abonnement Unibet Coolblue
  Moderator zondag 23 juni 2024 @ 11:35:18 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_214019854


Ciao tutti! Buongiorno! Welkom in dit topic, waar we gaan kijken naar het parcours van de 111e editie van de Tour de France. Een bijzondere editie, want voor het eerst ooit vindt Le Grand Départ plaats in... Italië! De Giro is goed en wel een paar weken geleden verreden, maar de volgende grote ronde gaat doodleuk verder op hetzelfde terrein. Hoewel de Tour in de loop der jaren regelmatig in Italië is geweest is er nog nooit een Tour van start gegaan, daar komt nu verandering in. Het gaat hoe dan ook een aparte editie worden, want voor de derde keer in de hele geschiedenis van de Tour zal de finish niet in Parijs liggen. Parijs is nog ver, dit jaar verder dan ooit. Dankzij de Olympische Spelen, die dit jaar plaats schijnen te vinden in Parijs, heeft men daar gevraagd of de Tourkaravaan het rondje Champs-Élysées een jaartje wil overslaan. Dat wilde men, maar in 2025 keren we wel weer terug. Dit jaar zal de ronde eindigen in Nice, met een tijdrit nota bene. Ook dat is een unicum, voor het eerst sidns 1989 eindigt de ronde niet met een optocht. Kortom, nu al een speciale Tour. We gaan met elkaar de route eens doornemen.



Etappe 1: Florence - Rimini - 29 juni

Een Tour de France die van start gaat in Italië, gevoelsmatig heb ik hier vrij veel problemen mee. De Giro is amper een paar weken voorbij en de volgende grote ronde gaat van start in hetzelfde land? Sowieso vrij overbodig om een grote ronde van start te laten gaan in een land dat zelf een grote ronde heeft. En in zekere zin ook wel vrij apart om voor het derde jaar op rij de Tour van start te zien gaan in een ander land, pas volgend jaar gaat de Ronde van Frankrijk daadwerkelijk weer een keer in Frankrijk beginnen. Goed, op dit soort overpeinzingen na is het verder een openingsrit waar we weinig op tegen kunnen hebben. Vorig jaar waren we in het schitterende, onovertroffen Baskenland getuige van de zwaarste openingsrit ooit in de Tour, deze openingsrit doet er qua hoogtemeters niet veel voor onder doen. We noteren meteen een aantal langere beklimmingen, dat zie je niet vaak op een eerste dag. Het is ook een atypisch parcours in de zin dat de zwaarste beklimmingen van de dag wat verder van de finish liggen. Vaak zien we dat de laatste klim van de dag de zwaarste is, zoals vorig jaar tijdens de eerste rit het geval was, maar nu stelt de laatste klim juist niet veel voor. Aan het eind van de rit moet er geklommen worden richting San Marino, het ministaatje waar menig renner een verblijf heeft of heeft gehad. Na een kilometer of zeven aan 5% klimmen volgt er een afdaling en daarna is het nog een kilometer of 20 fietsen tot de finish in Rimini, makkelijke kilometers. Door de opbouw van deze rit is het lastig om het scenario te voorspellen, het kan hier oprecht alle kanten op. Heel wat renners kunnen hier winnen en dus ook meteen het geel grijpen. Het is niet direct een dag voor de klassementsrenners, het is eerder te vergelijken met de tweede rit van afgelopen. De rit die werd gewonnen door Lafay (kent u die nog?), voor een aanstormende Van Aert. In principe moet je nu ook aan zoiets denken. Een sprint van een kleinere groep, tenzij iemand met een slimme aanval uit de greep van het peloton weet te blijven. In ieder geval een rit waarvan de uitkomst niet vooraf al uitgetekend kan worden, in dat kader zeker een etappe om naar uit te kijken. Een aankomst in Rimini, in de Tour, dat zal evenwel een vreemd gevoel blijven.

Etappe 2: Cesenatico - Bologna - 30 juni

Na de aankomst in Rimini gaat de tweede rit van start in Cesenatico, de start van deze Tour staat deels in het teken van Marco Pantani. Hij overleed 20 jaar geleden in Rimini en groeide op in Cesenatico. Prudhomme vindt het altijd leuk om oude kampioenen te eren, als ze niet Lance Armstrong heten vergeeft hij ze direct hun zonden. Zijn deze twee etappes een mooi eerbetoon aan Pantani? Nou, ik denk dat hij ze zelf toch net iets anders had uitgekend. We moeten wel concluderen dat de eerste twee ritten allebei een prima lengte hebben. De eerste rit is 206 kilometer lang, deze is bijna 200 kilometer lang. Dat zijn lange ritten, vooral tegenwoordig. Ritten worden over het algemeen steeds korter, maar tijdens het Italiaanse begin van deze ronde worden er ouderwetse afstanden afgelegd, zo bekeken is dit een geweldige Grand Départ. Op de muur van Gallisterna halverwege na is deze rit evenwel lange tijd niet heel fantastisch. Niet iedere dag kan een bergrit zijn, maar in deze omgeving had je met je ogen dicht een beter parcours kunnen uittekenen. Evenwel, als we Bologna bereiken gaan we twee keer over de San Luca en daar hoef ik verder weinig uitleg bij te geven denk ik. Die klim kennen we, een muur van jewelste. Dat we twee keer over die San Luca moeten gaat de klassementsrenners zeker uit hun tent lokken. De leuke variatie is dat we een keer niet op de top van deze klim finishen. Nee, er volgt nog een (vrij technische) afdaling en dan eindigen we beneden in de stad. Ik vind dit een goede aanpassing, het gaat de koers net wat meer open maken. Een aankomst bergop op de San Luca zou te voorspelbaar zijn, iedereen zou wachten tot de laatste meters van die muur om daar hun versnelling te plaatsen. Normaal kletst Roglic op deze muur de tegenstand altijd uit het wiel, nu zijn er meer scenario's mogelijk. Hoewel ze deze rit nog wat leuker hadden kunnen maken moeten we ook zeggen dat we al slechtere eerste weekendjes hebben gezien. Het haalt het niet bij de Grand Départ van dit jaar uiteraard, Italië is bepaald geen Baskenland, maar dit gaat al bij al toch best twee vermakelijke ritten opleveren.

Etappe 3: Piacenza - Torino - 1 juli

Jeetje, wat een lange rit. Meer dan 230 kilometer, de Italiaanse invloeden zijn duidelijk zichtbaar in deze Tour. Wel jammer dat het behoorlijk nutteloze kilometers gaan zijn. Immers, na twee heuvelachtige ritten moet er uiteraard een vlakke rit volgen, vindt de organisatie. Vind ik niet, maar helaas komt mijn carrière als influencer nog niet echt van de grond. Dit wordt de eerste massasprint, terwijl we onderweg nog even een eerbetoon brengen aan Fausto Coppi. Die draait zich om in z'n graf als ie dit ziet. Sprinten in Turijn, waar dit jaar de start van de Giro plaatsvond, en daarna gaan we langzamerhand op weg naar Frankrijk.

Etappe 4: Pinerolo - Valloire - 2 juli

De laatste etappe op Italiaanse bodem gaat van start in Pinerolo, een plaats die ook te linken valt aan Coppi, er kunnen weer genoeg verhalen uit de oude doos gehaald worden. Ook een plaats waar de Tour eerder is geweest, ik denk automatisch terug aan de Tour van 2011, toen vooral de afdaling van de Pra Martino voor de nodige hilariteit wist te zorgen. Thomas Voeckler die op iemands terras eindigt, weet u nog? De Tourorganisatie heeft het in ieder geval onthouden, want we gaan tijdens deze rit niet over de Pra Martino, jammer. Sowieso mijn gevoel bij deze rit, jammer. Als je van Italië naar Frankrijk gaat moet je eigenlijk wel over de bergen heen. Er zijn leuke opties en minder leuke opties. Uiteraard kiest de organisatie niet voor de zwaarste optie, het moet wel een beetje vanille blijven natuurlijk. Het is pas de vierde dag, enzo. Een voorzichtige bergrit, zo mogen we deze rit wel omschrijven. Van Pinerolo gaat het rechtdoor in de vallei richting Sestriere. Dat levert een eindeloze, ein-de-lo-ze klim op. Ik herinner me deze klim vooral nog van de Giro van 2020, gevoelmatig duurde de klim een halve dag. De weg naar Sestriere is vooral lang, niet lastig. We noteren 40 kilometer aan een kleine 4%. Als de ploegen geen zin hebben om door te rijden duurt dat uren, zinloze uren. Pas richting de top van de klim komen we een paar kilometer aan 6% tegen, meer niet. Na een afdaling rijden we vervolgens via Montgenèvre Frankrijk binnen. De klim naar Montgenèvre ziet er op het profiel van de organisatie wel interessant uit, de weg loopt volgens de organisatie een tijd loodrecht omhoog. In de praktijk valt dat tegen, er zit wel een kilometer aan 10% tussen, maar verder is het geen klim om het verschil te maken. Voorbij de klim dalen we af naar Briançon, waar het op het moment van schrijven niet echt lekker weer schijnt te zijn. Enorm veel regen, waardoor de boel is overstroomd en waardoor de weg die de renners willen gaan nemen voorlopig afgesloten is. Vanuit Briançon rijden de renners via de Lautaret naar de Galibier, is de bedoeling, maar de weg naar de Lautaret is een week voor de Tour begint afgesloten en op de Galibier schijnt dan weer sneeuw te liggen. Enfin, er kan in een paar dagen nog een hoop gebeuren, maar deze matige bergrit zou met wat pech zelfs nog een stuk matiger kunnen worden als de beklimming uit het parcours wordt geschrapt. In ieder geval, de Galibier kennen we behoorlijk goed, hij kwam nog voorbij in de Tour van 2022. Het eerste gedeelte van de klim, tot de Lautaret, stelt niets voor. Een brede, rechte weg omhoog, net iets meer dan vals plat. Pas in de laatste pakweg negen kilometer van de klim wordt het iets interessanter. Dit zijn de enige kilometers van de rit waar we veel spanning en sensatie gaan zien, ben ik bang. Natuurlijk, een bergrit op dag vier, we moeten onze handjes dichtknijpen, maar het is wel een enorm voorzichtige bergrit. Alleen in de laatste paar kilometer van de Galibier kunnen de klassementsrenners elkaar bestoken. Ik weet niet of we daar heel veel van mogen verwachten, ik denk eigenlijk van niet. Al is het ook wel weer een mooi moment voor Pogacar om te testen of Vingegaard een beetje op niveau is. Na de klim volgt er een lange afdaling naar Valloire, Tom Pidcock vindt dit leuk. Hij heeft laten zien dat je in deze afdaling best wel wat verschil kunt maken, al is het altijd maar de vraag of renners daar op de vierde dag al zin in hebben. Blij met een bergrit op de vierde dag, jammer dat het zo'n beetje de saaiste bergrit is die ze hadden kunnen uittekenen als je van Italië naar Frankrijk trekt. Het had alleen nog erger kunnen zijn als ze ergens een tunnel hadden gepakt, ofzo. Een vroege bergrit, en toch een gemiste kans.

Etappe 5: Saint-Jean-de-Maurienne - Saint-Vulbas - 3 juli

De eerste week mag natuurlijk niet al te zwaar zijn, dus gaan we nu beginnen aan een tweeluik waar alleen de sprinters enthousiast van zullen worden. De vijfde rit gaat van start in Saint-Jean-de-Maurienne, tussen allerlei fantastische beklimmingen in, maar we gaan mooi de hele rit in de vallei blijven. Niet iedere dag kan een bergrit zijn, nee, natuurlijk niet, maar je kunt een vlakke rit op een makkelijke manier opvrolijken door ergens een keer een serieuze klim toe te voegen, zeker als je daadwerkelijk van start gaat tussen de bergen in. Een klim aan het begin had bijvoorbeeld voor een interessante kopgroep kunnen zorgen, maar goed, nee, we houden het zo makkelijk mogelijk. Ook als de renners na een tijd door Chambéry rijden blijven we doodleuk in de vallei, het was zo eenvoudig geweest om hier eventjes een klim toe te voegen. Heeft men niet voor gekozen, en dus gaat er gesprint worden. Op 35 kilometer van de finish ligt er nog wel een klimmetje van drie kilometer aan 5%, maar dat zal niet veel problemen opleveren voor de sprinters. Zelfs als ze daar op een paar meter gereden worden is er nog tijd genoeg om terug te keren. Dit wordt een massasprint, kan niet missen.

Etappe 6: Mâcon - Dijon - 4 juli

Op de zesde dag van deze Tour gaan we naar de derde massasprint kijken. Ook hier geldt dat je zonder veel moeite te doen de rit enigszins had kunnen opvrolijken met enkele heuveltjes. Gouvenou schotelt ons altijd voor dat het zo lastig is om in bepaalde delen van Frankrijk leuke ritten uit te tekenen, mijn ervaring is dat je bijna overal in Frankrijk wel uitdagend terrein kunt vinden. Zeker in de omgeving van Mâcon en Dijon. In de heuvels ten westen van die steden kom je niet de zwaarste beklimmingen tegen, maar je komt er op z'n minst iets tegen. Dat blijkt ook wel uit het begin van de rit, Gouvenou heeft ditmaal in de eerste kilometers wel een klein hupje toegevoegd, in een poging wat meer renners uit hun tent te lokken om in de aanval te trekken. Evenwel lijken de vluchters hier nog steeds niet het ideale terrein te vinden, want na dat eerste heuveltje is het de rest van de dag vlak. Geen andere heuvels, terwijl de etappe ook nog eens vrij kort is. Makkelijk te controleren voor de sprintersploegen, dit wordt opnieuw een massasprint. Ook in de buurt van Dijon had je makkelijk iets van een uitdaging kunnen toevoegen, maar nee, het gaat rechtdoor op de meest vlakke manier naar de finish. Smullen, jongens.

Etappe 7: Nuits-Saint-Georges - Gevrey-Chambertin - 5 juli

Eén goede stelregel die parcoursbouwer Gouvenou wel heeft is dat hij niet meer dan twee vlakke ritten achter elkaar wil zien. Dan haken de kijkers af, nouja, dat hebben ze dan in ieder geval nog in de gaten. Dus heeft hij bedacht om na de twee vlakke ritten een tijdrit in het parcours op te nemen. In principe prima. De tijdrit had van mij een paar kilometer langer mogen zijn, richting de 30, maar op zich is dit niet slecht. Het is wel weer een tijdrit met een heuveltje onderweg, dat is wel iets waar ze bij ASO eens harder over moeten nadenken. Heeft daadwerkelijk iedere tijdrit een heuvel nodig, of mag een keer een volledig vlakke tijdrit ook wel? In ieder geval, het is vooral een tijdrit die als doel heeft het wijngebied tussen Nuits-Saint-Georges en Gevrey-Chambertin in het zonnetje te zetten. We gaan dwars door de wijngaarden scheuren. Dit gaat weer een mutantenvertoning van Pogacar en Vingegaard opleveren, vooral dankzij dat klimmetje onderweg. Met als toevoeging ditmaal ook nog eens Evenepoel, de wattages gaan hallucinant zijn. Als je het profiel van de organisatie mag geloven lijkt deze tijdrit onderhand vlak, maar kijk maar eens wat beter naar de hoogtemeters. Dit wordt een lastig tijdritje, in een mooi decor. Dwars door terrein waar de renners de vorige rit ook doorheen hadden kunnen rijden om de sprint te ontlopen, maar daar hebben we het niet over. Het fenomeen tijdrijden leek in de Tour langzamerhand te verdwijnen, waar je na de brisante tijdrit van vorig jaar in de Tour bijna begrip voor zou kunnen opbrengen. Ondanks dat gegeven zitten er dit jaar liefst twee tijdritten in de Tour, toch ook een soort van terugkeer naar oude tijden.

Etappe 8: Semur-en-Auxois - Colombey-les-Deux-Églises - 6 juli

We duiken het tweede weekend in en dat doen we op een niet al te beste manier. Een van mijn vaste stokpaardjes is toch wel dat de ritten in het weekend de moeite waard moeten zijn, want dan kunnen de meeste mensen kijken. Nou, niemand zal thuisblijven voor deze rit. Het is geen volledig vlakke rit, dat ook weer niet, de renners komen onderweg echt wel een aantal klimmetjes tegen en in totaal pakken ze een stuk of 2000 hoogtemeters mee. De finish is er eentje in stijgende lijn, dat is wel goed voor de variatie. Deze rit is een beetje een makkelijkere uitvoering van de rit naar Limoges van afgelopen jaar. Dat was toevallig ook de achtste rit. Een rit met wat klimmetjes onderweg, waardoor we niet met een volledig peloton gingen sprinten. In de sprint heuvelop was het vervolgens Mads Pedersen die Philipsen en Van Aert wist te kloppen. Nouja, ik denk eigenlijk dat we tijdens deze rit ongeveer hetzelfde gaan zien. Er zullen wat jongens afhaken onderweg, maar dit wordt alsnog een vrij massale sprint, met inderdaad weer een krachtpatser als Pedersen die met de zege gaat lopen. Marginaal leuker dan een volledig vlakke sprint, maar alsnog, een sprint. Het gebied rond de finish ken ik niet zo goed, ik weet niet of daar meer mogelijk was geweest, het gebied rond de start ken ik dan wel weer een beetje. Daar ligt het werkelijk bezaaid met muurtjes, met die vier klimmetjes in de eerste 50 kilometer komen de renners echt nog heel goed weg. Alsnog biedt het wel de gelegenheid om een sterke kopgroep te laten ontstaan, de kansen voor de vluchters zijn voorlopig nog niet heel groot en zij verdienen uiteraard ook een kans. Dat moet de hoop van deze rit zijn: een sterke vlucht die in het begin ontstaat, waarna de sprintersploegen flink aan de bak moeten. Veel meer zit er niet in. Overigens: de enige echte Vauban heeft ooit in startplaats Semur-en-Auxois gewoond. Leukste feitje van deze rit.

Etappe 9: Troyes - Troyes - 7 juli

En dan de laatste rit van de eerste week, de rit waar iedereen naar uitkijkt. Tegelijkertijd de rit waar heel veel renners heel bang voor zullen zijn. We gaan de grindwegen rond Troyes verkennen. Grindwegen die we kennen van de Tour de France Femmes, zij reden in 2022 al eens door deze omgeving. Al doen we nu vooral andere wegen aan, toen zaten we in de buurt van Bar-sur-Aube, nu zitten we wat verderop in Troyes. Eerlijk gezegd vind ik zelf de omgeving van Bar-sur-Aube leuker, want daar is het heuvelachtiger. In Troyes is het vlakker. De eerste paar onverharde stroken van deze rit bevinden zich in de omgeving die we kennen van de Tour voor vrouwen, we komen daar dus ook enkele heuvels tegen. Die stroken zijn prima, dat zijn de stroken waar je het Strade Bianche-gevoel kunt vinden. Met als grootste verschil dat de grindwegen in Italië een stuk fijner zijn. Het gravel daar is prima berijdbaar, in de wijngaarden van Bar-sur-Aube en Troyes kom je vooral heel grof gravel tegen. Er liggen hier kiezels, keien en halve rotsblokken op de renners te wachten. Dat is wat mij betreft wel een probleem. Gravel is prima, maar dan moet het wel een beetje fijn gravel zijn. Alle steentjes en kiezels die we hier vinden gaan voor heel wat lekke banden zorgen. Hoort er een beetje bij, maar doordat het hier zo grof is wordt het risico mij net iets te groot. Net teveel een loterij, te vergelijken met Parijs-Tours. Een koers die na de toevoeging van een aantal gravelstroken door enkele ploegen wordt vermeden, omdat ze het nergens meer over vinden gaan. Nou, die ploegen zullen hier ook niet blij mee zijn. De organisatie heeft al wat foto's met ons gedeeld en die laten weinig aan de verbeelding over.





Het is een schitterende omgeving, maar dit gravel is eigenlijk niet gemaakt om in een koers overheen te rijden.
De laatste foto zegt wat dat betreft ook genoeg, mocht het die dag toevallig regenen dan heeft het peloton een groot probleem. Om mijn kritiek op deze rit even af te maken: de laatste stroken zijn vlak. Vlak gravel heeft wat mij betreft in principe weinig nut. Als we kijken naar Strade Bianche wordt daar het verschil vooral gemaakt door het hoogteverschil, renners demarreren vaak op de klimmetjes. Het is niet zo dat er op techniek vaak het verschil wordt gemaakt. Goed, een Pidcock is wel eens weggereden in zo'n dubieuze afdaling, maar over het algemeen ontstaan de gaten bergop. Heeft vlak gravel nut? De laatste zeven stroken zijn allemaal zo goed als vlak, ik zie daar weinig verschil ontstaan, behalve door lekke banden. Daarom was ik liever in de buurt van Bar-sur-Aube gebleven, waar de klimmetjes voor het verschil hadden kunnen zorgen. Gravel en kasseien mag je ook weer niet met elkaar vergelijken, op vlakke kasseien kun je wegrijden, op vlak gravel zie ik dat minder snel gebeuren. Daarom kan dit zomaar uitdraaien op een sof. Een paar favorieten die wegvallen door pech, met name door de onvermijdelijke lekke banden en ongetwijfeld gaan er ook heel wat valpartijen ontstaan omdat iedereen de hele dag supernerveus gaat zijn. En omdat het parcours wellicht toch niet lastig genoeg is om het verschil te maken gaan we mogelijk kijken naar een sprint. Zo kan een op papier fantastische rit uitdraaien op helemaal niets.

Tot zover het negatieve gedeelte. Ik heb ook nog wel een positieve insteek: ik vind de toevoeging van gravelstroken aan het parcours op z'n minst het proberen waard. Het is een extra optie om het parcours diverser te maken en we moeten alle opties om dat te doen aangrijpen. Zonder gravel was dit wellicht weer een normale vlakke rit geweest, gravel is wat dat betreft een stuk spectaculairder. Het is een rit om naar uit te kijken, een rit om te speculeren, een rit om je over op te winden. Evenepoel vindt het niets, Plugge vindt het niets, dan vinden wij het automatisch fantastisch natuurlijk. Om de Tour te winnen moet je meer kunnen dan alleen klimmen, je moet ook deze rit zien te overleven. Dat is goed. De pechfactor speelt wellicht een te grote rol, maar met skills kom je hier alsnog een heel eind. Skills van de ploeg, die het materiaal op orde gaan moeten hebben, en je eigen skills. Positionering, de juiste lijnen kiezen, etc. Het vraagt iets heel anders van de renners en dat is mooi. De plaatjes gaan weergaloos zijn, het is een schitterende omgeving. Het is ook mooi dat men meteen voor een boel stroken heeft gekozen. Niet drie of vier strookjes voor de sfeer, nee, meteen 14 stroken. Een aantal van die stroken lopen smerig omhoog, ik kijk vooral enorm uit naar de eerste zeven stroken. Dat gaat spektakel opleveren, zonder meer. Over de resterende stroken heb ik iets meer twijfels, maar ik waardeer de moeite die Gouvenou heeft gestoken in het ontwerpen van deze rit. Hij zat waarschijnlijk vast aan Troyes als start- en finishplaats, maar hij heeft er alles aan gedaan om zelfs tot aan de buitenrand van Troyes de onverharde stroken op te zoeken. De laatste begint op ongeveer 10 kilometer van het eind. Het zal een heel gepriegel zijn geweest om al die stroken te vinden, hij zal heel wat uren in zijn auto in deze omgeving rond hebben gereden. Ditmaal heeft hij daadwerkelijk moeite gedaan om ons wat bijzonders voor te schotelen. Ik heb een paar van de laatste stroken alvast bekeken en hij heeft zich geenszins ingehouden. Dit zijn stroken die op dit moment eigenlijk onbegaanbaar zijn voor het peloton. Vrij smalle stroken, met een strook gras in het midden. Bijna alsof je midden in Tro Bro Leon zit, maar dan met een andere ondergrond. Het is smal aan het eind, het gravel blijft redelijk grof en er zitten ook wel een aantal bochten in. Op techniek kun je wellicht toch een gat slaan, als we het positief bekijken.

Kort samengevat: deze etappe gaat de gemoederen bezig blijven houden, maar dit is met afstand de beste creatie van Gouvenou deze Tour. Ik heb er ontzettend veel zin in. Ondanks een paar kleine slagen om de arm kan dit niet anders dan totale chaos worden en wij houden van totale chaos. Door de wat vlakkere stroken aan het eind kun je dit prima vergelijken met een kasseirit. Het is meer een Antwerp Port Epic dan een Strade Bianche, evenwel. Met bijna 200 kilometer gaat deze dag in de benen kruipen, er gaan slachtoffers vallen. Waarschijnlijk vooral door pech, maar alsnog. Leukste rit van de eerste week? Dat hoe dan ook.

- rustdag -

Etappe 10: Orléans - Saint-Amand-Montrond - 9 juli

De dag na de rustdag zie ik het liefst altijd een lastige rit, zodat de beentjes van de renners worden getest. Ik word niet direct op mijn wenken bediend. Dit lijkt een poepsimpele rit, een nieuwe massasprint. De enige kanttekening die we dienen te plaatsen brengt ons terug naar de vorige aankomst in Saint-Amand-Montrond, de geboorteplaats van Alaphilippe. In 2013 kwamen we langs in deze plaats en wat gebeurde er toen? Waaiers! Bau en Lau zaten mee in de voorste waaier en daardoor klom Mollema zelfs tijdelijk naar de tweede plaats. Hij kwam in de buurt van Froome, die de slag had gemist. Valverde reed toen op een slecht moment lek en verloor 100 minuten, is ie nog steeds ziedend over. Cavendish won die rit, een feit dat hij graag zou herhalen. Het record van Merckx is nog steeds haalbaar, om hem te helpen heeft de organisatie meer dan genoeg vlakke ritten opgenomen in het parcours. In 2013 reden we van Tours naar Saint-Amand-Montrond, nu vanuit Orléans. Het begin van de rit is anders, het laatste deel bijna gelijk. En dat is net het deel waar toen waaiers ontstonden. Als de wind opnieuw op de afspraak is wordt dit een leuke rit, anders, ja, niet. Dat kleine hupje aan het eind gaat verder het verschil ook niet maken. Waarschijnlijk een massasprint, tenzij de weergoden ons gunstig gezind zijn.

Etappe 11: Évaux-les-Bains - Le Lioran - 10 juli

Relatief veel lange etappes dit jaar. We beginnen met twee etappes van 200 kilometer, vlak voor de rustdag zit er nog een van 200 in en nu volgt er zelfs een etappe van 211 kilometer. Een trendbreuk, de Tour was juist bezig om iedere rit korter te maken. Een heuvelrit van 211 kilometer, what's not to like? Nou, mijn enige bezwaar bij deze rit is dat we tot aan de Neronne eigenlijk simpelweg nul obstakels van belang tegenkomen. Dit is vermoedelijk een rit voor de vluchters, dus mogen we het begin van deze rit niet missen. We gaan wachten op het ontstaan van de vlucht, en dat kan wel eens een tijd gaan duren, want dit is zo'n rit waar iedereen in de kopgroep wil zitten. Gezien het relatief makkelijke begin van de rit zal het niet eenvoudig zijn om hier weg te rijden. Zodra er uiteindelijk een groep is vertrokken kunnen we dan wel weer de tv uitzetten, tot de voet van de Neronne. Dat is feitelijk het enige nadeel aan de rit, een matig middelste gedeelte. Ze hadden ergens tussendoor nog een klimmetje moeten proppen, wat makkelijk had gekund. We fietsen door een paar regio's waar je her en der eventjes met een klein uitstapje wat meer hoogtemeters had kunnen verzamelen. Ook de aanloop naar de Neronne had anders gekund, iets lastiger dan dit. Maar goed, tot zover mijn kritiek. Door naar het goede: de finale van de etappe is dik in orde. Ergens vrij simpel en voor de hand liggend, maar alsnog, niets mis mee. De Neronne is een recente ontdekking, debuteerde in de Tour van 2020. In die rit reden we op een lastigere manier naar de Neronne toe, een manier die ik nu ook graag had gezien. Na de Neronne volgde er een aankomst bergop op Puy Mary. Een kutidee, want die klim wordt richting de top loeisteil en dus was het de verwachting dat we pas actie zouden zien richting de top. Gebeurde ook. Dani Martinez won vanuit de vlucht, in het groepje der favorieten volgde er een sprint tussen Roglic en Pogacar. De combinatie Neronne-Puy Mary is prima, maar niet als finish. Heel goed dat die combinatie nu terugkeert, maar dan verder van de finish. We zijn nu eerder getuige van een herhaling van de rit naar Le Lioran in de Tour van 2016. Toen won Greg van Avermaet vanuit de vlucht, een van zijn mooiste overwinningen. Die rit bevatte ook de Neronne, maar dan van een simpele kant. De enorm steile kant die we nu gaan zien zagen we alleen in 2020. Via de Pas de Peyrol (of Puy Mary) en de Perthus reden we naar Le Lioran en dat herhalen we nu, met als verschil dat we nu dus bijna vier kilometer aan 9% naar de Neronne toevoegen om deze rit zwaarder te maken. De verschillen tussen de klassementsrenners vielen toen mee, maar het was pas de vijfde rit. Nu zitten we in week twee, terwijl we een extra klim hebben toegevoegd. Deze rit moet wel het een en ander gaan opleveren. Het is bijna de perfecte heuvelrit, met als enige kanttekening dat ik voor de Neronne graag meer had gezien. Wel even opletten voor de afdalingen van de Peyrol en de Perthus. In de afdaling van de Peyrol zagen we in 2011 Vinokourov in het skoekeloen verdwijnen, ook Jurgen van den Broeck verdween toen uit koers. De afdalingen maken deze lastige rit net even wat lastiger. Een formidabele heuvelrit, die met een paar lichte aanpassingen nog net iets formidabeler had kunnen zijn. Het leukste element is dat de laatste klim de makkelijkste is, waardoor ambitieuze renners vroeger moeten aanvallen om het verschil te maken. Koers vanaf Puy Mary? Met de inspanning van de Neronne in de benen is dat zeker al mogelijk. Laten we daar maar op hopen, verder houdt het deze week niet over.

Etappe 12: Aurillac - Villeneuve-sur-Lot - 11 juli

Weer een lange rit, maar dan eentje om niet al te vrolijk van te worden. We nemen grofweg de snelste weg van Aurillac naar Villeneuve-sur-Lot en dus is er weinig ruimte voor uitstapjes. Ook hier kun je zonder veel moeite een lastiger parcours uitstippelen, maar de sprinters winnen het dit jaar duidelijk van de vluchters. Met bijna 2000 hoogtemeters is het ook weer geen makkelijke rit, maar ik zie hier niet anders voor me dan een massasprint. Alhoewel, op het eerste klimmetje van de dag zou een sterke groep kunnen ontstaan en dan wordt het lastig om tijdens zo'n lange rit zo'n groep te controleren. Dat zou eventueel nog kunnen. Hebben we afgelopen jaar ook een paar keer gezien, als er deze editie weer een dominante sprinter is zoals Philipsen en er ontstaat een kopgroep met een paar hardrijders, nouja, dan kan Alpecin z'n borst natmaken. En gaat de rest rijden als het kalf verdronken is. Dat heeft nog iets vermakelijks, maar dat maakt dit geen rit om voor thuis te blijven. Grote kans op een massasprint, kleine kans op een vlucht.

Etappe 13 - 12 juli

Waar is het Internationaal Strafhof als je ze écht nodig hebt?

Etappe 14 - 13 juli

Goed, om toch nog even terug te komen op de vorige rit: het is in ieder geval geen volledig vlakke rit. Door de klimmetjes onderweg kan het eventueel een dag voor de vluchters zijn, of een net wat minder massale massasprint. Ik verwacht gewoon een sprint, de zoveelste van deze Tour. Weer een saaie dag, weer een dag die niet voor de klassementsrenners is. En dan ook nog in die stad. In die stad gaat ook de volgende rit van start, het volgende probleem dient zich meteen aan. We kennen dat probleem allemaal: we willen naar de Pyreneeën, maar de weg naar de bergen toe is verduiveld lang vanuit die ene stad. In de omgeving liggen wat kleine heuveltjes, die we nu negeren, om de lange en vlakke aanloop nog wat langer en vlakker te maken. Na een lange en vervelende aanloop beginnen we aan een tweeluik in de Pyreneeën, een tweeluik waar ik weinig van snap. Een van mijn vaste stelregels is dat je bij een tweetal bergetappes de eerste lang en zwaar maakt, de tweede kort en explosief. Dat is hier weer totaal niet aan de orde. De eerste van de twee is de kortste en begint totaal niet explosief. In een ideale wereld maak je deze rit 50 kilometer langer, voeg je de Soulor of de Spandelles toe en is de volgende rit korter. Maar we leven niet in een ideale wereld, verre van. Het is volhouden tot de voet van de Tourmalet, een klim die we vaker zien dan onze familie. Een zware klim, uiteraard, maar te vaak gezien en de positie die de Tourmalet in deze rit inneemt zal er voor gaan zorgen dat er weinig gaat gebeuren. Tempo van Jumbo of UAE, dan ben je er verder wel. Na de Tourmalet gaan we over de Hourquette d'Ancizan en we eindigen weer eens boven op Pla d'Adet, op zichzelf is er met dit drieluik weinig mis. We gaan naar Pla d'Adet als eerbetoon aan Poulidor, die daar volgend jaar exact 50 jaar geleden zijn laatste Tourrit won. Er wordt ook een standbeeld onthuld op de top. Prudhomme ziet een kans om een eerbetoon te brengen en zo'n kans laat hij nooit liggen. Je zou het een prijzenswaardige eigenschap kunnen noemen, maar hij slaat er soms een beetje in door. Pla d'Adet is sinds de entree van de Col de Portet een beetje in de vergetelheid geraakt, het eerste deel van de klim is gelijk, maar na een tijd volgt er een splitsing en de laatste keren gingen we naar de zwaardere Portet. Nu weer eens naar Pla d'Adet, iets makkelijker, maar alsnog lastig. Korter dan de Portet, dat vooral, maar de percentages blijven hoog. We gaan op zoek naar een opvolger voor Majka, die daar tien jaar geleden won.

Etappe 15: Loudenvielle - Plateau de Beille - 14 juli

Op de Franse feestdag volgt er voor Tourbegrippen een zeer lange bergrit. De laatste rit voor de tweede rustdag begint explosief, we beginnen vanuit het vertrek meteen aan de Peyresourde. Hoewel ik die klim te vaak heb gezien ga ik altijd stuiteren van een start bergop: top. Na deze explosieve en zeer goede start worden we wel geconfronteerd met het probleem van deze rit, we gaan drie keer lang door de vallei moeten rijden. Dat kan goed uitpakken, als er onverhoopt een favoriet op achterstand zit, daar kan de koers juist ook weer stilvallen als dat niet zo is. Maar goed, door naar het tweede positieve punt: we doen de Mente en de Portet d'Aspet een keer van de lastige kant. Normaal doen we die twee bijna altijd van hun andere, veel makkelijkere kant. De Mente van deze kant is gewoon negen kilometer aan 9%, koekoek. Portet d'Aspet vier kilometer aan bijna 10%, hallo zeg. Van de andere kant merk je niet eens dat je klimt, dat gaat nu anders zijn. Maar helaas, na deze schitterende combinatie gaat het mis. We dalen de Portet d'Aspet af en rijden door de vallei naar Saint-Girons, wat ik niet helemaal snap. Natuurlijk, dit is een bergrit van bijna 200 kilometer met bijna 5000 hoogtemeters, lastig genoeg zou je zeggen, maar ik vind het desondanks onvergeeflijk dat we praktisch 60 kilometer door de vallei gaan rijden terwijl we ook via de Col de la Core en de Col de Latrape naar de voet van de Agnes hadden kunnen rijden. Dát was pas een koninginnenrit geweest. Die klimmetjes sluiten perfect op elkaar aan, continu op en af zonder een meter vlak tussendoor. Nu daarentegen is er heel veel vlak. De Agnes is dan weer een prima klim, het stukje Port de Lers daarna ook. En dan gaan we op weg naar Plateau de Beille, aan de derde vallei van de dag valt weinig te doen. Als je naar Plateau de Beille wil zijn er weinig opties, helaas. Door alle valleien tussendoor denk ik dat alles te doen gaat zijn op de slotklim. Voor die tijd verwacht ik geen actie. We hebben tot rit 14 moeten wachten op de eerste echte aankomst bergop, als we de aankomst in Le Lioran even niet meetellen, maar nu volgt tijdens rit 15 meteen de tweede. Een zware, bijna 16 kilometer aan 8%. Het kan zwaarder, de écht onmenselijke aankomsten bergop ontbreken dit jaar. Plateau de Beille is de plek waar Jelle Vanendert ooit won, waardoor we ons de vraag moeten stellen of we hier überhaupt wel naartoe moeten willen. Dat hij hier kon winnen en dat de verschillen achter hem vrij beperkt bleven zegt wel iets over deze klim. Het zijn andere tijden, maar je kunt je moeilijk voorstellen dat de verschillen hier snel oplopen. In 2015, de laatste keer Plateau de Beille, won Joaquim Rodriguez. De favorieten? Een groepje van negen in dezelfde tijd. Oeps. We hebben nu wel een Pogacar en een Vingegaard, maar nee, Plateau de Beille is niet de best denkbare aankomst bergop in de Pyreneeën. Door de lengte van de rit en de valleien gaan we wachten op de slotklim en daar blijkt het toch moeilijk te zijn om het verschil te maken. De Pyreneeën leveren niet, vermoed ik. De volgorde van deze twee ritten klopt niet, de hele opbouw is ruk. Moet je bijna twee weken wachten op de echte bergen, pakken ze het zo aan. Niet heel erg hyped, moet ik eerlijk toegeven.

- rustdag-

Etappe 16: Gruissan - Nîmes - 16 juli

Ook na de tweede rustdag volgt er een rit die niet levert. De renners worden na de rustdag niet getest, bijzonder jammer en een gemiste kans. Op papier zou je zeggen dat dit een rit is met kans op waaiers, althans, dat is dan weer zo'n verhaal dat ze je op de mouw proberen te spelden tijdens de onthulling van het parcours. Of dat in de praktijk zo gaat zijn moet ik nog maar zien. Gruissan ligt aan de kust, maar we verlaten de kust al snel en rijden door het binnenland naar Nîmes. Dat vind ik jammer, ik had liever gezien dat ze de kustlijn zouden volgen, wat de kans op waaiers aanzienlijk zou vergroten. In het binnenland kan het uiteraard ook waaien, dus ik sluit waaiers zeker niet uit, maar we moeten ons niet nu al rijk gaan rekenen. In de finale van de rit rijden de renners over rechte wegen langs open velden naar Nîmes toe, daar zou het dan eventueel moeten gaan gebeuren. Er wordt nog een lusje gemaakt zodat we de kans vergroten dat de wind ergens op een bepaald moment gunstig gaat staan. Gouvenou heeft vaste trucjes, die meestal niet werken. Wind komt niet op bestelling, is al vaker gebleken. Mocht de wind er wel zijn: waaierspektakel. Geen wind: de zoveelste massasprint. Dat record van Cav komt er linksom of rechtsom.

Etappe 17: Saint-Paul-Trois-Châteaux - Superdévoluy 17 juli

Als we het over de Giro hebben hanteren we vaak het begrip backloaded. Die koers is de eerste twee weken vaak niet heel erg lastig, waarna de laatste week bijna volledig uit bergritten bestaat. Nou, dit jaar is juist de Tour backloaded. Twee weken lang amper een berg gezien, maar nu komen ze er dan aan. Een koers die backloaded is levert vaak het probleem op dat renners terughoudend zijn in het begin. Er komt nog zoveel aan, we gaan niet te vroeg krachten verspillen. Dat zorgt voor ons als kijker vaak voor een slaapverwekkende koers. Als al het venijn van de koers in de staart is pakt dat voor ons eigenlijk altijd slecht uit, dat hebben we in de Giro de afgelopen jaren vaak genoeg gezien, maar we zagen het ook in de Tour die eindigde met een tijdrit op La Planche des Belles Filles. Die tijdrit was spectaculair, alles ervoor geestdodend. Een koers die backloaded is, daar worden we niet blij van. Misschien dat het wachten loont en de laatste dagen heel tof zijn, maar is dat echt de investering van die twee weken waard? Nee, is het antwoord. In ieder geval, we beginnen met de makkelijkste van de bergritten. Een rit waar ik twee problemen mee heb. Ten eerste, waarom zijn we in hemelsnaam weer in Saint-Paul-Trois-Châteaux? Dat is een dorpje van vijf keer niks, waar voor de derde keer in zeven jaar een rit van start gaat. Ik geloof dat er meer dorpen in Frankrijk zijn die graag een keer de Tour zouden willen ontvangen. Het tweede probleem is dat de aanloop hier weer zo simpel is. Na het ontstaan van de vlucht kunnen we weer een paar uur gaan slapen, dat is vervelend. Terwijl je, zonder dat de rit langer wordt, een paar klimmetjes zou kunnen toevoegen. Tot in Gap rijden we eigenlijk continu over dezelfde weg door de vallei, zonder de bergen in de omgeving op te zoeken. Het eerste deel van de rit is daardoor vrij mager, maar het tweede deel van de rit mag er dan weer zijn. Zodra we Gap bereiken beginnen we aan een prima drieluik, vanuit Gap gaat het via de Col Bayard naar de Col du Noyer waarna we eindigen in Superdévoluy. Een prima combinatie van klimmetjes, niets op af te dingen. Gezien de laatste drie ritten van de Tour is het niet de verwachting dat we hier veel vuurwerk gaan zien, maar het parcours is in ieder geval op zo'n manier uitgetekend dat het wel kan. De slotklim naar Superdévoluy is niet heel lastig, renners die tijdens deze rit iets willen zullen er vroeger aan moeten beginnen, op de Noyer. Dit parcours nodigt uit tot een aanval voor de slotklim en dat juich ik altijd toe. Superdévoluy en deze kant van de Noyer hebben we verder alleen ooit tijdens de Dauphiné gezien, nieuwe ontdekkingen juich ik ook altijd toe. Het is iets nieuws, iets anders, dus ik ben blij met de finale van deze rit. Onderweg laat men kansen liggen, maar het slotstuk van deze rit is de moeite waard. Hopelijk hebben de renners er ook een beetje zin in. Als ze op de Noyer niets doen wordt het saai, maar de Noyer is dan wel weer lastig genoeg om te zorgen voor een fraaie koers.

Etappe 18: Gap - Barcelonnette - 18 juli

Deze rit is dan weer een beetje jammer. Het is uiteraard ook weer niet de bedoeling dat iedere rit van de laatste week een bergrit is, maar het is ook wel weer jammer om tussen Gap en Barcelonnette zo'n rit uit te tekenen. Een overdaad aan bergen hier, dan voelt een op het oog nietszeggende heuvelrit toch een beetje als een belediging. Vanuit Gap volgt er een lusje noordwaarts, tijdens deze lus pakken de renners een aantal niet al te spannende beklimmingen mee. Het is duidelijk geen rit voor de sprinters, maar de klimmetjes zijn niet lastig genoeg om de klassementsrenners uit hun kot te lokken. Dit wordt een vrij doodse rit die naar de vluchters zal gaan. Dat is gezien de overige etappes niet eens heel erg, maarja, gezien de omgeving wel. De Col de Manse komt voorbij, van een minder boeiende kant. De klim naar Saint-Apollinaire is nog wel aardig, maar daarna houdt het op. De Côte des Demoiselles Coiffees heeft een schitterende naam, voert door een schitterende omgeving, maar is niet schitterend. We rijden langs het Lac de Serre-Poncon af en de weg langs het meer is mooi, maar het klilmwerk is matig enerverend. Hier had ik liever de weg door het binnenland gezien, over de Col de Pontis. Dan hadden we nog een klim van negen kilometer aan 6% gehad, in plaats van een klim van zes kilometer aan 4%. Was het waarschijnlijk nog steeds geen dag voor de klassementsrenners, maar was het toch iets meer de moeite waard geweest. Het stuk daarna richting Barcelonnette, daar valt helaas weinig aan te doen. Weinig andere opties, behalve deze weg rechtdoor. De beste optie was nog steeds geweest om vanuit Gap rechtdoor zo snel mogelijk naar Barcelonnette te rijden en daarna aan het trio Allos-Champs-Cayolle te beginnen, maar we blijven extreem op onze honger zitten met deze etappe. Leuk voor de vluchters, en dat was het. Al moet je ook wel weer stellen dat de vluchters ogenschijnlijk niet veel kansen krijgen, deze rit vormt dus een cadeautje dat door veel renners uitgepakt zal willen worden.

Etappe 19: Embrun - Isola 2000 - 19 juli

Goed, dan een etappe waar ik - in isolement - weinig op heb aan te merken. Het drieluik Vars-Bonette-Isola2000 lag al heel lang op ons te wachten, eindelijk komt het er eens van. De start in Embrun zorgt er wel voor dat het even duurt voor we de voet van de Vars bereiken, klein minpunt, maar deze vlakke aanloop is te overzien. Vars is leuk, maar niet heel speciaal. Wel speciaal: de Bonette. In de Tour kwam ie voor het laatst in 2008 voorbij, toen wel van de andere kant. John-Lee Augustyn werd in één klap wereldberoemd door in het skoekeloen te duikelen, zijn fiets schijnt nog steeds ergens beneden te liggen. Het is een klim die we niet vaak zien omdat we überhaupt niet vaak in dit deel van Frankrijk te vinden zijn. De zuidelijke Alpen worden altijd volledig genegeerd. Volgens Gouvenou moeten we blij zijn met de Olympische Spelen, zonder die OS was de Tour niet in Nice geëindigd en als de Tour niet in Nice was geëindigd hadden we ook niet afgesloten met deze ritten in de Alpen. De Bonette keert eventjes terug, maar we hoeven er blijkbaar niet op te rekenen dat dit vaste prik gaat worden. De Bonette is een van de hoogst geasfalteerde wegen van Europa, volgens sommigen de hoogste, maar dat klopt uiteraard weer niet. In Oostenrijk schijnt er nóg hoger een weg te liggen. Enfin, hoog is het hoe dan ook. 2800 meter op de top van de Cime de la Bonette, dat alleen al gaat voor schade zorgen. Bijna 23 kilometer klimmen aan 7% op die hoogte, dat gaat heel leuk worden. De omgeving is ook leuk, de klim voert ons dwars door een maanlandschap, het donkergrijze puin is typerend voor de Bonette. Ook wel lollig: we komen eerst boven op de Col de la Bonette, daarna volgt er nog een extra lusje richting de Cime de la Bonette. Kom je daarna weer praktisch op dezelfde plek uit, om vervolgens aan een lange afdaling te beginnen. Na die lange afdaling volgt er ook nog een stuk door de vallei, waarna we gaan klimmen naar Isola 2000, de plek waar niemand minder dan Remco Evenepoel zijn hoogtestage voor de Tour heeft afgewerkt. Eigenlijk klimmen we hier terug naar Italië, een klein stukje voorbij Isola 2000 ligt de top van de Col de la Lombarde en op de top van die klim ligt ook de grens tussen Italië en Frankrijk. In de Giro van 2016 reden we toevallig ook nog over deze wegen, de laatste keer dat ze in koers te zien waren. Eindelijk de terugkeer, ik heb er zin in. Dit is een rit die ik op dezelfde manier uitgetekend zou hebben, een tien met een griffel voor Gouvenou. Als je enorm kritisch bent zou je wel kunnen stellen dat de klim naar Isola 2000 op zichzelf dusdanig lastig is met 16 kilometer aan 7% dat de renners geen gebruik gaan maken van de Bonette. Als je echt wil dat de Bonette een hoofdrol opeist had je er ook voor kunnen kiezen om aan het eind van de afdaling het stuk in de vallei te skippen en direct omhoog te gaan naar Auron, een ander skioord. Geen kilometers door de vallei en een slotklim van acht kilometer aan 6%. Dan had je de Bonette moeten gebruiken, nu bestaat er de kans dat de renners gaan wachten op de klim naar Isola 2000. Maar goed, zoveel lastige aankomsten bergop zijn er dit jaar niet, dus daarom valt er perfect te leven met deze rit. Het is alleen de vraag of deze rit werkt in samenhang met de volgende rit en de afsluitende tijdrit. Isoleer je de rit naar Isola 2000, dan is het een dikke 10. In combinatie met de andere ritten zou in de praktijk kunnen blijken dat het geen heel groot succes wordt. Maar hey, dan hebben we in ieder geval hoe dan ook de beelden nog! De Bonette gaat fraaie plaatjes opleveren. Net als Isola 2000 is het een klim die we bijna nooit zien, met het oog op de variatie ben ik ontzettend content met deze rit. Een voor de hand liggende combinatie van beklimmingen eigenlijk, maar soms kan dat heel mooi zijn om te zien. Vooral als het voor zo'n joekel van een klim als de Bonette alweer 8 jaar geleden is dat ie überhaupt is bedwongen. Werd tijd, hoog tijd.

Etappe 20: Nice - Col de la Couillole - 20 juli

Op de voorlaatste dag van de Tour gaan we kijken naar een korte, maar pittige bergrit. Een rit met beklimmingen die we vooral kennen van Parijs-Nice, in de Tour komen ze bijna nooit voor. De Tour is amper te vinden in de zuidelijke Alpen, de Mercantour slaan ze rustig over. Waar dat precies aan ligt is altijd maar de vraag. Te weinig bedden? Geen interesse? Te weinig geld? Aan dat laatste kan het niet liggen in een stad als Nice. Zo blijkt ook nu maar weer, na de Grand Départ van 2020 eindigt de Tour van 2024 in deze stad. De laatste rit zal er aankomen, de voorlaatste gaat er van start. In het beslissende weekend van de Tour beginnen we met een bergrit met daarin alleen maar mooie bergen.De eerste klim van de dag is de Braus, daar beginnen we gelukkig heel snel aan. Vroeger was dit een vaste klim in de Tour, de laatste jaren komen we er nooit meer. Het is nochtans een mooie en zware klim, er zit een zone vol haarspeldbochten tussen die de show gaat stelen. Van de Braus gaan we naar de Turini, de langste klim van de dag. Eentje die we beter kennen, de laatste jaren gezien in Parijs tegen Nice, maakte ook deel uit van de tweede rit van de Tour van 2020. Van een andere kant nu, een langere maar gemiddeld gezien makkelijkere kant. Toch zegt dat gemiddelde weinig, het wordt richting de top lastig genoeg. Terwijl we door een fraaie omgeving gaan fietsen, een omgeving die er tijdens Parijs-Nice misschien nooit zo denderend uitziet, maar nu in de zomer zal het beter zijn. Na een lange afdaling rijden we naar La Colmiane, een klim die we eveneens kennen van Parijs-Nice en de Tour van 2020. En van de MercanTour Classic, ook niet onbelangrijk. Dit is ook weer een mooie en lastige klim, maar niet de lastigste van de dag. Daardoor mogen we er blind vanuit gaan dat alles beslist zal worden op de slotklim, de Col de la Couillole. Een klim die slechts één (!) keer eerder voorkwam in de Tour, in 1975. Werd wel eens tijd dus voor de Couillole om terug te keren, al had ik nooit verwacht dat ze hem zouden gebruiken als slotklim. Even verderop ligt Valberg, een skioord. Daar finishen ligt veel meer voor de hand, ze hadden zomaar de aankomst van de MercanTour Classic van dit jaar kunnen kopiëren. Nog net even een uitloper na de Couillole, zodat je verder van de finish koers krijgt. Maar goed, niet dus, we stoppen op de top van de Couillole. Deden we vorig jaar in Parijs-Nice ook. In een etappe die verder een stuk simpeler was trok Pogacar aan het langste eind, hij klopte Gaudu en een onderpresterende Vingegaard min of meer in een sprintje bergop. In dat geval leverde de Couillole ondanks zijn 16 kilometer aan 7% vrij weinig op. Of dat nu anders gaat zijn? Het zal wel moeten, het is de voorlaatste kans voor de renners, de laatste kans voor de renners die niet van tijdrijden houden. De Couillole is een mooie klim, we gaan door een mooie omgeving omhoog, maar doordat het tamelijk gelijkmatig omhoog zal gaan aan 7% is het de vraag of dit een ideale klim is om het verschil te maken. Een paar stroken aan 8%, daar moet het verschil dan maar gemaakt worden. De klim naar Isola 2000 is qua lengte en gemiddelde stijging vergelijkbaar, dat maakt dit wel een beetje een vreemd duo. We missen deze Tour een écht zware aankomst bergop. Het is vooral vrij lang klimmen tegen doenbare gemiddeldes, valt op. Alsnog, dat we beklimmingen als de Braus, Turini en Couillole te zien krijgen in de Tour is heel mooi. Een applausje voor het feit dat we eindelijk eens serieus de zuidelijke Alpen verkennen. Koerstechnisch gezien had het een stuk beter gekund, maar ik kijk wel uit naar de beklimmingen van deze en de vorige rit.

Etappe 21: Monaco - Nice - 21 juli

Ik wil nooit een tijdrit op de laatste of voorlaatste dag zien. En al helemaal geen heuvelachtige tijdrit. Deze tijdrit is dusdanig lastig dat de kans bestaat dat er in de weken voordien angst in de benen kruipt. Niet teveel met de krachten smijten, want tijdens die tijdrit op de laatste dag kun je nog minuten verliezen. We zijn getuige van geschiedenis, de Tour eindigt een keer niet op de Champs-Élysées. Dat is uniek. In 2025 zijn we weer terug in Parijs en we zullen daar ook voor altijd blijven, dit is waarschijnlijk de enige keer ooit dat we niet in Parijs eindigen. Historie! Maar geen historie op de juiste manier. Ik had graag een rit in lijn gezien, vergelijkbaar met de laatste rit van Parijs-Nice. Een rondje over de Col d'Eze en dergelijke, dat was een prima afsluiter geweest. Dat rondje doen we nu ook, maar dan als tijdrit. En dat is dan weer niet goed. Deze tijdrit kan de koers blokkeren, zoals we tijdens de Giro van vorig jaar zagen. Als ze al voor een tijdrit hadden gekozen dan had deze tijdrit makkelijker moeten zijn. Geen Col d'Eze, in dat geval. Ze willen het op deze manier spannend houden tot het eind, maar als je daarmee je eigen koers verlamt en er voor zorgt dat er op voorhand geen spanning is, is dat het dan waard? Naar mijn zeer bescheiden mening niet. Maar goed, oké, we weten allemaal dat Pogacar tegen deze tijd vijf minuten voorsprong heeft en dat ie nu nog eens drie minuten pakt. Leuk, boeken toe. Nee, serieus jongens, een tijdrit op dit moment in de koers, niet doen, nooit doen. De lengte is goed en het parcours zou goed zijn als het halverwege de koers had gelegen. Nu aan het eind is dit niet best. Geen fan van deze afsluiter. Hoewel ik wel fan ben van het feit dat we een keer niet in Parijs zijn. Voor het eerst sinds 1989 afsluiten met een tijdrit en voor het eerst sinds 1904 geen einde in Parijs, dit is er eentje voor de geschiedenisboeken.

Tot zover het parcours. Een aantal unieke elementen, zoals een start in Italië, een gravelrit onderweg en een einde in Nice, maar al bij al niet mijn favoriete parcours. Het begin in Italië mag er zijn, maar daarna komt er toch redelijk veel rommel voorbij. Vrij veel vlakke ritten, vrij weinig goede heuvelritten, en vooral een oneindige hoeveelheid bergritten aan het eind. Van de laatste acht ritten eindigen er vijf bergop, ik bedoel maar. Wie recent de Ronde van Zwitserland heeft gezien weet dat dit ernstig onleuk kan zijn. Twee tijdritten is in principe wel prima, al is een tijdrit op de laatste dag nooit zo'n succes. We komen onderweg enkele spaarzame hoogtepunten tegen, zoals de terugkeer van de Bonette, maar of dat genoeg is om heel enthousiast te worden? Natuurlijk wel, want het blijft de Tour. Ik heb er zin in, jongens. Wat jullie? Weg met het voetbal, laat de koers beginnen.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_214026376
Jankerd
pi_214031780
Ik vind eigenlijk ook, net als RR, dat de eerste etappe niet in de Tour thuis hoort Je trekt vanuit Florence naar het oosten richting Adriatische kust. Dat is zo Giro.

Ik verwacht juist veel van de vierde etappe met die gestage lange klimmen. Er gaan een paar renners goed tegenvallen, wat het juist interessant maakt.

De laatste dag een tijdrit lijkt mij wel spannend. Ik denk aan Jan Janssen in 1968, aan Greg Lemond in 1989 en aan onze Tom Dumoulin in 2017.
pi_214031880
Grappig. De Spelen beginnen op 26 juli, terwijl de tour op 21 juli eindigt. Dus waarom niet gewoon in Parijs eindigen? In ieder geval pakt het nu beter uit, maar de laatste 2 etappes hadden beter in omgekeerde volgorde gepland kunnen worden.

Sowieso is Parijs vanwege de grote afstand tot welk gebergte dan ook niet echt geschikt om de tour te laten eindigen, echter wel om te laten beginnen. Honderden kilometers rondom de stad bijna alleen maar vlak gebied, kun je mooi een paar vlakke etappes plannen. Zijn we daarvan af.
  maandag 24 juni 2024 @ 13:32:08 #5
8252 mvdejong
Home is where the cat is.
pi_214032485
quote:
Ook dat is een unicum, voor het eerst sidns 1989 eindigt de ronde niet met een optocht. Kortom, nu al een speciale Tour.
Dat is wel apart, het trauma dat de Franse wielerwereld opliep doordat in deze slotetappe "Le Professeur" Laurent Fignon alsnog uit zijn gele trui werd gereden door Greg Lemond heeft nog lang zijn effecten gehad. En dat doordat Fignon nog niet voldoende getraind had met een triathlon-stuur om het te durven gebruiken.

[ Bericht 8% gewijzigd door mvdejong op 25-06-2024 09:14:39 ]
Sam the American Eagle : You, sir, are a demented, sick, degenerate, barbaric, naughty freako!
Alice Cooper : Why, thank you!
Sam the American Eagle : Freakos: One. Civilization: Zero.
pi_214039399
Mooie voorbeschouwing. Toch moet ik zeggen dat ik echt wel wat verwacht van etappe 15 (op de Franse feestdag). Ik zou het ook wel de koninginnerit durven te noemen. Inderdaad het zwaartepunt wel teveel in het slot en teveel sprintetappes.
pi_214059186
Ik moet zeggen dat ik weinig verwacht van de openingsweek. Minder dan de meesten. Hoewel Pogacar het vrijwel zeker gaat proberen, hij moet wel, wetende dat zijn tegenstanders mogelijk niet in topvorm aan de Tour beginnen.
Mja
  woensdag 26 juni 2024 @ 14:38:24 #8
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_214059216
Hoe vaker ik het parcours bekijk, hoe minder ik fan ben eigenlijk. Er zijn toch wel net te veel biljartlakens en bovendien onvoldoende verspreid, zodat er waarschijnlijk halverwege de derde week heel veel sprinters uitstappen. De Champs-Elysees wordt node gemist. Gelukkig is het eenmalig.
pi_214059329
quote:
0s.gif Op woensdag 26 juni 2024 14:35 schreef TAmaru het volgende:
Ik moet zeggen dat ik weinig verwacht van de openingsweek. Minder dan de meesten. Hoewel Pogacar het vrijwel zeker gaat proberen, hij moet wel, wetende dat zijn tegenstanders mogelijk niet in topvorm aan de Tour beginnen.
Ik verwacht juist heel veel van de eerste vier etappes. dat er daarna in de tweede week vlakkere etappes zijn, vind ik niet erg.

quote:
0s.gif Op woensdag 26 juni 2024 14:38 schreef DecoAoreste het volgende:
Hoe vaker ik het parcours bekijk, hoe minder ik fan ben eigenlijk. Er zijn toch wel net te veel biljartlakens en bovendien onvoldoende verspreid, zodat er waarschijnlijk halverwege de derde week heel veel sprinters uitstappen. De Champs-Elysees wordt node gemist. Gelukkig is het eenmalig.
Jasper Philipsen had al gezegd, dat de sprinters die niet meer meedoen om de groene trui, dat die wel gaan afstappen in Pau. Op zich is dat ook niet erg.
  woensdag 26 juni 2024 @ 20:38:08 #10
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_214063435
quote:
0s.gif Op woensdag 26 juni 2024 14:51 schreef Idisrom het volgende:

[..]
Jasper Philipsen had al gezegd, dat de sprinters die niet meer meedoen om de groene trui, dat die wel gaan afstappen in Pau. Op zich is dat ook niet erg.
Geen ramp, wel een beetje matig. Ik zie ze liever nog één keer volle bak gaan op de slotdag.

Sowieso vind ik wel wat van renners die om tactische redenen niet uitrijden. Als je valt of ziek wordt, oké...
  vrijdag 28 juni 2024 @ 08:03:21 #11
68638 Zwansen
He is so good it is scary...
pi_214076154
quote:
0s.gif Op maandag 24 juni 2024 12:10 schreef Boezeidekoe het volgende:
Grappig. De Spelen beginnen op 26 juli, terwijl de tour op 21 juli eindigt. Dus waarom niet gewoon in Parijs eindigen? In ieder geval pakt het nu beter uit, maar de laatste 2 etappes hadden beter in omgekeerde volgorde gepland kunnen worden.

Sowieso is Parijs vanwege de grote afstand tot welk gebergte dan ook niet echt geschikt om de tour te laten eindigen, echter wel om te laten beginnen. Honderden kilometers rondom de stad bijna alleen maar vlak gebied, kun je mooi een paar vlakke etappes plannen. Zijn we daarvan af.
Ik reed een paar weken geleden langs/door Parijs en toen zag je dat er bijvoorbeeld overal al rijstroken gereserveerd waren voor de OS. Vijf dagen voor de OS is alles al helemaal in het teken van dat evenement en ik snap dat de Tour daar echt niet bij past.
pi_214123651
quote:
7s.gif Op vrijdag 28 juni 2024 08:03 schreef Zwansen het volgende:

[..]
Ik reed een paar weken geleden langs/door Parijs en toen zag je dat er bijvoorbeeld overal al rijstroken gereserveerd waren voor de OS. Vijf dagen voor de OS is alles al helemaal in het teken van dat evenement en ik snap dat de Tour daar echt niet bij past.
Dus 5 dagen voor de officiële opening beginnen de voorrondes koekwerpen en discushappen al?
pi_214183527
Etappe 20 vandaag gereden tijdens l'etape du Tour, koekoek wat een rit _O_
Jack does it in real time...



quote quotesplits me

Omdat je een nieuwe gebruiker bent willen we je erop wijzen dat het niet is toegestaan reclame te maken of FOK! te gebruiken voor commerciële doeleinden. Blijf ontopic en wees aardig voor je medeFOK!kers.
smilie   Pagina 1 / 1
Let op: Met het plaatsen van een bericht verklaar je akkoord te gaan met onze algemene voorwaarden van 27-05-2020, privacy policy van 27-05-2020 en Policy
abonnement Unibet Coolblue
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')