Etapa 18: El Puerto de Santa María - Jerez de la Frontera, 32,1 km (ITT)Nou, dat was me wel een partij een spectaculaire rit zeg. De tweede week zijn we echt op een weergaloze manier begonnen, met twee massasprints op rij. En dat in een koers die niet voor de sprinters is, ga maar na. Inmiddels meer massasprints gezien dan in de hele Tour, maar dat is een detail. Vroeg op de dag reed er een duo weg, Sinuhé Fernandez kreeg zowaar een keer gezelschap. Enzo Paleni ging met hem op pad en dat moet toch aangenaam zijn geweest voor onze Egyptenaar. Groot werd de voorsprong van de twee uiteraard niet, ONZE Steven Kruijswijk hield de boel bijzonder kort. Veel meer dan twee minuten werd het niet, toch bleek het ingewikkeld om die laatste minuut dicht te rijden. In de finale, waar we Coquard zowaar voor Van Aert zagen eindigen bij de tussensprint, liet Paleni Fernandez ter plaatse. De jonge Fransoos probeerde het in zijn eentje en zijn poging was helemaal niet onverdienstelijk. Visma en Cofidis mochten vol aan de bak om hem terug te halen. Uiteraard lukte dat uiteindelijk natuurlijk wel, Paleni werd op tijd tot de orde geroepen en daarna konden we vrolijk gaan toewerken naar de sprint. In de aanloop richting de sprint besloot Unox heel dapper de boel vol overtuiging in handen te nemen, er werd een enorme trein op poten gezet voor Cort. Die trein leverde perfect werk en Cort werd in een ideale positie naar de sprint gebracht. Cort kon de sprint gaan en het zag er allemaal geweldig uit, op één detail na. Brennan zat in het wiel van Cort, daardoor trok de afscheidnemende Deen in feite de sprint aan voor de viervoudig ritwinnaar, die het cadeautje uiteraard uitpakte en van zichzelf een vijfvoudig ritwinnaar maakte. Er stond weer geen maat op, zelfs zonder een goede lead-out van Van Aert wint Brennan met speels gemak. De hele hand kon de lucht in, vijf vingers omhoog. Enorm indrukwekkend om zoiets te doen in eender welke ronde, maar in je eerste grote ronde is het nog net wat indrukwekkender. Het is ook erg saai en voorspelbaar inmiddels, van een spannende strijd was geen sprake. Te goed voor de rest, met een ploeg die ook te goed was voor de rest. Hopelijk zien we hem in een volgende grote ronde met meer tegenstand sprinten, wellicht meteen volgend jaar in de Tour. Cort werd wel nog netjes derde, net achter Jordi Meeus. De Belg is de koning van de ereplaats deze Vuelta, een ritzege zat er alleen niet in. Een etappe zonder enige geschiedenis, al zal Brennan hier vast een quizvraag zijn geworden. Het sprinten laten we nu gelukkig achter ons, in een Vuelta zonder sprintkansen hebben we naar mijn smaak toch iets teveel sprints gezien. Na twee massasprints op rij volgt nu een zeer belangrijke dag, we krijgen te maken met een individuele tijdrit. Een voor hedendaagse begrippen relatief lange individuele tijdrit, we komen zowaar boven de 30 kilometer uit! De langste individuele tijdrit in de Vuelta sinds 2021, als ik zo snel kijk. Dat geeft meteen maar weer aan hoe treurig de afstanden tegenwoordig zijn geworden, maar goed, andere discussie. Deze tijdrit vormt misschien wel de belangrijkste uitdaging voor Enric Mas. Hierna krijgen we met twee zware bergritten te maken, maar het is juist in deze tijdrit dat we van Mas verwachten dat hij tijd verliest. Ik heb voorzichtig al eens wat oude uitslagen bekeken en als je die uitslagen bekijkt valt het op dat Roglic meestal voor Mas eindigt, ik weet het, schokkende conclusie. Hoewel Mas regelmatig goede tijdritten afwerkt in de Vuelta, het is hem zelfs eens gelukt om bij de eerste 10 te rijden, verliest hij doorgaans minstens een minuut op Roglic. Zoiets mogen we nu dus ook verwachten, al hoort daarbij uiteraard de kanttekening dat dit de beste Mas ooit is terwijl we zeker niet naar de beste Roglic ooit kijken. Het verschil zou vandaag zomaar eens een stuk kleiner kunnen zijn, voor de spanning in de koers moeten we dan weer hopen dat Roglic ongenadig hard uithaalt en dat Mas ondertussen een keer de druk van het Spaanse volk begint te voelen. Als hij meer dan een minuut verliest kunnen we onszelf wijs proberen te maken dat deze Vuelta nog spannend wordt, al is dat dan eigenlijk nog steeds een vergezocht scenario. Als Mas een minuut verliest houdt hij nog steeds een dikke minuut over, terwijl hij tot nu toe bergop steeds de betere is geweest van Roglic. Het wordt ingewikkeld om echt nog een topshowtje van deze Vuelta te maken, maar hey, we hebben vandaag in ieder geval wel iets om het over te hebben. Na twee vlakke flopritten hebben we nu wel te maken met een rit waar we naar uit kunnen kijken. Er zou hier iets
kunnen gebeuren, dat is al winst ten opzichte van de afgelopen dagen. Hup Roglic, zorg er maar voor dat we onszelf in de resterende bergritten een heuse strijd om de eindzege kunnen aanpraten.
![tFVXKdB.jpeg]()
![xYSReaS7qSdXR5otZESGNd-1280-80.jpg]()
De tijdrit gaat van start in El Puerto de Santa María, een plaats waar de Vuelta nog nooit is geweest. De Ruta del Sol is hier dan wel weer gepasseerd, in 1967 wist Emile Coppens hier een rit te winnen! In 1976 ging er ook nog een rit in die koers van start in onze startplaats van vandaag, maar verder komen ze er in Santa María bekaaid vanaf. We bevinden ons heden in een plaats met bijna 90.000 inwoners in de provincie Cádiz, logischerwijs in de regio Andalusië. De volgende provincie van die regio bereikt, morgen nog Málaga en dan zijn we compleet. El Puerto de Santa María is gelegen in de Golf van Cádiz aan de monding van de Guadalete. Wikipedia heeft een lollig stukje, dat nemen we maar weer eens integraal over: De inwoners van 'El Puerto' leefden voornamelijk van de visvangst. Tegenwoordig is het toerisme een belangrijke inkomstenbron voor de stad. Veel inwoners van Jerez de la Frontera en Sevilla hebben hier aan de kust een tweede appartement (aan het strand) voor in de zomer, als de hitte in de steden hen naar de kust doet vluchten. Aangezien het zeewater van de Atlantische Oceaan koel is vergeleken bij de Middellandse Zee, is het minder populair bij buitenlandse toeristen. Wel worden de vele visrestaurants (Gamba's!) bezocht door Amerikaanse mariniers en hun families, vanwege het feit dat El Puerto grenst aan Rota, een Spaans/Amerikaanse marinebasis. De mariniers die niet op de basis verblijven huren vaak huizen in El Puerto, aangezien ze voor drie of vijf jaar gestationeerd zijn. Er is een drukbezochte visafslag en -markt, vanwaar de vers gevangen vis door heel Spanje wordt verspreid (en vooral naar restaurants en winkels in de wijde omtrek). Eens in de week is er de zogenoemde zigeunermarkt, waar vooral kleding, stoffen, hebbedingetjes en snuisterijen worden verkocht. Rondom de stad worden druiven (voornamelijk voor de Sherry, (Vino Fino of ook Vino de Jerez), olijven en zonnebloemen verbouwd. Het is er erg droog en alleen in de late winter/vroege lente valt er meestal wat regen. Van water wordt de stad voorzien door de bassins landinwaarts en in de Sierra's, waar regenwater in verzameld wordt. Wiki noemt vervolgens enkele bekende mensen uit dit oord, te beginnen met de dichter Rafael Alberti. Alberti wordt algemeen gerekend tot de grootste Spaanse dichters van de twintigste eeuw. Hij ontving de Cervantesprijs (de belangrijkste literaire onderscheiding voor Spaanstalige schrijvers) en kreeg een eredoctoraat aan de Universitat Politècnica de València. Een ruime keuze uit zijn werk werd in het Nederlands vertaald door Willy Spillebeen. Uitstekende naam, Willy Spillebeen. Naast de dichter komen er drie bekende voetballers uit El Puerto de Santa María, al is de eerste wellicht wat minder bekend bij het grote publiek. Nono, nomen est omen. Een jeugdproduct van Sevilla FC, daarna een globetrotter geworden. Zelfs nog in Iran gespeeld, ik bedoel maar. De tweede is al iets bekender, maar dan vooral omdat het een clown is. José Manuel Pinto, voormalig doelman van Celta de Vigo en Barcelona. In mijn hoofd hoor ik nu de stem van Sierd de Vos, die begint te oreren over Hiphop Pinto. Pinto was een waanzinnige kutkeeper, kon er helemaal niets van, een grabbelaar eerste klas. Hij werd een soort cultfiguur wegens zijn haardracht, hij ging voor een stukje
cultural appropriation met de
cornrow en het feit dat hij naast zijn carrière als keeper ook actief was als rapper. Zijn muziek was waarschijnlijk nog slechter dan zijn kunsten op het voetbalveld, maar bewijs daarvoor zoek ik niet op. De derde voetballer uit de stad is dan wel weer om de goede redenen een icoon, niemand minder dan Joaquín Sánchez is uit El Puerto de Santa María afkomstig! We hebben hem simpelweg als Joaquin, hij is toch wel een van de moderne legendes van het Spaanse voetbal. Een jeugdproduct van Betis, daar speelde hij jaren voor hij de overstap maakte naar Valencia. Na enkele succesvolle jaren bij Valencia trapte hij in de val van Málaga, daar kwam een sjeik met een zak geld binnen en dat leek Joaquin wel wat, maar dat project stortte binnen een paar jaar weer in. Wel een tijdje een ploeg gehad met fenomenen als Isco, Santi Cazorla en Joaquin bij elkaar, maarja, korte hoogtijdagen. Hij vertrok naar Italië, om te spelen voor Fiorentina. Ook dat werd geen groot succes, dus keerde hij terug naar zijn eerste liefde, Real Betis. Daar speelde hij nog enkele jaren op hoog niveau, tot het langzaam steeds een beetje minder werd. Drie jaar geleden nam hij op 42-jarige leeftijd afscheid, toch wel een beetje de voetballende variant van Valverde. Hij speelde 622 wedstrijden in de La Liga, waarmee hij samen met Andoni Zubizarreta recordhouder is. Ook speelde hij meer dan 50 interlands voor Spanje, Joaquin is wel een legende in dit stukje van de wereld. Tegenwoordig schijnt hij in de Raad van Bestuur van Real Betis te zitten, een club waar hij ook aandeelhouder van is. Echt een icoon, al kunnen we het minder iconisch noemen dat hij in zijn jeugd als droom had om stierenvechter te worden. Hoewel, die droom kunnen we ook wel weer verklaren. In El Puerto de Santa María vinden we een stierenvechtarena, ja! Dat valt niet te ontkennen, de tijdrit zal immers van start gaan in deze stierenvechtarena. Daar mogen we een mening over hebben, je kunt het positief bekijken en stellen dat we liever fietsende stieren zien in deze arena dan echte stieren. Een paar dagen geleden hebben we het al over Columbus kunnen hebben, dat kunnen we nu blijkbaar weer doen. Deze ontdekkingsreiziger zou ook enige tijd hebben doorgebracht in El Puerto de Santa María, volgens sommige bronnen is hij vanuit de stad zelfs twee keer aan een reis richting Amerika begonnen. De ontdekking van Amerika en de handel met Indië heeft de stad grote rijkdom gebracht, zeggen ze. Vanaf de zestiende eeuw diende deze stad als een bloeiend handelscentrum tussen Amerika en Europa, In het oude centrum, zijn de 18e eeuwse historische gebouwen getuige hiervan. Het historisch centrum van de stad is autovrij met sfeervolle geplaveide straten met sinaasappelbomen en een typisch Andalucische architectuur met veel smeedijzer en ingewikkeld tegelwerk. De straatjes zijn sfeervol en vol met barretjes/restaurantjes. Je ziet uit de tijd dat het een belangrijk handelscentrum was nog allerlei kleine paleizen en herenhuizen met patio's. Niet voor niets staat de stad bekend als de 'Stad van de honderd paleizen', eigendom van handelaren die rijk werden door het kopen en verkopen van goederen tussen deze continenten. Er staan hier allemaal kicken paleizen, dus. Palacio Aranibar, bijvoorbeeld. Daarnaast hebben ze ook hier natuurlijk een kasteel, vaste kost. Het kasteel van San Marcos is een iconisch herkenningspunt in de stad, gebouwd op de resten van een Moskee (10e eeuw), met een prachtig portaal. Het is bewoond geweest door de graven van El Puerto de Santa María, afstammelingen van de familie Medinaceli. De meest opvallende bewoner was Christoffel Columbus, die als we de verhalen mogen geloven hier enkele jaren verbleef vóór de Ontdekking van Amerika. 's Avonds is het kasteel sfeervol verlicht en zijn er flamencovoorstellingen en theateractiviteiten. Naast een bezoek aan het kasteel, kan je een bezoek brengen aan de Bodega Caballero, die in het kasteel is gevestigd. Het is bekend om de productie van sterke dranken en sherrywijnen, waarvan de Ponche Caballero eruit springt. Nou, wij gaan onze ruiters met al deze informatie op zak ook maar eens op gang schieten.
![1920px-Castillo_de_San_Marcos%2C_El_Puerto_de_Santa_Mar%C3%ADa%2C_Espa%C3%B1a%2C_2015-12-08%2C_DD_16.JPG?utm_source=en.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
![1920px-Plaza_de_Toros_001_-_El_Puerto_de_Santa_Mar%C3%ADa.jpg?utm_source=commons.wikimedia.org&utm_campaign=index&utm_content=thumbnail&_=20111001120713]()
![toros.jpg]()
De Vuelta is niet vies van een gimmick op z'n tijd, dat gaan de renners vandaag weer aan den lijve ondervinden. De tijdrit gaat van start midden
in de Plaza de Toros. Niet voor de deur, nee, midden op het terrein. Om de gimmick compleet te maken zou ik de organisatie adviseren om verder niets op de grond neer te leggen, laat ze dan ook maar gewoon dwars door het zand rijden in de eerste meters! Volgens een van de vele toeristische sites die Andalusië rijk is moeten we de stierenvechtersarena indrukwekkend vinden, het is gebouwd in 19e-eeuwse eclectische stijl en werd ingewijd op 5 juni 1880. Het is op Madrid en Sevilla na de grootste van Spanje. Er worden regelmatig concerten en tentoonstellingen gehouden, oh, jammer, die ervaring met evenementen al er dan wel voor zorgen dat de renners op een ordentelijke manier de arena kunnen verlaten. Ik lees dat er gratis toegang is, ik neem dus aan dat de arena gevuld zal zijn met een uitzinnige menigte! De renners worden als een stel wilde stieren losgelaten, ze stormen voorbij het startpodium rechtdoor de arena uit en zonder rode lap, maar wel met een rode trui als motivatie, rijden ze buiten de arena 300 meter rechtdoor over een brede en vlakke weg. Door een straat vol winkels en appartementen rijden we richting een rotonde, waar we een vrij simpele bocht naar rechts mogen nemen. Over een brede straat die de komende meters alleen een paar flauwe bochten kent rijden we nu 600 meter zo goed als rechtdoor. We rijden de Guadalete tegemoet, al komt de rivier voorlopig niet in beeld. Ook de zee gaan we vandaag niet zien, de helikopter mag aan de bak om alle stranden die El Puerto de Santa María rijk is te tonen. Overigens liggen er hier niet alleen stranden, we vinden in deze omgeving ook zoutmeren waar dan weer flamingo's op afkomen. El Puerto de Santa María heeft uiteraard ook een haven, Puerto Sherry genaamd. Een dag voor de stevige drinkers, zeker als je bedenkt waar deze rit gaat eindigen. Na een tijd rechtdoor te hebben gereden volgt ter hoogte van een opvallende kerk een iets stevigere bocht naar links, hierna rijden de renners een meter of 800 rechtdoor in een iets smallere straat gevuld met witte huisjes die voorzien zijn van gouden elementen. Typisch Andalusië, kortom. De smalle straat wordt een kruispunt later nóg smaller, op een bepaald moment verschijnen er ook wat steentjes in beeld met naast de steentjes twee dunne strookjes asfalt. Het is een tijdrit, je hebt hier natuurlijk alle ruimte om zo'n strookje asfalt op te zoeken, maar toch, vreemd weggetje. Het opzoeken van dit weggetje levert ons wel op dat we praktisch langs het kasteel van San Marcos rijden, de organisatie heeft veel over voor wat mooie plaatjes. Voorbij het kasteel, dat de renners waarschijnlijk niet eens zullen zien liggen, komen we weer even op een brede asfaltweg terecht. Niet lang daarna rijden we dan weer rechtdoor een straat vol paleisjes in, de bijnaam van de stad lijkt zowaar terecht te zijn. In deze straat, naast paleizen gevuld met palmbomen, liggen weer wat reepjes asfalt afgewisseld met reepjes stenen, een goede verkenning is essentieel om hier de beste lijnen te kiezen. Aan het eind van deze weg pakken we een chicane mee, we gaan naar links en meteen naar rechts terwijl de weg hier wel volledig uit asfalt bestaat. Voorbij deze chicane komt de Guadalete in beeld, de renners rijden langs nog meer palmbomen en een fontein terwijl ze een brug over deze rivier in beeld zien verschijnen. Daar doen ze niets mee, enkele flauwe bochten later laten we de statige huizen vol arcaden achter ons om in een buitenwijk van El Puerto op een rotonderijke weg uit te komen. In principe gaan de renners zodra ze het centrum van de startplaats hebben verlaten drie kilometer rechtdoor rijden over een brede weg, deze weg wordt alleen hinderlijk onderbroken door liefst zeven rotondes. Na de eerste rotonde rijden we langs het lokale klooster af, dat hebben ze hier dan ook nog eens. Bij alle zeven de rotondes in de komende drie kilometer rijden de renners rechtdoor, maar enkele van die rotondes brengen wel echt serieus bochtenwerk met zich mee. Een paar stevige joekels toch wel, heel lekker in hun ritme komen de renners voorlopig nog niet. Die rotondes kunnen ook smerig glad zijn in Andalusië, een goede verkenning is dus van levensbelang. Toch maar even kijken hoe glad de wegen zijn in El Puerto de Santa María, zeker op je tijdritfiets. Tussen sommige van die rotondes in gaat het iets langer rechtdoor en om een aantal rotondes stuur je wat makkelijker heen, maar toch, de echte specialisten hadden het liever nog iets meer rechttoe rechtaan gezien. Onderweg rijden we ook nog langs een ander opvallend pand, we rijden langs een bodega van Osborne. Osborne is echt een begrip in Spanje, vooral met dank aan de gigantische borden in de vorm van een stier die in heel het land terug te vinden zijn. Het oorspronkelijke doel van die borden was natuurlijk het aan de man brengen van de dranken van Osborne, maar de stieren van Osborne zijn nu onderhand een symbool van de Spaanse cultuur geworden. Als de renners langs de bodega rijden zien ze ook zo'n joekel van een stier staan, we rijden langs de thuisbasis van een buitengewoon goed gelukt staaltje marketing.
![FOTO%20MONASTERIO%20DE%20LA%20VICTORIA.jpg]()
![fotonoticia_20210526100843_1200.jpg]()
![37e912bd-4e7c-445c-ab56-4b14eada9f0e_16-9-aspect-ratio_default_0.jpg]()
Osborne vindt zijn oorsprong aan het einde van de 18e eeuw, toen de jonge Engelse koopman Thomas Osborne Mann naar de regio Cádiz kwam om wijnen te verkopen. Al snel begon hij zaken te doen in El Puerto de Santa María, waar hij verschillende wijnmakerijen verwierf. Deze bedrijven werden samengebracht onder één merk: Osborne. Vandaag de dag is Osborne een wereldwijd erkend bedrijf, bekend om zijn wijnen, brandy en de iconische stier. In 1956 gaf Osborne het reclamebureau Azor de opdracht om zijn Veterano brandy te promoten. Het bureau, onder leiding van ontwerper Manolo Prieto, creëerde de legendarische stier van Osborne. De eerste Osborne stier werd in 1957 geplaatst in Cabanillas de la Sierra in Madrid. Het billboard was 4 meter hoog en gemaakt van hout. Door de jaren heen werd het ontwerp verbeterd en werd de stier groter en steviger. In 1961 werd de eerste 7 meter hoge stier van plaatmetaal geplaatst, die beter bestand was tegen de elementen. Dit ontwerp verwijderde de oorspronkelijke witte hoorns om de stier een minimalistische en krachtige uitstraling te geven. Oorspronkelijk was de Osborne stier bedoeld om een specifiek merk brandy te promoten, maar al snel groeide het uit tot een nationaal symbool. Het is nu een iconisch beeld van Spanje, vergelijkbaar met beroemde bezienswaardigheden zoals de Sagrada Familia en flamenco. De stier wordt wereldwijd herkend als een vertegenwoordiger van Spaanse cultuur en trots. Als iemand in Spanje zo'n stier ziet heeft diegene doorgaans geen flauwe benul van het feit dat het iets met drank te maken heeft. Osborne dus, te vinden hier, in El Puerto de Santa María. In totaal kun je door heel Spanje heen 90 van die stieren vinden, vaak op de top van een heuvel. Als de renners kort achter elkaar zes rotondes zijn tegengekomen treffen ze in het midden van de zevende rotonde een heel peloton aan stieren aan, Osborne regelt hier de zaken. Voorbij deze rotonde kan de tijdrit voor de echte specialisten eindelijk gaan beginnen, we komen voor het eerst lange en rechte stroken tegen. Richting de laatste rotonde liep de weg een tijdje vals plat omhoog, aan hooguit 2%, maar verder is dit een zo goed als vlakke tijdrit. Na de bocht naar rechts bij de rotonde vol stieren is het twee kilometer volledig vlak, breed en recht. Door een lege omgeving, we hebben de stad achter ons gelaten, rijden we langs wat verlaten industrie af en zien we verder redelijk wat groen passeren. Na twee kilometer over deze weg gereden te hebben blijft het recht en breed, de weg loopt nu alleen een kilometer of twee vals plat omlaag. Het grootste verzet kan ingeschakeld worden, hier worden meters gemaakt. Tijdens deze rechte, brede, simpele tocht vals plat omlaag rijden we langs een archeologische vindplaats, Yacimiento Arqueológico de Doña Blanca. Aan de rechterkant van de weg treffen we de restanten van een Fenicische nederzetting, blijkbaar is de staat van bewaring uitzonderlijk. De enige Fenicische stad die intact is gebleven, ja! Onder andere valt een van de oudste wijnkelders ter wereld op, die volledig bewaard is gebleven. Wij mensen zijn altijd al drinkers geweest. Op het terrein vinden we ook het kasteel van Doña Blanca, zo genoemd omdat Doña Blanca de Borbón er volgens de overlevering gevangen werd gehouden. Het is een toren die in de 14e of 15e eeuw werd gebouwd om de baai van Cádiz te bewaken en die ook als kluizenarij werd gebruikt. De plek is te bezoeken, maar in de reviews lees ik dat er eigenlijk niet veel te zien valt. Voor de renners valt er wel bijna iets te zien, de doorgaande weg gaat ons naar het dorpje El Portal brengen, een kilometer voor we dat dorp bereiken zullen we op deze brede en saaie weg na 11,7 kilometer het eerste tussenpunt van deze tijdrit aantreffen. Voorbij de archeologische vindplaats van Doña Blanca loopt de brede weg een paar meter omhoog, daarna rijden we een brede bocht naar links in en in deze bocht loopt de weg dan weer een paar meter vals plat omlaag. Aan het eind van deze bocht komen we uit bij het tussenpunt, in het midden van het niets nemen we een eerste indicatie tot ons.
![images?q=tbn:ANd9GcR7vxDucb4L4hASBfrp0MEKQtLr0PkjN-O-obYg883_wZwdqwwDej1GFFm_&s=10]()
![32418486555_ee3934e7b9_b.jpg]()
![Yacimiento_arqueol%C3%B3gico_de_Do%C3%B1a_Blanca_%2814%29_%28cropped%29.JPG]()
Voorbij het eerste tussenpunt rijden de renners een kilometer rechtdoor over een brede en licht glooiende weg, waarna ze uitkomen in het dorpje El Portal. In El Portal nemen ze meteen bij de entree een scherpe bocht naar rechts, waarna ze langs een uit elkaar vallend fabriekspand rijden met een vlag van VOX aan de muur. In het volgende pand zit dan weer een kantoor van de communistische partij van Cádiz, Andalusië heeft kennelijk vele gezichten. Goed, na de stevige bocht naar rechts rijden de renners twee kilometer rechtdoor. Het is nu volledig vlak, terwijl het wegdek wel iets minder breed en vooral een stuk slechter is. Paar drempeltjes erbij, geen genot in de tijdrithouding. We rijden buiten El Portal over de Guadalete heen, de rivier die hier vrolijk aan het meanderen is en in onze startplaats uitmondt in zee. We komen in een agrarisch gebied terecht en hier slaan we aan het eind van de rechte weg linksaf, dit is ook wel weer even een stevige bocht. Hier moet je even uit de strakke tijdrithouding, maar na die bocht kunnen de renners dan wel weer mooi vier kilometer bijna volledig rechtdoor rijden. De vlakke weg voert dwars door het platteland, ineens zien we alleen maar akkers om ons heen. Na de toeristische start spreekt dit deel van de tijdrit minder tot de verbeelding, van dit stuk gaan we weinig beelden te zien krijgen als de regie een beetje slim is. Na vier zo goed als rechte en vlakke kilometers langs de akkers rijden we plots langs een aquaduct, terwijl we ook wat bomen zien verschijnen. Dit is het startsignaal van een iets bochtigere fase, in anderhalve kilometer tijd gaan we vervolgens de nodige bochten tegenkomen. We beginnen met een flauwe bocht naar links en dan een scherpere bocht naar rechts, onder de snelweg door. Na deze bocht slaan we iets minder scherp linksaf, waarna we uitkomen bij een rotonde. Als ik de officiële site mag geloven rijden de renners helemaal rechts om deze rotonde heen, terwijl links de kortere weg zou zijn. Als we rechts om deze rotonde moeten rijden levert dat vrij vervelend bochtenwerk op, waardoor de renners al hun snelheid verliezen. Als ze over links mogen kunnen ze zonder te remmen quasi rechtdoor rijden, nogal een verschil. Voorbij de rotonde volgt hoe dan ook hetzelfde punt, de renners rijden over de Puente de la Cartuja en deze opvallende brug brengt ze nog eens naar de andere kant van de Guadalete. Een brug van 500 jaar oud, wow! Aan de andere kant van de brug zien ze een opvallend restaurant in beeld verschijnen, voorbij dit restaurant pakken ze twee flauwe bochten mee en vervolgens rijden ze het dorp Lomopardo binnen. Hier liggen meerdere drempels, en nog wat flauwe bochten. De weg loopt hier ook vals plat omhoog, valt op. Een paar drempels later verlaten we Lomopardo en daarna vlakt de weg weer af, terwijl we in de verte kunnen waarnemen dat er een heus klimmetje zit aan te komen. Een brede weg loopt in de verte rechtdoor omhoog, daar fietsen we nu naartoe. Zelfs in een vlakke tijdrit heeft men nog een klimmetje verstopt, de renners mogen buiten Lomopardo een halve kilometer aan 6% klimmen met een piek tot 8%. Dat is te kort om heel veel invloed te hebben, maar het is een klimmetje dat toch niet onvermeld mag blijven. Op de top van dit klimmetje volgt er een kort stukje in dalende lijn, in een volstrekt lege omgeving rijden de renners een meter of 800 volledig rechtdoor aan een procent of 4% omlaag. In een heel weids en toch vooral troosteloos decor zien we tijdens de afdaling al dat de weg in de verte nog eens omhoog zal lopen. Kort achter elkaar twee klimmetjes, je maakt wat mee tijdens zo'n dronkemansrit. Het tweede klimmetje is een kilometer lang, de renners rijden rechtdoor aan 4% omhoog. In de eerste halve kilometer klimmen ze aan 5%, met een piek tot 7%, waarna het richting de top aan 3% afvlakt. Tijdens dit klimmetje komen de coureurs na 22,1 kilometer het tweede tussenpunt tegen. In het midden van het niets weten we op tien kilometer van de aankomst al een hoop, tegen deze tijd hebben de renners al kleur bekend. Op de top van de klim rijden we vervolgens langs enkele velden vol wijnranken af. We gaan naar Jerez toe, die stad is dichtbij en dus worden we met de lokale specialiteit om de oren geslagen.
![HbDWNyB.png]()
![shutterstock-1781711486_8a2f217698ef1ed83e6b210b0b81e13e.jpg]()
![ZxrKz8N.png]()
Voorbij het tweede tussenpunt vlakt de weg snel af, vervolgens rijden we tussen de wijnranken in twee kilometer vals plat omlaag over de niet al te brede weg richting Estella del Marqués. Vlak voor we Estella del Marqués bereiken komen we twee niet al te lastige bochten naar links tegen, daarna komen we in het dorp weer op een brede weg terecht. Na in licht dalende lijn door het centrum van het dorp te zijn gereden, waar we weer wat drempels vinden, slaan we buiten het centrum na een flauwe bocht naar rechts vervolgens vrij bruusk linksaf. We rijden over een viaduct heen en aan de andere kant van dit viaduct botsen we in dalende lijn op een rotonde. Bij deze rotonde slaat men scherp rechtsaf, dit is zelfs een beetje een terugdraaiende bocht. Hierna komen de renners een heel kort knikje in stijgende lijn tegen, terwijl ze via wat flauwe bochten langs een aantal bomen fietsen. De weg wordt al snel weer recht en vlak en zo rijden we rechtdoor Jerez de la Frontera binnen. In deze omgeving vinden de overigens een klein stukje van het parcours af het Circuito de Jerez, een circuit dat ooit deel uitmaakte van de Formule 1, tegenwoordig is het op dat vlak slechts een testcircuit. Wel komt de MotoGP nog altijd langs, maar gemotoriseerde sporten erkennen wij verder niet. Tot op vijf kilometer van de aankomst komen we nu bijna niets tegen. Met net iets meer dan vijf kilometer te gaan rijden de renners wel om een brede rotonde heen, een paar meter daarna slaan ze wat steviger linksaf en na die bocht bereiken ze een weg die ze tot op 3,5 kilometer van de aankomst mogen volgen. Het loopt ongeveer anderhalve kilometer zo goed als rechtdoor over een brede en vlakke weg, terwijl we ons aan de weinig inspirerende buitenrand van Jerez de la Frontera bevinden. Op ongeveer vier kilometer van de aankomst nemen we een schuine bocht naar rechts om een ovonde heen, een ovalen rotonde met een monument ter ere van het michelinmannetje in het midden. Een paar meter later komen we een rotonde tegen, maar hier hoeven de renners amper te sturen. Op 3,5 kilometer van de aankomst slaan ze vervolgens rechtsaf bij de volgende rotonde. Dit lijkt een vrij simpele bocht, al durf ik tegenwoordig niets meer te voorspellen. In de Tour gingen ze allemaal ook massaal op hun bek in een ogenschijnlijk ongevaarlijke bocht, je moet bij het uitkomen van deze bocht in ieder geval wel even opletten voor de middenberm. Over een brede en vlakke weg rijden we vervolgens zo goed als rechtdoor tot op twee kilometer van de aankomst. Terwijl we ons steeds meer in hartje Jerez bevinden komen we ook steeds meer rotondes tegen, toch weer twee stevige exemplaren in dit stuk. Veel bochtenwerk bij deze rotondes, die zoals we weten zomaar ineens glad kunnen blijken te zijn. Onderweg komen we ook nog een paar hoogtemeters tegen, we rijden onder een weg door en dat levert dus eerst een paar meter in dalende lijn op en daarna weer een paar meter in stijgende lijn. We rijden meteen daarna om een rotonde heen en op twee kilometer van de aankomst bereiken we de volgende rotonde. Hier rijden we rechts omheen, terwijl we de rotonde voor driekwart nemen. Een lange bocht volgt hier dus, om een rotonde heen met een monument ter ere van Tío Pepe in het midden. Ook weer zo'n bekend sherrymerk, maar verder promoten wij tijdens de Vuelta het nuttigen van alcohol totaal niet. Na een lange bocht om de rotonde heen komen we op de Avenida Andalucia terecht, een brede laan voorzien van palmbomen. Op twee kilometer van de aankomst hebben we de finishstraat bereikt, min of meer. Het gaat een halve kilometer rechtdoor over de brede en vlakke weg, tot we op anderhalve kilometer van het eind weer een rotonde tegenkomen. Ditmaal met een kunstwerk dat een paard moet voorstellen in het midden, zo valt er hier in Jerez een hoop te beleven. Ook deze rotonde brengt weer het nodige bochtenwerk met zich mee, we slingeren er in de straten van Jerez lustig op los. Vlak voor we de slotkilometer betreden rijden we de volgende rotonde tegemoet, ook hier slingeren we weer omheen. Amper 100 meter later zien we, inmiddels in de slotkilometer, alweer de volgende rotonde verschijnen. Ditmaal een rotonde met een standbeeld in het midden, een standbeeld ter ere van Alvaro Domecq y Diez. Geen idee wie dat is, dus sla je aan het googlen. Blijkt het een waanzinnige lul te zijn, had je kunnen verwachten natuurlijk. Een aristocraat uit een rijke sherryfamilie, die tijdens de Spaanse Burgeroorlog aan de zijde van Franco zou vechten. Hij was een gevechtspiloot zelf, die lul heeft dus lekker met bommen lopen te gooien. Blijkt ie naderhand stierenvechten terwijl je op een paard zit opnieuw geïntroduceerd te hebben. Dan ga je dat weer googlen en dan kom je foto's tegen van paarden met een soort harnas om, dat harnas blijkt dan weer het kunstwerk op de vorige rotonde te zijn, ik heb het inmiddels niet meer zo op Jerez de la Frontera, mokzegge. Op Wiki lees ik wel dat die lul van een Domecq vervloekt was, van zijn 19 kinderen werden er maar twee volwassen. Als je bedenkt dat hij ook nog eens burgemeester is geweest van Jerez de la Frontera, nog steeds als aanhanger van Franco, zou je bijna beginnen te geloven in karma. Uh, even denken, waar waren we gebleven? Oja, in de laatste kilometer van de tijdrit. We slingeren extreemrechts om de rotonde met het standbeeld van die gek heen, daarna loopt de weg die vier banen breed is eindelijk wat langer rechtdoor. Van de Avenida Andalucia komen we op de Avenida Alcalde Álvaro Domecq terecht, dit soort figuren worden in Spanje dus nog steeds volop geëerd. Met een vieze smaak in onze mond rijden we een tijd rechtdoor over de weg ter ere van dit stuk uitschot, waarna we op enkele meters van de aankomst nog even een nieuwe ovalen rotonde tegenkomen. Hier rijden we met wat minder bochtenwerk omheen, waarna we enkele meters verderop zullen eindigen op een waanzinnig brede weg. In het midden van Jerez de la Frontera, tussen een paar hotels in, eindigt deze korte maar voor huidige begrippen lange tijdrit. Eentje die in ieder geval qua parcours niet lang zal blijven hangen, wellicht qua uitslag wel. Na 32 kilometer zijn we klaar, een korte lange tijdrit.
![XznwRSz.png]()
![Rotonda_T%C3%ADo_Pepe_-_Jerez_IMG_20180526_193357_306.jpg?utm_source=commons.wikimedia.org&utm_campaign=index&utm_content=original]()
![GplIvgKjtdMayC6NmVkW.jpeg]()
De tijdrit eindigt in Jerez de la Frontera, waar in de Vuelta van 2024 nog een rit van start ging. En die start, ja, nouja, eh, pff, tja. Dat was een start die we waarschijnlijk niet snel meer gaan overtreffen. We gingen van start in een supermarkt. Ja, nee, serieus. Een van de sponsoren van de Vuelta is Carrefour, en in Jerez de la Frontera heb je liefst vier verschillende Carrefours. In een van die winkels, de hypermarkt in het zuiden van de stad, ging de rit van start. In de supermarkt. Niet ervoor, nee, midden in de winkel. Deze tijdrit start met een gimmick, we beginnen immers midden in een arena, maar niets haalt het bij de gimmick die we in de Vuelta van twee jaar geleden in Jerez zagen. We hebben de renners al een keer door San Mamés zien rijden en in Breda mochten ze door de kerk fietsen, maar dit spande toch wel echt de kroon. Van start in een supermarkt, mijn hemel. Een beeld voor de eeuwigheid, dat wel, maar om de verkeerde redenen. Het motto van de Vuelta is blijkbaar 'als het kan doen we het', maar niet alles wat kan hoef je ook daadwerkelijk te doen. Je vraagt je vooral af of de geest nog terug in de fles kan, maar ik ben er een beetje bang voor dat ze in de toekomst alleen nog maar meer rare fratsen gaan uithalen. Al is het de vraag of we deze frats nog kunnen overtreffen, deze beelden zijn echt ronduit fascinerend. In de Vuelta van 2024 reden we overigens van Jerez naar Yunquera, het werd een rit die we om meerdere redenen mochten onthouden. Er was die krankzinnige start, maar daarna werd het ook best krankzinnig toen de rit echt begon. Een grote kopgroep reed weg en in die kopgroep zat Ben O'Connor. Het Red Bull van Roglic besloot deze kopgroep een grote voorsprong te geven, want zij hadden zelf Florian Lipowitz mee naar voren gestuurd. Met Lipowitz vooraan zouden de andere ploegen het vuile werk wel opknappen voor Red Bull, was het idee. De andere ploegen hapten alleen niet, waardoor de voorsprong van de kopgroep steeds groter werd. Vooraan besloot O'Connor op een kilometer of 50 van het eind dan weer te versnellen, hij reed weg van zijn vluchtgenoten en hij begon aan een epische solo. Goed, een tijd kon hij nog rekenen op het gezelschap van Leemreize, maar die reed geen meter op kop. Benno beleefde een van zijn beste dagen op de fiets en hij liep per seconde een seconde uit. De voorsprong steeg boven de zes minuten en op dat moment brak er toch lichte paniek uit in het peloton. Meerdere ploegen begonnen op kop te rijden, maar Benno bleef maar uitlopen. O'Connor was die dag even Pogacar, zelfs op de slotklim wist hij nog uit te lopen op het peloton. Na een solo van 50 kilometer won hij de rit, het peloton kwam meer dan zes minuten later pas binnen en daardoor nam O'Connor ook de rode trui over. Een trui die hij pas twee weken later af zou staan, tot de 19e rit reed hij aan de leiding van die Vuelta, dankzij een succesvolle vlucht die begon in onze finishplaats van vandaag, Jerez de la Frontera. Er kunnen hier wonderlijke dingen gebeuren, dus.
![GVmxoz9XwAA15cE?format=jpg&name=large]()
We eindigen dus in Jerez de la Frontera, een stad in de provincie Cádiz. In deze stad die tevens in de regio Andalusië ligt wonen ongeveer 212.000 mensen. Het is een stad die de Vuelta vaker heeft mogen verwelkomen, in de Vuelta van 2022 brachten de renners hier bijvoorbeeld een rustdag door. Voor een laatste vertrek of aankomst voor de rit van twee jaar geleden moeten we evenwel terug naar 2014, maar toen kregen ze wel meteen twee voor de prijs van één. De Vuelta van 2014 begon in Jerez de la Frontera, er werd een ploegentijdrit van een kleine 13 kilometer verreden in de straten van deze stad. Vertrek en aankomst, de zege ging enigszins verrassend naar Movistar. Movistar in een ploegentijdrit? In de Vuelta wel, ja. Een jaar daarvoor ging er ook al een rit van start in Jerez de la Frontera, die rit zou eindigen boven op Peñas Blancas en daar won MIJN Igor Antón bijna. Na een tijdje solo in de aanval te hebben gereden werd hij in de slotkilometer bijgehaald en uiteindelijk ging Leopold König met de ritzege aan de haal, kent u die nog? Hier komen we nog op terug, want morgen volgt er daar wederom een aankomst bergop. In een verder verleden was Jerez de la Frontera een vaste plaats in de Vuelta, bijzonder genoeg ging de Vuelta hier zelfs in vier verschillende edities van start. In 1979 bijvoorbeeld, toen met een proloog die werd gewonnen door ONZE Joop Zoetemelk. ONZE Jelle Nijdam won dan weer de proloog in de editie van 1992, het vlaggetje eist dat de Vuelta nog eens van start gaat met een proloog in Jerez de la Frontera. In 1986 eindigde de ronde dan juist weer in deze stad, ze hebben hier aardig hun stempel weten te drukken op de koers. En niet alleen op de koers, de stad waar voormalig prof Juan Manuel García Muñoz vandaan komt is om meerdere redenen bekend. Niet direct om het feit dat de rivier de Guadalete voor kleine schepen bevaarbaar was tot Jerez of dat de stad gedurende een lange periode in de middeleeuwen de grens vormde tussen het christelijke noorden en islamitische zuiden van Andalusië, al dankt de stad daar wel de benaming frontera aan. Nee, Jerez is bekend als de sherrystad ("Vino fino" of "Vino de Jerez"). Als men door de straten wandelt dringt de geur van Sherry door de witgekalkte muren van de bodega's heen. Op de muren staan de namen van de grote landeigenaren, zoals Pedro Domecq, de grootvader van parvenu Alvaro, die grote delen van Andalusië rond Jerez bezitten en de grond verbouwen of gebruiken om (vecht-)stieren en paarden te fokken. In augustus/september van ieder jaar wordt er de Vendimia gehouden, een driedaags druivenoogstfeest met kermis en markten. Volgens het roadbook zijn er in totaal 29 bodegas in Jerez en omgeving, keuze genoeg voor de liefhebber. In Jerez is tevens de Paardenrijschool "Fundación Real Escuela Andaluza del Arte Ecuestre" oftewel de "Koninklijke Andalusische School van de Hippische Kunst" gevestigd. Deze school geniet een goede reputatie, volgens Wikipedia, maar de reputatie van de lokale Feria lijkt me belangrijker. Eens per jaar in het voorjaar wordt de "Feria del Caballo" gehouden, een grote paarden-/veemarkt annex kermis, die drie dagen duurt en waar prijsvee van over de hele wereld te bezichtigen en te koop is. Ziet er afgaande op de plaatjes wel uit als een goed feest, al is al het paardgerelateerde dieronterend. Er schijnt ook een racecircuit te zijn in Jerez, maar de andere belangrijke claim to faim is dat Jerez ook wel de hoofdstad van de Flamenco genoemd. Hoewel heel Andalusië grote Flamenco-artiesten heeft voortgebracht, bevindt zich hier de officiële academie van de Flamenco, het "Centro de Baile Jerez". Dat de stad verder dictator Miguel Primo de Rivera heeft voortgebracht is dan weer niet direct een aanbeveling, past wel mooi in het rijtje met Alvaro Domecq. Teveel namen die we kunnen koppelen aan Franco in deze stad, we moeten heel wat flessen Tio Pepe wegtikken voor we dit feit vergeten. In Jerez de la Frontera vinden we in het centrum een kathedraal, daar mogen de lokale bewoners heel wat aflaten kopen als je dit zo allemaal leest. Er is ook een alcazár, een van oorsprong Moors fort dat nu vooral een mooi parkje is geworden. Sherry, paarden, flamenco en motoren, zo kun je Jerez de la Frontera samenvatten. Ik zou er nog een vijfde woord aan kunnen toevoegen, het begint met een f en het eindigt niet op antastisch.
![Cathedral-Jerez-statue-1024x683.jpeg]()
![jerez%20VI.jpg]()
In startplaats El Puerto de Santa María wordt het overdag 26 graden, je snapt ineens waarom heel wat Spanjaarden hier een tweede huis nemen om aan de verzengende hitte te ontsnappen. Er staat wat wind vanuit zee, uit het zuidwesten blaast de wind in de eerste kilometers van de rit vooral in de rug. De wind zou gedurende de dag iets af moeten zwakken, dit lijkt me dus een voordeel voor de vroege starters. Het blijft droog, uiteraard. In Jerez de la Frontera, iets meer in het binnenland, wordt het dan weer 29 graden. Iets warmer, maar gezien de omstandigheden waarin de renners deze Vuelta al rond hebben moeten rijden valt dit eigenlijk reuze mee. Vergelijk het met de 40 graden van Córdoba en je zou de renners bijna adviseren om hun berenmuts op te zetten. Wat verder van de kust af lijkt de wind in het binnenland gedurende de dag een beetje gelijk te blijven. Voornamelijk rugwind, pas in de laatste kilometers in de stad komt de wind op kop te staan. Maarja, in de stad zit je natuurlijk weer redelijk beschut. Vooral rugwind, dit wordt een razendsnelle tijdrit. De tijdrit begint om 14:07, non-valeur Mathias Sunekær Norsgaard staat als eerste op het vertrek. De nummer laatst van deze ronde, hij is ook praktisch iedere dag als laatste binnen. Een vriendje van Pedersen, zonder enig talent. Hij zou een goede tijdrijder moeten zijn, al weet hij dat goed te verbergen. Misschien dat hij en zijn lelijke tatoeages nu toch meteen een goede richttijd neer weten te zetten, al zal een eventuele passage in de hotseat sowieso heel kort zijn. Vier minuten na Norsgaard gaat immers Ethan Hayter van start, met deze deplorabele startlijst moeten we hem toch wel bombarderen tot een van de topfavorieten. Van zijn tijdrit gaan we niets zien, de uitzending van Eurosport begint zoals wel vaker pas om 14:45. Om 15:10 vertrekt Ivan Romeo, hij mag als de uitzending inmiddels is begonnen een mooie richttijd neer gaan zetten voor Mas. Om 15:35 is Bruno Armirail aan de buurt en misschien nog wel belangrijker, twee minuten na hem start Stefan Küng. Om 15:50 staat Van Aert dan weer aan het vertrek, dit is even een interessant blokje. Daarna kunnen we wel weer een tijd in slaap vallen, er doen amper goede tijdrijders mee. Het wordt hierna pas weer leuk als de klassementsrenners vertrekken, de laatste 20 renners vertrekken om de twee minuten en daar zitten toch een paar verrassende namen tussen. Finlay Pickering staat blijkbaar heel hoog in het klassement, oké. Mario Aparicio heeft zich ongezien ook in de top 20 weten te nestelen, het is geen heel rijk gestoffeerd deelnemersveld. Enfin, om 16:51 vertrekt Roglic en om 16:55 is Enric Mas als laatste aan de beurt. Hij gaat van start in de arena en men verwacht hem om 17:30 aan de finish. Die verwachtingen van de Vuelta zijn vaak niet al te accuraat. Bij de Tour zitten ze er nog wel eens boenk op, maar ik denk niet dat Enric een parcours van 32 kilometer in 35 minuten gaat afwerken. Het zal iets langer duren, zelfs als het parcours bijna volledig vlak is. Toch wat bochtenwerk onderweg, dat is niet zo goed voor het gemiddelde. Mocht u op zoek zijn naar uw favoriete renner, kijk dan vooral hier:
https://www.tissottiming.com/2026/vue/stage-18/startlist![img_7800.jpg]()
![alcazar-de-jerez-de-la-frontera.jpeg]()
Een korte tijdrit, die we tegenwoordig bijna lang durven te noemen. Een zo goed als vlakke tijdrit, die korte klimmetjes onderweg gaan het verschil niet maken. Wel een tijdrit met een hoop rotondes, al dat bochtenwerk gaat wel weer van invloed zijn. Supertechnisch wil ik het niet noemen, maar deze tijdrit is sowieso wat meer dan alleen maar rechtdoor knallen over vlakke wegen. Er komt iets meer bij kijken, vooral in het begin en aan het eind. Een tijdrit met twee verhalen ook, mogen we aannemen. De laatste jaren zien we steeds meer dat de echte specialisten uitsterven en dat de betere klassementsrenners met de zege gaan lopen in de tijdritten, maar dit lijkt me wel weer een tijdrit die ouderwets door een specialist gewonnen gaat worden. Het scheelt dat Pogacar er niet meer bij is, het helpt natuurlijk ook dat iemand als Evenepoel niet van de partij is. In zijn goede jaren dat Roglic zo'n tijdrit kunnen winnen, maar die jaren liggen achter hem. Nee, we kunnen nu vooral kijken naar renners als Hayter en Küng als het om de dagzege gaat. Maar misschien vinden we de strijd tussen de klassementsrenners nog wel interessanter dan de strijd om die dagzege. Dit is min of meer de laatste kans om ons een spannend slot van de Vuelta te gunnen. Als Roglic hier veel tijd pakt op Mas kan de Vuelta nog leuk worden, als de schade beperkt blijft voor Mas is het boeken toe en kunnen we hem ondanks twee zware bergritten die nog volgen alvast het rood en die lelijke nieuwe bokaal uitreiken. Historisch gezien gaat Mas vandaag een voorzichtige oplawaai kijken. Een mooie tijdrit ter vergelijking vind ik de tijdrit in Caen in de Tour van vorig jaar. Een vrij vlakke tijdrit van 33 kilometer. Roglic werd 12e, op 1:19 van Evenepoel. Mas werd 37e, op 2:57 van de winnaar. Dik anderhalve minuut tussen Roglic en Mas in een gelijkaardige tijdrit, in het recente verleden ook nog eens. Een jaar eerder, in de Vuelta, werd Mas in de afsluitende tijdrit van 25 kilometer 23e, op 1:33 van Küng. Roglic werd die dag tweede, op 30 seconden van Küng. Ongeveer een minuut verloren in 25 kilometer, in de Tour van dat jaar verloor Mas in een tijdrit van 25 kilometer dan weer net iets minder dan anderhalve minuut ten opzichte van Roglic. In de Vuelta van 2023 verloor Mas in Valladolid 1:10 ten opzichte van de Sloveen, eigenlijk kom je als je alle uitslagen op een rijtje zet steeds op een vergelijkbaar verschil uit. De mooiste vergelijking is wellicht die met de tijdrit in de Vuelta van 2022. Dat was een volledig vlakke tijdrit van 31 kilometer in Alicante. Mas werd die dag tiende, een fenomenaal resultaat voor hem. Wel alsnog op twee minuten gereden door Evenepoel, Roglic werd die dag dan weer tweede op 50 seconden. Mas verloor dus weer een minuut ten opzichte van Roglic, dat verschil is echt verrassend consistent. In de afsluitende tijdrit van de Vuelta van 2021 werd Mas dan weer op twee minuten gereden door Roglic, hij werd zelfs ingehaald, maar dat is een uitzondering. Mas verliest altijd tijd, maar hij beperkt de schade meestal tot een minuut. Als hem dat nu ook lukt is hij spekkoper, dan houdt hij een minuut van zijn voorsprong over. In de bergen is Mas tot nu toe steeds de betere geweest, dus dan is de Vuelta eigenlijk binnen. Gall eindigt in tijdritten eigenlijk altijd achter Mas, dat is in principe geen factor om rekening mee te houden. Niet gek ook, die mafketel zit bijna rechtop, een dienblad houdt het geen seconde vol op die rug. Kun je wel over het wondermateriaal van Decathlon beschikken, maar het gebrek aan aerodynamica blijft onverbiddelijk. Het gaat derhalve tussen Mas en Roglic. Kijkend naar deze Vuelta hebben we misschien helemaal niets aan de historische resultaten, Mas rijdt beter rond dan hij ooit heeft gedaan terwijl Roglic hier niet het niveau haalt van de Vuelta van 2024, of welke Vuelta daarvoor dan ook. Toen kon hij in zo'n tijdrit de boel naar zich toetrekken, dat lijkt nu een heel pak lastiger. Als Mas zijn zenuwen kan bedwingen, en als hij de wonderbenen van voor de rustdag nog heeft, nouja, dan rijdt hij hier dus minstens bij de eerste 20 en verliest hij minder dan een minuut op Roglic. We weten alleen niet hoe zijn benen inmiddels zijn, na de rustdag klaagde hij over geblokkeerde benen. Die blokkade moet nu wel weg zijn, anders worden het nog een paar spannende dagen. Ik denk dat het niet spannend gaat worden, vooral omdat Roglic tegenwoordig ook niet meer van de goede tijdritten is. Hij verloor dit jaar voor het eerst een tijdrit in het Baskenland, zijn tijdperk is echt bijna voorbij. Dit moet een laatste kunststukje worden van de oude vos, maar ik heb er een hard hoofd in. Hij gaat tijd pakken op Mas, dat deed hij in Monaco al, maar als we het schema van 11 seconden per tien kilomete hanteren komen we uit op een verschil van een halve minuut en dat is niet goed genoeg. Roglic gaat moeten toveren, terwijl Mas een Rasmussentje moet gaan doen. Een Rasmassen, dan. Dat gunnen we Enrico ook weer niet, maar met het oog op het weekend zou het wel ideaal zijn. Het meest waarschijnlijke scenario lijkt me echter toch wel dat hij gaat vliegen in het rood. Het verschil kan wel eens heel beperkt blijven, dit kan zomaar een pijnlijke uitslag worden voor Roglic.
1. Küng. Ik gun dit Stefan vooral. Stiekem best goed aan het rijden deze Vuelta ook, al viel zijn eerste tijdrit wat tegen. Dit is wat meer zijn ding, komt helemaal goed.
2. Hayter. Een rampzalige renner, iemand die niet in het peloton durft te rijden heeft eigenlijk geen recht om prof te zijn. Tijdrijden daarentegen is helemaal zijn ding, je ziet hem tegenwoordig alleen vooraan in een uitslag verschijnen als het een tijdrit is. Zo nu en dan wint hij zelfs een tijdrit, in Monaco was hij heel dichtbij. In een langere tijdrit kan hij het ook, dus zal hij nu zeker gezien het gebrek aan concurrentie ook wel weer vooraan eindigen. Ook buiten de tijdritten om heeft Hayter toch een paar keer in beeld weten te rijden deze Vuelta, vooral dankzij een paar kansloze aanvallen. Genoeg reden voor Doug om hem op te vissen, hij had nog een nieuwe Bennett nodig. Dit wordt natuurlijk geen succes en dat weet Doug zelf ook heel goed, maarja, blijven proberen! Ooit lukt het. En ach, die rijke eigenaar kan het geld prima missen, een paar duurbetaalde renners die niet presteren scharen we onder het ondernemersrisico.
3. Van Aert. Wout kan sinds een paar dagen weer alles, dan moet hij er ook voor het eerst in lange tijd weer eens een goede tijdrit uit kunnen gooien. Dat wordt serieus weer een keer tijd, je bent nu al veel te lang voor lul met die buitenaardse helm rond aan het rijden.
4. Roglic. Ik zie de huidige Roglic niet vierde worden, dit is meer een vermelding als steuntje in de rug. Hup Primoz! Überhaupt een wonder dat hij in staat is op het podium te eindigen, dat hadden we vooraf niet verwacht. Wellicht zit er nog een extra verrassing in.
5. Thornley. Sinds Monaco niet meer in beeld gezien. Hij komt nu weer tevoorschijn!