Utrecht moet nieuwe afspraken maken om het stijgende aantal kinderen en jongeren dat zonder onderwijs thuiszit terug te dringen. Dat vinden de raadsleden Maartje Vermeulen (GroenLinks) en Hester Assen (PvdA). Ze komen daarom met een initiatiefvoorstel: Tijd voor een nieuw pact.
Volgens de partijen voldoet het huidige thuiszitterspact uit 2016 niet meer. "We zien dat er steeds meer kinderen uitvallen. Dat is een zorgelijke trend die we willen keren, want ieder kind heeft recht op passend onderwijs", zegt raadslid Vermeulen.
Ouders betrekken
Een belangrijk onderdeel van het plan is dat ervaringsdeskundigen actief worden betrokken bij het nieuwe pact. "Ouders en jongeren weten als geen ander wat wel en niet werkt", licht Vermeulen toe. "Te vaak horen we dat het aantal betrokken professionals overweldigend is en dat informatie moeilijk vindbaar is. Dat moet anders. Ouders horen een volwaardige plek aan tafel te hebben."
In hun voorstel vragen GroenLinks en PvdA om meer aandacht voor preventie en voor kinderen die wel onderwijs missen, maar niet onder de officiële definitie van 'thuiszitter' vallen.
School of begeleider
Raadslid Assen wijst erop dat Utrecht al kennis en ervaring heeft met de aanpak rond thuiszitten. "Er gaat ook veel goed. Toch laten de cijfers zien dat het probleem groeit. Juist daarom is het tijd om alle lessen van de afgelopen jaren samen te brengen en nieuwe afspraken te maken. Want het moet niet uitmaken op welke school je zit of wie je begeleider is."
Met hun initiatiefvoorstel vragen Vermeulen en Assen de gemeenteraad om het college opdracht te geven een nieuw samenwerkingspact op te stellen. Ook willen zij dat de raad jaarlijks wordt geïnformeerd over de voortgang. Volgens GroenLinks en de PvdA moet dat ertoe leiden dat minder kinderen onderwijs missen en elk Utrechts kind de kans krijgt zich te ontwikkelen.
Het recht op onderwijs staat volgens Vermeulen centraal. "Elk kind heeft recht op ontwikkeling en onderwijs, en dat mogen we nooit loslaten. Onderwijs is geen gunst, het is een mensenrecht. Dat vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid van scholen, gemeente en partners."
Bron