Etapa 3: Gruissan - Font Romeu, 174 kmDe tweede rit van de Vuelta werd geen geweldige rit, maar dat viel ook niet te verwachten. Eigenlijk was het al een soort van meevaller dat Ethan Hayter in de aanval besloot te gaan, hij reed zichzelf een klein kopgroepje in en daardoor ontstond de mogelijkheid dat hij de rode trui zou veroveren. De tijdrit verloor hij met een buitengewoon minimaal verschil ten opzichte van Pogacar, maar als hij onderweg wat bonificaties zou kunnen sprokkelen lag de leiderstrui ineens voor het grijpen. Een leuk plan, niks mis mee. Beter dan het plan van Uijtdebroeks, de Belg eindigde maar weer eens op de grond. Lang leek het plan van Hayter niet te slagen, Visma hield de boel best kort. Op een gegeven moment werden de koplopers zelfs al bijna ingerekend, maar toen kregen ze opnieuw weer een voorsprong cadeau. Hayter had het gezelschap van een renner van Kern Pharma en eentje van Burgos, die mannen doen meteen wat ze moeten doen. Al was het alsnog niet naar de zin van Hayter, hij besloot in aanloop naar de tussensprint solo verder te gaan. Koentje Bouwman liet hij ook achter, al veroverde Koentje wel mooi de bergtrui. Met een voorsprong van een halve minuut moest het mogelijk zijn voor het peloton om dat gat te dichten, toch lukte dat niet. Hayter haalde de tussensprint, waar Van Aert even later tweede werd. Belangrijk met het oog op de punten, maar omdat bij de tussensprint ook meteen de bonussprint lag ging het hier vooral om het rood. Een kleine misstap van Visma, al zullen ze na deze rit alsnog niet ontevreden zijn. Op het glooiende parcours dat ons naar Manosque zou brengen zagen we op het avontuur van Hayter na verder weinig gebeuren. Ja, Sergio Chumil lag ineens op de grond. De kampioen van Guatemala viel hard, hij werd de eerste uitvaller van deze ronde. Altijd tegen Burgos. Voorbij de tussensprint liet Hayter zich inlopen, waarna we naar het lavendelplateau van Valensole reden, waar geen lavendel te zien was. De renners reden daar enorm rustig rond, het duurde heel lang voor de finale begon. Pas in de laatste acht kilometer kwam het peloton op gang, dat werden dan ineens weer nerveuze kilometers. De treintjes werden op gang gebracht, al werd het dankzij tal van wegversmallingen onmogelijk om een echte trein te formeren. Het werd vooral chaotisch, en van die chaos maakte Visma mooi gebruik. Op een kilometer of twee van de aankomst volgde er een haakse bocht naar rechts en na die bocht liep de weg een aantal meter stevig omhoog. Dat punt had Van Aert op voorhand al uitgekozen om aan te vallen. Hij werd goed afgeleverd en dus kon hij zijn plan uitvoeren. Pogacar zat wat verder in die bocht, hij moest een flink gat dichten. Niemand anders kwam in de buurt van Van Aert, hoewel, er stak nog een mannetje van Astana over. Met z'n drieën hadden ze naar de finish kunnen rijden, maar Pogacar besloot niet over te nemen. Dat vind ik dan wel weer grappig, Van Aert is na Montmartre vorig jaar en Parijs-Roubaix dit jaar blijkbaar toch in het hoofd van Pogacar gaan zitten, de Sloveen heeft geen enkele zin om naar de finish te rijden met Van Aert. Mag Wout trots op zijn, me dunkt. Wout vond het verder ook geen probleem, hij wist dat hij Brennan nog achter de hand had. Ze werden ingelopen en daarna gingen we alsnog sprinten. En in die sprint reed Brennan iedereen uit zijn wiel. Zijn eerste sprint in een grote ronde, meteen raak. Dit jaar is iets lastiger geweest voor de jonge Brit, maar dit was weer een sprint die aan zijn hoogvorm van vorig jaar doet denken. Niets aan te doen, helemaal niets. Zelfs Mads Pedersen, nochtans twee keer gewonnen op deze aankomst, kwam niet in de buurt. Pogacar had het ook niet meer, toch gesloopt door de aanval van Van Aert. Ver achter Brennan werd Pau Miquel tweede, door de commentatoren Omrzl genoemd, dat was ook nog wel grappig. Finn Fisher-Black trok overigens mooi de sprint aan, geen idee voor wie alleen. Dankzij de chaotische finale en de hellende aankomst ontstonden er wel wat tijdsverschillen, bij een van de vele wegversmallingen ontstond er een oponthoud en daardoor verliest iemand als Gall meteen 18 seconden. Hayter zat ook achter zo'n breuk, zijn plannetje ging dus uiteindelijk niet door. Zoveel moeite gedaan, en dan gaat het aan het eind mis, maar toch, we waarderen de poging. Een typische Vuelta-aankomst, toch nog lastiger dan je denkt en vooral erg chaotisch. Uiteindelijk speelde Visma het perfect, Van Aert reed het peloton uit elkaar en bracht Brennan op die manier in een zetel naar de zege. Als Pogacar mee had gereden had hij zelf kunnen winnen, zo moet je je kaarten dus spelen. Geen onderling gedoe voorlopig, als ze het de hele Vuelta op deze manier weten te spelen gaan ze nog veel meer ritten winnen.
Deze Vuelta zou volgens sommige bronnen misschien wel de zwaarste ooit zijn. Je leest dan over iets van 58.000 hoogtemeters, heel indrukwekkend natuurlijk. Maarja, die hoogtemeters verzamel je wel met een rit als die van gisteren, daar lagen er 3000 en eindig je met een sprint waarin Brennan wint. Vandaag komen er ook weer 2600 bij, terwijl dit een onvervalste unipuerto is. Een schandvlek van een rit, ik kan nu al vertellen dat dit gaat eindigen in een sprint bergop. Het profiel ziet er misschien uit alsof dit een zware aankomst is, maar dit wordt een enorm eenvoudige aankomst. We gaan met een mannetje of 30 naar de finish, en dan wint aan het eind natuurlijk die gozer weer die gisteren zowaar een keer niet won, met dank aan WOUT. Ik haat iedere Unipuerto met een passie, maar ik haat vooral de Unipuerto die eindigt met een klim zonder steile percentages. Nou, zo'n rit krijgen we nu, dit wordt het tegenovergestelde van genieten. Gaat de Vuelta het ooit leren? Ik ben bang van niet. Een theorie die ik recent las is dat men dit soort ritten bewust ontwerpt om de spanning op die manier in de koers te houden. Een finishplaats legt een som geld op tafel, maar wil dan wel waar voor z'n geld. Als je een unipuerto neerlegt weet je zeker dat er op voorhand niet aangevallen wordt en dat alle strijd plaatsvindt op de slotklim. Leuke theorie, maar het eindresultaat blijft kut natuurlijk. U hoeft niet thuis te blijven, het kijken van de laatste kilometers van de volgende rit volstaat.
![7thbIHd.jpeg]()
![FNUSDcuSzTKzuVFDmSzD4d-1200-80.jpg]()
De derde rit van de Vuelta is een rit die integraal op Franse bodem zal worden verreden, dat blijft toch een beetje een gek gegeven. De tentakels van ASO reiken ver, dat is in ieder geval een feit. De laatste jaren zijn we in de Vuelta steeds vaker in Frankrijk te vinden, merkwaardig genoeg lukt het de organisatie daarbij om maar een beperkt deel van het land te bezoeken. Frankrijk is vrij groot, maar we zitten nu toch weer in dezelfde hoek als in de Vuelta van 2017, toen de ronde van start ging in Nîmes. Na de ploegentijdrit op de eerste dag in die stad vol Romeinse overblijfselen trokken we op de tweede dag van Nîmes naar Gruissan en in dezelfde stad gaat nu de derde rit van de Vuelta van start. Een nietig dorpje in het departement Aude, er wonen amper 5000 mensen maar ze zien nu wel al voor de tweede keer de Vuelta passeren. Opmerkelijk genoeg is de Vuelta hier vaker geweest dan de Tour, leuk feitje voor de statistiekenfappers. Toen we in 2017 in de Vuelta naar Gruissan trokken was de Tour er zelfs nog nooit geweest, in 2024 werd dat rechtgezet. Nu komt de Vuelta weer op voorsprong, ze mogen in de Aude aan de bak om de Tour nog een keer naar Gruissan te lokken. In de Vuelta van 2017 zagen we Yves Lampaert na een late uitval de rit winnen, hij bleef de sprinters net voor. De sprint vlak achter hem werd dan weer gewonnen door Matteo Trentin, net als Lampaert een renner van Quick Step op dat moment. Ze hadden de zaken goed voor elkaar, later die Vuelta zou Trentin nog vier ritten winnen. In 2024 kwam de Tour dus voorbij in Gruissan, toen ging er net als nu een rit van start. Die rit zou eindigen in Nîmes, het was een beetje een omkering van de rit uit de Vuelta van 2017. Weer was er een Belg aan het feest, in Nîmes won Jasper Philipsen de sprint. Hij had toen mazzel dat Bini in de finale onderuit werd gebeukt door Marijn van den Berg, de strijd om de groene trui werd daardoor weer even spannend, al trok Bini uiteindelijk gelukkig aan het langste eind. Over Marijn van den Berg gesproken, hij won in Gruissan dan weer een rit in de Route d'Occitanie. Dat was in 2023, de afgelopen jaren zijn we aan de lopende band in Gruissan te vinden. Terwijl ik in 2017 nog schreef dat het een plaatsje zonder grote wielergeschiedenis was, dat hebben ze blijkbaar persoonlijk opgevat. In 2017 was alleen de Ronde van de Middellandse Zee er een paar keer gepasseerd, in 2013 bijvoorbeeld. De eerste rit van die ronde zou hier eindigen en gewonnen worden door Andre Greipel, toch een aardige naam voor op de erelijst. In 2008 won Sylvain Chavanel dan weer in Gruissan in die verdwenen Ronde van de Middellandse Zee, ook geen verkeerde naam. De Tour schijnt wel vaker te zijn gepasseerd in Gruissan, maar nog nooit als aankomstplaats en in 2024 dus pas voor het eerst als vertrekplaats. Een andere Tour de France komt hier wel vaak langs, de Tour de France à la Viole, een belangrijke Franse zeilwedstrijd. Gruissan is vooral een toeristisch oord, in de zomermaanden schijnen er meer dan 80.000 mensen hier rond te banjeren, vooral op het strand iets verderop. Gruissan-Plage beschikt over mooie zandstranden, maar het meest opvallende zijn toch wel de meer dan 1000 chalets op palen. Dat geeft je toch het gevoel alsof je ergens in Bangladesh bent beland, maar dan zonder de wateroverlast. Verder is de vorm van Gruissan wel opvallend, het zou een halve maan moeten voorstellen. Het opvallendste gebouw van het dorp is zonder twijfel de Tour Barbarossa. Een oude toren, tegenwoordig niet veel meer dan een ruïne, vernoemd naar de beruchte Turkse piraat Barbarossa. Die kwajongen zou volgens de legende een deel van zijn leven hebben doorgebracht in Gruissan. Lijkt me een broodje aap, want Barbarossa is volgens de overlevering in een aantal plaatsen geweest die toch een stuk interessanter zijn dan het nietige Gruissan. Het is pas iets van de laatste jaren dat Gruissan weer toeristisch begint te worden. Ze hebben wat casino's en pretparken in het dorp gepleurd, paar chaletjes erbij, resortje her en der en voila, het loopt weer als een tierelier. Daarom hebben ze dus ook wat geld om de koers meermaals binnen te hengelen. In deze badplaats met een jachthaven komen we in de omgeving blijkbaar wat grotten tegen, in de Grotte de la Crouzade zijn sporen van prehistorische bewoning gevonden. In de Romeinse tijd lagen hier verschillende eilanden voor de monding van de Aude bij Narbonne. Op het Île Saint-Martin zijn resten van een groot publiek gebouw, twee citernen voor zoet water en een vuurtoren gevonden. Gruissan gaat terug tot de 11e eeuw en is van oorsprong een vissersplaats op een rotseiland. Van het 13e-eeuwse kasteel van Gruissan, gebouwd als kustverdediging, is dus alleen nog de toren van Barbarossa over. Het oude dorp werd in een cirkel rond dit kasteel gebouwd en werd omgeven met een stadsmuur. In de middeleeuwen lag Gruissan op een eiland. Door verzanding werd Gruissan verbonden met La Clape, ook een voormalig eiland aan de monding van de Aude. Onder koning Lodewijk XIII is het kasteel grotendeels ontmanteld, schande. De stadsmuur met daarin twee poorten is in de loop van de 19e eeuw afgebroken bij de uitbreiding van de gemeente, belachelijk. Op de lagunes die ontstonden achter de kustlijn werd zout gewonnen, nu schijnen er oesters gekweekt te worden en met dat gegeven in onze broekzak gaan we dan maar aan de rit beginnen.
![tour-barberousse-gruissan-1024x576.jpg]()
![Gruissan_2.webp]()
De renners hebben een belachelijk lange verplaatsing achter de rug, van Manosque richting Gruissan hebben ze meer dan 300 kilometer moet overbruggen. Lekker een paar uur in de bus na een rit van 200 kilometer, dat zijn de zaken waar we dan weer geen rekening mee houden. Ik neem aan dat de renners hebben overnacht in Narbonne, waarna ze 's ochtends naar de start zijn gereden in Gruissan om nu vervolgens in de eerste kilometers van de rit terug te rijden naar Narbonne, ja! Het is weer een rit die niet integraal wordt uitgezonden, dus van de eerste pakweg 80 kilometer van deze etappe krijgen we niets mee. In dit geval missen we weinig, dit is in feite de eerste unipuerto van deze editie. Het is praktisch de hele dag vlak, en dan krijgen we aan het eind van de dag met twee beklimmingen te maken die allebei bepaald niet moeilijk zijn. Een waanzinnig flopparcours, een rit die ernstig doet denken aan de tweede rit van de Vuelta van vorig jaar. Dat was echt een tragische etappe, maar bij Unipublic keken ze daar blijkbaar alsnog met plezier naar. Aan het eind van de dag won Vingegaard, en dus was alles goed, zo simpel werkt dat blijkbaar. Met zo'n makkelijke aankomst blijft het in ieder geval nog een beetje 'spannend' is het idee, een idee dat zo snel mogelijk moet verdwijnen. De Unipuerto met aan het eind een loper dient ritueel verbrand te worden, daar werd vorig jaar weer bewijs voor geleverd, maar voila, daar zijn we weer, in de Vuelta van dit jaar doen we het weer eens dunnetjes over. Lekker met een groep van een man of 25 naar de finish rijden voor een sprintje bergop, geweldig. Al doet Pogacar mee, dus die rijdt er hier natuurlijk alsnog een minuut van weg. In ieder geval, de rit begint dus in Gruissan en daar rijden we tijdens de neutralisatie een rondje om de Tour Barberousse. De halve maan wordt verkend, waarna we even later het meer van Gruissan achter ons laten om op een brede weg officieel van start te gaan. We rijden weg van de kust en zetten in de eerste kilometers van de rit koers richting Narbonne. Een volledig vlakke aanloop, wat er vermoedelijk voor zal zorgen dat er weinig aanvalslust te bespeuren zal zijn in het peloton. In principe is het een kans voor nogal wat renners om zichzelf in de vlucht te rijden en zo een gooi te doen naar de rode trui, maar deze rit is dusdanig makkelijk te controleren dat ik eigenlijk wel verwacht dat er dus ook daadwerkelijk controle zal zijn. We beginnen echt op een extreem eenvoudige manier, in de eerste negen kilometer van de etappe rijden de renners bijna continu rechtdoor over een brede weg door een omgeving die tamelijk groen is. Af en toe een rotonde, dat is voorlopig het enige. Veel bossen hier, toch dicht in de buurt van de kust. Na een paar van die rotondes rijden we een tijdje door een gebied met wat meer wijnbouw, over de Route des Vins la Clape rijden we Narbonne tegemoet. In de laatste paar kilometer voor de doortocht in Narbonne komen de renners iets meer bochten tegen, maar uitdagend wordt het nog niet. Steeds meer wijngaarden om de renners heen, en ook wat typisch Occitaanse wegen omgeven door platanen. Als we na een kilometer of 13 uitkomen in Narbonne nemen de renners een brede rondweg om de stad heen, ze rijden een kilometerslange ronde om Narbonne heen en tijdens deze ronde komen ze toch al snel een stuk of tien rotondes tegen. Verder weinig bezwaar, het is behoorlijk breed en vlak, eitje. Narbonne is een vrij grote stad, er wonen hier bijna 60.000 mensen. Toch een stad waar de Tour relatief weinig te vinden is, voor een laatste aankomst in de stad moeten we terug naar 2008. Toen won Mark Cavendish een sprint in de stad. Sindsdien zijn we eigenlijk niet meer in Narbonne geweest, en dan komt nu ineens de Vuelta op bezoek, het blijft een merkwaardige sport. Het hedendaagse Narbonne was de eerste Romeinse nederzetting in het huidige Frankrijk ten westen van de Rhône. De stad werd gesticht in 118 v.Chr. De stad was strategisch gelegen aan de Via Domitia en de Via Aquitania. De Via Domitia, de eerste heirbaan in Gallië, liep van Italië naar Spanje en de Via Aquitania liep van Narbonne via Toulouse naar Bordeaux aan de Atlantische Oceaan. Narbonne was een van de belangrijkste havens van de westelijke Middellandse zee. De haven lag aan een beschutte lagune bij de monding van de Aude en zo kun je best wat dingetjes opdissen over Narbonne. Ze hebben hier ook hun eigen museum over het Romeinse verleden van de stad, Narbo Via. In de middeleeuwen was het dan weer een ommuurde stad, daar zijn nog wel wat restanten van te vinden. In het centrum kom je nog een paar monumenten tegen, zoals een aartsbisschoppelijk paleis, het neogotische stadhuis en een kathedraaltje. Maar oké, ook daar gaan we dus weer niets van zien.
![Narbonne_panorama.jpg]()
![2-5-%C2%A9claudecruells-2.jpg]()
In de Vuelta van 2017 reden we in de finale van de rit met aankomst in Gruissan door Narbonne heen, nu rijden we eigenlijk met een boog om de stad heen. Na talloze rotondes laten we de ringweg rond Narbonne achter ons, om koers te zetten richting het zuiden. Voorbij Narbonne komen we terecht op de Route de Perpignan en we gaan ook richting die stad rijden, al zullen we vlak voor het bereiken van Perpignan de afslag richting het binnenland nemen. Voorlopig zal het vooral rechtdoor gaan over een enorm brede en zo goed als vlakke weg, nog steeds vrij dicht in de buurt van de kust. We rijden de komende kilometers langs het étang de Bages-Sigean, een van de typische lagunes van de Franse Middellandse Zeekust. Het koninkrijk van de vogels, rijk aan flamingo's. Niet dat de renners daar veel van zien, dit natuurjuweeltje blijft grotendeels buiten beeld. Ze zien eerder een paar industrieterreinen verschijnen, verder rijden ze vooral door de ietwat ruige natuur heen. Een landschap dat vooral bestaat uit wat struiken, met een paar bomen tussendoor, er zijn mooiere gebieden te vinden. De route blijft verdomd eenvoudig, op een sporadische rotonde en een vluchtheuvel na ligt er geen enkel obstakel op de renners te wachten. Af en toe is er een passage in een dorpje, zoals Bages of Peyrac-sur-Mer, maar ook in dat soort dorpjes komen we weinig bijzondere dingen tegen. Na 39 kilometer rijden de renners Sigean binnen, een plaatsje waar in de Route d'Occitanie een keer een rit van start ging. Die rit eindigde op Les Angles, het skigebied dat we in de recente Tour nog zagen. Het dorp ligt aan het meer van Bages-Sigean. In het meer ligt het 39 hectare grote, onbewoonde Île de l'Aute. De Berre, die ten oosten van de gemeente uitmondt in de Middellandse Zee, stroomt door de gemeente. In het oosten van de gemeente ligt het heuvelmassief van Les Corbières, dat begroeid is met garrigue. Oh, garrigue, zo moet ik de begroeiing hier dus noemen. Garrigue is een biotoop met een vegetatie die vooral bestaat uit grassen en lage planten, ja, dat klopt wel. Het Franse woord 'garrigue' stamt van het Provençaalse woord 'garriga' (1544) en heeft te maken met het Oudfranse woord voor braakliggend terrein, 'jarrie'. De betekenis wordt gezocht in de richting van 'rots' en 'hard'. Alles wordt ineens duidelijk. Sigean telt 900 hectare aan wijngaarden, een fles wijn is geen overbodige luxe tijdens zo'n rit. Het toerisme is belangrijk voor de gemeente. In Port-Mahon aan het meer Étang de Bages-Sigean wordt aan watersport gedaan. Ook is er het safaripark Réserve Africaine, nou, het is dus geweldig hier. Als de renners door het centrum rijden, waar het lichtelijk technisch zal zijn, fietsen ze langs het Musée des Corbières, een oudheidkundig museum. Dit Musée de France is gevestigd in het 18e-eeuwse Maison de Martin, gelegen tussen het stadhuis en de kerk in. Een sfeerbeeld van deze omgeving:
![Sigean_vu_de_l%27ouest.jpg?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=index&utm_content=original]()
Goed, na de passage in Sigean komen we weer op een soort van snelweg terecht die rechtstreeks naar het zuiden voert. We rijden langs wijngaarden en garrigue af terwijl we nog steeds amper iets van belang tegenkomen. Het terrein is soms licht glooiend, voorbij Sigean komen we zowaar twee korte hupjes tegen, maar je mag het hier nog steeds met hetzelfde gemak volledig vlak noemen. We rijden hier over de Route des Vins du Cru Fitou, het is maar dat u het weet. Veel wijnranken, weinig koers. Het terrein is hier behoorlijk open, opmerkelijk genoeg schijnt het vandaag zowaar een keer hard te gaan waaien. Dat is het goede nieuws, met wat waaiergeweld zou deze rit ineens heel leuk kunnen worden. Het slechte nieuws is dan weer dat de wind uit het zuidoosten komt en we rijden naar het zuiden, het is hier dus vooral wind op kop. In de eerste kilometers na de start zit de wind tot in Narbonne wel schuin in de rug, dat zou dan eventueel wel een geestig begin van de etappe op kunnen leven, al is het eerste deel van de rit wat meer beschut. Voorbij Narbonne komt de wind op kop te staan en dan zal alles sowieso weer tot rust komen, mocht er enig spektakel te noteren zijn geweest. We rijden dus verder naar het zuiden en ik heb niets te melden. Na een tijd komen we uit in Fitou, een plaatsje dat aan het Étang de Leucate ligt, de renners komen de volgende lagune van de dag tegen. Ook hier zien ze overigens weer niet veel van, net als wij. Voorbij Fitou komen de renners langs het spoor te rijden, als ze een tijdje het spoor hebben gevolgd verlaten ze het departement van de Aude en rijden ze de Pyrénées-Orientales binnen, voor de boekhouding. In dit nieuwe departement komt de lagune zowaar wel even in beeld, lang duurt dat niet. Het gaat verder nog steeds vooral rechtdoor over een brede en vlakke weg, een weg die op wat rotondes na van weinig hindernissen is voorzien. In de verte zien we wat heuveltjes opdoemen, maar zelf rijden ze nog steeds op een vlakke manier verder. Heel sporadisch verschijnt er een bocht, in de buurt van Salses-le-Château bijvoorbeeld. Voorbij dit plaatsje rijden we dan weer rechtdoor verder naar Perpignan, voorbij Salses-le-Château komen we in een gebied met wat meer akkerbouw terecht, het terrein is hier volledig open. De weg wordt zo nu en dan onderbroken door een rotonde, soms verschijnt er ook een middenberm, maar nee, gewoon rechtdoor peddelen met flink wat tegenwind. Vlak voor we Perpignan bereiken slaan de renners rechtsaf zodra ze over de rivier de Agly zijn gereden. Via een industrieterrein rijden ze naar Rivesaltes toe, een plaats die ze even verderop na 75 kilometer bereiken. Op een kleine 100 kilometer van het eind zijn we in Rivesaltes, bekend van de wijn, de muscat de Rivesaltes. De gemeente is verder de geboorteplaats van de Franse maarschalk Joseph Joffre. In zijn geboortehuis is een museum ingericht (Musée du Maréchal Joffre). In het centrumpje is er ook een standbeeld ter ere van de maarschalk te vinden, de man die een rolletje speelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij voerde het opperbevel van de Franse legers in de eerste jaren van de Eerste Wereldoorlog, deze Franse Catalaan. Daar zijn we inmiddels, het Franse deel van Catalonië. In dat Franse deel van Catalonië bevinden we ons op een steenworp afstand van Perpignan, op het grondgebied van Rivesaltes komen we de luchthaven van Perpignan tegen. Perpignan is een veel grotere en bekendere stad, bekend vanwege de typerende Catalaanse sfeer. Perpignan is een stad die altijd genegeerd wordt door de Tour, sinds 2009 zijn we daar niet meer geweest. Toen wist Voeckler het peloton net voor te blijven, je zou dan denken dat zo'n stad wordt omarmd, maar ze zullen wel een burgemeester hebben die het niet zo op de Tour heeft. Een andere koers is sindsdien wel gepasseerd in de stad, de Ronde van Catalonië! Logisch, Perpinyà is natuurlijk een Catalaanse stad. Kaden Groves won toen, ik zie hem nu geen nieuwe successen boeken in Catalonië. Maar oké, vergeet Perpignan, we zijn in Rivesaltes dus. Daar heeft Wiki nog een minder leuk feitje over: Rivesaltes kreeg in de jaren 1920 een militair trainingskamp. Dit deed vanaf 1939 dienst als interneringkamp voor 'ongewenste buitenlanders' tijdens de Retirada (Spaanse Burgeroorlog) en in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog onder het Vichy-regime. Na de Duitse bezetting in 1942 werd het een Duitse kazerne. Na de Algerijnse onafhankelijkheid werden in het kamp harki's opgevangen
![Rivesaltes_general_view.jpg?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=index&utm_content=original]()
![Rivesaltes_002.jpg]()
De doortocht in het centrum van Rivesaltes is vrij technisch, de renners komen er de nodige drempels tegen, ook liggen er wat rotondes en is de weg in het centrum vrij bochtig te worden. Na een tijd rijden ze langs het centrale plein van dit stadje, waar het standbeeld ter ere van maarschalk Joffre te vinden is. Hij zit op een paard, uiteraard. In de buurt van Rivesaltes wordt de route iets interessanter, ten eerste omdat het bijna 15:00 is als we hier passeren, de uitzending begint rond dit moment. Ten tweede veranderen we in Rivesaltes van richting, we fietsen nu wat meer naar het westen en dus komt de wind, die enorm aanwezig gaat zijn, hier wat meer schuin in de rug te staan. In Rivesaltes zitten we nog beschut, ook buiten deze plaats blijft dat nog even zo. Via nog wat meer bochten en rotondes rijden we van Rivesaltes naar Peyrestortes toe. Het is nu even een tijd flink slingeren geblazen, ook moeten de renners opletten voor een hoop vluchtheuvels. Tussen beide plaatsen in rijden we na een tijd langs het vliegveld van Perpignan, hier volgt even een open stuk waar de wind z'n gang kan gaan, maar al snel rijden we Peyrestortes binnen en hier zitten we uiteraard weer beschut. Iets smallere passage in dit dorpje, met weer wat bochtenwerk erbij. Een hoop rotondes en middenbermen in Peyrestortes, pas als we dit dorp achter ons laten kan het even echt leuk worden. Tussen de wijngaarden in rijden we met de wind in de flank verder naar Baixas, hier is er even een kleine kans om deze vlakke flopaanloop op te fleuren. We hebben ooit waaiers gezien in de Vuelta, het bestaat. Ik zeg niet dat het nu gaat gebeuren, maar we kunnen het proberen te manifesteren. Het is overigens vrij duidelijk dat we ons op Catalaans grondgebied bevinden, de vlag komt regelmatig voorbij. Goed, na 82 kilometer komen we uit in Baixas, hier vinden we in het niet onaardige centrumpje weer een hoop straatmeubilair, terwijl we het dorpje met de bepaald niet Franse naam richting het zuiden verlaten. We gaan weer een aantal kilometer met wind op de kop rijden, de waaierpotentie valt dus wel tegen. Even een leuke strook van een paar kilometer tussen Peyrestortes en Baixas, veel meer is het voorlopig niet. In Baixas komen we een torentje en een poortje tegen, naast wat rotondes en vluchtheuvels. Zodra we het dorp verlaten komen we weer tussen de wijnranken terecht, al staat de wind voorbij het dorp dus niet meer zo gunstig. Met een vermoedelijk bescheiden tempo rijden we daarom een paar kilometer over een brede en behoorlijk rechte weg verder naar Pézilla-la-Rivière, een plaats die we na 89 kilometer bereiken. Ook hier komen we weer wat obstakels tegen, paar wegversmallingen en dat soort werk. Een paar chutes kun je nu alweer noteren, in een aantal van deze dorpjes liggen echt onnodig veel obstakels. Na de technische passage in Pézilla-la-Rivière draaien we weer naar het westen, de wind komt hier weer wat meer schuin in de rug te zitten, maar het nadeel is dan weer dat we over een weg omgeven door platanen naar Corneilla-la-Rivière rijden. Veel beschutting, ik schrijf het hele waaiergebeuren op mijn buik. Ook in Corneilla-la-Rivière komen we weer wat hindernissen tegen, terwijl we nog steeds door een omgeving vol wijngaarden rijden. Even buiten Corneilla-la-Rivière rijden we nog steeds langs de platanen over een brede en rechte weg, tot we een eind verderop bij een rotonde een bocht naar links nemen om het dorpje Millas binnen te rijden. Via een brug over de rivier de Têt rijden we dit dorpje met een opvallende kerk binnen, we slaan in het centrumpje rechtsaf en daarna volgen we een aantal kilometer de loop van de Têt tot in Ille-sur-Têt. Het grootste deel van de tijd rijden we rechtdoor over een beschutte weg, alleen in de buurt van het dorpje Néfiach is het terrein een tijdje open. Maarja, dan fiets je weer zo'n dorpje in en is dat feest snel voorbij. Buiten het dorp is het dan weer meteen een bosrijk gebied, nu de wind eindelijk een keer op de afspraak is treffen we dan weer ongunstig terrein, altijd tegen ons. In een dorpje als Néfiach moeten we wel weer even opletten voor een wegversmalling, buiten het dorp komen we dan weer een vervelende middenberm tegen, dat zijn voorlopig nog steeds de obstakels. We bevinden ons in de uitlopers van de Pyreneeën en hier wordt het terrein wel iets glooiender, maar een echte klim heb ik nog niet gezien. Na 104 kilometer, op 70 kilometer van de aankomst, botsen we aan de buitenrand van Ille-sur-Têt op een rotonde. Via een industrieterrein rijden we vervolgens dit dorpje binnen, een dorpje met in de omgeving enkele opvallende rotsformaties. Net ten noorden van het dorp vinden we Les Orgues d'Ille sur Tet, hier kom je een aantal buitengewoon indrukwekkende rotsformaties tegen. Een populaire toeristische trekpleister, meer dan terecht.
![1280px-Ille-sur-T%C3%AAt_Orgues_27072014_13.jpg?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
![orgues-ile-sur-tet-pyreneeen-frankrijk.jpg]()
Iemand heeft ooit bedacht dat deze rotsformaties wel iets weg hebben van een orgel, vandaar de naam. In en rond Ille-sur-Têt komen we weer de nodige rotondes tegen, we treffen er in deze omgeving in totaal een stuk of zes. Op die rotondes na fietsen we verder weer vooral rechtdoor verder over een brede weg richting de Pyreneeën. De weg begint heel onmerkbaar wat vals plat omhoog te lopen, terwijl het waaieralarm definitief kan stoppen met loeien. We verwijderen ons steeds meer van de kust, de wind neemt hier ernstig af. Het terrein blijft ook vrij beschut, nee, deze mogelijke verheffing loopt met een sisser af. Een paar kilometer voorbij Ille-sur-Têt komen we uit in de omgeving van Bouleternère, een plaatsje dat we eventueel kunnen kennen omdat we hier in de Tour van 2021 ook doorheen zijn gereden. In die Tour reden we tijdens de 15e rit van Céret naar Andorra, een deel van het parcours van die rit keert terug tijdens deze rit. Voorbij Bouleternère volgen we tot de top van de Col de Mont-Louis dezelfde route, een kilometer of 50 over wegen die bij sommige renners bekend zullen zijn. Het is ergens wel jammer dat we voorbij Bouleternère weer bekende wegen opzoeken, in dit oostelijke deel van de Pyreneeën liggen ook een aantal klimmetjes die we niet zo goed kennen. Het was wel eens leuk geweest om wat onbekend terrein op te zoeken, maar in plaats daarvan krijgen we weer een magnetronmaaltijd voorgeschoteld. Na een eeuwigdurende vlakke strook gaan we nu op weg naar de eerste klim van de dag, de puerto van deze unipuerto is langzamerhand aanstaande. Maar goed, voor we daar zijn moeten we eerst een stuk door de vallei afwerken. Na een redelijk makkelijke passage langs Bouleternère af rijden we vervolgens 15 kilometer over een brede en behoorlijk rechte weg. Deze weg loopt steeds heel lichtjes vals plat omhoog, maar van echt klimwerk is voorlopig nog steeds geen sprake. Weinig bochten de komende kilometers, we rijden onderweg een keer over het spoor en daarna onder een spoorbrug door, verder maken we weinig mee. Het gaat eerst wat omhoog naar de Col de Ternère, een bergpas die eigenlijk het noemen niet waard is, en even later volgt er een korte duik, maar op wat vluchtheuveltjes na hoeven we verder met weinig dingen rekening te houden. Na het korte duikje loopt het weer vooral wat vals plat omhoog, terwijl we een tijd langs het stuwmeer van Vinça fietsen. Dat gaat weer fraaie plaatjes opleveren, twijfel daar maar niet aan. Voorbij het stuwmeer zetten we koers richting Prades, wat mij een mooie ode lijkt aan Edu en Benjamí. Nog steeds allebei actief, de een is op z'n 39e nog prof bij Caja Rural en de ander rijdt op z'n 42e nog steeds rond in Japan. Catalanen, het is geen toeval dat we een stadje met dezelfde naam in het Catalaanse deel van Frankrijk vinden. In Prades is de Vuelta overigens al eerder geweest, in de Vuelta van 2017 ging er een rit van start. Dat was de Vuelta die van start ging in Nîmes, de eerste start op Franse bodem. Van Nîmes reden we naar Gruissan, waar deze rit van start gaat, en een dag later zouden we van Prades naar Andorra rijden. En zo komen we altijd weer op dezelfde wegen uit, blijkt maar weer.
![photos-bonus-par-supondji-photos-5-1600x900.jpg]()
![61yO8Pi.png]()
Prades bereiken we na 122 kilometer koers. Voor die tijd zijn we ook nog even door Marquixanes gereden, waar flink wat vluchtheuvels liggen. Tussen de dorpjes in gaat het vooral rechtdoor over een extreem brede weg, die toch iets glooiender is dan gedacht. Paar keer flink omhoog en omlaag, toch wel. In Prades rijden we via een weg vol rotondes in een boog om het centrum heen. Als we door Prades fietsen kan vermeld worden dat Jean Castex, een voormalige premier van Frankrijk, jarenlang burgemeester was van deze plaats. Het is ook de stad van Pablo Casals, de beste cellist van zijn tijd. Een Catalaan, maar hij kwam hier wonen toen Franco aan de macht kwam in Spanje. Er is tegenwoordig nog een muziekfestival dat zijn naam draagt in Prades. In de Tour reden we dan weer door de stad waar hij geboren werd, zo hoor je nooit van Casals en zo komt ie om de haverklap voorbij. De tweede foto hierboven is overigens geen afbeelding van Prades, maar van het dorp dat hierna op de route ligt. Na onze tocht om Prades heen komen we weer in de vallei terecht en hier rijden we over een brede weg verder naar Villefranche-de-Conflent, dat zes kilometer verderop ligt. Tussendoor rijden we door Ria-Sirach, waar flink wat vluchtheuvels liggen en een paar flauwe bochten. Verder gaat het vooral rechtdoor, overwegend vals plat omhoog. Lichtelijk glooiend weer, dus ook een beetje op en af, maar het echte klimwerk volgt pas later. Als we uitkomen in Villefranche-de-Conflent merken we dat de omgeving steeds mooier wordt, we rijden door een soort van kloof. Op een strategische plek ligt Villefranche-de-Conflent, een plaats waar mijn grote vriend Vauban heeft huisgehouden. Normaal hoef ik hem alleen tijdens de Tour te vermelden, nu gaat hij ook tijdens de Vuelta de show stelen. De middeleeuwse stad is door Vauban gefortificeerd, zodra we bij een rotonde in Villefranche rechtsaf slaan zien we de fortificatie meteen in beeld verschijnen. Een indrukwekkend bouwwerk, we kunnen weer niets anders zeggen. Als de renners een blik omhoog werpen zien ze boven de stad op de heuvel een fort liggen, ook al een kunstwerk van Vauban. Het Fort Libéria, Vauban is een fenomeen. Aan de rand van de stad liggen ook wat grotten, de Grottes des Grandes Canalettes, daar heeft Vauban dan weer niets mee te maken. De renners hebben alleen niet direct veel tijd om op al die pracht en praal te letten, want in Villefranche-de-Conflent gaat na 129 kilometer de tussensprint van de dag volgen. De sprint volgt kort na een bocht naar rechts bij een rotonde, ook de tussensprints leggen ze in de Vuelta het liefst zo chaotisch mogelijk mee. De snelheid zal wel iets lager liggen, gezien we in de kilometers voor de tussensprint steeds een beetje vals plat omhoog rijden. De locatie van deze tussensprint is wel echt prachtig, we sprinten langs de hoge muren van het versterkte Villefranche. Bij een van de torentjes mogen de mannen met groene ambities zich tonen, mooi, dan komt dit kunstwerk van Vauban wat langer in beeld. Voorbij het prachtige Villefranche-de-Conflent rijden de renners over een brug, hierna volgen ze tien kilometer lang dezelfde brede weg door de vallei. In deze tien kilometer gaan ze 200 meter hoger uitkomen, dat kunnen we moeilijk vlak noemen. Het gaat ook nu weer een paar keer op en af, waardoor die stukjes omhoog soms zelfs meer gaan zijn dan vals plat. Een hinderlijke opdracht, door een fraaie omgeving. Zonder veel obstakels bereiken we na 138 kilometer Olette, een leuk dorpje met een middeleeuws centrum. Hier volgde in de Tour van 2021 dan weer de tussensprint, nee, dan is sprinten bij een fortificatie van Vauban een beter idee. Prima plaatsje verder wel, dat Olette. Niet zo leuk als het vorige dorp alleen, nog even genieten hoor.
![Villefranche-de-Conflent_03.jpg]()
Vanuit Villefranche-de-Conflent zou je overigens aan de Col de Mantet kunnen beginnen, toch een klim die ik graag nog eens aan de Tour zou willen zien. Enfin, dit terzijde, we zijn inmiddels al gepasseerd in Villefranche en hebben na nog wat meer kilometers over dezelfde weg gereden te hebben Olette bereikt. Het gaat even kort naar beneden in het centrum van Olette, een passage zonder veel gevaar. Buiten het dorp slaan we linksaf over een brug en daarna gaat het naar rechts, waarna we weer over een brede weg verder mogen fietsen. Vrij snel hierna begint de weg serieus omhoog te lopen en zijn we vertrokken voor een lange en enigszins zware tocht. We beginnen voorbij Olette aan de Col de Mont-Louis, een klim die in 2021 debuteerde in de Tour. De Tourorganisatie probeerde ons toen wijs te maken dat de klim slechts een kilometer of acht lang is, de organisatie van de Vuelta is wat dat betreft een stuk eerlijker. De organisatie van de Vuelta laat ons weten dat het voorbij Olette de komende 19,4 kilometer gemiddeld aan 4,8% omhoog zal gaan richting Mont-Louis. Een beklimming van de eerste categorie, er zijn hier meteen serieuze punten te verdienen voor de bergtrui. Door een schitterende omgeving rijden we over een brede en enigszins bochtige weg in de eerste twee kilometer van de klim aan 5% omhoog, waarbij we ook een keer een tunneltje passeren. Langs de schitterende rotswanden is het vervolgens een kilometer of vier wat minder interessant. Het gaat omhoog aan 2 à 3%, met tussendoor zelfs een kort stukje in dalende lijn. Genietend van de prachtigste vergezichten gaat het vervolgens vier kilometer aan 5% omhoog, met tussendoor zelfs een kilometertje aan 6%. Nog steeds vooral een loper, geen klim waar de klassementsrenners meteen hun duivels gaan ontbinden. In de buurt van Fontpédrouse rijdt het peloton onder een imponerende spoorbrug door, niet veel later begint de klim pas echt. Zodra het échte deel van de klim begint gaat het twee kilometer omhoog aan 7%, met zelfs een strookje aan 8%. Duidelijk nog steeds geen enorm lastige klim, maar vooruit, dit mag je dan nog acceptabele stroken noemen. De weg blijft ontzettend breed en lichtelijk bochtig, terwijl de omgeving net zo schitterend blijft, ook als het in de kilometer hierna aan 5% omhoog zal gaan. Zo'n brede weg zorgt er overigens wel altijd voor dat er een grotere groep bij elkaar blijft, om wat voor reden dan ook. Na de makkelijkere kilometer aan 5% gaat het nog eens twee kilometer aan 7% omhoog, waarna we na een kilometer aan 6% het laatste deel van de klim bereiken, een deel van de klim dat een stuk makkelijker is. In de laatste twee kilometer van de klim zal het aan 4% omhoog gaan, er is op deze Col de Mont-Louis maar beperkte gelegenheid om het peloton te decimeren. Vandaar dat we nogal snel denken aan een sprint van een vrij grote groep aan het eind van deze rit. Onderweg naar de top komen we zelfs een paar haarspeldbochten tegen, tevens rijden we een keer over het spoor. Nadat we door het dorpje Fetges zijn gereden komen we na 158 kilometer uit in Mont-Louis, alwaar ik zo hard als ik kan op de Vaubanclaxon druk. Zo heb je de verwachting dat je zijn naam drie weken niet hoeft te noemen, zo komt ie in een paar kilometer twee keer voorbij. Op de top van deze Col de Mont-Louis liggen overigens niet alleen een hoop bergpunten te rapen, we vinden op de top van deze klim ook de bonussprint. Die rubriek bestaat nog steeds in de Vuelta, gisteren deden de renners zelfs moeite om wat bonificaties te sprokkelen. In het begin van een grote ronde heeft wel nog nut, vooruit.
![N9Tj6B3.png]()
![image.jpg]()
Boven komen we op 16 kilometer van de aankomst dus uit in Mont-Louis, volgens bepaalde toeristische websites de stad van de zonnekoning. Mont-Louis, één van de negen steden volledig gebouwd door Vauban, is ideaal gelegen om de nieuwe Franse grenzen te verdedigen. In 1679 keurt Lodewijk XIV de bouw van Mont-Louis goed, om zo de toegang naar de Roussillon te verdedigen. Mont-Louis, dat in 1681 werd ingewijd, staat als laatste op de defensielijn die vanaf de Middellandse Zee loopt. Deze militaire vestingwerken uit de 17e eeuw, vanuit het niets ontworpen door Vauban, zijn een uitdrukking van zijn creativiteit. En Mont-Louis heeft zijn militaire functie behouden: het Centre National d’Entraînement Commando - 1er Choc huist er nog steeds. Het hoogst gelegen fort van Frankrijk, het best bewaarde fort van Frankrijk, alle superlatieven vliegen je om de oren. Prachtig, schitterend. Werelderfgoedlijstje van UNESCO, alles. Ze schijnen in Mont-Louis overigens nog meer bijzonderheden te hebben, zo staat hier ook de eerste zonne-oven van de wereld. Vanaf 1947 was ingenieur Félix Trombe, van het Centre national de la recherche scientifique (CNRS), actief met het ontwerp en bouw van deze installatie. Zo'n 860 licht holle spiegels concentreren het zonlicht op een vaste plaats waardoor de temperatuur sterk oploopt tot meer dan 3000°C. Dit wordt gebruikt om legeringen te testen die bestand zijn tegen zeer hoge temperaturen en die gebruikt worden in vliegtuigen, raketten, satellieten en ultra vuurvaste materialen. Pff, boh. Al dit moois zagen we overigens een paar weken geleden ook nog eens in de Tour, net als nu reden we tijdens de derde rit in dezelfde omgeving rond. In de Tour reden we dan juist weer vanuit Catalonië naar Frankrijk, nu zijn we bezig om ons van Frankrijk naar Catalonië te verplaatsen, al zou je kunnen stellen dat we inmiddels in Catalonië zijn. Tijdens de derde rit reden we omhoog naar Font Romeu, om vervolgens kort te dalen richting Mont-Louis, waar we een bocht namen om vervolgens naar Les Angles te fietsen. Dit gebied zien we niet heel vaak in koers verschijnen, en nu ineens twee keer in een paar weken tijd, het kan niet op. In de Tour van 2021 reden we voorbij Mont-Louis nog een aantal kilometer verder omhoog naar Font Romeu, in de Vuelta van 2026 nemen we een net iets andere route. We rijden net voorbij de top bij een rotonde rechtdoor, waar we in 2021 rechtsaf sloegen. Rechtdoor rijdend komen we op de Route d'Andorre terecht, al gaan we morgen pas naar Andorra. Voorbij de top van de Col de Mont-Louis rijden de renners drie kilometer over een soort van plateau, het gaat een beetje op en af terwijl ze over een waanzinnig brede weg door een tamelijk leeg gebied rijden. Wel wat aardige vergezichten hier, verder is de route ineens toch een heel stuk minder inspirerend geworden. De plateauweg, die alleen wat flauwe bochten kent, brengt ons wel langs wat toeristische oorden, zo bereiken we aan het eind van het plateau tussen een paar restaurants in de top van de Col de la Perche. Voorbij deze restaurants beginnen de renners aan een afdaling van een kleine vier kilometer, dit wordt een enorm eenvoudige afdaling. Over een gigantisch brede weg gaat het op een bescheiden manier omlaag, we dalen heel voorzichtig af en we komen amper serieus bochtenwerk tegen. Pas aan het eind wordt het interessant, in het laatste stuk van de afdaling volgt er een wat scherpere bocht naar links, direct gevolgd door een bocht van 180 graden naar rechts. Die bocht is ook meteen de laatste bocht van de afdaling, na een paar vlakke meters begint vervolgens meteen de slotklim. We bevinden ons na deze bocht op 9,8 kilometer van de aankomst, in de resterende 9,8 kilometer van de etappe moet er aan 5% gemiddeld geklommen worden naar Font Romeu. Deze klim begint op een leuke manier, in ieder geval qua omgeving. De renners zien een aantal rotswanden opdoemen, de renners dartelen over een weg vol korte bochtjes om de rotsen heen. Die weg loopt verder zo goed als rechtdoor omhoog, dat geeft een bijzonder beeld. Qua percentages valt het dan weer mee, in de eerste kilometer van de slotklim gaat het aan 4,8% omhoog.
![IMG_1509.JPG]()
![CP71FyQ.jpeg]()
Na dit mooie begin wordt de klim even wat minder interessant, de rotswanden verdwijnen uit beeld en het gaat dan in een wat kalere en woeste omgeving een kilometertje vals plat omhoog aan 2,5%. De brede weg slingert door een landschap heen dat we kennen, want in de Tour van dit jaar reden we dus ook al in deze omgeving rond. We zochten toen net een andere kant van de klim naar Font Romeu op, maar de omgeving blijft redelijk gelijkaardig. De percentages ook, we hebben in de Tour gezien dat je hier vooral lopers vindt zo rond de 5%. En daar kun je amper iemand lossen, het bewijs is een paar weken geleden nog geleverd. Op deze slotklim wordt het haast onmogelijk om oorlog te maken, dit kan niet in iets anders eindigen dan in een sprint van een grote groep. Ik bedoel, we komen in de derde kilometer van de klim al meteen het hoogste gemiddelde tegen, het gaat in die kilometer aan 5,7% omhoog. Ja, daar ga je al. De steilste kilometer is er eentje die enorm goed loopt, dit is dus zo'n aankomst die ze moeten verbieden. Na een tijd bereiken de renners het dorp Via, je zou kunnen stellen dat ze via Via rijden. In dit dorpje rijden we over het spoor heen, midden in de bergen hebben ze doodleuk een spoorlijn aangelegd. Als we het over treinen hebben: veel wagonnetjes gaan de ploegen hier niet verliezen, want de brede weg loopt via een aantal enorm brede bochten in de kilometer erna aan 5,3% omhoog. In Via werd het even iets smaller, maar verder rijden we over een snelweg omhoog aan een procent of vijf. Een loper, een platte klim, een regelrechte ramp. Via Via rijden we even verderop Odeillo binnen, als we in dit dorpje zijn bevinden we ons op zes kilometer van de aankomst. We komen voorbij wat chaletjes een rotonde tegen, waar we schuin naar rechts moeten. Vervolgens rijden we nog steeds aan een procent of vijf omhoog verder over een enorm brede weg, Font Romeu binnen. Voor we deze plaats betreden zien we nog even een klein stukje natuur, het rotsachtige karakter van de streek valt meteen weer op. Na een brede haarspeldbocht is er ook even een mooie blik in de diepte mogelijk, heel kort, want een paar meter later rijden we de bebouwde kom binnen. We betreden het wintersportoord Font Romeu, waar de weg meteen omgeven is door allerlei soorten vakantiewoningen. De weg klimt hier aan 5,6%, als we onze weg in Font Romeu vervolgen zal het in de twee kilometer nadien steeds aan slechts 5% omhoog gaan. Met minder dan vijf kilometer te gaan komen we tussen alle hotels en appartementencomplexen van Font Romeu in een haarspeldbocht naar links tegen, waarna we de Avenue Maréchal Joffre bereiken, die man is ook onvermijdelijk vandaag. Op een totaal niet bijzondere manier blijven we gestaag klimmen in dit volgebouwde oord, waar we Pogacar adviseren om even te pauzeren bij Crêperie La Marmotte. Op vier kilometer van de aankomst komen we echt in het centrum van dit oord terecht, tussen alle wintersportgeoriënteerde winkels in. We draaien door een haarspeldbocht heen, waar het nog steeds niet steil wil worden. Tussen alle appartementen in vinden we soms een wat mooier stenen gebouw, maar voor de schoonheid hoef je in ieder geval niet naar Font Romeu te gaan. We passeren de lokale Intersport, de lokale VVV en een souvenirwinkel, al moet ik niet denken aan een souvenir uit Font Romeu. Midden in het oord passeren we ook een skilift, met naast de skilift een kunstwerk in de vorm van een reusachtige fiets. Na langs wat laatste hotels gereden te hebben verlaten we vervolgens Font Romeu, we sluiten ons aan op een weg die we kennen vanuit de Tour. We rijden buiten het wintersportoord omhoog naar de Col de Calvaire, een klim die ook figureerde in de finale van de derde rit van de Tour, op weg naar Les Angles. Toen reden we op een andere manier omhoog naar deze Calvaire, maar het laatste stuk voorbij Font Romeu is gelijk. Een dikke kilometer rijden we over dezelfde weg, buiten Font Romeu komen we in het bos terecht en hier vinden we blijkbaar zelfs de lastigste strook van de klim. Het gaat heel kort aan 8% omhoog, jawel! Qua gemiddelde blijven we weer steken op 5,6%, daar kopen we dan weer niets voor. In de Tour hebben we deze weg gezien, het is mogelijk om hier als eenzame vluchter stil te vallen, het is niet mogelijk om hier vanuit het peloton het verschil te maken. Na langs het zoveelste hotel gereden te zijn bereiken we op twee kilometer van de aankomst de top van de Col du Calvaire, alleen voor de kijker een calvarietocht. In de Tour reden we voorbij de top rechtdoor, nu slaan we bij de rotonde die we voorbij de Calvaire tegenkomen linksaf, om nog eens twee kilometer te klimmen naar het skigebied van Font Romeu. In de voorlaatste kilometer loopt het aan 5,7% omhoog, we komen in deze kilometer tussen de bomen terecht en hier wordt de weg zowaar iets minder breed. Dit is wel even een mooi stukje van de klim, al is het nog steeds niet lastig genoeg. Zonder veel opzienbarende gegevens rijden we de laatste kilometer binnen, een makkelijke kilometer. We rijden het wintersportgebied binnen en hier vlakt de weg af, richting de finish klimmen we aan slechts 4%. Het wordt ook echt steeds vlakker, in de laatste meters van de rit is het zelfs bijna volledig vlak als we op een gigantisch brede parkeerplaats ter hoogte van Font-Romeu Pyrénées 2000 terechtkomen. Finish op een parkeerplaats in een skioord, het lijkt me zelfs voor Pogacar een uitdaging om hier van de rest af te komen. Gelukkig kan hij altijd nog gokken op zijn sprint, daar is hier genoeg ruimte voor.
![MrYhB2b.png]()
![qzW5CxH.png]()
![23096.jpg]()
![0wqrl4o.png]()
Zoals ieder weldenkend mens ben ik volledig tegen het gebruik van AI, maar als je aan ChatGPT of Grok zou vragen om een nutteloze rit te ontwerpen denk ik wel dat ze met zoiets als dit aan zouden komen zetten. We eindigen met een klim van tien kilometer, eentje waarin het steeds aan 5% omhoog gaat. Heeft dat zin? Nee. Wel een paar bergpuntjes voor de winnaar, we eindigen met een klim van de tweede categorie, eentje die ik zelf het stempel van de 35e categorie zou willen opdrukken. Veel nuttelozer dan dit wordt het niet. Dit is een soort massasprint, alleen dan bergop. Eindigen doen we dus op een parkeerplaats bij het skistation van Font-Romeu Pyrénées 2000, waar ik deze aanprijzing over heb gevonden: U droomt van sneeuw, zon, prachtige landschappen en grote open ruimtes... Font Romeu Pyrenees 2000, is de bestemming die aan al uw wensen zal voldoen. Laat u verleiden door de charme van het skigebied, gelegen in het hart van de Cerdagne. Omringd door de meest karakteristieke hoogtepunten van de Pyrenées Orientales (de Col Rouge, de Pic Carlit). Het skigebied beidt tevens een uitzonderlijk uitzicht over het plateau van Cerdagne. Font-Romeu/Pyrenees 2000 is een Catalaans gebied, in het hart van het regionale natuurpark, in de buurt van Spanje en Andorra staat bekend om zijn zon (325 dagen per jaar). Maar ook bekend van de sneeuwkanonnen: 500 die verspreid staan over het hele skigebied. Optimale sneeuwcondities gegarandeerd! Optimale sneeuwcondities dankzij een shitload aan sneeuwkanonnen, opdoeken die handel dus. Er is in totaal 58 kilometer piste om te skiën en te snowboarden. De wintersporters hebben de beschikking over in totaal 24 liften. Dit wintersportgebied ligt op een hoogte van 1.717 tot 2.213 meter, allemaal nuttige informatie. Vanaf de Roc de la Calme (2.213 meter), het hoogste punt van het skigebied, heb je een uitzonderlijk uitzicht op het Catalaanse Cerdagne-plateau. Voor het skiën zijn er afdalingen van alle moeilijkheidsgraden. Deze liggen deels in het bos, deels op open alpenweiden. Bijna het hele skigebied is bereikbaar met stoeltjesliften. Vanuit Font-Romeu brengt een gondellift de gasten naar het wintersportgebied en weer terug, omdat er hier geen dalafdaling is. Naar Pyrénées 2000 is er wel een dalafdaling. Het wintersportgebied Font Romeu-Bolquère/Pyrénées 2000 is naast het skiën vooral bekend om het uitgebreide loipenetwerk. Dat de hoogste rots hier La Calme heet is wel toepasselijk, het is een klim om heel kalm van te worden. Hier gaat iedereen in Z2 omhoog, niet alleen die ene mafketel. We eindigen een paar kilometer voorbij Font-Romeu, dat lelijke wintersportoord dat we uitgebreid gaan verkennen in de finale. Qua naam wel weer een duidelijk bewijs dat we ons in Catalonië bevinden, al vind ik het met dit soort etappes niet zo leuk om hier te zijn. Font-Romeu zagen we ook al in de Tour passeren, we komen hier in twee maanden tijd twee keer voorbij en twee keer gaat dat een sprint bergop opleveren, dat is een flopshow. Font-Romeu-Odeillo-Via, zoals het dan volledig heet, geldt als een wintersportoord in de Pyreneeën. Door de hoogte is het bij topsporters ook een populaire plek voor hoogtestages. Het werd ooit ontwikkeld met het oog op de voorbereiding van de Franse atleten op de Olympische Spelen van 1968 in Mexico. Het Frans voetbalteam verbleef er voor het WK van 1982. Voor veel sporten herbergt Font-Romeu een Frans regionaal trainingscentrum. In de plaats staat een bekend sportinternaat en middelbare school, het College et Lycée Pierre de Coubertin (naar de oprichter van de moderne Olympische Spelen, tevens een lul). Een populaire plek voor sporters dus, de slechthorende Mo Farah bracht hier blijkbaar nogal wat tijd door, voor hij bedacht dat hij beter onder de radar kon gaan trainen in Kenia. Als we naar de finish rijden passeren we de sentier sportif Paula Radcliffe, een route vernoemd naar een andere altijd doperende Brit. Ik vermoed dus dat Radcliffe hier ook wel eens is geweest, maar dat gaan we niet uitzoeken. Wat ik wel zeker weet is dat Martin Fourcade hier altijd langs kwam om te trainen, dat is een feitje waar ze in Font-Romeu erg trots op zijn. Wielrenners zien ze hier ook wel eens, zo hielden de mannen van TotalEnergies hier nog wel eens een trainingskamp. Ook Movistar is hier wel eens geweest, als ik me niet vergis. EF in ieder geval, je hoeft blijkbaar niet altijd naar de Sierra Nevada of de Teide te gaan. Voor de Tour is Font-Romeu ook geen onbekende plek, in de Tours van 1968 en die van 1976 ging err een rit van start, terwijl Lucien Van Impe hier in de buurt in 1973 een aankomst bergop wist te winnen. Dat was eigenlijk net iets verderop, in het skiresort van Bolquère-Pyrénées 2000, Willy Raymond Delisle won op dezelfde plek dan weer een rit in de Tour van 1976. Font-Romeu en de Col du Calvaire zagen we tevens verschijnen in de Tour van 2021, toen reden we van Céret naar Andorra toe, deels over dezelfde wegen als nu. Leuk dat we daardoor de werken van Vauban in beeld zien verschijnen, verder kan het me gestolen worden.
![Font-Romeu-Odeillo-Via_%2866%29.JPG]()
In startplaats Gruissan wordt het overdag 27 graden, het blijft droog, maar er is wel een stevige kans dat het flink gaat waaien. Wind vanuit de kust, in de eerste kilometers van de etappe is er daardoor een kleine waaierkans. Klein, want de eerste kilometers zijn redelijk beschut. Daarna fietsen we voorbij Narbonne richting het zuiden, waardoor de wind op kop komt te staan. Windkracht 4 of zelfs 5 uit het niets, toch iets om in de gaten te houden. Zolang we in de buurt van de kust blijft zal het hard waaien, in de omgeving van Perpignan komen er een paar stroken voorbij met iets van waaierpotentie, maar ik denk dat we uiteindelijk op dat vlak weinig genot zullen krijgen. Genoeg wind, maar de richting werkt niet mee, net als het terrein. Zodra we richting de Pyreneeën rijden neemt de wind af, een heus waaierspektakel zit er helaas niet in. In Font-Romeu is de wind gedraaid, de wind komt uit het zuidwesten en dat zorgt ervoor dat we op de slotklim wind in de rug hebben. Wellicht kan dat helpen om voor iets van verschil te zorgen, zoiets heb je wel nodig met zo'n flopklim. In Font-Romeu zou het 's middags ook nog eens kunnen gaan regenen, we kunnen zelfs een spontane onweersbui niet uitsluiten. De kans lijkt niet heel groot, maar goed, volledigheidshalve noemen we het toch maar. Een graad of 20 aan de finish, we gaan de hoogte in en dus koelt het wat af. Deze floprit, een waardeloze _____/, begint om 13:10. Ditmaal is er slechts een korte neutralisatie van 11 minuten, om 13:21 beginnen we er echt aan. Omdat het een bergrit is zal Sporza zowaar van de partij zijn, om 14:50 starten zij met de uitzending. Eurosport 1 is er iets eerder bij, om 14:45. De eerste beelden zullen wel rond 15:00 verschijnen, tegen die tijd zitten we nog in de vlakke zone, ver verwijderd van de bergen. Met wat mazzel zien we een waaier getrokken worden, maar reken er vooral niet op. De aankomst volgt dan weer tussen 17:18 en 17:42. Vanaf 17:00 kijken volstaat hier vast wel.
![1280px-Four-solaire-odeillo-02.jpg?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
Dit zou prima een rit voor de vlucht kunnen worden. We zien zo vroeg in een grote ronde wel vaker dat een kopgroepje de zegen krijgt van het peloton. De leiderstrui uit handen geven heeft als voordeel dat je dan een tijdje niet meer op kop hoeft te rijden, in de afgelopen Tour gaf Pogacar ook een keer het geel weg op die manier. Dat deed hij alleen niet tijdens de derde rit, de rit die eindigde in dezelfde omgeving. Nee, daar ging hij vol voor de ritzege. En dat gaat hij nu natuurlijk ook doen, of wat had jij dan gedacht? Boeken toe, we voegen er een nieuwe sprintzege aan toe. Het scenario van Les Angles wordt herhaald, wat ik je brom. Enorm eenvoudige rit om te controleren, zonde om hier je 65e zege van het seizoen te laten liggen.
1. Pogacar. Ik durf nu niks meer te zeggen natuurlijk, dat snappen jullie.
2. Onley. Ik ben nu op zoek naar klimmers die iets van snelheid hebben voor een sprintje aan het eind, valt niet mee. Oscar dan maar, hij zat er gisteren immers ook goed bij.
3. Johannessen. Puur op basis van de uitslag van gisteren. Ik denk echt dat we met een grote groep gaan sprinten en dat je dus vanuit die groep de beter sprintende klimmers moet zien te vinden.
4. Bisiaux. Wellicht geen jongen die hoge ogen gaat gooien in het klassement, maar deze aankomst is dusdanig makkelijk dat hij er gewoon nog bij gaat zitten. En dan is hij nog vrij rap ook.
5. Carapaz. Misschien waagt hij zich zelfs aan een late uitval, al is dit daar nog niet echt het terrein voor.
[ Bericht 1% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 24-08-2026 01:00:42 ]