Heel erg bedankt!quote:Op zondag 20 mei 2012 01:04 schreef Aeyr het volgende:
Eerste tabel is de CH4-uitstoot in CO2-equivalenten, de tweede tabel de massa van de CH4-uitstoot. Door de totalen in equivalenten te delen door de totalen van de CH4-uitstoot bereken je uit hoeveel equivalenten 1 gram CH4 bestaat.
126,9 / 6,044 = 21
De andere twee komen ook op 21 uit.
Hoop dat dat je verder helpt!
Je hebt 3 heterozygote allelenparen. Hoe wordt de allelfrequentie van heterozygote allelen weergegeven in de Hardy-Weinberg formule?quote:
Gaat meestal op z'n best hier rond die tijdquote:Op zondag 20 mei 2012 01:16 schreef Aeyr het volgende:
Dat krijg je als je om 1:15 nog examens aan het maken bent
istie ook. Probeer vooral je binas plaatjes goed te begrijpen (er zijn 3 of 4 tabellen geloof ik die erover gaan, kijk waar ze op elkaar aansluiten en welke info je wel uit de ene, maar niet uit de andere kan halen). Ik zou ook samengevat e.d. erop nalezen.quote:Op maandag 21 mei 2012 21:28 schreef zoodan het volgende:
Pff die citroenzuurcyclus/stikstofkringloop/glycolyse en gisting/oxidatieve fosfolisering vind ik best lastig...
Wow bedankt voor je uitgebreide antwoord, ik ga morgen gewoon mijn best doen om dit erin te krijgen en hoe het allemaal zit met DNA recombinantie/xchomosaal ect ect. dat zit er namelijk niet goed in. In de les hebben we hier eigenlijk ook belachelijk weinig aandacht aan besteed..quote:Op maandag 21 mei 2012 23:03 schreef kirsten. het volgende:
[..]
istie ook. Probeer vooral je binas plaatjes goed te begrijpen (er zijn 3 of 4 tabellen geloof ik die erover gaan, kijk waar ze op elkaar aansluiten en welke info je wel uit de ene, maar niet uit de andere kan halen). Ik zou ook samengevat e.d. erop nalezen.
Ik denk dat het belangrijkste is om te weten hoe het zit met waar hoeveel ATP vrijgemaakt wordt, hoe de ox. fos werkt (stuwmeer van H+, zorgt dat de ATP synthase aangedreven wordt die ATP maakt) en waar dus de NADH,H+ en de FADH2 heengaan (dus de H+jes daarvan).
Vergeet niet dat in het tweede deel van de glycolyse de reactie x2 voorkomt; in het eerste gedeelte (blauwe stuk van de tabel) verlies je energie (2ATP), maar in het tweede gedeelte wordt het glucosemolecuul in tweeën gesplitst en krijg je via een isomerase 2x hetzelfde molecuul (1 molecuul is direct goed (de rode tabel), de andere helft wordt via dat 3e kolommetje omgezet in de tweede) Dat betekent dus dat je energiewinst (rode stuk van de tabel dus) x2 is, dus dat je daar 4ATP uithaalt. Netto dus 2 ATP uit de glycolyse.
Vergeet niet dat anaeroob dus minder energie oplevert dan aeroob, puur omdat anaeroob niet verder gaat dan de glycolyse, en na de glycolyse ipv citroenzuurcyclus dus gaat gisten/melkzuur vormen. Dat is ook de reden dat iemand bij lange/zware inspanning spierpijn krijgt. Na een tijdje aeroob moeten de spieren gedwongen op anaeroob overschakelen, waarbij onvermijdelijk melkzuur wordt gevormd.
In de citroenzuurcyclus moet je vooral in de gaten houden waar dus die NADH,H+ en FADH2 heengaan, en hoe die dus vervolgens in verband staan met de oxfos. Uit de oxidatieve fosforylering haal je in totaal geloof ik 34 ATP.
--> Totaal haal je dus aeroob 2 (Glycolyse) + 34 (ox.fos) = 36 ATP per glucosemolecuul. Anaeroob maar 2.
Je bent ruim een half uur van te voren al klaar?quote:Op woensdag 23 mei 2012 15:55 schreef Gorios het volgende:
Dit examen was in ieder geval niet te lang en ook zeker niet te moeilijk.
Als mensen hierover gaan klagen is het enorm onterecht.
Jij bent ook de norm...quote:Op woensdag 23 mei 2012 15:55 schreef Gorios het volgende:
Dit examen was in ieder geval niet te lang en ook zeker niet te moeilijk.
Als mensen hierover gaan klagen is het enorm onterecht.
Een prion is geen virus, dus alleen daarom al is het antwoord fout.quote:Op woensdag 23 mei 2012 17:37 schreef Apostrof het volgende:
Ik heb bij 20 gewoon als antwoord dat het klierweefsel het virus bevatte, dat is toch ook zo?
En ik dacht bij 19 alleen stelling 2 en 3 omdat helemaal aan het begin werd genoemd dat het vooral bij jonge mensen werd aangetroffen. Maar ik denk dat ik daar gewoon teveel heb beredeneerd.
Ik blijk echter wel maar 1 multiplechoice vraag fout te hebben, maar bij de rest van mijn antwoorden ben ik er niet zo zeker van. Ligt er maar net aan hoe veel mijn biologiedocente me gunt :pquote:
Ordening moesten we wel kennen, bovendien kon je met BINAS en een beetje logisch nadenken ook op het antwoord komen.quote:
Heb het maar even opgezocht.quote:
quote:Planten hebben zoals alle Eucaryoten (organismen met complexe cellen met een kern) zuurstof nodig voor de respiratie. Door zuurstof te laten reageren met suikers komen er energie, water en CO2 vrij.
Overdag kunnen planten ook de omgekeerde reactie uitvoeren waarbij CO2 en water met behulp van zonlicht worden omgezet tot suikers en zuurstof. Overdag produduceert de plant dan ook meer zuurstof dat dat ie opgebruikt maar 's nachts doet de plant enkel aan respiratie.
Conclusie: Ook voor planten is zuurstof levensnoodzakelijk.
Deze vraag werd beantwoord door:
drs. Marc Reynders
doctorandus
Universiteit Gent
moah, ik vind dat de antwoorden wel redelijk overeen komen hoor. Je hebt benoemd dat de MHC complexen zo verschillend mogelijk moeten zijn, met een reden (weet verder niets van de vraag en of het de juiste reden is maar dat zal vast wel). In mijn ogen is dit hetzelfde antwoord hoor.quote:Op woensdag 23 mei 2012 19:15 schreef huayra het volgende:
Ik heb een vraagje voor de mensen die vandaag het vwo bio CE hebben gemaakt.
De vraag gaat over vraag 33.
Ik heb als antwoord: Als de ouders zoveel mogelijk verschillen hebben wat betreft de MHC-allelen. Dan zal het nageslacht een diversiteit aan MHC-allelen hebben, waardoor de kans groter is, dat het nageslacht een parings partner zal vinden.
Dit lijkt echter niet eens op het antwoord wat in het correctievoorschrift staat.
Maar zou mijn antwoord ook kunnen kloppen
Edit
Hier komt de vraag,
Stukje tekst wat boven de vraag stond,
In een onderzoek naar de partnerkeuze bij muizen werden twee familiegroepen,
elk met een bekend homozygoot MHC-genotype, gebruikt: type R en type S.
Paringsbereide vrouwtjes, opgegroeid in één van deze familiegroepen, werd de
keuze geboden tussen mannetjes van het type R en van het type S.
De vrouwtjes paarden bij voorkeur met mannetjes van het andere MHC-type.
Het is voordelig voor het nageslacht als de ouders zoveel mogelijk verschillen
wat betreft de MHC-allelen.
2p 33 Leg dit uit aan de hand van de functie van het MHC-comple
| Forum Opties | |
|---|---|
| Forumhop: | |
| Hop naar: | |