Interessant artikel in
Trouw vandaag: Zijn er nog Flandriens?
quote:
HEADLINE: Tegenwoordig is iedereen een Flandrien;
Ronde van Vlaanderen Weinig is er over van het prototype: de noeste stoemper met groeven in het gelaat
Morgen wordt de 91ste Ronde van Vlaanderen verreden, een klassieker voor 'Flandriens', een term die allang niet meer aan noeste Vlaamse plattelanders is voorbehouden.
Alessandro Ballan had nog nooit van het woord gehoord. "Flandrien, wat is dat?" Een renner die niet schrikt van een beetje wind, regen en stenen. Ah, eentje met een testa dura, een harde kop. Voor hij het zelf wist, was hij in Vlaanderen allang tot een Flandrien met Italiaanse wortels gebombardeerd. Hij heeft de afgelopen jaren immers bewezen mee te kunnen strijden op de kasseien in het Vlaamse land. Ballan: "Moet je winnen, om een Flandrien te zijn?"
Nee, vindt Michael Boogerd. Hij kent precies de betekenis. "Een Flandrien is een noeste arbeider in weer en wind. Voor mij is het een renner die goed rijdt en in de aanval gaat. Nooit opgeven, maar blijven trappen. Daarom vind ik mezelf ook een Flandrien." Boogerd wilde daarom graag weer de Ronde van Vlaanderen rijden, voor de derde keer. Hij start morgen als compagnon van de Spanjaarden Oscar Freire en Juan-Antonio Flecha.
Flandriens? Geen term in de wielersport die de laatste jaren meer aan inflatie lijdt. Het woordenboek biedt geen uitkomst. Van Dale kent het niet. Ooit was het een scheldwoord, maakt Herman Chevrolet in zijn recent verschenen boek 'De Flandriens, opkomst en ondergang van een wielersoort' duidelijk. Aan het begin van de twintigste eeuw gaven de Walen de benaming aan de ruwe, vechtlustige en vaak dronken Vlaamse boeren die voor industrieel werk naar de Waalse steden waren gekomen. Het werd een geuzennaam in Vlaanderen. Karel van Wijnendaele, journalist, organisator en grondlegger van de Ronde van Vlaanderen, gebruikte de term voor een groep Vlaamse baanrenners die vanaf 1912 naam en faam verwierven met hun stoere onoverwinnelijkheid.
Voor Van Wijnendale kwam het 'ras der Flandriens' uitsluitend uit Oost- of West-Vlaanderen. Renners uit de Kempen, Vlaams Brabant of Limburg telden al niet mee. Ze misten voor hem de verbetenheid en 'moreele factoren'. Pas veel later, na zijn dood, werd Flandrien een synoniem voor een wegrenner die zich liet gelden vanwege zijn onverzettelijkheid, een renner die knokte om zijn armetierig bestaan te overstijgen en liever stierf dan te verliezen.
In zijn boek schetst Chevrolet hoezeer het een geromantiseerd beeld is. Met plezier prikt hij de mythes door. Armoede en honger waren er vaak niet bij. Ook het idee dat om de Flandriens hing als eerlijke kerels die man tegen man duels uitvochten behoeft nuance. Net als de lepe Fransen, waartegen ze werden afgezet, bedienden ze zich van alle vuile spelletjes. Voor geld verkochten ze koersen, ze hingen aan broeken in de sprint en vormden combines.
"Waar zijn ze nu, de beroemde en gevreesde Flandriens?" schreef Van Wijnendaele al in 1935. "Ik maak me geen begoochelingen: de tijd, de roemrijke tijd der Flandriens behoort tot het verleden. En hij komt niet meer terug." Het koppig, gezond en wilskrachtig 'Vlaamsch ras' was ten onder gegaan aan onderling geruzie. Briek Schotte, winnaar in 1942 en 1948, werd later omschreven als De Laatste Flandrien. Hij beantwoordde in zijn stijl aan het prototype: schots en scheef op de fiets met groeven en plooien van ellende op het gelaat. "Afzien is ook acteren", zei hij later. De grimas kwam niet van de pijn, hij had rimpels rond zijn mond van jongs af aan.
Hoe verder weg het roemruchte verleden, hoe ruimer de definitie. De sterke Johan Museeuw en de domme zwoeger Ludo Dierckxsens pasten nog enigszins in het beeld, net als Peter van Petegem die ook alleen dicht bij huis kon winnen. Zijn huidige ploeggenoot Tom Boonen doet in niets meer denken aan een Flandrien. Hij is een Kempenaar, woont in Monaco, is multimiljonair, verbaal vaardig en beschaafd. Toch is hij tegenwoordig ook een Flandrien, net als al die buitenlanders, die in steeds grotere getale hun liefde voor de Ronde van Vlaanderen zijn gaan uiten. De mythe is zichzelf gaan versterken, ook bij het publiek. Tien jaar terug stonden er volgens de politie nog 250.000 mensen langs de route, morgen zijn het er naar verwachting 750.000. "Magie, pure magie", noemt Ballan het fietsen langs de massa's halfdronken Vlamingen.
Van Bartoli tot Ballan - allemaal werden ze Flandriens genoemd. Omdat ze van de Vlaamse stenen hellingen hielden. Michael Boogerd, de Flandrien uit de Haagse binnenstad, sprak deze week de hoop uit dat het zou gaan regenen, net als in de oertijd, toen Flandriens volgens Martin Ros 'onder turbulente wolkenfresco's, door de malse altijd winderige landschappen' voortjakkerden. Hondenweer hoort ook bij de mythe. Sinds 1985 was het bij De Ronde meestal rustig lenteweer. Voor morgen wordt twintig graden, weinig wind en zon voorspeld.
Chevrolet: "Al met al moeten we concluderen dat de Flandriens het product zijn van journalistieke verzinsels, misplaatst nationalisme en valse romantiek."
'De Flandriens. Opkomst en ondergang van een wielersoort', Herman Chevrolet. Arbeiderspers/Het Sporthuis, (E)18,95, ISBN978902956457 I.