quote:
Op maandag 17 maart 2014 11:13 schreef GSbrder het volgende:Vakbonden zoals de Unie daarentegen, die weten precies wat de middenklasse (dus niet het doorsnee vakbondslid) bezig houdt en wat we aan die problemen kunnen doen.
Kwam daar dit stukje over tegen
quote:
We worden door ambtenaren geregeerd en niet erg goed
Posted on 13 februari 2014 door akasdorp
Ambtenaren horen helemaal niet te regeren; dat moeten ministers doen, die daarbij door gekozen volksvertegenwoordigers worden gecontroleerd. Ambtenaren zouden politieke besluiten zo goed mogelijk moeten voorbereiden en uitvoeren en er niet een eigen agenda op na moeten houden. Aldus, kort samengevat, Paul Cliteur, filosoof te Leiden, die niet de eerste en enige is die dit heeft opgemerkt.
Zoals Cliteur zegt dat het hoort, zo ongeveer stond het Locke, Montesqieu en andere grondleggers van de parlementaire democratie voor ogen en zo werkte het in grote lijnen een eeuw geleden. Wat is er sinds die tijd veranderd?
In de eerste plaats heeft er een schaalvergroting plaats gevonden. Er zijn meer ambtenaren, ook relatief, in verhouding tot de toegenomen omvang van de bevolking en het grotere aantal ambtelijke taken.
De organisatie van de departementen is niet voldoende aangepast aan de uitbreiding en de grotere diversiteit. Bij veel departementen is het een chaos. Ik neem een willekeurig voorbeeld, geen goed en geen slecht departement, gemiddeld ongeveer, Verkeer en Waterstaat[1].
Je komt er vanuit Amsterdam via Wassenaar en dan of rechtdoor, de Benoordenhoutse weg af tot de Koningskade en dan rechts af richting Hubertusviaduct, of eerder na Wassenaar rechtsaf de Landscheidingsweg en later de Waaldorper weg . Een groot en van oorsprong mooi gebouw dat lelijk is verbouwd en goed beveiligd. Via een sluis kom je binnen op de enige plek waar iemand overzicht heeft op wat er binnen gebeurt en wie waar te vinden is: bij de portier.
Niet alleen de minister van het moment, maar ook de secretaris generaal, de directeuren generaal en de andere hoge ambtenaren, niemand op dat departement heeft een totaal overzicht van wat er onder hun verantwoordelijkheid gebeurt. Er worden daar uitgaven gedaan waar niemand ooit over nagedacht heeft en worden opdrachten uitgevoerd waar in geen jaren iemand meer de behoefte aan heeft gepeild. Mensen zitten een groot deel van hun carrière op kamertjes dingen te doen waar niemand anders wat vanaf weet en waar niemand ook iets mee doet. Coördinatie vindt alleen plaats op de paar terreinen die politiek belangrijk zijn, d.w.z. waar de minister in de kamer voor ter verantwoording kan worden geroepen. De 90% van het werk waar nooit iemand iets over vraagt blijft ongecontroleerd en ongecoördineerd doordraaien tot er, door toeval meestal, iets mee gebeurt.
Omdat het chaos is op de departementen vereist het buitensporig veel tijd en energie om de zaak toch op een of andere manier draaiende te houden. Al die energie en tijd gaan af van wat er beschikbaar is voor het bedenken van beleid, voor het uitvoeren van de besluiten die in het politieke proces in de kamer en de ministerraad tot stand zijn gekomen.
Wanneer, zoals Cliteur zegt, het ambtelijk apparaat er een eigen agenda op na houdt, dan is dat meestal een agenda die een twintigtal jaren geleden is vastgesteld en die bij gebrek aan organisatie op het departement niet goed meer kan worden aangepast. Het is niet zozeer dat de ambtenaren de hun gegeven opdrachten niet uitvoeren, de opdrachten bereiken hun vaak helemaal niet, mogelijk omdat aan de top niemand weet wie zich in de dagelijkse praktijk met het werk bezig houdt of waar hij of zij te vinden is.
Niet zelden thuis bij haar kinderen of op een twee-maandse vakantie in de Andes, want het aantal vakantie en ATV dagen is groot in de ambtelijke wereld. De geringe stijging van de salarissen sinds de tijd van Toxopeus, toen het nog niet op kon, is vertaald in vrije dagen, ongeveer zoals dat ook in de zorg is gebeurd. Een Nederlandse ambtenaar heeft kortere werktijden en wel drie keer zoveel vakantie als zijn Amerikaanse equivalent. Hij verdient relatief ook nog meer. Hij kan in de praktijk niet ontslagen worden en het ambtenarenrecht geeft zoveel bescherming dat een ambtenaar die dat wenst ongestraft de opdrachten van zijn meerdere naast zich neer kan leggen. Dat gebeurt overigens veel minder vaak dan Cliteur schijn te denken, maar het bepaalt wel mee het gevoel van onmacht dat veel nieuwe ministers bevangt als ze een paar maanden aan het werk zijn. Het is geen botte weigering, maar een grote mate van stroperigheid en een gebrek aan haast waar nieuwe initiatieven op stuk lopen en de meeste ministers houden zich al snel niet meer bezig met het aansturen van hun apparaat, maar concentreren zich op het werk in de media, de kamer en de ministerraad, waar tenslotte hun politieke voortbestaan van afhangt.
Wat zou hier aan te doen zijn? Pim Fortuin had een paar ideeën, die grotendeel weer in de kast verdwenen zijn. Een ervan was nogal radicaal, maar daarom wel aantrekkelijk:
Analyseer de permanente taken van de overheid opnieuw; bekijk welke niet alleen permanent maar ook essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving en niet elders kunnen worden verricht. Behoud deze taken, hij dacht vijf ongeveer, maak er deskundige departementen voor met vaste ambtenaren, met aan het hoofd een minister, en stoot de anderen af.
Stel voor de niet permanente essentiële taken projectgroepen in, bemand met ingehuurde krachten en aan het hoofd een staatssecretaris.
Breng permanente taken die wel centraal georganiseerd moeten worden, maar voor het voortbestaan van de samenleving niet essentieel zijn onder in ZBO’s, zelfstandige bestuurslichamen die per taak georganiseerd en op een ordentelijke wijze gecontroleerd worden. Als het niet nodig is om de taken centraal te organiseren, stoot ze af en laat de markt in de behoefte voorzien. Is de dienst of het product niet via het marktmechanisme te produceren beslis dan niet te snel dat het publiek ongelijk heeft door er niet voor te willen betalen.
Het grote voor- en nadeel van deze radicale oplossing is dat er grote opruiming zou worden gehouden onder de bestaande departementen en zonder een revolutionaire verandering in de samenleving is dat niet goed denkbaar.
[1] Tegenwoordig het ministerie van Infrastructuur en Milieu
http://akasdorp.wordpress(...)erd-en-niet-erg-goe/