quote:Op maandag 28 mei 2012 23:47 schreef h.lalala het volgende:
Ja klopt, thanks!
Maar hier ook zo'n titratievraag dat ik echt niet kan beantwoorden.
Het schoonmaakmiddel wc-eend bevat volgens het etiket mierenzuur (=methaanzuur, HCOOH).
Uit een wc-eend wordt 25 mL gepipetteerd in een maatkolf van 200 mL. Na aanvuullen met water en homogeniseren wordt hieruit 25 mL overgebracht in een titratievat. Er blijkt 33,43 mL van een 0,2032 M oplossing van natriumhydroxide nodig te zijn. Een dubbelbepaling verbruikt 33,49 mL van deze natronloog.
Vraag: bereken het gehalte mierenzuur in het schoonmaakmiddel in g/L
-.-"
Echt top!quote:Op dinsdag 29 mei 2012 00:06 schreef Lilliesleaf het volgende:
Ok. Hoe begin je? Inventariseren van de gegevens.
Doel: het mierenzuur in g/L
Wat weet je:
uit de verpakking 25 mL, verdunt met 200-25 = 175 mL water.
Voor 25 mL verdund schoonmaakmiddel 33,43 mL/0,2032 M NaOH 1ste keer nodig en tweede keer 33,49/0,2032 M
Hint woordjes:
Aanvullen met water -> je werkt met een verdunning, op het laatst moet je dit weer terugbrengen naar oorspronkelijke concentratie.
Dubbelbepaling (duplo, triplo etc) -> je rekent met het gemiddeldes van de titraties.
Stap 1: Bepaal van alle stoffen het aantal mol. (te beginnen met de stof waar je de meeste gegevens over hebt)
- NaOH: Bepaal het gemiddelde aantal mL wat je hebt gebruikt. Reken dit om via de molariteit naar aantal mol.
- Mierenzuur: Je weet NaOH : HCOOH als 1 : 1 , want mierenzuur is een eenwaardig zuur.
Stap 2: bepaal de molariteit van de onbekende stof, mierenzuur.
Je wist via stap 1 al hoeveel mol er in de 25 ml verdunde oplossing zat (daar heb je immers mee getitreerd). Bereken hieruit de molariteit.
Snap dat de molariteit in die 25 mL waar je mee getitreerd hebt, gelijk is aan de molariteit uit het vat waar je het hebt uit gehaald, de 200mL.
Je moest terug naar de ongeconcentreerde vorm. Snap daarbij ook dat de M van die 25 mL ongeconcentreerd gelijk is aan de hele verpakking. Je moet dus berekenen hoeveel mol mierenzuur er in die 25 mL zat.
Al het mierenzuur waar je mee hebt getitreerd komt oorspronkelijk uit die 25 mL en zit dus ook volledig in je vat van 200 mL. Bereken dus hoeveel mol mierenzuur je in het vat van 200 mL hebt, en je weet hoeveel mol er in de onverdunde 25 mL zat. Bereken nu met de hoeveelheid mol en het volume de nieuwe molariteit.
Stap 3: Wat was ook alweer het doel?
het aantal g/L. Je hebt de molariteit nu, dus je weet hoeveel mol per liter er in het schoonmaak middel zit. Bereken dus nu met hoeveel gram deze hoeveelheid mol overeen komt.
Dus: 4 stappen.
Voorbereiding - Haal alle gegevens uit het stuk tekst.
Stap 1 - bereken van alle stoffen het aantal mol dat in je titratie voorkomt.
Stap 2 - bereken de molariteit
Stap 3 - bereken het uiteindelijke doel.
ps. Soms is 'het doel' stap 2 al: bereken de molariteit.
Hiervoor heb je toch ook de dichtheid nodig?quote:Op dinsdag 29 mei 2012 00:06 schreef Lilliesleaf het volgende:
- NaOH: Bepaal het gemiddelde aantal mL wat je hebt gebruikt. Reken dit om via de molariteit naar aantal mol.
Je hebt het aantal mL wat je gebruikt hebt en het aantal mol per liter. Dus dan gewoon mL omrekenen naar L en dat keer de molariteit.quote:Op dinsdag 29 mei 2012 00:31 schreef dvdsrk het volgende:
[..]
Hiervoor heb je toch ook de dichtheid nodig?
quote:Op zondag 27 mei 2012 16:33 schreef WalterMelon het volgende:
[..]
http://webcc.corlaercollege.nl/scheikunde/mol.png
uit tabel 99 volgens mij wel maar wat bedoel je met dat rare streepje?quote:Op dinsdag 29 mei 2012 07:41 schreef dramatic het volgende:
moet je trouwens kunnen spelen met die elektronenschillen, en uit binas 99 kunnen halen dat een stof 2+ is? en zo'n raar streepje kunnen bedenken bij NH3?
Alle examens die ik tot nu toe heb gezien daarover gingen over massaspectometrie. Je moet aan de hand van de massa van delen van een molecuul iets herleiden. Snap het zelf ook vaak niet, alles foutquote:Op dinsdag 29 mei 2012 09:35 schreef zoodan het volgende:
Pff ik snap analyse ect niet echt, wat moet ik daar mee kunnen :S
jepquote:Op dinsdag 29 mei 2012 09:59 schreef Lutte het volgende:
Alleen (g) en (aq) in de evenwichtsvoorwaarde toch?
Jep die stap snap ik, maar waarom heet het dan niet buthyl ipv methylquote:Op dinsdag 29 mei 2012 10:33 schreef TheDutchguy het volgende:
Die kan alleen aan het propaan zitten aan het middelste C atoom (tegenover de ester). Als die aan de buitenkant zou zitten, zou het geen propaan zijn maar butaan.
hmmm ik vind dat -yl nog steeds erg lastigquote:Op dinsdag 29 mei 2012 10:36 schreef TheDutchguy het volgende:
Omdat die niet aan de ester vast zit, maar aan de andere kant van het C atoom
De o gaat bv naar beneden vanaf het middelste C atoom, en de methyl groep naar boven.
In het tekstje voor vraag 3 staat dat er 17 aminozuureenheden (als signaalpeptide oid) vooraf gaan voordat het de echte eiwitcode ''begint''. Deze moet je er dus nog bij optellen.quote:Op dinsdag 29 mei 2012 11:47 schreef CrosbyStills het volgende:
''Plaats 487 van een aminozuur in aceetaldehyde-dehydrogenase komt overeen met plaats 504 in het polypeptide dat daaraan voorafgaat. De voorafgaande 503 aminozuren zijn gecodeerd door 3*503 = 1509 basen. De puntmutatie treedt op bij de eerste base van het aminozuur 504. De puntmutatie betreft dus base 1509+1 = 1510.''
Dit antwoord werd gegeven op hoe vraag 5( de onderste ) moest.
[ afbeelding ]
Waarom is het 487 + 17? "Dit komt overeen met plaats 504 in het polypeptide dat daaraan voorafgaat."??? Dit is echt abracedabra voor me... haha
| Forum Opties | |
|---|---|
| Forumhop: | |
| Hop naar: | |