quote:
De hofnar in dienst van Koning Voetbal
Door ARNO GELDER
DORDRECHT - René van der Gijp, voor al uw feesten en partijen. Maar achter de domme August schuilt ook de betraande Pierrot. ,,Of ik wel eens naar het theater ga? Nee, maar ik kom wel vaak buiten.’’
Waarom, vraagt hij zich soms af, moet nou juist hém dat weer overkomen? Het is alsof de duivel er mee speelt, vermoedt hij. Altijd de verkeerde tijd, de verkeerde plaats. Een argeloze acteur die per abuis in een toneelstuk belandt: zonder rol, zonder tekst en script. Een bestaan vol moedwil en misverstand - het levensverhaal van René van der Gijp.
Neem nou het laatste EK voetbal. ‘Gijp’ reisde opgewekt af naar Zwitserland (‘Ik behoor nu tot de pers, hè?’), maar vond zichzelf terug in een triest hotel even buiten Genève. ,,Ik was écht de enige gast. ’s Avonds keek ik, in mijn onderbroekje op bed, uit het raam op een Zwitserse winkelstraat. Doffe treurigheid. Zag alleen een hond lopen. Zonder baasje. Ook dat nog.”
De volgende dag boekte zijn management de bruidssuite van hotel Beau Rivage te Lausanne. ,,Kom ik binnen, staat daar een official van de KNVB. Blijkt goddomme het Nederlands elftal er te zitten. ‘Wat doe jij hier?’, vroeg hij. ‘Logeren’, antwoordde ik. ‘Dat kan helemaal niet, want wij hebben alles geblokkeerd.’ ‘Nou, niet de bruidssuite dus,’ zei ik. ‘Dat klopt,’ zei die meneer zuinigjes, ‘die was te duur.’
,,Ik kwam daar in een grafstemming terecht, ongelooflijk. Allemaal strenge mannen met dingetjes in hun oor. En dan de spelers en de begeleiding. Kon geen lachje af. Niet groeten, gewoon doorlopen. Ipod op, laptopje onder de arm. Als ik ’s ochtends richting eetzaal ging, hoorde je zo’n veiligheidsjongen een collega inseinen: ‘Hij loopt nu naar het ontbijtbuffet.’ Dan zag je iedereen wegduiken. Ik heb geen kip in de bar of het zwembad gezien. Voelde me Jack Nicholson in One Flew Over The Cuckoo’s Nest. Dat zijn dan die jongens die in geblindeerde Mercedessen bij Huis ter Duin in Noordwijk arriveren. Totale verdwazing. Dan denk ik: het is allemaal maar voetbal, hoor.’’
Aan het hof van Koning Voetbal, druipend van ernst, geld, macht en macho, vervult René van der Gijp de functie van hofnar - een clowneske afvallige die naar eigen zeggen graag met de blik van ‘een buitenstaander’ naar zijn voormalige werkterrein kijkt. Een ex-prof die intens kan genieten van de krankzinnigeninrichting die het hedendaagse voetbal is en daar met graagte in de tv-versie van Voetbal International met licht lijzige Dordtse tongval commentaar op levert.
,,Als Royston Drenthe tegen Wilfried de Jong zegt: ‘het leven is een cirkel’, denk ik: Wat zeg jij nou? Moet ik die onzin serieus nemen? Als de grote Marco van Basten een sprint naar een grensrechter trekt - dat kan al helemaal niet, hij heeft dezelfde enkelblessure als ik - en roept: ‘Als straks blijkt dat dit géén buitenspel is, nou, dan zwaait er wat’, ben ik met stomheid geslagen.
,,Of Huub Stevens, toen nog bij PSV, die op een persconferentie op de vraag waarom hij Lazovic zó laat inzette simpelweg snauwt: ‘daar geef ik geen antwoord op’ en nors de andere kant op kijkt. Ik stond achter Evert ten Napel, piste in mijn broek van het lachen. Jezus Huub, denk ik dan, je hebt toch gewonnen man? En dan heet Guus Hiddink ineens de perfecte peoplesmanager. Onzin! Guus is een man die normaal is, die gewoon doet. En dat valt op.
,,Het pijnlijke is dat mensen het zelf niet meer zien. Niet thuiskomen en zeggen: ‘mwah, had ik toch anders moeten doen’. Misschien moeten we elkaar een beetje op weg helpen in deze worsteling, die het bestaan toch is. Dat beetje zelfspot en relativering. Jan van Halst die met zijn computertje exact weet hoe het allemaal moet. Een voorzet op maat die ingekopt had moeten worden? Tja, staat ook nog altijd zo’n gozer in je rug, hè. Beetje wind van links wellicht. En misschien had-ie op dat moment wel wat anders aan z’n hoofd.
,,Neem tijdens het EK ’88 die goal van Van Basten tegen de Sovjetunie. Die voorzet van Mühren was eigenlijk te diep, draaide gek weg. Dan neemt Marco hem op zijn schaats en ploft die bal er nog in ook. Zag je zijn gezicht? En dat van Michels? Totaal ongeloof. Bij het laatste EK zag je na de eerste drie wedstrijden de Cruijffs onder ons denken: het zal toch goddomme niet waar zijn? Iedereen had Marco afgebrand en nu dit. Tegen Rusland zag ik na vijf minuten: dit komt niet goed. Vermoeidheid, moed in de schoenen. Kan gebeuren, dat is voetbal. Op zo’n moment hoop je dat de tegenstander het niet op zijn heupen krijgt. Wel dus.’’
In zijn lezingen - Van der Gijp is te boeken voor bedrijven en sportclubs - relativeert hij steevast aan de hand van talloze anekdotes de voetbalwereld, die zichzelf ‘hopeloos serieus’ neemt. Zelf deed hij dat nooit. ,,Nog nooit heeft een uitslag van een wedstrijd mijn stemming beïnvloed. Ik was geselecteerd voor een EK, van 1988, maar raakte geblesseerd. Of ik dat niet vreselijk vond? Nou, nee.
,,Ooit moest ik Peter van Vossen spreken, toen nog bij Ajax waar Louis van Gaal coachte. Na afloop van de training zet ik één voet over de kalklijn, waarop van Gaal op me afbeent en schreeuwt waar ik denk mee bezig te zijn. ‘Weet jij wel wie hier de baas is?’ ‘Vast jij,’ antwoordde ik. Achter Louis kropen Danny Blind en Frank de Boer gierend over het gras. Louis is misschien vergeten dat ik drie jaar het vuile werk voor hem opknapte bij Sparta.’’
Op die momenten, zegt hij met een sardonische blik, heeft hij het ‘echt ver-schrik-ke-lijk’ naar zijn zin. ,,Daar ga ik helemaal in op. Of ik wel eens naar theater ga, wordt me soms gevraagd. Nee, maar ik kom wel vaak buiten. Als ik de deur uit ga, begint één grote gratis voorstelling. Waar ik ook kom, altijd maakt zich van de omstanders een lichte paniek meester. Het gezicht van Dickie Advocaat als hij mij ergens ziet: ‘O god,V an der Gijp…’
,,Ik trainde destijds met SVV mee op de voorwaarde van Dick dat ik hem niet voor schut zou zetten in het bijzijn van de spelers. ‘Túúrlijk Dick, geen punt.’ Toen we met de selectie lunchten schroefde ik het zoutvaatje los, dat Dick even later pakte om zijn soep op smaak te brengen. Gillen van de lach. Flauw? Misschien. Ik ben dol op ontregelen.’’
Maar tegelijk, zegt hij, ziet hij de treurigheid en onbeholpenheid in van al die scènes waarin hij ongewild belandt. Dat komt - de paljas kent ook een melancholische kant. ,,Ik heb een sombere inslag. Moet mezelf zetten tot vrolijkheid. ’s Ochtends zeggen: kom op René, er tegenaan. Maar op zo’n dag gebeurt altijd weer wat moois, zeker voor iemand die gevoelig is voor duizenden prikkels. En dan constateer ik ’s avonds thuis op de bank tevreden: wat een gekkigheid toch allemaal.”