin vrij makkelijk, er zitten redelijk wat stukken bij waar het aardig lang rechtdoor gaat. Af en toe een haarspeldbocht, maar dat mag geen problemen opleveren. Als de renners bijna in Canillo zijn begint de afdaling wat bochtiger te worden. Er zitten een paar bochten bij die wat lastiger zijn, maar over het algemeen is deze afdaling nog steeds prima te doen. Deze kant van de Coll d'Ordino is net wat minder lastig, dat zorgt ervoor dat de afdaling goed te doen is. Na een tijd verlaten we het bos en komen we in een meer open gebied terecht, waardoor je op deze brede weg iedere bocht ruim op tijd ziet aankomen. Vlak voor we Canillo bereiken zitten er wel twee haarspeldbochten tussen die misschien iets moeilijker in te schatten zijn, maar goed, een groot deel van het peloton kent hier natuurlijk de wegen. Het wordt wel weer mooi hier, de renners rijden ook een tijd langs wat rotswanden af, terwijl ze aan de andere kant van de weg ver in het dal kunnen turen. Op de bebouwing na blijkt Andorra wederom vrij mooi te zijn, daar hoeven ze ons alleen niet jaarlijks aan te herinneren. Beneden in Canillo slaan de renners twee keer kort achter elkaar rechtsaf en daarna komen ze op de hoofdweg terecht, terug richting Andorra la Vella. Deze weg brengt de renners ook langs Encamp, het is de weg waarover we in de eerste kilometers van de rit omhoog reden. Nu rijden we juist omlaag over deze enorm brede weg, steeds een beetje omlaag. Het echte dalen is nu geweest, de afdaling van de Coll d'Ordino is voorbij, maar in het begin van de etappe hebben we kunnen zien dat de weg rond Encamp ook gewoon omhoog loopt. We dalen nog wat verder aan een procentje of vier, na een toch wel technische afdaling met redelijk wat haarspeldbochten moeten de renners hier ineens vol bij gaan trappen om vooruit te komen. De weg terug naar Andorra la Vella kent enkele obstakels, zo komen we wat rotondes tegen, maar verder is het hier weer heel makkelijk fietsen. Alleen in de buurt van Encamp loop je het risico een aantal paaltjes tegen te komen. In Encamp zijn we ook al een paar keer geweest vandaag, een aantal kilometer geleden sloegen we daar rechtsaf om aan de Collada de Beixalis te beginnen. Dat doen we nu niet, we rijden nu rechtdoor verder in Encamp, we vervolgen op deze manier onze weg naar Andorra la Vella. In het centrum van Encamp komen we enkele rotondes tegen, ook buiten dit plaatsje waar onder andere Sepp Kuss woont komen we nog een aantal van die dingen tegen. Buiten Encamp rijden we ook door een kort tunneltje heen, terwijl de weg voorlopig nog wel even omlaag blijft lopen. We dalen hier zo rond de 6%, door die brede weg voelt dat alleen niet echt zo. Richting het eind van een afdaling van in totaal 17 kilometer komen we vlak voor we Escaldes-Engordany betreden een wegsplitsing tegen, hier wordt het dankzij wat rotondes en paaltjes een soort van technisch, maar het is toch vooral de brede snelweg praktisch rechtdoor die overheerst. Bij de volgende rotonde die we tegenkomen nemen we een schuine bocht naar links en daarna loopt de weg gelijk omhoog. De laatste klim van de dag begint.



Op 8,7 kilometer van de aankomst beginnen de renners aan de Alto de la Comella, een kort klimmetje van de derde categorie. De komende vier kilometer moet er aan 5,9% geklommen worden, een gemiddelde dat vrij weinig zegt. Zodra we bij de rotonde in Escaldes schuin linksaf zijn geslagen beginnen we aan een kilometer waarin er aan meer dan 8% geklommen moet worden, het is hier buitengewoon steil. We komen enkele stroken boven de 10% tegen, terwijl we over een enorm brede weg door een gebied vol bebouwing fietsen. Even verderop duiken we een bos in en hier zal de brede weg na de eerste kilometer van de klim afvlakken, het gemiddelde wordt hierdoor stevig gedrukt. We noteren een zo goed als vlakke kilometer, waarna er zelfs een kort stukje in dalende lijn zal volgen. In de buurt van Engolasters slaan de renners rechtsaf een andere weg in. Als ze de doorgaande weg zouden volgen komen ze uit op het parcours van de Vuelta van 2019, toen we naar Engolasters reden om via een strookje gravel langs het meer van Engolasters uiteindelijk naar Cortals d'Encamp te rijden. Daar volgde de definitieve doorbraak van Pogacar, een zwarte dag voor het wielrennen. Gelukkig gaan we die kant nu niet op, we slaan rechtsaf en we vervolgen onze weg naar de top van La Comella. Na een vlakke strook bereiken we een uitzichtpunt, in de diepte zien we de finish liggen. Voorbij dit mooie beeld volgt er een strook van 300 meter in dalende lijn, een strook waarin we op een bocht naar links na geen uitdagingen tegenkomen. Na die korte strook in dalende lijn begint het tweede deel van La Comella, het gaat nu nog eens anderhalve kilometer buitengewoon steil omhoog. In de laatste anderhalve kilometer van de klim, de laatste klimmende meters van de rit, gaat het aan 8,5% omhoog. We noteren een paar stroken tot 11%, het is hier steil genoeg om weg te fladderen van de rest en te soleren naar de finish. Vlak voor de top komen de renners meerdere haarspeldbochten tegen, rijdend door een bos nodigt dat toch wel uit tot een aanval. Een buitengewoon lastig einde van de klim, vooral in die vier haarspeldbochten aan het eind loopt de weg bijna loodrecht omhoog. Hier zou in normale tijden waarschijnlijk de beslissing vallen, in de huidige tijd is er waarschijnlijk eentje al lang en breed vertrokken. Op 4,8 kilometer van de finish komen we boven op deze Alto de la Comella, een beklimming die we niet vaak van deze kant zien. Alleen in de Vuelta van 2012, 2013 en 2018 heb ik 'm van deze kant zien verschijnen, de andere kant van de klim komt veel vaker voorbij. Vorig jaar reden we onderweg naar Pal nog langs de andere kant omhoog, de kant die nu als afdaling gaat dienen. Ook in 2019 kwam de Comella van die kant voorbij, onderweg naar Cortals d'Encamp. Vaste prik in de Vuelta, de laatste keer dat er beneden een rit eindigde in Andorra la Vella figureerde de Comella ook als laatste klim. Wel weer van de andere kant, met vooraf de Coll de la Rabassa, om toch te bewijzen dat je kunt variëren in Andorra. Dit korte klimmetje speelt vaak niet de grootste rol, in deze ultrakorte rit kan het als laatste klim wel een bepalende helling blijken te zijn. Op de top vinden we na precies 100 kilometer koers ook nog eens een bonussprint. Leuk, gratis extra secondjes voor Pogacar.





Wat ook bepalend kan zijn: de afdaling. De renners komen boven op 4,8 kilometer van de aankomst, daarna volgt er een afdaling van 4,4 kilometer richting Andorra la Vella. Ja, pas in de laatste 400 meter van de rit gaat het vlak worden. Geniaal bedacht wel weer, men is niet eens op het idee gekomen om er beneden in Andorra la Vella een klein lusje aan toe te voegen. Een finish kort na een afdaling zie je wel vaker, maar een finish vijf meter na een afdaling heb ik nog niet vaak gezien. Er schiet me nu een rit in de Itzulia te binnen, daar was naderhand iedereen over aan het klagen. Benieuwd hoe dat nu gaat, laten we voor we de finish bereiken eerst maar eens kijken of we veilig beneden kunnen komen. De renners dalen dik vier kilometer aan een procent of acht, het is in ieder geval een steile afdaling. Ondanks de brede en goede weg is het wel een beetje een kutafdaling. Vooral in het begin enkele lastige bochten, waar je zonder problemen over het vangrailtje kunt kukelen, rechtstreeks het skoekeloen in. Kort achter elkaar komen de renners drie lastige haarspeldbochten tegen, met na de derde haarspeldbocht een scherpe bocht naar links. Na een paar rechte meters komen we twee bochten naar rechts tegen, waarna er een nieuwe fase vol haarspeldbochten begint. Weer drie kort achter elkaar, terwijl we de Mirador La Comella passeren. Als je hier zelf fietst kun je even stoppen om van het uitzicht te genieten, de renners moeten al hun aandacht bij de weg houden. Bij de tweede van deze reeks haarspeldbochten hier zien we een oud huis in het midden van de bocht, dat ontneemt de renners een beetje het zicht. Het zijn toch best lastige bochten, we sluiten de rit af met een technisch afdalinkje. Het helpt ook niet mee dat er hier op sommige momenten aan meer dan 10% gedaald moet worden, als je het zo bekijkt is het niet heel gek dat Vincenzo Nibali in 2017 de rit won die beneden in Andorra la Vella eindigde. Een beetje een goede daler zijn is geen overbodige luxe. Na de tweede reeks vol haarspeldbochten komen we nog wat ander bochtenwerk tegen, zo volgt er op drie kilometer van het eind een scherpe bocht naar links. Na die bocht wordt de afdaling wel iets makkelijker, de weg loopt zowaar een paar meter rechtdoor. Daarna treffen we wel weer een nieuwe scherpe bocht naar links aan, weer een paar meter later volgt er dan weer een iets makkelijkere haarspeldbocht naar rechts. Dat is tot op anderhalve kilometer van de aankomst de laatste noemenswaardige bocht, het loopt weer een paar meter wat meer rechtdoor. Op anderhalve kilometer van het eind komen we een brede en goed te nemen haarspeldbocht tegen, na die haarspeld rijden we rechtdoor de slotkilometer binnen. In de laatste kilometer, nog steeds in stevig dalende lijn, slaan we scherp rechtsaf. Er volgen daarna meerdere flauwe bochten naar links, waarna we ineens weer rechtsaf slaan om vervolgens een paar meter later beneden in Andorra la Vella uit te komen. Eenmaal beneden slaan we rechtsaf, enkele meters later rijden we langs een rotonde af waar we weinig hinder van zullen ondervinden en daarna mogen we pas in de laatste 300 meter van de etappe volledig rechtdoor gaan rijden over een weg die niet meer daalt. Helemaal vlak is het overigens ook weer niet, in die laatste 300 meter van de rit loopt de weg in de finishstraat vals plat omhoog. Heerlijk chaotische finale, ontworpen door iemand die een problematische drinker moet zijn. Na een afdaling mag je op z'n minst een vlakke kilometer neerleggen, dit stuk is echt veel te kort. Een serieuze afdaling ook nog eens, hier kunnen zowel omhoog als omlaag nog best wat verschillen gaan ontstaan. It's not cycling, it's La Vuelta. Finishen doen we op dezelfde plek als de Tour van 2021, alleen rijden we op een totaal andere manier naar de finish toe. De manier van de Tour was beter, ook de vorige keer dat de Vuelta in Andorra la Vella eindigde had de organisatie het beter voor elkaar. Toen was het stuk na de afdaling een kilometer lang, scheelt toch weer.



Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator dinsdag 25 augustus 2026 @ 05:51:58 #2
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221648713
Finishen doen we in Andorra la Vella, de plek waar de rit ook begon. We gingen van start bij het niet al te bijzondere Parc Central, daar eindigen we nu ook voor de poort. Het is een stad die ik niet mag, omdat we hier te vaak zijn. Vorig jaar ging hier dus nog een rit van start, terwijl we een dag eerder dwars door de stad reden. In 2023 ging er eveneens een rit van start, die rit zou dan weer eindigen in Tarragona waar Kaden Groves de sprint won. Vaste winnaar in de Vuelta, alleen dit jaar gaat dat geen groot succes worden. In 2019 kwamen we hier dus ook al voorbij, onderweg naar Cortals d'Encamp waar Tadej Pogacar voor het eerst enorm zou imponeren. En waar Soler van zich liet spreken door heel wild gesticulerend in beeld te komen omdat hij als koploper de opdracht kreeg te wachten op Quintana. Hij werd daar stevig gejost door de ploegleiding, altijd tegen Marco. In de Vuelta van 2017 eindigde er voor het laatst een rit in de hoofdstad van dit ministaatje, het was Vincenzo Nibali die op kenmerkende wijze het spel naar zich toe wist te trekken. Tijdens de derde rit van die Vuelta reden we van Prades, waar we gisteren nog doorheen zijn gereden, naar Andorra. In de finale van die etappe reden we over de Rabassa, waarna we in volle finale van de andere kant over La Comella reden. Op de klim reden Froome en Chaves weg bij de tegenstand, waarna ze in de afzink het gezelschap kregen van Aru en Bardet. Nibali werd bergop gelost, maar hij probeerde met een groepje terug te keren in de afdaling. Dat lukte alleen niet echt, zelfs bij het ingaan van de slotkilometer was hij nog niet teruggekeerd. Maar bam, ineens was hij daar. Nibali sloot aan met zijn groepje en daarna volgde een doldrieste slotkilometer, vol bochten en demarrages. Het was Nibali die, leep als hij was, het juiste moment wist te kiezen. Sluipenderwijs ging hij in de aanval en niemand reageerde, zodoende kon hij op een geslepen manier de rit winnen. Bij het ingaan van de laatste kilometer zat ie niet eens in de kopgroep, maar hij ging wel mooi met de zege lopen. David de la Cruz werd tweede, voor Froome. De la Cruz is er nog steeds bij, maar je kunt je amper voorstellen dat hij ooit in de buurt kwam van de prijzen. In Andorra la Vella zijn we verder ook nog eens in de Tour van 2016 geweest, de Vuelta van 2015, 2013, 2012, 2010 en dan ook nog de Tour van 2009, het is allemaal wel wat veel geweest de laatste jaren. En dan te bedenken dat Andorra in de Tour pas debuteerde in 1964, een jaar later volgde het debuut in de Vuelta. Voor de Vuelta was dat zelfs de eerste keer dat de koers naar het buitenland ging. Nou, dat ziet er tegenwoordig toch heel anders uit. Het is onderhand een mirakel als ze een keer níet naar het buitenland gaan. In de Tour van 2016 kwam hier geen rit aan, maar we reden onderweg naar Ordino-Arcalis wel door Andorra la Vella. Eigenlijk was dat geen al te beste rit, maar omdat ONZE Tom won zijn we dat vergeten. In de Tour van 2009 volgde eveneens een aankomst bergop bij Ordino-Arcalis, met de verrassende Brice Feillu als winnaar. Een dag later reden we van Andorra la Vella terug naar Frankrijk, in Saint-Girons zou Luis Leon Sanchez winnen. Daarna kun je nog verder naar het verleden gaan, helemaal naar 1964. Toen debuteerde Andorra in de Tour, met Julio Jimenez als eerste ritwinnaar in dit vervelende dwergstaatje. De eerste ritwinnaar in Andorra in de Vuelta was dan weer Esteban Martin, die kent u niet. Vroeger werd er nog gedoseerd, tegenwoordig niet meer. Misschien wel de schuld van Joaquim Rodriguez, Purito heeft de boel hier zo'n beetje op de kaart gezet. Hij ontwierp ook de epische rit in de Vuelta van 2015 in Andorra, dat hebben ze sindsdien nooit meer weten te overtreffen. Een paar jaar terug kon ik nog schrijven dat bepaalde renners hier zijn gaan wonen, ondertussen moet ik schrijven dat het halve peloton hier woont. Zelfs een non-valeur als Willie Smit verblijft in Andorra, dan weet je dat het tijd wordt om andere oorden op te zoeken. Je kunt hier goed trainen, hehe. Je kunt hier vooral lekker weinig belasting betalen, iets mooier meegenomen. Wel een aparte Vuelta op dat vlak, we zijn al in Monaco geweest, nu zijn we in Andorra en binnenkort zoeken we Benicassim en omstreken op, dan heb je zo ongeveer alle plaatsen gehad waar de renners wonen. En dan te bedenken dat we eigenlijk naar de Canarische Eilanden hadden moeten gaan, dan hadden we ook meteen de Teide van dat lijstje kunnen afstrepen. Een thuiswedstrijd voor heel wat jongens, we missen eigenlijk alleen nog een passage in Girona. Aan Andorra la Vella hebben we nu wel genoeg aandacht besteed, iedereen is inmiddels wel bekend met dit stukje aarde. Als je toch nog meer wil weten Andorra la Vella zoek je het maar lekker zelf op. Wel nog even een shout-out naar Adria Regada, de renner uit de opleidingsploeg van Caja Rural is afkomstig uit Andorra. Ik sluit niet uit dat hij uiteindelijk prof wordt, dan heb je zowaar een keer een echte Andorrees in het peloton en niet al die expats.



In Andorra la Vella wordt het overdag 22 graden, een heerlijk temperatuurtje in Andorra. Het allerbeste nieuws is dat het groot lijkt te blijven. Gisteren kondigden ze al kans op regen en onweer aan in Font-Romeu, al zag ik dat noodweer dan weer niet aankomen. Toch, er was in ieder geval kans op regen. Die kans is er nu niet, het blijft gewoon droog. Wind is er amper, ik zie ideale omstandigheden om een rondje te fietsen. Dat rondje in Andorra begint pas om 14:40, na een neutralisatie van negen minuten beginnen we om 14:49 echt aan de rit en deze buitengewoon korte rit is natuurlijk vanaf het begin te zien. Een integrale uitzending, maar dan vooral omdat de rit pas begint op het tijdstip dat iedere uitzending normaal van start gaat. Het is een bergrit, dus je kunt naar Sporza kijken. Eurosport is er uiteraard ook bij, geen verrassingen. Sporza geniet nu wel de voorkeur, bij Eurosport loop je altijd het risico dat je ineens naar een interview van Jip van den Bos moet luisteren. Dan nog liever Erola Jons, we maken geen grappen. De aankomst volgt tussen 17:30 en 17:38, ondanks de te verwachten dominantie van Pogacar is dit alsnog zo'n rit die je het liefste wel van begin tot eind wil zien. Laten we hopen op wat spektakel op de eerste klim, dan kan het daarna nog wel eens een heel leuk dagje worden. Zo niet, dan wordt het een voorspelbare dag.



De intenties van UAE waren gisteren heel duidelijk, ze waren de vlucht aan het controleren om uiteindelijk Pogacar te laten winnen. Dat feest ging wegens een hagelbui niet door, maar daarin zie ik voldoende aanleiding om te denken dat ze vandaag met hetzelfde plan komen. Deze explosieve rit is wel iets moeilijker te controleren, maar UAE lukt altijd alles, dus dit vast ook. Wonderklimmer Kevin Vermaerke en dat soort dingen, fantastisch. Gisteren slaagde het plannetje dankzij externe omstandigheden niet, dat zetten ze vandaag dan maar rechts. Solo vanaf de Beixalis, een voorsprong van vijf minuten aan de finish, de Vuelta is nu al klaar. Dat moeten we dan groots vinden. Blijft overigens een lachwekkend korte rit, maar met de deelname van Pogacar zou de uitkomst ook hetzelfde zijn geweest als de rit een stuk langer was. Onze lijdensweg duurt hierdoor minder lang, zo moeten we deze juniorenafstand dan maar positief zien te spinnen. Pogacar keert ook nog eens terug naar de plek waar hij zijn eerste zege in een grote ronde boekte, dat zal genoeg motivatie geven om de rest van het deelnemersveld weer eens af te schminken. Je hoopt tijdens zo'n rit dat andere ploegen UAE in het begin onder druk proberen te zetten, maar iedereen is zo onder de indruk van Pogacar dat ze zich gewillig naar de slacht zullen laten leiden. Er hoort een grote groep weg te rijden op de eerste klim en die groep hoort onmogelijk gecontroleerd te kunnen worden, maar we weten inmiddels dat het wielrennen niet meer zo werkt. UAE heeft dat allemaal onder controle, uiteraard, vanzelfsprekend, logisch. U hoeft niet te kijken. De organisatie zou ik dan weer adviseren om een camera bij de sprinters te plaatsen, dit kan wel eens een vervelend dagje worden voor dat soort gasten. Klimmen vanuit het vertrek, daar worden ze niet blij van. Korte rit, dus dan zit je ook al snel met de tijdslimiet te worstelen. Leuker om te volgen dan de strijd om de ritzege, dat weet ik zeker.
1. Pogacar. Wat gisteren niet lukte zal vandaag wel lukken. De wurgslang gaat de koers nu al in de plooi leggen. Guillén was heel blij met de deelname van Pogacar, dat zou voor extra kijkers zorgen, ik vraag me af of hij daarna deze rit nog zo over zal denken.
2. Carapaz. Op gepaste afstand, uiteraard.
3. Onley. Op nog meer gepaste afstand, uiteraard.
4. Kuss. Net als in de Tour van 2021 gaat hij zichzelf in zijn Andorra willen tonen. Ik denk dat Pogacar hem nu alleen dwars gaat bomen, waardoor Kuss ondanks verwoede pogingen niet gaat winnen. Hij rijdt wel in beeld en hij eindigt vooraan, want als Kuss een beetje gemotiveerd is kan hij nog steeds wereldtop zijn.
5. Gall. Joop gaat wel wat tijd verliezen in de afzink, ben ik bang. Met zijn wonderbaarlijke klimmersbenen doet hij er goed aan om bergop aan te vallen en met een voorsprong aan die afdaling te beginnen, anders wordt dat heel pijnlijk. In dit geval is er absoluut geen tijd om na de afdaling nog iets goed te maken, het is meteen finishen na de laatste bochten van de afdaling. In het nadeel van de Oostenrijker met de afgrijselijke stijl, alleen al daarom hoort hij af en toe een draai om zijn oren te krijgen.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221648954
Fijne Tadej-dag allen
  dinsdag 25 augustus 2026 @ 08:23:59 #4
414990 Immerdebestebob
Frikandellenfetisjist
pi_221649014
quote:
0s.gif Op dinsdag 25 augustus 2026 08:09 schreef Flecha het volgende:
Fijne Tadej-dag allen
Vine Jay dag.
pi_221649231
Emil gaat voor de vluchters. Ik weet het niet, dit lijkt me te explosief voor veel vluchters. Maar misschien dat er 2 of 3 voor kunnen blijven.
[i]Put me on a pedestal and I'll only disappoint you
Tell me I'm exceptional and I promise to exploit you
Give me all your money and I'll make some origami honey
I think you're a joke but I don't find you very funny[/i]
pi_221649279
quote:
0s.gif Op dinsdag 25 augustus 2026 09:27 schreef Mexicanobakker het volgende:
Emil gaat voor de vluchters. Ik weet het niet, dit lijkt me te explosief voor veel vluchters. Maar misschien dat er 2 of 3 voor kunnen blijven.
Het lijkt mij totaal kansloos voor de vluchters. Met dat profiel en het oplopende begin moeten het al heel erg goede renners zijn die daar in een kopgroep kunnen komen. En op dag 4 van de Vuelta gaan ze echt geen hele sterke renners minuten weg laten rijden. Dan moeten het al mindere klimmers zijn die hun slag proberen te slaan, maar die gaan nooit wegkomen. En inderdaad, een ultrakorte rit. En dan zal UAE na gisteren toch ook wel azen op een ritoverwinning. Dus kan me niet voorstellen dat de vlucht enige kans heeft.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
pi_221649294
quote:
0s.gif Op dinsdag 25 augustus 2026 09:40 schreef TAmaru het volgende:

[..]
Het lijkt mij totaal kansloos voor de vluchters. Met dat profiel en het oplopende begin moeten het al heel erg goede renners zijn die daar in een kopgroep kunnen komen. En op dag 4 van de Vuelta gaan ze echt geen hele sterke renners minuten weg laten rijden. Dan moeten het al mindere klimmers zijn die hun slag proberen te slaan, maar die gaan nooit wegkomen. En inderdaad, een ultrakorte rit. En dan zal UAE na gisteren toch ook wel azen op een ritoverwinning. Dus kan me niet voorstellen dat de vlucht enige kans heeft.
UAE moet wel in haar eentje controleren. En het einde is niet zo zwaar.
[i]Put me on a pedestal and I'll only disappoint you
Tell me I'm exceptional and I promise to exploit you
Give me all your money and I'll make some origami honey
I think you're a joke but I don't find you very funny[/i]
pi_221649318
quote:
0s.gif Op dinsdag 25 augustus 2026 09:46 schreef Mexicanobakker het volgende:

[..]
UAE moet wel in haar eentje controleren. En het einde is niet zo zwaar.
Je weet natuurlijk niet of Red Bull, Decathlon of EF ook zo gek zijn om mee te controleren ... maar UAE is toch vrij sterk. Pogacar is ook niet bang om met een kleine groep meer dan de helft van de etappe te doen. Het is maar 100km, dat rijdt hij op het WK normaal gesproken solo ...

Maar misschien dat mannen als Landa en Kuss wel wegkomen. Alleen geen minuten denk ik.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
pi_221649620
Andorra, nog nooit geweest, maar krijg er ook niet per ze zin van als ik de beschrijving lees
Jack does it in real time...
  Moderator dinsdag 25 augustus 2026 @ 13:11:11 #10
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221650299
quote:
Vergeet Monaco, Andorra is dé place to be voor renners. De Vuelta heeft vandaag start en aankomst in de dwergstaat waar meer dan honderd renners wonen. Waarom is het zo populair? “Om een voorbeeld te geven: als je gaat winkelen in Andorra, zie je bijna niemand met overgewicht.”

“Meer dan honderd. Zéker. Alleen al van onze ploeg – enkel de mannenploeg – wonen er achttien renners.” Cian Uijtdebroeks laat er geen twijfel over bestaan: niet Monaco, maar Andorra is met voorsprong de populairste woonplaats voor profrenners. Sepp Kuss, ook een inwoner van Andorra: “Je komt op training heel de tijd andere renners tegen. Ik weet niet hoeveel er exact wonen, maar het zijn er véél.”

Waarom trekken zo veel renners naar de dwergstaat in de Pyreneeën, tussen Frankrijk en Spanje?

Om te beginnen zijn er de trainingsomstandigheden die er ideaal zijn. “Zeker voor klimmers, want je kan er elke dag in het hooggebergte trainen”, zegt Uijtdebroeks, die er samen met zijn vriendin, wereldkampioene Magdeleine Vallières, woont. “Je kan er heel zwaar bergop rijden, maar je bent ook makkelijk in Spanje en dan kan je daar schone tourkes doen”, zegt Sander De Pestel, wiens vriendin er een appartement heeft. “En ook belangrijk: het is een heel veilig land om te fietsen. Een voorbeeld: elke klim in Andorra heeft bergop een fietspad. Daardoor moeten auto’s nooit rond jou rijden, wat veel veiliger is. Bergaf is er geen fietspad, maar dan rijd je als fietser toch zo snel dat ze je niet moeten inhalen.”

Het voorbeeld van de fietspaden is tekenend voor Andorra: het land is enorm gericht op sporters. De Pestel: “De mensen die er wonen zijn bijna allemaal sportieve mensen. Als je gaat winkelen in Andorra, zie je bijna niemand met overgewicht. De mensen leven allemaal gezond. Dat is ook een groot verschil met Monaco, waar mensen puur voor hun vermogen naartoe gaat. In Andorra zit het vol met wielrenners, maar ook triatleten en lopers. Ze zijn nu ook op 2.400 meter hoogte een nieuw sportcomplex aan het bouwen zoals op de Sierra Nevada. Er komt ook een atletiekpiste. Daardoor gaat Andorra nog aan populariteit winnen.”

Over hoogte gesproken: dat is nog één van de redenen waarom Andorra zo populair is voor sporters. Andorra la Vella, de hoofdstad, ligt op 1.000 meter hoogte. “Maar er zijn hogerop appartementen die je kan huren. Er zijn renners die in Andorra wonen, en als ze een hoogtestage willen doen iets hoger een appartementje huren”, zegt Kuss.

“Ik heb een appartement in La Vella, in het centrum, maar mijn vriendin heeft iets op 2.000 meter”, vertelt Uijtdebroeks. “Dus wij wisselen tussen die twee plaatsen af, afhankelijk of we op hoogte willen slapen of niet. Ik kan zo ‘thuis’ heel vaak op 2.000 meter hoogte slapen, wat super handig is. Ik weet dat bijvoorbeeld Tom Pidcock op 1.750 meter hoogte woont, maar hij heeft heel zijn eerste verdieping laten ombouwen tot een hoogtekamer, die hij tot 4.000 meter kan zetten. In Andorra kan je dus echt ‘spelen’ met de hoogte.”

Al is er natuurlijk nog een aspect dat de aantrekkingskracht van Andorra nog zo veel groter maakt. “Het is een belastingsparadijs, hé”, lacht Uijtdebroeks.

“In Andorra geldt er een maximaal tarief van tien procent personenbelasting”, legt Benjamin Declercq, ex-renner en fiscaal adviseur bij Deloitte uit. “In België bijvoorbeeld bestaan er hoge progressieve tarieven, waarbij je een hoger percentage aan belastingen moet betalen naarmate je meer verdient. We spreken dan over belastingstarieven van 25 tot 50%. Dus ja, dan is Andorra met z’n tien procent een pak voordeliger. Het is niet zo voordelig als Monaco – waar het tarief nul is – maar daar is het leven ook veel duurder dan in Andorra.”

“Nu, er zijn wel een aantal voorwaarden om fiscaal rijksinwoner van Andorra te worden, zoals dat je minstens 183 dagen per jaar in Andorra moet verblijven. Andorra doet ook helemaal niet moeilijk voor renners: er bestaat een apart statuut voor – het zogenaamde passive residence permit. Als je kan aantonen: ‘ik ben een sporter, ik geniet internationale erkenning, ik heb een bepaald inkomen dat ik verdien – dat moet een aantal keren het minimumloon zijn van Andorra – en de wedstrijden die ik rijd zijn voor 85% buiten Andorra, dan kan je je daarop beroepen.”

Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan wonen in Andorra. “De verbinding met de luchthaven, bijvoorbeeld”, haalt Uijtdebroeks aan. “Dat is drie uur rijden, soms zelfs drie uur dertig minuten.” En het weer? In de winter is het in de bergen toch vaak koud? “Valt wel mee, hoor”, zegt Kuss. “In de winter is het wat kouder, maar je kan er echt wel het hele jaar door trainen.”

Uijtdebroeks: “In La Vella hadden we nooit sneeuw, maar dit jaar voor het eerst wel. Maar Andorra is in de winter nog steeds iets warmer dan in België, hoor. Het ding is ook: ’s ochtends is het heel koud en ’s avonds ook, maar overdag is het dan wel warm. Ideaal voor renners dus.”
Het is hier fantastisch.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221650538
quote:
0s.gif Op dinsdag 25 augustus 2026 13:11 schreef Rellende_Rotscholier het volgende:

[..]
Het is hier fantastisch.
Gesink had een interview met Bahamontes pas, waarin hij vertelde dat van de 100k inwoners er maar 10k een paspoort en stemrecht hebben... En blijkbaar verdienen die vooral hun geld met het verkopen van goedkope sigaretten en benzine aan Fransen dus ook een voortdurende invasie van auto's en benzinestations :')
Demain, on roule
pi_221651744
quote:
'Gisteren was echt afzien de eerste twee uren. Wandelen is moeilijk, maar ik moet gelukkig niet wandelen. We zullen wel zien wat het geeft, vandaag is de eerste echte grote test. Er zit een scheurtje in de enkel, dat hebben we nu kunnen bevestigen. Op dit moment zeggen dokters dat ik verder kan. Het kan normaal niet echt erger worden. Als er iets gebeurt zal ik vooral meer afzien.'
Maar gewoon lekker verder fietsen. Wat kan er nou mis gaan?
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_221651787
quote:
0s.gif Op dinsdag 25 augustus 2026 14:34 schreef franklop het volgende:

[..]
Maar gewoon lekker verder fietsen. Wat kan er nou mis gaan?
We hebben het hier over iemand die met 40 graden koorts ook gewoon bleef doorfietsen.
pi_221651903
quote:
Koploper Wenzel 'boos'
Toch nog even over gisteren: toen de etappe mede door toedoen van Pogacar werd stilgelegd vanwege noodweer, reden Mats Wenzel en Lorenzo Fortunato op kop met zo'n 45 seconden voorsprong. Ze moesten stoppen. Weg kansen op een ritzege. Weg heroïek.

Jammer voor Wenzel die voor Equipo Kern Pharma fietst, een van de kleinere ploegen deze Vuelta.

De Duitser had stiekem gehoopt op een stunt en plaatste op de app Strava na afloop - met gevoel voor sarcasme - een afbeelding van het moment waarop voetballer Didier Drogba in 2009 na een knockoutwedstrijd in de Champions League van Chelsea tegen Barcelona vol scheidsrechterlijke dwalingen in de camera riep: "It's a disgrace."

Wenzel vond het met een knipoog ook een "disgrace" dat de jury de etappe gisteren afblies. Ook hij zal beamen dat het geen doen was om door te fietsen in de hagel.
de Duitser Wenzel. Die ken ik niet.

edit: ondertussen al door de NOS aangepast.
Net efkes anges
  dinsdag 25 augustus 2026 @ 15:08:35 #15
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221651946
McKenzie en Sütterlin gaan een zware dag tegemoet.
  Moderator dinsdag 25 augustus 2026 @ 15:09:14 #16
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221651949
Ach, Cian.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator dinsdag 25 augustus 2026 @ 15:12:37 #17
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221651960
Hey, de Tibetaanse brug. Dat verwacht je toch ook niet.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221651983
5 Visma's in de kopgroep, lees ik dat goed?
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
  dinsdag 25 augustus 2026 @ 15:20:00 #19
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221651986
quote:
10s.gif Op dinsdag 25 augustus 2026 15:19 schreef franklop het volgende:
5 Visma's in de kopgroep, lees ik dat goed?
Volgens mij 4.

Ze nemen dat rittenkapen wel serieus in ieder geval _O-
pi_221652114
Heerlijk, Decathlon neemt het over _O-
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
pi_221652121
quote:
0s.gif Op dinsdag 25 augustus 2026 15:20 schreef DecoAoreste het volgende:

[..]
Volgens mij 4.

Ze nemen dat rittenkapen wel serieus in ieder geval _O-
Ah eerst waren het er 5. Al was dat bij STEEF, dus misschien bewust desinformatie
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
  Moderator dinsdag 25 augustus 2026 @ 15:31:03 #22
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221652167
Jeetje, Decathlon op kop. Joop met ambitie.

Novak Domen is al gelost.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator dinsdag 25 augustus 2026 @ 15:31:38 #23
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221652176
Wout haakt af.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221652192
Op Sporza dromen ze dat Wout in deze bergrit de leiderstrui gaat overnemen _O-
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  Moderator dinsdag 25 augustus 2026 @ 15:32:52 #25
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221652200
Almeida is ook al gelost, goed jaar.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')