abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
pi_219462707
Daar filosofie heel breed - en soms ondefinieerbaar - is kan men filosofie niet alleen per onderwerp bekijken (ie ethiek, metafisica, etc.), maar ook op basis van de methode die gebruikt wordt. Methode kan men ook uitleggen als een aanpak of benadering van een vraag. Vragen over realiteit (ontologie), over hoe men zou moeten leven (ethiek), wat men kan weten/waar ligt de grens van menselijke kennis (epistemologie)?, enzovoort. Zoals in het vorige topic ook al aangegeven zijn dit vragen die al door de Grieken werden gesteld, en waar wij het nog steeds over hebben. In dit topic bespreek ik epistemologische methodes die centrale vragen proberen te beantwoorden. Deze methodes kunnen ook gezien worden als filosofische tradities waaronder bepaalde filosofen kunnen worden gecategoriseerd.

Empirisme

Zoals in het eerste deel besproken was de eerste stap richting filosofie in de Griekse oudheid ook een stap richting wetenschap (let wel, wetenschap zoals wij dat kennen bestond toen nog niet). De natuurfilosofen wilden niet langer de wereld via poezië en mythen verklaren, maar begonnen met het observeren van de wereld via zintuigelijke waarneming om hun zo de aard van de natuur en van de realiteit te ontdekken. Dit is dan ook het prille begin van wat men later empirisme zou noemen.

Empirisme houd dus in mensen afhankelijk zijn van zintuigelijke ervaringen van de wereld (dit noemt men met een duur woord ook wel a posteriori, wat je gewoon als erna kan vertalen) als bron voor kennis. Al onze kennis, inclusief concepten, ontvangen wij via onze zintuigen (of via reflectie erna) die daarmee ons verstand vult, aldus de empiristen. De filosoof John Locke omschreef het verstand in An Essay Concerning Human Understanding zo: “Let us then suppose the mind to be, as we say, white paper, void of all characters, without any ideas”. Alhoewel Locke deze term nooit heeft gebruikt, staat dit idee van een leeg, wit papier ook wel bekend als tabula rasa. Dus in kort houdt deze methode in dat je van het standpunt uitgaat dat wel zonder enige kennis met een leeg verstand worden geboren en dat alle kennis vergaard wordt via het ervaren en aanschouwen van de wereld. Een ander historische figuur die de empirische wijze van onderzoek gebruikte was David Hume.

Rationalisme

De rationalisten claimen dat mensen via het menselijke redeneringsvermogen en intuitie kennis over de wereld kunnen vergaren die los staat van onze directe belevenis van de wereld (dit noemt men a priori, wat je kunt vertalen als ervoor. Met ervoor, als tegenovergestelde van erna, duidt men dus ook kennisvergaring voordat men de wereld beleefd of observeert). Dit houdt simpelweg in dat er dingen zijn (kennis of stellingen) die van tevoren gegeven zijn als (absoluut/noodzakelijk) waar/zeker zonder dat hiervoor de zintuigenlijke waarnemingen geraadpleegd worden. Je kunt hier bij denken aan wiskunde, tautologie, en andere zaken die wij vanuit ons intellect kunnen weten onafhankelijk van onze zintuigelijke ervaring van de wereld (observatie, onderzoek). Het Rationalisme gaat er vanuit dat wij met bepaalde kennis en vaardigheden geboren worden waarmee wij kennis kunnen vergaren die noodzakelijk waar is en waartoe wij via rede alleen kunnen komen zonder tussenkomst van enige waarneming van de wereld.



Plato en Descartes waren zulke rationalisten. Plato hield dat onze ziel (ziel is een vertaling van psyche. De ziel van Plato was echter niet hetzelfde zoals wij de ziel nu kennen) reeds bestond voordat ons lichaam bestond en dat onze kennis via herinneren (anamnesis) vergaard werd. Deze ziel was reeds al bewust van alle vormen van kennis (en/of kennis van de Vormen/Ideeën) die vergeten werd zodra de ziel het lichaam betrad. Latere reïnterpretaties van deze filosofiische methodiek spraken van het verstand, niet van een ziel. Descartes hield dat mensen aangeboren ideeën hadden en dat het vergaren van kennis enkel en alleen afhing van ons (rationeel) denkvermogen. In zijn Meditaties schreef hij dat kennis die hij via zintuigelijke ervaring opdeed niet relevant was, omdat hij werkelijke, zekere kennis puur vanuit zijn verstand kon halen. Hij gaf als voorbeeld geometrische figuren die hij konn bedenken, maar die niet in de externe wereld bestonden. Verder redeneerde hij dat hij van deze figuren eigenschappen kon geven die noodzakelijk waar waren. Hij concludeerde dan ook pure (abstracte) wiskunde de meeste zekere kennis was waarover wij als mensen beschikte. Deze kon geheel a priori gedacht en bewezen worden zonder enige bevestiging van een externe realiteit waarvan je kon twijfelen of deze überhaupt wel bestond (het zou een illusie kunnen zijn).

Idealisme, Realisme, en Transcendentaal idealisme

De idealisten gaan er vanuit, als methode, dat de uiteindelijke aard van de realiteit zelf volledig afhankelijk is van het bewustzijn van onze geest en onze ideeën en voorstellingen daarvan. Een filosoof die hiermee sterk in verband mee wordt gebracht is George Berkeley. Echter, net zoals John Locke nooit de term tabula rasa gebruikte, gebruikte Berkeley nooit de term idealisme. Hij schreef ooit esse est percipi, wat je kunt vertalen als bestaan (zijn) of 'waargenomen worden' (iets bestaat als het waargenomen wordt) met daarin zijn beroemde gedachtenexperiment waarin hij zich afvroeg of de bomen in een park bestonden op het moment dat deze niet waargenomen werden. Zijn antwoord was dus dat deze bomen alleen bestaan als ze worden waargenomen door een waarnemer middels het idee van een boom.



Hier tegenover staan de realisten, een methode binnen de kennisleer die houdt dat de werkelijkheid totaal onafhankelijk is van onze waarneming van de wereld/werkelijkheid, en onze concepten/ideeën daarvan. Het antwoord op Berkeley’s vraag die een realist zou geven is dat de bomen in het park bestaan onafhankelijk van onze geest/verstand en het waarnemen ervan. De werkelijkheid en de objecten daarbinnen bestaan geheel onafhankelijk, ook al zou er geen enkele wezen met een geest/verstand meer bestaan.

De filosoof Immanuel Kant probeerde de tweede botsende methodes, empirisme en rationalisme, te verenigen middels een uitgebreide, systematische aanpak die hij Transcendentaal Idealisme noemde. Kant zijn transcendentaal idealisme houdt zich bezig met kennis over objecten (objecten van onze zintuigelijkheid via onze aanschouwingsvormen en dit in de vorm van fenomenen), niet met de objecten zelf (Ding-an-sich, dingen zoals ze werkelijk zijn – die hij noumenon noemde). In Kant’s Prolegomena zu einer jeden künftigen Metaphysik, die als Wissenschaft wird auftreten können geeft Kant aan dat het David Hume, een empirist, was die hem uit zijn dogmatische winterslaap haalde, en aanleiding gaf tot zijn Kritische Filosofie (filosofie die een kritiek biedt over wat men kan weten, niet een soort rechtvaardiging van kennis zelf). Kant was van mening dat concepten en taal niet simpelweg met onze realiteit overeenstemming, maar daadwerkelijk de wereld vormen en orderen. Zonder onze concepten en taal zouden onze waarnemingen van de wereld slechts patronen van licht en kleur zijn. In plaats van ongeordende patronen van licht en kleuren zien wij bijvoorbeeld een beeldscherm, een toetsenbord, en een muis. Hij hield echter dat hoe mensen de wereld waarnemen niet gelijk is aan hoe andere dieren de wereld waarnemen. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een bij. Mensen zien de wereld in kleuren op basis van rood, blauw en groen, maar het zicht van bijen is gebaseerd op blauw, groen, en ultraviolet licht. Wij zien rood, iets wat bijen niet kunnen zien. Bijen zien ultraviolet licht, iets wat mensen niet kunnen zien. Hierdoor nemen mensen en bijen de wereld heel anders waar. Mensen zien een rode roos, maar een bij ziet een spoor van ultraviolet licht van de bloemblaadjes. Hier nu twee punten van Kant: zoals wij de wereld ervaren is uniek voor mensen alleen. Ten eerst, hoe wij de wereld kunnen waarnemen is grotendeels bepaald door het apparatus die deze waarnemingen mogelijk maken, en in die zin is de wereld zoals die aan ons gepresenteerd in onze hersenen/geest wordt door ons gevormd (en dus anders als het apparatus van een bij die tot hele andere representaties zal komen van hetzelfde object buiten ons). Het tweede punt is dat door deze a priori limitaties/parameters voor alle mogelijke waarnemening een soort van epistemologische gevangenis is. Wij zien een bloem op een bepaalde manier en een bij ziet diezelfde bloem op een andere manier. Echter, voor beide is die specifieke waarneming van de bloem de enige waarneming van de bloem (en dus onze realiteit), maar meer dan een waarneming van die bloem is het niet. Zowel een mensen en een bij kunnen hier niet omheen en zullen de bloem als object zelfs zoals deze in werkelijkheid buiten ons bestaat nooit kunnen kennen, omdat mens noch bij de algemene en universele bepaling voor de mogelijk van kennis en waarneming van de wereld kunnen ontsnappen.

Existentialisme en Fenomenologie

Sommige historici zullen beweren dat Kant het exitenstialisme voorzag, maar de meeste mensen zullen het er over eens zijn dat extistentialisme bij de Deense filosoof Kierkegaard zijn oorsprong vindt. Kierkegaard was van mening dat ieder mens een verantwoording naar zichzelf heeft om zijn/haar leven betekenis en zin te geven. Verder was hij van mening dat mensen ondanks hindernissen zoals angst, verveling, en wanhoop, verantwoordelijk zijn om een leven vol passie en authenticiteit te leven. Het extentialisme legt de nadruk dus op de omstandigheden van het bestaan en de eigen verantwoording (i.e. de vrijheid hebben als individueel mens) om het leven zin te geven in een wereld zonder zin en zonder God.

Het was Jean-Paul Sartre die de term extistentalisme echt een volledige, explicite, uitdrukking gaf, wordt vaak als synoniem gezien met het extistentialisme. Sartre bestudeerde Heidegger in Berlin en nam van Heidegger een vorm van existentialisme (beschreven in zijn Sein und Zeit) die Heidegger zelf als een vooronderzoek beschouwde naar een werkelijk onderzoek naar de algemene aard van Zijn en stelde de studie van de mens zelfs als ultieme onderwerk voor een existentialistische filosofie. In die zin is de ontwikkeling van het existentialisme via Sartre vaak antropologische van aard. Een andere bekende existentialist (naast bijvoorbeeld Maurice Merleau-Ponty) was de (niet-exclusieve) levenspartner van Sartre, namelijk; Simone de Beauvoir. Martin Heidegger zelf beschouwde overigens zichzelf niet als existentialist, maar wordt er wel vaak mee geassocieerd.


Sartre en De Beauvoir

Het existentialisme was geen homogene filosofische stroming en werd in Frankrijk (in de jaren 50) vervangen door het structuralisme. Existentalisme plaatste een grote focus op de intentionele activiteiten van mensen (e.g. hoop, keuzes, en verlangens) om zo kritisch over de aard van de mens na te denken. Daarom voor existentialisten leven wij in een sociale en materialistische situatie waarin we essentieel vrij zijn via onze keuzes en handelen. Hierdoor zijn de existenlisten van mening dat wij onze sociale situatie kunnen veranderen (en dat ons lot in culturele zin dus niet vast staat). Deze manier van denken had veel invloed op De Beauvoir. Zij paste de filosofie toe op de aard en status van vrouwen in de maatschappij waarin, volgens De Beauvoir, een vrouw een sociale constructie was zonder eigen autonomie en secundair/afhankelijk was aan de man (een vrouw is de Tweede Sekse, of de Andere). Omdat iedere individueel mens zijn/haar eigen leven een invulling kan geven (ieder mensen beheerst zijn/haar eigen lot), kunnen vrouwen het conditioneren van vrouwen in de maatschappij doorbreken en dus daarom haarzelf als vrouw ook haar positie als individueel bevestigen in plaats van het accepteren van sociale waarden die haar weerhouden van het volledig realiseren van haar potentieel. De Beauvoir’s ideeën en positie komen vaak overeen met die van Nietzsche.

Een andere filosofische methodologie die men terug naar Kant kan herleiden is Fenomenologie (van het Griekse phainómenon, ofwel ((de leer van)) dingen die verschijnen via de zintuigen). Deze methodologie (en filosofische stroming) vindt zijn oorsprong in Edmund Husserl. Husserl zag zichzelf als de uitvinder van een wetenschap voor bewustzijn die de basis moest vormen voor alle wetenschappen. Een pure wetenschap voor menselijke ervaring zonder vooronderstellingen (ook zonder de bevindingen in de wetenschappen, maar de onderbouwing voor wetenschap zelf). Fenomenologie geeft omschrijvingen van wat ons als rationeel wezen gegeven wordt via onze intuïtie. Husserl was het met Kant eens dat wij actief de wereld benaderen in ons bewust zijn, maar wees het idee van het onderscheid tussen een noumenale en fenomenale wereld af. Volgens Husserl had fenomenologie als doel om zowel de activiteiten van intentioneel bewust zijn (dat noemde hij noesis) als de bedoelde dingen waarop dit bewustzijn zicht richt (noema) te beschrijven. Husserl nam een positie tegen het naturalisme (naturalisme is een positie die er vanuit gaat dat alles wordt omvat door de natuurwetten, dus alles wat echt is behoort tot the fysieke wereld en strikt gereguleerd wordt door de natuurwetten). Hij was van mening dat het bewustzijn geen onderdeel van de fysieke natuurlijke wereld was, maar iets wat voorondersteld moest worden zodat er überhaupt sprake kon zijn van wetenschap en kennis (van de wereld), en dus buiten de natuur stond omdat het bewustzijn de wereld aan ons openbaart (hier gaat het niet om idealisme).

Husserl’s pure transcendentele fenomenologie werkt via reducties die hij de termen epoche en eidetisch[ noemde. Epoche houdt in dat men de wereld zoals we die ervaren wordt opgeschort (dat wil zeggen, de natuurlijke benadering van de wereld wordt opgeschort). Dit noemt men in de Engelstalige versies van Husserl’s werken ook wel bracketing. Dit vindt zijn oorsprong in Descartes’ methode waarbij de natuurlijke wereld ook werd opgeschort middels een methode van twijfel. Voor Husserl was dit de manier om de essentiële structuur van het bewustzijn bloot te leggen (dit noemde hij de eidetische structuur van het bewustzijn, als in ‘eidos’ of essentie – niet Plato’s Idee/Form) door alle aannames over de wereld naast je neer te leggen. Voor Husserl is de wereld simpelweg daar. Echter, Husserl was van mening dat Decartes’ fout was omdat hij zijn ego/zelf als onderdeel van de natuurlijke wereld zag (het enige volgens Descartes waar hij zeker van kon zijn in de wereld – een denkende substantie). Voor Husserl was de pure ego/zelf geen onderdeel van de wereld en is de wereld geen onderdeel van zijn pure ego/zelf. Het tweede gedeelte van zijn transcendentele fenomenologische reductie was de eidetische reductie (of eidetisch zien/waarnemen). Feitelijk is dit het observeren van de wereld via een (eidetische) intutitie waar men van het specifieke zien naar het universele zien gaat. Als voorbeeld gaf hij het voorbeeld van een intutie van iets specifieks rood en hoe hij dan door eidetische zien tot het universele idee van roodheid kwam. En dus eidetisch zien (Wesensschau) leidt tot het begrijpen van de universele essentie van iets (in dit geval roodheid). Vele filosofen wezen Husserl’s reductie af, omdat het onmogelijk zou zijn. Zoals Merleau-Ponty het mooi omschrijft (in Fenomenologie van Perceptie is dat als men iets van Husserl’s reductie kan leren is dat een volledige reductie onmogelijk is.

(Filosofische) Hermeneutiek

Alhoewel er nog verschillende andere methodes (e.g. analytische of genealogische) bestaan zal ik hier nog een laatste bespreken, namelijk; hermeneutiek. Hermeneutik heeft ook een rijke geschiedenis (Aristoteles en Augustinus schreven beide al een werk over interpretatie van geschriften), maar de filosofische methode zoals wij deze nu kennen vindt zijn oorsprong voornamelijk in het werk van Friedrich Schleiermacher. Kern van de hermeneutische methode is het terugvinden/uitleggen van de (oorspronkelijke) betekenis van een geschreven tekst. De 19e eeuwse hermeneutici hielden zich (voornamelijk) bezig met de interpretatie van klassieke en religieus geschriften, en de betekenis van deze geschriften te ontlenen uit de geschriften zelf. De redenen waarom mensen vaak een gehele tekst, volgens Schleiermacher, niet of verkeerd begrijpen zijn tijdsverschil (wij leven nu, het geschrift is duizenden jaren oud) en culturele verschilllen (we leven en denken nu anders dan in de tijd dat het OT werd geschreven, bijvoorbeeld. De schrijvers dachten anders dan ons en dit is niet noodzakelijkerwijs expliciet in de tekst beschreven). Er zijn 3 elementen volgens Schleiermacher waarmee men rekening moet houden bij het interpreteren van de betekenis van een tekst, namelijk: de schrijver, het geschrift/boek, en degene die de interpretatie doet (de lezer). Hermeneutici claimen dat de lezer dus hun eigen vooroordelen moeten overstijgen, omdat zij de voornaamste bron zijn voor de misinterpretatie. Voor de klassieke hermeneutici ligt de prioriteit bij de schrijver: wat had de schrijver in gedachten en wat voor een intentie(s) had de schrijver. Dit is volgens hen de sleuten naar de correcte interpretatie van geschriften en de ideeën in deze werken.



Voorbeelden van meer recentere hermeneutici zijn Gadamer en Ricoeur (en Heidegger zijn methode wordt vaak aangeduid als hermeneutische fenomenologie). Als laatste sta ik nog even stil bij het Hans-Georg Gadamer. Hermeneutiek houdt zich dus bezig met het process van intepretatie. Gadamer’s focus was hier op het concept bildung (onderwijs en culturele vorming). Gadamer was niet zo zeer geïnteresseerd in wetenschappelijke verklaring (Erklärung), maar in cultureel verstaan/begrijpen (Verstehen) door middel van dialoog (zoals Socrates dit deed, maar ook in bredere zin als een ‘dialoog’ van intepretatie richting waarheid/kennis zoals dat speelt tijdens het lezen van een tekst bijvoorbeeld en dus tussen lezer en geschrift). Gadamer was dan ook geen voorstander van Schleiermacher’s notie dat de betekenis van een tekst gevonden kon worden waarbij de focus ligt op de schrijver van de tekst. Voor Gadamer ligt de prioriteit bij de lezer en de cirkel van interpretratie tussen lezen en tekst, of tussen twee personen, maar ook bijvoorbeeld tussen twee culturen of tradities (dit noemt men ook wel de hermeneutische cirkel).

[ Bericht 0% gewijzigd door laforest op 12-12-2025 12:54:04 ]
“Laforest” seems like one of the more intellectual/controversial regulars
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')