quote:
Boegbeelden Raoul Lambert (Club) en Julien Verriest (Cercle) mijmeren over de Brugse derby van vroeger en nu
'Sfeer is anders, mentaliteit is gebleven'
Raoul Lambert werd verkozen tot speler van de voorbije eeuw bij Club Brugge, Julien Verriest kreeg dezelfde onderscheiding bij Cercle. 'Club had altijd ambitie, terwijl bij Cercle niets moest. Veel is er niet veranderd', zegt Verriest.
Kwajongens in de fleur van hun jeugd lijken Raoul Lambert (63) en Julien 'Jules' Verriest (61) als ze elkaar ontmoeten. Er wordt gedold, getreiterd en geknuffeld.
Raoul Lambert was bij Club Brugge de pijlsnelle midvoor die tussen zijn vele spierblessures door leefde voor goals. 22 jaar speelde hij voor blauw-zwart en nog steeds is hij een vurig supporter. Al verlaat hij het stadion liefst in alle anonimiteit, net zoals hij vroeger na elke goal plichtsbewust terug naar de middencirkel liep. Het gejuich was voor de supporters. 'Kun je geloven dat ik sommige bestuursleden van Club niet eens ken', zegt Lambert.
Wat een verschil met zijn maatje Julien Verriest, die als verdediger vaak tegenover Lambert stond in de Brugse derby's. Verriest won in zestien seizoenen bij het bescheiden Cercle geen vijf landstitels en drie bekers en speelde geen Europese finale, maar is een wereldser type, honderduit pratend, strooiend met complimentjes. De voormalige patron van groen-zwart is een graag geziene gast op de VIP-diners bij Cercle en draagt zijn steentje bij in de PR van zijn vereniging. 'Voor de wedstrijd tegen Anderlecht was ik uitgenodigd aan zes tafels', lacht gentleman Verriest.
Dit keer heeft hij zijn vriend Raoul Lambert uitgenodigd in zijn favoriete visrestaurant in Zeebrugge, waar gastvrouw Andrea het Brugse duo Lotte serveerde. Niet alleen een smakelijke vissoort, maar ook de bijnaam van Raoul Lambert. 'Ik heb tijdens onze derby's genoeg mijn tanden in een Lotte gezet', grapt Verriest. Een van de vele plaagstoten heen en weer.
Vrijdag staan Cercle en Club tegenover elkaar. Nadert de derbykoorts ook bij jullie zijn hoogtepunt?
Raoul Lambert: 'Normaal ga ik naar alle thuismatchen van Club, maar vrijdag zal ik er niet zijn. Eigenlijk speelt Club op verplaatsing hé (lacht). We hebben die avond een bezoekje gepland, maar ik heb al gehoord dat er Belgacom TV is. Ik hoop dus toch iets mee te pikken van de wedstrijd.'
Julien Verriest: 'Ik wil de derby niet missen. Als oudgediende van de vereniging hou ik me met de gasten bezig. Dat is mijn manier om iets terug te doen voor Cercle.'
Door het boerenjaar van Cercle en de revival van Club is de inzet dit keer de leidersplaats
Lambert: 'Ik denk dat ze er bij Club niet gerust in zijn. Clement speelde niet tegen Zulte Waregem en ook met Sonck werd geen risico genomen. Volgens mij zaten ze bij Club al met de derby in het achterhoofd. Bij Club beseffen ze dat Cercle het hen wel eens heel moeilijk kan maken. Ondanks de 15 op 15 loopt het nog niet. Wie een snelle spits heeft, kan Club achterin pijn doen.'
Verriest: 'Bij Cercle wordt dit seizoen vrijuit gevoetbald, maar tegen Anderlecht zag ik al dat de spanning en de media-aandacht vooraf de spelers een beetje verlamde. Ik vrees dat het vrijdag ook wat minder flitsend zal zijn bij Cercle.'
Tot dusver toont Cercle het betere Brugse voetbal.
Lambert: 'Ach, ik kan er niet vrijuit over praten, maar de laatste jaren heeft het voetbal van Club me vaak gefrustreerd. Ook nu is het niet oogstrelend. Ik hoor op de tribunes dezelfde geluiden. Als ik de samenvattingen van Cercle zie, dan merk ik dat ze vaak wél uit een combinatie scoren. Als er gescoord wordt na een hoekschop of via een kopbal na een vrije trap, dan juich ik nooit. Ik kan daar niet voor juichen.'
Verriest: 'Cercle speelt dit seizoen sambavoetbal! We staan derde, maar het mooie is dat we geen punt gestolen hebben. Tien, vijftien passes na elkaar, waar zie je dat in het Belgisch voetbal? Nergens, behalve bij Cercle.'
Hoe groot is het aandeel van trainer Glen De Boeck in het succesverhaal van Cercle?
Verriest: 'De factor-De Boeck is erg belangrijk. We hebben ook het juiste amalgaam van schitterende jeugdspelers als Boi, De Smet, Gombani, Nyoni en ervaren klasbakken als Hasi, Iachtchouk en Serebrennikov. Deze groep is uitzonderlijk. De Boeck is een prachtmens. Ik heb zijn vader ontmoet en wist meteen uit wat voor hout Glen gesneden is. Zijn familie straalde zo'n warmte op mij af, er kwamen zelfs tranen aan te pas. Ik ben er zeker van dat De Boeck niet zomaar voor het geld zal kiezen. Als hij slim is, bouwt hij bij Cercle nog een paar jaar krediet op als trainer. De miljoenen, die liggen sowieso klaar voor De Boeck. Nu of over drie jaar. Het straffe is dat De Boeck hier met vraagtekens is begonnen. Ook hijzelf wist niet wat hij waard was als hoofdtrainer. Toen de voorzitter me vroeg wat ik van De Boeck vond toen die hier tekende, zei ik: 'Stel me die vraag over zes maanden nog eens.' Wel, de voorzitter mocht het me al na twee maanden vragen.'
Jullie hebben samen meer Brugse derby's gespeeld dan eender wie. Hoe was de sfeer in de jaren '70?
Lambert: 'We hebben zelfs bij de jeugd nog derby's tegen elkaar gespeeld. Bij de supporters leefde het ongelooflijk. Als speler vond ik die wedstrijd minder speciaal. Het enige bijzondere was dat we ons op de Club konden omkleden en in onze uitrusting te voet naar het Cercle-stadion trokken. De mensen stonden achter een koord tegen het veld geplakt. Bij een corner moest je vragen of ze even opzij wilden, of je had geen plaats om hem te trappen.'
Verriest: 'Club speelde toen nog op De Klokke en twee uur voor de wedstrijd zat het stadion al vol. We aten met Cercle in de Groene Poort vlakbij het stadion, maar we moesten met een bus en politie-escorte naar binnen. Een sigaretje roken in de spionkop zat er niet in, de mensen konden hun armen niet bewegen. Weken voor de wedstrijd kreeg ik alleen maar vragen over de derby, terwijl ik dan nog vijf andere wedstrijden moest spelen. Nu praatte men bij Cercle maar over de derby na de wedstrijd tegen Bergen.'
Wanneer is de sfeer veranderd?
Lambert: 'Toen beide clubs naar Olympia getrokken zijn. Het stadion is groter, maar de sfeer was nooit meer hetzelfde.'
Waarom is Cercle klein gebleven, terwijl Club een topper werd?
Verriest: 'Club wilde groeien en heeft risico's genomen, terwijl men bij Cercle eerst het geld in de kas wilde voor het uitgegeven werd. Midden jaren '70 riskeerde Club-Anderlecht niet door te gaan omdat de deurwaarder zegels had geplaatst aan het stadion. Club moest in twee dagen 100 miljoen frank vinden. Michel Van Maele (oud-burgemeester, red.) is toen bij bedrijven in de buurt gaan aankloppen en heeft het geld tijdig gevonden. Zo is Club op het nippertje aan het failliet ontsnapt. Zo ver is het bij Cercle nooit gekomen (groen-zwart had het in diezelfde periode nochtans ook niet makkelijk. red.). Club had altijd ambitie, terwijl bij Cercle niets moest. Eigenlijk is er niet veel veranderd.'
Vanwaar dat verschil in mentaliteit?
Verriest: 'Vroeger waren alle katholieken en zelfstandigen in Brugge Cercle-gezind. Club had meer supporters bij de arbeiders. De Club-fans stonden twee uur voor de wedstrijd al te zingen, terwijl de Cercle-fans vooraf gingen eten. Als je dan vroeg of ze naar de match kwamen, zeiden sommigen: 'Ik was van plan om te komen, maar ik moet hier nu eerst een zaak afhandelen.' Bovendien waren de bestuurders van Cercle door hun achtergrond misschien voorzichtiger. Club begon successen te boeken en trok supporters van overal aan. Vergeet niet dat de vader van Club-voorzitter Michel D'Hooghe ook een Cercle-supporter was. Oud-premier Jean-Luc Dehaene ging naar Cercle kijken toen die op het college zat. Ik vind dat Club te groot wordt. De supporters komen van Limburg tot Brussel. Dat familiegevoel is er niet zoals bij Cercle.'
Lambert: 'Ik ken supporters uit Limburg die voor Club Brugge door het vuur gaan. Waarom zou je hen weghouden? Je moet durven groeien. Als ze bij Cercle dit seizoen veel geld verdienen, zullen de ambities ook groter worden.'
Verriest: 'Bij Cercle draait het niet rond resultaten. De mensen vragen me of ik gelukkig ben nu Cercle het zo goed doet. Ik heb me altijd goed gevoeld bij Cercle. Voor ons primeert dat we een schone vereniging zijn. Onze huidige bloei is een opsteker voor al die vrijwilligers, maar het familiale gevoel is veel belangrijker dan resultaten. Dat is uniek in België.'
Geen spijt dat jullie niet elders hebben gevoetbald?
Lambert: 'Ik heb een mooie carrière gehad bij Club. Ik zou alles overdoen, maar misschien wat stouter zijn als het over geld gaat (lacht). Ik vond het allemaal goed als ik maar kon voetballen. Zonder blessures had ik er misschien nog meer uit gehaald. Tja, ik heb honderden inspuitingen gekregen. Met een spierscheur ben je normaal zes weken out, maar na drie weken stond ik weer op het veld. Ooit is Constant Vanden Stock van Anderlecht in mijn straat geweest. Ik liep toevallig buiten en hij vroeg of ik wist waar Robbie Rensenbrink woonde. Ik vroeg al lachend of hij míj niet kwam halen. 'U kunnen we niet betalen', antwoordde hij.'
Verriest: 'Raoul, jij zou een standbeeld moeten krijgen in Brugge. Ceulemans, die kwam uit Lier, terwijl jij een man van hier bent. Jij hebt met je doelpunten Club groot gemaakt, miljoenen verdiend voor hen. Balaban of Sonck zijn het nog niet waard om je veters te knopen. Ikzelf ben bij Cercle begonnen voor een banaan. Toen ik acht jaar was, hoorde ik van mijn neef dat hij na de training een banaan kreeg. Iemand in het Cercle-bestuur handelde in bananen. Ik ging mee naar een training en was dolgelukkig met mijn banaan, maar als ik er de volgende week nog een wilde, moest ik een aansluitingskaart tekenen. De warmte die ik bij mijn vereniging heb gekregen en nog steeds krijg, zou ik voor geen geld ter wereld ruilen. Ik kon naar Anderlecht of Club. Bij Anderlecht zou ik in één jaar verdienen wat ik in twaalf jaar bij Cercle verdiende. Ik kreeg ook de garantie dat ik bij de nationale ploeg zou spelen, maar ik had een job naast het voetbal dankzij Cercle en koos voor de zekerheid. Misschien wel een typisch Cercle-trekje (lacht).'