Het viel me bij het lezen van het stukken al meteen op dat Hofstadter zichzelf meermaals tegenspreekt, vooral bij het schetsen van zijn casus.
quote:
I believe there is a style of mind that is far from new and that is not necessarily right-wing. I call it the paranoid style simply because no other word adequately evokes the sense of heated exaggeration, suspiciousness, and conspiratorial fantasy that I have in mind. In using the expression “paranoid style” I am not speaking in a clinical sense, but borrowing a clinical term for other purposes.
Het is alsof hij zegt, ik wil niet timmeren, dus gebruik ik mijn hamer niet voor spijkers, maar eieren.
quote:
I have neither the competence nor the desire to classify any figures of the past or present as certifiable lunatics. In fact, the idea of the paranoid style as a force in politics would have little contemporary relevance or historical value if it were applied only to men with profoundly disturbed minds. It is the use of paranoid modes of expression by more or less normal people that makes the phenomenon significant.
"Ik heb niet de wil of kennis om iemand gek te noemen, maar sommigen zijn wel minder normaal." En waarom zou het afbreuk doen aan de historische waarde of relevantie wanneer sommige leiders gek(kig) waren? Dit vergt uitleg, naar mijn mening.
Een persoon als Newton heeft grote bijdrage geleverd aan de wetenschap, maar keek soms urenlang in de zon waardoor hij dagenlang verblind was. Dit omdat hij dacht er inzicht aan te kunnen ontlenen.
quote:
Of course this term is pejorative, and it is meant to be; the paranoid style has a greater affinity for bad causes than good. But nothing really prevents a sound program or demand from being advocated in the paranoid style. Style has more to do with the way in which ideas are believed than with the truth or falsity of their content. I am interested here in getting at our political psychology through our political rhetoric. The paranoid style is an old and recurrent phenomenon in our public life which has been frequently linked with movements of suspicious discontent.
En dus toch als een leek gaan werken met psychologie.
quote:
Robison seems to have made his work as factual as he could, but when he came to estimating the moral character and the political influence of Illuminism, he made the characteristic paranoid leap into fantasy.
Ondanks de stelling van eerder dat het niet belangrijk is of een bewering waar is of niet, omdat "nothing really prevents a sound program or demand from being advocated in the paranoid style", is het plots karakteristiek voor de paranoid style om de sprong naar fantasie te maken.
Later draagt hij juist weer voorbeelden aan die uitdragen dat het niet uitmaakt of iets klopt of niet, of zelfs dat je achter het idee staat, om toch te kunnen voldoen aan de paranoid style:
quote:
The anti-Masonic movement was a product not merely of natural enthusiasm but also of the vicissitudes of party politics. It was joined and used by a great many men who did not fully share its original anti-Masonic feelings.
Wat me opvalt is de keuze om over 'rightwing extremists' te schrijven, met name na eerst voorbeelden aangehaald te hebben waar de kern van waarheid ver te zoeken is. Zeker omdat hij zijn paranoid style omschreef als een stijl die niet is voorbehouden aan zij die
niet waarheid in pacht hebben,
niet mentale gesteldheid bezitten, en zelfs product is van natuurlijk enthousiasme, vroeg ik me af wat zijn beweegreden was om dit stuk te schrijven.
Een vlug bezoekje aan Wikipedia leert dat hij communist, anti-kapitalist en politiek gezien links-georiënteerd is:
http://en.wikipedia.org/wiki/Richard_Hofstadter#Early_Communismhttp://en.wikipedia.org/w(...)#Consensus_historianVandaar ook de uitgebreide analyse die hij besteedde aan samenzweringstheorieën over mogelijke infiltratie van het communisme in de VS:
quote:
The basic elements of contemporary right-wing thought can be reduced to three: First, there has been the now-familiar sustained conspiracy, running over more than a generation, and reaching its climax in Roosevelt’s New Deal, to undermine free capitalism, to bring the economy under the direction of the federal government, and to pave the way for socialism or communism. A great many right-wingers would agree with Frank Chodorov, the author of The Income Tax: The Root of All Evil, that this campaign began with the passage of the income-tax amendment to the Constitution in 1913.
The second contention is that top government officialdom has been so infiltrated by Communists that American policy, at least since the days leading up to Pearl Harbor, has been dominated by men who were shrewdly and consistently selling out American national interests.
Finally, the country is infused with a network of Communist agents, just as in the old days it was infiltrated by Jesuit agents, so that the whole apparatus of education, religion, the press, and the mass media is engaged in a common effort to paralyze the resistance of loyal Americans.
Deze tekst volgde net na de demonisering van de rechtse vleugel in de politiek, onderbouwd met
ad populum:
quote:
The villains of the modern right are much more vivid than those of their paranoid predecessors, much better known to the public; the literature of the paranoid style is by the same token richer and more circumstantial in personal description and personal invective.
Ik moest dan ook hard lachen toen ik het volgende opnieuw las:
quote:
It is hard to resist the conclusion that this enemy is on many counts the projection of the self; both the ideal and the unacceptable aspects of the self are attributed to him. The enemy may be the cosmopolitan intellectual, but the paranoid will outdo him in the apparatus of scholarship, even of pedantry.
Of zoals hij stelt in zijn afsluiting:
quote:
We are all sufferers from history, but the paranoid is a double sufferer, since he is afflicted not only by the real world, with the rest of us, but by his fantasies as well.
Dit wordt mede bevestigd door zijn
irrationele angst voor de strijd tussen de klassen, waarbij hij historische feiten in twijfel trekt:
quote:
The Idea of a Party System (1969) describes the origins of the First Party System as reflecting fears that the other political party threatened to destroy the republic. The Progressive Historians: Turner, Beard, Parrington (1968) systematically analyzes and criticizes the intellectual foundations and historical validity of Charles Beard's historiography; the book "signalled a growing support for neoconservatism". In the event, Turner(?) said that, as an historian, Richard Hofstadter no longer was a useful guide, because his ideas were too isolationist, and too often had "a pound of falsehood for every few ounces of truth".[15]
Wat op zijn beurt weer strookt met zijn slechte reputatie als historisch onderzoeker:
quote:
The sharpest criticism of Social Darwinism in American Thought, 1860–1915 focused on Hofstadter's weakness as a research scholar: he did little or no research into manuscripts, newspapers, archival, or unpublished sources. Instead, he primarily relied upon secondary sources augmented by his lively style and wide-ranging interdisciplinary readings, this producing very well-written arguments based upon scattered evidence he found by reading other historians.
Alhoewel ik me goed kan vinden in het bestaan van een concept als
the paranoid style, en het interessant vind om te zien hoe deze stijl aanspreekt op irrationele angst, waardoor feiten genegeerd worden, denk ik dat een oordeel als 'briljant' teveel is.
Er is wat mij betreft wel degelijk een link te leggen tussen
the paranoid style in politiek en berichtgeving in mainstream media en alternatieve media, waarbij ook nog eens een relatie zou kunnen bestaan tussen de politieke ideologische stroming en de stroming van het gedachtegoed bij samenzweringstheoristen. Ik denk dat dit artikel goede inspiratie kan zijn voor verdere analysen op politiek, media en maatschappij, maar op zichzelf niet sterk staat. Met name het hypocriete karakter van het artikel met betrekking tot de schrijver doet afbreuk aan de overtuigingskracht.
Wat me op het volgende brengt, namelijk overtuiging. Aristoteles had een aardige leer omtrent de middelen van overtuiging, welke vandaag de dag nog aan bod komen in academische educatie op het gebied van communicatie. Hij verdeelde deze in twee soorten: extrinsieke (dat wat vast staat) en intrinsieke (dat wat de spreker nog moet bedenken). De laatste kan gedaan worden via de
ethos, pathos, logos:
quote:
Ethos
Ethos is het beroep dat de spreker doet op autoriteit om het publiek ervan te overtuigen dat hij of zij een gekwalificeerd spreker is. Dit kan op vele manieren gedaan worden:
Door het zijn van een notabel persoon in het vakgebied, zoals een universiteitsprofessor of een directeur van een bedrijf dat zich specialiseert in het onderwerp.
Door zelf belangen te hebben bij het onderwerp in kwestie, door erbij betrokken te zijn.
Door het vertoon van een indrukwekkend redeneervermogen, zodat het publiek inziet dat de spreker ter zake kundig is.
Door beroep te doen op iemands ethiek of karakter.
Pathos
Pathos is een manier om de emoties van het publiek aan te spreken. Het kan in de vorm van metafoor, analogie, een hartstochtelijke weergave of zelfs een eenvoudige claim zijn dat een kwestie onrechtvaardig is. Het pathos kan bijzonder machtig zijn indien goed gebruikt, maar de meeste mondelinge toespraken steunen niet enkel op Pathos.
Logos
Logos beroept zich op een logische redenering en het woord logica is daarvan afgeleid. Het wordt normaal gebruikt om feiten te beschrijven die het onderwerp van de spreker ondersteunen. Omdat gegevens moeilijk te manipuleren zijn, vooral indien ze uit een vertrouwde bron komen, zou logos cynische luisteraars kunnen overtuigen. Logos kan ook ethos (zie bovenstaande) versterken omdat de informatie de spreker kundig doet lijken. Nochtans kan men gegevens verwarren en daarmee kan het publiek dat ook doen. Logos kan ook onnauwkeurig en daardoor misleidend zijn. Wanneer alle drie middelen van overtuiging samen zijn gebruikt, kan een spreker of schrijver erg sterke argumenten creëren.
Wanneer ik de ethos, pathos, logos-voorwaarden toepas bij een analyse van jouw argumenten voor hoe 'briljant' het artikel van Hofstadter is, vallen mij een aantal zaken op, welke ik heb onderstreept.
-Het beroep dat je doet op autoriteit om het publiek te overtuigen is bij deze het artikel van Hofstadter.
-Door aan te dragen dat dit topic in BNW thuishoort, en niet in POL omdat dat zou doordrenkt zijn met complotdenkerij, maak je duidelijk dat je betrokken bent.
-Ook draag je aan dat de topic je doet denken aan (het karakter van) BNW-users, ofwel: je doet beroep op karakter.
-Je eloquente taalgebruik doet denken dat je een goede spreker bent die in staat is logisch te denken.
-Je spreekt emoties van het publiek aan, in je eerste post door te wijzen op de kuddegeest van complotdenkers, in je tweede post door metaforen en analogieën te gebruiken voor de paranoid style volgens Hofstadter, dat zich vertaalde in BNW-onderwerpen.
Gegevens zijn moeilijk te manipuleren, dus om een stelling hard te maken moet de spreker (TS) beroep doen op artikelen om een belangrijk middel ter overtuiging te verkrijgen. Om de impact van de aangereikte bron te bepalen is een uitgebreide analyse nodig, zoals ik in mijn post heb geprobeerd te doen. Mijn conclusie hierin is dat het artikel niet als bron overtuigend werkt, omdat de schrijver zich schuldig maakt het hetgeen hij bekritiseert, namelijk the paranoid style; uitgebeeld door projectie van de eigen psyche op anderen.
Verder is het belangrijk om te kijken naar het belang van de spreker om te zien wat het doel is van zijn poging het publiek te overtuigen. Wanneer men een blik neemt op eerdere posts van de spreker (TS) kan men een minachtende toon opmerken gericht naar de gemiddelde BNW'er. Dit schetst TS zelf door BNW-users te omschrijven als volgelingen:
quote:
Bovendien herken ik veel van de sentimenten die Hofstadter beschrijft terug in BNW-users, want zij laten zich toch voornamelijk leiden door het samenzweringsklimaat in de VS.
...die in BNW-kringen meestal omschreven worden als schaapjes.
Het is dan ook niet vreemd om de veredeling van het artikel van Hofstadter door TS te begrijpen, het verwantschap ligt in de projectie van de zelf en de daarmee gekoppelde hypocrisie. TS stelt bijvoorbeeld dat:
quote:
Voor de moslim en de Bilderberger kan men nog wel enig respect opbrengen, de linksjes en de schaapjes daarentegen worden begroet met de grootst mogelijke minachting.
En bevestigt zelfs de vermeende hypocrisie door te stellen dat:
quote:
5. De vijand dient daarom met zijn eigen middelen bestreden te worden - je gaat als vanzelf dus trekjes van de vijand overnemen. Hierbij is de vraag of dit nu een gevolg is van de samenzwering of juist de oorzaak. Ikzelf neig naar het laatste, figuren die het islamitische kwaad of de NWO proberen te bestrijden zijn van zichelf waarschijnlijk al manicheistisch ingesteld, dus mag het geen verwondering heten als je die eigenschappen eerder in een ander meent te herkennen en die op zekere hoogte ook wel kunt bewonderen zoals beschreven in puntje 3. Zie bijv ook: Complotdenkers willen zelf samenzweren?
De verwijzing naar het manicheïsme zegt iets over het doel van TS: het doel om het Licht te bevrijden.
Zoals ik het zie zijn TS en Hofstadter als twee handen op een buik; beide leveren een subtiele vorm van kritiek op een groep door het aandragen van een bepaalde stijlvorm, maar maken zich ondertussen schuldig aan hetgeen ze verwijten aan de bekritiseerde groep. Of naar het voorbeeld van TS, zoals aangedragen in punt 5, de eigen woorden tegen hem te gebruiken:
quote:
Same shit, different asshole.
En ik?
Door het schrijven van deze post, en de wijze waarop ik dit doe leg ik ook een handje bij op de spreekwoordelijke buik. Dus ook voor mij geldt:
quote:
Same shit, different asshole.
Hoi!