quote:
VDB in 10 hoogtepunten
1. Kampioen met gebroken elleboog
Natuurlijk was VDB geboren voor de fiets. Niemand die zo gaaf op een zadel paste als hij. Maar zijn eerste sportieve successen boekte hij als beloftevolle veldloper. Op 11-jarige leeftijd wordt hij voor een eerste keer Belgisch kampioen, enkele weken nadat hij op school zijn elleboog brak.
VDB gaf de atletiekgenen door aan zijn oudste dochter Cameron (10). Afgelopen winter werd ze Belgisch kampioene... veldlopen. ‘Cameron doet me aan Frank denken’, zei vader Jean-Jacques ooit. ‘Ik zei haar eens dat ze best rond de derde plaats bleef lopen, om dan op het einde toe te slaan. Ze ging er bij de start vandoor en ze won. Och pappy, laat mij maar lopen zoals ik zin heb. Kijk naar me; ik ben niet eens moe. Ik zou meteen weer een koers kunnen lopen. Dat had Frank ook kunnen zeggen.’
2. Het mirakel van Marseille
Dat eigenwijze karakter was de enorme kracht van VDB, vooral als jonge renner. Toen hij als 19-jarig supertalent in 1994 prof werd bij Lotto - het jongste debuut ooit sinds Van Steenbergen - werd hem één ding goed in de oren geknoopt: hij begon weer op nul. Maar zo dacht VDB niet. ‘Wie dacht dat ik in mijn eerste rittenkoers, de Ronde van de Middellandse Zee, zomaar bidons zou rondbrengen of anderen uit de wind zou houden, die zou nog raar opkijken’, klinkt het in zijn boek. ‘Dat was niet de taak van een winnaar.’
3. Vossenstreken tussen oude vossen
Indrukwekkend was het, maar op de Ronde van de Middellandse Zee bouw je natuurlijk geen palmares. Dat werd pas echt geopend op 14 september 1995, de dag dat VDB Parijs-Brussel won. Alweer was de zege op zich niet het meest opzienbarend - hoewel, voor een 20-jarige kan zo’n klassieker al tellen. Wel de manier waarop. In een razend spannende finale geraakt VDB weg met ervaren rotten als Frank Corvers en Rolf Sörensen. Met de hete adem van het peloton in de nek laten die twee paniek zegevieren boven controle. Corvers pakt onder de rode vod de leiding, Sörensen volgt hem gezwind. Alleen Vandenbroucke blijft cool, en posteert zich resoluut in derde positie. ‘Óf winnen, óf twintigste’, was zijn motto. Het werd dat eerste.
4. 20 minuten 200
Eigenlijk was het onmogelijk, wat daar gebeurde in de Scheldeprijs in Schoten (1996). Eigenlijk werden de wetten van de wielersport met de voeten getreden. En in één adem ook de wetten van de fysica. Want één renner kan wetenschappelijk gezien onmogelijk evenveel kracht ontwikkelen als drie hele ploegen. Althans, toch niet twintig kilometer aan een stuk. Maar Frankie Boy deed het.
Het was het moment waarop het supertalent een wonderboy werd. Nooit groeide zijn voorsprong boven de 15 seconden, constant hadden ze hem in het vizier, maar nooit kwamen ze tot op zijn achterwiel. Toen Mapei-dokter Yvan Vanmol achteraf de gegevens van zijn hartslagmeter checkte, schrok die zich een hoedje. ‘Je hebt 20 minuten met een polsslag van 200 gereden’, zei die. ‘Anders kon ik niet winnen’, antwoordde VDB laconiek.
5. Een engel in de Apocalyps
Parijs-Nice 1998 was de zege van de hoop. De bevestiging van al het goeds dat al jaren voorspeld werd. Wie op 23-jarige leeftijd de Le Petit Tour de France kan winnen, heeft de capaciteiten om ooit de grote broer te winnen. Is VDB de leider van een nieuwe generatie?, titelde deze krant daags nadien.
De strafste stoot in Parijs-Nice was ongetwijfeld de zege op de Col de la République. Het sneeuwde die dag. En het waaide, ijzelde en vroor zo hard dat de organisatoren tot de laatste minuut twijfelden om de rit te laten doorgaan. Het leek de Apocalyps, maar VDB fladderde als een engel naar boven. Helemaal alleen, een ster in de mist. ‘De sterkste van het peloton? Ja, voor één keer zeg ik het luidop’, lachte hij achteraf. Het is iets wat hij later nog zou zeggen.
6. De belofte aan Lefevere
Wat is er mooier dan winnen met je beste vriend? Dan nog op vijftien kilometer van je deur? Nico Mattan, ploegmaat van VDB bij Mapei, had drie dagen voordien samen met Frank de finale van Gent-Wevelgem verkend. Elk putje, elke bocht. Zo minutieus dat ze - volgens VDB - alleen al door parcourskennis twee kilometer per uur sneller reden dan de rest. Het plannetje voor de finale klopte ook perfect: samen weg op de helling van Geluwe, enkel de Deen Lars Michaelsen kon mee. Daarna demarreerden ze slag om slinger, tot Vandenbroucke alleen wegraakte en solo arriveerde in Wevelgem.
VDB had woord gehouden. Na de Ronde van Vlaanderen zou hij normaalgezien vertrekken naar de ronde van het Baskenland, maar in laatste instantie trok hij aan de mouw van Patrick Lefevere: ‘Ik zie het niet zitten, ik wil niet naar Spanje, ik wil scoren in Wevelgem.’ Lefevere gaf toe, en zag drie dagen later zijn vertrouwen terugbetaald.
7. Het duel om de eer
De beelden zijn genoeg bekend. Frank Vandenbroucke en Michele Bartoli op La Redoute, duellerend, demarrerend, denigrerend. Het was de voorzet tot de mooiste zege uit zijn carrière, Luik-Bastenaken-Luik in ’99. Maar het was tegelijkertijd ook de apotheose van een duel om de eer. Om de officieuze titel van Beste renner van het peloton.
Het uiteindelijke duel werd beslecht op La Redoute. Maar voordien werd de veldslag gevoerd met details. VDB had zijn haar spierwit geverfd, stapte op hetzelfde moment als Bartoli op het startpodium om de blikken te kruisen, en had speciaal voor de gelegenheid een nieuwe fiets uit de stal gehaald. ‘Eéntje van 7.000 euro, een eendagsferrari.’
Legendarisch hoogtepunt was de persconferentie die VDB gaf vanuit zijn autoruit, enkele dagen voordien. Op de vraag wat hij dacht van de zege van Bartoli in de Waalse Pijl, antwoordde VDB: ‘Bwa, niet slecht.’ De Italiaan werd wit van woede.
8. De buit van Ávila
Ávila. Het wordt een bedevaartsoord voor VDB-fans. La Doyenne was sportief gezien misschien wel de mooiste prestatie, de Vuelta van ’99 was op zich het mooiste verhaal. VDB werd er tot over zijn oren verliefd op Sarah Pinacci, het koffiemeisje van Saeco, en beloofde haar op een avond zelfs te winnen. ‘Als ik dat kan, brengen we samen de nacht door’, zei VDB. Sarah stemde niet toe, maar weigerde ook niet.
VDB reed die dag iedereen uit het wiel. Ullrich, Jimenez en Heras op de Alto de Abantos, Zarrabeitia op de beroemde kasseien langs de stadswallen van Ávila. ‘Dit wordt de nieuwe wereldkampioen’, orakelde de internationale pers. Maar zijn grootste beloning kreeg VDB enkele uren later.
9. The Comeback Kid
In 2003 had VDB al heel wat waters doorzwommen. De dopingperikelen met Sainz, de verboden producten op zijn nachtkastje, de ruzie met Cofidis, de mislukte comeback bij Lampre,... Maar in 2003 werd hij opgevist door Lefevere, en leek hij weer op het goede pad. Een sterk voorjaar werd bekroond met zijn tweede tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen, weer achter Van Petegem, net zoals in ’99.
Iedereen haalde zijn hart op. Vooral na de koers, toen Vandenbroucke zich weer aan grote voorspellingen waagde. ‘Dit is nog maar het begin. Parijs-Roubaix, Gold Race, Waalse Pijl, Luik-Bastenaken-Luik: één van die vier wil ik winnen. Ik denk dat ik de laatste twijfelaars heb overtuigd.’ Helaas was die Ronde de laatste grote koers waarin hij schitterde.
10. Het waakvlammetje
Ondanks alles waren er altijd believers van VDB. Altijd mensen die zeiden dat hij ooit, als alles in orde kwam, nog tot grootse dingen in staat zou zijn. Waarom dat waakvlammetje steeds bleef branden, bewees VDB afgelopen seizoen. Bij Cinelli groeide hij naar een vorm toe die hij de laatste zes jaar niet meer had. Het werd bekroond met enkele zeges in amateurkoersen en criteriums, én - toch opvallend - een tijdritzege in de tweede etappe van de Boucles d’Artois, een kleinere Franse koers.
Ook heel wat gevestigde na men bleven in de gevallen ster geloven. Kinesist Lieven Maesschalck zei vaak dat het lichaam van VDB nog lang niet versleten was, en toptrainer Aldo Sassi ging vanaf deze winter samenwerken met hem. ‘Als hij écht wil, ben ik ervan overtuigd dat Vandenbroucke nog enkele mooie jaren voor de boeg heeft. En misschien nog een klassieker kan winnen.’