SPOILEROm spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
quote:
quote:Op maandag 21 maart 2016 10:25 schreef Epps. het volgende:
Goedemorgen,
ik heb de mogelijkheid om via de Erasmus universiteit een wiskunde deficientecursus te volgen en zodoende toch toegelaten te worden tot de opleiding die ik wil volgen.
De cursus kost enkele honderden euro's en ik vroeg me af of het haalbaar is om de getoetste stof in twee maanden tijd te beheersen.
Heb zelf geen wiskunde meer gehad sinds de onderbouw dus mijn basiskennis is bijna 0,0.
Hieronder een voorbeeldtoets:
http://www.eur.nl/fileadm(...)au_2_versie_2014.pdf
Ik hoop dat jullie me hierbij willen helpen, indien jullie nog verdere vragen hebben kunnen jullie die uiteraard stellen in dit topic.
Als A niet symmetrisch is, dan geldt dat =-teken met het vraagteken erboven niet.quote:Op maandag 21 maart 2016 01:45 schreef Hahatsjoe het volgende:
Hoe bereken je ook alweer:
Als je schrijft:
was het dan niet:
Maar ik ben de redenering even kwijt... Hoe zat het ook alweer?
En verandert er iets als A niet symmetrisch is?
Kon je niet een soort van ketting- en productregel toepassen?
Echt niet? Want als ik het uitschrijf komt het er volgens mij gewoon uit. Het zijn uiteindelijk toch gewoon scalars en de volgorde waarin ik die vermenigvuldig dan wel optel maakt niet uit?quote:Op maandag 21 maart 2016 13:04 schreef thabit het volgende:
[..]
Als A niet symmetrisch is, dan geldt dat =-teken met het vraagteken erboven niet.
Ohja. Zeer vriendelijk bedankt!quote:Op maandag 21 maart 2016 20:03 schreef thabit het volgende:
Voorbeeldje dan, waaruit blijkt dat je de symmetrie toch echt nodig hebt:
Dan ismet als afgeleide
.
, en
SPOILEROm spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.Ik heb alleen geen idee of mijn derivaties kloppen. Ook weet ik niet zeker of mijn vergelijkingen consistent zijn met deze grafiek, aangezien ik uitga van ggA en de grafiek van gA-punt. Zou er iemand zo vriendelijk willen zijn om te dubbel checken of dit inderdaad klopt?
Omdat cos(u) = 0 geldt voor u = (1/2)*pi + k*pi, waar k wordt gebruikt om veelvouden van pi aan te geven.quote:Op woensdag 30 maart 2016 12:08 schreef Goldenrush het volgende:
Waarom is de oplossing 1/2pi + kpi en niet 1/2pi +2kpi?
Denk aan de eenheidscirkel: de cosinus van een rotatiehoek is per definitie de x-coördinaat van het beeldpunt van (1; 0) bij rotatie om de oorsprong over die hoek. Zie ook hier.quote:Op woensdag 30 maart 2016 12:08 schreef Goldenrush het volgende:
Bij de eerste som:
[ afbeelding ]
Waarom is de oplossing 1/2pi + kpi en niet 1/2pi +2kpi?
Dat zou ook kunnen, maar is hier minder handig. Je kunt bedenken dat de cosinus van ½π gelijk is aan nul, zodatquote:En waarom nemen ze (2x+1/4pi)=-1/2pi + 2kpi niet mee?
Aha, ik vond het al zo raar, ik gebruikte cos(2x + ¼π) = cos(½π) namelijk! Eerste had ik wel bedacht maar ik vond het zo raar dat die andere methode niet werkte. Maar die oplossingen kan je samenvoegen dus.Heel erg bedankt!quote:Op woensdag 30 maart 2016 19:40 schreef Riparius het volgende:
[..]
Denk aan de eenheidscirkel: de cosinus van een rotatiehoek is per definitie de x-coördinaat van het beeldpunt van (1; 0) bij rotatie om de oorsprong over die hoek. Zie ook hier.
Welnu, als je het startpunt (1; 0) over ½π rad om de oorsprong roteert, dan kom je uit in het punt (0; 1) en de x-coördinaat van dat punt - en daarmee de cosinus van ½π - is dus inderdaad 0. Maar als je nu vervolgens nog over een geheel aantal halve slagen in tegenwijzerzin of in wijzerzin rond de oorsprong roteert, dan kom je óf weer uit op het punt (0;1) óf op het punt (0;−1) en ook dan is de x-coördinaat van het beeldpunt - en dus de cosinus - weer gelijk aan 0. Dus is
cos(2x + ¼π) = 0
equivalent met
2x + ¼π = ½π + kπ, k ∈ ℤ
[..]
Dat zou ook kunnen, maar is hier minder handig. Je kunt bedenken dat de cosinus van ½π gelijk is aan nul, zodat
cos(2x + ¼π) = 0
equivalent is met
cos(2x + ¼π) = cos(½π)
Nu zijn de cosinussen van twee (rotatie)hoeken gelijk als die (rotatie)hoeken hetzij aan elkaar gelijk zijn, hetzij elkaars tegengestelde zijn, afgezien van een geheel veelvoud van 2π, dus
cos α = cos β ⇔ α = β + k·2π ∨ α = −β + k·2π, k ∈ ℤ
zodat
cos(2x + ¼π) = cos(½π)
dus equivalent is met
2x + ¼π = ½π + 2kπ ∨ 2x + ¼π = −½π + 2kπ, k ∈ ℤ
en dit geeft
x = ⅛π + kπ ∨ x = −⅜π + kπ, k ∈ ℤ
Maar nu kun je bedenken dat het verschil tussen een rotatie over (1/8)·π rad en een rotatie over (−3/8)·π rad een rotatie is over ½π rad, en dat is de helft van π rad, zodat we de beide deeloplossingen hier samen kunnen voegen en de volledige oplossing dus eenvoudiger kunnen schrijven als
x = ⅛π + k·½π, k ∈ ℤ
Dit is uiteraard precies hetzelfde resultaat, maar je ziet nu dat het handiger is om gelijk te bedenken dat een cosinus van een rotatiehoek gelijk is aan nul als die rotatiehoek gelijk is aan ½π rad plus een geheel veelvoud van π rad.
Geef indien mogelijk eens een scan van de originele opgave. Je uitdrukking voor de vertraging is wel heel merkwaadig. En in welke eenheid is die vertraging uitgedrukt?quote:Op zaterdag 2 april 2016 14:00 schreef Boarderzip het volgende:
Ik heb een vraagstuk waar ik niet uitkom:
Een bal rolt over een veld met een beginsnelheid op tijdstip x=0s van 8m/s. Door wrijving krijgt de bal een vertraging van. Hoe ver rolt de bal?
Ik zie nu ook dat ik in de formule voor de vertraging de x vergeten was te noteren.quote:Op zaterdag 2 april 2016 15:29 schreef Riparius het volgende:
[..]
Geef indien mogelijk eens een scan van de originele opgave. Je uitdrukking voor de vertraging is wel heel merkwaadig. En in welke eenheid is die vertraging uitgedrukt?
Als de beginsnelheid 8 m·s−1 bedraagt en de vertraging is bijvoorbeeld 2 m·s−2 dan is de bal na 8 m·s−1 : 2 m·s−2 = 4 seconden tot stilstand gekomen.
Nee, de opgave gebruikt de letter t voor de tijd en dan moet je daar niet een x van maken.quote:Op zaterdag 2 april 2016 16:13 schreef Boarderzip het volgende:
Ik zie nu ook dat ik in de formule voor de vertraging de x vergeten was te noteren.
Heel hartelijk dankquote:Op zaterdag 2 april 2016 16:58 schreef Riparius het volgende:
[..]
Nee, de opgave gebruikt de letter t voor de tijd en dan moet je daar niet een x van maken.
Geven we de snelheid (velocitas) op tijdstip t aan met v(t) en de versnelling (acceleratio) op tijdstip t met a(t) dan geldt
en dus
zodat
Nu is gegeven dat
en
zodat we dus hebben
Verder hebben we
en daarmee krijgen we
Nu moeten we bepalen voor welke waarde van t geldt v(t) = 0 en dan vinden we
De afstand die de bal heeft afgelegd vanaf het tijdstip t = 0 tot het moment dat de bal tot stilstand is gekomen op het tijdstip t = 5(10,42/3 − 4) vinden we nu door v(t) te integreren over het interval [0, 5(10,42/3 − 4)] en deze afstand bedraagt dus
oftewel ca. 15,51 meter (check).
quote:Op zondag 3 april 2016 16:07 schreef Boarderzip het volgende:
[..]
Heel hartelijk dankhet is me compleet duidelijk hoe je de som opbouwt, echter zie ik alleen nog niet hoe je de waarde van t berekent op v=0? Met behulp van een grafische rekenmachine krijg ik de juiste waarden voor t gevonden, maar op de hand krijg ik hem niet uitgewerkt.
Super bedankt, ik ben er echt ontzettend mee geholpen!quote:Op zondag 3 april 2016 16:33 schreef Riparius het volgende:
[..]
geeft
Beide leden vermenigvuldigen met 3/10 geeft
Nu beide leden verheffen tot de macht 2/3 en je hebt
De rest kun je nu zelf wel. Overigens is 10,42/3 lastig met de hand uit te rekenen (c.q. te benaderen). Met een (gewone) rekenmachine is dat uiteraard geen probleem.
Om dit op te lossen moet je de rekenregels voor logaritmen gebruiken.quote:Op zondag 3 april 2016 22:35 schreef nickname89 het volgende:
Kan iemand mij hierbij helpen ?
log(x) + 1 = ln(x)
Ik kom niet verder dan deze stap, daarna lig ik er al uit
1 = ln(x) - log(x)
Je uitwerking is fout. Je beweert hier dan wel dat je hebt leren rekenen met logaritmen, maar daar is niet veel van te merken.quote:
Ik moet gokken wat je hier doet. maar ik denk dat je log(a)-log(b)=log(a/b) bij de stap (**) geïnterpreteerd hebt als log(a)-log(b)=log(a)/log(b), en dat gaat natuurlijk mis.quote:Op maandag 4 april 2016 11:51 schreef nickname89 het volgende:
log(a) + log(b) = log(ab)
log(a) - log(b) = log(a/b)
Dus bij stap 3 naar 4 maak ik een fout
Dat wordt dan;
(**)
log(10) = ( log(x)/(log(e) ) / log(x))
log(10) = 1/(log(e)
Maar dat klopt niet
Nee, dat wordt het niet. Nu doe je net of (p/q) − p hetzelfde is als (p/q)/p.quote:Op maandag 4 april 2016 11:51 schreef nickname89 het volgende:
log(a) + log(b) = log(ab)
log(a) - log(b) = log(a/b)
Dus bij stap 3 naar 4 maak ik een fout
Dat wordt dan;
log(10) = ( log(x)/(log(e) ) / log(x))
Je mag geen benaderde waarden gebruiken. Isoleer nu eens netjes ln x, dan moet je uitkomen opquote:Op maandag 4 april 2016 12:43 schreef nickname89 het volgende:
Ben opnieuw begonnen bij het begin, vind het moeilijk om verschillende logaritmes in een vergelijking te rangschikken, dus eerst meteen alles naar zelfde grondtal.
Je moet juist aantonen dat groep 2 niet bepaald kan worden door te vermenigvuldigen met een factor.quote:Op dinsdag 5 april 2016 16:02 schreef F1gamer het volgende:
Ik loop vast met mijn afstudeeronderzoek.
Ik heb 2 groepen (Groep 1 en Groep 2). Een deel van de mensen van Groep 1 kan voorkomen in Groep 2.
Alleen moet ik nog wiskundig aantonen dat er Groep 2 niet kan bepalen door Groep 1 te vermenigvuldigen met een factor (omrekenfactor).
Ik weet echt niet welke richting qua statistiek ik het moet zoeken.
Het is op zich goed wat je hebt, maar je moet nog wat extra stappen uitvoeren.quote:Op dinsdag 19 april 2016 11:03 schreef wiskunde3205 het volgende:
Hallo kan iemand mij helpen met de volgende differentiaalvergelijking, vraag e :
[ afbeelding ]
Ik zelf kwam tot dit, maar dit is jammer genoeg niet goed:
[ afbeelding ]
Het goede antwoord moet zijn: (1/ (1-Ct))
Je notatie is inconsequent. Je gebruikt in het linkerlid log en in het rechterlid ln maar in beide gevallen zijn het natuurlijke logaritmen. Verder vergeet je de absoluutstrepen in het linkerlid bij je uitwerking.quote:Op dinsdag 19 april 2016 13:10 schreef wiskunde3205 het volgende:
[..]
Log(5) is toch niet gelijk aan ln(5) .. Dus wat bedoel je nu precies ?
Wel, je hebtquote:Op dinsdag 19 april 2016 13:30 schreef wiskunde3205 het volgende:
Oke, ik heb van de haakjes absoluutstreepjes gemaakt. Eerlijk gezegd heb ik nog steeds geen idee hoe ik nu verder moet
Ja als ik dit moet oplossen :quote:Op dinsdag 19 april 2016 13:37 schreef Riparius het volgende:
[..]
Wel, je hebt
waarin K een constante is die positief, negatief, of nul kan zijn. Bedenk nu dat je kunt schrijven
waarin C = eK een positieve constante is. Kun je nu verder?
Je lijdt aan een misverstand. Het integreren van beide leden van je DV nadat je de variabelen hebt gescheiden levert zowel links als rechts een natuurlijke logaritme op. Hoe kom je erbij dat dat niet zo zou zijn?quote:Op dinsdag 19 april 2016 13:51 schreef wiskunde3205 het volgende:
[..]
Ja als ik dit moet oplossen :
Dan begrijp ik het wel. Ik snap alleen niet zo goed hoezo je de log mag veranderen in een ln?
Ah, je hebt het linkerlid van je DV dus niet eens zelf (uitsluitend met pen en papier) uitgewerkt. Dat moet je natuurlijk wél doen.quote:Op dinsdag 19 april 2016 13:59 schreef wiskunde3205 het volgende:
Door deze website:
http://integrals.wolfram.(...)E2-x%29&random=false
| Forum Opties | |
|---|---|
| Forumhop: | |
| Hop naar: | |