abonnement bol.com Coolblue
  Moderator maandag 4 juli 2022 @ 14:31:40 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_205235063
Etappe 4: Dunkerque - Calais, 171,5 km

De laatste rit in Denemarken was ook meteen de saaiste rit. Dat begon al meteen vanuit het vertrek, want alleen Magnus Cort had zin om in de ontsnapping van de dag te zitten. In z'n eentje mocht hij bijna de hele dag voor het peloton uit gaan rijden, wat eigenlijk alleen voor hemzelf en het Deense publiek leuk was. De Denen waren ook nu weer massaal op komen dagen en konden hun Magnus uitgebreid toejuichen, die ongestoord zijn act kon opvoeren. Nog een paar bergpunten erbij, hoera. Ruim op tijd werd Cort weer ingerekend, waarna we gingen toewerken naar de massasprint. Geen regen, geen wind, dus een normale massasprint. Eerste dagen van de Tour, dus wel met een aantal valpartijen. De belangrijkste valpartij viel te noteren ter hoogte van de Dybbøl Mølle, waar de Derde Duits-Deense Oorlog werd uitgevochten. Ditmaal met enkele huurlingen uit Bahrein, die massaal sneuvelden. De veldslag op de Düppeler Schansen vond dusdanig dicht bij de finish plaats dat renners als Caruso, Haig en Teuns het niet meer voor elkaar kregen om op tijd terug te keren. Ook Meintjes, Guillauma Martin en Froome kregen 39 seconden aan hun broek, dus eigenlijk stelt het niet veel voor. Niet de meest relevante renners, niet de meest relevante achterstand. Na een technische doortocht in Sønderborg werd het in de laatste kilometers wat makkelijker, al was die laatste bocht op 800 meter van het eind niet onbelangrijk. Daar liet Fabio Jakobsen het liggen, al werkte de renner van Intermarche voor hem ook niet echt mee. Jakobsen zat na de bocht te ver en kwam niet echt meer aan sprinten toe. Van Aert wel, die ging heel vroeg aan en leek even op weg naar de zege, tot Groenewegen hem als een duveltje uit een doosje aan het eind nog nét wist te passeren. Van Aert had beter wat langer in het wiel van Laporte kunnen blijven zitten, maar van de andere kant is de cirkel nu wel rond. Eerst een zege voor Jakobsen en daarna een zege voor Groenewegen, alsof het zo bedoeld is. Allebei hebben ze op hun eigen manier veel schade opgelopen door het voorval in Polen en allebei doen ze hier een poging om dat hoofdstuk af te sluiten. Beide carrièress hadden voorbij kunnen zijn, in plaats daarvan winnen ze nu allebei een rit op het allerhoogste niveau en op het grootste podium. Knap, niets dan lof. Van Aert werd voor de derde dag op rij tweede, niet slecht voor iemand die zogenaamd een week geleden nog kampte met een knieblessure. Philipsen zowaar derde, weer een mooie ereplaats erbij voor de collectie. Een ontzettend boze Sagan werd vierde, hij vond dat Van Aert van zijn lijn afweek. Dat was ook wel zo, Van Aert sprintte niet helemaal rechtdoor, maar heel schokkend vond ik zijn manoeuvre ook weer niet. Het zorgde er wel voor dat Sagan niet voluit kon gaan, en in zijn spoor zat Ewan, die voor de tweede dag op rij niet zijn ding kon doen. Ook Ewan was boos, dat zien we natuurlijk graag. Nouja, goed, flopshow verder. De zakken van ASO zijn mooi gevuld, maar voor een tijdrit en twee massasprints hoef je niet het hele circus naar Denemarken te verplaatsen. Nu mogen de renners met het vliegtuig terug naar Frankrijk, terwijl de rest karavaan 900 kilometer in de auto mag afwerken. Kan in deze tijden natuurlijk helemaal niet meer, hè. Je zou bijna begrijpen waarom bepaalde steden helemaal niet meer op dit vervuilende Tourcircus zitten te wachten. We hebben genoten van het Deense publiek, verder was dit toch wel zo'n beetje de meest nutteloze Grand Départ ooit. Een zege voor Lampaert in de tijdrit en twee Nederlandse zeges in de massasprint. Drie keer Van Aert tweede, met veel kans op meer ereplaatsen in de komende dagen. Overigens: ooit was er een periode, tussen 2005 en 2014, dat Nederlanders exact 0 ritten wisten te winnen. Sinds die jaren wordt het vlaggetje wel verwend, praktisch ieder jaar winnen WE meerdere ritten. Nu alweer twee dus, na drie dagen.

Een goede Tour voor de lage landen tot nu toe, ofschoon we nog geen moment naar een interessant schouwspel hebben zitten te kijken. Wellicht wordt de Tour wél leuk nu we ons voor het eerst in Frankrijk bevinden. Na de rustdag gaan we van Duinkerke naar Calais fietsen, een rit met wat klimmetjes, maar toch vooral een rit die ook zomaar kan eindigen in een massasprint. Daarna is het al tijd voor de kasseienrit, een rit die toch haast een garantie biedt op spektakel en nare valpartijen. Dan de heuvelrit naar Longwy, de gimmickaankomst op La Super Planche des Belles Filles en dan zitten we alweer in het volgende week. Een aankomst heuvelop in Lausanne en na een start in Aigle sluiten we de week af in Chatel. Nog één eventuele massasprint, direct na de rustdag, daarna zijn we voorlopig van die parodieën op coureurs af.




Als de hele Tourkaravaan niet te erg is opgehouden door de terrorboeren in Nederland gaan we van start in Duinkerke, door de Fransen ook wel Dunkerque genoemd. Dit is een stad in, jawel, Frankrijk, in de regio Hauts-de-France, aan de grens met België. De gemeente telt ongeveer 87.000 inwoners. Duinkerke is een onderprefectuur van het Noorderdepartement (Département du Nord) en de hoofdplaats van het gelijknamige arrondissement, dat ongeveer overeenkomt met de Franse Westhoek. Duinkerke ligt aan de Noordzee (tussen de Opaalkust en de Vlaamse Duinenkust); de haven is de op twee na grootste van Frankrijk, na die van Marseille en Le Havre. Per jaar wordt tussen de 40 en 50 miljoen ton lading in de haven overgeslagen. Duinkerke dankt zijn naam aan een kerk die in de 9e eeuw gebouwd werd in een vissersdorp. Graaf Boudewijn III van Vlaanderen liet rond 960 de eerste vestingmuren optrekken. In de 12e eeuw kreeg de plaats stadsrechten. De haven bloeide op door de handel tussen Vlaanderen en Engeland. Rond 1400 werden nieuwe stadsmuren gebouwd waarvan de toren de Leughenaer het enige overblijfsel is. In de 14e eeuw volgde de bouw van een dagmerk (een toren gebouwd op het land, die als een hulpmiddel dient bij het navigeren door schippers), dat het belfort zou worden, en van de gotische Sint-Eligiuskerk. De stad heeft een rijke geschiedenis, zo opereerden vanuit deze stad tijdens tal van oorlogen, zoals de Tachtigjarige Oorlog en de Spaanse Successieoorlog de Duinkerker Kapers. Dat waren me nogal een schobbejakken, die overigens zeker niet aan de zijde van de Fransen opereerden. Duinkerke heeft sowieso pingpong gespeeld, de stad hoorde ooit toe aan het Engelse Gemenebest, om maar wat te noemen. In latere tijden hoorde het dan wel weer bij Frankrijk, waarna mijn grote vriend Vauban hier passeerde om een vesting op te laten trekken. De kapers verdwenen uiteindelijk uit Duinkerke en toen ging men op zoek naar andere bronnen van inkomsten, zoals de slavenhandel. Nee, kies volkje heeft er hier altijd wel gewoond hoor. In latere tijden waren er in de stad meerdere scheepsbouwers actief, nog wat later speelde Duinkerke tijdens beide wereldoorlogen een rolletje. Gedurende de Eerste Wereldoorlog speelde Duinkerke een belangrijke rol in de bevoorrading van de geallieerde troepen en werd de stad meermalen gebombardeerd door Duitse zeppelins en lange-afstandskanonnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad vooral bekend vanwege een gebeurtenis die is verfilmd. Mensen die de film Dunkirk hebben gekeken weten wellicht waar het over gaat, al was het bepaald geen memorabele film en kan ik me prima voorstellen dat iedereen de inhoud alweer is vergeten. De Slag om Duinkerke, tevens bekend als de evacuatie uit Duinkerke, was een militaire operatie in de omgeving van de Noord-Franse stad Duinkerke tussen 27 mei en 4 juni 1940. Van het Britse Expeditieleger wisten 218.226 man samen met 123.095 Fransen een Duitse omsingeling te ontvluchten tijdens de Slag om Frankrijk. Dat was geen makkelijke vlucht, bleek wel uit de film. De stad werd gedurende deze episode bijna volledig verwoest en door de Duitsers tot een vesting omgebouwd. Bij de bevrijding van Frankrijk in 1994 bleef de Festung Dünkirchen, net als sommige andere Franse kuststeden, in Duitse handen, deels beschermd door de overstroomde polders in de omgeving. Pas op 9 mei 1945 (een dag na de officiële capitulatie van Duitsland) gaf het Duitse garnizoen zich over. De verwoestingen waren zo zwaar dat slechts een derde van de ca. 30.000 inwoners meteen kon terugkeren. Duinkerke moest vrijwel volledig opnieuw worden opgebouwd. Een groot deel van zijn historisch erfgoed, zoals de meeste vestingwerken van Vauban, ging verloren. Sad, heel sad. Nadien werd de boel uiteraard weer opgebouwd en zelfs uitgebreid, vooral dankzij de uitbouw van de haven.



Dat we ons aan de grens met België bevinden zal niemand ontgaan. Een deel van het Vlaamse verleden is ook nog merkbaar in de stad, vooral omdat er in het lokale taalgebruik nog wat Frans-Vlaamse woorden worden gebruikt. Ook sommige gebouwen dragen nog een Vlaamse naam, zoals de Tour du Leughenaer, een mooie combinatie van Frans en Vlaams. De stad heeft een aantal bezienswaardigheden, zoals het standbeeld van Jan Baert. Dat was een Vlaamse Duinkerker kaper, die gedurende zijn leven blijkbaar 386 schepen veroverde en ook nog een tijd diende onder Michiel de Ruyter. Het stadhuis zou de moeite waard moeten zijn, net als het Belfort van de Sint-Elooiskerk, hierboven te zien. Tegenover dat belfort staat de kerk, die op zichzelf ook niet lelijk is. De eerder genoemde Tour du Leughenaer is als we heel eerlijk zijn ook wel de moeite waard, net als de lokale vuurtoren. Dan is er ook nog de stedelijke begraafplaats van Duinkerke, waar zich meer dan 1800 Franse oorlogsgraven uit WOI bevinden, en meer dan 1000 Britse graven uit beide wereldoorlogen. Bij de begraafplaats staat het Dunkirk Memorial, een Brits monument voor meer dan 4500 gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog zonder gekend graf. Dan hebben we nog een aantal musea, zoals het Havenmuseum van Duinkerke en een lokaal Museum voor Schone Kunsten. Toch is het hier niet allemaal schoon, want de stad kent veel zware industrie, onder meer dankzij een aantal ijzer- en staalfabrieken. De stad vormt ook de thuisbasis van een van de grootste wielerparadoxen op aarde. Jaarlijks wordt door deze regio de Vierdaagse van Duinkerke verreden. Je zou verwachten dat deze koers vier dagen duurt, maar niets is minder waar. Ooit, lang geleden, zal deze koers inderdaad vast een dag of vier hebben geduurd, maar sinds de eeuwwisseling heeft de koers altijd vijf of zes dagen geduurd. In 2020 en 2021 duurde de koers dankzij corona dan weer welgeteld nul dagen, maar dit jaar zijn we weer getuige geweest van een zesdaagse Vierdaagse van Duinkerke. Tijdens dit rondje rijden de renners door de hele Franse Westhoek, dit jaar kwamen ze zelfs in Roubaix uit. Dit jaar ging de eerste rit van start in Duinkerke, maar kwamen we pas op de zesde en laatste dag weer aan in de stad die haar naam geeft aan de koers. In de straten van Duinkerke won Gerben Thijssen de sprint voor Hugo Hofstetter en Lorrenzo Manzin, het is maar dat u het weet. In 2019 won Mike Teunissen dan weer in deze stad, voor Groenewegen. Andere winnaars in de nooit vier dagen durende Vierdaagse in Duinkerke zijn onder meer Bradley Wiggins, Mark Cavendish, Thor Hushovd, Kenny van Hummel, André Greipel, Marcel Kittel en de nordist Adrien Petit. Een indrukwekkend rijtje, en Kenny van Hummel dus. Ook de Tour de France is met enige regelmaat gepasseerd in Duinkerke, vooral in het verleden. Het is alweer van 2007 geleden dat er een rit van start ging in deze stad. Een paar jaar eerder, in 2001, vond het Grand Départ dan wel weer plaats in Dunkerque. Een proloog in en rond de havenstad werd gewonnen door... Christophe Moreau! Hij was drie seconden sneller dan Igor Gonzalez de Galdeano, vier seconden sneller dan Lance Armstrong en Jan Ullrich eindigde op zeven tellen op de vierde plaats. Namen, hoor. Dat Jeroen Blijlevens in de Tour van 1995 een rit van 264 met aankomst in Dunkerque won voegen we er ook nog even aan toe en dan hebben we inmiddels wel genoeg kennis verzameld over deze havenstad.



De rit gaat officieus van start aan de kust, op het Plage de Malo-les-Bains. Tijdens de neutralisatie rijden de renners een rondje door Duinkerke, waarna de rit net buiten Leffrinkhoeke, ook wel Leffrinckoucke, officieel van start zal gaan. De eerste officiële kilometers van de rit zijn vrij bochtig, in de eerste 10 kilometer tot aan Bergues moet er flink gedraaid en gekeerd worden, terwijl de renners over wegen rijden die breed genoeg zijn. De omgeving is typisch Noord-Frans, de dorpjes zijn lelijk en de boeren domineren het landschap. Áls het waait, is ook dit een interessante rit, dus gaat het net waaien. Open terrein genoeg, bijna alleen maar akkers in deze regio. In de buurt van de kust, dus kans op wind, maar die vlieger gaat letterlijk niet op. Heel wat bochten en onooglijke dorpjes later bereiken we Bergues, waar de passage in het centrum ook nog een technische passage volgt. Bergues wordt ook wel Sint-Winoksbergen genoemd, dit soort tweetalige regio's zorgen altijd voor een hoop vraagtekens. Fraaie stadsmuur wel in Sint-Winoksbergen, en een bijna perfecte cirkel in het centrum, die de renners voor de helft afwerken. Buiten het centrum rijdt men door de Porte de Cassel, een kicken stadspoort. De weg wordt hier bijzonder smal en onder de poort liggen zelfs een paar kasseien, alvast een voorproefje op de volgende rit. Prima plaatsje wel, met een hoop geschiedenis. In de dertiende eeuw maakte Sint-Winoksbergen als bloeiende handelsstad deel uit van de Vlaamse Hanze van Londen. Op de 22 meter hoge Groenberg bevond zich van 1022 tot de Franse Revolutie (1789) de voor het graafschap Vlaanderen en het bisdom Terwaan belangrijke Abdij van Sint-Winoksbergen. Noem het maar niks, allemaal. Een groot deel van de vestingwerken is goed bewaard gebleven, dat levert zulke plaatjes op:



Dat we door de Porte de Cassel rijden zegt ook iets over onze bestemming, als we de technische passage in het centrum en de poort hebben gehad volgt er buiten de stad een stuk rechtdoor van liefst negen kilometer. Onderweg komen we een rotonde tegen, buiten dat gaat het steeds rechtdoor over een brede weg, in eerste instantie naar Wormhout. Veel open terrein, nu nog wind. Als we Wormhout bereiken krijgen we in het centrumpje van dit dorpje met de fascinerende naam met twee bochten te maken, waarna we buiten de bebouwde kom nog eens praktisch negen kilometer rechtdoor gaan fietsen over een brede weg. Dwars door Franse velden gaan we rechtdoor op weg naar Cassel, waar we de vlakte even achter ons gaan laten. Vlak voor we Cassel, of in het Nederlands Kassel, bereiken, slaan we rechtsaf en fietsen we ineens over een weg vol kasseien. Deze weg begint vervolgens omhoog te lopen, we beginnen aan de wereldberoemde Mont Cassel, ook wel bekend als de Kasselberg. De Côte de Cassel, de naam waar de organisatie voor kiest, is 1,7 kilometer lang. Een klimmetje van de vierde categorie, het gaat aan 4,2% omhoog. Geen lastige klim qua stijgingspercentages, het wordt uitdagend door de kasseien. Die liggen er niet eens zo slecht bij, maar toch, het is geen asfalt. Bijna boven rijden we onder een poort door, slaan we rechtsaf en bevinden we ons in het centrum van Cassel. Hier ligt ook meteen de top van de klim, na 30,7 kilometer koers. De Kasselberg (Frans: Mont Cassel) is een getuigenheuvel (een min of meer geïsoleerde, erosiebestendige heuvel of heuvelcomplex in een verder relatief vlak landschap) in de Franse Westhoek, in het Franse Noorderdepartement. De heuvel is met 176 meter de hoogste van de Westhoek. Op de top van de heuvel ligt de stad Kassel. Een wereldberoemde klim, want de koers passeert hier regelmatig. De Kasselberg maakte in het verleden met enige regelmaat onderdeel uit van Gent-Wevelgem. In deze koers, dit jaar gewonnen door Biniam Girmay (ha, is het me toch gelukt om hem in deze voorbeschouwingen te verwerken), maakt men nogal eens een uitstapje naar Frankrijk. Kassel is al een paar jaar niet meer voorgekomen in die koers, voor het laatst in 2015, maar in het verdere verleden zat de Kasselberg soms wel twee keer in het parcours en in 1994 en 1995 moest men naar het schijnt zelfs vier keer over de kasseien van deze klim. De Tour is hier ook wel eens gepasseerd, voor het laatst in 2014. Daarnaast speelt de Kasselberg vooral een belangrijke rol in de Vierdaagse van Duinkerke, jaarlijks is er een aankomst in Kassel en daar wordt de ronde vaak beslist. In 2019 won Mike Teunissen hier, Jumbo domineerde toen dat rondje. Dit jaar was dan weer de buitengewoon sympathieke en in het peloton enorm populaire Gianni Vermeersch aan het feest. Een lokaal rondje met een keer of acht de Kasselberg onderweg, de enige manier om hier in het vlakke land voor wat tijdsverschillen te zorgen. Andere winnaars in Kassel, op de Kasselberg, zijn onder meer André Greipel, Xandro Meurisse, Omar Fraile, Zdenek Stybar en Thomas Voeckler. Verschillende soorten renners kunnen hier winnen, zo lastig is die hele berg dus ook weer niet. Maar het ziet er wel leuk uit en Cassel zelf mag er ook zijn. Nog even wat Vlaamse propaganda en dan verlaten we dit toeristische plaatsje weer. Omdat de Kasselberg omwille van haar strategische ligging in het verleden het strijdtoneel is geweest van drie voor het Graafschap Vlaanderen zowel staatkundig (politiek) als taalkundig historische veldslagen, wordt de heuvel in Vlaams-nationalistische kringen ook wel eens de "Heilige Berg van Vlaanderen" genoemd. En dat in Frankrijk, toe maar.



Na de bergsprint rijden we dwars door het centrum van Cassel, waar ook nog steeds stenen liggen. Buiten het centrum komen we weer op een asfaltweg terecht, waarna we beginnen aan een afdaling. De afdaling is eigenlijk lastiger dan de klim, het gaat vrij steil naar beneden en de renners komen kort achter elkaar een hoop bochten tegen. Brede asfaltweg, dus dat zou moeten helpen om veilig beneden te geraken, maar goh, echt een lekker slingerwegje. Beneden rijden de renners een tijd rechtdoor over een vlakke weg langs Bavinkhove. Goede namen in deze regio, alle Vlaamse varianten zijn ook echt Vlaamser dan Vlaams. Okselare, ik noem maar wat. Een ruraal stukje Vlaanderen Frankrijk, dus blijft het een samenspel van stallen, weilanden, akkers en spuuglelijke dorpjes. Voorbij Bavinkhove gaat het zes kilometer volledig rechtdoor, daarna slaan we voorbij de kerk in La Nieppe rechtsaf en gaan we op weg naar Saint-Omer. Een vrij non-descripte weg van 10 kilometer, in dit stuk van de rit zal weinig gebeuren. Wat meer bossen hier, maar dan heb je het wel gehad. Een minigrot van Lourdes onderweg, het lokale bedevaartsoord. Voor we Saint-Omer bereiken rijden de renners ook nog even door Klaarmares, of Clairmarais in het Frans. Na 50 kilometer komen we vervolgens uit in Saint-Omer, ook wel Sint-Omaars. In deze stad treffen we naast de nodige bochten ook de ruïnes van de Abdij van Sint-Bertinus aan. In en rond de stad liggen ook de moerassen van Klaarmares, een kicken natuurgebied hoor. In Saint-Omer werd Arnaud Demare in 2017 Frans kampioen, terwijl er in de Tour van 2001 een rit van start ging in de stad. Na de bochtige en dankzij een aantal aanwezige kasseien technische passage in het centrum van Sint-Omaars gaan we buiten de stad op een vrij rechte manier op weg naar de tussensprint van de dag, die vrij vroeg zal volgen. Via dorpjes als Longuenesse en Wisques fietsen we naar Lumbres, waar na 63 kilometer die tussensprint volgt. In en rond Wisques loopt de weg een tijd vals plat omhoog, meer valt er eigenlijk niet te melden. Continu brede en rechte wegen, hooguit een keer een rotonde tussendoor. Veel bomen, af en toe een paar open velden en in Wisques staat een abdij. Setques hebben we ook nog, daar beschikken ze over een witte kerk. Heb je ook meteen alles mee gezegd, in dit dorpje rijden we in licht dalende lijn verder naar Lumbres, waar het nieuws ook niet te halen valt. Volgens Wikipedia zijn er wel wat highlights, zoals de kerk van St. Sulpice uit de 17e eeuw, het Château d'Acquembronne uit de 14e eeuw en een aantal watermolens, maar ik hou het op de halve abdij van Saint-Omer.



Na de tussensprint slaan we in het centrum van Lumbres linksaf, waarna we via een smallere weg naar de lokale witte kerk fietsen. Een boog om de kerk heen en dan gaat het verder naar Elnes, over een vrij rechte, vlakke en brede weg. Voorbij Elnes blijft het nog een paar kilometer vrij recht, breed en vlak, maar de volgende officiële klim gaat zich nu snel aandienen. Tussendoor rijdt men ook nog even door Wavrans-sur-l'Aa, maar het is lastig om de dorpjes te onderscheiden. Allemaal zijn ze even lelijk en nietszeggend. Remilly-Wirquin onderscheidt zich door een bocht naar links, waarna het peloton begint aan een klimmetje van de vierde categorie. De Côte de Remilly-Wirquin, originele naam, is 1,1 kilometer lang, gemiddeld gaat het aan 6,8% omhoog. Nog best een serieus bultje dus, maar aangezien we na 72 kilometer bovenkomen, op 100 kilometer van het eind, wordt hier het verschil niet gemaakt. Een brede weg omhoog in het boerenland, het broekje blijft aan. Boven op de klim staan een aantal windmolens, want het terrein is hier volledig open. Goede locatie, kunnen we niks van zeggen. Na de klim is het een tijdje zo goed als vlak, waarna na een bocht naar rechts een niet al te lastig afdalinkje van twee kilometer richting Bellinghem volgt, waar toch gewoon een Jeroen hoort te wonen. Het gaat rechtdoor richting dit dorpje, dus dat stelt niets voor. Eenmaal in Bellinghem pakken we een paar bochten mee en beginnen we aan een glooiend deel van het parcours met in vijf kilometer tijd drie korte knikjes omhoog en omlaag. Stelt niet veel voor, een keer een kilometertje omhoog aan 4%, meer dan dat is het niet. Wel een bochtig deel van het parcours, dat is haast interessanter dan het werk omhoog en omlaag. Paar passages in boerendorpjes tussendoor, veel landelijker dan deze regio wordt het niet. Ter hoogte van Cléty slaan de renners linksaf en bereiken ze een bredere en rechte weg, die om te beginnen vier kilometer zo goed als vlak zal zijn. Ze rijden langs Ouve-Wirquin en merken dat in de buurt van dit plaatsje de weg omhoog begint te lopen. Bijna twee kilometer aan 5%, had best een etiketje op mogen worden geplakt. Volledig open terrein, rechtdoor omhoog. Na het klimmetje gaat het een halve kilometer rechtdoor naar beneden, alvorens we beginnen aan een stuk van drie kilometer vals plat omhoog. Aan het eind van deze weg slaan we ter hoogte van Friterie chez Bertrand rechtsaf, waarna de volgende officiële klim dichtbij is. De weg loopt een kilometer of vier lichtjes naar beneden, in het begin amper merkbaar. Naderhand komen we uit bij een heuse haarspeldbocht, jeetje. Voorbij die bocht fietsen we rechtdoor Nielles-lès-Bléquin binnen, waar in het centrumpje na een bocht naar rechts de Côte de Nielles-lès-Bléquin begin. Het gaat 1,1 kilometer omhoog aan 7,7%, dat mogen we bijna een muur noemen!




De klim wordt ook wel Mont Bart genoemd, het is een heerlijk slingerende klim, terwijl we ondertussen ook nog onder de spoorbrug door mogen fietsen. De Rando-Rail loopt hier, zo'n spoorlijntje waar je met een karretje overheen kunt fietsen. Op de top van dit klimmetje van vierde categorie hebben de renners 97 kilometer afgewerkt. Na de klim is het even vlak, voor er een korte afdaling van een kilometer volgt, met een drietal listige bochtjes onderweg. Vervolgens is het een kleine vier kilometer zo goed als vlak, terwijl we naar Coulomby fietsen. Klein knikje omhoog in het begin, maar daar vliegen we dankzij de vaart uit de afdaling zo overheen. Een betrekkelijk rechte weg in de open vlakte brengt ons naar dat Coulomby, nog even een scherpe bocht naar links en dan zijn we er zowat. In Coulomby zelf gaat het naar rechts en dan beginnen we aan de Côte de Harlettes. Dit klimmetje van de vierde categorie kent een gemiddeld stijgingspercentage van 6%, en dat 1,3 kilometer lang. Een vrij smal weggetje omhoog, in het begin gaat het even aan 9% omhoog. Een paar bochten later rijden we onder de snelweg door, waarna we na 103 kilometer de top van dit klimmetje bereiken. In de drie kilometer na de klim loopt de weg vooral naar beneden, maar pas als we bijna het dorpje Alquines bereiken gaat het even wat serieuzer naar beneden. Weinig gekke bochten, dus dat valt allemaal mee. Pas in Alquines zelf moet er echt gestuurd worden, na een scherpe bocht naar rechts beginnen we aan een nieuwe klim, de Mont du Héteux. Om een of andere reden is hier geen bergpunt te verdienen, terwijl het nochtans 1,1 kilometer aan 6,7% omhoog zal gaan. In de eerste 700 meter gaat het zelfs aan 9% omhoog, met stukjes aan 10%, waarna het richting de top afvlakt. Lekker willekeurig van de organisatie, terwijl deze holle weg er zeker mag zijn. Boven slaan we in een klein gehuchtje linksaf, waarna we twee kilometer rechtdoor rijden over een brede weg langs de akkers. Zo goed als vlak na de klim, een soort plateau. De wind heeft ook hier weer vrij spel, maar voorlopig heb ik toch vooral het idee dat we met veel tegenwind te maken krijgen deze rit. Aan het eind van de weg slaan we in het volgende gehucht nog eens linksaf, waarna we gaan beginnen aan een afdaling van twee kilometer over een brede weg zonder gekke bochten. Een paar bochten als we bijna beneden zijn, maar dat mag. Eenmaal beneden volgen we vijf kilometer dezelfde weg tot in Licques. Geen volledig rechte weg, maar het is wel lekker vlak ondertussen. En ook nog steeds lekker agrarisch, eindeloos veel velden hier. Vlak voor we Licques na 115 kilometer bereiken komen de renners nog een chicane tegen, zomaar, waarna ze even verderop in het dorp zelf linksaf slaan. Een dorp van licqmevestje. Wel een oude abdijkerk, 't is de moeite.

Côte de Harlettes:

Mont du Héteux:



Blijkbaar staat Licques bekend vanwege kalkoenen, ja, goed, je moet wat. Wij fietsen er snel doorheen en rijden dan een kilometer of twee rechtdoor over een vlakke weg tot in Herbinghen, waar we rechtsaf slaan en op weg gaan naar de volgende klim van de dag. Een bochtige weg brengt de renners naar Sanghen, waarna we dwars door velden vol gras Alembon bereiken. Hier ligt de voet van de Côte du Ventus, een bochtige klim van 1,1 kilometer aan 5%. De klim voert over de Rue du Cap Gris-Nez, wat grappig is aangezien we in de finale over de Cap Blanc-Nez gaan fietsen. Na een klein knikje omhoog duiken we omlaag naar de klim, die we in de verte zien liggen. En dan gaat het dus iets meer dan een kilometer omhoog, met zelfs een paar stroken aan 8%. Vier haarspeldbochten omhoog, geen onaardige score voor zo'n korte klim. Na 123,5 kilometer bereiken we de top van dit klimmetje van vierde categorie, de voorlaatste van de dag. Voorbij de klim gaat het ook een kilometer naar beneden, met in het begin twee scherpe bochten naar links, eentje naar rechts en dan zijn we eigenlijk alweer bijna beneden. Vervolgens zal het acht kilometer zo goed als vlak zijn, terwijl we via Hermelinghen en Hardinghen richting Rinxent. Het is wel lekker bochtig de komende kilometers, maar de weg is breed en dus vlak. Adempauze voor de renners na de heuvelzone, voor zover er daar überhaupt iets zal gebeuren. Een streek met iets meer bebouwing hier, minder open terrein, voor zover het überhaupt waait. Bij een rotonde in het gehucht Hydrequent, wie quent het niet, slaan we rechtsaf. De weg loopt nu een kilometer naar beneden, met onderweg een paar bochten en een passage over een iets smallere brug. Naderhand volgt er een kort klimmetje van een halve kilometer, waarna we op een eenvoudige manier naar Marquise gaan fietsen. Rotonde op voorhand, daarna rijden we na 138 kilometer koers dit plaatsje binnen. Nog iets meer dan 30 kilometer te gaan, jeetje. Ondanks de statige naam is Marquise toch ook maar gewoon het Velsen van Frankrijk, want de lokale industrie zorgt voor nogal wat vervuiling. De renners rijden langs een gigantische marmergroeve af, naar het schijnt wordt het lokale marmer wereldwijd geëxporteerd. De keerzijde is dat de activiteiten bij de marmergroeve veel overlast veroorzaken in de vorm van stof dat tot ver in de omtrek alles wit kleurt. Er wordt doorlopend onderzoek gedaan naar de invloed van het (fijn)stof op de gezondheid van inwoners en werknemers maar waarschijnlijk vegen ze net als in Nederland overal hun reet mee af. Naast de marmerindustrie was er hier ook staalindustrie, ze produceerden hier onder meer balken voor de Eiffeltoren, aldus Wiki. Nou, ja, Marquise dus. Niet echt kicken.




De doortocht in het centrum aldaar kent wat bochten, terwijl ik toch even moet toegeven dat de organisatie mij danig heeft gefopt. Op het kaartje van de organisatie staat dat we na 153 kilometer passeren in Marquise, maar dat is een grove leugen. Ze hebben Audinghen en Marquise omgedraaid op het kaartje, het is Audinghen dat we na 153 kilometer gaan bereiken. En voor we Audinghen kunnen bereiken moet er nog geklommen worden ook. Buiten Marquise rijden we als de bochten voorbij zijn rechtdoor naar een rotonde toe, alwaar een bocht naar links volgt. Na deze bocht is het nog even een kilometertje vlak vooraleer we aan de Mont de la Louve beginnen ter hoogte van het gehucht Colincthun. Het gaat ongeveer twee kilometer aan 4,7% omhoog, dat had toch ook wel een bergsprintje mogen opleveren. De sprinters zullen niet blij zijn met dit onaangekondigde bultje, want de klim kent in het midden een stuk van een halve kilometer aan 8%, daarna vlakt het af en dan gaat het richting de top nog eens 200 meter tegen 9% omhoog. Een heel vervelend klimmetje, toch wel. Door de brede weg omhoog zie je het er bepaald niet aan af, maar het gaat toch een tijd venijnig omhoog. De klim leidt grotendeels door een bos, maar boven bereiken we een plateau waar het volledig open zal zijn. De sprinters zullen hopen op tegenwind, dan zal het tempo niet al te hoog liggen. We rijden twee kilometer over dit plateau, alvorens te beginnen aan een afdaling van ook weer een kilometer of twee naar Audinghen. Dit stelt helemaal niets voor, het gaat bijna continu rechtdoor. Bijna in Audinghen slaan we bij een rotonde rechtsaf, waarna we dat dorp na 153 kilometer bereiken. Nu wel echt. In de buurt van Audinghen bevinden we ons ook in de omgeving van de Cap Gris-Nez, een kaap aan het Nauw van Calais. De kaap vormt de plaats van het Europees continent die het dichtst bij Groot-Britannië ligt. De afstand tot de krijtrotsen van Dover is hier slechts 33 kilometer! De Cap Gris-Nez ligt 16 kilometer ten zuidwesten van de Cap Blanc-Nez, waar we zometeen naartoe gaan. Beide kapen liggen in een natuurgebied, de Grand Site des Deux Caps. In de Tweede Wereldoorlog kwam Hitler hier langs om te kijken naar ginder, Engeland, aan de overkant. Een plaats van belang, kortom.




De finale gaat nu echt beginnen, nog minder dan 20 kilometer te gaan. Van Audinghen rijden we naar Wissant, over een brede doch bochtige weg. Buiten Audinghen gaat het nog eens drie kilometer naar beneden, met een kort knikje omhoog (400 meter à 6%) tussendoor. Weer een gigantisch open terrein hier, in de verte zien we de zee liggen. Wel bochten, maar geen gekke bochten. Na het werk in dalende lijn is het tot in Wissant een kilometer of vier zo goed als vlak, zo nu en dan bochtig. Een keurige weg brengt ons naar Wissant, dat wellicht een mindfuck kan gaan opleveren. Wissant stamt namelijk af van wit zand. Tussen de Cap Gris-Nez en de Cap Blanc-Nez ligt een stukje strand en aan dat strand met wit zand ligt Wissant. Veel plaatsen hier hebben een naam met een Oudnederlandse of Vlaamse oorsprong, zodoende. In de middeleeuwen had Wissant een belangrijke haven, maar die verzandde en nu is het vooral een toeristisch plaatsje waar graag surfers passeren. Na de doortocht in het schattige Wissant gaan we op weg naar Escalles, waar de voet van de belangrijkste klim van de dag ligt. Buiten Wissant is het een kilometer of drie relatief vlak, we komen een aantal bochten tegen maar aangezien de weg breed en goed is zal dat amper opgemerkt worden. Vlak voor we Escalles bereiken wacht er desondanks nog wel een verrassing op de renners, er komt nóg een ongecategoriseerd klimmetje voorbij. Ter hoogte van Le Petit Blanc-Nez gaat het 1,6 kilometer omhoog aan 3,7%, met een strook van 400 meter aan 600% halverwege. Links en rechts zien we alleen maar akkers, terwijl de brede weg rechtdoor omhoog loopt. Best serieus dus ook nog, de sprinters gaan het tijdens deze rit niet cadeau krijgen. Na de klim dalen we af richting Escalles, het gaat een kilometertje rechtdoor naar beneden, terwijl we op de achtergrond de toren op de top van de Cap Blanc-Nez zien liggen.




Beneden in Escalles slaan we rechtsaf, bijna direct daarna volgt een scherpe bocht naar links, waarna we gaan beginnen aan dé scherprechter van de dag. De Côte du Cap Blanc-Nez, de laatste klim van vierde categorie van deze etappe. Het zal 900 meter omhoog gaan aan 7,5%, wat de klim wel wat makkelijker laat lijken dan ie in feite is. Na een vals platte aanloop gaat het bijvoorbeeld 100 meter omhoog aan 10%, waarna we in het restant van dit klimmetje met schommelende percentages te maken krijgen. Een paar stroken aan 10%, maar ook een paar stroken waar het maar aan 6% stijgt. De weg omhoog is breed en kent in het begin wat bochten, terwijl het terrein weer behoorlijk open is. Na 161 kilometer, op een kleine 11 kilometer van de streep, komen we boven op deze klim. Kort, maar krachtig. Zonder tegenwind een ideale springplank, met tegenwind vrees ik dat alles bij elkaar blijft. De klim voert langs de Cap Blanc-Nez, na de Cap Gris-Nez de tweede kaap van de dag. De top van deze kaap ligt 135 meter boven de zeespiegel en Cap Blanc-Nez stamt af van het Middelnederlands. Van Cap Blanc-Nez kunnen we Kaap Blankenes maken, daar maken we Blankenesse van. Een nes is een landtong, en blank is wit, dus is het een witte landtong. In oude geschriften kun je ook de naam Blackenest vinden, waarbij black verwijst naar het oudnederlandse woord blanka dat helder betekent. Wordt wel verwarrend zo, allemaal. Nest gaat dan weer terug naar nessa, wat vooruitstekend stuk land in water betekent. Geen idee eigenlijk wat we met deze informatie moeten, veel relevanter is natuurlijk dat we hier aan dit stukje Opaalkust krijtrotsen aantreffen, vergelijkbaar met de krijtrotsen aan de overkant in Dover. Cap Blanc-Nez is een goede vindplaats voor het zoeken van krijtfossielen en dankzij het uiterlijk van de krijtkliffen is het überhaupt een ontzettend populaire plek voor toeristen. In het Regionaal Natuurpark van de Kapen en Opaalmoerassen kun je genoeg mooie dingen aantreffen, maar de klif van Cap Blanc-Nez spant toch wel de kroon. Boven op de klif zien we dan weer vooral veel gras, en als je goed kijkt kun je ook nog wat bomkraters uit de Tweede Wereldoorlog aantreffen.




Direct na de top van de klim duiken de renners naar beneden. De afdaling duurt in totaal meer dan drie kilometer, maar vooral in de eerste kilometer na de top van de klim gaat het gelijk stevig naar beneden. Wel zonder echte bochten, de snelheid zal dus hoog liggen. De renners zien tijdens de afdaling de zee liggen, aangezien de weg rechtdoor naar het water loopt lijkt het bijna alsof ze een duik gaan nemen. Dat is niet zo, aan het eind van het steile deel van de afdaling buigt de weg af naar rechts en dan rijden we een tijd parallel aan de zee. Volledig open terrein nog steeds, de wind kan hier een eventuele late uitval zowel maken als breken. Met een beetje wind uit zee ga je hier echt nergens naartoe. Sowieso blijf je lang in het zicht, geen voordeel. Beneden komen we uit in Sangatte, wat dan weer afstamt van het Nederlandse zandgat. Vlak voor we Sangatte bereiken fietsen we over de Kanaaltunnel een, een feit waar we niets van zullen merken. Sangatte beschikte ook ooit over een vluchtelingenkamp, dat in 2002 door de nietskunner Sarkozy werd gesloten, waarna er in deze omgeving spontaan allerlei tentenkampen in de bossen en de duinen ontstonden, iets wat tot de dag van vandaag nog speelt. Daarover later meer. In Zandgat rijden we dwars door het centrum, waarna het ook buiten dit plaatsje continu rechtdoor zal gaan. In Sangatte is er even wat bebouwing, maar daarbuiten heeft de wind weer vrij spel. Een brede en rechte weg zonder obstakels, tot op iets meer dan drie kilometer van het eind. Een kilometer of zeven rechtdoor, en dan ineens heel kort achter elkaar twee rotondes, waar we wel twee keer rechtdoor moeten. Na deze twee rotondes gaat het eigenlijk gewoon weer doodleuk een kilometer rechtdoor, tot we op iets meer dan twee kilometer van het eind een nieuwe rotonde tegenkomen. Ook hier, ter hoogte van de lokale watertoren, gaan we rechtdoor, al zou je het ook schuin naar links kunnen noemen. De volgende bocht zien we daarna pas op anderhalve kilometer van het eind verschijnen. Bij de volgende rotonde slaan we rechtsaf, na een lange en lopende bocht naar links betreden we vervolgens de slotkilometer. Tot op 500 meter van het eind gaat het rechtdoor, op dit punt volgt er een rotonde waar men linksaf zal moeten slaan. Voorbij de rotonde gaat het rechtdoor tot aan de finish, over een brede weg dwars door een industrieterrein. Het zou nog wat op moeten lopen richting het eind, maar dat is amper waarneembaar. In het dagelijks leven ligt er op 200 meter van het eind nog een rotonde, maar ik vermoed dat ze die voor de gelegenheid wel even verwijderen. In principe een heel eenvoudige finale, als het een sprint wordt. Alleen die laatste bocht op 500 meter, dat gaat even een hectisch moment opleveren.



De rit eindigt in Calais, dat in het Nederlands ook wel eens Kales werd genoemd. In Calais wonen ongeveer 76.000 mensen, wat het de grootste stad van het departement Pas-de-Calais maakt. De stad ligt - uiteraard - aan het Nauw van Calais, op zichtafstand van de Engelse kust. Het is de belangrijkste haven op het vasteland voor passagierstransport met Groot-Brittanië, terwijl hier natuurlijk ook het beginpunt is te vinden van de Kanaaltunnel. Deze tunnel loopt van Coquelles, net buiten Calais, naar Folkestone in Engeland. Sinds 1994 is de tunnel in gebruik, die in totaal een kilometer of 50 lang is. Van die 50 kilometer bevinden zich er 38 onder water, modern wereldwondertje hoor. De naam Calais komt zowaar een keer niet uit het Oudnederlands, het kent een Latijnse oorsprong, waarbij de Latijnse naam dan weer verwijst naar een Keltische stam. Ooit was het een lullig vissersgehucht, waarna het in de loop der tijd aan belang won. Er is hier met enige regelmaat gevochten, zo is de stad bijvoorbeeld twee keer belegerd. Er is het Beleg van Calais (1346) en het Beleg van Calais (1596) geweest. Na dat laatste beleg maakte de stad tijdelijk deel uit van de Nederlanden, maar Frankrijk kreeg de boel even later weer terug. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Calais zwaar gebombardeerd, maar er staat op z'n minst één gebouw in de stad dat alle stormen weet te overleven: de Tour du Guet. Deze toren uit de 13e eeuw is het oudste monument van de stad, ooit in 1224 gebouwd door niemand minder dan Filips Hurepel. De stad werd meerdere malen belegerd, in 1580 werd Calais het slachtoffer van een aardbeving en daarna werd de stad dus ook nog eens gebombardeerd, maar de Tour du Guet blijft fier overeind staan. Deed ooit dienst als vuurtoren, tegenwoordig is de toren met pensioen. Een ander opvallend bouwwerk in Calais is toch wel de citadel, al werd deze tijdens de Tweede Wereldoorlog ook grotendeels verwoest. Voorts hebben we het stadhuis met het belfort van Calais en met de beeldengroep De Burgers van Calais van Rodin in de aanbieding. Calais beschikt ook over enkele musea, waaronder een textielmuseum, aangezien de stad naast de visserij ook een bloeiende textielindustrie kende. Hoewel, kende, ze schijnen hier nog steeds kant te produceren. In 1950 werd Calais zelfs beschouwd als het werelcentrum van de kantindustrie, heel ziek. Uit Calais is een semi-bekende wielrenner afkomstig, te weten Steven Tronet. Hij werd in 2015 heel verrassend uit het niets Frans kampioen, rijdend voor een klein continentaal ploegje. Het leverde hem een profcontract op bij wat nu Arkea-Samsic is, maar daar kon hij deze prestatie niet bevestigen, een rasechte fluke. In Calais ging in de Tour van 2001 een rit van start, die zou eindigen in Antwerpen. Daar won Marc Wauters voor eigen volk en nam hij de gele trui over. We doen tijdens deze rit zo'n beetje alle plaatsen aan van het begin van die Tour van 2001, waarbij het verder opvalt dat we eigenlijk bijna nooit in deze regio passeren. In Calais zijn we pas voor de derde keer, naast de start in 2001 vond er in 1994 een ploegentijdrit plaats in Calais. Dit ter ere van de opening van de Kanaaltunnel, want de bouw daarvan werd immers in hetzelfde jaar afgerond. De winst ging naar het GB-MG van Johan Museeuw. Ploegentijdritje van 66 kilometer, lekker man. Andere tijden.



In recentere tijden komt Calais vaker op een negatieve manier in het nieuws, sinds de aanleg van de Kanaaltunnel wordt dit deel van Frankrijk veelvuldig bezocht door vluchtelingen, die proberen de oversteek te maken naar Groot-Britannië. Zoals we eerder al hebben kunnen lezen werd er daarom een vluchtelingenkamp opgericht in Sangatte, maar dat werd naderhand weer gesloten. Sindsdien is er vooral de laatste jaren weer een grote toestroom van vluchtelingen, zonder een fatsoenlijke opvang. Dit heeft tot gevolg dat zo'n beetje overal in deze regio tentenkampjes ontstaan. De vluchtelingen gebruiken de duinen en de bossen in deze omgeving om hun tentjes op te zetten en proberen vervolgens een poging te wagen om zich, bijvoorbeeld, in een vrachtwagen te verstoppen, op weg naar Engeland. Een zo'n spontaan ontstaan vluchtelingenkamp luisterde naar de niet al te veelbelovende naam de Jungle van Calais. Het kamp bestond voornamelijk uit geïmproviseerde tenten, dozen en bouwsels en werd bevolkt door een wisselend aantal migranten van wie de meeste via de Kanaaltunnel of per boot naar Engeland wilden reizen. Een illegaal vluchtelingenkamp, volgens de Fransen. Daarom werd de boel ontruimd, een tactiek die de Fransen tot op de dag van vandaag toepassen. De lokale politie struint door de duinen, treft een nieuw willekeurig ontstaan tentenkampje aan, pakt alle tenten af en stuurt de vluchtelingen ergens anders naartoe. En dat al jarenlang, vooral sinds de toename van het aantal vluchtelingen vanaf 2014. Een oplossing voor dit probleem heeft men nog nooit bedacht, men kwam alleen op het idee om langs de toegangsweg naar de veerboten een vier meter hoge muur te bouwen. Zelf even en fatsoenlijk kamp in elkaar draaien was teveel gevraagd. Aangezien de vluchtelingenstroom niet stopt blijven er hier mensonterende toestanden plaatsvinden. De burgemeester had bepaald dat de vluchtelingen niet geholpen mochten worden. Een verbod dat door de rechter onwettig verklaard werd. Dat soort werk. Frankrijk is ook gewoon een parodie op een land, natuurlijk. We staan tijdens deze rit ook stil bij het lot van alle migranten die ooit in Calais zijn beland. Dat kunnen we met muziek doen, want de beste band op aarde, Het Zesde Metaal, heeft ooit vanuit het perspectief van een vluchteling geschreven over Calais.



Na de rustdag gaan we van start in Duinkerke, waar het overdag 18 graden zal zijn. De wind komt uit zee, uit een noordwestelijke richting. Een redelijk straf briesje, wat in het eerste deel van de rit wel eens voor nervositeit zou kunnen zorgen. Onderweg naar Cassel staat de wind schuin in de rug, misschien krijgen we nu dan eindelijk wél waaiers. Ook na Cassel staat de wind nog een tijd niet echt ongunstig, maar zodra we voorbij de tussensprint zijn rijden we naar de heuvelzone toe en daar gaan we van richting veranderen. Tot de tussensprint en ook in de paar kilometer daarna kunnen we wellicht waaiers krijgen, maar daarna krijgen we met wind schuin tegen en even later zelfs met volledige tegenwind te maken. In Calais lijkt de wind qua sterkte af te nemen richting het eind van de middag, maar ook daar waait de wind uit zee. Noordwesten, dus in de laatste kilometers vooral schuin tegen. Ongunstig voor mannen met aanvallende intenties, het wordt geen sinecure om het peloton in de finale af te houden op die rechte en lange brede weg naar Calais. Met rug in de wind had dat perfect gekund, nu heb ik er een hard hoofd in. Droog en 19 graden, daar ligt het verder niet aan. De rit gaat om 13:15 officieus van start, na een neutralisatie van een kwartier zal de echte start om 13:30 plaatsvinden. De NOS gaat een uur later live, om 14:30, terwijl Sporza er meteen om 13:30 bij zal zijn. Hebben we geen Eurosport nodig dus, erg mooi. De aankomst wordt verwacht tussen 17:14 en 17:35.



Een rit met wat kans op waaiers in het begin, en met wat kans op spektakel aan het eind dankzij de klimmetjes. Een makkelijke rit is het zeker niet, de laatste twee klimmetjes zullen lastig zijn voor de sprints. Maar dankzij de tegenwind die nu verwacht wordt ga ik er eigenlijk wel vanuit dat we toch gewoon een sprint krijgen. Er zal wellicht de een of de andere dikke sprinter afhaken, maar de meeste renners moeten dit toch vrij eenvoudig kunnen overleven, zeker als het tempo dankzij die tegenwind niet al te hoog ligt. De aanvallers zijn in het nadeel, die worden terug richting het peloton geblazen. Tenzij de wind onverhoopt nog draait, dan is het ineens een ideale rit voor de aanvallers. Op dit moment zou ik zeggen van niet, maar Calais is nog ver. Voorlopig zeg ik dat we gaan sprinten, met een wellicht ietwat uitgedunde groep.
1. Van Aert. Viermaal is scheepsrecht.
2. Philipsen. Een prachtige ereplaats erbij voor de verzameling.
3. Ewan. Als hij tenminste niet klem wordt gereden of iemand in zijn derailleur rijdt.
4. Jakobsen. Beentjes lopen vol door al die heuvels, misschien wordt hij zelfs gelost.
5. Sagan. Beukt zich een weg naar de zoveelste ereplaats.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator maandag 4 juli 2022 @ 14:44:13 #2
213134 crew  Momo
WLR en ESF hooligan
pi_205235197
twitter
  maandag 4 juli 2022 @ 14:55:19 #3
328924 Frozen-assassin
STAY STRONG APPIE
pi_205235315
De weergoden hebben een gruwelijke hekel aan Thierry Gouvenou. Treintje van QuickStep is sterk genoeg om Jakobsen terug te krijgen mocht hij lossen. Dan voorspel ik alvast een valpartij in laatste bocht, lekker uitgetekend weer.
pi_205235347
Heerlijk weer die 2 laatste haakse bochten.

Naja 1 rotonde dan wel
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_205235365
Wie verzint in godsnaam die bochten iedere keer.
  maandag 4 juli 2022 @ 15:01:44 #6
328924 Frozen-assassin
STAY STRONG APPIE
pi_205235375
Bijzonder ook wel. Want gewoon rechtdoor op 2km kom je op een brede boulevard, maar nee ze moeten een industrieterrein op :?
  Moderator maandag 4 juli 2022 @ 15:02:23 #7
213134 crew  Momo
WLR en ESF hooligan
pi_205235380



Windrichting morgenmiddag bij verschillende modellen, windkracht 3, misschien 4. Graad of 20.
Kleine kans op waaiers in eerste gedeelte misschien ja. Maar wind is eigenlijk niet sterk genoeg.
pi_205235954
quote:
0s.gif Op maandag 4 juli 2022 15:01 schreef Frozen-assassin het volgende:
Bijzonder ook wel. Want gewoon rechtdoor op 2km kom je op een brede boulevard, maar nee ze moeten een industrieterrein op :?
Ja, compleet onzinnig.
  Moderator / Redactie FP + Sport maandag 4 juli 2022 @ 16:00:21 #10
408813 crew  trein2000
pi_205235976
quote:
0s.gif Op maandag 4 juli 2022 15:01 schreef Frozen-assassin het volgende:
Bijzonder ook wel. Want gewoon rechtdoor op 2km kom je op een brede boulevard, maar nee ze moeten een industrieterrein op :?
De lokale captain of industry zal wel betaald hebben, want zo rolt de aso.
Trots daw veur Twente bint!
We zijn gehaat en asociaal
We zijn de allermooiste club van allemaal
  maandag 4 juli 2022 @ 16:00:42 #11
194695 franklop
Fran knock
pi_205235983
quote:
0s.gif Op maandag 4 juli 2022 15:01 schreef Frozen-assassin het volgende:
Bijzonder ook wel. Want gewoon rechtdoor op 2km kom je op een brede boulevard, maar nee ze moeten een industrieterrein op :?
Misschien dat die weg beschikbaar moet blijven voor vrachtwagens op weg naar de UK die doorzocht moeten worden
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
  maandag 4 juli 2022 @ 16:26:32 #12
498835 Wienerschnitzels
mit kartoffelsalat
pi_205236270
Op basis van gister en eergisteren zeg ik Sagan 1 en van Aert 2. Andere sprinters worden gelost op die White-Ness.

of VDP springt daar weg en pakt het geel en de etappe.
pi_205236415
Heb niet het gevoel dat Ewan goed in vorm is, maar die kwam op het WK en etappe 1(?) in de giro goed mee omhoog.
  maandag 4 juli 2022 @ 16:42:39 #14
498835 Wienerschnitzels
mit kartoffelsalat
pi_205236441
quote:
1s.gif Op maandag 4 juli 2022 16:40 schreef Afhaalchinees het volgende:
Heb niet het gevoel dat Ewan goed in vorm is, maar die kwam op het WK en etappe 1(?) in de giro goed mee omhoog.
Nou je het zegt die zat er inderdaad goed bij in die etappe in de Giro (voordat die viel).
  maandag 4 juli 2022 @ 17:38:51 #15
68638 Zwansen
He is so good it is scary...
pi_205236944
Wtf dat nummer van Tour de Tietema ft. Pogacar. _O-
Op <a href="https://forum.fok.nl/topic/2537446/1/301#p203789770" target="_blank" >dinsdag 22 februari 2022 22:22</a> schreef <a href="https://forum.fok.nl/user/profile/68638" target="_blank" >Zwansen</a> het volgende:
*O*
pi_205237053
quote:
0s.gif Op maandag 4 juli 2022 16:42 schreef Wienerschnitzels het volgende:

[..]
Nou je het zegt die zat er inderdaad goed bij in die etappe in de Giro (voordat die viel).
Ewan is top op de korte klimmetjes en komt niet meer vooruit als de klim wat langer wordt..
pi_205237065
quote:
0s.gif Op maandag 4 juli 2022 16:26 schreef Wienerschnitzels het volgende:
Op basis van gister en eergisteren zeg ik Sagan 1 en van Aert 2. Andere sprinters worden gelost op die White-Ness.

of VDP springt daar weg en pakt het geel en de etappe.
Bij een dergelijke rit in een grote ronde een paar jaar geleden kon je opschrijven dat de ploeg van Sagan volle bak tempo ging rijden om de sprinters te lossen zodat ze met een kleine groep konden sprinten, maar tegenwoordig is de kans aanwezig dat Sagan dan zelf ook lost..
pi_205237203
quote:
Jumbo-Visma - 27.180 euro
Quicks-Step Alpha Vinyl - 25.860 euro
BikeExhange-Jayco - 11.970 euro
Alpecin Deceuninck - 8.860 euro
EF Education - EasyPost - 7.140 euro
Trek Segafredo - 5.380 euro
Intermarché-Wanty-Gaubert - 4.880 euro
UAE Team Emirates - 4.500 euro
BORA Hansgrohe - 3.000 euro
Ineos Grenadiers - 2.840 euro
TotalEnergies - 2.280 euro
B&B Hotels-KTM - 1.820 euro
Lotto Soudal - 1.590 euro
Arkea-Samsic - 1.570 euro
Bahrain-Victorious - 900 euro
Team DSM - 730 euro
AG2R-Citroën - 470 euro
Cofidis - 470 euro
Groupama-FDJ - 340 euro
Astana - 0 euro
Movistar - 0 euro
Israel Premier Tech - 0 euro
pi_205237379
Tsja, dat klimmetje op 11 km van het einde,... dan is het nog wel weer erg ver tot de meet. Als het op 3 km lag, zou ik zeggen winst voor Van Aert. Maar goed, voor de zekerheid gok ik toch maar dat het klimmetje dan de scherprechter zal zijn. 1. Sagan 2. Van Aert
Gaat voor de BHFH-award 2005!
Humanitas est in bestias bonitas.
I am the hole I can't get out of.
  maandag 4 juli 2022 @ 18:53:58 #20
473366 AllesKaputt
pelotonvulling
pi_205237535
Ik snap dat je als vluchteling je leven op het spel wilt zetten om Frankrijk te ontvluchten, maar waarom willen ze zo graag naar de overkant van het kanaal? Gratis paspoorten voor iedereen die bij Downing Street 10 aanklopt? Jezelf onderdompelen in de sublieme Britse culinaire traditie? Elke dag je kont afvegen met The Sun? Ik snap het echt niet...
  maandag 4 juli 2022 @ 18:55:51 #21
498835 Wienerschnitzels
mit kartoffelsalat
pi_205237559
quote:
0s.gif Op maandag 4 juli 2022 18:53 schreef AllesKaputt het volgende:
Ik snap dat je als vluchteling je leven op het spel wilt zetten om Frankrijk te ontvluchten, maar waarom willen ze zo graag naar de overkant van het kanaal? Gratis paspoorten voor iedereen die bij Downing Street 10 aanklopt? Jezelf onderdompelen in de sublieme Britse culinaire traditie? Elke dag je kont afvegen met The Sun? Ik snap het echt niet...
Gras is groener aan de overkant mentaliteit.
pi_205237823
quote:
0s.gif Op maandag 4 juli 2022 18:53 schreef AllesKaputt het volgende:
Ik snap dat je als vluchteling je leven op het spel wilt zetten om Frankrijk te ontvluchten, maar waarom willen ze zo graag naar de overkant van het kanaal? Gratis paspoorten voor iedereen die bij Downing Street 10 aanklopt? Jezelf onderdompelen in de sublieme Britse culinaire traditie? Elke dag je kont afvegen met The Sun? Ik snap het echt niet...
De taal is wel een voordeel voor migranten die niet komen uit voormalige Franse kolonies. In de UK kun je ook eenvoudiger als illegaal je gang gaan.
pi_205239293
Ben ook wel benieuwd naar het klimmen van Sagan, want dit jaar kwam ie telkens nog geen stoeptegel over.
pi_205241239
Zou leuk zijn mocht Jumbo full retard dat laatste heuveltje op knallen, à la Parijs-Nice.

Ze hebben er in elk geval de renners voor.
abonnement bol.com Coolblue
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')