Wooncrisis in de Bollenstreek: 'Huizen en bollen zijn elkaars vijanden'
BOLLENSTREEK - Eén grote bollenstad. Het is hét schrikbeeld van telers in de Bollenstreek. Net als in de rest van onze regio zijn ook hier steeds meer woningen nodig. Hier hebben ondernemers alle begrip voor. Maar er is wel een voorwaarde: het mag niet ten koste gaan van de bollengrond. 'Een valse tegenstelling', vindt Onno Zwart van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij. 'Er zijn veel meer keuzes te maken.'De bollengrond is heilig in deze streek. Maar al in de jaren 90 kwam woningbouw steeds dichterbij. Om te voorkomen dat de Bollenstreek haar karakter zou verliezen, hebben alle partijen een afspraak gemaakt. Er is 2625 hectare bollengrond beschikbaar en dat moet altijd zo blijven. Volgens bollenkweker Simon Pennings is dat noodzakelijk. 'Dit is ultieme grond om bollen te telen. Daar zijn we altijd heel trots op.'
Pennings laat een veld van ongeveer een halve hectare zien. Hij gebruikt deze grond om nieuwe dingen uit te proberen. Hij kan zo dicht bij zijn bedrijf kleinere en nieuwe soorten testen. Hij laat het zand door zijn handen gaan. 'Alles wat je hier plant, slaat gelijk aan.'
Het is een steeds terugkerende discussie in de regio. Moeten we deze bollengrond wel behouden of moeten er meer woningen komen? Eén van de woningzoekenden in onze regio is Mary-Lou. De 41-jarige vrouw woont met haar dochter in een stacaravan van ongeveer 25 vierkante meter.
Na een scheiding is ze al jaren noodgedwongen op zoek naar een woning. 'We hebben alles wat we nodig hebben, een dak boven ons hoofd, alleen willen we heel graag een huis. Een echt huis met stenen muren.'
Voor een paar weken is de stacaravan prima, maar ze woont er nu al maanden. In de winter is het er te koud en moet ze opnieuw op zoek naar tijdelijk onderdak. 'Dit is nu al vier jaar aan de gang. We hebben tijdelijk al een aantal huizen gehad. Maar het geeft zoveel stress dat ik er inmiddels ook ziek van ben geworden.'
Hoe dringend de woningnood ook is, volgens Pennings is de oplossing in elk geval niet elk beschikbaar bollenveld volbouwen. 'Hier gaan er dan eigenlijk maar een stuk of drie op', verwijst hij naar zijn halve hectare grond. 'Dat zet ook geen zoden aan de dijk.'
'Pijn in ons hart'
Door de druk op de woningmarkt is het behoud van bollengrond ook in de politiek steeds vaker een belangrijk thema. Pennings begrijpt dat gemeentes in de streek extra ruimte zoeken. 'Er is natuurlijk heel veel aandacht voor de ruimte in de Bollenstreek. Om te bouwen en wegen te maken en industrieterreinen, wat we ook wel begrijpen.'
Maar bouwen op oude bollengrond die beeldbepalend in het landschap ligt, gaat hem te ver. 'Dat doet pijn in ons hart.'
Pennings wil benadrukken dat kwekers niet overal 'nee' tegen zeggen. Samen met de gemeenten is er 45 hectare aan plekken aangewezen waar volgens de sector wel woningen kunnen komen. 'We zeggen niet botweg: nee, je mag niet bouwen. Maar we hebben gewoon gezegd: nou, dit is beschikbaar, ga dan daar bouwen.'
Als er nu ruimte wordt gemaakt voor woningen, dan betekent dit dat er elders in de Bollenstreek nieuwe bollengrond gevonden moet worden. Hier is de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) verantwoordelijk voor, legt Onno Zwart uit. 'Een meter eraf is een meter erbij', legt hij uit.
Oude kassen weghalen
Dat gebeurt bijvoorbeeld door oude kassen, schuren en andere bedrijfsgebouwen weg te halen. De grond die daaronder ligt, kan vervolgens weer geschikt worden gemaakt voor de teelt. Op die manier moet de totale hoeveelheid bollengrond op peil blijven.
Dit is niet alleen nodig om grond voor woningen te kunnen gebruiken, maar ook om de bollenteelt toekomstbestendig te maken. 'Een paar decennia geleden hadden we wel meer dan 450 teeltondernemingen. De toekomstverwachting is dat dat naar minder dan honderd gaat.' Het betekent volgens hem niet dat de bollenteelt uit de streek verdwijnt. 'Minder bedrijven, maar grotere oppervlaktes.'
Er moet ruimte blijven voor nieuwe ontwikkelingen in de Bollenstreek, meent Zwart. Bedrijven moeten kunnen uitbreiden, er zijn wegen en fietspaden nodig en ook woningen kunnen niet volledig buiten de deur worden gehouden. 'Je kunt wel zeggen: handjes af, we veranderen niks meer. Maar de tijd gaat verder', zegt Zwart.
Wel benadrukt de GOM-directeur dat er steeds een tegenstelling wordt gecreëerd tussen wonen en bollengrond. Volgens hem hoeft dit niet. 'De tegenstelling tussen huizen en bollen bepaalt altijd het debat. Ik snap dat die ooit ontstaan is, want de bollenstad zou ten koste gaan van bollen. Dus huizen en bollen zijn elkaars vijanden.'
Genoeg mogelijkheden
'Maar de ruimtelijke ordening en de streek zijn natuurlijk veel groter en diverser', vervolgt hij. 'Het is een veel rijker ruimtelijk palet, maar ook een keuzepalet.'
Zwart ziet daarom genoeg mogelijkheden. 'Is er toekomst voor woningbouw in de Bollenstreek? Zeker. Is er toekomst voor bollen in de Bollenstreek? Zeker. Is er toekomst voor landgoederen in de Bollenstreek? Zeker. Is er toekomst voor duinen? Zeker. Het is allemaal én, én, én.'
Hij geeft al enkele voorbeelden van mogelijkheden om meer woningen te bouwen die niet ten koste gaan van de bollengrond. 'Je kunt in de bestaande kernen ook verdichten door hier extra woningen te bouwen, of toch de hoogte in te gaan. Het hoeft niet altijd ten koste van bollengrond te gaan.'
Voor kweker Simon Pennings is het in ieder geval duidelijk. Hij zal zich blijven verzetten tegen plannen die ten koste gaan van de afgesproken hoeveelheid hoogwaardige bollengrond. 'Dat doe ik niet voor mezelf, maar dat doe ik echt voor de jongere generatie, om die ook toekomstperspectief te laten hebben.'
Welke grond moet behouden blijven?
Ondanks dat er minder bedrijven zijn, is de bollenteelt volgens hem nog springlevend. Daarom moet er goed nagedacht worden over welke grond behouden moet blijven en waar woningbouw wel mogelijk is.
Mary-Lou snapt dat de bollentelers hun grond niet graag opgeven. 'Ik ben zelf ook inwoner van de Bollenstreek en geniet er zelf ook erg van. En ik begrijp als ondernemer ook heel goed wat de inkomsten van de toeristen doen. Dus dat is dubbel.'
'Hoop op stabiliteit'
'Wat ik wel vind, is dat gemeenten kritischer mogen kijken dat als er plek is om te bouwen, wat er dan neergezet wordt. Bouw je dan een villa of een appartementencomplex? Dat ze naar oplossingen kijken voor de vele woningzoekenden en dus niet naar de mensen die ze het liefst bedienen.'
Voor haar kunnen die huizen er in elk geval niet snel genoeg staan. 'Als permanente woonplek is dit een verschrikking', zegt ze over haar stacaravan. 'Daarom hoop ik op stabiliteit. Een leuk appartementje zou echt fantastisch zijn.'