Wie naar Londen gaat, leest in iedere reisgids dat de stad schrikbarend duur is. Maar met de huidige stand van het Britse pond valt dat reuze mee. De reisgidsen zijn inmiddels gedateerd.
Een jaar geleden leek dit ondenkbaar, maar eind december was het bijna zover. Voor 1 pond moest een toerist 1,023 euro neertellen, in januari 2008 was dit nog bijna 1,35 euro. Inmiddels is de koers weer opgelopen tot 1,09 euro. Toch doet een tripje naar de Big Ben veel minder pijn in de portemonnee dan voorheen.
Een aangename verrassing na aankomst is meteen de prijs van de Oyster card. Hiermee kun je het grootste deel van de stad bereizen met de metro en bus. Een kaart voor zeven dagen kost 25 pond per persoon.
Ontbijten en dineren tijdens het verblijf? In het hotel nog steeds hartstikke duur, maar in de broodjeszaak of de pub om de hoek een stuk smakelijker geprijsd. De drankprijzen liggen rond hetzelfde niveau als in ons land.
Vertier in de avond is ook financieel gezien steeds vaker een leuke belevenis. Het bijwonen van een musical als The Phantom of the Opera kan vanaf 25 pond. Let wel; het zicht is enigszins beperkt. Een bioscoopje pakken is daarentegen duur (14 pond voor Australia).
Ook het bezoeken van toeristische attracties als the Tower of Londen, Westminster Abbey en het Wembley Stadion is een dure grap. Hiervoor moet je al snel 12 tot 16 pond ophoesten. Veel musea zijn echter gratis, maar de exclusieve tentoonstellingen dan weer niet. Voor voetbalwedstrijden van topploegen als Arsenal en Chelsea kosten de kaartjes omgerekend dan weer bijna nauwelijks meer dan een wedstrijdje NECNAC.
Zware klappen
Het pond kreeg de afgelopen maanden zware klappen door de aanhoudend slechte berichten over de Britse economie. De verwachting is dat de munt nog verder zal wegwakken. Een gelijke of zelfs lagere koers ten opzichte van de euro lijkt een kwestie van tijd als economische onheilstijdingen aan de overkant van de plas aanhouden. Huizenprijzen zullen blijven dalen, somberen de Britten, en het pond is door de lage rente van de Bank of England nauwelijks interessant voorbeleggers.
ING-valutastrateeg Tom Levinson liet vorige week echter optekenen dat hij de koers van de sterling ondergewaardeerd vindt, en op korte termijn herstel verwacht. In dat geval: nu afreizen, voor het weer onbetaalbaar is. Voor de lange termijn zou dan wel weer een mandje Britse aandelen aantrekkelijk zijn.
Op
www.dft.nl/koersen/valuta kunt u de actuele koers van het pond en andere vreemde valuta ten opzichte van de euro vinden.
Bijna elke bank houdt dagelijks een wisselkoers bij op zijn website. De meeste wisselen echter alleen voor eigen klanten, en veel vreemde valuta heeft men zelden op voorraad, omdat het een weinig rendabel handeltje is voor de bank. Ook is het niet vanzelfsprekend dat u bij terugkomst in Nederland uw resterende vreemde geld bij de bank weer kunt inruilen.
Buiten de reguliere bank om zijn er de wisselkantoortjes of natuurlijk de GWKvestigingen. De plusminus 50 GWK-kantoren hanteren verschillende koersen en tarieven. De verklaring is logisch: daar waar de vraag naar buitenlands geld het grootst is, zijn de prijzen het hoogst. Het zal u niet verbazen dat het wisselkantoor op Schiphol Plaza één van de duurdere is. De voorraden aanwezig buitenlands geld zijn bij GWK dan wel weer groot. Reserveren, zoals bij uw eigen bank in het dorp, hoeft dus niet, en kosteloos inwisselen van het restant bij terugkeer van uw vakantie behoort tot de mogelijkheden.
U kunt er natuurlijk ook voor kiezen geen geld te wisselen, maar gewoon te pinnen in het buitenland. In dat geval betaalt u een koersopslag van 1%. Pinnen binnen de EU is verder niet aan kosten gebonden, tenzij u de creditcard (met pincode) gebruikt
bron: telegraf