quote:
Vroeger wel. Nu 12.000 Snakey. Stad Zaltbommel denk ik 8000.

Het zijn er 3800. Is een groot succes. Met een eigen rubriek in de krant. Ik heb pas sinds een jaar FB, en sinds iets later zit ik daar. Ik begin zo langzamerhand een Bekende Bommelaar te worden. hahaha In sommige kringen was ik al bekend. Maar dat zou je ook berucht kunnen noemen.

Ik post er hetzelfde als op FOK! Dus een mix van humor en serieus. Ik heb al voor twee rellen gezorgd. 'Roze algen in de Put van Zaan, Kuthomo's.' Werd ik van homofobie beschuldigd.

Kreeg je twee kampen, de meesten aan mijn kant. Tweede was dat ik meldde nooit bij de Marokkaanse groenteboer te kopen hier aan de overkant. 'Dat zaakje stinkt, prijzen zijn er veel te laag, dan weet je het wel bij dat volk.' Ik kom er elke dag, heerlijke stokbroodjes. Ha Ha Ha

Dit is m'n laatste column, veel leuke reacties. Ik probeer er altijd namen in te noemen en het persoonlijk maar ook algemeen te maken. Sommige dbbelzinnigheden vallen natuurlijk weg als je niet uit Bommel komt.

Ik heb er in de mooie zomer van 1979 gewerkt. Ik was 16. Ik was badmeester als snotaap. O.a. met Theo Lambooij van een eerdere reactie hier. Weet niet of ie me nog kent. Ik mocht van Theo een keer lesgeven in het binnenbad, terwijl ie zelf een boterhammetje at langs de kant van het bassin. Mijn oom, Sijmen van Eck, werkte er ook, en vertelde me dat Theo het voor een eerste keer, zonder opleiding, erg goed vond gaan. Vond het geweldig om te doen. Over het algemeen was ik bij het buitenbad. Naar de mooie meskes kijken. Ha ha ha. Ik herinner me als andere badmeesters Ad van Trigt en Ria Werner. Later ging mijn vader er ook werken, net zoals de vader van Kees van Tongerlo. De bedrijfsleider was Wil Smeets, een flamboyante Limburger. De bedrijfsleider daarvoor, was, in mijn herinnering een strenge man, waar we als kind bang van waren. Ik had het er erg naar m'n zin. Had er moeten blijven. Ipv door te leren.
Als het er krioelde zoemde het geluid je al vanaf ver buiten het zwembad tegemoet. Als een mega-mierennest. Een kakafonie van herrie. Ik heb jarenlang een abonnement gehad. Bij 18 graden vonden mijn broer en ik het warm genoeg om te gaan zwemmen. Als het drukker was, kaarten, voetballen, sjansen met de meiden deden we primitief. We pakten ze vast met een paar man en gooiden ze in het water. Als kaartpartners herinner ik me Johan en Leen van Gameren, Gijs Damen, Tonie Schreuders, Gertie Herder en.........'Daar is ie weer' Bennie Welbie.
Je moest ook genoeg geld meenemen, op de hoek bij de midgetgolfbaan was immers het kleine paradijsje van het zwembad........het snoepwinkeltje. Alles was er te koop. Volgens mij heeft Jan Sideropoulos daar z'n eerste tattoeage aangebracht. Bij Papvlos zijn oudere broer, Papfles in de volkssmond. Zaten van die plakstickers in de kauwgum. Moest je nat maken en je had een tattoo. De variatie aan snoep hoef ik niet op te noemen, die kent iedereen nog en was ongekend groot. Ik wil wel het favoriete ijsje noemen. in een doorzichtige, plastieke tuit, met een kauwgombal onderin. Op het einde zat heel je hand onder het ijs. Er werd zoveel kauwgom gekocht dat op de grond terechtkwam dat ik nog wel eens zwetend wakker word van de gesmolten slierten onder m'n voetzolen. Over onder het ijs gesproken. Er was ook zo'n geel/oranje-gekorst ijsje met wit ijs er in. Dat witte ijs stak er onderin onderuit. Je moest altijd het juiste moment zien te vinden wanneer je ook onderaan ging toeslaan. Was je te laat begon het te druppen en startte de inhaalrace.
Ook leuk was, was als het bloedheet was met je buik op de gloeiend hete tegels gaan liggen, en het dan zolang mogelijk zien vol te houden. Daarna sprintte je met je gloeiende buik, vol kleine kiezeltjes, naar het water. In een ondeugende bui, gingen we naar het pierebadje. Lekker kliederen en spartelen. Er stond ook zo'n apenrek, met hangbeugels. Ik kon er met m'n korte benen en armpjes nooit bij. Toen ik er eenmaal wel bij kon, liet ik het bij die ene keer. Op het tandvlees. Kreeg nog net geen kramp. Frisbeeën deden we ook. 'Sorry mevrouw. Doet het erg pijn ? Hij vloog uit de richting.' Wie ook uit de richting vlogen waren we zelf.
Het was één grote speelplaats voor de jeugd uit Zaltbommel. Voor de meeste echte Bommelaren zal het merendeel dat ik beschreef herkenbaar zijn. Zeg maar het nostalgische Oh-Ja-Gevoel. "Ze" hebben ons ooit om totaal belachelijke of onbekende redenen iets moois afgenomen. De huidige jeugd moet het met de Waal doen, waar de olieboot van Kees ligt. Of met de Tijningseplas. De speelplaats voor hondenbezitters. Die moeten immers ook ergens heen. Ik weet ook wel dat die tijd nooit meer terugkomt. Wat geweest is, is wat is geweest. Wat altijd blijft zijn de gedachten en herinneringen, die zitten immers in je geest. Die tijd blijft je voor altijd bij. Die zon schijnt voor eeuwig. Een zomerfeest dat nooit weg is geweest.
Ik noem een Tony van Heemschut,een Loeki Knol,een Brammetje Biesterveld en natuurlijk een Japie Stobbe !