Hoi,
Ik heb net het examen van Wiskunde A 2010-I zitten maken en daar komt een opgave in voor waarbij je het normaal waarschijnlijkheidspapier moet gebruiken.
Dit herinnerde me eraan dat er naast nomaal waarschijnlijkheidspapier ook nog enkel logaritmisch papier en dubbel logaritmisch papier bestaat. Van alle drie heb ik eigenlijk nooit in de les meegekregen hoe het nou eigenlijk werkt, ik snap dus eigenlijk totaal niet hoe je deze gebruikt.
Zou iemand een toelichting willen geven bij deze drie papieren? Een korte uitleg zou al heel mooi zijn. Bedankt.