DHS vordert gegevens van gebruikers die locatie ICE-agenten delen bij social mediaHet Amerikaanse Department of Homeland Security (DHS) probeert op grotere schaal te achterhalen wie er achter anonieme socialmedia-accounts zitten die kritisch zijn over immigratiedienst ICE en ICE agenten 'doxen'. Volgens meerdere bronnen heeft het ministerie de afgelopen maanden honderden zogeheten administratieve dagvaardingen gestuurd naar grote techbedrijven als Google, Meta, Reddit en Discord. In die verzoeken vraagt het om namen, e-mailadressen, telefoonnummers, postcodes en andere gegevens van gebruikers die ICE bekritiseren of de locaties van ICE-agenten delen.
Een deel van die bedrijven heeft aan sommige verzoeken voldaan, zeggen betrokken ambtenaren. Het gaat vooral om accounts zonder echte naam, die acties of bewegingen van ICE-agenten volgen en daarover posten. De bedrijven zeggen dat ze elk verzoek juridisch toetsen en soms gebruikers waarschuwen. Die krijgen dan meestal 10 tot 14 dagen om het verzoek bij de rechter aan te vechten. Meta, Reddit en Discord wilden verder niets zeggen. Google liet weten dat het elk verzoek beoordeelt, gebruikers in principe informeert en zich verzet tegen te brede vorderingen.
Juristen en burgerrechtenorganisaties maken zich zorgen over deze aanpak. Steve Loney van de American Civil Liberties Union (ACLU) in Pennsylvania zegt dat de overheid "meer vrijheden neemt dan vroeger" en vaker en met minder controle dit soort middelen inzet. Hij vertegenwoordigde de afgelopen zes maanden meerdere mensen van wie de accountgegevens door DHS opgevraagd zijn. Volgens hem schuift de overheid de last bij de individuele gebruiker, die zelf naar de rechter moet stappen om zijn gegevens te beschermen.
De gebruikte administratieve dagvaardingen zijn geen arrestatiebevelen en hoeven niet langs een rechter. DHS kan ze zelf uitvaardigen. In het verleden werden ze volgens medewerkers van techbedrijven vooral ingezet tegen zware misdrijven, zoals mensenhandel met kinderen. De laatste tijd gebruikt DHS dit middel ook vaker om anonieme accounts te "ontmaskeren" die ICE bekritiseren en aanzetten tot het ontwrichten van hun werkzaamheden.
Een vergelijkbare zaak speelde rond de accounts "Montco Community Watch" op Facebook en Instagram, die ICE-activiteit melden in Montgomery County, bij Philadelphia. De accounts, met rond de 10.000 volgers, plaatsen sinds juni in het Engels en Spaans tips over waar ICE-agenten gesignaleerd zijn, bijvoorbeeld bij bepaalde straten of herkenbare plekken. Op 11 september vroeg DHS aan Meta om de naam, het e-mailadres, de postcode en andere gegevens van de beheerders. Meta waarschuwde de account-eigenaar begin oktober dat het bedrijf op het punt stond gegevens te delen, tenzij er binnen tien dagen een juridische stap zou volgen.
De eigenaar van de Montco-accounts schakelde daarop de ACLU in, die in oktober een verzoek indiende om de dagvaarding ongeldig te laten verklaren. Tijdens een zitting in januari stelde een advocaat van het ministerie van Justitie dat DHS het recht heeft om "dreigingen tegen eigen medewerkers of belemmeringen van hun werk" te onderzoeken. Twee dagen later trok de overheid de dagvaarding in. De zaak kreeg dus geen einduitspraak, iets wat Loney ziet als strategie van DHS om te voorkomen dat een rechter grenzen stelt aan het gebruik van dit middel.
Ondertussen blijven de Montco Community Watch-accounts actief. Ze plaatsen bijna dagelijks meldingen over vermeende ICE-activiteit en video’s van protesten. Zo verscheen er maandag nog een waarschuwing over "bevestigde ICE-activiteit" in de buurt van Eagleville. Ook deelde het account een video van scholieren in Norristown die protesteerden tegen ICE, met de boodschap dat de beheerders achter de demonstranten staan. ICE zelf beschikt de laatste maanden over meer technologische middelen, zoals gezichtsherkenning, socialmedia-monitoring en technieken om mobiele telefoons uit te lezen, waardoor de spanning rond online kritiek nog verder oploopt.
De druk tussen Silicon Valley en de Amerikaanse overheid over gebruikersdata bestaat al langer. Transparantierapporten laten zien dat landen als de Verenigde Staten en India veel verzoeken indienen om informatie over gebruikers. Techbedrijven hebben zich in het verleden soms verzet; Twitter stapte in 2017 bijvoorbeeld naar de rechter om een vordering tegen te houden die de identiteit moest onthullen van een account dat kritiek had op de eerste regering-Trump. Die vordering werd toen teruggetrokken.