Vooropgesteld lijk ik het grotendeels met Claudia_x eens te zijn, maar laat ik dan nog wat aanvullen. Naar mijn idee is het hoorcollege achterhaald (of misschien nooit geschikt geweest) voor kennisoverdracht. We zitten op een model--ik weet niet of dat zo geevolueerd is of in beginsel verkeerd aangepakt, van lesstof die je tot je moet nemen en het hoorcollege die de belangrijkste dingen hieruit filtert en de studenten de executive summary geeft. Hier manifesteert zich het eerste probleem, want als alle belangrijkste dingen in de colleges behandeld worden, waarom zou je dan nog de lesstof tot je nemen. Het tweede probleem is dat studenten boos worden als je iets op het tentamen vraagt wat niet in de collegeslides staat. Dan is het de schuld van de docent dat deze ofwel iets onbelangrijks op het tentamen vraagt (en dus geen goed tentamen heeft gemaakt), ofwel de stof niet goed heeft samengevat (en dus geen goede colleges heeft gegeven). Studenten worden passieve toehoorders waarbij je aan het eind kijkt of ze het opgeslagen hebben. Deze informatieacquisitie als hoogste doel en bijbehorende summative information assessment is funest voor mentaalmodelconstructie, voor de motivatie van studenten, en past niet meer in deze tijd. Daarover later meer.
Eerst de hoorcolleges. Mijns inziens zijn deze ongeschikt voor de grote informatiedump zoals ze nu vaak gebruikt worden. Als je feitenkennis tot je wil nemen kun je dat efficienter uit een boek of uit interactieve multimedia halen, omdat je dan op je eigen tempo iets tot je kunt nemen, de dingen op aan het zoeken bent die op dat moment relevant zijn voor je schemaconstructie, en terug kunt gaan als je het niet snapt. Idealiter wil je in een dialoog gaan met je studenten, maar daar is het hoorcollege format niet geschikt voor (one to many ipv one to one). Wat dan wel? Je bent als docent een betoog aan het houden, een verhaal aan het vertellen. En waar zijn verhalen goed in? Mensen uitnodigen een alternatieve werkelijkheid voor te houden en deze te beschouwen. En zodoende een idee over te brengen, of een paradigmaverschuiving plaats te laten hebben. In mijn hoorcolleges (maar ook presentaties op conferenties e.d.) focus ik me steeds meer op een bepaald idee over brengen; op het geven van een bepaalde kijk op de materie die ze nodig hebben om vervolgens op eigen houtje op onderzoek uit te gaan. Wil je de details van het onderzoek weten, lees dan de paper maar.
Idealiter doe je dat op een manier die ook wat verwarring geeft, een lichte mate van cognitieve dissonantie of iets contrasterends waardoor ze op onderzoek uit moeten. Soms verleid ik mezelf tot polemiek. Dan zeg ik zoiets als hardcore gamers maken met afstand de slechtste spellen. Dan zie je ze allemaal zo kijken van wuuuut ik zal je wel laten zien dat ik het kan. Of game developers zijn drugsverkopers en corrumperen de jeugd. Laat ze maar een argument zoeken voor het tegenovergestelde, met dat knagende zaadje in hun hoofd dat de docent misschien gelijk heeft. Contrasterende paradigmata geven, activeren, motiveren.
Daarnaast (of eigenlijk in deze lijn) zijn colleges ook uitstekend om voorbeelden te geven, plaatjes, filmpjes, een interactieve setting. Wetenschappelijk minder correct, maar het gaat om een idee overbrengen.
Sowieso en afgezien van de hoorcolleges, vind ik dat meer de rol van docenten worden, de handvatten geven (een bril, waardes, vaardigheden) om zelf onderzoek te faciliteren. Laten we wel wezen, het internet is beter voor informatievoorziening dan wij, en de veranderingen gaan tegenwoordig zo snel dat zodra een vak geinstitutionaliseerd is, deze eigenlijk alweer achterhaald is. Alhoewel dat natuurlijk wel vakgebied afhankelijk is. Bij ons hebben ze het dus omgedraaid. Wij bieden een context aan en de student moet zelf informatie gaan zoeken, experts spreken, en dingen uit proberen om een bepaald probleem op te lossen. Als docent hebben we meer een begeleidende rol, ervoor zorgen dat ze reflecteren op de keuzes die ze maken en zorgdragen dat ze zich aan hun leerdoelen houden. En voortdurend hun visie op de maatschappij bijscherpen. Dat vond ik aanvankelijk heel erg zweverig, maar uiteindelijk misschien wel het belangrijkste. Ze moeten dus zelf analyseren waar ze denken dat de maatschappij over 5, 10, 20 jaar naartoe gaat bewegen en wat zij belangrijk vinden om te leren, zodat ze over 20 jaar de eerste experts in de nieuw ontstaande niches zijn. Daardoor wordt het een stuk dynamischer, maar belangrijker, alles is ontzettend relevant voor de studenten omdat het aansluit bij wat zij (gaandeweg) belangrijk (zijn gaan) vinden. Je brengt zo ook veel meer een duidelijke lijn in het curriculum. Niet meer 'we hebben docenten op deze vakgebieden dus iedereen doet er een plasje over met hoorcolleges, werkcolleges en een practicum', maar een door de student gekozen specialisatie uitdiepen. Mijn bachelorstudenten zijn i.h.a. al gemotiveerder dan bij mijn vorige universiteit de masterstudenten. Je ziet het ook terug bij de evaluaties.
![10390038_821267401264540_993560509931239582_n.jpg?oh=a7c7d8a018174d1cfb7623c792d77065&oe=54EA529A&__gda__=1424648147_48f20216842854bf64414eb2d7610794]()
Ze voelen zich (zijn?) veel beter uitgerust dan de andere studies voor het 'echte' leven.
They told me all of my cages were mental, so I got wasted like all my potential.