Maar goed, loop ik vandaag de boekhandel binnen, zie ik daar een boek(je) geschreven door een mij bekende collega. Leuk natuurlijk, maar het was écht slecht geschreven. Maar er lagen wél drie exemplaren. En misschien waren er al een paar verkocht. Op zo'n moment denk ik dan: komop, LXIV, wat houdt je tegen. Maar ik ben allang niet onbevangen meer. Zie teveel beren op de weg om eraan te beginnen. Niet stilistisch of inhoudelijk, maar wel weer op andere vlakken. Leg de lat vanzelf al zo hoog dat ik mezelf de lust ontneem om er nog overheen te springen. Terwijl als ik het gewoon dóe, iedereen zal staan te klappen. Dat weet ik stiekem ook wel.
Of deze week in HP/DE TIJD een artikel over Naema Tahir. Moslima, lekker wijf, Pakistaanse, immigrantengezin, schrijft over sex en integratie, hartstikke politiek correct allemaal natuurlijk, en dan nog een leuk smoeltje ook! Wat wil je nog meer? Er stond ook een foto bij van haar, waarop ze op een houten vloer zit, met een rok aan en haar lange benen in hooggehakte laarzen. Je kunt een heel stuk onder die rok kijken.
Maar los van dat, er moet natuurlijk ook nog geschreven worden. Actueel, politiek correct, bevangen, de wind van voren allemaal. Dan krijg je, volgens de HP, zinnen als deze:
"Moeders eerste blijk van stevige afkeer van mij, en het is een weinig fraaie herinnering, was op een druilerige novembermiddag. Het motregende. Boven in de slaapkamer lagen Jinnah en ik tegen moeders kleermakerszit ruggelings op het tweepersoonsbed, waar vader zelden met moeder sliep omdat hij een eervolle slaapplek op de neplederen bank in de achterkamer beneden verkoos, waarop hij liever moeder eens per jaar vreselijk plichtmatig zou pogen te bevruchten."
Het is geen epische verdichtsel van LXIV, volgens de HP staat het écht zo in dat boek. Dan zeg ik, laat JAM het boek schrijven, en laat mevrouw Tahir het met haar korte rok en hoge laarzen het promoten. Maar goed.
\