Etapa 7: Andorra la Vella - Cerler.Huesca La Magia, 188 kmDeze Vuelta is tot nu toe een pure kwelling. Ook de eerste bergrit van deze mensonterende koers leverde geen spektakel op, het was werkelijk niet om aan te gluren. Buiten beeld reden er in het begin van de rit 10 renners weg en deze renners kregen een steeds grotere voorsprong. Zodra de uitzending begon hadden ze al een minuut of vier voorsprong, dat liep daarna op tot een minuut of zes. In het peloton had men geen zin om voor de ritzege te gaan, bij Visma waren ze er blijkbaar blij mee dat Vingegaard de rode trui weer aan een van de koplopers kon afstaan en bij UAE hadden ze een mannetje vooraan, dus gebeurde er helemaal niets. Het was nochtans een lastige en regenachtige dag, maar het peloton reed wederom op reserve. In de kopgroep zat Jay Vine en hij leek van de koplopers de grote favoriet om de rit te winnen. Toen we een kilometer of 30 voor de finish Andorra betraden begonnen we daar aan de Alto de la Comella, blijkbaar zijn favoriete klim. Zoals heel veel renners woont Vine in Andorra en de klim naar La Comella maakt blijkbaar altijd onderdeel uit van zijn trainingen. Wegens tegenwind wachtte hij tot hij in de buurt van de top was om een aanval te plaatsen, na die aanval op de top kreeg hij het nota bene voor elkaar om in een afdaling uit te lopen op zijn voormalige vluchtgenoten. Het zag er niet bepaald verfijnd uit, maar hij kende de wegen perfect en daardoor was hij toch gevlogen. Beneden liep de weg meteen weer vals plat omhoog en later wat steiler op weg naar de slotklim, in dit tussenstuk voor de officiële voet van de klim liep de voorsprong van Vine al op naar een minuut. Een dag voor de vluchters, dat kan leuk zijn, als er tenminste een beetje strijd is. Er was nu geen strijd. Vine plaatste een kleine demarrage en de rest was meteen gezien. In het peloton zagen we ondertussen dat men in aanloop naar La Comella tempo maakte, er verdween een minuut of twee van de voorsprong, maar daarna viel het helaas al snel weer stil. Almeida kwam even lossend in beeld, maar dat bleek uiteindelijk om een mechanisch probleempje te gaan. Eenmaal op de slotklim naar Pal soleerde Vine vrolijk naar de ritzege, er kwam niemand meer in de buurt. Torstein Traeen probeerde het nog even, maar hij bleef hangen op een minuut. Geen ritzege voor de Noor, maar wel een andere prijs. Hij stond vrij hoog in het klassement en daardoor neemt hij de rode trui over van Vingegaard. Dit soort geintjes kennen we van de Vuelta van 2023 en 2024, maar ik denk niet dat Traeen een nieuwe Kuss of O'Connor wordt. Hij heeft nu een mooie voorsprong van 2:30 op Vingegaard, maar die voorsprong gaat hij niet net zo lang kunnen verdedigen als Kuss en Benno. Zelfs dat scenario zit er deze Vuelta niet in, alles wordt ons momenteel ontnomen. Vine soleerde zonder dat het ooit één moment spannend werd naar de ritzege en daardoor is hij de opvolger van José Maria Jiménez en Igor Antón. Erg lelijk, brokkenpiloot Vine hoort niet in dit rijtje thuis. Als je alleen al zag hoe hij een paar dagen geleden nog achterop een stilstaand peloton reed, mijn hemel, die gozer is echt een gruwel. Hij kan hard trappen, maar het is geen coureur. Boekt nu toch weer gewoon een zege, ik ben er niet blij mee. Zo'n non-renner gun je geen enkele zege, sorry. Maarja, deze Vuelta rijden er blijkbaar heel wat non-renners rond. In het peloton gebeurde amper iets, zo'n beetje het enige opzienbarende feit was dat Juan Ayuso vroeg moest lossen. De Spanjaard klaagde vooraf al over een gebrekkige voorbereiding, nouja, dat moet wel waar zijn geweest want op een kilometer of zes van de finish werd hij gelost en hij verloor uiteindelijk een minuut of acht op de andere favorieten. Al zei hij achteraf dat hij dit volledig had verwacht en dat hij hier alleen is voor een ritzege en als voorbereiding op het WK, ja, vast. We strepen een grote naam door, maar verder zijn we na de eerste echte aankomst bergop niets wijzer geworden. In de Vuelta van 2010 zagen we een vermakelijke beklimmingen, met een steeds veranderend scenario. We zagen ontploffende brommers van Nibali en Rodriguez, we zagen een opstomende Antón, een excellerende Mosquera, er gebeurde iets. Nu gebeurde er eigenlijk niets. Ja, op een gegeven moment ging Lidl-Trek tempo maken om Ciccone te lanceren. De Italiaan plaatste even later een aanval en alleen Vingegaard sprong op het wiel. Even was er enige afscheiding, maar in het volgende shot zat alles alweer bij elkaar. Almeida haakte even af, maar zoals te doen gebruikelijk kwam hij op zijn eigen tempo weer terug en zodra de diesel was warmgedraaid volgde er zelfs nog een kleine prik. Een heel kleine prik, hij kwam niet weg en verdere schermutselingen zagen we daarna niet. Sprintend kwam men over de streep, op vier minuten van Vine. Dit sprintje voor de eer ging naar Almeida, voor Vingegaard en Ciccone. Door een beklimming met een klein beetje hollen en heel veel stilstaan bestond de favorietengroep uit 12 man, nou, daar hebben we lekker veel aan. Het was een risico bij deze klim, zo lastig is de weg naar Sector Pal niet. Maar, zoals we in 2010 zagen maken de renners de koers. In 2025 maken de renners de koers voorlopig niet. We keerden terug naar grond die voor mij persoonlijk heilig is, we kregen een schoffering te zien. Pal is cultureel erfgoed voor mij, maar wat de renners nu hebben laten zien voelt als vandalisme. Een heilige plek is ontheiligd, ik ben enorm teleurgesteld. De enige
silver lining is dat het record van Anton nog in de boeken staat, WE maken nog steeds onderdeel uit van de wielergeschiedenis.
We gingen naar heilige grond, maar we kregen geen heilige rit. We kregen de zesde floprit op rij, dit is de ergste Vuelta die ik me kan heugen. De kans dat het beter gaat worden is helaas niet groot. De rest van de eerste week is niet bepaald om duimen en vingers bij af te likken. Met Torstein Traeen of all places trekken we tijdens de zevende rit van Andorra naar Aragon, waar de volgende aankomst bergop volgt. Weer geen aankomst bergop waarvan je verwacht dat er met minuten gesmeten wordt, een aankomst bergop die je op een bepaalde manier wel kunt vergelijken met de aankomst in Pal. We keren weer terug naar een skistation waar we lang niet zijn geweest, weer gaat het over een brede weg op een niet buitengewoon uitdagende manier omhoog. De kans op een nieuwe flopshow is aanwezig, ondanks het feit dat we te maken krijgen met een etappe vol hoogtemeters. Een van de twee ritten met meer dan 4000 hoogtemeters, maar het zijn grotendeels nutteloze hoogtemeters. Nee, David Gaudu zal hier wel weer moeten lossen, dat is dan weer het goede nieuws, maar verder denk ik dat we opnieuw weinig actie te zien gaan krijgen. Igor Antón is niet op een waardige manier geëerd, we gaan in Cerler Roberto Laiseka ook niet waardig eren. Altijd tegen ons.
![zeTG3It.png]()
![8e9f5]()
Na de eerste echte aankomst bergop van deze ronde gaat de volgende rit van start in de plaats waar gisteren de tussensprint te vinden was, Andorra la Vella. Dit is de hoofdstad van het prinsdom Andorra, er wonen ongeveer 23.000 mensen. Het is de hoogstgelegen hoofdstad van Europa, daarnaast is het de grootste stad in de Pyreneeën. Aan beide titels heb je vrij weinig, toch leuk om te weten. In Andorra la Vella passeren we altijd als we in Andorra zijn, er is geen ontkomen aan. Toch eindigt of start hier niet altijd een rit, de afgelopen jaren zijn we ook een aantal keer van start gegaan in Escaldes-Engordany. Dat ligt naast Andorra la Vella, de steden liggen aan elkaar vast, maar men blijft toch steeds weer onderscheid maken tussen de twee locaties. In de Vuelta van 2018 ging er een rit van start in Escaldes-Engordany, in de Vuelta van 2019 dan weer in Andorra la Vella. Daarna was de Vuelta een paar jaar niet te vinden in Andorra, maar daarna keerden we in 2023 terug. Na de aankomst bergop in Arinsal, het broertje van Pal, gingen we de volgende dag net als nu van start in de hoofdstad. In de afgelopen jaren kwam er ook een keer een Tourrit voorbij in Andorra la Vella, in de editie van 2021 eindigde er in de stad een rit na de zware Collada de Beixalis. De ritzege ging naar een van de inwoners van Andorra, meesterknecht Sepp Kuss mocht een keer voor eigen kansen rijden en hij wist dat meteen succesvol af te ronden. Volgens Steef woont zo'n beetje 25% van het Vueltapeloton in Andorra, dat zijn best krankzinnige cijfers. Met Jay Vine won er nu ook weer een inwoner van Andorra in Andorra, het minstaatje met een stuk of 82.000 inwoners waar
Sporza een diepgravend journalistiek artikel over heeft weten te schrijven. Er zijn blijkbaar heuse voorwaarden om in dit staatje te mogen wonen, zo moet je minstens 90 dagen per jaar effectief in Andorra verblijven, internationaal erkend zijn als sporter en kunnen aantonen dat je job als wielrenner financieel haalbaar is. Die eisen stellen verder geen reet voor als je bedenkt dat een nobuddie als Willie Smit hier ook gewoon woont. En Steef, dus. Goed, het wordt de 12e keer dat er een rit van start gaat in Andorra la Vella, debuteren deed deze verder nietszeggende plaats in 1967. In de jaren '80 en '90 kwamen we vervolgens sporadisch voorbij in dit kleine stukje wereld, maar deze eeuw en vooral het vorige decennium kwamen we hier onderhand ieder jaar langs. Ik ben nog steeds een beetje Andorramoe, vooral omdat je eigenlijk heel weinig kunt vertellen over een stad als Andorra la Vella. In 2015 ging er hier een rit van start, met aankomst op Cortals d'Encamp. Daar kwamen we ook aan in 2019, de voorlaatste keer dat we in de Vuelta van start gingen in Andorra la Vella. Allebei memorabele ritten, al was die van 2015 wel heel erg mooi. Ontworpen door Joaquim Rodriguez, gewonnen door Mikel Landa. In 2019 boekte Tadej Pogacar dan weer zijn eerste ritzege in een grote ronde, in de stromende regen. Tussendoor was er in 2017 dan weer een aankomst in Andorra la Vella en bij die gelegenheid ging Vincenzo Nibali met de ritzege aan de haal. Van start gaan de renners in de buurt van het Parc Central, wat niet echt een mooi park is. Als je dan toch in Andorra bent moet je volgens het roadbook een bezoekje brengen aan Bici Lab Andorra, het fietsmuseum waar je een indrukwekkende hoeveelheid oude fietsen kunt aantreffen. Nog even ten overvloede: De stad staat bekend om de belastingvrije winkels. Hierdoor komen veel Fransen en Spanjaarden, maar ook toeristen van andere Europese landen naar deze plek, om bijvoorbeeld goedkoop tabak en alcohol te kunnen kopen. Wielrenners komen dan weer op dit landje af omdat er heel veel bergen zijn met brede, rustige en fatsoenlijke wegen, terwijl je weinig belasting hoeft af te dragen. Procentje of 10, lekker man. In Andorra la Vella vinden we overigens ook een kunstwerk van Salvador Dalí, de man uit Figueres, de stad van de ploegentijdrit. Nu we een paar dagen geleden in zijn geboorte- en sterfplaats zijn geweest moeten we zijn stukje kunst zeker benoemen.
![que-ver-en-andorra-la-vella.jpg]()
Tijdens de Vuelta van 2017 reden de renners tijdens de derde rit van Prades, gelegen in Frankrijk, naar Andorra la Vella. Nibali won toen, zoals gezegd. De vierde rit ging van start in Escaldes-Engordany, het plaatsje dat vast is geklonterd aan Andorra la Vella, en die rit zou eindigen in Tarragona. In de Vuelta van 2023 zouden we na een aankomst in Andorra de volgende dag ook koers zetten richting Tarragona, we maakten beide keren gebruik van het zelfde parcours. Lekker makkelijk, lekker lui, lekker Vuelta. We gaan nu niet naar Tarragona, nee, we gaan een heel andere kant op. We gaan richting Cerler en dit doen we dan weer op praktisch dezelfde manier als in 2005, de voorlaatste keer dat er een Vueltarit eindigde in dit skigebied. Ten opzichte van die rit in 2005 is onderweg één klimmetje gesneuveld, verder is het krek hetzelfde parcours. Twintig jaar na dato is dat minder erg, maar toch. De meeste renners van het huidige peloton zijn nog nooit in Cerler en de klimmetjes voor Cerler geweest, dat scheelt dan weer. Ze kennen wel de wegen van de eerste kilometers van deze rit, alleen al omdat ze hier gisteren zijn gepasseerd. Na de start rijden de renners van Andorra la Vella richting Spanje. Ze volgen een bekende weg, de weg naar La Seu d'Urgell. Tijdens de vorige rit reden ze dit stuk in omgekeerde richting, toen liep het licht omhoog, nu gaat het logischerwijs licht naar beneden. Goede en brede wegen in het begin van de rit, we hebben ze gisteren nog kunnen zien. Vrij snel na de start bereiken we de grens tussen Andorra en Spanje en als we Spanje bereiken fietsen we rechtdoor naar La Seu d'Urgell, waar we bijna af gaan wijken van de routes van 2017 en 2023. Toen reden we vanuit La Seu d'Urgell verder door de vlakte naar het zuiden, helemaal door tot in Organyá. Tegen die tijd hadden we al 30 kilometer achter de rug, 30 kilometer zonder enige uitdaging. Dat gaat nu anders zijn, een kilometer of zes buiten La Seu d'Urgell bereikt het peloton het plaatsje Adrall en hier slaat men rechtsaf, om vervolgens te beginnen aan de eerste klim van de dag. Na amper 13 kilometer koers, 13 kilometer in licht dalende lijn over brede wegen, volgt de voet van de Pont del Cantó. Een beklimming die sommige renners zouden kunnen kennen van de Ronde van Catalonië, of omdat ze hier op training eens zijn gepasseerd. De Port del Cantó kwam in de Volta Catalunya van 2024 nog voorbij, toen we van Sant Joan de les Abadesses naar Port Ainé reden, waar de immer vervelende Pogacar weer eens afgetekend zou winnen. Ook in de Volta van 2021 kwam de klim voorbij in combinatie met een aankomst bergop in Port Ainé, dat leverde toen wonderbaarlijk genoeg een zege op voor Esteban Chaves. Een van zijn laatste kunstjes, sindsdien gaat hij als dief door het leven. Ook in de Volta van 2018 kwam de klim voorbij, steeds vanuit Adrall. De kant van de klim die we nu gaan doen is bekend terrein, er zullen weinig renners verrast worden door de start van deze rit. In de Tour de France van 2016 werd de Port del Cantó dan weer vanuit de andere kant beklommen, we waren toen onderweg naar Arcalis in Andorra en daar zou natuurlijk ONZE Tom winnen in de stromende regen. In 2013 reden we voor het laatst in de Vuelta over deze klim, een klim die dus ook op het parcours lag toen we in 2005 naar Cerler reden. In het begin van deze eeuw kwam de klim vaker voorbij, in de Vuelta is ie sindsdien wat in de vergetelheid geraakt. Dat is ergens jammer, want de Port del Cantó is een lastige klim, vooral in het begin. Direct vanuit Adrall loopt een brede weg vol bochten 5,5 kilometer aan 8,2% omhoog. Het venijn zit hier in het begin, in de eerste vijf kilometer komen we talloze stroken boven de 10% tegen op deze onregelmatige klim. Na 13 kilometer beginnen we er al aan, na een snelle start, op deze klim zal daarom absoluut de kopgroep van de dag gaan ontstaan. Leuke omgeving wel weer, veel groen terwijl je ook vaak diep in de vallei kunt kijken. Na het enthousiaste begin van de klim wordt de Port del Cantó vervolgens wel een stuk makkelijker, na die eerste 5,5 kilometer gaat het vervolgens 9,5 kilometer overwegend vals plat verder. De weg vol haarspeldbochten wordt ineens wat rechter, terwijl we een paar kilometer aan 4% tegenkomen, een kilometer aan 2%, een haast volledig vlakke kilometer en dan voor de moeite nog eens een kilometer aan 4%. Er zitten zelfs een paar stroken in licht dalende lijn hier, tegen de tijd dat we die zone bereiken wordt de brede weg ook weer wat bochtiger. We rijden langs het kleine riviertje de Pallerols en de vallei van dit riviertje wordt steeds mooier. De begroeiing wordt steeds dichter, terwijl we ook wat rotswandjes zien passeren. Mooie percentages zien we na het simpele stuk ook wel weer even passeren, we noteren nog eens een kilometer of drie aan een procent of zeven, met een paar stroken richting de 10%. Aan het eind van deze drie kilometer gaat het vervolgens nog eens bijna zeven kilometer vals plat omhoog verder, alleen in de laatste twee kilometer voor de top komen we nog even een paar stroken aan 4% tegen. Een bijzonder onregelmatige klim, met twee leuke fases. Vooral in die eerste vijf kilometer moet de vlucht gaan ontstaan, dankzij deze percentages kan er een sterke vlucht wegrijden. Je zou denken dat de vlucht ook vandaag weer kansrijk is. Na een laatste kilometer waarin we volledig rechtdoor rijden bereikt het peloton na 38 kilometer de top van de Port del Cantó, een beklimming van de eerste categorie. In totaal gaat het 24,7 kilometer aan 4,4% omhoog, maar dit is dus zo'n klim waar je weinig aan een gemiddeld hebt. Sometimes maybe good, sometimes maybe shit, zoals een bekende Italiaanse filosoof ooit sprak.
![Gzds3_NWgAA-amL?format=jpg&name=large]()
![hVQqZ1z.png]()
(toch leuk hoe anders het profiel van de organisatie is, die prutsers krijgen het nooit op een fatsoenlijke manier voor elkaar)
![puerto-de-canto-adrall-upload-8879-1024x0.JPG]()
![29190567431_9289a26f2e_b.jpg]()
Op de top van de Port del Cantó bevinden we ons nog in Catalonië. Wisten jullie trouwens dat Andorra het enige land is waar het Catalaans de officiële taal is? Wat een leuk feitje van het roadbook, zeg. Er was ook een bepaalde regio die graag zelfstandig wilde worden en waar men dan ook het Catalaans de nationale taal had gemaakt, maar dat negeren we even. Nou, na de beklimming van de Port del Cantó begint er een afdaling van een kleine 20 kilometer richting Sort. Een afdaling die haast iedereen in het peloton perfect kent, want in de Ronde van Catalonië zijn we hier de afgelopen jaren dus een paar keer omlaag gereden. De weg omlaag is net zo breed als de weg omhoog, het asfalt is ook net zo goed. Dat ziet er in Catalonië altijd zeer degelijk uit, valt weinig over te zeggen. De afdaling leidt door een mooie omgeving, de andere kant van de klim is misschien nog wel mooier. Het natuurschoon is hier amper te omschrijven, we rijden door een waanzinnig groene vallei en de renners hebben bijna continu een prachtig zicht op die vallei. Je kijkt mooi de diepte in, waar tal van beboste bergen te vinden zijn. We rijden ook door wat bossen heen, zien af en toe een rotswandje verschijnen en verder verschijnt er zo nu en dan ook een idyllisch gesitueerd dorpje. De afdaling zelf stelt dan weer heel weinig voor, ondanks het feit dat we gedurende de 20 kilometer in dalende lijn richting Sort de nodige haarspeldbochten tegenkomen. Je hebt een flink telraam nodig om alle haarspeldbochten te tellen, maar ongeveer iedere bocht is enorm breed. De weg is breed en goed, het gaat niet enorm steil omlaag en alle bochten zijn heel gelijkmatig aangelegd. Tijdens een groot deel van de afdaling gaat het aan een procent of zes omlaag, met halverwege een paar vlakkere kilometers. Het asfalt schijnt zo nu en dan wel een beetje ruw te zijn, maar in de Ronde van Catalonië zijn we de afgelopen jaren dus meerdere keren over deze weg afgedaald en ik kan me geen incidenten heugen. De omgeving is wonderbaarlijk mooi en de afdaling is ondanks 100 haarspeldbochten wonderbaarlijk makkelijk, zo zou ik 'm kort willen inkaderen. Na 57 kilometer bereiken we beneden het kleine dorpje Sort, hier rijden we via een brug over een rivier met de naam Noguera Pallaresa. Voorbij de brug over de rivier slaan we in de Ronde van Catalonië doorgaans rechtsaf, we rijden dan een kort stukje door de vallei en beginnen vervolgens aan de klim naar Port Ainé. Nu slaan we juist linksaf voorbij de Noguera Pallaresa, op een bord in het centrum zien we staan dat het bij een bocht naar links 27 kilometer fietsen is tot in La Pobla de Segur. Nou, dat staat nu dus op het programma. We gaan 27 kilometer door de vallei fietsen naar dat plaatsje, in die 27 volgen we een brede weg langs de rivier waar we net overheen zijn gereden. Door een schitterende vallei gaat het de komende 27 kilometer vooral vals plat omlaag verder over een enorm brede weg, je kunt het perfect vergelijken met de aanloop naar Andorra tijdens de vorige rit. Dit wordt weer een heel lang stuk om te overbruggen, een stuk waar er zowel in de kopgroep als in het peloton vermoedelijk weinig gaat gebeuren, of er moet een spectaculaire koersontwikkeling zijn geweest op de Cantó. Die kans is klein, dus zal de koers hier vermoedelijk eerder stilvallen. Meer tijd om te genieten van de prachtige natuur alhier, maar ik wil ook graag wel eens gaan genieten van een leuke koers. Tijdens onze tocht door de vallei passeren we een aantal plaatsjes, zoals Baro en Gerri de la Sal, goede naam wel. Gerri de la Sal is een erg mooi dorpje, het ziet er hier buitengewoon pittoresk uit. De omgeving helpt mee, maar het dorp zelf is toch ook aardig gebouwd. Voor Gerri de la Sal rijden we door een tunneltje, terwijl de omgeving alleen maar aan pracht lijkt te winnen. De koers is daarentegen aan het verliezen, dit is een tragisch stukje rit. Doordat de weg steeds vals plat omlaag zal lopen zal de snelheid hier hopelijk wel vrij hoog liggen, maar van deze drol valt sowieso geen taart te maken. Vlak voor we La Pobla de Segur bereiken rijden we weer eens een tunnel in, onder enkele opvallende rotsformaties door. Van de vallei van de Noguera Pallaresa zijn we in de kloof van deze rivier terechtkomen. We bereiken het smalste punt van de kloof en hier is het uiteraard ook meteen het mooist. Buiten de kloof komen we na een passage langs eindeloze rotswanden na 83 kilometer uit in La Pobla de Segur, een plaatsje waar de Volta a Catalunya ook wel eens is geweest. In 2022 ging hier een rit van start die zou eindigen in Vilanova i la Geltrú, in de stad van Marc Soler won Ethan Vernon de sprint. In 2021 reden we dan weer van La Pobla de Segur naar Manresa, waar Lennard Kämna vanuit de vlucht zou winnen. Ook in 2018 ging hier nog eens een rit van start, in dit plaatsje in de provincie Lleida waar krullenbol Carles Puyol geboren werd. En Josep Borrell, maar dat is dan weer een andere tak van sport. La Pobla de Segur is zelf een vrij onooglijk dorpje, het ligt voorbij de kloof en voorbij die kloof is alle schoonheid ook meteen zo'n beetje verdwenen. In La Pobla de Segur hebben we 83 kilometer afgewerkt, na de passage in dit plaatsje gaan we toewerken naar de volgende klim.
![15111.jpg]()
![IMG_1102.JPG]()
![1200px-01_Gerri_de_la_Sal.jpg]()
![Congost%20de%20Collegats%20141.JPG]()
![Collegats-Queralt_-_14.jpg]()
Nou, dit lijkt me toch voldoende bewijs dat we ondanks het feit dat de rit momenteel ruk is in ieder geval door een mooie omgeving rijden. In La Pobla de Segur volgen in het centrum een paar haakse bochten, daarna slaan we buiten het centrum bij een rotonde rechtsaf en dan gaan we op weg naar de voet van de volgende klim. Na de bocht naar rechts komen we in een nieuwe vallei terecht, we gaan nu de loop van de Flamisell volgen. Vanuit La Pobla de Segur rijden we tien kilometer over dezelfde weg voornamelijk rechtdoor naar Senterada, een plaats die 200 meter hoger ligt. Nou, een snelle rekensom leert ons dus dat we gemiddeld aan 2% moeten klimmen zodra we La Pobla de Segur gepasseerd zijn. Onderweg naar Senterada rijdt het peloton wederom over een enorm brede en goede weg, weer door een schilderachtige omgeving. Aan de rechterkant van de weg vinden we talloze opvallende rotsformaties, we kijken nu van de andere kant tegen de kloof van Collegats aan, dat is de kloof waar we zojuist doorheen zijn gereden. Het kleurtje laat je bijna denken dat je in de Grand Canyon bent, maar we zijn nog steeds in Catalonië. Hier komen we onderweg naar Senterada nog eens een tunneltje tegen, verder kunnen we over deze tien kilometer weinig melden. De rit duurt hier nog steeds een eeuwigheid, maar er is beterschap op komst. Eenmaal in Senterada komen we een wegversmalling tegen, hierna verlaten we snel het dorpje naar links en dan komen we uit bij het officieuze begin van de volgende klim van de dag. Voorbij Senterada moet er dik 13 kilometer geklommen worden naar de top van de Puerto de la Creu de Perves, een klim met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,5%. Deze beklimming van de tweede categorie is volgens de organisatie een stuk korter, zij tellen het eerste deel van de klim niet mee. Het vals platte deel wordt geschrapt, het welbekende trucje om het gemiddelde een beetje op te krikken. Valt in dit geval misschien ook wel wat voor te zeggen, buiten Senterada gaat het immers eerst vier kilometer aan 2,5% omhoog, waarna er een kilometer aan 3,5% volgt. Pas daarna begint het ergens op te lijken, maar nog steeds niet echt, we rijden verder door een groene omgeving over een brede en nette weg en die weg loopt drie kilometer omhoog aan 4%. Met andere woorden, de eerste acht kilometer stelt deze Creu de Perves niets voor. Pas in de laatste vijf kilometer van de klim begint het ergens op te lijken, hier laat de organisatie de klim dan ook pas officieel beginnen. Zij noteren een beklimming van 5,7 kilometer aan 6,3%, dat lijkt dan ineens ergens op. Tot we het lastigere slotstuk van de klim bereiken rijden we vooral rechtdoor over een mooie weg, dwars door een fraaie omgeving. We volgen hier dan weer de loop van het stroompje de Bellera, het is hier weer heel groen met op de koop toe wederom een aantal fraaie rotswanden en wat rotsachtige bergtoppen in de verte. Op een kort tunneltje na is het verder een route zonder punten van belang, maar dat wordt anders als we de officiële voet bereiken. Bij die officiële voet passeren we langs wat opvallende kunst en daarna komen we kort achter elkaar twee krappe haarspeldbochten tegen. Hier gaat het na al dat veredelde vals plat ineens aan 7% omhoog. Voorbij de eerste abrupte haarspeldbochten komen we nog veel meer van die dingen tegen, terwijl het twee kilometer lang aan 7% omhoog zal gaan. Tussendoor komen we ook een kilometer aan 7,5% tegen, na drie lastige kilometers komen we uit in het dorpje Perves en hier wordt het dan weer iets makkelijker. De weg vol haarspeldbochten loopt ineens nog maar aan 4% omhoog, terwijl het uitzicht over de omgeving steeds mooier begint te worden. Terwijl de kwaliteit van de weg steeds verder afneemt gaat het een kilometer aan 6% omhoog, we komen nog meer haarspeldbochten tegen en we zien inmiddels het dorp Perves in de diepte liggen. Na een uitsmijtertje aan 7% bereiken we na 108 kilometer de top van de Port de la Creu de Perves, richting de top van deze klim van tweede categorie wordt het ineens heel open en dus zou de wind hier eventueel ook nog van belang kunnen zijn. Het is een klimmetje dat in het verleden wel eens in de Vuelta te zien is geweest, zo reden we in 2005 toen we naar Cerler gingen ook over deze klim, terwijl de klim in een rit in 2007 voorbij kwam richting Arcalis. In de Volta Catalunya figureert ie ook wel eens, vorig jaar nog bijvoorbeeld, in een rit die van La Seu d'Urgell naar Boi Taüll zou lopen was het de voorlaatste klim.
![perbes01A.gif]()
![DSCF5139.JPG]()
![DSCF5147.JPG]()
Op 80 kilometer van de finish beginnen we nu aan een afdaling, eentje in twee delen. Aan de andere kant van de klim ziet de weg er ineens weer goed uit. We dalen na de top van de klim dik twee kilometer af over deze weg, in deze twee kilometer komen de renners wel wat bochtenwerk tegen, maar heel lastig lijkt dit niet. Ze scheren een tijd langs een rotswand af, terwijl we dalen aan een procent of zes. Na twee kilometer dalen in deze omgeving vol rotsen en vol groen loopt de weg dan weer twee kilometer omhoog, overwegend vals plat, met een paar steilere strookjes. Een hinderlijke onderbreking van de afdaling, dit kan wel even pijn doen. Niet dat er hier vol gekoerst zal worden, daarvoor is de finish wat te ver weg. In het dorpje Viu de Llevata zijn we boven op de zogenaamde Port de Viu de Llevata, er staat zowaar een bord langs de kant van de weg. Na dit knikje omhoog dalen we vervolgens nog eens acht kilometer verder in de richting van El Pont de Suert, vijf kilometer wordt er op een serieuze manier gedaald en daarna gaat het nog drie kilometer verder vals plat omlaag. We dalen weer eens af door een omgeving waarvan je spontaan begint te watertanden, alle valleien die we vandaag passeren zijn de moeite waard. De afdaling zelf valt mee, al komen we wel een paar technische bochten tegen. De lastigste bocht is er eentje midden in een tunnel, die is niet zo leuk, verder zien we een aantal blinde bochtjes om wat rotswanden heen. Als we bijna beneden zijn komen we dan weer twee brede haarspeldbochten tegen in het bos, na deze bochten is het lastige deel van de afdaling gedaan. We rijden vervolgens nog een paar kilometer verder vals plat omlaag en in deze kilometers komen we alleen wat flauwer bochtenwerk tegen. Langs nog meer rotswanden af gaat het steeds meer rechtdoor verder in deze groene vallei, al komen we helemaal aan het eind ook nog wel een paar scherpere bochtjes tegen. Door de brede weg en de niet al te hoge dalingspercentages verwacht ik hier verder weinig problemen, al rijden we als we bijna beneden zijn vlak voor El Pont de Suert in de omgeving van het stuwmeer van Escales wel nog door een tunneltje heen. Bochtje naar rechts in dit tunneltje, toch maar opletten. Voorbij de tunnel rijden we rechtdoor via Montiberri naar El Pont de Suert, het gaat nu rechtdoor aan een procent of drie omlaag en dus zijn we vooral snel in El Pont de Suert. Zonder veel problemen bereiken we na 122 kilometer deze plaats, hier rijden we via een aantal bochtjes dwars door het centrum heen om vervolgens op de weg terecht te komen die ons richting de volgende klim brengt. We rijden een aantal kilometer op een vrij vlakke manier verder op de grens tussen Catalunya en Aragón, in de komende zes kilometer tussen El Pont de Suert en Les Bordes komen we amper 100 meter hoger uit. Weer eens een stukje in de vallei, op weg naar de volgende klim. Op de grens tussen Catalonië en Aragón ligt de Noguera Ribagorcana, we blijven voorlopig aan de Catalaanse kant van de rivier. De omgeving is weer om door een ringetje te halen, de rit zal momenteel dan weer minder spannend zijn. Na een aantal kilometer in de vallei gereden te hebben bereiken de renners Les Bordes en hier gaan ze linksaf slaan, om vervolgens over de rivier te rijden en Catalonië te verruilen voor Aragón. Eenmaal in Aragón loopt de weg nog even een kilometertje of twee vooral rechtdoor in de bossen op een vlakke manier verder, daarna gaan we officieus aan de volgende klim van de dag beginnen. We beginnen officieel pas een paar kilometer later aan de Coll de L'Espina, maar in aanloop naar het officiële begin toe loopt de weg al drie kilometer vals plat omhoog. Een goede en brede weg, weer maar eens door een mooie omgeving. De koers zal misschien niet mooi zijn, de plaatjes wel. Na de strook vals plat omhoog volgt er een kort stukje in dalende lijn zonder gekke bochten in de richting van het dorp Noales, hier gaat na 134,5 kilometer koers officieel de derde klim van de dag beginnen. Het officiële deel van de Coll de L'Espina is 7,1 kilometer lang, gemiddeld gaat het aan 5,5% omhoog. We komen wat brede haarspeldbochten tegen buiten Noales en hier gaat het in de eerste meters van de klim aan 5% omhoog. In de volgende kilometer van de klim moet er aan 7% geklommen worden, door een klein vlakker stukje in de volgende kilometer blijft daar het gemiddelde hangen op 5%, maar ook in die kilometer gaat het vooral aan 7% omhoog. Ook in de kilometer daarna klimmen we nog een tijd aan 7%, dit zijn de zwaarste stroken van deze klim en dus kunnen we automatisch stellen dat dit bepaald geen perfecte opwarmer is voor de slotklim. Te makkelijk. Vooral aangezien het daarna tot de top twee kilometer aan 6% omhoog zal lopen, waarna het in de laatste halve kilometer af begint te zwakken naar 5%. Een mooi weggetje door een groene omgeving, we komen onderweg de nodige haarspeldbochten tegen terwijl het wegdek soms wat beschadigd zou moeten zijn. Leuk klimmetje, maar niet bepalend, uiteindelijk draait ook in deze rit alles weer om de slotklim. Minst mooie klim tot nu toe, al is ie qua uiterlijk vertoon nog steeds acceptabel. Na 141,5 kilometer bereiken we de top van deze beklimming van de tweede categorie, maar daarna zijn we er nog niet.
![coll-de-fadas-castarne.png?v=1755600184]()
![32750374577_59a2749f53_b.jpg]()
![Gy-X_o6XsAA43_d.jpg]()
Op de top van de Coll de L'Espina ligt de bonussprint, al heb ik niet het idee dat de klassementsrenners daar echt gebruik van gaan maken. Op de top is ook een mirador te vinden, het uitzicht over de omgeving hier is zeker niet verkeerd. De renners hebben alleen weinig tijd om te genieten van de omgeving, na de klim volgt er een heel kort stukje van een halve kilometer in dalende lijn. Het gaat rechtdoor omlaag, zonder dat we een bocht tegenkomen loopt de weg vervolgens anderhalve kilometer vals plat omhoog richting het dorpje Laspaúles. Voorbij dit dorp loopt een weg die vol scheuren lijkt te zitten 2,5 kilometer omlaag, in dit stuk komen we eigenlijk geen enkele serieuze bocht tegen. Eén bocht die enigszins in de buurt komt van serieus, verder niets. Na dit korte afdalinkje zonder gevaar gaat het dan weer een dikke drie kilometer omhoog naar de top van de Coll de Fadas. In deze uitloper van de Espina gaat het eerst een kilometer aan 4% omhoog, daarna noteren we een vals platte kilometer en vervolgens gaat het aan 5% omhoog, voor we in de laatste meters voor de top even een steil strookje tegenkomen. Deze Coll de Fadas wordt door de organisatie genegeerd, maar na de beklimming van L'Espina zijn we dus nog helemaal niet klaar. Deze combinatie van Espina en Fadas hebben we overigens eerder in koers gezien, in 2008 kwamen we hier eens voorbij in een rit vol beklimmingen die uiteindelijk op een vlakke manier zou eindigen in Sabiñánigo. Greg Van Avermaet zou daar de sprint winnen van een groepje vluchters, hij was de betreurde Davide Rebellin te snel af. In de Vuelta van 2005 reden we ook over deze klimmetjes onderweg naar Cerler, het skistation dat nu ineens heel dichtbij is. Na de Coll de Fadas beginnen we nu wél aan de afdaling, de komende tien kilometer gaan we afdalen richting Castejón de Sos, een plek waar het altijd sneeuwt. De weg naar Coll de Fadas toe liep vooral rechtdoor, alleen vlak voor de top lag er een mooie bocht verstopt. De weg omlaag is niet bepaald ingewikkeld, we komen in de komende tien kilometer amper bochten van belang tegen. In totaal noteer ik er een stuk of vijf, verdeeld over die tien kilometer. En zelfs die vijf bochten lijken nog prima te doen, eigenlijk is er tijdens de hele afdaling geen enkel gevaar te vinden. Afwisselend dalen we af langs weilanden en bosgebieden, terwijl we ook wel eens een dorpje passeren. Halverwege rijden we langs Bisaurri, een verdacht Baskische naam, na de doortocht in dit plaatsje loopt de weg tussendoor ook nog even een paar hectometer omhoog. Na dit korte knikje komen we de lastigste bochten van de afdaling tegen, bochten die nog steeds weinig voorstellen. Heel steil gaat het ook niet omlaag, er moet een tweetal kilometer gedaald worden aan 7% maar verder dalen we gezellig aan een procent of vijf. Kortom, de afdaling is simpel. We rijden wel weer door een mooie omgeving, enkele Aragonese Pyreneeën lachen ons vanuit de verte tegemoet. Na 159 kilometer komen we beneden uit in Castejón de Sos, we rijden over een enorm brede weg dwars door het dorp en we komen hierbij alleen een flauwe bocht tegen. Buiten Castejón de Sos komen we een rotonde tegen, hier gaat het schuin naar links en even later slaan we dan weer rechtsaf, waarna we op een nóg bredere weg terecht gaan komen. Deze weg voert dwars door de vallei van de Ésera, deze rivier gaan we volgen tot aan de voet van de slotklim, deze tamelijk lange bergrit met redelijk veel hoogtemeters zit er bijna op. Het belangrijkste moet nog komen, alles zal beslist worden op de slotklim naar Cerler.
![IMG_1999.JPG]()
![Castejon-de-Sos-scaled.jpg]()
Na de rotonde en de bocht naar rechts buiten Castejón de Sos volgen we 13 kilometer dezelfde enorm brede weg langs de Ésera richting Benasque, waar de voet van de slotklim te vinden is. De weg naar Benasque toe loopt continu vals plat omhoog, al komen we in dit hele stuk niet veel meer dan 200 meter hoger uit. Vals plat, maar dan wel heel bescheiden vals plat. Door een omgeving vol indrukwekkende bergtoppen op de achtergrond rijden we praktisch rechtdoor verder, eerst even direct langs het water en daarna wat meer tussen de bomen in. De aanloop naar de slotklim toe wordt niet heel spectaculair, het wordt zelfs een kwelling. Er gaat hier niets gebeuren, we gaan gezellig samen naar de voet van de slotklim rijden en daar gaat hopelijk wel iets gebeuren. Het gaat soms echt kilometers rechtdoor, met dan een paar flauwe bochten en weer een lange strook rechtdoor. Deze aanloop is niet te doen, op het natuurlijk schoon na. Onderweg naar Benasque passeren we een aantal dorpjes en ook een tunneltje, gaandeweg komen we ook steeds meer door een kloof te rijden. Een van de dorpjes die we passeren is Sahún, hier ligt een weg naar een onverharde klim die ze snel moeten gaan verharden. Als je de Puerto de Sahún asfalteert kun je eindelijk een goede combinatie met Cerler in elkaar draaien, niet dit halfbakken werk. Maar goed, voorlopig geen sprake van, dus rijden we in de buurt van Sahún gewoon rechtdoor verder. We komen even later uit bij het Embalse de Linsoles, de renners rijden een tijdje rechtdoor langs het water, nog steeds haast onmerkbaar vals plat omhoog. Paar kleine stukjes in licht dalende lijn ook wel, maar de neiging om deze weg gewoon helemaal vlak te noemen is toch wel groot. Het is hartstikke gezellig bij dit meer, maar de koers koopt er niets voor. Voorbij het meer rijden we door het dorpje Eriste heen en niet veel later bereiken we volledig rechtdoor vals plat omhoog rijdend Benasque. Beetje bos, beetje weiland, beetje berg op de achtergrond, we zijn nu bijna aangekomen op het punt dat er een berg op de voorgrond zal verschijnen. Na 173 kilometer komen we na het passeren van twee rotondes uit in Benasque, we slaan hier rechtsaf, rijden over de Ésera heen, gaan bij een rotonde rechtdoor en daarna rijden we dwars door het centrum van dit toeristische oord heen. Eventueel wel weer een belangrijk punt, want een kilometer na het betreden van Benasque volgt in dit plaatsje de tussensprint van de dag. Alleen punten te verdienen, geen bonificaties. We rijden naar die sprint toe over een enorm brede weg, een brede weg die steeds een beetje naar links buigt. Net geen rechte sprint, maar ik denk niet dat ze hier op leven en dood voor de punten zullen sprinten. De sprint volgt na 174 kilometer, op 14 kilometer van de aankomst. De slotklim laat hierna niet lang meer op zich wachten, we rijden voorbij de tussensprint in Benasque twee kilometer vooral rechtdoor verder over een gigantisch brede weg, nog immer vals plat omhoog. In het stuk tussen de tussensprint en de voet van de slotklim komen we 50 meter hoger uit, het is echt allemaal heel minimaal vals plat. De renners rijden tussen fraaie bergen door, op weg naar hun eigen berg van de dag. Na 175,9 kilometer, op 12,1 kilometer van de aankomst, komen ze uit bij een rotonde. Hier gaat het naar rechts en dan beginnen we aan de slotklim naar Cerler, maar niet voordat ik volledigheidshalve nog even heb vermeld dat er ooit ritten van start zijn gegaan in Benasque. In 2007 kwam de Vuelta hier bijvoorbeeld voorbij, de dag na een aankomst in Cerler zou er hier een rit van start gaan die in Arcalis zou eindigen, waar Menchov won. Ook in 1998, 1996 en 1994 ging hier een rit van start, in de jaren dat Cerler een populair skistation was, in ieder geval voor de organisatie.
![benasque-shutterstock_154178282-1-1-scaled.jpg]()
Richting de rotonde buiten Benasque loopt de weg al even omhoog aan 2,5%, maar dit telt voor de organisatie niet mee. Nee, zij laten de slotklim beginnen voorbij de terugdraaiende bocht naar rechts bij de rotonde, na die bocht gaat het in de resterende 12,1 kilometer van de etappe gemiddeld aan 5,8% omhoog naar de top van een beklimming van eerste categorie. We gaan voor het eerst sinds 2007 weer eens naar Cerler, in de Vuelta althans. Een terugkeer waar we wellicht uiteindelijk niet heel vrolijk van gaan worden, want op de eerste kilometers na is dit geen geweldige klim. Na de bocht bij de rotonde gaat het vier kilometer aan 8,5% omhoog, dit is meteen het zwaarste deel van de klim. Volgens de organisatie beginnen we gelijk met een kilometer aan 10%, de AltimetriasGoden houden het op een kilometer aan 8,7% met wel een paar stroken tot 12%. Lastig is deze aanvangsfase hoe dan ook, zeker met die terugdraaiende bocht ervoor en de lange tocht in de vallei. Over een brede en perfect geasfalteerde weg rijden we naar een skioord toe, daarom is de weg ook breed en perfect geasfalteerd. In de tweede kilometer van de klim gaat het afhankelijk van je bron aan 8,4% of 8,7% omhoog, lastig is het hoe dan ook. Nog steeds hoge pieken, er komt in deze kilometer zelfs een strook aan 14% voorbij. We komen een paar brede haarspeldbochten tegen, terwijl we een perfect uitzicht krijgen aangeboden over de omgeving. In de derde kilometer gaat het aan 8% omhoog, we nog steeds met pieken boven de 10%. Ja, het venijn zit hier in het begin. Aan de rechterkant van de weg ligt beneden de groene vallei, op links rijden we langs wat rotswanden op deze historische klim. In de vierde kilometer gaat het nog steeds aan 8% omhoog, het blijft lastig, maar dan komt daar plotseling een eind aan. We bereiken na een kleine vier kilometer steil klimmen het dorp Cerler, net als gisteren rijden we voor we aankomen in het skigebied eerst door het dorpje met dezelfde naam. In het dorpje Cerler is het even een halve kilometer zo goed als vlak, waarna er vervolgens een kort afdalinkje volgt. Het uitzicht op de Valle del Benasque begint wat te verdwijnen, maar we hebben wel zicht op een rotonde in Cerler. We dalen af richting deze rotonde, op een vrij eenvoudige manier. Toch komen we met veel snelheid aan bij deze rotonde, we gaan daar rechtdoor en dan begint het tweede deel van de klim. Direct na de rotonde knallen we twee kilometer omhoog aan 10%, met meteen na de rotonde een steile bocht naar links aan 14%. Het tweede zware stuk van de klim, maar dit is wel meteen het laatste uitdagende stuk. Hier moet het verschil worden gemaakt, anders komt het er niet meer van. Gemiddeld komen we bij Altimetrias uit op een kilometer aan 4% en eentje aan 9,5%, maar bij die kilometer aan vier procent is het stuk in dalende lijn meegerekend, in totaal gaat het dus wel bijna twee kilometer aan 10% omhoog en ik smeek de renners om hier eens een keer koers te maken. Via een paar brede haarspeldbochten rijden we op een stevige manier verder omhoog in een omgeving die tamelijk leeg is. Wel komen we langs een gebouw met een militaire functie, lekker ongezellig bij je skistation. Na de strook van bijna twee kilometer aan 10% volgt er nog een kilometer aan 8% met daarin ook weer een paar stroken boven de 10%, vervolgens vlakt de brede weg af richting Mirador de Cerler. Via nog wat haarspeldbochten komen we in een open omgeving vol zicht op bergen in de omgeving uit bij dit uitzichtpunt, je kunt hier een aardig kiekje schieten. Voorbij het fraaie uitzichtpunt volgt er een bocht naar rechts en na die bocht loopt de weg een halve kilometer omlaag in dit weidse deel van de klim. Aan de overkant zien we op een andere bergflank een weg omhoog lopen, daar rijden we op een licht dalende manier zonder gevaarlijke bochten naartoe. Na een bocht naar links over een klein stroompje loopt de weg opnieuw omhoog, we bevinden ons hier inmiddels op 3,5 kilometer van de finish. In deze laatste 3,5 kilometer wordt de klim niet meer lastig. Als je hier nog het verschil moet maken ben je te laat. We klimmen verder aan 3,5%, daarna gaat het in deze lege omgeving een kilometer aan 6,5% omhoog. De weg loopt richting de slotkilometer behoorlijk rechtdoor, je bent hier lang in het zicht voor de concurrentie. In aanloop naar de slotkilometer gaat het aan 6% omhoog, sowieso niet de percentages om weg te rijden. Langs heel wat bergweides af zijn we op zoek naar de slotkilometer, een slotkilometer die nog een stuk makkelijker zal zijn. We fietsen langs een mooi stel rotsen af en daarna vlakt de weg helemaal af. Tot de finish rijden we verder aan 2% gemiddeld, het is hier aan het eind gewoon praktisch vlak. Na 12 kilometer klimmen en na 188 kilometer in het zadel bereiken de renners een grote parkeerplaats in het midden van het niets, hier rijden we na een flauw bochtje naar rechts in de laatste meters over de finish. Goh, Cerler, het is hier best mooi, maar ik weet niet direct of ik hier een mooie koers voor me zie. Volledig vlak in de allerlaatste meters, ook hier kan het gewoon weer een sprintje worden.
![Gzds3_SX0AAJso1?format=jpg&name=large]()
![OVi912h.png]()
![DSCF5250.JPG]()
Deze tweede aankomst bergop op rij eindigt in het skigebied van Cerler, een wintersportoord dat een tijd door het leven ging als Aramón Cerler. Nu is het weer gewoon Cerler, het skigebied is vernoemd naar het gelijknamige dorp dat op 1500 meter hoogte ligt en dat tijdens de klim wordt gepasseerd. We bevinden ons hier in de vallei van Benasque, vlakbij de gelijknamige stad waar we vandaag dus mogen tussensprinten. In Cerler, waar in het dorp 120 mensen wonen, bevinden we ons in de provincie Huesca en de regio Aragón. Cerler ligt in de centrale Pyreneeën, in de buurt van de hoogste toppen van die bergketen, zoals Pico Aneto. Cerler heeft 72 km aan gemarkeerde pistes en is een van de hoogstgelegen skigebieden in de Pyreneeën. Het hoogste punt is de top van de 'Gallinero', op 2650 m boven zeeniveau, met een hoogteverschil van 1150 m. Wintersport.nl weet het zo te brengen: In het hart van de vallei van Benasque bevindt zich het wintersportoord Cerler. Het ligt op 1500 meter in de Spaanse Pyreneeën. Het is een echt bergdorp met een oud en een nieuw gedeelte. De hotels liggen vaak dichtbij de liften. Maar let op: de weg is steil, en dus is de skibus vaak een prettige keuze. Voor vertier moet je echter niet in Cerler zijn, dan kun je beter naar Benasque, waar net iets meer te beleven valt. Eigenlijk alles is daar te vinden. Van restaurants met internationale en locale keuken tot hamburgerbars, en van traditionele kroegen tot hippe discobars en zelfs een Irish pub. Het gebied van Cerler heeft een breed aanbod aan verschillende pistes. Voor de maat van dit skigebied in ieder geval want echt groot is het niet. Naast de pistes is Cerler een echte must voor freeriders. Het gebied heeft een flink aantal mooie off-piste afdalingen. Ondanks dat het gebied niet al te groot is qua pistekilometers voelt het toch behoorlijk groot aan, vooral omdat je in verschillende valleien skiet. Je kunt zelfs kleine tochtjes maken. Ook kun je elke lift pakken ongeacht je skiniveau, overal heb je de keuze tussen eenvoudige en pittigere pistes, ideaal dus voor groepen met een gemengd niveau. Helaas vind je op de pistes zelf niet al te veel restaurantjes en moet je daarvoor afdalen naar de verschillende dorpjes, maar dat mag in dit gebied eigenlijk geen probleem zijn. Er zijn een stuk of negen stoeltjesliften en vijf skiliften, op de parkeerplaats bij de finish zie je een hoop van die liften al liggen. De klim wordt ook wel eens Ampriu-Cerler genoemd, Ampriu is een ander hooggelegen bergdal in de buurt van Cerler, samen vormen ze een mooie uitvalsbasis om te gaan skiën, al is skiën natuurlijk een onzinnige decadente hobby, dan kun je beter in de zomer langskomen voor een fietstocht. Dat heeft de Vuelta in het verleden regelmatig gedaan, Cerler is een regelrechte klassieker in de koers. Wel een klassieker die ineens uit koers is verdwenen, sinds 2007 is de Vuelta hier niet meer geweest. Toch opmerkelijk, want na de introductie in 1987, Laudelino Cubino was de eerste die op deze klim wist te winnen, kwam Cerler haast jaarlijks voorbij. 1988, 1989, 1990, 1991, 1993, 1994, 1996, in al die jaren kwam de klim naar Cerler voorbij. In 1988 wist Fabio Parra hier te winnen, al snel zou blijven dat dit echt een Colombiaanse klim was. In 1989 wist Pedro Delgado een heuse Colombiaanse armada af te schudden, in 1990 waren de Colombianen dan wel weer aan het feest in de vorm van José Martin Farfan. In 1991 won de Rus Ivan Ivanov hier dan weer, voor drie Colombianen. Cerler is een beetje een Colombiaanse berg, tijdens de aankomst in 1993 wist wel een keer een ander nationaliteit te winnen, Tony Rominger was Oliverio Rincon net de baas. Rincon, weer een Colombiaan. Opvallend genoeg zagen we een jaar later precies dezelfde uitslag, we keerden meteen terug naar Cerler en weer won Rominger, weer werd Rincon tweede. De Colombiaan nam in 1996 wraak, na twee tweede plaatsen in Cerler wist hij ditmaal solo aan te komen. De tijd die hij toen noteerde schijnt nog steeds het record te zijn, dat kan 30 jaar na dato wel eens sneuvelen. In 1998 wist José Maria Jiménez dan weer te winnen in Cerler, niet op zijn normale manier. Ditmaal geen ellenlange solo, nee, hij was de sterkste van een groepje van vier. Dat zegt ook wel meteen iets over deze klim, het is perfect mogelijk om hier met een groepje van vier aan te komen. Sinds 1998 is Cerler langzaam uit de Vuelta verdwenen, we zijn er sindsdien nog maar twee keer geweest. In 2005 kwamen we hier aan in een rit die erg lijkt op de huidige rit, het enige verschil tussen de rit van 20 jaar geleden en de rit van nu is dat ze er 20 jaar geleden tussendoor nóg een extra klimmetje aan hadden toegevoegd. In zijn voorlaatste jaar als prof wist de altijd uitgemergelde Roberto Laiseka deze zware rit te winnen. De man die mij mijn gekke Baskische obsessie bezorgde dankzij zijn overwinning op Luz Ardiden in de Tour van 2001 was in 2005 niet meer zo goed. Zijn goede dagen werden steeds spaarzamer, maar op Cerler wist hij voor de laatste keer boven zichzelf uit te stijgen. Op acht kilometer van de streep ging hij vanuit de favorietengroep in de aanval en hij sloeg meteen een mooie kloof. Even later werd hij wel weer bijgehaald toen Sastre in de aanval ging, met Heras en Menchov achter hem aan. Tijdens die Vuelta ging Menchov aan de leiding, maar Heras zette alles op alles om hem nog uit de leiderstrui te rijden. Dat zou uiteindelijk lukken, maar op Cerler nog niet. Ze waren aan elkaar gewaagd en daardoor ontstond er een tactisch spel. Een nieuwe demarrage van Sastre leverde niets op, daarna ging Laiseka nog eens in de aanval en nu was hij weg. Menchov en Heras keken naar elkaar, Sastre bleef zitten na zijn mislukte aanval en Paco Mancebo was niet bij machte om Laiseka terug te halen. Dus ging de zege naar Laiseka, weer een prachtige zege voor Euskaltel-Euskadi in een grote ronde. Heb ik wel eens gezegd dat ik die ploeg mis? Het huidige Euskaltel is het allerslapste aftreksel ooit. Schitterende zege voor Laiseka in Cerler, sterk en slim gereden. Zijn derde ritzege in de Vuelta, uiteindelijk zou het zijn laatste profzege blijken te zijn. Van zijn vijf profzeges reed hij er vier bij elkaar in grote rondes, geestig palmares. Twee jaar na de zege van Roberto Laiseka waren we voor het laatst in Cerler, in 2007 kwam Menchov wraak nemen. Op Cerler reed hij zichzelf de leiderstrui in, terwijl op die dag niemand minder dan Stijn Devolder de leiderstrui af moest staan. Klimmer Devolder verloor bijna vijf minuten op de klim. De ritzege ging overigens niet naar Menchov, de ritzege was voor Leonardo Piepoli. Het doodshoofd van Saunier Duval kreeg de zege cadeau van Menchov, die dik tevreden was met het overnemen van de leiderstrui. De Alto del Ampriu, bij het Estación de Esqui Cerler, hebben we sindsdien niet meer in de Vuelta gezien. Na achttien jaar zijn we terug, 20 jaar na de prachtige zege van Laiseka. Veel Euskaltel de laatste dagen, heel goed. Namens de krant AS is Roberto Laiseka recent nog op bezoek geweest in Cerler, dat leverde in ieder geval een aantal mooie foto's op.
![JBTWPPT6RNCSVJPABUOT5LP4EU.JPG?auth=88d9cc9ab83bf7bf9b232d83f624c8b0d212be1e0f25dc9c9dfab419e7060f7a&width=1152]()
![LKZIAMO6SFAJFA3JL2NUQGOJPM.JPG?auth=b9c7c1f2c56cacfff9cd6e4838ab42efa33389a558e6915f5bad742e83f3de1c&width=1152]()
![CNYIETZGMJGQFHKEM4JREJZPWI.JPG?auth=319359dd82eee80d6d8562c3fd5662aea424e5138949aaea0741829d01016ffc&width=1152]()
![QMVeVDLkhPqEDciSPkxy3-1200-80.jpg]()
Cerler is zo ongeveer het hoogste plaatsje in de Aragonese Pyreneeën, leren we. De klim eindigt op een doodlopende weg, mede daardoor is Cerler ook een beetje een geheime locatie. Naast wintersport moeten ze het hier van fietstoerisme hebben, daar gaat deze aankomst in de Vuelta dan weer bij helpen. Laiseka denkt dat er op de klim weinig verschillen zullen ontstaan in het huidige wielrennen. Dan zit je er meteen boenk op, zelfs in het oude wielrennen ontstonden hier vaak weinig verschillen. De dag dat Laiseka won eindigden er vijf renners achter hem in dezelfde tijd, ik bedoel maar. Kettingroker Laiseka heeft er tegenwoordig overigens een paar kilo bij, van dat uitgemergelde lijf is weinig over, alleen het hoofd nog. "Het is een klim die duidelijk in twee delen is verdeeld . Het eerste deel, tot aan de aankomst in Cerler. Het is een vrij constante vier kilometer, gevolgd door een korte pauze. Na Cerler komt het zwaarste deel terug (met een stijgingspercentage van opnieuw 14% ). Dan een paar kilometer met een stijgingspercentage van rond de 9% en 10%. Dan volgt er weer een afdaling, die het gemiddelde iets verlaagt. Het is 12 km, en ik denk niet dat het een klim is die veel zal veranderen in het algemeen klassement, maar als je er aankomt, uitgeput van wat eraan voorafging...", voegt Laiseka toe. De klim daarvoor, kort na de start, is de Port del Cantó, een veeleisende klim "waar je een kopgroep moet vormen", gevolgd door de beklimming van de Creu de Perves en de Coll de L'Espina. In totaal is het een dag met vier beklimmingen, waarvan de laatste de zwaarste is. "We zitten in een vallei, omringd door bergen, dus de wind zou niet al te sterk moeten zijn. We zitten echter wel erg blootgesteld aan de hitte, met hard asfalt dat aan het wiel plakt, en dat is augustus, waar je rekening mee moet houden. De klim heeft ook lange rechte stukken , meestal bergop, en je ziet je tegenstanders daar direct, dus je kunt ze controleren ... hoewel het mentaal zwaar is. Wat wel duidelijk is, is dat het met de korte pauzes een bedrieglijke klim is, want uiteindelijk klimmen we naar bijna 2.000 meter ( 1.912 meter ). Deze pauzes kunnen voor sommigen goed zijn en voor anderen slecht, omdat ze je ritme verstoren. Grote versnellingen, dan 50 km/u, weer grote versnellingen, 20 km/u... het is een ware benenbreker, met de laatste 6 km verschillende glijpartijen. Het is een klim die alles heeft", analyseert de Baskische renner uit Bilbao. Wel een messcherpe analyse, me dunkt. De klim naar Cerler is overigens niet alleen bekend vanwege de Vuelta, de klim maakte ook jarenlang onderdeel uit van de Vuelta a Aragon, een koers die helaas niet meer bestaat. In de Ronde van Aragon wisten onder meer Lucho Herrera, Mikel Zarrabeitia en... Leonardo Piepoli! Hij won in Cerler tijdens de Vuelta van 2007, maar in de Ronde van Aragon van 2000, 2002 en 2003 wist hij ook liefst drie keer te winnen in Cerler. Dit was zijn berg. Al is het wel zo dat we tijdens die koers soms maar tot het dorp Cerler reden, niet altijd tot het skistation, maar alsnog. De Ronde van Aragon verdween na 2005 van de kalender en keerde daarna alleen kortstondig in 2018 en 2019 terug. In 2018 keerde men meteen terug naar Cerler, de klim waar de Ronde van Aragon altijd te vinden was. Ik kan mij die rit nog levendig herinneren, het werd namelijk de dag van Euskadi-Murias. Mikel Bizkarra wist solo aan te komen, terwijl Garikoitz Bravo het feest compleet wist te maken door ook nog eens tweede te worden. De enige profzege van Bizkarra, maar wel mooi op een iconische klim. Voorlopig de laatste keer dat we Cerler zagen in koers, zeven jaar geleden dus. Van jaarlijks naar nooit meer, toch bijzonder. Tevens mis ik Euskadi-Murias ook nog steeds, die ploeg had de nieuwe Euskaltel moeten worden. Met Jon Odriozola aan het roer waren alle tegenstanders vissenvoer.
![espectacular-doblete-cerler-bizkarra-bravo.jpg]()