abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
pi_221284677
Etappe 6: Pau - Gavarnie-Gèdre, 186,2 km

De eerste vlakke rit van de Tour is achter de rug en dat werd een vrij typische sprintersrit. Direct na het vertrek was Baptiste Veistroffer vertrokken, dat zag iedereen aankomen. Ik had nog wel een mannetje van Total en een mannetje van Caja Rural in steun verwacht, maar bij die ploegen besloten ze dat het een beter idee was om voor de sprint van Turgis en Gaviria te gaan. Het werd daardoor een makkelijke dag voor de sprintersploegen, Veistroffer was makkelijk te controleren. Goed dat hij er is, hij zal de komende vlakke ritten nog wel vaker in z'n eentje op kop gaan rijden. Nog steeds kut, maar beter dan vorig jaar, toen hadden we een aantal dagen helemaal niemand op kop. Goed, nouja, er gebeurde de hele rit dus eigenlijk niets. Een keer een tussensprintje als moment om even wakker te worden, maar daarna konden we tot de finale rustig wat anders gaan doen. In de finale van de rit lagen een paar klimmetjes verstopt, maar met die klimmetjes werd niet veel gedaan. Ploegen hadden kunnen proberen om een Merlier in verlegenheid te brengen, maar dat gebeurde niet. Quick Step reed zelf op kop op die klimmetjes en zij hielden het tempo logischerwijs vrij laag. Desondanks werd Arvid de Kleijn alsnog gelost, Arvid is bezig met een uitstekende imitatie van Kenny van Hummel. Die noemde zichzelf altijd Hummeltje, heel gênant, maar nu vraag ik me plots wel af hoe Arvid zichzelf noemt. Kleijntje? Enfin, op de top van het laatste klimmetje gingen Fredje Wright en Kasper Asgreen in de aanval, zij kregen Valentin Paret-Peintre mee als afstopper. Die aanval droeg niet ver, maar hey, er gebeurde iets. Veistroffer werd even later ingerekend en toen kon de sprintvoorbereiding beginnen.

Tijdens zo'n eerste sprint, op ook nog eens een relatief makkelijke dag, weet je eigenlijk al wat er gaat gebeuren. Er gaat gechuteerd worden, en niet te zuinig. Nou, dat was nu ook weer zo. Op een kilometer of zes van het eind volgde er een wat scherpere bocht naar rechts, met in die bocht wat obstakels. De eerste renners hadden die bocht al verkeerd ingeschat, dus op een gegeven moment was het voor de renners die daarna kwamen niet meer te houden. Een chute, maar natuurlijk. Alex Molenaar was het grootste slachtoffer, nadat hij zich de eerste dagen van deze Tour nog mooi wist te tonen aan het publiek moet hij nu de strijd staken. Ook Stuyven viel, dat was dan weer vervelend voor Merlier. Enige tijd later zagen we dan weer een renner van Cofidis in de struiken vallen, dat bleek Biermans te zijn. Nerveus, rotnerveus. Een ontregelde sprint, hadden we iets anders verwacht? In die ontregelde sprint had Astana de zaakjes het beste op orde. In de aanloop maakte Cofidis indruk, maar zij kwamen eigenlijk wat te vroeg. Astana kwam op het juiste moment, net als bij de tussensprint. Alle ballen op Max Kanter, zo kun je zelfs in deze voorspelbare tijden soms nog verrast worden. Veel ploegen hadden hun trein niet op orde, veel sprinters moesten al ver voor de sprint zelf aan de bak om in positie te komen. Op een kilometer of twee van het eind zat mijn Bini nog wel goed, maar een kilometer later zat hij weer in een kansloze positie. Net als Philipsen en Merlier, allemaal kregen ze het niet voor elkaar om zichzelf in een gunstige positie naar de sprint te brengen. Dit in tegenstelling tot Olav Kooij, het Jachtluipaard van Numansdorp vond zichzelf terug in het wiel van de mannen van Astana. Die mannen trokken de sprint aan, voor Max Kanter. Maar voor Max Kanter vertrokken was ging Kooij zelf al. En hij ging als een raket. Met veel snelheid sprintte hij op een machtige manier naar de zege. Het was een lastige aanloop, iedereen zat eigenlijk al à bloc, maar Kooij had nog wat over. Uiteraard is hij sneller dan Kanter, daar wint hij altijd van, maar hij wist ook de andere kanonnen af te houden. Vanuit de achtergrond deed Merlier een poging om alsnog naar de zege te rijden, maar niemand kwam meer op het wiel van Kooij. Straffe sprint, al zaten de omstandigheden zeker niet tegen. Ook dat is sprinten, het balletje moet een keer jouw kant opvallen. De omstandigheden waren gunstig, maar de benen waren ook gewoon zeer goed. In zijn eerste Tour tijdens zijn eerste sprint meteen een ritzege voor Kooij, dat is even lekker binnenkomen. Een paar weken geleden was het niet eens duidelijk of hij aan de start zou staan, en nu heeft hij een ritzege op zak. In het begin van het jaar kon hij niet eens koersen wegens een virus, en nu vloert hij de wereldtop. De juiste beslissing om hem mee te nemen, dat mag je nu ook al concluderen. En met deze benen zit er de komende dagen nog meer in, in zijn eerste en natuurlijk voorlopig ook laatste Tour moet hij meteen gaan oogsten. Max Kanter werd tweede, godbetert, Merlier kreeg het zelfs niet meer voor elkaar om de Duitser te remonteren. Aan de andere kant van de weg zagen we dan weer Huub Artz vierde worden, het blijft af en toe en merkwaardige sport. HUUB wilde eigenlijk in de aanval gaan met Baptiste, maar dat ging niet door omdat er niemand anders wilde aanvallen. Daarna zou hij in de sprint Jenno Berckmoes proberen te helpen, maar ineens zag hij zelf een gaatje en wist hij zichzelf vooral dankzij goede positionering naar een vierde plaats te rijden. Hij dacht zelfs even aan meer, dat was helemaal grandioos geweest. Philipsen op vijf, Bini op zes, Pedersen op zeven en Fretin op acht, toch best een gekke uitslag uiteindelijk. Met dank aan een paar valpartijtjes, en met dank aan de typische Tourchaos. Wel de eerste aankomst die een beetje spannend was, maar we zijn nog steeds geen fan van massasprints. De rest van de dag was het aanzien niet waard, maar zulke dagen komen er nog meer aan. Nu, bijvoorbeeld. Op dag zes krijgen we met de eerste bergrit te maken. We gaan over de Tourmalet. Tot zover de Tour.




Jullie weten dit niet, maar in mijn vrije tijd mag ik ook graag dichten. Ik heb zelfs een heuse dichtbundel geschreven, waar ik jullie graag een voorproefje van laat zien. De gedichten in deze bundel staan in het teken van de bezetting van de Tour de France. Ze drukken mijn moedeloosheid uit en, zij het meestal tussen de regels, mijn nihilisme dat verlangt naar een nieuw begin. Voor mij is de bundel een vergif, als tegengif gebruikt, een afrekening met mijn naïeve idealisme in mijn vorige bundel, toen ik nog dacht dat de bezetting van de Tour de France door een bepaalde stad ooit zou eindigen. De bundel heet Bezette Ronde, over de Tour de France, die in de greep wordt gehouden door een kutstad buiten de bergen.



De rit gaat van start op het grondgebied van Mazères-Lezons, waarna we in de eerste 37,5 kilometer van de rit exact hetzelfde parcours gaan afwerken als tijdens de 14e rit van de Tour van vorig jaar. Toen gingen we naar Superbagnères, waar ONZE Thymen Arensman zou winnen! Voor de zoveelste keer gaan we van start in een kutstad buiten de Pyreneeën, om vervolgens op een vlakke manier naar die bergen te fietsen. Deze vlakke aanloop is altijd enorm hatelijk, nog hatelijker is dat ze het gewoon blijven herhalen. Het meest irritante is dat er zelfs met deze kutstart meer mogelijk is, je hebt buiten Mazères-Lezons immers een hele zone vol heuvels, uitlopers van de Pyreneeën, maar daar maken we net als vorig jaar geen gebruik van. In het verleden pakten we er wel eens een of twee mee, maar daar zijn we nu weer mee gestopt. Erg jammer, je had die klimmetjes mooi kunnen gebruiken om een sterke kopgroep weg te laten rijden, maar alle klimmers moeten het nu weer op het vlakke voor elkaar gaan krijgen. Kan natuurlijk nog steeds, we hebben tijdens een vlakke aanloop ook wel eens een kopgroep van 50 man zien wegrijden, in zo'n grote groep kunnen de klimmers ook gewoon mooi meeschuiven, maar het waarschijnlijkste scenario is nog altijd dat je met een flopgroep te maken krijgt. Al hebben we nu met de eerste bergrit van de Tour te maken, dus is de kans sowieso aanwezig dat UAE ons hier definitief de nek gaat omdraaien. Geen klimmetjes in het begin, nee, het is gewoon vlak terwijl de renners in de eerste 17 kilometer van de etappe praktisch rechtdoor rijden naar Coarreze. We rijden langs het dorpje af waar de voormalige Franse premier vandaan komt, François Bayrou. Vorig jaar werd hij kort na de Tour weggestemd, de Franse politiek is doorgaans één grote tombola. Het is net niet helemaal vlak, in principe loopt de weg richting de Pyreneeën continu heel minimaal vals plat omhoog, maar dat stelt natuurlijk recht geen reet voor. Het is een fascinerende route in zekere zin, we rijden in één rechte lijn naar de bergen toe over een weg die enorm breed is en continu wordt omgeven door velden vol maïs. Af en toe komen de renners een rotonde tegen, verder valt er niets van enig belang te noteren. Na 17 kilometer komen we uit in Coarreze, een dorpje met een kasteeltje. Weer wat rotondes en ook wat vluchtheuvels hier, maar verder blijft het voorlopig een makkelijke tocht. We steken een lokaal riviertje over, maar dat doen we over een brede brug. Nee, we kiezen echt voor de simpelste weg richting de bergen. Pure luiheid van Gouvenou, op dit soort dagen is hij helemaal in zijn element. Van Coarreze rijden we naar Lourdes en die tocht gaat een kilometer of 20 duren. Buiten Coarreze komen we weer in de vallei terecht, we komen daar weer een tijdje geen dorpjes en bijbehorend verkeersmeubilair tegen, het is vooral rechtdoor knallen langs de rivier de Ousse, wat minder langs het maïs en wat meer door de bossen inmiddels. Gewoon een brede en rechte weg langs het water, kind kan de was doen. Pas in Lestelle-Bétharram, een kilometer of zes later, rijden we weer door een dorpje. Palmbomen als vluchtheuvel, weer eens wat anders. Ook alvast een heiligdommetje hier, we bevinden ons niet voor niets bijna op heilige grond. We ploegen voort richting Saint-Pé-de-Bigorre, in de volgende vijf kilometer rijden we alleen een keer over het spoor en komen we verder niets tegen. In het centrum van Saint-Pé-de-Bigorre is de weg wat smaller, wat bochtiger en staat er een kasteelachtige kerk. Tot zover Saint-Pé, we rijden hierna een kilometer of tien verder naar Lourdes zonder veel spannende dingen tegen te komen. De weg is buiten het dorp weer breed en loopt overwegend vals plat omhoog, maar dat zal amper merkbaar zijn. We volgen nog steeds de Ousse en daardoor komen we af en toe een bocht tegen, je maakt wat mee. In een aantal van die bochten gaat het zelfs naar beneden, allemachtig. Maar goed, geen problemen tot in Lourdes, dat we na 37 kilometer gaan bereiken. In Lourdes passeren we best wel vaak, op weg naar de Pyreneeën. In de Tour van 2018 ging hier een rit van start, we gingen toen naar Laruns waar Roglic zou winnen. Daarna ging er ook in de Tour van 2022 nog een keer een rit van start in deze heilige stad, we gingen toen naar Hautacam en op die klim bleek Pogacar nog wel te kloppen te zijn, drie jaar later nam hij op dezelfde klim op een gruwelijke manier wraak en ook vandaag mogen we geen hoop koesteren dat hij te kloppen blijkt. Lourdes is natuurlijk de grootste katholieke bedevaartsplaats van Europa. Dat heeft natuurlijk te maken met een of ander ongeloofwaardig verhaal, dat we integraal van Wikipedia kopiëren: In 1858 verklaarde Bernadette Soubirous, toen een 14-jarig meisje, tussen 11 februari en 16 juli verschillende verschijningen te hebben gezien, die door de belangrijkste hoogwaardigheidsbekleders van die tijd werden beschouwd als die van de Heilige Maagd Maria in de verre grot van Massabielle. In 1864 werd er een standbeeld opgericht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes bij de plaats van de verschijningen. Er werd een kapel gebouwd die al spoedig te klein werd en ging dienen als crypte voor de eerste basiliek, de Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis. In de loop der jaren kwamen hier nog twee basilieken bij en verschillende andere gebouwen, die thans allemaal deel uitmaken van het Heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. De Rooms-Katholieke Kerk heeft verschillende wonderbaarlijke genezingen erkend. Nou, enzovoort. Allemaal gelul, maar er komt wel een hoop volk op af. Beetje heilig bronwater ophalen en dat soort onzin, mensen zijn volslagen randdebielen. Na Parijs hebben ze in Lourdes zelfs de meeste hotels van Frankrijk, vanwege een of ander gedateerd sprookje. Maar goed, dat is menselijk, mensen geloven immers ook in Pogacar en UAE. Dan geloof ik nog eerder in een verschijning van de heilige maagd, mokzegge.




Vorig jaar reden we voorbij Lourdes naar Luz-Saint-Sauveur toe, na nog eens een stuk of 30 vlakke kilometers in de vallei begonnen we vervolgens aan de beklimming van de Col du Tourmalet. Via de Aspin en de dit jaar blijkbaar vermijdelijke Peyresourde reden we naar Superbagnères toe, waar Thymen Arensman als enige vluchter de klassementsrenners wist voor te blijven. Arensman hield stand, achter hem reed Pogacar aan het eind nog even weg van Vingegaard. Vandaag gaan we weer over de Aspin en de Tourmalet rijden, maar dan wel van de andere kant. Daarom rijden we nu van Lourdes niet naar Luz-Saint-Sauveur, nee, we volgen nu eerder de route van de Tour van 2021. Van Lourdes rijden we nu verder langs de voet van de Pyreneeën richting Bagnères-de-Bigorre. In het centrum van Lourdes maken we een bochtige tocht mee, bij de entree in deze heilige stad fietsen we uiteraard ook langs het heiligdom. We zien die bijzondere plek aan de andere kant van de Ousse liggen, misschien hebben de renners geluk en worden ze op deze opnieuw warme dag met wat heilig water besprenkeld. We fietsen ook langs het lokale fort, daar hoor je dan weer nooit iemand over. Die taak neem ik dan maar weer op me, je moet wat. Na nog wat bochten en een paar rotondes verlaten we Lourdes weer, waarna we niet direct op weg gaan naar de bergen. Nee, we rijden nog even wat langer met een boog om de Pyreneeën heen. Buiten de heilige stad gaat het een kilometer of zeven vooral rechtdoor over een gigantisch brede weg, het is ook nog eens volledig vlak. Zodra we door het dorpje Escoubès-Pouts zijn gereden begint bijna het eerste klimmetje van de dag, een misschien wel belangrijk bultje. Met wat mazzel zien we in het begin van de rit een enorme strijd en vertrekt hier pas de vlucht, je weet het nooit! Richting Loucrup loopt de brede weg twee kilometer aan 7% omhoog, de Côte de Loucrup is derhalve een klimmetje van de vierde categorie. We reden al eens eerder over dit klimmetje, toen we in 2018 van start gingen in Lourdes bijvoorbeeld, net als in de Tour van 2021 dus. Het gaat in het bos zelfs een tijdje aan 8% omhoog, nou nou. Als we boven zijn gaat het kort naar beneden en dan volgt er nog even een halve kilometer aan 5%, maar dat telt de organisatie niet mee. Eigenlijk hoeven wij het ook niet mee te tellen, als je bedenkt dat we hierna nog over de Aspin en de Tourmalet moeten. Na de klim en het verlengstuk daarvan gaat het een kilometer of twee naar beneden richting Montgaillaird. We komen onderweg twee lastige bochten tegen, maar de weg is zo breed dat dit ook wel weer zal loslopen. Eenmaal beneden slaan we rechtsaf, waarna we via Trébons naar Bagnères-de-Bigorre gaan rijden. De brede weg loopt een kilometer of zeven rechtdoor, vals plat omhoog. Tussendoor pakken we ook nog de tussensprint van de dag mee, die volgt na 59,1 kilometer in het gehucht Pouzac. Ook in de Tour van 2021 lag de tussensprint in Pouzac, net buiten Bagnères-de-Bigorre. Zoveel variatie, zelfs zo'n tussensprint vindt vaak plaats op dezelfde plek. Richting de tussensprint loopt de weg een tijdje vals plat omhoog, het wordt geen volledig vlakke sprint. Aangezien de aanloop vrij vlak is verwacht ik hier renners als Pedersen, Philipsen en Girmay weer vooraan te zien. Die kunnen met deze aanloop makkelijk meeschuiven om hier wat gratis punten op te rapen. Een kilometer later rijden we door Bagnères-de-Bigorre, terwijl we onderweg alleen nog een rotonde zijn tegengekomen. In Bagnères-de-Bigorre zelf wordt het iets bochtiger, daarnaast is er hier ook genoeg verkeersmeubilair te vinden. Paar rotondes, naar links en naar rechts in het centrum, het is me wat. Vier jaar later keren we nog eens terug naar deze stad, toen fietsten we onderweg van Pau naar Luz Ardiden op een redelijk gelijkaardige manier naar Bagnères-de-Bigorre toe, om dan vanuit Bagnères-de-Bigorre direct naar de Tourmalet te rijden. Vandaag gaan we uiteraard ook weer over de Tourmalet, al nemen we wel een andere route richting deze Pyreneeënreus. In de Tour van 2019 eindigde hier dan weer een teleurstellende bergrit, het zou een prooi voor de vluchters zijn. Gregor Mühlberger, Pello Bilbao en Simon Yates waren de sterkste vluchters van de dag. Helaas klopte Simon Yates Bilbao in de sprint, dat was buitengewoon vervelend. Gelukkig hebben we ook nog altijd de beelden van 2008, toen Riccardo Ricco iedereen de moeder schroeide. Hij maakte van de Aspin een vlakke berg en kletste iedereen volledig uit het wiel. Hij won beneden in Bagnères-de-Bigorre en was op weg naar veel meer moois, tot hij een paar dagen later na een positieve test uit de Tour werd geflikkerd. Wij koesteren nog altijd de hoop dat het volgende medische experiment van Matxin en Gianetti ook een keer door de gendarmerie in de kraag wordt gevat. Voor één renner in het peloton zal het een vrolijke passage zijn in Bigorre, want Bruno Armirail is van hier. De renner van Visma beleefde tot nu toe nog geen gelukkige Tour, hij kwam in Catalonië al ten val dankzij een renner die hem onnodig wilde inhalen en hem daarbij een beuk gaf. Bruno kon daar niet mee lachen! Met kniepijn fietst hij nu verder, maar hij is wel nog aanwezig en dit wordt natuurlijk de eerste dag waar hij echt een belangrijke bijdrage moet gaan leveren. Bruno is van levensbelang voor Visma, al gaan we er natuurlijk vanuit dat het vandaag toch vooral UAE zal zijn dat alles uit elkaar gaat rijden. De afgelopen jaren is Armirail uitgegroeid tot een formidabele coureur, vorig jaar zagen we hem in deze regio nog een hele tijd solo op kop rijden. Ondanks zijn steeds betere prestaties konden ze hem bij bij Decathlon toch niet helemaal op waarde schatten. Hij mocht niet blijven, daarna bood hij zichzelf dan maar aan bij Visma en dat is tot nu toe een gelukkig huwelijk. We gaan Bruno de komende weken nog wel het een en ander aan beulswerk zien verrichten.




SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
Thermenstadje verder, dat Bagnères-de-Bigorre. Maakt het wel altijd verwarrend, ben je nu in Bagnères-de-Luchon of Bagnères-de-Bigorre? Vandaag in Bagnères-de-Bigorre dus, waar we recent ook nog een ander fenomeen een koers zagen winnen. E-bikerevelatie Paula Blasi is bezig aan haar jaar van de doorbraak, recent voegde ze er in Bagnères-de-Bigorre weer een kunststukje aan toe. In de Tour Féminin des Pyrénées reed ze op de Tourmalet iedereen glad uit het wiel, om vervolgens met een voorsprong van twee minuten aan te komen in Bagnères-de-Bigorre. Een renster van UAE, of wat had u gedacht? Ergens is Riccardo Ricco aan het glimlachen. In de Ronde de l'Isard komen we hier ook wel eens voorbij, zo won Johannes Staune-Mittet hier een paar jaar geleden een keer een rit, terwijl Dan Martin hier dan weer in de Tour van 2013 met gemak strijkijzer Jakob Fuglsang wist te kloppen nadat zij in de finale waren weggereden uit de groep der favorieten. De laatste keer dat we in Bagnères-de-Bigorre waren reden we rechtstreeks naar de Tourmalet, nu nemen we een andere weg. Een wat minder bekende weg, de laatste keer dat we deze route volgden dateert alweer van 2018. Na wat bochtjes in Bagnères-de-Bigorre rijden de renners verder over een grote, brede en rechte weg, die een aantal kilometer vals plat omhoog loopt. Dat is uiteraard weer een gemiste kans, vanuit Bagnères-de-Bigorre zou je prima via een aantal klimmetjes door het voorgeborchte van de Pyreneeën kunnen rijden. In dat stadje ligt bijvoorbeeld de voet van de Col des Palomières, maar lafaard Gouvenou heeft dit klimmetje nog nooit in het parcours opgenomen. Zat dit jaar wel in de Ronde de l'Isard, je kunt er dus met een fiets overheen. Sad! Zonder veel obstakels komen we na 67 kilometer uit in Cieutat, waar ik de naam van Bruno Armirail nog een keer moet noemen. Hier zou zijn ouderlijk huis moeten staan, jawel! Wat een heuglijke dag voor Bruno, onvoorstelbaar. Even zwaaien naar zijn ouders, die misschien wel ergens in een van de vele boerderijen in deze omgeving wonen. Ter hoogte van de lokale watertoren slaan we bij een rotonde rechtsaf, waarna de weg een kilometer of zeven licht naar beneden loopt. Wel wat bochtenwerk, maar over het algemeen is het hier best prettig fietsen. We passeren een kapelletje, daarna rijden we een tijd door een bos waar we op een paar wat scherpere bochten na vooral soepel naar beneden kunnen slingeren. Aan het eind van deze afdaling fietsen de renners langs een best mooi abdijtje en daarna slaan ze rechtsaf. Voorbij de Abbaye de l'Escaladieu wijken we af van de route van 2018, tijdelijk althans. Tijdens de Tour van dat jaar reden we gedurende de 19e rit van Lourdes naar Laruns, waar Roglic na een aanval in de afdaling van de Aubisque zou winnen voor een ziedende Dumoulin. Ook toen reden we over de Loucrup, om via Bagnères-de-Bigorre naar de Aspin en de Tourmalet te rijden. Voorbij Bagnères-de-Bigorre kwamen we toen alleen een ander klimmetje tegen dan nu, we zoeken vandaag zowaar een iets lastiger heuveltje uit om uiteindelijk in het dorp Capvern wel weer op dezelfde plek uit te komen. Nu geen bocht naar links voorbij de abdij en dan een paar vlakke kilometers voor er een klimmetje van 3,4 kilometer aan 5,1% volgt, nee, voorbij de abdij gaan we naar rechts en direct daarna begint de weg na een afslag naar links op een bochtige manier drie kilometer aan 7% omhoog te lopen naar het dorpje Mauvezin. Niet de lastigste klim ooit, maar hey, we pakken in ieder geval íets mee. Niet eens het lastigste klimmetje in deze omgeving, maar als we ons via een paar haarspeldbochten omhoog slingeren over deze niet al te brede weg komen we op z'n minst een paar stroken rond de 8% tegen. Verder gaat het vooral aan 7% omhoog, we draaien alvast warm voor de Aspin en de Tourmalet. Volgens andere bronnen is dit klimmetje overigens net iets minder zwaar, je zou ook kunnen spreken over drie kilometer aan 6,5%. Na 77 kilometer komen we uit in het dorpje Mauvezin, waar we de top van dit klimmetje van derde categorie vinden. In Mauvezin vinden we ook een château, jawel! Na de doortocht in het kleine Mauvezin rijden we drie kilometer verder over dezelfde weg, een weg die nog niet volledig vlak wordt. We rijden in Mauvezin even een paar meter naar beneden, maar daarna klimmen we nog wat verder. Het gaat de komende kilometers vals plat omhoog, laten we het op een procent of drie houden. Na 80 kilometer komen we uit in Capvern, waar een paar flauwe bochtjes en wat drempeltjes liggen. Hier slaan we in het centrumpje schuin rechtsaf, om even later na nog een bocht naar rechts terecht te komen op de gekende route naar de voet van de Aspin.





We rijden door het dorpje Capvern, een paar meter verderop ligt Capvern-les-Bains, ook weer zo'n thermenplaatsje. Nog een paar meter verderop ligt Lannemezan, de startplaats van de vorige rit. Ook dat is typisch de Tour, we nemen doorgaans niet de meest efficiënte route. Na de passage in Capvern rijden de renners over een rechte, brede en vlakke weg verder richting La Barthe-de-Neste, zo'n dorpje dat we ook bijna jaarlijks passeren. Onder meer in de Tours van 2017, 2018 en 2023 reden we voorbij Capvern over dezelfde weg richting de Aspin, in de Pyreneeën is het vaak een herhaling van zetten. In de Tour van 2022 reden we ook grotendeels over dezelfde wegen, al reden we toen net niet door Capvern. De weg naar Capvern toe was in de andere jaren wel iets anders, dat klimmetje naar Mauvezin hebben we sinds 2015 niet meer gezien. Toen reden we vanuit, nouja, Pau, richting Cauterets. Eigenlijk praktisch dezelfde rit als nu, bijna tot op de meter gelijk, al gingen we tijdens die rit voorbij de Tourmalet dus richting Cauterets. Zelfde rit, andere aankomst. Over variatie in de Pyreneeën gesproken, weet je wel. In 2015 was Daniel Teklehaimanot als eerste boven op de Côte de Mauvezin, ja! Dat is dan wel weer een leuk feitje, dat was de eerste Tour van MTN-Qhubeka en ook meteen de leukste. Er stonden tenminste wat Afrikanen aan het vertrek, kijk maar eens met wat voor rommel Doug nu aan het vertrek staat. In een verder verleden kwam dit klimmetje naar Mauvezin nog vaker voorbij, ONZE Erik Dekker was al eens als eerste boven in dat dorpje, net als Richard Virenque. Maar goed, we gaan door, er wacht een rechte weg richting La Barthe-de-Neste. Vlak voor de renners dit dorpje bereiken slaan ze bij een rotonde rechtsaf, waarna het zuidwaarts gaat. We rijden de Pyreneeën in, al moeten we nog even wachten op de bergen. Het gaat een kilometertje of 15 rechtdoor over een zo goed als vlakke weg richting Sarrancolin, een plaats waar we na 98 kilometer passeren. Sarrancolin is een dorpje dat bekend is geworden vanwege het lokale marmer, dat zelfs nog gebruikt zou zijn voor de Empire State Building. Richting La Barthe-de-Neste liep de weg een tijdje vals plat omhoog, maar vlak voor de bocht naar rechts bij de rotonde ging het ook nog even een tijd vals plat omlaag. Na die bocht zijn we opnieuw begonnen met wat werk vals plat omhoog, maar in het hele stuk naar het zuiden komen we amper 100 meter hoger uit. Dat heeft dus allemaal geen naam. Buiten Sarrancolin fietsen de renners nog eens een kilometer of zes rechtdoor, over een weg die licht omhoog blijft lopen. We volgen een enorm brede weg die de loop van de rivier La Neste volgt. Af en toe komen we wat bochten tegen, maar het is een route van niks. Een route die we goed kennen, want we komen hier met enige regelmaat voorbij. Er is tijd genoeg om te genieten van de mooie plaatjes, zeker als de Neste zich even laat zien, en dat was het dan eigenlijk wel. Na 106 kilometer bereiken we Arreau en hier mogen we zeggen dat de rit echt gaat beginnen.



Vlak voor we het pittoreske Arreau goed en wel bereiken slaan de renners rechtsaf en na die bocht loopt de weg meteen omhoog. We gaan beginnen aan de Col d'Aspin, een klassieker. Tijdens de allereerste keer dat de Tour de Pyreneeën bezocht reed men al over de Aspin, we spreken dan van het jaar 1910. Sindsdien komt de klim ontzettend vaak voorbij, sterker nog, vorig jaar reden we ook nog over deze klim. Toen wel van de andere kant, toen we op weg naar waren naar Superbagnères, waar Arensman dus won. Op de Aspin was toen Lenny Martinez als eerste boven, de altijd in de Tour spartelende Lenny Martinez. De laatste keer dat we vanuit Arreau over de Col d'Aspin gingen dateert van 2023, toen we in een behoorlijk vergelijkbare rit van Tarbes naar Cauterets-Cambasque reden. Neilson Powless was als eerste boven, in een rit die uiteindelijk uitdraaide op een strijd tussen Pogacar en Vingegaard. Een dag eerder had Vingegaard nog een tik uitgedeeld, tijdens deze rit sloeg Pogacar terug. Daarvoor reden we ook in 2022 over de Aspin, toen was Thibaut Pinot als eerste boven. Dat was tijdens de rit naar Peyragudes, waar UAE op alle beklimmingen ontzettend aan het schroeien was en waar Pogacar uiteindelijk Vingegaard zou kloppen in de sprint op het vliegveld van Peyragudes. Daarvoor reden we ook al in 2018 over de Aspin. In de eerder gememoreerde etappe van Lourdes naar Laruns kwam Julian Alaphilippe hier als eerste boven, al zou hij die rit uiteindelijk niet winnen. Daarvoor kwam Steve Cummings hier in 2016 als eerste boven en hij zou uiteindelijk wel de rit winnen, bij Lac de Payolle. Mijn favoriete beklimming van de Col d'Aspin blijft natuurlijk nog altijd de beklimming uit het prachtige jaar 2008, toen de tijdelijk beste renner van de wereld hier de boel op stelten zette. In een rit van Toulouse naar Bagnères-de-Bigorre snelde Riccardo Ricco weg uit het peloton. Op deze klim scheurde hij op het buitenblad naar boven en bezorgde hij iedereen die hij inhaalde een verkoudheid. Hij won de rit, met verve. Helaas werd hij daarna betrapt en uit de Tour gezet, maar gelukkig hebben we de beelden nog. En gelukkig hebben we Matxin en Gianetti nog, de meesterbreinen achter het geschroei van Ricco, Piepoli en co. Dit wordt door de kenners eufemistisch omschreven als een enigszins bedenkelijke entourage, wat toch wel neigt naar laster. De Col d'Aspin dus, een klim van de eerste categorie. De komende 12 kilometer gaat het aan 6,5% gemiddeld omhoog. De klim begint redelijk makkelijk, een kilometer aan 5% en een kilometer aan 3,5%. Daarna wordt het toch even wat zwaarder met een kilometer aan 7%. Na die derde kilometer van de klim volgt er een kilometer aan 5,5% en dan komt het niet meer onder de 6%. Na zeven kilometer klimmen is het tijd voor het zwaarste stuk van de klim. Vier kilometer achter elkaar met hoge percentages. Van 9,5% naar 7,5%, weer naar 8% en dan terug naar 7,5%. In de laatste kilometer vlakt het wat af naar 6%, waarna de renners na 118 kilometer bovenkomen op de klim. Je mag het toch een redelijk onregelmatige klim noemen, een echte Pyreneeëncol. De weg is ook redelijk bochtig, terwijl er zo nu en dan genoten kan worden van een behoorlijk mooi uitzicht over de omgeving. Gemakshalve gaan we er wel vanuit dat Nils Politt hier nog de cruise control heeft ingeschakeld en dat de taferelen van Ricco opnieuw achterwege zullen blijven.




De weg omhoog is relatief smal, zeker de tweede helft van de klim. Dat geldt ook wel voor de weg omlaag, op een spectrum van breed tot smal schuiven we wat meer richting smal. Nog steeds breed genoeg, dat natuurlijk wel. De andere kant van de Aspin is ook de moeite waard, het gaat een kilometer of vijf behoorlijk serieus naar beneden. Grotendeels rijden de renners door een bos, waardoor sommige bochten wat onoverzichtelijk zijn. En bochten komen we tegen, jazeker. Richting het eind van dit deel van de afdaling komen we zelfs een aantal haarspeldbochten tegen, al kan ik me niet direct herinneren dat er in de afdaling van de Aspin al vaak gekke dingen zijn gebeurd. Een aantal van de bochten van deze afdaling zijn lastig in te schatten, maar hier bijna jaarlijks passeren helpt uiteraard wel om dat euvel te verhelpen. Na een lastige afdaling van vijf kilometer is het een kilometer wat vlakker, waarna we door het gehucht Payolle fietsen. In Payolle sloegen we wel eens linksaf over een smalle brug om aan de beklimming van Hourquette d'Ancizan te beginnen, nu gaan we rechtdoor verder naar Sainte-Marie-de-Campan. In deze omgeving kun je trouwens als je rechtsaf slaat ook naar de Col de Beyrède fietsen. Al te zien geweest in de Route d'Occitanie, nog steeds niet in de Tour. Ik ben aan het wachten, Thierry. De weg is in Payolle breder geworden, de haarspeldbochten verdwijnen en ook het bos laten we achter ons. Vanaf dit moment wordt er nog een kilometer of zeven gedaald, maar dit deel van de afdaling is een stuk eenvoudiger. Na Payolle stelt de afdaling dus geen reet meer voor, het gaat een aantal kilometer lang aan amper 3% naar beneden. De weg is breed en er zijn weinig bochten. Zonder problemen zou iedereen dus moeten kunnen aankomen in Sainte-Marie-de-Campan, na 130 kilometer. In dit kleine dorpje ligt de voet van de volgende klim van de dag, eentje die echt niemand kent. Geniale ontdekking weer van Gouvenou, wat een visionair. In Sainte-Marie-de-Campan gaan we uiteraard ook weer langs het standbeeld van Eugène Christophe fietsen, die tijdens de Tour van 1913 in deze omgeving te maken kreeg met een kapotte fiets en die fiets moest laten repareren bij de lokale smid in Sainte-Marie-de-Campan. Dat zijn toch de anekdotes die echt veel leuker zouden zijn als we hier eens in de 20 jaar zouden passeren en niet om het jaar. Of zelfs ieder jaar, moedergods.




In het centrumpje van Sainte-Marie-de-Campan slaan de renners linksaf en daarna beginnen we meteen aan de volgende klim, de Col de Tourmalet. Sinds 2023 heeft de Tourmalet niet meer ontbroken in de Tour, ik word daar zo moe van. In 2023 waren we dus onderweg naar Cauterets, op de slotklim richting Cambasque zouden Pogacar en Vingegaard elkaar bestoken. Op de Tourmalet was er ook al sprake van een serieuze strijd, maar met Tobias Johannessen kwam er die dag wel een vluchter als eerste boven. We waren getuige van serieuze dominantie van Visma, ONZE Wilco Kelderman trok dusdanig hard door dat hij iedereen wist te lossen, op Pogacar en Vingegaard na natuurlijk. En Kuss, in die jaren een zekerheidje. Die trok dan vervolgens weer aan voor Vingegaard, het was ver van de finish al een spektakelstuk. Het was koers op de Tourmalet, ik denk dat we dit jaar weer zoiets kunnen verwachten, alleen zullen de rollen omgedraaid zijn. Nu zal het UAE zijn dat met renners als McNulty en Del Toro Pogacar gaat proberen te lanceren. In 2023 kreeg Visma het niet voor elkaar om Pogacar te lossen, sterker nog, op de slotklim reed Pogacar zelfs weg van Vingegaard. Nu gaat Pogacar met gemak Vingegaard lossen, kan niet missen. Op de Tourmalet gaan we al beginnen, dat scenario ligt voor de hand. Vooral voorbij La Mongie gaat UAE iedereen de duimschroeven aandraaien en niet veel later zal de koers gereden zijn. In 2023 werd een 30 jaar oud record uit de boeken gereden op de Tourmalet, Pogacar haalt nu waarschijnlijk weer een paar minuten af van dat record. Na de vrij spectaculaire klim in 2023 keerden we in 2024 en 2025 terug naar de Tourmalet, al reden we toen wel twee jaar achter elkaar vanuit Luz-Saint-Sauveur omhoog en niet vanuit Sainte-Marie-de-Campan. In zowel 2024 als 2025 vormde de Tourmalet na een vlakke aanloop de eerste klim van de dag, waardoor er weinig gebeurde. Al waren we in 2024 wel getuige van een stukje geschiedenis, een bepaalde prestatie waar we nu met andere ogen naar kijken. Oier Lazkano, het zwaargewicht, de man van de klassiekers, de man van het urenlang dom op kop rijden op vlakke wegen, werd in 2024 ineens een gevleugelde klimmer. In de Dauphiné van dat jaar en in de Tour enkele weken later vloog hij over de bergen. In 2024 was hij met zijn 80 kilo als eerste boven op de Tourmalet, dat ging zelfs mij als erkend Baskenfapper net iets te ver. Het onvermijdelijke kon dan ook niet uitblijven: Oier bleek wat onverklaarbare bloedwaarden te hebben en inmiddels is hij uit het peloton verdwenen. Jammer, Oier, we hadden nog jarenlang van je kunnen genieten in de klassiekers, dit was echt een gevalletje Icarus. Wel jammer dat een andere Icarus nog steeds rond mag fietsen, dat vind ik dan weer oneerlijk. Altijd tegen mij en mijn Basken. Vorig jaar reden we de Tourmalet dus ook op vanuit Luz-Saint-Sauveur, het was de eerste klim van de dag op weg naar Superbagnères en voor de vorm mocht Lenny Martinez hier de punten oprapen. En een leuke bonus, want op de top van de Tourmalet vinden zoals altijd de Souvenir Jacques Goddet, gratis geld. In 2022 ontbrak de Tourmalet een keertje, maar verder komt deze klim echt schrikbarend vaak voor. En niet eens alleen in de Tour, in het jaar 2023 bakte men het helemaal bruin. Een passage in de Tour de France, daarna een aankomst bergop in de Tour de France Femmes gewonnen door Demi Vollering, en dan als sluitstuk ook nog een aankomst bergop in de Vuelta. Die aankomst werd dan weer gewonnen door Jonas Vingegaard, in een rit waar Visma het voor elkaar kreeg om eerste, tweede en derde te worden. Eerst demarreerde Vingegaard en niemand reageerde. Toen reed Kuss weg uit de favorietengroep en weer kon niemand mee. Tot slot besloot Roglic dan ook maar in de aanval te gaan en renners als Mas en Ayuso achter te laten. Hallucinant was dat. Totale dominantie van Visma, het was de ronde waarin Kuss min of meer per ongeluk aan de leiding kwam en Vingegaard en Roglic daarna wekenlang met vraagtekens in hun hoofd rond moesten rijden. Gaan we Kuss uit de trui gooien? En wie mag dan winnen? Vingegaard of Roglic? Vingegaard was zogenaamd degene die het Kuss wel gunde, terwijl Roglic zelf wilde winnen. Eindresultaat: Vingegaard won twee ritten door gewoon keihard weg te rijden van Kuss. Bij de derde keer dat ze Kuss achterlieten won Roglic dan weer, maar uiteindelijk was de eindzege dan toch voor de Amerikaan. Een heel bijzondere Vuelta was dat, om het voorzichtig uit te drukken. Visma domineerde die ronde volledig, met de Tourmalet misschien wel als absolute hoogtepunt (of dieptepunt). We waren bang voor jarenlange dominantie van Visma daarna, maar toen besloot een versnellinkje bij te schakelen en nu kijken we al jaren naar een totale en ongeziene dominantie van die ploeg. De gouden jaren van Visma waren eigenlijk maar magere jaren, als we het met de huidige hoogtijdagen van UAE vergelijken. Maarja, die Tourmalet dus. In 2022 en 2020 zagen we zowaar Tourmaletvrije jaren, in 2021 was ie wel gewoon van de partij. Toen was het de voorlaatste klim in een etappe die zou eindigen bij het voor de Basken belangrijke Luz Ardiden. Die keer geen Basken aan het feest, de driestrijd Carapaz, Vingegaard en Pogacar werd beslecht in het voordeel van die laatste. In 2019 reden we van de andere kant omhoog over de Tourmalet en toen zou op de top de finish liggen, Pinot won. Die kwam hier in 2016 ook als eerste boven, al was er toen geen aankomst. In 2021 reden we langs dezelfde kant als nu omhoog, net als in 2018. Hoewel hij niet in de buurt kwam van de ritzege was Pierre Latour in 2021 als eerste boven, terwijl Julian Alaphilippe de eerste op de top was in 2018. Geen enkele berg is zo vaak bedwongen als deze Tourmalet, waardoor ik het eigenlijk wel een beetje geloof met deze klim. Alle verhalen over de klim zijn ook zo belegen als wat, lees bijvoorbeeld wat de Tour er zelf over te zeggen heeft en vraag je dan af of je dit niet al kon dromen:

quote:
There was one big absentee at the top of the first Tourmalet climb in 1910: Henri Desgrange himself. The creator of the Tour had long hesitated to include the pass on the Tour route, a prospect that had put off many riders, and the 1910 edition had set off with only 110 participants. The Perpignan-Luchon stage and its first Pyrenean climbs confirmed the boss of L'Auto in the belief that the Tour's programme was definitely too heavy... Before the start, he had to face the wrath of some competitors. After the finish in Luchon, he could feel that the morale of the troops, starting with GC leader Octave Lapize, was not very high. Claiming to be sick, Desgrange stayed in Luchon to take the waters and entrusted the keys of the race to Victor Breyer. A great boxing fan, Breyer would have been able to show his fists if necessary. Desgrange was right in his decision to skip the stage. After leading the way at the top of the Tourmalet, and then as a stage winner in Bayonne, Lapize was not happy: "Criminals!” he screamed. Since then, riders have tackled one of the giants of the Tour 86 times and will once again pay tribute to Henri Desgrange's successor, Jacques Goddet, at the foot of the stele dedicated to him. In its long love-hate history with the race, the Tourmalet has already hosted three stage finishes, in 1974 (Jean-Pierre Danguillaume), in 2010 (Andy Schleck) and in 2019 (Thibaut Pinot).
Deze quote stond al in mijn voorbeschouwing uit 2023, ik zie nu dat op de officiële site bij de Tourmalet exact hetzelfde stukje tekst te vinden is. Ze hebben alleen het aantal passages over de Tourmalet aangepast, al betwijfel ik of dat aantal van 86 klopt, want volgens Wikipedia zitten we al op 88 passages! In 113 edities tijd wordt dit dan de 89e passage, je zou kunnen spreken van een overkill. Blijft een zware col, maarja, de magie verdwijnt overal als je ergens te vaak komt. Buiten 2022 en 2020 ontbrak de Tourmalet ook in 2017, maar verder was ie continu aanwezig tijdens mijn schrijvende jaren. Dat heeft altijd als enige voordeel dat je uit het archief kunt putten, voor de luie mens geen nadeel. Enfin, de Tourmalet begint makkelijk, een paar kilometer aan 4%. Daarna wordt het steeds een beetje zwaarder, van een kilometer aan 7% naar drie kilometer aan 8%. Rond de 10e kilometer van de klim wordt het pas echt zwaar. Zes kilometer achter elkaar komt het niet onder de 9%, af en stijgt het zelfs flink boven de 10%. Alleen de laatste meters richting de top wordt het nog even wat minder zwaar. Het is een belachelijk zware klim, geheel terecht een klim van de buitencategorie. Wel een klim die al veel te vaak is voorgekomen in de Tour. Er zijn ook andere beklimmingen, die we nog steeds weigeren te bezoeken. Of, als je dan toch naar de Tourmalet wil, ga dan een keer helemaal naar Pic du Midi de Bigorre, gewoon, is grappig. Achja, in ieder geval 17 kilometer aan 7,3% dus, joepie. Genoeg gelegenheid voor UAE om alle 'spanning' definitief uit de koers te meppen. De Souvenir Jacques Goddet bovendien, vernoemd naar een voormalig koersdirecteur van de Tour, die op de klim nog een mooie buste heeft staan. Enfin, dat verhaal kennen we. Henri Desgrange en Jacques Goddet, wat moet je er allemaal mee hè. Als we maar nooit een Souvenir Christian Prudhomme krijgen. Ook in de Tour van 2015 gingen we langs deze kant omhoog, toen was Majka als eerste boven, volgens Karsten Kroon ongetwijfeld een hele vriendelijke gast. In 1910 was Octave Lapize de eerste die als eerste boven kwam en ter ere van hem staat er een monument op de top, etc. Nouja, allemaal dat verhalen dus. Mooie klim, zware klim, te vaak gezien. De weg omhoog leidt overigens ook nog langs La Mongie, het skistation waar in het verleden ook nog eens drie ritten eindigden. Armstrong won hier in 2002, maar die zege is hij uiteraard kwijt en dus feliciteren we Beloki met zijn morele zege. Al vindt Beloki dat Armstrong nooit uit de tabellen geschrapt had mogen worden, wat logisch is als je zelf klant was van Fuentes. Enfin, over klanten van Fuentes gesproken, in 2004 kreeg Ivan Basso op dezelfde plaats de zege cadeau van Armstrong.





Na 148 kilometer zijn we boven op deze klim met een strippenkaart, dat is misschien nog wel relevant. Het is vanaf dit punt een kleine 40 kilometer fietsen tot de finish, wat in vroegere tijden ervoor had kunnen zorgen dat niemand aan zou durven vallen op de Tourmalet. Dit zijn andere tijden, niemand draait zijn hand nog om voor een lange solo. Eén renner in het bijzonder, natuurlijk. Voor hem is dit juist ideaal terrein, hij weet zeker dat ze hem in de afdaling en de klim daarna nooit meer bij gaan halen. Na de lange en bekende klim beginnen we aan een lange afdaling richting Luz-Saint-Sauveur. De klim was 17 kilometer lang, de afdaling gaat 19 kilometer lang zijn. Een bijzonder lange afdaling, die het grootste gedeelte van de tijd ook nog eens vrij steil is. Bovendien is de afdaling bochtig, je kan wel stellen dat deze kant een stuk lastiger is. Buiten dat moet bijna iedere renner deze afdaling wel kennen, we komen er godbetert bijna ieder jaar langs. Verder weet ik niet zo goed wat ik over deze afdaling moet vertellen. Ja, het gaat een aantal kilometer aan 10% naar beneden, da's best pittig. Er gebeuren volgens mij eigenlijk nooit echt ongelukken op de Tourmalet, dus het zal wel goed zijn. In het begin komen we een lastige haarspeldbocht tegen, daarna gaat het een tijdje wat meer rechtdoor tot aan de volgende haarspeldbocht. Dan volgt er weer een lange fase wat meer rechtdoor en met wat flauwe bochtjes. Dan weer wat lastigere bochtjes, in de buurt van Barèges een keer een fase met een aantal niet al te lastige haarspeldbochtjes, nouja, goed, gesneden koek neem ik aan. We gaan snel door naar het eind van de afdaling. Letterlijk, want in de laatste kilometers van de afdaling gaat het eigenlijk gewoon praktisch rechtdoor naar beneden. Alleen in het thermendorpje Barèges moeten de renners nog even opletten, hier is de weg even wat smaller in het centrum en buiten dat centrum komen we een gemene bocht naar rechts tegen. Bochtje naar links daarna en vervolgens cruisen we rechtdoor naar Luz-Saint-Sauveur, over een brede en niet al te bochtige weg. Of nouja, cruisen, paar haarspeldbochtjes nog wel hoor, maar die zijn 100 meter breed dus dat laten we lekker gaan. We rijden hier overigens door het grootste skigebied van de Pyreneeën, Barèges aan deze kant en La Mongie aan de andere kant zijn wat dat betreft belangrijke plaatsen. Als we aan het eind van deze lange afzink na 166 kilometer uitkomen in Luz-Saint-Sauveur rijden we dwars door het centrum van dit plaatsje waar we wel vaker doorheen fietsen. Opvallend genoeg start de Tour hier dan weer bijna nooit, alleen een keer in 1985. Wel ligt Luz-Saint-Sauveur aan de voet van een klim die in de Tour om de tien jaar wordt beklommen. In 2001 won Laiseka daar, heel mooi. In 2011 won Samuel Sanchez daar, ook leuk. In 2021 won Pogacar daar dan weer, minder ideaal. In 2031 gaan we weer naar Luz Ardiden, nu gaan we op weg naar een andere klim. In Luz-Saint-Sauveur hebben ze overigens iets leuks bedacht om de band met de koers te versterken. Het begin van de klim, in dit geval het eind van de afdaling, is omgedoopt tot promenade des célébrités, een rij met plaquettes in de grond met daarop de handen van beroemde coureurs, onder anderen Laurent Jalabert, Bernard Thevenet, Miguel Indurain en Bernard Hinault. Daar scheuren de renners nu met hoge snelheid aan voorbij, maar toch leuk bedacht. Werkt altijd beter als je van de andere kant komt, al is er zelfs dan meestal weinig aandacht voor. Leuke marketing, maar heb je eigenlijk nog wel marketing nodig als de Tour ieder jaar passeert?




Aan het eind van de afdaling fietsen we door Luz-Saint-Sauveur, we slaan voorbij de promenade van de beroemdheden nu alleen een keer linksaf. Als we in Luz-Saint-Sauveur zijn slaan we vaak rechtsaf, om dan een tijd door de vallei te fietsen op weg naar bijvoorbeeld Cauterets, of naar de Aubisque. Linksaf slaan we eigenlijk alleen als we op weg gaan naar Luz Ardiden, maar we hebben nu een andere bestemming gevonden. We rijden nog een tijd door dit toeristische oord en daarna komen we buiten het dorp in een vallei terecht die ons rechtstreeks naar de finish gaat brengen. Na een kilometer of twee fietsen we langs de Pont Napoleon, als we deze brug overstreken rijden we naar Luz Ardiden, maar dat duurt dus nog vijf jaar. Nee, we rijden nu rechtdoor verder. We volgen de stroom van de Gave de Gavarnie, naar Gavarnie toe. Na de afdaling bevinden we ons op 20 kilometer van het eind in Luz-Saint-Sauveur, buiten het dorp begint de slotklim bijna meteen. In de laatste 18,7 kilometer van deze rit moet er gemiddeld aan 3,7% geklommen worden. Dat klinkt niet zo ingewikkeld, en dat is het natuurlijk ook niet. In ver vervlogen tijden zou je zeggen dat dit onmogelijk een goede rit kan worden. De Tourmalet relatief ver van de finish, waarna de laatste klim niet bijster interessant is. In het verleden hadden alle renners hun beentjes gespaard en was het uitgedraaid op een sprintje bergop. Of misschien was het wel een dag voor de vluchters geworden. Tegenwoordig is alles anders. UAE gaat er alles aan doen om Pogacar te lanceren op de Tourmalet. En dan is hij gevlogen. In de afdaling loopt hij alleen maar uit, Paul Seixas is waarschijnlijk de enige die hersenloos genoeg is om nóg harder naar beneden te gaan. Beneden in de vallei begint de slotklim vrijwel meteen, een kilometer buiten Luz-Saint-Sauveur is het dus al raak. Het is een klim zonder hoge percentages, dat biedt de renners die op de Tourmalet gelost zijn in principe de kans om samen te werken en zo Pogacar terug te halen. Maar we weten allemaal dat dit niet zo werk. Pogacar legt hem hier op de grote plaat en hij zal seconde voor seconde uitlopen. Hoe goed een eventuele samenwerking achter hem ook is, dat maakt niet uit. Hij gaat aanvallen, hij gaat de tegenstand lossen, en de tegenstand zal geen enkele kans hebben om nog terug te keren. Zo gaan we de voorsprong op de vals platte stroken richting de finish zienderogen zien groeien, het wordt een pijnlijke affaire. Hij stoomt door alsof het vlakke wegen zijn, de renners achter hem zullen puffend, steunend, kreunend, zuchtend en met de elleboog wapperend meerdere minuten toegeven. De grap is dat men voor deze aankomst heeft gekozen juist om ervoor te zorgen dat Pogacar de koers niet al beslist. Bij ASO leven ze alleen nog in de tijd van Sky, die ploeg had inderdaad niet veel gedaan met deze rit. Voor UAE is dit genoeg om alles op een hoop te rijden, zij weten dat Pogacar het daarna makkelijk kan en gaat afmaken. Het zijn andere tijden, men is alleen nog niet helemaal mee. En zelfs als de gedachte wel zou werken, zelfs als deze aankomst dusdanig makkelijk is, zelfs als Pogacar geen zin heeft om dat hele laatste stuk in z'n eentje af te werken, wat is dan het idee? Dat we een sprintje bergop krijgen? Dat is eigenlijk ook geen scenario om vrolijk van te worden. Linksom of rechtsom is dit geen ontwerp waar ik het heel warm van krijg. Of Pogacar besluit ons de nek om te draaien, of we komen hier met een groep van een man of 15 aan. Dat zijn zo'n beetje de mogelijkheden, kijk maar eens naar de percentages van deze slotklim. Buiten Luz-Saint-Sauveur is het een paar meter vlak, daarna moet er een kilometer geklommen worden aan 6%. Oké, deftig begin. In de twee kilometer daarna klimmen we dan weer aan 3,5%, waarna er zelfs een kilometer aan 2% volgt. Voelt u al nattigheid?





De renners rijden door een adembenemende omgeving, het is hier echt schitterend. We rijden de vallei van de Gave de Gavarnie in, op weg naar het keteldal van Cirque de Gavarnie. Er zijn hier enorm indrukwekkende rotspartijen te zien en hoge bergtoppen, terwijl het ook enorm groen is. De Gave de Gavarnie komt zo nu en dan ook in beeld, voor de liefhebbers van mooie plaatjes is er weer genoeg te zien. Onderweg rijden we een aantal keer over een ouderwetse brug, terwijl we tijdens de slotklim ook wat kleine dorpjes tegenkomen. Zo passeren we na vijf kilometer in Pragnères, na een kilometer aan 5% bereiken we dit dorp. Voorbij Pragnères zetten we koers richting Gèdre, dat ligt vier kilometer verderop. De renners rijden verder over een brede weg die wel wat bochtig kan zijn. Niet steil, in deze vier kilometer gaat het een kilometer omhoog aan 3%, daarna twee kilometer aan 2%, en dan komen we vlak voor Gèdre een kilometer aan 4% tegen. Soms zelfs een paar meter in dalende lijn onderweg, als dit de tijden van Armstrong en Team Sky waren geweest hadden we hier naar groeiend gras kunnen kijken. Nu kijken we naar een groeiend gat, wat is beter? Gèdre is wel een mooi dorpje, we slingeren dwars door het oude centrumpje heen en rijden een paar bochten later langs het lokale kerkje. Geen onaardig gebouwtje, moet ik zeggen. Veel winkeltjes hier, het keteldal is populair onder toeristen. Voorbij Gèdre is het een kilometer zo goed als vlak, waarna we een kilometer aan 3% tegenkomen. Sorry, ik kan er niet meer van maken. We komen buiten Gèdre een paar haarspeldbochtjes tegen, maar zelfs in die bochten loopt de weg niet steil omhoog. Na een tijd komen we wel op een punt uit waar we naar een ander keteldal zouden kunnen rijden, je hebt naast Cirque de Gavarnie ook nog Cirque de Troumouse. Zou een heerlijk lange klim aan steilere percentages opleveren, maar het schijnt wat moeilijk te zijn om daar te finishen. Beschermd natuurgebied, en dat soort zaken. We slaan buiten Gèdre niet linksaf naar Cirque de Troumouse, nee, we gaan rechtdoor verder richting Cirque de Gavarnie, al zullen we dat keteldal uiteindelijk ook niet echt bereiken. De renners rijden een bos in en na een kilometer aan 4,5% bereiken we hier het lastigste deel van de klim. Terwijl we af en toe ook een kicken rotswand tegenkomen en in de omgeving meerdere indrukwekkende bergtoppen zien liggen gaat het zowaar twee kilometer aan 6% omhoog. Tijdens deze strook rijden we volgens de organisatie langs Chaos de Coumély, maar ik denk niet dat we hier echt veel chaotische toestanden gaan zien. Het zijn zulke makkelijke stroken, over zo'n brede en goedlopende weg. In een normale wereld zou een groepje met daarin Seixas, Vingegaard, Lipowitz en Evenepoel als ze kop op over kop rijden Pogacar lachend terug moeten halen, maar we zien ook buiten de koers dagelijks dat we niet in een normale wereld leven. Na deze strook van twee kilometer aan 6% gaat het in de volgende kilometer aan slechts 3% omhoog, wat ook te maken heeft met een kort stukje in dalende lijn.



Langs de Gave de Gavarnie zijn we nog steeds op weg naar Gavarnie, het stroompje komt zo nu en dan in beeld en het dorp waar we gaan finishen komt eveneens dichtbij. Nog vier kilometer te gaan, vier kilometer waarin het niet meer lastig wil worden. De omgeving blijft werkelijk prachtig, er bestaat amper een beter decor om doorheen te fietsen. De weg is alleen niet lastig genoeg, zo botsen we zelfs op een kilometer aan 2%. Het is hier zo goed als vlak, met ook nu nog steeds een paar stukjes in dalende lijn. De echte Pyreneeënreuzen kijken glimlachend op ons neer, terwijl we over deze simpele weg door het dal fietsen. De brede weg blijft vrij bochtig, maar als aanvaller ben je hier doorgaans redelijk lang in beeld. Dat zal vooral uitmaken voor de strijd in de achtergrond, er zullen hier wel grotere groepen gaan ontstaan die met elkaar naar de finish rijden. Een ondankbare weg om alleen af te werken, tenzij je actief bezig bent om het wielrennen te genocideren. Wát een bergtoppen hier, vooral als we de finish bijna bereiken. Op drie kilometer van het eind komen we een kilometer aan 5,5% tegen, waarna er in de voorlaatste kilometer geklommen moet worden aan 5%. Stroken van niets, normaal kun je hier absoluut niet van elkaar wegrijden. Het had in een andere wereld wel een tactische finale kunnen worden, maar goed, het zal nu rijden worden om de schade te beperken. We rijden in aanloop naar de slotkilometer het dorpje Gavarnie binnen, na een tijd door een behoorlijk ongerept stukje natuur gereden te hebben komen we nu weer uit tussen de mensen. In de slotkilometer gaat het slechts aan 3% omhoog, terwijl we in Gavarnie wel het een en ander aan bochtenwerk tegenkomen. De weg wordt hier iets smaller, waarna we in de laatste meters van de rit twee keer rechtsaf slaan. Een bocht naar rechts, een passage over een bruggetje en dan op het centrale plein van het dorp nog een bocht naar rechts. Na deze bocht komen we in de allerlaatste meters van de rit enkele flauwe bochten tegen, waarna we met uitzicht op een majestueuze berg gaan finishen langs een parkeerplaats. Niet echt een aankomst voor een massale sprint, maar met zo'n flopklim kun je die sprint nog best krijgen ook.




Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  donderdag 9 juli 2026 @ 16:55:19 #2
311468 Van_Poppel
Voormalig kopman van Gertje
pi_221284686
Gruwelijk nat bij Traeen
  donderdag 9 juli 2026 @ 16:55:34 #3
470661 maxi-mus
are you not entertained?
pi_221284688
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 16:53 schreef Rellende_Rotscholier het volgende:
[ x ]

Dit is vulgair.
Flink wat renners die het record hebben gebroken dan.
pi_221284689
Oh regen!
You don't need a weatherman to know which way the wind blows.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Album top 100 2024
  donderdag 9 juli 2026 @ 16:55:47 #5
470661 maxi-mus
are you not entertained?
pi_221284691
Het zit Traeen niet mee.
pi_221284692
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 16:53 schreef Rellende_Rotscholier het volgende:
[ x ]

Dit is vulgair.
In 2023 hadden ze ook nog eens een sterke wind in de rug.
pi_221284693
Regen _O_
  Moderator donderdag 9 juli 2026 @ 16:57:01 #8
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221284701
quote:
11s.gif Op donderdag 9 juli 2026 16:55 schreef maxi-mus het volgende:

[..]
Flink wat renners die het record hebben gebroken dan.
Vingegaard zelf ook een stuk sneller ja.

Er gaan boeken geschreven worden over dit tijdperk.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221284704
Alleen met een Wout van Aert in topvorm is Pogacar nog te verslaan. -O-
pi_221284709
Dit gaat al richting de 2 minuten.
You don't need a weatherman to know which way the wind blows.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Album top 100 2024
pi_221284711
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 16:57 schreef Idisrom het volgende:
Alleen met een Wout van Aert in topvorm is Pogacar nog te verslaan. -O-
Visma moet maar gewoon ook andere dingen gaan doen in de Tour. Pogacar verslaan ze normaal toch niet en Vingegaard is zonder 7 knechten ook wel beter dan de rest, voor het geval dat Pogacar uitvalt.
pi_221284712
Wielrennen is morsdood.
  donderdag 9 juli 2026 @ 16:59:13 #13
423121 Fretwork
Acte d'éloquence
pi_221284713
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 16:58 schreef Felagund het volgende:
Dit gaat al richting de 2 minuten.
Gaat er ruim over. 2:30 op zn minst
The world outside is burning with a brand new light but it isn't one that makes me feel warm. Don't go mistaking your house burning down for the dawn - Frank Turner
Stilaan weer op topniveau na jaren als fietsende hamburger
pi_221284715
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 16:58 schreef Halcon het volgende:

[..]
Visma moet maar gewoon ook andere dingen gaan doen in de Tour. Pogacar verslaan ze normaal toch niet en Vingegaard is zonder 7 knechten ook wel beter dan de rest, voor het geval dat Pogacar uitvalt.
Als UAE geen Pogacar heeft rijden ze gewoon Del Toro naar de winst.
"Ik heb nog met hem gekoerst"
pi_221284717
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 16:59 schreef ThePlaneteer het volgende:

[..]
Als UAE geen Pogacar heeft rijden ze gewoon Del Toro naar de winst.
Die blies zichzelf wel echt even op toen hij met Pogacar meewilde, gelukkig
  donderdag 9 juli 2026 @ 17:00:49 #16
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221284722
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 16:59 schreef ThePlaneteer het volgende:

[..]
Als UAE geen Pogacar heeft rijden ze gewoon Del Toro naar de winst.
ja maar ja zo is het altijjd geweest. Sky, US Postal, ONCE ooit met Zülle Rominger Beloki tegelijk.
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221284733
quote:
15s.gif Op donderdag 9 juli 2026 17:00 schreef Dr_Flash het volgende:

[..]
ja maar ja zo is het altijjd geweest. Sky, US Postal, ONCE ooit met Zülle Rominger Beloki tegelijk.
Rominger reed nooit voor ONCE volgens mij :)
pi_221284735
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 17:00 schreef Makamba_ het volgende:

[..]
Die blies zichzelf wel echt even op toen hij met Pogacar meewilde, gelukkig
Het gaat hier specifiek om het scenario zonder Pogacar dus he :')
Hij reed met 4 trappen bij Vingegaard weg daarvoor.
"Ik heb nog met hem gekoerst"
  donderdag 9 juli 2026 @ 17:04:08 #19
328924 Frozen-assassin
STAY STRONG APPIE
pi_221284736
Nu al drie minuten op Seixas

Hopelijk mag Pol nu wat minder kosten en gaat ie wat rustiger aan zijn carrière werken.
pi_221284740
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 17:03 schreef ThePlaneteer het volgende:

[..]
Het gaat hier specifiek om het scenario zonder Pogacar dus he :')
Dan is hij toch niet sterker dan Vingegaard. Al gaan ze hem nog wel bijhalen maar dat heeft een andere reden.
  donderdag 9 juli 2026 @ 17:04:54 #21
328924 Frozen-assassin
STAY STRONG APPIE
pi_221284748
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 17:03 schreef ThePlaneteer het volgende:

[..]
Het gaat hier specifiek om het scenario zonder Pogacar dus he :')
Hij reed met 4 trappen bij Vingegaard weg daarvoor.
All out gaan tot kilometer zoveel is ook makkelijker dan moeten wegrijden en het volhouden tot de meet
  Moderator donderdag 9 juli 2026 @ 17:05:05 #22
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221284751
Koen Bouwman trekt langs basisscholen om kinderen enthousiast te maken voor de wielersport

Ik hoop dat Koentje ze niet naar de Tour laat kijken.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  donderdag 9 juli 2026 @ 17:05:28 #23
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221284758
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 17:03 schreef Halcon het volgende:

[..]
Rominger reed nooit voor ONCE volgens mij :)
Oh kan best, lang geleden. Ik herinner me een roze tenue :)
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221284761
Wat als er een regel komt dat er per touroverwinning een renner minder in het team mee mag doen? Dus dat UAE nu met 4 man moet rondrijden. Zou het uitmaken?
pi_221284764
quote:
0s.gif Op donderdag 9 juli 2026 17:05 schreef Rellende_Rotscholier het volgende:
Koen Bouwman trekt langs basisscholen om kinderen enthousiast te maken voor de wielersport

Ik hoop dat Koentje ze niet naar de Tour laat kijken.
Hij komt uit de regio Ulft toch? Daar hebben ze vast niet door als je de Tour van een paar jaar terug laat zien.
You don't need a weatherman to know which way the wind blows.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Album top 100 2024



quote quotesplits me

Omdat je een nieuwe gebruiker bent willen we je erop wijzen dat het niet is toegestaan reclame te maken of FOK! te gebruiken voor commerciële doeleinden. Blijf ontopic en wees aardig voor je medeFOK!kers.
smilie   Pagina 1 / 9
Let op: Met het plaatsen van een bericht verklaar je akkoord te gaan met onze algemene voorwaarden van 27-05-2020, privacy policy van 27-05-2020 en Policy
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')