Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn
ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis
Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.Thermenstadje verder, dat Bagnères-de-Bigorre. Maakt het wel altijd verwarrend, ben je nu in Bagnères-de-Luchon of Bagnères-de-Bigorre? Vandaag in Bagnères-de-Bigorre dus, waar we recent ook nog een ander fenomeen een koers zagen winnen. E-bikerevelatie Paula Blasi is bezig aan haar jaar van de doorbraak, recent voegde ze er in Bagnères-de-Bigorre weer een kunststukje aan toe. In de Tour Féminin des Pyrénées reed ze op de Tourmalet iedereen glad uit het wiel, om vervolgens met een voorsprong van twee minuten aan te komen in Bagnères-de-Bigorre. Een renster van UAE, of wat had u gedacht? Ergens is Riccardo Ricco aan het glimlachen. In de Ronde de l'Isard komen we hier ook wel eens voorbij, zo won Johannes Staune-Mittet hier een paar jaar geleden een keer een rit, terwijl Dan Martin hier dan weer in de Tour van 2013 met gemak strijkijzer Jakob Fuglsang wist te kloppen nadat zij in de finale waren weggereden uit de groep der favorieten. De laatste keer dat we in Bagnères-de-Bigorre waren reden we rechtstreeks naar de Tourmalet, nu nemen we een andere weg. Een wat minder bekende weg, de laatste keer dat we deze route volgden dateert alweer van 2018. Na wat bochtjes in Bagnères-de-Bigorre rijden de renners verder over een grote, brede en rechte weg, die een aantal kilometer vals plat omhoog loopt. Dat is uiteraard weer een gemiste kans, vanuit Bagnères-de-Bigorre zou je prima via een aantal klimmetjes door het voorgeborchte van de Pyreneeën kunnen rijden. In dat stadje ligt bijvoorbeeld de voet van de Col des Palomières, maar lafaard Gouvenou heeft dit klimmetje nog nooit in het parcours opgenomen. Zat dit jaar wel in de Ronde de l'Isard, je kunt er dus met een fiets overheen. Sad! Zonder veel obstakels komen we na 67 kilometer uit in Cieutat, waar ik de naam van Bruno Armirail nog een keer moet noemen. Hier zou zijn ouderlijk huis moeten staan, jawel! Wat een heuglijke dag voor Bruno, onvoorstelbaar. Even zwaaien naar zijn ouders, die misschien wel ergens in een van de vele boerderijen in deze omgeving wonen. Ter hoogte van de lokale watertoren slaan we bij een rotonde rechtsaf, waarna de weg een kilometer of zeven licht naar beneden loopt. Wel wat bochtenwerk, maar over het algemeen is het hier best prettig fietsen. We passeren een kapelletje, daarna rijden we een tijd door een bos waar we op een paar wat scherpere bochten na vooral soepel naar beneden kunnen slingeren. Aan het eind van deze afdaling fietsen de renners langs een best mooi abdijtje en daarna slaan ze rechtsaf. Voorbij de Abbaye de l'Escaladieu wijken we af van de route van 2018, tijdelijk althans. Tijdens de Tour van dat jaar reden we gedurende de 19e rit van Lourdes naar Laruns, waar Roglic na een aanval in de afdaling van de Aubisque zou winnen voor een ziedende Dumoulin. Ook toen reden we over de Loucrup, om via Bagnères-de-Bigorre naar de Aspin en de Tourmalet te rijden. Voorbij Bagnères-de-Bigorre kwamen we toen alleen een ander klimmetje tegen dan nu, we zoeken vandaag zowaar een iets lastiger heuveltje uit om uiteindelijk in het dorp Capvern wel weer op dezelfde plek uit te komen. Nu geen bocht naar links voorbij de abdij en dan een paar vlakke kilometers voor er een klimmetje van 3,4 kilometer aan 5,1% volgt, nee, voorbij de abdij gaan we naar rechts en direct daarna begint de weg na een afslag naar links op een bochtige manier drie kilometer aan 7% omhoog te lopen naar het dorpje Mauvezin. Niet de lastigste klim ooit, maar hey, we pakken in ieder geval íets mee. Niet eens het lastigste klimmetje in deze omgeving, maar als we ons via een paar haarspeldbochten omhoog slingeren over deze niet al te brede weg komen we op z'n minst een paar stroken rond de 8% tegen. Verder gaat het vooral aan 7% omhoog, we draaien alvast warm voor de Aspin en de Tourmalet. Volgens andere bronnen is dit klimmetje overigens net iets minder zwaar, je zou ook kunnen spreken over drie kilometer aan 6,5%. Na 77 kilometer komen we uit in het dorpje Mauvezin, waar we de top van dit klimmetje van derde categorie vinden. In Mauvezin vinden we ook een château, jawel! Na de doortocht in het kleine Mauvezin rijden we drie kilometer verder over dezelfde weg, een weg die nog niet volledig vlak wordt. We rijden in Mauvezin even een paar meter naar beneden, maar daarna klimmen we nog wat verder. Het gaat de komende kilometers vals plat omhoog, laten we het op een procent of drie houden. Na 80 kilometer komen we uit in Capvern, waar een paar flauwe bochtjes en wat drempeltjes liggen. Hier slaan we in het centrumpje schuin rechtsaf, om even later na nog een bocht naar rechts terecht te komen op de gekende route naar de voet van de Aspin.
![cote-de-mauvezin.png?v=1754230730]()
![CD65_11749_HD-scaled.jpg]()
![100_1632.JPG]()
We rijden door het dorpje Capvern, een paar meter verderop ligt Capvern-les-Bains, ook weer zo'n thermenplaatsje. Nog een paar meter verderop ligt Lannemezan, de startplaats van de vorige rit. Ook dat is typisch de Tour, we nemen doorgaans niet de meest efficiënte route. Na de passage in Capvern rijden de renners over een rechte, brede en vlakke weg verder richting La Barthe-de-Neste, zo'n dorpje dat we ook bijna jaarlijks passeren. Onder meer in de Tours van 2017, 2018 en 2023 reden we voorbij Capvern over dezelfde weg richting de Aspin, in de Pyreneeën is het vaak een herhaling van zetten. In de Tour van 2022 reden we ook grotendeels over dezelfde wegen, al reden we toen net niet door Capvern. De weg naar Capvern toe was in de andere jaren wel iets anders, dat klimmetje naar Mauvezin hebben we sinds 2015 niet meer gezien. Toen reden we vanuit, nouja, Pau, richting Cauterets. Eigenlijk praktisch dezelfde rit als nu, bijna tot op de meter gelijk, al gingen we tijdens die rit voorbij de Tourmalet dus richting Cauterets. Zelfde rit, andere aankomst. Over variatie in de Pyreneeën gesproken, weet je wel. In 2015 was Daniel Teklehaimanot als eerste boven op de Côte de Mauvezin, ja! Dat is dan wel weer een leuk feitje, dat was de eerste Tour van MTN-Qhubeka en ook meteen de leukste. Er stonden tenminste wat Afrikanen aan het vertrek, kijk maar eens met wat voor rommel Doug nu aan het vertrek staat. In een verder verleden kwam dit klimmetje naar Mauvezin nog vaker voorbij, ONZE Erik Dekker was al eens als eerste boven in dat dorpje, net als Richard Virenque. Maar goed, we gaan door, er wacht een rechte weg richting La Barthe-de-Neste. Vlak voor de renners dit dorpje bereiken slaan ze bij een rotonde rechtsaf, waarna het zuidwaarts gaat. We rijden de Pyreneeën in, al moeten we nog even wachten op de bergen. Het gaat een kilometertje of 15 rechtdoor over een zo goed als vlakke weg richting Sarrancolin, een plaats waar we na 98 kilometer passeren. Sarrancolin is een dorpje dat bekend is geworden vanwege het lokale marmer, dat zelfs nog gebruikt zou zijn voor de Empire State Building. Richting La Barthe-de-Neste liep de weg een tijdje vals plat omhoog, maar vlak voor de bocht naar rechts bij de rotonde ging het ook nog even een tijd vals plat omlaag. Na die bocht zijn we opnieuw begonnen met wat werk vals plat omhoog, maar in het hele stuk naar het zuiden komen we amper 100 meter hoger uit. Dat heeft dus allemaal geen naam. Buiten Sarrancolin fietsen de renners nog eens een kilometer of zes rechtdoor, over een weg die licht omhoog blijft lopen. We volgen een enorm brede weg die de loop van de rivier La Neste volgt. Af en toe komen we wat bochten tegen, maar het is een route van niks. Een route die we goed kennen, want we komen hier met enige regelmaat voorbij. Er is tijd genoeg om te genieten van de mooie plaatjes, zeker als de Neste zich even laat zien, en dat was het dan eigenlijk wel. Na 106 kilometer bereiken we Arreau en hier mogen we zeggen dat de rit echt gaat beginnen.
![arreau-05.jpg?v=ficheAnnonce&width=371&height=275&pixelRatio=2.6250]()
Vlak voor we het pittoreske Arreau goed en wel bereiken slaan de renners rechtsaf en na die bocht loopt de weg meteen omhoog. We gaan beginnen aan de Col d'Aspin, een klassieker. Tijdens de allereerste keer dat de Tour de Pyreneeën bezocht reed men al over de Aspin, we spreken dan van het jaar 1910. Sindsdien komt de klim ontzettend vaak voorbij, sterker nog, vorig jaar reden we ook nog over deze klim. Toen wel van de andere kant, toen we op weg naar waren naar Superbagnères, waar Arensman dus won. Op de Aspin was toen Lenny Martinez als eerste boven, de altijd in de Tour spartelende Lenny Martinez. De laatste keer dat we vanuit Arreau over de Col d'Aspin gingen dateert van 2023, toen we in een behoorlijk vergelijkbare rit van Tarbes naar Cauterets-Cambasque reden. Neilson Powless was als eerste boven, in een rit die uiteindelijk uitdraaide op een strijd tussen Pogacar en Vingegaard. Een dag eerder had Vingegaard nog een tik uitgedeeld, tijdens deze rit sloeg Pogacar terug. Daarvoor reden we ook in 2022 over de Aspin, toen was Thibaut Pinot als eerste boven. Dat was tijdens de rit naar Peyragudes, waar UAE op alle beklimmingen ontzettend aan het schroeien was en waar Pogacar uiteindelijk Vingegaard zou kloppen in de sprint op het vliegveld van Peyragudes. Daarvoor reden we ook al in 2018 over de Aspin. In de eerder gememoreerde etappe van Lourdes naar Laruns kwam Julian Alaphilippe hier als eerste boven, al zou hij die rit uiteindelijk niet winnen. Daarvoor kwam Steve Cummings hier in 2016 als eerste boven en hij zou uiteindelijk wel de rit winnen, bij Lac de Payolle. Mijn favoriete beklimming van de Col d'Aspin blijft natuurlijk nog altijd de beklimming uit het prachtige jaar 2008, toen de tijdelijk beste renner van de wereld hier de boel op stelten zette. In een rit van Toulouse naar Bagnères-de-Bigorre snelde Riccardo Ricco weg uit het peloton. Op deze klim scheurde hij op het buitenblad naar boven en bezorgde hij iedereen die hij inhaalde een verkoudheid. Hij won de rit, met verve. Helaas werd hij daarna betrapt en uit de Tour gezet, maar gelukkig hebben we de beelden nog. En gelukkig hebben we Matxin en Gianetti nog, de meesterbreinen achter het geschroei van Ricco, Piepoli en co. Dit wordt door de kenners eufemistisch omschreven als een enigszins bedenkelijke entourage, wat toch wel neigt naar laster. De Col d'Aspin dus, een klim van de eerste categorie. De komende 12 kilometer gaat het aan 6,5% gemiddeld omhoog. De klim begint redelijk makkelijk, een kilometer aan 5% en een kilometer aan 3,5%. Daarna wordt het toch even wat zwaarder met een kilometer aan 7%. Na die derde kilometer van de klim volgt er een kilometer aan 5,5% en dan komt het niet meer onder de 6%. Na zeven kilometer klimmen is het tijd voor het zwaarste stuk van de klim. Vier kilometer achter elkaar met hoge percentages. Van 9,5% naar 7,5%, weer naar 8% en dan terug naar 7,5%. In de laatste kilometer vlakt het wat af naar 6%, waarna de renners na 118 kilometer bovenkomen op de klim. Je mag het toch een redelijk onregelmatige klim noemen, een echte Pyreneeëncol. De weg is ook redelijk bochtig, terwijl er zo nu en dan genoten kan worden van een behoorlijk mooi uitzicht over de omgeving. Gemakshalve gaan we er wel vanuit dat Nils Politt hier nog de cruise control heeft ingeschakeld en dat de taferelen van Ricco opnieuw achterwege zullen blijven.
![435aa]()
![Col_d%27Aspin_65-la_Bargu%C3%A8re_avant_C_Bidour.jpg]()
De weg omhoog is relatief smal, zeker de tweede helft van de klim. Dat geldt ook wel voor de weg omlaag, op een spectrum van breed tot smal schuiven we wat meer richting smal. Nog steeds breed genoeg, dat natuurlijk wel. De andere kant van de Aspin is ook de moeite waard, het gaat een kilometer of vijf behoorlijk serieus naar beneden. Grotendeels rijden de renners door een bos, waardoor sommige bochten wat onoverzichtelijk zijn. En bochten komen we tegen, jazeker. Richting het eind van dit deel van de afdaling komen we zelfs een aantal haarspeldbochten tegen, al kan ik me niet direct herinneren dat er in de afdaling van de Aspin al vaak gekke dingen zijn gebeurd. Een aantal van de bochten van deze afdaling zijn lastig in te schatten, maar hier bijna jaarlijks passeren helpt uiteraard wel om dat euvel te verhelpen. Na een lastige afdaling van vijf kilometer is het een kilometer wat vlakker, waarna we door het gehucht Payolle fietsen. In Payolle sloegen we wel eens linksaf over een smalle brug om aan de beklimming van Hourquette d'Ancizan te beginnen, nu gaan we rechtdoor verder naar Sainte-Marie-de-Campan. In deze omgeving kun je trouwens als je rechtsaf slaat ook naar de Col de Beyrède fietsen. Al te zien geweest in de Route d'Occitanie, nog steeds niet in de Tour. Ik ben aan het wachten, Thierry. De weg is in Payolle breder geworden, de haarspeldbochten verdwijnen en ook het bos laten we achter ons. Vanaf dit moment wordt er nog een kilometer of zeven gedaald, maar dit deel van de afdaling is een stuk eenvoudiger. Na Payolle stelt de afdaling dus geen reet meer voor, het gaat een aantal kilometer lang aan amper 3% naar beneden. De weg is breed en er zijn weinig bochten. Zonder problemen zou iedereen dus moeten kunnen aankomen in Sainte-Marie-de-Campan, na 130 kilometer. In dit kleine dorpje ligt de voet van de volgende klim van de dag, eentje die echt niemand kent. Geniale ontdekking weer van Gouvenou, wat een visionair. In Sainte-Marie-de-Campan gaan we uiteraard ook weer langs het standbeeld van Eugène Christophe fietsen, die tijdens de Tour van 1913 in deze omgeving te maken kreeg met een kapotte fiets en die fiets moest laten repareren bij de lokale smid in Sainte-Marie-de-Campan. Dat zijn toch de anekdotes die echt veel leuker zouden zijn als we hier eens in de 20 jaar zouden passeren en niet om het jaar. Of zelfs ieder jaar, moedergods.
![Col-du-Tourmalet-6-mai-2016-025.jpg]()
![KutDEJv.png]()
In het centrumpje van Sainte-Marie-de-Campan slaan de renners linksaf en daarna beginnen we meteen aan de volgende klim, de Col de Tourmalet. Sinds 2023 heeft de Tourmalet niet meer ontbroken in de Tour, ik word daar zo moe van. In 2023 waren we dus onderweg naar Cauterets, op de slotklim richting Cambasque zouden Pogacar en Vingegaard elkaar bestoken. Op de Tourmalet was er ook al sprake van een serieuze strijd, maar met Tobias Johannessen kwam er die dag wel een vluchter als eerste boven. We waren getuige van serieuze dominantie van Visma, ONZE Wilco Kelderman trok dusdanig hard door dat hij iedereen wist te lossen, op Pogacar en Vingegaard na natuurlijk. En Kuss, in die jaren een zekerheidje. Die trok dan vervolgens weer aan voor Vingegaard, het was ver van de finish al een spektakelstuk. Het was koers op de Tourmalet, ik denk dat we dit jaar weer zoiets kunnen verwachten, alleen zullen de rollen omgedraaid zijn. Nu zal het UAE zijn dat met renners als McNulty en Del Toro Pogacar gaat proberen te lanceren. In 2023 kreeg Visma het niet voor elkaar om Pogacar te lossen, sterker nog, op de slotklim reed Pogacar zelfs weg van Vingegaard. Nu gaat Pogacar met gemak Vingegaard lossen, kan niet missen. Op de Tourmalet gaan we al beginnen, dat scenario ligt voor de hand. Vooral voorbij La Mongie gaat UAE iedereen de duimschroeven aandraaien en niet veel later zal de koers gereden zijn. In 2023 werd een 30 jaar oud record uit de boeken gereden op de Tourmalet, Pogacar haalt nu waarschijnlijk weer een paar minuten af van dat record. Na de vrij spectaculaire klim in 2023 keerden we in 2024 en 2025 terug naar de Tourmalet, al reden we toen wel twee jaar achter elkaar vanuit Luz-Saint-Sauveur omhoog en niet vanuit Sainte-Marie-de-Campan. In zowel 2024 als 2025 vormde de Tourmalet na een vlakke aanloop de eerste klim van de dag, waardoor er weinig gebeurde. Al waren we in 2024 wel getuige van een stukje geschiedenis, een bepaalde prestatie waar we nu met andere ogen naar kijken. Oier Lazkano, het zwaargewicht, de man van de klassiekers, de man van het urenlang dom op kop rijden op vlakke wegen, werd in 2024 ineens een gevleugelde klimmer. In de Dauphiné van dat jaar en in de Tour enkele weken later vloog hij over de bergen. In 2024 was hij met zijn 80 kilo als eerste boven op de Tourmalet, dat ging zelfs mij als erkend Baskenfapper net iets te ver. Het onvermijdelijke kon dan ook niet uitblijven: Oier bleek wat onverklaarbare bloedwaarden te hebben en inmiddels is hij uit het peloton verdwenen. Jammer, Oier, we hadden nog jarenlang van je kunnen genieten in de klassiekers, dit was echt een gevalletje Icarus. Wel jammer dat een andere Icarus nog steeds rond mag fietsen, dat vind ik dan weer oneerlijk. Altijd tegen mij en mijn Basken. Vorig jaar reden we de Tourmalet dus ook op vanuit Luz-Saint-Sauveur, het was de eerste klim van de dag op weg naar Superbagnères en voor de vorm mocht Lenny Martinez hier de punten oprapen. En een leuke bonus, want op de top van de Tourmalet vinden zoals altijd de Souvenir Jacques Goddet, gratis geld. In 2022 ontbrak de Tourmalet een keertje, maar verder komt deze klim echt schrikbarend vaak voor. En niet eens alleen in de Tour, in het jaar 2023 bakte men het helemaal bruin. Een passage in de Tour de France, daarna een aankomst bergop in de Tour de France Femmes gewonnen door Demi Vollering, en dan als sluitstuk ook nog een aankomst bergop in de Vuelta. Die aankomst werd dan weer gewonnen door Jonas Vingegaard, in een rit waar Visma het voor elkaar kreeg om eerste, tweede en derde te worden. Eerst demarreerde Vingegaard en niemand reageerde. Toen reed Kuss weg uit de favorietengroep en weer kon niemand mee. Tot slot besloot Roglic dan ook maar in de aanval te gaan en renners als Mas en Ayuso achter te laten. Hallucinant was dat. Totale dominantie van Visma, het was de ronde waarin Kuss min of meer per ongeluk aan de leiding kwam en Vingegaard en Roglic daarna wekenlang met vraagtekens in hun hoofd rond moesten rijden. Gaan we Kuss uit de trui gooien? En wie mag dan winnen? Vingegaard of Roglic? Vingegaard was zogenaamd degene die het Kuss wel gunde, terwijl Roglic zelf wilde winnen. Eindresultaat: Vingegaard won twee ritten door gewoon keihard weg te rijden van Kuss. Bij de derde keer dat ze Kuss achterlieten won Roglic dan weer, maar uiteindelijk was de eindzege dan toch voor de Amerikaan. Een heel bijzondere Vuelta was dat, om het voorzichtig uit te drukken. Visma domineerde die ronde volledig, met de Tourmalet misschien wel als absolute hoogtepunt (of dieptepunt). We waren bang voor jarenlange dominantie van Visma daarna, maar toen besloot een versnellinkje bij te schakelen en nu kijken we al jaren naar een totale en ongeziene dominantie van die ploeg. De gouden jaren van Visma waren eigenlijk maar magere jaren, als we het met de huidige hoogtijdagen van UAE vergelijken. Maarja, die Tourmalet dus. In 2022 en 2020 zagen we zowaar Tourmaletvrije jaren, in 2021 was ie wel gewoon van de partij. Toen was het de voorlaatste klim in een etappe die zou eindigen bij het voor de Basken belangrijke Luz Ardiden. Die keer geen Basken aan het feest, de driestrijd Carapaz, Vingegaard en Pogacar werd beslecht in het voordeel van die laatste. In 2019 reden we van de andere kant omhoog over de Tourmalet en toen zou op de top de finish liggen, Pinot won. Die kwam hier in 2016 ook als eerste boven, al was er toen geen aankomst. In 2021 reden we langs dezelfde kant als nu omhoog, net als in 2018. Hoewel hij niet in de buurt kwam van de ritzege was Pierre Latour in 2021 als eerste boven, terwijl Julian Alaphilippe de eerste op de top was in 2018. Geen enkele berg is zo vaak bedwongen als deze Tourmalet, waardoor ik het eigenlijk wel een beetje geloof met deze klim. Alle verhalen over de klim zijn ook zo belegen als wat, lees bijvoorbeeld wat de Tour er zelf over te zeggen heeft en vraag je dan af of je dit niet al kon dromen:
quote:
There was one big absentee at the top of the first Tourmalet climb in 1910: Henri Desgrange himself. The creator of the Tour had long hesitated to include the pass on the Tour route, a prospect that had put off many riders, and the 1910 edition had set off with only 110 participants. The Perpignan-Luchon stage and its first Pyrenean climbs confirmed the boss of L'Auto in the belief that the Tour's programme was definitely too heavy... Before the start, he had to face the wrath of some competitors. After the finish in Luchon, he could feel that the morale of the troops, starting with GC leader Octave Lapize, was not very high. Claiming to be sick, Desgrange stayed in Luchon to take the waters and entrusted the keys of the race to Victor Breyer. A great boxing fan, Breyer would have been able to show his fists if necessary. Desgrange was right in his decision to skip the stage. After leading the way at the top of the Tourmalet, and then as a stage winner in Bayonne, Lapize was not happy: "Criminals!” he screamed. Since then, riders have tackled one of the giants of the Tour 86 times and will once again pay tribute to Henri Desgrange's successor, Jacques Goddet, at the foot of the stele dedicated to him. In its long love-hate history with the race, the Tourmalet has already hosted three stage finishes, in 1974 (Jean-Pierre Danguillaume), in 2010 (Andy Schleck) and in 2019 (Thibaut Pinot).
Deze quote stond al in mijn voorbeschouwing uit 2023, ik zie nu dat op de officiële site bij de Tourmalet exact hetzelfde stukje tekst te vinden is. Ze hebben alleen het aantal passages over de Tourmalet aangepast, al betwijfel ik of dat aantal van 86 klopt, want volgens Wikipedia zitten we al op 88 passages! In 113 edities tijd wordt dit dan de 89e passage, je zou kunnen spreken van een overkill. Blijft een zware col, maarja, de magie verdwijnt overal als je ergens te vaak komt. Buiten 2022 en 2020 ontbrak de Tourmalet ook in 2017, maar verder was ie continu aanwezig tijdens mijn schrijvende jaren. Dat heeft altijd als enige voordeel dat je uit het archief kunt putten, voor de luie mens geen nadeel. Enfin, de Tourmalet begint makkelijk, een paar kilometer aan 4%. Daarna wordt het steeds een beetje zwaarder, van een kilometer aan 7% naar drie kilometer aan 8%. Rond de 10e kilometer van de klim wordt het pas echt zwaar. Zes kilometer achter elkaar komt het niet onder de 9%, af en stijgt het zelfs flink boven de 10%. Alleen de laatste meters richting de top wordt het nog even wat minder zwaar. Het is een belachelijk zware klim, geheel terecht een klim van de buitencategorie. Wel een klim die al veel te vaak is voorgekomen in de Tour. Er zijn ook andere beklimmingen, die we nog steeds weigeren te bezoeken. Of, als je dan toch naar de Tourmalet wil, ga dan een keer helemaal naar Pic du Midi de Bigorre, gewoon, is grappig. Achja, in ieder geval 17 kilometer aan 7,3% dus, joepie. Genoeg gelegenheid voor UAE om alle 'spanning' definitief uit de koers te meppen. De Souvenir Jacques Goddet bovendien, vernoemd naar een voormalig koersdirecteur van de Tour, die op de klim nog een mooie buste heeft staan. Enfin, dat verhaal kennen we. Henri Desgrange en Jacques Goddet, wat moet je er allemaal mee hè. Als we maar nooit een Souvenir Christian Prudhomme krijgen. Ook in de Tour van 2015 gingen we langs deze kant omhoog, toen was Majka als eerste boven, volgens Karsten Kroon ongetwijfeld een hele vriendelijke gast. In 1910 was Octave Lapize de eerste die als eerste boven kwam en ter ere van hem staat er een monument op de top, etc. Nouja, allemaal dat verhalen dus. Mooie klim, zware klim, te vaak gezien. De weg omhoog leidt overigens ook nog langs La Mongie, het skistation waar in het verleden ook nog eens drie ritten eindigden. Armstrong won hier in 2002, maar die zege is hij uiteraard kwijt en dus feliciteren we Beloki met zijn morele zege. Al vindt Beloki dat Armstrong nooit uit de tabellen geschrapt had mogen worden, wat logisch is als je zelf klant was van Fuentes. Enfin, over klanten van Fuentes gesproken, in 2004 kreeg Ivan Basso op dezelfde plaats de zege cadeau van Armstrong.
![75039]()
![wat-maakt-de-tourmalet-zo-speciaal-het-is-het-mythische-portret-dat-beklijft]()
![NmU6c52.jpeg]()
Na 148 kilometer zijn we boven op deze klim met een strippenkaart, dat is misschien nog wel relevant. Het is vanaf dit punt een kleine 40 kilometer fietsen tot de finish, wat in vroegere tijden ervoor had kunnen zorgen dat niemand aan zou durven vallen op de Tourmalet. Dit zijn andere tijden, niemand draait zijn hand nog om voor een lange solo. Eén renner in het bijzonder, natuurlijk. Voor hem is dit juist ideaal terrein, hij weet zeker dat ze hem in de afdaling en de klim daarna nooit meer bij gaan halen. Na de lange en bekende klim beginnen we aan een lange afdaling richting Luz-Saint-Sauveur. De klim was 17 kilometer lang, de afdaling gaat 19 kilometer lang zijn. Een bijzonder lange afdaling, die het grootste gedeelte van de tijd ook nog eens vrij steil is. Bovendien is de afdaling bochtig, je kan wel stellen dat deze kant een stuk lastiger is. Buiten dat moet bijna iedere renner deze afdaling wel kennen, we komen er godbetert bijna ieder jaar langs. Verder weet ik niet zo goed wat ik over deze afdaling moet vertellen. Ja, het gaat een aantal kilometer aan 10% naar beneden, da's best pittig. Er gebeuren volgens mij eigenlijk nooit echt ongelukken op de Tourmalet, dus het zal wel goed zijn. In het begin komen we een lastige haarspeldbocht tegen, daarna gaat het een tijdje wat meer rechtdoor tot aan de volgende haarspeldbocht. Dan volgt er weer een lange fase wat meer rechtdoor en met wat flauwe bochtjes. Dan weer wat lastigere bochtjes, in de buurt van Barèges een keer een fase met een aantal niet al te lastige haarspeldbochtjes, nouja, goed, gesneden koek neem ik aan. We gaan snel door naar het eind van de afdaling. Letterlijk, want in de laatste kilometers van de afdaling gaat het eigenlijk gewoon praktisch rechtdoor naar beneden. Alleen in het thermendorpje Barèges moeten de renners nog even opletten, hier is de weg even wat smaller in het centrum en buiten dat centrum komen we een gemene bocht naar rechts tegen. Bochtje naar links daarna en vervolgens cruisen we rechtdoor naar Luz-Saint-Sauveur, over een brede en niet al te bochtige weg. Of nouja, cruisen, paar haarspeldbochtjes nog wel hoor, maar die zijn 100 meter breed dus dat laten we lekker gaan. We rijden hier overigens door het grootste skigebied van de Pyreneeën, Barèges aan deze kant en La Mongie aan de andere kant zijn wat dat betreft belangrijke plaatsen. Als we aan het eind van deze lange afzink na 166 kilometer uitkomen in Luz-Saint-Sauveur rijden we dwars door het centrum van dit plaatsje waar we wel vaker doorheen fietsen. Opvallend genoeg start de Tour hier dan weer bijna nooit, alleen een keer in 1985. Wel ligt Luz-Saint-Sauveur aan de voet van een klim die in de Tour om de tien jaar wordt beklommen. In 2001 won Laiseka daar, heel mooi. In 2011 won Samuel Sanchez daar, ook leuk. In 2021 won Pogacar daar dan weer, minder ideaal. In 2031 gaan we weer naar Luz Ardiden, nu gaan we op weg naar een andere klim. In Luz-Saint-Sauveur hebben ze overigens iets leuks bedacht om de band met de koers te versterken. Het begin van de klim, in dit geval het eind van de afdaling, is omgedoopt tot promenade des célébrités, een rij met plaquettes in de grond met daarop de handen van beroemde coureurs, onder anderen Laurent Jalabert, Bernard Thevenet, Miguel Indurain en Bernard Hinault. Daar scheuren de renners nu met hoge snelheid aan voorbij, maar toch leuk bedacht. Werkt altijd beter als je van de andere kant komt, al is er zelfs dan meestal weinig aandacht voor. Leuke marketing, maar heb je eigenlijk nog wel marketing nodig als de Tour ieder jaar passeert?
![En_arrivant_dans_la_petite_station_de_ski_de_Super-Bar%C3%A8ges._Le_col_du_Tourmalet_est_droit_devant%5E_Si_pr%C3%A8s%2C_si_haut_-_panoramio.jpg]()
![wat-maakt-de-tourmalet-zo-speciaal-het-is-het-mythische-portret-dat-beklijft.webp]()
Aan het eind van de afdaling fietsen we door Luz-Saint-Sauveur, we slaan voorbij de promenade van de beroemdheden nu alleen een keer linksaf. Als we in Luz-Saint-Sauveur zijn slaan we vaak rechtsaf, om dan een tijd door de vallei te fietsen op weg naar bijvoorbeeld Cauterets, of naar de Aubisque. Linksaf slaan we eigenlijk alleen als we op weg gaan naar Luz Ardiden, maar we hebben nu een andere bestemming gevonden. We rijden nog een tijd door dit toeristische oord en daarna komen we buiten het dorp in een vallei terecht die ons rechtstreeks naar de finish gaat brengen. Na een kilometer of twee fietsen we langs de Pont Napoleon, als we deze brug overstreken rijden we naar Luz Ardiden, maar dat duurt dus nog vijf jaar. Nee, we rijden nu rechtdoor verder. We volgen de stroom van de Gave de Gavarnie, naar Gavarnie toe. Na de afdaling bevinden we ons op 20 kilometer van het eind in Luz-Saint-Sauveur, buiten het dorp begint de slotklim bijna meteen. In de laatste 18,7 kilometer van deze rit moet er gemiddeld aan 3,7% geklommen worden. Dat klinkt niet zo ingewikkeld, en dat is het natuurlijk ook niet. In ver vervlogen tijden zou je zeggen dat dit onmogelijk een goede rit kan worden. De Tourmalet relatief ver van de finish, waarna de laatste klim niet bijster interessant is. In het verleden hadden alle renners hun beentjes gespaard en was het uitgedraaid op een sprintje bergop. Of misschien was het wel een dag voor de vluchters geworden. Tegenwoordig is alles anders. UAE gaat er alles aan doen om Pogacar te lanceren op de Tourmalet. En dan is hij gevlogen. In de afdaling loopt hij alleen maar uit, Paul Seixas is waarschijnlijk de enige die hersenloos genoeg is om nóg harder naar beneden te gaan. Beneden in de vallei begint de slotklim vrijwel meteen, een kilometer buiten Luz-Saint-Sauveur is het dus al raak. Het is een klim zonder hoge percentages, dat biedt de renners die op de Tourmalet gelost zijn in principe de kans om samen te werken en zo Pogacar terug te halen. Maar we weten allemaal dat dit niet zo werk. Pogacar legt hem hier op de grote plaat en hij zal seconde voor seconde uitlopen. Hoe goed een eventuele samenwerking achter hem ook is, dat maakt niet uit. Hij gaat aanvallen, hij gaat de tegenstand lossen, en de tegenstand zal geen enkele kans hebben om nog terug te keren. Zo gaan we de voorsprong op de vals platte stroken richting de finish zienderogen zien groeien, het wordt een pijnlijke affaire. Hij stoomt door alsof het vlakke wegen zijn, de renners achter hem zullen puffend, steunend, kreunend, zuchtend en met de elleboog wapperend meerdere minuten toegeven. De grap is dat men voor deze aankomst heeft gekozen juist om ervoor te zorgen dat Pogacar de koers niet al beslist. Bij ASO leven ze alleen nog in de tijd van Sky, die ploeg had inderdaad niet veel gedaan met deze rit. Voor UAE is dit genoeg om alles op een hoop te rijden, zij weten dat Pogacar het daarna makkelijk kan en gaat afmaken. Het zijn andere tijden, men is alleen nog niet helemaal mee. En zelfs als de gedachte wel zou werken, zelfs als deze aankomst dusdanig makkelijk is, zelfs als Pogacar geen zin heeft om dat hele laatste stuk in z'n eentje af te werken, wat is dan het idee? Dat we een sprintje bergop krijgen? Dat is eigenlijk ook geen scenario om vrolijk van te worden. Linksom of rechtsom is dit geen ontwerp waar ik het heel warm van krijg. Of Pogacar besluit ons de nek om te draaien, of we komen hier met een groep van een man of 15 aan. Dat zijn zo'n beetje de mogelijkheden, kijk maar eens naar de percentages van deze slotklim. Buiten Luz-Saint-Sauveur is het een paar meter vlak, daarna moet er een kilometer geklommen worden aan 6%. Oké, deftig begin. In de twee kilometer daarna klimmen we dan weer aan 3,5%, waarna er zelfs een kilometer aan 2% volgt. Voelt u al nattigheid?
![Gedre.jpg]()
![gedre01.jpg]()
![28001.jpg]()
De renners rijden door een adembenemende omgeving, het is hier echt schitterend. We rijden de vallei van de Gave de Gavarnie in, op weg naar het keteldal van Cirque de Gavarnie. Er zijn hier enorm indrukwekkende rotspartijen te zien en hoge bergtoppen, terwijl het ook enorm groen is. De Gave de Gavarnie komt zo nu en dan ook in beeld, voor de liefhebbers van mooie plaatjes is er weer genoeg te zien. Onderweg rijden we een aantal keer over een ouderwetse brug, terwijl we tijdens de slotklim ook wat kleine dorpjes tegenkomen. Zo passeren we na vijf kilometer in Pragnères, na een kilometer aan 5% bereiken we dit dorp. Voorbij Pragnères zetten we koers richting Gèdre, dat ligt vier kilometer verderop. De renners rijden verder over een brede weg die wel wat bochtig kan zijn. Niet steil, in deze vier kilometer gaat het een kilometer omhoog aan 3%, daarna twee kilometer aan 2%, en dan komen we vlak voor Gèdre een kilometer aan 4% tegen. Soms zelfs een paar meter in dalende lijn onderweg, als dit de tijden van Armstrong en Team Sky waren geweest hadden we hier naar groeiend gras kunnen kijken. Nu kijken we naar een groeiend gat, wat is beter? Gèdre is wel een mooi dorpje, we slingeren dwars door het oude centrumpje heen en rijden een paar bochten later langs het lokale kerkje. Geen onaardig gebouwtje, moet ik zeggen. Veel winkeltjes hier, het keteldal is populair onder toeristen. Voorbij Gèdre is het een kilometer zo goed als vlak, waarna we een kilometer aan 3% tegenkomen. Sorry, ik kan er niet meer van maken. We komen buiten Gèdre een paar haarspeldbochtjes tegen, maar zelfs in die bochten loopt de weg niet steil omhoog. Na een tijd komen we wel op een punt uit waar we naar een ander keteldal zouden kunnen rijden, je hebt naast Cirque de Gavarnie ook nog Cirque de Troumouse. Zou een heerlijk lange klim aan steilere percentages opleveren, maar het schijnt wat moeilijk te zijn om daar te finishen. Beschermd natuurgebied, en dat soort zaken. We slaan buiten Gèdre niet linksaf naar Cirque de Troumouse, nee, we gaan rechtdoor verder richting Cirque de Gavarnie, al zullen we dat keteldal uiteindelijk ook niet echt bereiken. De renners rijden een bos in en na een kilometer aan 4,5% bereiken we hier het lastigste deel van de klim. Terwijl we af en toe ook een kicken rotswand tegenkomen en in de omgeving meerdere indrukwekkende bergtoppen zien liggen gaat het zowaar twee kilometer aan 6% omhoog. Tijdens deze strook rijden we volgens de organisatie langs Chaos de Coumély, maar ik denk niet dat we hier echt veel chaotische toestanden gaan zien. Het zijn zulke makkelijke stroken, over zo'n brede en goedlopende weg. In een normale wereld zou een groepje met daarin Seixas, Vingegaard, Lipowitz en Evenepoel als ze kop op over kop rijden Pogacar lachend terug moeten halen, maar we zien ook buiten de koers dagelijks dat we niet in een normale wereld leven. Na deze strook van twee kilometer aan 6% gaat het in de volgende kilometer aan slechts 3% omhoog, wat ook te maken heeft met een kort stukje in dalende lijn.
![-upload-72673-1024x0.jpg]()
Langs de Gave de Gavarnie zijn we nog steeds op weg naar Gavarnie, het stroompje komt zo nu en dan in beeld en het dorp waar we gaan finishen komt eveneens dichtbij. Nog vier kilometer te gaan, vier kilometer waarin het niet meer lastig wil worden. De omgeving blijft werkelijk prachtig, er bestaat amper een beter decor om doorheen te fietsen. De weg is alleen niet lastig genoeg, zo botsen we zelfs op een kilometer aan 2%. Het is hier zo goed als vlak, met ook nu nog steeds een paar stukjes in dalende lijn. De echte Pyreneeënreuzen kijken glimlachend op ons neer, terwijl we over deze simpele weg door het dal fietsen. De brede weg blijft vrij bochtig, maar als aanvaller ben je hier doorgaans redelijk lang in beeld. Dat zal vooral uitmaken voor de strijd in de achtergrond, er zullen hier wel grotere groepen gaan ontstaan die met elkaar naar de finish rijden. Een ondankbare weg om alleen af te werken, tenzij je actief bezig bent om het wielrennen te genocideren. Wát een bergtoppen hier, vooral als we de finish bijna bereiken. Op drie kilometer van het eind komen we een kilometer aan 5,5% tegen, waarna er in de voorlaatste kilometer geklommen moet worden aan 5%. Stroken van niets, normaal kun je hier absoluut niet van elkaar wegrijden. Het had in een andere wereld wel een tactische finale kunnen worden, maar goed, het zal nu rijden worden om de schade te beperken. We rijden in aanloop naar de slotkilometer het dorpje Gavarnie binnen, na een tijd door een behoorlijk ongerept stukje natuur gereden te hebben komen we nu weer uit tussen de mensen. In de slotkilometer gaat het slechts aan 3% omhoog, terwijl we in Gavarnie wel het een en ander aan bochtenwerk tegenkomen. De weg wordt hier iets smaller, waarna we in de laatste meters van de rit twee keer rechtsaf slaan. Een bocht naar rechts, een passage over een bruggetje en dan op het centrale plein van het dorp nog een bocht naar rechts. Na deze bocht komen we in de allerlaatste meters van de rit enkele flauwe bochten tegen, waarna we met uitzicht op een majestueuze berg gaan finishen langs een parkeerplaats. Niet echt een aankomst voor een massale sprint, maar met zo'n flopklim kun je die sprint nog best krijgen ook.
![vxBKuFk.png]()
![27999.jpg]()
![col-de-tentes-gavarnie-upload-27733-1024x0.jpg]()