Etapa 1: Monaco - Monaco, 9,4 km (ITT)Hey, hallo! Net op tijd nog even een topic voor de eerste rit van de 81e editie van de Vuelta a España. Mijn planning is een beetje in de soep gelopen, er moest eigenlijk nog een vooruitblik op deze Vuelta volgen, maar dat redden we niet meer. Ook voor een deftige introductie is het nu een beetje te laat, dus dat schuiven we dan maar door naar morgen. Al kunnen we dat allemaal misschien wel overslaan, want de 81e Vuelta wordt natuurlijk een waardeloze grote ronde. Een waardeloos parcours, met een waardeloos deelnemersveld. Eén grote favoriet, één renner die ervoor gaat zorgen dat alle spanning vooraf al weg is. De 81e editie van de Vuelta wordt er eentje die gedomineerd gaat worden door Pogacar, en die dominantie kan meteen op de eerste dag gaan beginnen. We gaan van start in het buitenland, in Monaco. Dat is de stad waar hij al jaren woont, hij kent hier de wegen. Hij zal gemotiveerd zijn om deze tijdrit te winnen en hij is gemotiveerd om de Vuelta te winnen, de enige grote ronde die nog op zijn palmares ontbreekt. Het worden dus drie lastige weken, weken met mogelijk nog minder kijkgenot dan in de Tour. Help ons.
![tAQPDba.png]()
![CJiGcJJ6rJ9KTeZqn9hHwc-1200-80.jpg]()
Uniek, de eerste rit van de Vuelta a España begint in Monaco, een stad die nu kan pronken met het feit dat ze iedere grote ronde ooit hebben laten beginnen. In 1966 ging de Giro hier een keer van start, in 2009 begon de Tour met een korte tijdrit in dit ministaatje en nu, in 2026, gaat de 81e editie van de Vuelta van start in Monaco. Een stad als Utrecht kan pronken met het feit dat ze alle grote rondes op bezoek hebben gehad, maar Monaco kan dit nu overtoepen door te stellen dat iedere grote ronde ooit een keer op de eerste dag daadwerkelijk in de stad van start is gegaan. We bevinden ons op de eerste dag van de Vuelta a España van 2026 in het Vorstendom Monaco, een dwergstaat aan de Middellandse Zee, die aan de landzijde geheel omsloten wordt door Frankrijk. Monaco heeft een oppervlakte van 2,03 km² en is na Vaticaanstad het kleinste land ter wereld. Het telt bijna 40.000 inwoners waardoor het de dichtstbevolkte onafhankelijke staat ter wereld is. Monaco is ontstaan op 8 januari 1297. Hoewel het aan Frankrijk grenst, dat lid is van de Europese Unie (EU), is Monaco er geen lid van. Het heeft wel de euro als munteenheid. Sinds de invoering van de grondwet van 1911 is de premier van Monaco, als regeringsleider die door de prins wordt benoemd na overleg met de regering van Frankrijk, altijd een Franse burger geweest. Het dwergstaatje staat internationaal bekend als een mondaine badplaats en belastingparadijs met het beroemde Monte Carlo Casino, beau monde en een jaarlijkse Grand Prix in het Formule 1-autoracen. Het heeft naast het nationale voetbalelftal ook een eigen voetbalclub, AS Monaco, die in de Franse competitie speelt. Als je het zo leest klinkt het allemaal nog wel aardig, maar kenners weten dat Monaco een heus wansmaakwalhalla is, een protserig proletenparadijs waar toevallig de helft van het peloton woont. Schijnbaar wonen er op z'n minst 50 renners in dit belastingparadijs. De gemiddelde renner woont in een soort van bezemkast, maar hey, je hoeft in ieder geval geen belasting te betalen. En er zijn bergen in de buurt, ideaal trainingsterrein dus. Een van de inwoners van Monaco is het gedrocht, Tadej Pogacar. Meer hoef je niet te weten om een ontstellende teringhekel aan Monaco te hebben. Monaco is een constitutionele monarchie met een prins als staatshoofd. De huidige vorst is Albert II uit het huis Grimaldi. Deze familie zit al ruim 700 jaar op de troon. Albert is wel een van mijn favoriete vorsten, hij beschikt zo mogelijk over nog minder charisma dan de Belgische Koning Droogneuker en ONZE Willie. Albert is de zoon van Reinier III, die trouwde dan weer met de Amerikaanse actrice Grace Kelly en dat gaf het staatje internationale bekendheid. In de jaren zeventig en tachtig vond een ware bouwhausse plaats en werd het land volgebouwd met flatgebouwen. Ook werd de wijk Fontvieille door landaanwinning aangelegd. Monaco werd een dure stad om te wonen en moeilijk betaalbaar voor de oorspronkelijke Monegasken. Het verval is dus pas redelijk recent ingezet, maar inmiddels niet meer te stoppen. Mocht er ooit geen troonopvolger zijn dan blijft het vorstendom niettemin een onafhankelijke staat, leuk feitje. De militaire verdediging van Monaco blijft wel de verantwoordelijkheid van Frankrijk, al zou ik ze vooral adviseren om Monaco niet te verdedigen. Het stadstaatje Monaco is het dichtstbevolkte onafhankelijke land ter wereld en heeft ook de grootste politiemacht en -aanwezigheid, zowel per hoofd van de bevolking als per vierkante meter. Joost mag weten waarom dit relevant is, dan kun je eerder benoemen dat er in Monaco meer buitenlanders dan Monegasken wonen, van de inwoners is slechts 17% Monegask. Monaco bestaat uit tien zogenaamde quartiers, wijken. De bekendste wijken zijn Monte Carlo, bekend vanwege het casino en Monaco Ville, de oude vestingstad die tegen het begin van de bergen van de Franse Alpen ligt en de Rots van Monaco omvat. In die wijk vinden we ook het Prinselijk paleis van Monaco, de Kathedraal van Monaco, waar alle vorsten begraven worden, en het oceanografische museum Musée Océanographique de Monaco. Daarnaast heb je nog Fontvieille als relevante wijk, in die wijk ligt het Stade Louis II, het stadion van de voetbalclub AS Monaco. Een opvallend stadion, opvallende club ook. Niet het enige opvallende aan Monaco, ze hebben hier natuurlijk ook hun eigen vroemvroemwedstrijdje. De Grand Prix Formule 1 van Monaco is een van de bekendste races uit de autosport, volledig verreden op een stratencircuit. Autorijden is geen sport, maar wielrennen gelukkig wel. De Tour de France is in het verleden vaker in Monaco geweest, in de Tour zagen we in 2024 de koers voor de achtste keer passeren. Toen sloten we de ronde af met een tijdrit tussen Monaco en Nice, vanwege de Olympische Spelen in Parijs sloten we zowaar een keer niet af in die stad. De tijdrit tussen Monaco en Nice was behoorlijk lastig, met flink wat klimwerk onderweg. Uiteraard zoog Pogacar die dag weer alle levenslust uit de koers, in
zijn Monaco veegde hij voor de zoveelste keer de vloer aan met de tegenstand. Nu keert hij terug, om ons weer eens drie weken lang voor de gek te houden. In 1939 kwam de Tour hier voor het eerst voorbij, maar vooral de editie van 1964 viel op. Toen eindigde er een rit in het stadion van AS Monaco. Op de sintelbaan van het Stade Louis II werden er rondjes verreden en Raymond Poulidor ging de mist in. Hij dacht een rondje voor het einde dat hij er al was, lullig is dat altijd. Jacques Anquetil was beter aan het opletten, hij profiteerde van de misser van Poulidor en hij trok de rit in de laatste ronde naar zich toe. Toentertijd kreeg je een minuut cadeau als je een rit won en Anquetil zou die Tour uiteindelijk met een voorsprong van 55 seconden op Poulidor winnen, ai. De voorlaatste passage in Monaco dateert dan weer van 2009, dat jaar vond de Grand Départ hier plaats. De eerste rit was een korte tijdrit, volledig in Monaco. De tijdrit werd gedomineerd door Fabian Cancellara, die Denis Menchov vernederde door hem vlak voor de finish in te halen. Daags nadien ging er ook nog een rit van start in Monaco, maar daarna kwamen we hier tot 2024 niet meer. En nu keren we dus twee jaar later weer terug, maar dan in de Vuelta. De ronde die nooit van start ging in het buitenland, ook de ronde die tegenwoordig jaarlijks van start gaat in het buitenland. Guillén heeft dollartekens in zijn ogen gekregen, hij is volledig op het verkeerde pad terechtgekomen. De Vuelta die van start gaat in de stad van het fenomeen Victor Langellotti, je zou voor minder. Een van de weinige echte Monegaskische coureurs. U kent hem inmiddels vast wel, alleen al omdat hij speciaal voor de Vuelta de overstap heeft gemaakt van Ineos naar Astana. In 2024 schreef ik over hem als renner van Burgos, ik beschreef toen al zijn opmerkelijke aanstaande transfer naar Ineos. Bij Ineos deed hij het vorig jaar overigens niet eens zo verkeerd, hij won zelfs een paar koersen, maar dit jaar is hij weer terug op zijn oude, vertrouwde niveau. Oftewel, hij bakt er niets van. Daarom mocht hij namens Ineos ook niet mee naar de Vuelta, dus moest er een noodoplossing gevonden worden om hem alsnog aan de start te krijgen. Monegesk Vino to the rescue, dit buitenkansje kon hij niet laten lopen. De lange tentakels van Acquadro en van Umberto Langellotti hebben weer toegeslagen, de vader van Victor en tevens de voorzitter van de Monegaskische wielerbond. Antoine Berlin had je ook nog, die reed ooit nog voor het legendarische Bike Aid zelfs. De voetballer Olivier Boscagli is ook een echte Monegask, die kennen ze bij PSV nog wel. Opgegroeid in deze smalle strook land, toch voornamelijk volgegooid met willekeurige flatgebouwen. Monaco is vooral een hoop schone schijn, de organisatie heeft een poging ondernomen om vooral de mooie delen van de stad in beeld te brengen.
![monaco-port-hercules.jpg]()
![Fuerstenhof_zu_Monaco.jpg?utm_source=en.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail_unscaled]()
De Vuelta van 2026 begint op het Place du Casino, een plein ter hoogte van het bekende Monte Carlo Casino. Dit goketablissement te Monaco is opgebouwd in beaux-arts en neo-barokke stijl. De geschiedenis van het casino gaat terug tot 1854. In dat jaar werd het gokken gelegaliseerd door prins Florestan I van Monaco. Het eerste casino werd opgezet in een villa, vlak bij de haven. Het opende zijn deuren op 14 december 1856. Het zou een belangrijke inkomstenbron worden voor het ministaatje aangezien elke vorm van roulette destijds verboden was in Frankrijk. Het zou trouwens lang duren voordat het casino een succes zou worden, onder andere omdat Monaco toen moeilijk te bereiken was. Toen prins Karel III besloot de nieuwe wijk Monte Carlo te bouwen werd ook een nieuw casino in het plan opgenomen. De architect Gobineau de la Bretonnerie werd hiervoor aangenomen. Hij ontwierp ook het naastgelegen Hotel de Paris. Op 13 mei 1858 werd door kroonprins Albert I, de eerste steen gelegd. Het nieuwe gebouw werd op 18 februari 1863 geopend. Van 1869 tot 1965 werden casino en hotel ook mee ontsloten door het aangrenzende station Monte-Carlo, halte op de spoorlijn Marseille-Saint-Charles - Ventimiglia. In 1878 werd het gebouw verbouwd en uitgebreid door de architecten Charles Garnier (die ook de Opéra Garnier in Parijs had ontworpen) en Jules Dutrou. Zij gaven het gebouw zijn huidige uiterlijk en voegden een concertzaal toe, die ook lange tijd als 'Opera van Monte Carlo' was gekend. Enorm interessante geschiedenis, kunnen we wel stellen. Tot voor kort was het Casino de Monte-Carlo de belangrijkste bron van inkomsten voor het Huis van Grimaldi en de Monegaskische economie, toe maar. Een proletenparadijs waar ze het van gokken moeten hebben, en van autootje rijden. Droombestemming. Prins Karel III liet het casino openen om geld te genereren voor het vorstendom maar vreesde dat de eigen bevolking hier ook geld kon verliezen of zelfs gokverslaafd kon worden. Om deze reden stelde hij een regel in die Monegasken verbood om de gokzalen van het casino te betreden, behalve voor wie daar voor zijn werk aanwezig moest zijn. Tevens kon hij hiermee fraude bemoeilijken omdat croupiers geen trucs konden uithalen om familieleden of vrienden te bevoordelen. Deze regel is later geformaliseerd en uitgebreid met een wet die de toegang verbiedt voor veel meer mensen, zoals o.a. soldaten in uniform. Zo zijn ze in Monaco dan ook wel weer he, alleen mensen van buiten een oor aannaaien natuurlijk. Op het plein om het casino heen vinden we een fontein, naast nog meer fraaie gebouwen. Er zijn ook mooie tuinen te vinden, daar komen de renners vrij snel na het vertrek achter. Het plein voor het casino is ook de plek waar ze vrij matige ploegenpresentatie werd gehouden, de renners zijn bekend met deze plek. Op het plein schijnen wel vaker evenementen te worden georganiseerd, terwijl je na al je geld te zijn kwijtgeraakt in het casino een van de luxueuze restaurants om het casino heen kunt bezoeken. Of die volgorde omkeren, misschien. Hotelletje met een paar sterren erbij, dat soort werk. Langs het plein vinden we het Hotel de Paris, een van de meest exclusieve hotels ter wereld, naar het schijnt. De James Bondfilms Never Say Never Again en GoldenEye hebben beide een scène die zich afspeelt in het casino, wil Wikipedia dan ook nog kwijt, maar James Bondfilms zijn geen films. Komt goed uit, Monaco is geen stad. De wijk Monte Carlo is ook geen wijk, als dit de omschrijving is van Wiki weet je genoeg: Monte Carlo is een van de tien quartiers en een voormalige gemeente van de stadstaat Monaco, en staat bekend om zijn casino's, stranden en de beroemde mensen die hier wonen. De wijk werd midden 19e eeuw gebouwd door prins Karel III om zijn schatkist te spekken. Naast de Grand Prix Formule 1 van Monaco en de Rally van Monte Carlo worden er veel evenementen georganiseerd, uiteenlopend van bokswedstrijden tot modeshows. Een voorbeeld hiervan is het Internationaal circusfestival van Monte-Carlo. Een circusfestival past perfect bij het kermisvolk dat deze stad aantrekt.
![BaiOK6j.jpeg]()
![45560796.jpg]()
![shutterstock_2566919215-scaled.webp]()
![casino-de-monte-carlo-place-du-casino-2024-125.jpg.webp?h=64de98a2&itok=jOe8WDwq]()
Hoe ze in de Vuelta de startschans opbouwen en daarna de eerste meters laten verlopen is altijd een beetje de vraag, als je op de officiële site kijkt is het net alsof ze in de eerste paar meters meteen met een paar haakse bochten te maken krijgen. Volgens het roadbook gaat het na de start op het Place du Casino wat meer rechtdoor, dat lijkt ook logischer. Je kunt vanaf het plein zo goed als rechtdoor rijden, dat zullen we de renners dan maar laten doen. Een paar meter voorbij het plein komen ze in ieder geval uit in de Allee des Boulingrins, een smal straatje ingeklemd tussen de Jardins des Boulingrins en de Jardins de la Petite Afrique. Een straatje tussen twee fraaie tuinen in, voor de renners is vooral van belang dat dit weggetje in de eerste 200 meter meteen omhoog zal lopen. Het wordt qua hoogtemeters een vrij eenvoudige tijdrit, maar direct vanuit het vertrek loopt de weg wel even een paar meter omhoog. Dat stelt niet heel veel voor, maar toch, heel rustig starten kun je dus niet. Na 200 meter slaan de renners rechtsaf, een brede bocht. Na deze bocht gaat het nog eens 200 meter rechtdoor, waarna bij een rotonde de volgende bocht naar rechts volgt. Na deze bocht duiken de renners de Avenue de la Madone in, een brede weg die een aantal meter omlaag zal lopen. We nemen een brede bocht naar rechts en waaieren soepeltjes uit naar links, de afdaling wordt door veel renners technisch genoemd en het is in ieder geval wel een feit dat we meteen vanaf het begin een hoop bochtenwerk tegenkomen. Tot nu toe zijn de bochten alleen niet heel lastig, maar daar komt nu verandering in. Aan het eind van deze Avenue de la Madone, weer een weg die we amper 200 meter volgen, volgt een scherpe bocht naar links, in dalende lijn dus ook nog eens. Na deze bocht komen we op de Avenue des Spélugues, we betreden hier tijdelijk het parcours van de Formule 1. Na een paar meter rechtdoor gereden te hebben volgt er een stevig doordraaiende bocht naar rechts, waarna we uitkomen in de befaamde haarspeldbocht van Fairmont. In de afsluitende tijdrit van de Tour de France van 2024 kwam deze haarspeldbocht ook voorbij, maar dan in stijgende lijn. Nu dalen we af door de haarspeldbocht, zoals ze in de Formule 1 ook doen. In aanloop naar de iconische haarspeldbocht zien we de kerbstones verschijnen, dan weet je dus dat je op het stratencircuit van Monaco zit. En even later komen we dus in een haarspeldbocht terecht, eentje die de renners nu in dalende lijn moeten nemen. Dé haarspeldbocht van de Grand Prix van Monaco, de Fairmont Hairpin of Grand Hotel Hairpin. Een lange bocht naar links wacht hier op de renners, gezien het feit dat de weg hier behoorlijk breed is zou dit uiteindelijk toch wel moeten lukken.
![2796266-57709330-2560-1440.jpg]()
![XqqbhsYFbTyrk3NKGrHMqA-1024-80.jpg]()
Voorbij de iconische haarspeldbocht volgt er dan vrijwel direct weer een stevige bocht naar rechts, direct daarna duiken we dan weer linksaf een nieuwe weg in. Die bocht valt wel mee, maar het begint inderdaad op te vallen dat er weinig rechte meters te bespeuren zijn tijdens deze tijdrit. We komen uit bij het Rond Point du Portier, op dit ronde punt volgt nog meer bochtenwerk. We buigen af naar rechts en slaan uiteindelijk linksaf de Avenue Princesse Grace in, een weg die natuurlijk vernoemd is naar Grace Kelly. De
gemalin van prins Reinier III, de moeder van de hondslelijke koning Albert II. Zelden iemand met zo'n onbeholpen hoofd gezien, en dat heeft dan overal buitenechtelijke kinderen rondlopen, met een adellijke titel kom je een eind. De Avenue Princesse Grace is een bijzondere weg, want we gaan hier voor het eerst deze tijdrit wat langer rechtdoor rijden. Een meter of 800 rijden de renners vrijwel rechtdoor over een zo goed als vlakke weg, langs de kust. Goed, wel een paar flauwe bochten onderweg, maar dit is eindelijk het moment om even de grote plaat erop te leggen en rechtdoor te knallen. Al kun je er ook weer niet heel lang van genieten, aan het eind van deze strook van 800 meter volgt er een pittige bocht van 180 graden, een bocht waarin de renners volledig tot stilstand zullen komen. Ze draaien om en rijden daarna terug over de Avenue Princesse Grace, op de terugweg zien ze zowaar even een paar meter de zee liggen. Ze rijden langs een brasserie met de naam Smakelijk, als je je toko zo noemt weet je in ieder geval één ding zeker: niet te nassen. Op de terugweg rijden we wederom een meter of 800 zo goed als rechtdoor, op wat flauwe bochten na. De wat smallere weg is voorzien van een drempeltje, terwijl we even verderop langs het Grimaldi Forum zullen rijden. Een modern conferentiegebouw en cultureel centrum met flexibele ruimten en drie auditoriums voor muziek, dans en kunst, zo zo. Vooral een spuuglelijk gebouw, wederom een bewijs dat alles te koop is, behalve smaak. Aan het eind van de Avenue Princesse Grace komen we weer uit bij het ronde punt van Portier, waar we nu zo goed als rechtdoor rijden. We rijden voorbij de rotonde een paar meter verderop de befaamde Tunnel Louis II binnen, de tunnel die bekend is dankzij de Formule 1. Hier zoeven de auto's dan keihard doorheen, al weten wij allemaal dat de naar kerosine ruikende Pogacar véél harder gaat. Nouja, bekend terrein voor alle proleten die graag autootje rijden volgen. Kicken tunneltje, paar flauwe bochten erbij, maar dat stelt voor de renners natuurlijk niets voor. De krachtpatsers mogen vooral blij zijn dat het nu weer een paar meter wat meer rechtdoor gaat, direct langs de kust. Recht, breed en vlak, dit is het moment om even meters te maken voor we dadelijk uitkomen bij de technische finale van deze tijdrit.
![3840px-Tunnel_Monaco_IMG_1019.jpg?utm_source=commons.wikimedia.org&utm_campaign=index&utm_content=thumbnail]()
![louis-II-tunnel-accident.jpg]()
![MRL0d2v.jpeg]()
Voorbij de iconische tunnel rijden we langs wat protserige gebouwen, zoals het clubhuis van de lokale jachtclub. Tussen deze gebouwen in gaat het buiten de tunnel nog eens een meter of 400 rechtdoor, direct langs de kust. We rijden over de Avenue John F. Kennedy, waar we langs de luxueuze jachten van de Port Hercule fietsen. Aan de ene kant alleen maar jachten, aan de andere kant van de weg alleen maar luxueuze appartementen, Monaco is niet voor iedereen. Na een relatief lange tijd rechtdoor gereden te hebben volgt er nu plots een schuine bocht naar links, we duiken de Route de la Piscine in en deze weg gaan we een tijd volgen. We rijden nu echt direct langs het water, de jachten in de haven kunnen we nu bijna aanraken. Dat levert vast mooie plaatjes op, maar Monaco blijft een hellegat. Op de Route de la Piscine vinden we overigens daadwerkelijk een zwembad, terwijl we hier ook een museum vinden waar de privécollectie van prins Reinier III te vinden is. Auto's gaat het dan om, uiteraard. Een proleet ben je niet voor even, een proleet ben je voor het leven. Op de Route de la Piscine vinden we na 5,6 kilometer het enige tussenpunt van deze korte tijdrit, op 3,8 kilometer van de aankomst nemen we even een tussentijd op. Net over de helft, maar gezien al het bochtenwerk dat nog volgt zitten we nu misschien zelfs wel halverwege de tijdrit. Op de weg langs de haven komen we alvast wat bochtenwerk tegen, zo volgt er in de buurt van het zwembad zelfs een soort van chicane. Een bekende chicane, ook dit stukje van de route maakt onderdeel uit van het stratencircuit van de F1. Eerst buigt de brede weg af naar rechts en direct daarna gaan we naar links, na deze bocht is er dan weer een mooi zicht op het ommuurde gedeelte van Monaco, gelegen op een heuvel. Veel tijd om te genieten van dit uitzicht is er niet, want dan volgt er alweer een bocht naar rechts met direct daarna een afbuiging naar links. Een paar meter over wat steentjes en dan slaan we aan het eind van de haven wat scherper linksaf. De renners komen op de Quai Antoine 1er terecht en hier rijden ze nog een paar meter langs de bootjes af, waarna er een scherpe en lastige bocht naar rechts volgt. Direct na deze bocht rijden we een nieuwe tunnel binnen, 500 meter lang mogen de renners door het donker rijden. Het lijkt alsof ze rechtdoor een gebouw betreden, maar onder dit gebouw door vinden ze de ingang van de Tunnel Rocher Palais. Ze rijden vervolgens de Tunnel Rocher Antoine 1er binnen, een tunnel die in de eerste meters vrij smal gaat zijn. Vrij donker ook, en zelfs voorzien van een bocht naar rechts. Even verderop wordt de weg weer recht en weer een paar meter later wordt de weg breed, de tunnel is tegen die tijd ook beter verlicht. In deze tunnel rijden we onder het versterkte deel van Monaco door, dat zien we vooral als we de tunnel weer verlaten.
![tunnel-rocher-antoine-ier-c-direction-de-la-communication-michael-alesi-900x900-64abc39d241c5.webp]()
![Fontvieille-Commercial.jpg]()
Bijzonder parcours toch wel, hopelijk lukt het de organisatie om beelden uit te zenden vanuit de tunnels, anders zijn we de renners redelijk vaak kwijt. Voorbij deze tunnel komen we uit in Fontvieille, een wijk waar ook weer een fraai haventje te vinden is. Als de renners nu achterom kijken zien ze op de heuvel het lokale paleis liggen, maar over een paar kilometer keren we hier weer terug dus ik adviseer ze om even geduld te hebben. Over een weg die enkele drempels kent rijden we een paar meter rechtdoor, waarna we ter hoogte van het Centre Commercial de Fontvieille een vrij onbetamelijke bocht moeten nemen. We komen uit bij een rotonde, waar we scherp linksaf slaan. Dat gaat nog, maar direct daarna draaien we nog eens stevig door naar links, het is weer bijna een bocht van 180 graden. De snelheid kan er weer volledig uit, zeker ook omdat de weg plots een stuk smaller wordt. Richting het eind van de tijdrit bereiken we het deel dat volgens iemand als Van Aert wellicht zelfs té technisch is. Ik kan zijn gedachte wel begrijpen, we rijden via een smalle weg over de Quai Jean-Charles Rey en langs deze kade zien we heel wat sloepen liggen, maar we zien ook het nodige bochtenwerk. Na een paar meter rechtdoor gereden te hebben volgt er een haakse bocht naar rechts, met zicht op de rotsformatie Rocher du Monaco waar we op de top het Palais Princier vinden rijden we over de smalle weg vol drempeltjes een meter of 50 rechtdoor, voor er nu een haakse bocht naar links zal volgen. Een meter of 30 later volgt er dan weer een bocht van 90 graden naar rechts, met 20 meter daar weer na een haakse bocht naar links. Dit begint ondertussen op veldrijden te lijken, hier gaat het niet eens om het vermogen dat je kunt trappen, hier is het vooral van belang om als een debiel door de bochten te gaan. In de jachthaven van Port de Fontvieille rijden we nu rechtdoor de Capitainerie tegemoet, het oude gebouw van de havenmeester. Een kasteelruïne, daar heeft het wel iets van weg. Bij deze ruïne volgt er dan weer een haakse bocht naar rechts, dit is echt niet te doen. Ik begin bijna te begrijpen waarom Van Aert overweegt zijn normale fiets mee te nemen, door al deze bochten wil je echt niet gaan op je tijdritfiets. De stroken rechtdoor hiervoor zullen er alleen wel voor zorgen dat renners alsnog voor de tijdritfiets kiezen, maar ik begin het dilemma te begrijpen.
![qHQTiz8.png]()
![1280px-Monako_marina_view.jpg?utm_source=fr.wikipedia.org&utm_campaign=index&utm_content=thumbnail]()
Na de stevige bocht naar rechts bij het oude havenkantoor gaat het nu een meter of 150 rechtdoor, voor we geconfronteerd worden met de volgende stevige bocht naar rechts. Ter hoogte van een oude Engelse rode telefooncel buigt de smalle weg maar weer eens scherp af naar rechts, het is echt niet te doen hier. Dit vind ik misschien nog wel de listigste bocht, je hebt ook geen idee waar je hier precies naartoe stuurt. Geen enkele mogelijkheid om uit te wijken ook, een goede verkenning is hier essentieel. Beter niet teveel risico nemen ook, Granada is nog ver. Na de bocht rijden we een klein tunneltje binnen, waar de weg een paar meter omlaag gaat en daarna ook weer een paar meter omhoog. Voorbij dit korte tunneltje slaan we dan weer scherp rechtsaf, het blijft draaien en keren op leven en dood. En het wordt alleen maar erger, eigenlijk. Bijna direct na deze bocht slaan we stevig linksaf, waarna we een rondje door een park gaan rijden. De renners mogen dwars door de Roseraie Princesse Grace gaan rijden, een tuin waar ze ook een standbeeld ter ere van Grace Kelly vinden. Dit is een weg voor wandelaars, dit is eigenlijk geen weg waar je wil fietsen. Kort achter elkaar komen we hier een stuk of zeven bochtjes tegen, lekker slingeren over een smal weggetje tussen de bomen door. De renners rijden ook langs het Bassin de Fontvieille, een vijvertje. De Jardin aux Canards ligt hier ook, een heerlijk groene oase in het drukke Monaco, ja! Je hebt ook een heuse beeldentuin, waar je onder meer een standbeeld van een dikke vrouw die een sigaret rookt kunt vinden, Monaco is een stad voor de fijnproever. Het toppunt van de rit is toch wel dat we voorbij de tuinen een heuse circustent tegenkomen. De renners komen uit op een plein en hier vinden ze Chapiteau de l'Espace Fontvieille, ja, gewoon een circustent dus. De Vuelta kent geen regels, de Vuelta is één groot circus, en dus heeft men besloten om dwars door die circustent heen te rijden. Verzin ik niet, is echt zo. Kom er maar op. Ze organiseren hier jaarlijks een circusfestival, maar nu komt het echte circus op bezoek.
![odmAEye.jpeg]()
Moedergods, hoe kan een tijdrit van nog niet eens tien kilometer zo vermoeiend zijn? De organisatie heeft alle remmen losgegooid, dit is een hallucinant parcours. Het is nu wel bijna voorbij, als we door de circustent rijden we bevinden we ons op 1,7 kilometer van de aankomst. We slaan buiten de circustent bijna direct scherp rechtsaf, waarna we om het feest compleet te maken een paar meter over een weg vol kasseitjes mogen rijden. Echt een passage van 20 meter, maar op een dag met wat regen had dat nog een gevaarlijke bocht kunnen worden. Enfin, we zijn snel weer terug op het asfalt en dan volgt ook snel weer de volgende bocht, het gaat bijna meteen bij een kleine rotonde schuin naar links en na die bocht rijden we tussen een aantal torenhoge appartementencomplexen door. Zo luxe schijnt dat Monaco uiteindelijk helemaal niet te zijn, al die lui hier betalen een godsvermogen voor een lullig appartementje, van ruim wonen is geen sprake. Hoe dan ook, al snel buigt de weg weer af naar rechts, de renners moeten daarna een drempeltje ontwijken en ze rijden daarna met een prachtig zicht op de bergen een paar meter rechtdoor over de Avenue du Port, een weg op de grens met Frankrijk. Dat land ligt op een steenworp afstand, maar we blijven deze hele tijdrit op het grondgebied van Monaco. Nou, weer een paar meter later volgt er maar weer eens een bocht, het gaat nu weer naar rechts. We komen nu op de Avenue des Castelans terecht en dit is een weg die voert langs het stadion van de lokale voetbalclub. Zonder dat het echt in beeld komt rijden we langs het Stade Louis II af, het stadion van AS Monaco. AS Monaco is dé Monegaskische voetbalclub, opgericht in 1919. Ondanks het feit dat het een club uit Monaco is, heeft het altijd in de Franse voetbalcompetitie gespeeld. De club won onder meer achtmaal het landskampioenschap, vijfmaal de Franse Beker en driemaal de Alpencup. In 1992 behaalden ze de finale van de Europacup II en in 2004 de finale van de Champions League, maar beide finales werden verloren. In november 2011 is de club in handen gekomen van de Russische miljardair Dmitry Rybolovlev, die de club financieel ondersteunt. Ja, een Russisch speeltje, dat is dan weer jammer. Die man heeft een partij geld in de club gepompt, niet normaal. De strategie van Monaco bestond vooral uit het halen van ieder jong talent dat er te vinden was, al hebben ze ook een periode gehad waarin ze het probeerden met namen als James Rodriguez en Falcao. Tegenwoordig hoor je er niet zoveel meer van, al kan dat ook liggen aan het feit dat ik het Franse voetbal niet volg. Een paar keer tweede en derde geworden de afgelopen jaren, al kan de Russische eigenaar duidelijk niet op tegen de investeringen van het Qatarese PSG. Enfin, wat ik vooral van AS Monaco weet is dat er nooit een hond op de tribune zit. In het Stade Louis II passen 18.000 mensen, er zitten er doorgaans een stuk of 8.000. Dat is dan natuurlijk ook Monaco, al die rijke figuren die hier wonen hebben verder geen enkele band met de stad en dus ook niet met de lokale voetbalclub. Wel een opvallend stadion, een stadion waar tussen 1998 tot en met 2012 jaarlijks om de Europese Supercup werd gespeeld. Ook wordt hier de atletiekwedstrijd Herculis gehouden, toe maar.
![Stade%20vue%20ae%CC%81rienne.jpg]()
![Stade.jpg]()
Langs het stadion af volgt er een flauwe bochtje naar links en daarna buigt de weg weer af naar rechts, we springen over een drempel en rijden vervolgens onder een gebouw door. De renners rijden door een soort van galerijweg heen, waarna ze even verderop uitkomen bij een rotonde. Hier rijden ze rechts omheen, om een paar meter later meteen uit te komen bij de volgende rotonde. Voorbij deze rotonde komen ze uit op bekend terrein, we zijn weer in de haven van Fontvieille, bij het opvallende gebouw van het Centre Commercial du Fontviellie. Rechtdoor kijkend zien we Rocher du Monaco liggen, we rijden nu opnieuw de tunnel binnen onder deze rotsformatie door. Even een kort moment om van het uitzicht te genieten, daarna zitten we voor de zoveelste keer vandaag in een tunnel. In de tunnel gaat het enkele meters rechtdoor, waarna we even verderop schuin linksaf buigen. We reden een paar meter over een weg die we eerder hebben gezien, maar nu zoeken we midden in de tunnel een nieuw route op. De nieuwe weg in de tunnel duurt niet lang, vrij snel verlaten we de tunnel van Rocher Palais. Buiten de tunnel loopt de weg een paar meter omhoog, zodra we boven zijn bevinden we ons weer in de Port Hercule. Met zicht op alle boten van deze uitgestrekte jachthaven bevinden we ons ook in de laatste 500 meter van de rit. Buiten de tunnel gaat het rechtdoor tot aan de finish over een brede weg, de Boulevard Albert 1er, zo ongeveer op de plek waar de tijdrit in de Tour van 2009 eindigde. Ook de plek waar de tijdrit in de Tour van 2024 van start ging, en natuurlijk de plek waar we de start en de finish van het autootje rijden vinden. Wat een vermoeiende tijdrit, ik ben nog nooit zo uitgeput geweest na het beschrijven van een tijdritparcours. Het is een soort criterium, zo mag je het eerder noemen. Een kermiskoers, perfect voor deze kermisstad.
![KilNuyj.jpeg]()
![U4zQOcw.jpeg]()
De tijdrit eindigt dus op de plek waar de Tour in 2009 begon en waar de Tour van 2024 eindigde, daar, ter hoogte van de haven van
Hercules, bij het startgrid van het stratencircuit uit de Formule 1. De Port Hercule is de enige diepwaterhaven van Monaco, lees je dan. De haven is al sinds de oudheid in gebruik. De moderne haven werd voltooid in 1926 en onderging in de jaren zeventig aanzienlijke verbeteringen. De haven beslaat bijna 160.000 m² , genoeg om ankerplaatsen te bieden aan maximaal 700 schepen. De haven ligt in de wijk La Condamine, en zo zijn er nog veel meer leuke feitjes te vinden. De waterdiepte in de haven varieert van zeven meter voor standaard ligplaatsen tot 40 meter voor de buitenste pieren en de aanlegsteigers voor cruiseschepen, want in dit wanstaltige oord moet je natuurlijk ook gewoon je cruiseschip aan kunnen meren. Blijkbaar werd de stad in de zesde eeuw voor onze jaartelling gesticht door de Phocaeërs, Grieken die zich vanuit het huidige Marseille naar dit stukje grondgebied verplaatsten om er een kolonie te stichten. De kolonie werd Monoikos genoemd, de precieze betekenis van deze benaming is alleen een beetje onduidelijk. Het zou in ieder geval een verwijzing naar
Hercules moeten zijn, de mythologische held die hier vereerd werd. Hij zou de weg tussen Spanje en Italië hebben aangelegd, je zou voor minder. Op de Rots van Monaco zou er een altaar ter ere van
Hercules te vinden zijn geweest, waarna men besloot om de haven gelegen onder de rots naar hem te vernoemen. De haven zie je jaarlijks passeren als je fan bent van het hele vroemvroemgebeuren, de Grand Prix van Monaco passeert hier dus jaarlijks. Chicane, haarspeldbocht, noem het allemaal maar op. De Grand Prix van Monaco is een race uit de Formule 1-kalender. Deze wordt gereden in de straten van Monaco, het Circuit de Monaco. De Grand Prix van Monaco wordt gezien als een klassieker en werd al gereden voordat de Formule-1-kampioenschappen bestonden. Tegenwoordig voldoet het circuit eigenlijk niet meer aan de moderne eisen van de Formule-1; er kan namelijk niet heel hard gereden worden en door de vele bochten is inhalen moeilijk. De race behoort samen met de 24 uur van Le Mans en de Indianapolis 500 tot de Triple Crown van de autosport en wordt gezien als een van de meest prestigieuze, zo probeert Wikipedia ook van deze drol een taart te maken. In 1925 werd de Automobile Club de Monaco opgericht, die voortkwam uit de nationale wielersportvereniging, toen ging het dus mis. Hadden ze het maar bij een wielersportvereniging gelaten, dat was veel beter geweest. Nouja, sinds die tijd hebben ze jaarlijks een race georganiseerd en de eerste officiële Grand Prix volgde in 1950. Hierna zou de Grand Prix elk jaar plaatsvinden, op een paar uitzonderingen na. in 1951 vanwege budgettaire problemen en vanwege problemen rond de regelgeving. in 1953 en 1955 werd de GP wederom niet gereden vanwege problemen met de regelgeving. De Grand Prix van 1984 werd wel gereden maar vanwege zware regenval eerder stilgelegd. In 2020 werd de race niet gereden vanwege de coronapandemie. Corona had ook voordelen. De Grand Prix van Monaco blijft tot ten minste 2031 op de Formule 1-kalender staan zo werd bekend in november 2024, alle kermisklanten kunnen dus nog meerdere jaren hun hart ophalen. Vooral mooi voor Charles Leclerc natuurlijk, weer een echte Monegask. Schijnt vrij goed autootje te kunnen rijden, vang ik tegen mijn zin wel eens op. De Grand Prix wordt gereden op het Circuit de Monaco, dat elk jaar wordt aangelegd over de straten van de wijken La Condamine (het gedeelte bij de haven) en Monte Carlo (het deel op de heuvel, langs het casino). Het werd al vanaf het begin als een uitdagend parcours gezien, door de vele scherpe bochten, zelfs een haarspeldbocht, hoogteverschillen en een tunnel. In de beginjaren liepen de coureurs het risico om tegen gebouwen, bomen of lantaarnpalen te botsen of zelfs in het water terecht te komen, zoals gebeurde met Alberto Ascari en Paul Hawkins. Wij kennen nog wel iemand die in het water terecht mag komen, ik noem geen namen. Nouja, goed, dat lijkt me voorlopig wel genoeg Monaco, morgen gaan we ook nog eens van start in dit mensonterende staatje.
![1280px-Monaco_680.JPG?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
![grandprixmonaco-terrasses-ermannopalace-04.jpg]()
![2595325905_a80e6899c1_b.jpg]()
In Monaco is het vandaag 26 graden, lekker temperatuurtje. We gaan tijdens een groot deel van deze Vuelta in Andalusië rondrijden, het is fijn dat het de renners gegund wordt op een paar dagen rond te rijden zonder dat het 40 graden is. Amper wind, en de wind zou tijdens de tijdrit redelijk gelijk moeten blijven. Toch wel dezelfde omstandigheden voor de renners, al koelt het wat af als de laatste renners aan de beurt zijn. Het is immers weer een eerste rit van de Vuelta en dus gaan we laat van start. Of de nacht al invalt in Monaco tegen de tijd dat de laatste renners vertrekken, dat denk ik dan weer niet. De laatste renner zou rond 19:30 binnen moeten zijn, terwijl de zon een uur later pas ondergaat, we krijgen geen herhaling van de taferelen in Barcelona van drie jaar geleden. Zometeen om 16:00 gaat Eurosport 1 live, waarna we om 16:17 Diego Uriarte als eerste op het startpodium zullen zien verschijnen. Bij het casino voor de deur begint de renner van Kern Pharma als eerste aan de tijdrit, na hem vertrekken ze om de minuut. Wel een interessante tijdrit om vanaf het begin te volgen, enkele klassementsrenners als Skjelmose en Carapaz beginnen er al vroeg aan. Ook Gall is er vrij vroeg bij, hem zie ik hier met al dat bochtenwerk meteen een minuut verliezen. Stefan Küng begint er om 18:17 aan, iemand om serieus rekening mee te houden natuurlijk. Josh Tarling is om 18:51 aan de beurt, dat wordt een bijzonder moment. Wout van Aert komt pas helemaal aan het eind langs, om 19:17 is hij een van de laatste renners aan het vertrek. Na hem vertrekt Ivan Romeo, een minuut daarna begint Pogacar eraan en om 19:20 staat Primoz Roglic als laatste aan het vertrek. De organisatie verwacht dat hij tien minuten later binnen is, het moet ondanks al het bochtenwerk alsnog een snel rondje worden.
https://www.tissottiming.com/2026/vue/stage-1/startlist![vue-aerienne-palais-monaco.jpg]()
![ARTVIEW-10707711-1200-800-6497a45_ftp-1-8rbf8tf7ew3h-20260818nim5225.jpg?width=1260&optimize=medium&quality=66&format=auto&upscale=false&crop=3:2,smart]()
De tijdrit begint enorm technisch, daarna volgen er een paar wat langere stroken rechtdoor waar de krachtpatsers hun kracht kwijt kunnen, maar in de laatste paar kilometer is het weer hollen van bocht naar bocht. Al bij al is het bepaald geen tijdrit voor de specialisten, vooral niet als je bedenkt dat jongens als Küng en Tarling niet direct over de meest gepolijste bochtentechniek beschikken. Ik neig hier toch vooral naar de wat meer explosieve types, de jongens die wel goed een bocht kunnen aansnijden. Het is ook maar een inspanning van een minuut of tien, dus is dit ook echt perfect voor iemand als Pedersen. Al weten we natuurlijk allemaal wie er meteen gaat winnen, we zijn in zijn stad dus de winst is uiteraard voor Pogacar. Van begin tot eind in het rood, stuk of tien ritten winnen, lekker man. Zin in. Dit kan zomaar eens een enorm vervelende Vuelta gaan worden. Ik ben gezien het parcours overigens bang dat het sprookje van Tarling niet bestaat. Het zou schitterend zijn, maar Josh is toch meer een man van de lange halen en die lange halen liggen hier niet voor het oprapen.
1. Pogacar. Wisten jullie dat Pogacar in Monaco woont? Wisten jullie dat hij ook gewoon iedere koers wint? Leuk.
2. Van Aert. Wout gaat wel even alle angsten in zijn hoofd moeten uitschakelen, dit is een tijdrit waar je als een gek door iedere bocht moet. Als hij dat voor elkaar kan krijgen is hij dicht bij de zege, al is natuurlijk niemand opgewassen tegen allround fenomeen Pogacar.
3. Pedersen. Dommekracht Pedersen kan soms een geweldige tijdrit afwerken, dit is er echt eentje die op zijn lijf geschreven is. Kort, explosief, rammen.
4. Romeo. Een specialist in dit soort werk. En in vorm, mijn verwachtingen zijn hooggespannen.
5. Küng. Recent de tijdrit in Polen gewonnen, eindelijk weer een keer een goede tijdrit van hem. Maarja, het parcours van deze tijdrit is dan weer niet direct in zijn voordeel. Alsnog, hoog eindigen is een verplichting. Vlak overigens zijn ploeggenoot Kluckers ook niet uit. Een Hayter kan hier wellicht ook vrij vooraan eindigen, al is dat ook niet echt een specialist in het bochtenwerk. Callum Thornley Finn Fisher-Black moet je op basis van de tijdrit in Polen ook noteren, zo zijn er genoeg mogelijke kandidaten om deze tijdrit te winnen.