Vector_SLD | zaterdag 4 februari 2006 @ 18:00 |
Harba Lori Fa Eens meienmorgens vroeg Jan I was een krachtige heerser die zijn gebied aanzienlijk vergrootte. Hij kondigde ook een algemeen landrecht af en reorganiseerde de administratie van zijn vorstendom. Zijn pogingen de Brabantse invloed tussen Maas en Rijn te versterken brachten hem o.m. in botsing met de machtige aartsbisschop van Keulen. Omdat zijn Rijnpolitiek strookte met hun handelsbelangen, kon hertog Jan rekenen op de financiële steun van de Brabantse steden, waaraan hij als tegenprestatie uitgebreide privileges toekende. Zijn belangrijkste aanwinst was het hertogdom Limburg, (samenvallend met het noordoosten van de huidige Belgische provincie Luik en het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg, en genoemd naar de burcht Limburg aan de Vesder). Toen de kinderloze hertogin Irmgard van Limburg in 1283 overleed, kocht Jan I het opvolgingsrecht van één van haar erfgenamen over. Dat was niet naar de zin van haar weduwnaar Reinoud I van Gelre. Het verzet werd echter tijdens de Slag bij Woeringen (5 juni 1288) gebroken, waarna het hertogdom Limburg definitief aan Jan I werd toegewezen. Jan I staat bekend als een levensgenieter en minnaar van muziek, zang en dichtkunst, aan wie een aantal mooie minneliederen als Eens meien morgen vroe (oorspronkelijk in het Middel-Nederlands) toegeschreven worden. Ook is er een bekend Brabants volkslied waarin hij wordt vereerd. Zijn hartstocht voor jachtpartijen en gewelddadige riddertoernooien moest de hertog echter met de dood bekopen: hij verongelukte tijdens een toernooi. In Brabantse volkslegenden leeft "hertog Jan" voort als een populaire, gulle en goedlachse vorst die graag in het gezelschap van eenvoudige lieden genoot van spijs en drank. Na de Slag bij Woeringen zou hij een groot overwinningsfeest voor zijn leger hebben gehouden, met heel veel bier. Om zijn soldaten toe te spreken ging hij zitten boven op een stapel biervaten. Volgens sommigen zou hij op die manier model gestaan hebben voor de allegorische bierkoning Gambrinus, wiens naam ontstond door de volkse verbastering van zijn Latijnse naam . | |
most_wanted | zaterdag 4 februari 2006 @ 18:02 |
![]() | |
mvdlubbe | zaterdag 4 februari 2006 @ 18:08 |
Ik ga die tekst niet lezen natuurlijk. Proost.![]() | |
most_wanted | zaterdag 4 februari 2006 @ 18:08 |
quote:Is toch saai. ![]() | |
Vector_SLD | zondag 5 februari 2006 @ 13:32 |
quote:jochie ![]() | |
Vector_SLD | zondag 5 februari 2006 @ 13:38 |
Harba lori fa Eens meienmorgens vroe Was ic opgestaen; In een scoen boemgaerdekijn Soudic spelen gaen. Daer vant ic drie joncfrouwen staen; Dene sanc vore, dander sanc na: Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa. Doe ic versach dat scone cruut In den boemgaerdekijn, Ende ic verhoorde dat soete geluut Van den mageden fijn, Doe verblide dat herte mijn, Dat ic moeste singen na: Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa. Doe groette ic die allerscoenste, Die daer onder stont; Ic liet mine arme al omme gaen; Doe, ter selver stont Ic woudese cussen an haren mont. Si sprac: \'Laet staen, laet staen, laet staen!\' Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa. |