Sinds 1986 loopt Herman Brusselmans, zoals hij het zelf omschrijft, rond met haar tot aan zijn kont. Dus besloot de 65-jarige schrijver na al die tijd de schaar erin te zetten.
Zijn opvallende kapsel was kenmerkend voor Brusselmans. De laatste jaren een tintje grijzer, maar nog altijd lang. In zijn column voor Humo vertelt de schrijver dat hij zijn lange lokken zat was. „Mijn haar was dof, zo dood als een pier. Het brak af langs alle kanten”, vertelt hij na de knipbeurt. „Het hing er ook al 37 jaar, hè.”
Het vraagt ook wat onderhoud, zo’n kapsel. „Het was altijd zoveel werk, dat wassen en conditioner gebruiken.” Daarnaast zag zijn zoontje Ramon, geboren in februari, zijn haar als iets om mee te spelen. „Mijn zoontje pakte altijd mijn haar vast en zijn vuistjes zaten dan vol. Laatst dacht ik: oké, nu ben ik het echt beu. Gisteren is het geknipt. Ik zie er helemaal anders uit nu, het voelt wel wat raar. Maar het is veel beter, frisser ook. En misschien word ik nu wat minder snel herkend en aangesproken.”
Raakt hij zo niet zijn imago kwijt, zonder zijn lange lokken? Het kan hem weinig schelen. „Ik ben altijd iemand geweest die helemaal geen imago wil. Ik ben immers altijd mezelf, zoals de uitdrukking luidt.” Of in het Brusselmans: „Fuck het imago.”
(
https://www.telegraaf.nl/(...)zo-dood-als-een-pier)