Etapa 17: Dos Hermanas - Sevilla, 185 kmNou, de derde week begon met een rit waar we best kort over kunnen zijn. Vroeg op de dag reed er een kopgroepje van vijf weg en dat kopgroepje werd meteen kort gehouden door Visma. Zodra de uitzending begon zagen we de renners door een zwartgeblakerd gebied rijden, ook in Andalusië heeft menig bos in brand gestaan. Natuurlijk denk je dan dat de locals tijdens de regionale verkiezingen hun verstand gebruiken in het stemlokaal, maar verstand is er in Andalusië weinig te vinden. Uiteraard stemde men ook hier op alle rechtse partijen, de Partido Popular ging met de zege aan de haal en VOX groeide flink. Partijen die het liefst bezuinigen op de brandweer en dat soort linkse zaken, weet je wel. Al deed de lokale linkse Andalusische partij het ook goed, eerlijk is braaf. Enfin, we reden snel het bosrijke gebied uit en kwamen in de vlakte rond Huelva terecht, waar bleek dat de vluchters geen kans zouden maken. Ze werden ruim op tijd ingerekend, terwijl er verder amper iets gebeurde. Ik heb Ivo Oliveira een keer op de grond zien liggen, waarna hij werd opgeraapt door een man met een peuk in z'n bek. Een andere man probeerde dan weer zijn bidon te stelen, je kunt het natuurlijk moeilijk iemand kwalijk nemen dat hij in deze omstandigheden naar drinken op zoek is! Het peloton gaat nog steeds gebukt onder de hitte, zo nu en dan vallen er slachtoffers. Nu is het weer Thibau Nys die net als zijn vader niet heel goed tegen de hitte blijkt te kunnen. Na de rit zondag onwel geworden, die zetten we dus op dinsdag gewoon weer op de fiets. Wordt daarna kansloos uit het peloton gereden en komt een half uur later binnen, maar ach, morgen weer een nieuwe dag. Altijd klagen over iedere organisatie die de veiligheid van de renners niet serieus neemt, misschien moeten ploegen zelf een keer het goede voorbeeld geven. In de finale waagden enkele ploegen een poging om een waaier te trekken, best een uitdaging zonder wind. Desondanks werden er door het hoge tempo enkele renners gelost, al keerden een hoop renners ook weer terug toen we in de laatste kilometers met een stuk met tegenwind kregen af te rekenen. De voorbereiding op de sprint kon beginnen en in die voorbereiding zagen we heel Quick Step op kop rijden voor Dainese, toch gelachen. Eerst nog gelost, opnieuw aangesloten en daarna maar vrolijk tempo blijven maken. Een welkom cadeautje voor Visma, dat de ploeg onderweg al had opgerookt. Ze hadden nu alleen nog Van Aert en Brennan over, Van Aert mocht de sprint aantrekken voor Brennan en het was wachten op het juiste moment om even snel naar voren te rijden. De finale was heel simpel, brede en rechte wegen, maar soms zijn dat juist de gevaarlijkste wegen. Nu gelukkig niet, weinig incidenten gezien. Het was wel wat nerveus, maar alles ging goed. Richting de laatste kilometer kwamen we een rotonde tegen en in de laatste kilometer volgde er ook nog eentje. Dat was wel een cruciaal punt, daar wilde je vooraan zitten. Van Aert kreeg het voor elkaar om zichzelf met Brennan op het wiel in gunstige positie door de laatste bocht te loodsen en eenmaal uit de bocht zette hij meteen aan. Hij trok de sprint op een grandioze manier aan en hij kon zijn lead-out doortrekken tot op 150 meter van het eind. Pas op dat moment ging hij van kop af, pas op dat moment hoefde Brennen zelf aan te zetten. Drie trappen en ritzege vier was binnen, uit het boekje. De snelste sprinter, met ook nog eens de beste lead-out, dat is valsspelen. Zeer straf, best indrukwekkend zelfs, maar ook wel een beetje saai en voorspelbaar inmiddels. Het helpt ook wel mee dat de tegenstand niet heel indrukwekkend is, Coquard werd tweede voor Vito Braet en Jordi Meeus die ergens achterin verdwaald was geraakt. Braet had dan eigenlijk weer de sprint moeten aantrekken voor non-sprinter De Schuyteneer, maar ze raakten elkaar kwijt en dan ging Braet maar voor zijn eigen kans. Bizar om überhaupt voor non-talent De Schuyteneer te gaan, Braet is altijd beter. Maar goed, nouja, dat was zo'n beetje de sprint. Unox reed nog even in beeld om eerst Cort terug te brengen en daarna de sprint voor hem aan te gaan, maarja, verder dan een vijfde plek kwam hij niet. Van Aert sprintte nog door voor de puntjes en eindigde als zesde, Visma is hier optimaal aan het profiteren van het feit dat de rest er weinig van kan.
En dan krijgen ze vandaag meteen een nieuwe kans om nog een rit te winnen, dat kan zomaar ritzege zeven worden. Win je een derde van de ritten, goed man. En dat in een Vuelta waar de sprinters geen enkele kans zouden krijgen. Ik heb een leuke krantenkop in de aanbieding:
Waarom sprinters niet langer van de Vuelta houden (en de Vuelta niet langer van sprinters). Zou er een rectificatie volgen? Zouden er volgend jaar meer sprinters naar de Vuelta gaan? Het antwoord is sowieso nee, terwijl we nu naar de zevende massasprint van deze ronde gaan kijken. Toch een derde van alle ritten, ik vind het bizar dat we dat blijkbaar als weinig kansen beschouwen. Al zaten in sommige van die ritten wel een paar heuvels, maar men gaat ooit moeten leren dat een heuvel onderweg niet automatisch te betekenen heeft dat een sprint onmogelijk wordt. De Vuelta verdient iets meer respect, dat begint bij het grondig bestuderen van het parcours. Huiswerk voor volgend jaar, waar uiteraard niets mee gedaan gaat worden.
![LxQVZwT.png]()
![BWZEYsA3QYx2wHN93XQtPd.jpg]()
De 17e rit van deze Vuelta gaat van start in Dos Hermanas, een voorstad van Sevilla waar de Vuelta nog nooit eerder van start is gegaan of is geëindigd. We zijn er wel eens doorheen gereden, in 2015 bijvoorbeeld, maar de wielergeschiedenis van dit stadje is beperkt. De Ruta del Sol is hier wel meermaals gepasseerd, er staan zelfs een paar aardige namen op de erelijst in Dos Hermanas. In 1991 won Johan Museeuw hier een rit, ik bedoel maar. Adriano Baffi, Didi Thurau, Noel Dejonckheere, dat zijn toch allemaal namen die we vaker hebben gehoord. Dos Hermanas is een gemeente in de provincie Sevilla in de regio Andalusië waar ongeveer 140.000 mensen wonen. Uiteraard zijn we nog steeds in Andalusië, vandaag werken we dan weer een rit af in de provincie Sevilla. Van Dos Hermanas, een paar kilometer ten zuiden van de stad Sevilla, rijden we met een enorme omweg naar de stad toe. In ieder geval qua verplaatsing een keer een korte dag voor de renners, ze hoeven 's ochtends niet lang in de bus te zitten richting de start. Dos Hermanas heeft een ietwat opmerkelijke naam, twee zussen! De naam van de stad, die "twee zussen" betekent, dateert uit haar oprichting in 1248 door Koning Ferdinand III van Castilië en eert Elvira en Estefanía Nazareno, de twee zussen van Gonzalo Nazareno, een van de belangrijkste militaire commandanten van de koning. Om deze reden worden inwoners van Dos Hermanas "nazarenos/as" genoemd. In Tirso de Molina's toneelstuk "De spotter van Sevilla en de stenen gast" (El burlador de Sevilla y convidado de piedra) (1612-1620), wordt Dos Hermanas genoemd als de plaats waar Don Juan Tenorio erin slaagt zichzelf te mengen in het huwelijk van twee plebejers, Arminta en Batricio, die hij slim bedriegt. Even een stukje Wikipedia voor je. Dan ook nog een stukje vivandalusia.com voor je: Dos Hermanas ontleent haar naam aan de legendarische zussen Elvira en Estefanía Nazareno. Die volgens de folklore een heilig beeld ontdekten in een grot geleid door het geluid van een bel. Dit beeld, een gotisch drieluik dat Sint Anna, Maria en Jezus afbeeldt, werd het middelpunt waaromheen de stad floreerde. De devotie voor de Virgen de Valme en de mysterieuze bron van Fuente del Rey verrijken verder het tapijt van lokale legende. Ze bieden bezoekers een glimp van de diepgewortelde tradities van Dos Hermanas. Allez. Doordrenkt van geschiedenis, pronkt Dos Hermanas met een schat aan architectonische wonderen. Van de majestueuze María Magdalena Parochie tot de schilderachtige Santa Ana Kapel en de imposante Toren van Los Herberos. De weelderige landschappen zijn versierd met pittoreske haciënda's en cortijo's. Overblijfselen van een voorbije tijd waarin deze landgoederen dienden als toevluchtsoorden voor de Sevilliaanse bourgeoisie. Vandaag de dag worden veel van deze historische locaties erkend als Cultureel Erfgoed. Maar Dos Hermanas is niet alleen een stad bevroren in de tijd - het pulseert van culturele vitaliteit. Van internationale evenementen zoals het Internationale Schaaktoernooi tot de Nazarene Folkloristische Dagen waar muziek en dans van over de hele wereld worden getoond, er gebeurt altijd iets in deze levendige gemeenschap. En laten we de culinaire geneugten niet vergeten - geniet van huisgemaakte gerechten in lokale bars en mis de kans niet om de heerlijke slakken in saus te proeven tijdens het lenteseizoen. Uhhhhhh. Omgeven door natuurlijke schoonheid, is Dos Hermanas een paradijs voor buitenliefhebbers. Verken de beschermde landschappen van het Natuurpark Brazo del Este of wandel door het Periurbane Park La Corchuela, waar weelderig groen stedelijke charme ontmoet. Of je nu een natuurliefhebber bent of een cultuurfanaat, Dos Hermanas biedt voor elk wat wils. Ja, ja, zo kan ie wel weer. Dos Hermanas is vooral een snel groeiende voorstad van Sevilla, waar ze in hoog tempo nieuwe wijken aan het bouwen zijn omdat in Spanje nu eenmaal iedereen naar de grote stad trekt. Niet iedereen kan in Sevilla zelf terecht, dus kun je zomaar in een plek als Dos Hermanas belanden. In het centrum van deze stad kom je met het Parque de La Alquería nog wel een aardig park tegen, aan de rand van het park is met het Palacio de Alpériz dan weer een aardig paleis te vinden. Speciaal voor ons is er ook een pizzeria met de naam La Bicicleta, gezien de reviews nog een goede toko ook. Verder valt me op dat ze hier een heuse wielerbaan hebben, het Velódromo Pepe Sánchez. Tevens het lokale Palacio de Deportes, ze hebben het onzalige idee om naast wielrennen ook nog aan andere sporten te doen. Pepe Sanchez was dan weer een lokale wielrenner die er alles aan deed om die sport in zijn eigen stad op de kaart te zetten, hij was ook een van de initiatiefnemers om de wielerbaan te laten bouwen. Kunnen ze hier ook goed gebruiken, er komt weinig wielertalent uit Dos Hermanas en omstreken. Het zijn vooral voetballers die uit deze regio komen, al is de bekendste inwoner van Dos Hermanas wellicht nog wel een zangeres. Melody! Zij nam in 2025 deel aan het verschrikkelijke Songfestival, een festival dat zeer terecht tegenwoordig niet meer wordt erkend door Spanje. Je moet je eigenlijk doodschamen als je nu nog naar die wanvertoning kijkt.
![6b1f994e-b6fc-4f8c-904a-fa59f2096c01.jpg]()
![960px-Palacio_de_Alperiz_%28Dos_Hermanas%29.JPG?utm_source=commons.wikimedia.org&utm_campaign=index&utm_content=thumbnail]()
In het noorden van Dos Hermanas gaan de renners van start op een brede weg in de Spaanse variant van een vinexwijk. Tussen een aantal hagelnieuwe appartementencomplexen en een aantal complexen die nog in aanbouw zijn rijden ze door deze afzichtelijke nieuwbouwwijk heen om vervolgens uit te komen in het oude gedeelte van Dos Hermanas. Ze rijden dwars door de stad heen op weg naar het zuiden, waar ze een heel eind buiten de stad officieel van start zullen gaan. Er wordt gezwaaid met de vlag zodra de renners zich in het midden van het niets op een brede weg direct naast een snelweg bevinden. In de eerste kilometers van de rit volgen de renners continu de snelweg, ze rijden een kleine zeven kilometer bijna volledig rechtdoor over een brede en vlakke weg in het niets. De omgeving is leeg, dat had dus eventueel interessant kunnen worden met wat wind, maarja, geen wind. Wel een stuk of vier rotondes, maar verder komen we de renners helemaal niets tegen. Na ongeveer zeven kilometer koers rijden de coureurs Los Palacios y Villafranca binnen en hier komen we nog een reeks aan rotondes tegen, naast een bocht naar links in het centrum. In zekere zin is Los Palacios y Villafranca een bijzonder plaatsje, maar dan vooral om redenen die niets met sport te maken hebben. Met Jesus Navas, Fabian Ruiz en Gavi komen er drie grote voetballers uit deze plaats. Twee ervan werden een paar maanden geleden nog wereldkampioen, Navas kreeg dat in 2010 dan weer voor elkaar. Drie wereldkampioenen uit één plaatsje, jeetje, bijzonder. Al zijn het eigenlijk twee plaatsen die aan elkaar zijn gegroeid, maar goed. Over Los Palacios y Villafranca kun je niet praten zonder de hoofdrolspeler te noemen: de tomaat. Hier is het niet zomaar een ingrediënt, het is een bron van trots. Sinds 2012 hebben ze zelfs hun eigen nationale merklabel. Probeer ‘m aangemaakt met olie en zout, in een salmorejo, in een fritada of gewoon op een stukje brood. En als de tomaat de koning is, dan is de rijst met patrijs zijn trouwe ridder. Dit typische gerecht maakt deel uit van de beroemde Rijstroute, die het dorp deelt met andere moerasgemeenten. Even een stukje toeristische info tussendoor, nog kloppende informatie ook. Na het WK volgde er een huldiging in Los Palacios en Fabian Ruiz en Gavi kregen toen hun lichaamsgewicht in tomaten cadeau, ze zullen zich toen de vraag hebben gesteld of ze niet beter de finale hadden kunnen verliezen. Maar goed, we laten Los Palacios snel achter ons om na nog een aantal rotondes overwonnen te hebben een kilometer of tien volledig rechtdoor over een brede en vlakke weg in de richting van Utrera te fietsen. Ja, daar kun je meer van proberen te maken, maar dat is hier niet nodig. Vooral een rechte tocht door een tamelijk lege omgeving, met soms wat industrie tussendoor. Zonder veel belangwekkende elementen komen we na 21 kilometer uit in Utrera, waar dan wel weer iets meer verkeersmeubilair te vinden is. Paar rotondes en vluchtheuvels, maar de renners kunnen het hier rustig aandoen. Dit is echt een dagje voor Sinuhé, het peloton kan zich wagen aan een lang middagdutje. De passage in Utrera is voorzien van talloze bochten, we kunnen iedere bocht opdragen aan een andere voetballer die uit de stad afkomstig is. Net iets minder wereldkampioenen dan uit Los Palacios, maar toch, geen onaardig rijtje. José Antonio Reyes werd hier geboren, bijvoorbeeld. Wijlen José Antonio Reyes, die reed met 200 kilometer per uur over net zo'n saaie weg als de renners net hebben afgewerkt en dat liep niet goed af. VOX-stemmer Dani Ceballos is na jarenlang op de bank te hebben gezeten bij Real Madrid deze zomer dan weer teruggekeerd bij zijn jeugdclub, Real Betis. Joaquin Caparros, voormalig coach van zo'n beetje iedere Spaanse club, komt ook uit Utrera. Ook nog een tijd trainer geweest van Athletic, waar hij dan weer als Jokin door het leven ging. Dit jaar werd bekend dat hij getroffen is door darmkanker, we wensen hem veel sterkte toe. Alvaro Garcia van Rayo Vallecano komt hier ook vandaan, maarja, dan wordt het al een beetje te obscuur. Enfin, bij een rotonde aan de rand van Utrera slaat men rechtsaf en daarna rijdt men dwars door het centrum, waar nog een stuk of acht rotondes liggen. Buiten het centrum slaan we bij een van die rotondes rechtsaf, na één laatste rotonde verlaten we het technische Utrera vervolgens rijden we nog een tijdje verder naar het zuiden. In de Vuelta van 2022, toen we aan zouden komen in Tomares, waar Fredje Wright Primoz Roglic keihard van de fiets zou rijden (aldus Plugge) reden we ook door Utrera heen, we zien vandaag een aantal dezelfde plaatsen verschijnen als toen. Wel in een andere volgorde, de overeenkomst zal zijn dat je pas in de laatste kilometers je tv hoeft aan te zetten.
![image-01bd0966-77a5-4a6b-b564-38a69daf9c32-85-2560-1440.jpeg]()
![Vista-general-Utrera-3600x2400.jpg]()
In Utrera werden op 7 februari 2023 overblijfselen gevonden van de belangrijkste synagoge op het Iberisch schiereiland in de Middeleeuwen. Na de Reconquista werd dit bouwwerk getransformeerd tot het Hospital de la Misericordia (Ziekenhuis van de Barmhartigheid), en in de moderne tijd waren er een restaurant en een discotheek gevestigd. Zo dan. We gaan maar weer door met de rit, al is er weinig om te bespreken. Buiten Utrera komen we weer op een brede en rechte weg terecht in het midden van het niets, de renners rijden nu eigenlijk vooral een aantal kilometer langs eindeloze akkers af, waar we vooral wat graan vinden. Een geel decor, ook een erg leeg decor. Het terrein wordt heel voorzichtig iets glooiender, we rijden nu eigenlijk richting de Sierra de Grazalema, al zullen we deze siërra pas echt gaan verkennen op vrijdag. De brede weg loopt een keer een kilometertje aan 3% omhoog, dat idee, weet je wel. Zonder veel zaken die de moeite van het vermelden waard zijn komen we na 40 kilometer uit in El Coronil, waar we de doorgaande weg verlaten om via een iets smaller weggetje een paar kilometer verder te rijden door een omgeving die net zo leeg blijf. Af en toe een verdwaalde boom, verder heel veel geelgekleurde akkers. Op een glooiende en iets bochtigere manier rijden we door de gemeente Montellano heen, Montellano heeft zoveel te betekenen als vlakke berg en dat is hier toch redelijk van toepassing. We komen in heel wat kilometers tijd een meter of 100 hoger uit, heel denderend is het niet. Aan het eind van deze weg rijden de renners voorbij een aantal boomgaarden, ze passeren een spaarzaam gebouw in dit dunbevolkte gebied en dan slaan ze linksaf om dik tien kilometer over een bredere weg vrijwel rechtdoor te rijden naar Morón de la Frontera. Met zowaar zicht op een paar bergjes rijden we nu door een omgeving met iets meer boompjes verder, de weg blijft hier ook een tijdje licht glooiend. We komen vlak voor we Morón de la Frontera bereiken nog een keer een klimmetje van anderhalve kilometer aan een procent of vier tegen, meteen het spannendste klimmetje van de dag. Na 60 kilometer komen we vervolgens uit in Morón de la Frontera, een plaatsje waar met José María Martín nog wel een geinige renner vandaan komt. Dit is een renner van het geplaagde Kern Pharma, de ploeg die dreigt te verdwijnen. Het geval Martín zal daarbij niet helpen, Juanjo Oroz heeft hem dit jaar opgepikt nadat hij vorig jaar goed presteerde in het Spaanse amateurcircuit. Namens een ploeg uit het altijd gevaarlijke Extremadura won hij talloze koersen, terwijl hij in de jaren ervoor bepaald geen hoogvlieger was. Dat is een rode vlag, maar Oroz trapte er toch in. Vol goede moed begon Martín aan het jaar, maar nadat hij begin maart in Griekenland een koers reed verdween hij vervolgens van de radar. Officieel is er niets bekend, officieus schijnt hij toch wel wat 'problemen' te hebben, als jullie begrijpen wat ik bedoel. Er zit een statement van de UCI aan te komen, wat dan toch wel de nagel aan de doodskist van Kern Pharma zou zijn. Met Kike Salas komt er dan weer een voetballer van Sevilla FC uit dit plaatsje, uiteindelijk is het hier toch vooral een voetbalregio. De skyline van Morón de la Frontera wordt gedomineerd door de ruïnes van het Arabische kasteel. Dit is een overblijfsel uit de Moorse tijd. Later werd het omgevormd tot een paleisfort door de hertogen van Osuna. Hoewel het in verval is, biedt het een adembenemend panoramisch uitzicht op de stad en het omliggende platteland. Het kasteel maakt deel uit van de Ruta de Castillos de la Reconquista. Ondanks de vervallen staat blijft de Torre Gorda een opvallend kenmerk. Het religieuze erfgoed van de stad is even indrukwekkend, met de San Miguelkerk die opvalt als de "Kathedraal van de Sierra Sur." Gebouwd tussen de 16e en 18e eeuw, combineert deze massieve structuur gotische en barokke stijlen. Bovendien heeft het een 47 meter hoge klokkentoren die doet denken aan de Giralda in Sevilla. Binnen kunnen bezoekers de prachtige kapellen bewonderen. Vooral de Capilla Sacramental en de Capilla de San José vallen op, samen met verschillende opmerkelijke altaarstukken. Een andere must-see is de San Ignacio de Loyolakerk, plaatselijk bekend als "La Compañía." Dit barokke juweel was ooit een jezuïetencollege en herbergt nu de Hermandad de la Cruz. Jaja, er is genoeg te zien in Morón, toch lastig om in het Engels uit te leggen dat je hier vandaan komt. Al missen we al het moois hier wel, de uitzending begint pas als we Morón zijn gepasseerd. De landbouw in Morón de la Frontera heeft diepe wortels. Het stadje staat bekend om zijn uitgestrekte olijfgaarden, die enkele van de beste olijfolie en tafelolijven van Andalusië produceren. Vooral de lokale Morona variëteit is populair. Deze olijven, of ze nu huisgemaakt of industrieel zijn, zijn een ware delicatesse. Een populaire bereiding bestaat uit het snijden van de olijven en ze mengen met wortelen, knoflook en paprika's. Daarna kruiden met zout en azijn en laten weken in water – een echte lokale specialiteit. Ze schijnen hier ook slakken te eten, dus ik weet niet of we de lokale specialiteiten echt willen proberen.
De la Frontera geeft dan weer weg dat dit in de tijd van de Taifa's en de Reconquista op de grens lag, er is hier in het verleden menig robbertje gemat. Daar komt vandaag vermoedelijk geen nieuw gevecht bij.
![patrimonio.jpg]()
![57c6ad64-2b1d-48dc-aae5-566489b006f9.jpg]()
De levendige cultuur van Morón de la Frontera komt tot leven tijdens de vele feesten. De Feria, gehouden in september, is een van de oudste van Spanje en dateert uit de 13e eeuw. Dit bruisende evenement kenmerkt zich door prachtig verlichte straten, levendige casetas (tenten) en eindeloze Sevillanas-dansen. Flamencoliefhebbers vinden hier hun toevlucht, met het jaarlijkse Festival Flamenco "El Gazpacho Andaluz". Dit evenement trekt topartiesten aan. De diepe band van de stad met flamenco is duidelijk in de erfenis van gitaarmeester Diego del Gastor. Hij woonde in Morón en drukte een onuitwisbare stempel op de muziekscene. Morón de la Frontera is ideaal gelegen om de prachtige Sierra Sur-regio te verkennen. De Sierra de Esparteros, met zijn 585 meter hoge top, biedt fantastische wandelmogelijkheden. Het is ook de thuisbasis van traditionele kalksteengroeven, die nu gemoderniseerd zijn maar nog steeds de beroemde Cal de Morón produceren. Voor avonturiers is de Sierra ook een populaire plek voor paragliding en deltavliegen. Wij vliegen voorbij Morón terug richting Sevilla, we hebben hier het meest oostelijke punt van de rit bereikt en keren op onze schreden terug. Er volgt voorbij Morón een hilarisch stukje route van 45 kilometer, een route waar je eigenlijk maar weinig over hoeft te vertellen. Via enkele rotondes verlaten we het dorp en daarna komen we op een brede weg terecht die een kilometer of tien heel voorzichtig vals plat omlaag zal lopen. In die tien kilometer komen we alleen maar een paar flauwe bochten tegen, maar in principe gaat het gewoon continu rechtdoor. Enkele boomgaarden in de omgeving, waar vooral veel olijfbomen te vinden zouden moeten zijn. De weg is breed, het asfalt is alleen soms wel een beetje matig. Wat scheuren her en der, het enige bezwaar eigenlijk. In een omgeving zonder veel tekenen van leven wordt het met de kilometer die verstrijkt steeds leger, we komen in de grote leegte terecht en hier wordt het na een tijd volledig vlak. Op een gegeven moment is het alsof je door de polder in Nederland aan het rijden bent, niet te doen. Na een kilometer of 20 over deze weg gereden te hebben en daarin enkele bochten tegen te zijn gekomen beginnen we vervolgens aan een recht stuk rit van liefst 25 kilometer. Ja, precies. De brede weg loopt 25 kilometer volledig rechtdoor. Continu rechtdoor over een vlakke weg, omgeven door eindeloze akkers met soms een verdwaalde boom in beeld. Dit had nog leuk kunnen worden als het had gewaaid, maarja, haha, nee, schrijf dat maar mooi op je buik. Na een eindeloze en troosteloze tocht bereiken we na 106 kilometer koers Alcalá de Guadaíra. Op 80 kilometer van de aankomst komen we eindelijk weer wat bochtenwerk tegen, we treffen ook eindelijk weer wat tekenen van leven aan. Ik ben overigens geen fan van Alcalá de Guadaíra, want Caleb Ewan won hier in 2015 in zijn eerste grote ronde meteen een sprintje heuvelop. In deze plaats beschikken ze over een kasteel. En een kicken drakenbrug, geïnspireerd door een lokale legende. Een bezoek aan Alcalá de Guadaíra begint met El Castillo. Deze indrukwekkende burcht torent uit boven het stadje en bood eeuwenlang strategisch uitzicht over het dal van de Guadalquivir. Niet voor niets werd hij ooit ‘de bewaker van Sevilla’ genoemd. Binnen de muren zie je restanten van torens, verdedigingswerken en zelfs een klein theater voor openluchtevenementen. Alles is goed bewaard gebleven, dus je wandelt letterlijk door de geschiedenis. Dwars door de stad slingert de rivier Guadaíra, en langs de oevers ligt een keten van stadsparken waar je even kunt ontsnappen aan het verkeer en de hitte. In totaal beslaan deze groene zones zo’n 150 hectare. In 2011 werden ze uitgeroepen tot Monumento Natural, vanwege hun ecologische én culturele waarde. Je vindt hier wandelroutes, bruggen, historische molens en heel veel schaduwrijke plekken onder eeuwenoude bomen. Heel veel molentjes hier, waar vooral het lokale graan werd verwerkt tot brood. De renners hebben heel wat velden vol graan zien passeren in de afgelopen kilometers, dat zorgt voor een troosteloos beeld, maar goed, het zorgt er ook voor dat de mensen in de regio Sevilla iets te bikken hadden. Alcalá wordt niet voor niets ‘Alcalá de los Panaderos’ genoemd, het Alcalá van de broodbakkers, ja! De beroemde en unieke Drakenbrug symboliseert dan weer een legende die teruggaat tot de tijd van de Almohaden, toen de Moorse koning zijn jonge zoon een drakenei gaf, dat de jongen in een grot onder het kasteel bewaarde. Vanuit Sevilla trok de koning met zijn vrouw naar Alcalá, om hier te genieten van de frisse lucht rond de Guadaíra, en te genieten van het heerlijke brood van Alcalá. Hij stal een drakenei van piraten en gaf dat aan zijn zoon. Dat ei kwam natuurlijk uit, dat snappen jullie, waarna de zoon voor de draak zorgde. Later ging de zoon met de draak rondjes vliegen in Alcalá, stukje House of the Dragon. Geweldige legende, fantastisch. De Drakenbrug over de rivier de Guadaíra werd ontworpen door de bekende ingenieur José Luis Manzanares en maakt gebruik van de trencadís-techniek , ofwel mozaïek van gebroken tegels, als eerbetoon aan Gaudí. Het is de enige figuratieve brug in Spanje en lijkt in zekere zin sterk op de draak die onder het Moorse kasteel leeft. Aldus het ongetwijfeld objectieve andalucia.org.
![alcala-de-guadaira.jpg]()
![Castillo_de_Alcal%C3%A1_de_Guada%C3%ADra._Vista_desde_el_barrio_del_arrabal_o_barrio_del_castillo.jpg?utm_source=es.wikipedia.org&utm_campaign=index&utm_content=original]()
In dit plaatsje waar ze vooral brood maken komen we in het centrum iets meer glooiend terrein tegen, ook rijden we hier om een stuk of vijf rotondes heen. Een paar vluchtheuvels ook, toch een licht technische passage. Een passage die de renners niet geheel onbekend kan voorkomen, in de Vuelta van 2017 en 2022 reden we ook door Alcalá de Guadaíra heen. Beide keren waren we op weg naar Tomares, de voorstad van Sevilla waar we vandaag dan weer niet zullen passeren. Heel goed, scheelt Roglic weer wat PTSS. In 2017 reden we voorbij Alcalá de Guadaíra dwars door Sevilla naar de finish toe, in 2022 namen we een boog om Sevilla heen en ook nu nemen we eigenlijk best wel een omweg om uiteindelijk toch in Sevilla uit te komen. Na de doortocht in Alcalá komen we voorbij nog wat meer rotondes op een soort van snelweg terecht en deze snelweg loopt een kleine tien kilometer zo goed als rechtdoor tot in het volgende dorp, Mairena del Alcor. De weg is weer eens kilometerslang recht, breed en zo goed als vlak. Ietwat glooiend, we komen richting Mairena del Alcor een paar meter hoger uit, maar goed, dit noemen we alsnog vlak. Eenmaal in Mairena del Alcor komen we weer een aantal rotondes, vluchtheuvels, drempels en dat soort zaken tegen, verder komen we absoluut niets tegen. Enerverende etappe, u hoort het al. In het centrum van Mairena del Alcor, waar in de Vuelta van 2014 een rit van start ging, rijden we rechtdoor om al deze rotondes heen, om daarna via een omgeving vol industrie over een rechte en zo goed als vlakke weg naar El Viso del Alcor te rijden. Deze twee plaatsen liggen praktisch tegen elkaar aan, alleen gescheiden door een industrieterrein. De weg loopt nog steeds een beetje vals plat omhoog, maar dat stelt echt niets voor. In Mairena del Alcor kun je genieten van de aanwezigheid van een kasteel, bovendien weten ze hier blijkbaar wel hoe ze een feestje moeten vieren. De oudste Feria van Andalusië, ja! Mede daarom een populaire toeristische attractie, al kom er ook om andere redenen mensen naar Mairena toe. Flamenco! Antonio Mairena, een van Spanje’s grootste flamencozangers, zag hier het levenslicht. Elk jaar eert de stad hem met het Festival y Concurso de Cante Jondo, een hoogtepunt voor flamencoliefhebbers. El Viso del Alcor komt er dan weer bekaaid vanaf, al is de straat waar de renners over mogen rijden wel omgeven door wat mooie palmboompjes. Zo ziet het er in dit witte dorpje niet verkeerd uit, al zullen de renners meer aandacht hebben voor alle rotondes en vluchtheuvels en paaltjes en drempels die ze hier treffen. Na een tijd door de bebouwde kom te hebben gereden over een weg geflankeerd door palmbomen komen we voorbij een paar laatste rotondes weer op een soort van snelweg in de grote leegte terecht. Deze weg zal nu een kilometer of tien zo goed als rechtdoor voeren tot in het volgende stadje, Carmona. In deze tien kilometer komen we uiteraard weer geen donder tegen, op een spaarzame bocht en een nog spaarzamere rotonde na gaat het volstrekt rechtdoor, op een vrijwel vlakke manier. De weg loopt een keer een kilometer aan 2% omhoog, verder is het toch echt vlak. Lege omgeving ook weer, de rit spreekt niet tot de verbeelding. Bijna in Carmona komen we weer een hoop industrie tegen, dit is geen reclame voor Andalusië. Na 130 kilometer, op 55 kilometer van de finish, arriveren we in Carmona. Een stad waar met Javier Ramirez een voormalig prof vandaan komt die toch maar mooi drie keer de Vuelta reed. Uit de school van Liberty Seguros, via Astana kwam hij uiteindelijk bij zijn thuisploeg terecht, Andalucia-Caja Sur. Namens die ploeg wist hij in 2012 de Ronde van Iran te winnen, dat was vooral in die jaren geen geringe prestatie. Hij reed een fenomeen als Hossein Askari op een minuut, dat is knapper dan het winnen van de Tour. Het legendarische Tabriz Petrochemical Team had mooi het nakijken, amai. Ook Jesus Rosendo komt uit Carmona, hij reed dan weer vijfmaal de Vuelta namens Andalucia-Caja Sur. Vooral een aanvaller, daar blonk die ploeg sowieso altijd in uit. Rond het begin van de jaartelling stond Carmona bekend als Carmo en was het een versterking in de Romeinse provincie Hispania Baetica. Het ligt op een verhoging in een verder vlak landschap en was strategisch van groot belang. Het lag op een kruising van belangrijke handelswegen en beschermde de oostelijke toegang tot Sevilla via de vallei van de Guadalquivir. Het amfitheater van Carmona werd door de Romeinen gebouwd in de 1e eeuw v.Chr. In 763 trok emir Abd al-Rahman I zich in de vesting Carmona terug toen kalief al-Mansoer een leger op hem af stuurde. Na twee maanden belegering brak al-Rahman uit en versloeg hij het abbasidenleger, waarmee zijn heerschappij over het emiraat Córdoba consolideerde, allemachtig! Tijdens de Moorse periode werden de verdedigingswerken versterkt, en kwamen er paleizen en fonteinen. Van 1013 tot 1150, toen het werd veroverd door de Almohaden, was Carmona de hoofdplaats van de Taifa Carmona. In 1247 werd de stad door troepen van Ferdinand III van Castilië veroverd. Ongeveer een eeuw later bouwde Peter I van Castilië de Alcázar de Arriba en werden twee bestaande forten gerestaureerd. Diverse poorten zijn behouden, waarvan de poort naar Sevilla het meest indrukwekkend is. Nou, genoeg te beleven dus in dit beeldschone historische stadje!
![Castillo_de_Luna_%28Mairena_del_Alcor%29.jpg?utm_source=es.wikipedia.org&utm_campaign=index&utm_content=original]()
![1280px-Carmona-Puerta_de_Sevilla_%28enderezada%29-20110916.jpg?utm_source=es.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
Eenmaal in Carmona komen we weer een hoop rotondes tegen, maar dat hoort erbij. Wat wellicht iets ongebruikelijker is mag je toch wel de passage over een soort van kasseien in het centrum noemen, er liggen zowaar echte steentjes hier als we via nog een rotonde en wat vluchtheuvels over een iets smallere weg langs het lokale theater richting de kerk fietsen. Het is maar goed dat het altijd droog is in Andalusië, met nat weer zou je zo'n passage niet willen zien. Voorbij de kerk komen we uit bij het hoogtepunt van de stad, we bereiken het lokale kasteel en daar zien we naast een van de torens ook de prachtige poort van Sevilla de show stelen. Voor deze prachtige poort slaan we bij een rotonde linksaf, om daarna nog een tijd over een straat waar het wegdek uit steentjes bestaat langs talloze witte huisjes af te fietsen. Over de steentjes rijden we nu licht omlaag, in het centrum van Carmona hebben we het hoogste punt bereikt, er volgt nu een soort van afdaling van een aantal kilometer. Na een tijd slaan we nog eens linksaf en dan komen we weer op een brede geasfalteerde weg terecht, deze weg voert ons snel Carmona uit. Een bochtje en een tweetal rotondes later laten we de stad achter ons, over een brede en vrijwel rechte weg rijden we verder. De weg loopt een kilometer of zes omlaag, al komen we in deze zes kilometer maar honderd meter lager uit. Een echte afdaling is het niet, maar de vaart zit er hier goed in. Je kunt makkelijk beweren dat we voorbij Carmona weer een tijd helemaal niets tegenkomen, al vrij snel vlakt de weg weer volledig af en dan komen we weer tussen eindeloze velden vol graan terecht. In een geel en mistroostig decor ploegen we monomaan voort, het predicaat flopshow valt moeiteloos op deze etappe te plakken. Van Carmona komen we tot in het volgende plaatsje, Los Jinetes, acht kilometer lang niets tegen. Een rechte, brede en een paar kilometer voorbij Carmona volledig vlakke weg. Een decor vol graan, en in de buurt van Los Jinetes toch ook wat olijfboompjes. In Los Jinetes ligt een rotonde, voorbij deze rotonde komen we dan weer 15 kilometer geen nieuw obstakel tegen. Dit had een formidabel stuk parcours kunnen worden als het had gewaaid, zonder wind wordt dit een heel vervelende en ontzettend lange dag. Het decor blijft hetzelfde, het is vlak, het is leeg, het is saai, het is troosteloos, het is doods, het is voor niemand een feest. Op wat velden vol olijfbomen na is er in de volledige omgeving niets te zien, het is eindeloos, ein-de-loos. De brede weg kent enkele flauwe bochten, maar met zo'n brede weg voelen zelfs die bochten recht aan. De renners zitten in een lange tunnel, zonder dat er licht aan het einde van die tunnel te zien is. Na een tijd passeren ze het dorpje Pradollano, het bewijs dat er mensen wonen in deze godverlaten streek, maar ze rijden met een boog om het dorp heen en dus komen ze ook hier verder geen obstakels tegen. Voorbij Pradollano rijden ze rechtdoor verder richting Brenes, maar vlak voor ze dit dorpje zouden bereiken slaan ze bij een rotonde linksaf. De eerste bocht in 15 kilometer, het eerste moment van verheffing in lange tijd. Op nieuwe verheffing moeten ze daarna wel weer negen kilometer wachten, voorbij de rotonde rijden we weer eens ki-lo-me-ters rechtdoor. Een kaarsrechte weg door een oneindige leegte, het enige voordeel is dat de renners na een tijd wat meer tussen de boompjes komen te rijden. Iets van schaduw, zo nu en dan. Na negen kilometer rechtdoor te hebben gereden bereiken we de bewoonde wereld, we komen uit aan de buitenrand van San José de la Rinconada en hier beginnen we aan een tocht van een kilometer of zeven waarin we een stuk of 12 rotondes tegenkomen. We zijn alweer bijna terug in Sevilla, het is dus tijd voor zaken die je in stedelijk gebied kunt aantreffen. Meer dan dat kan ik er ook weer niet van maken, het zijn een heleboel rotondes, af en toe veranderen we bij die rotondes van richting, terwijl we over een brede en vlakke weg via het lokale industrieterrein San José de la Rinconada betreden. We rijden onder het spoor door en dan betreden we na 164 kilometer het centrum van San José de la Rinconada. Dit is relevant, want een kilometer verderop volgt de tussensprint van de dag. Tevens ook weer de bonussprint, voor zover iemand zich daar nog druk om maakt. Vlak voor die rotonde ligt ook nog een tussensprint, maar goed, nouja, ik heb niet het idee dat er nog stevig om die punten of secondjes gesprint gaat worden. De sprint volgt na 165 kilometer, op 20 kilometer van de aankomst. De martelgang is bijna voorbij. In San José de la Rinconada valt overigens weinig te beleven, het is vooral een van de vele voorsteden van Sevilla waar een hoop forensen wonen. In La Rinconada zelf vinden we ook een hoop industrie, dat zien de renners als ze hier aankomen vanzelf. Er is onder meer het Andalusische Lucht- en Ruimtevaarttechnologiepark, Aerópolis, te vinden. Dit technologiepark, uitsluitend gewijd aan de luchtvaart- en ruimtevaartindustrie, lijkt me alvast een prima reden om geen fan te zijn van La Rinconada.
![49361735298_d1420f79c0_b.jpg]()
Voorbij de tussensprint rijden we nog wat meer rotondes van San José de la Rinconada naar La Rinconada, kom er maar op. Eenmaal in La Rinconada slaan we in het centrumpje linksaf, om vervolgens over een weg met nog veel meer rotondes ook weer heel snel het dorp achter ons te laten. Voorbij La Rinconada rijden we rechtdoor naar het zuiden, rechtdoor richting finishplaats Sevilla. Minder dan 20 kilometer tot de finish inmiddels en de komende kilometers komen we wederom helemaal niets tegen. Rechte, brede en vlakke wegen, in een omgeving die buiten La Rinconada meteen weer op een tragische manier van leven gespeend is. Langs een ontelbaar groot aantal akkers rijden we rechtdoor, waarna we een paar kilometer later een industrieterrein bereiken. Hier ligt weer een rotonde, maar mijn blik valt meer op de middenberm die hier te vinden is. De weg wordt een tijdje in tweeën gesplitst, als de ploegen hier al besluiten nerveus te gaan doen wordt dit wel even een vervelende passage. Voorbij de volgende rotonde wordt de weg dan weer breed en vervolgens rijden we weer rechtdoor langs de akkers tot we op 10 kilometer van de aankomst de buitenrand van Sevilla bereiken. We rijden over een viaduct de stad binnen, pakken we mooi meteen de laatste hoogtemeters van de rit mee. Eenmaal in Sevilla rijden we rechtdoor in de wijk San Jerónimo, op twee zeer brede rotondes na hoeven we voorlopig niet op veel obstakels te rekenen. Op acht kilometer van de aankomst komen we wel een obstakel tegen, we komen in de buurt van de Puente del Alamillo uit bij een rotonde waar wel wat stuurmanskunst vereist is. We rijden hier min of meer rechtdoor, maar dat levert wel wat bochtenwerk op. De Puente del Alamillo, die we op rechts zien leggen, is onmiskenbaar een ontwerp van Santiago Calatrava. We rijden niet over de brug heen, maar een paar kilometer later gaan we via een andere brug wel de Guadalquivir oversteken. Tot op vijf kilometer van de aankomst rijden we langs de Guadalquivir rechtdoor over een weg die drie banen breed is, dat is wel even luxe. Al zie je het in een vlakke rit op zo'n brede weg juist soms wel eens heel nerveus worden, iedereen is hier in staat om naar voren te rijden. Maar goed, op papier is dit een heel makkelijk stuk. Op een flauwe bocht naar links na komen we niets tegen. Daarna loopt de weg een beetje schuin naar rechts, we sorteren alvast voor om op vijf kilometer van de aankomst een brede bocht naar rechts te kunnen nemen. Na deze bocht rijden we over de Puente del Cristo de la Expiración, we steken de Guadalquivir over en dat doen we via een brug die de voetvangerspaden aan beide kanten van de brug van een opvallende overkapping heeft voorzien. De renners zijn hier enorm jaloers op, neem ik aan. Zodra ze de brug overgestoken hebben rijden ze links om een brede rotonde heen, terwijl ze aan de rechterkant van de weg in het midden van het niets een reusachtige wolkenkrabber zien. Deze wolkenkrabber heeft men simpelweg Torre Sevilla genoemd, stukje Zeesluis IJmuiden. Al spookrijdend fietsen we een tijdje rechtdoor over de Avenida Expo '92, in deze omgeving werd in Sevilla in 1992 de wereldtentoonstelling georganiseerd. We reden net langs de Puente de la Barqueta en het voormalige expositieterrein, waar heden ten dage een attractiepark te vinden is, Isla Mágica. Op 4,5 kilometer van de finish slaan we linksaf via een bocht met een versmalling een straat in die voorbij de versmalling ook weer zeer breed zal blijken te zijn. Deze weg volgen we twee kilometer, tot op 2,5 kilometer van de aankomst. Twee kilometer over een brede en vlakke weg, een weg die in principe ook recht is. In principe, net niet helemaal dus. Op 3,5 kilometer van de aankomst moeten we de rechterkant van de weg aanhouden om vervolgens op een pleintje met wat steentjes uit te komen. Op dit pleintje gaat het dan weer schuin naar links, waarna we voorbij het plein opnieuw een brede asfaltweg bereiken. We rijden rechtdoor, tot we op iets minder dan drie kilometer van de aankomst een rotonde tegenkomen. Een flink exemplaar, het roadbook geeft qua tekst aan dat je langs beide kanten mag passeren, terwijl de tekening aangeeft dat je langs rechts moet, dat noemen wij Spaanse efficiëntie. Voorbij de rotonde rijden de renners weer over een brede weg rechtdoor, ze passeren langs het Parque de los Principes en bij de ingang van het park volgt er op 2,5 kilometer van de finish een haakse bocht naar links. Een haakse bocht, tegelijkertijd ook een zeer brede bocht. Vier banen breed, kind kan de was doen. Na een flauw bochtje naar rechts rijden we in deze ontzettend brede straat volledig rechtdoor tot we al bijna in de slotkilometer zijn. Vlak voor we de slotkilometer betreden rijden we via de brede Puente de los Remedios nog eens over de Guadalquivir heen, we zoeken hier de linkerkant van de weg op om direct aan de overkant van de rivier linksaf te kunnen slaan. Op ongeveer 1300 meter van de aankomst is dit de laatste echte bocht van de dag, wel meteen een pittige. Er liggen hier normaal ook wat verkeerseilanden, zou chill zijn als ze die even weghalen. De renners rijden in deze bocht langs de Costurero de la Reina, een mal torentje waar tegenwoordig het VVV-kantoor te vinden is. Eenmaal in de slotkilometer passeren de renners de Torre del Oro, een militaire uitkijktoren uit de 13e eeuw. De renners moeten wellicht ook uitkijken, want ze komen in de slotklimeter langs de Guadalquivir te fietsen en hier buigt de brede weg aan het slot nog een beetje af naar links. Heel flauwtjes, maar toch, bij het inzetten van de sprint kan het een rolletje spelen. Na de bocht voorbij de brug gaat het in principe rechtdoor tot aan de meet over een extreem brede weg, voor de vorm volgt er alleen nog een flauw bochtje dus. De renners kunnen deze weg overigens kennen, amper twee jaar geleden eindigde er hier ook nog een rit. We kenden toen een andere aanloop naar de finale toe, maar de laatste kilometer is identiek. De streep ligt net als in 2024 getrokken voor de poort van de lokale Plaza de Toros. De beelden even snel terugkijkend valt op dat men door het plaatsen van de hekken de zeer brede finishstraat toch iets minder breed wist te maken, dat zal nu dan ook vast zo zijn. Alsnog breed genoeg, en een vrij vlekkeloze finale twee jaar terug. Geen incidenten, rekenen we nu ook weer op.
![byOHAXz.png]()
![Plaza_de_Toros_de_la_Real_Maestranza_de_Sevilla.jpg?utm_source=commons.wikimedia.org&utm_campaign=index&utm_content=original]()
![16181569]()
Na een tocht van 10 kilometer door de straten van Sevilla wordt de finish eindelijk bereikt, twee jaar na de vorige aankomst keren we snel terug naar Sevilla. Het vreemde is dat in 2024 kon noteren dat het 14 jaar geleden was sinds de Vuelta een aankomst kende in de stad, ik benoemde toen dat de Vuelta er niet graag passeerde. Dat hebben ze persoonlijk opgevat, twee jaar later zijn we dus weer terug. In de Vuelta van 2024 eindigde de vijfde rit hier, vanuit Fuente del Maestre in Extremadura reden we naar Sevilla toe en die rit kende een volledig andere finale. We werkten toen een heel toeristisch parcours af langs alle hoogtepunten van de stad, vandaag houden we het iets zakelijker. Tijdens dat rondje door de stad ging Rui Costa op z'n bek, de wegen in Sevilla kunnen zelfs bij droog weer vrij glad zijn. Verder was dat een vrij rimpelloze rit, een rit waarin we zouden gaan sprinten. Onderweg naar de finish leek Alpecin de zaken het best op orde te hebben, Kaden Groves leek goed afgezet te worden. Hij wachtte alleen iets te lang met het aangaan van de sprint, Van Aert ging veel eerder aan en leek op weg naar de zege. Tot er ineens een renner van Team dsm-firmenich-PostNL hem passeerde. Geloof het of niet, maar Pavel Bittner vloog Van Aert voorbij en pakte in Sevilla zeer verrassend de zege. Dat was een beetje pijnlijk voor Wout, en natuurlijk een zeldzaam succes voor de ploeg die we nu soms op de deelnemerslijst zien verschijnen als Picnic-PostNL. Ook een zeldzaam succes voor Bittner, sindsdien heeft hij geen koers meer gewonnen. Een notoire ereplaatsverzamelaar die per ongeluk een rit in een grote ronde wist te winnen, meer Vuelta dan dat wordt het niet. Volgend jaar mag hij het bij Pinarello gaan proberen, de kans op een nieuwe profzege neemt daar wel toe. Enfin, in de stad waar Van Aert iets heeft recht te zetten keren we nu dus snel terug. Dat is ergens logisch, we zijn honderd dagen in Andalusië en Sevilla is de hoofdstad van deze regio. Ook meteen de belangrijkste stad van Zuid-Spanje op het gebied van cultuur, politiek, economie en kunst. In Sevilla wonen ongeveer 690.000 mensen en daarmee is het na Madrid, Barcelona en Valencia de grootste stad van Spanje, toch kwam de Vuelta hier een aantal jaar niet graag voorbij. In 2017 reden we er nog eens doorheen op weg naar Tomares, toen we in 2022 naar Tomares gingen reden we dan weer met een boog om de stad heen. Wel eindigen in de agglomeratie, maar de stad zelf ontwijken, dat pakt men nu anders aan. Start in de agglomeratie en finish in de stad, Sevilla plaatst zichzelf opnieuw op de wielerkaart. Mads Pedersen won overigens in 2022 in Tomares, terwijl Roglic op z'n muil ging. Mooi weggereden aan het eind van de rit, tijd aan het pakken op Evenepoel, en toen was zijn Vuelta ineens voorbij. In 2017 eindigde er ook een rit in Tomares, gewonnen door Trentin, en tijdens die rit reden we wél door Sevilla, daarvoor reden we in 2015 ook nog eens door de stad, maar voor een aankomst in Sevilla voor die van 2024 moeten we helemaal terug naar 2010. Dat jaar ging de Vuelta van start in Sevilla, de eerste rit was een ploegentijdrit van 13 kilometer. Die ploegentijdrit werd volledig in Sevilla verreden, terwijl het donker was. Vorig jaar was daar een hoop consternatie over in Barcelona, maar in 2010 reed in Sevilla zo ongeveer iedereen in het donker. De ploegentijdrit werd gewonnen door Team HTC-Columbia, in die jaren niet direct een grote verrassing. Mooie Vuelta, die van 2010. De Vuelta van Igor Antón, tot de vermadelijde rit naar Peña Cabarga. Enfin, in een verder verleden kwamen er 12 ritten aan in Sevilla, in 1995 wist Jeroen Blijlevens hier bijvoorbeeld een rit te winnen in de sprint. Hij won dat jaar zowel in de Ruta del Sol en de Vuelta in Sevilla, ook knap. Sean Kelly won in 1979 de eerste rit van de Vuelta in Sevilla, er is hier dus wel enige wielerhistorie. De laatste jaren is de koers alleen een beetje verdwenen uit de stad, maar nu is er de terugkeer. Merkwaardig genoeg komen er weinig goede wielrenners uit Sevilla, Antonio Piedra is zo'n beetje de bekendste Sevillaan. Hij won namens Caja Rural in 2012 een rit op Lagos de Covadonga, nog steeds de laatste zege van Caja Rural in de Vuelta. Tot vorig jaar moesten ze het doen met David Martin, die jarenlang voor de ploeg van Basso en Contador reed tot hij vorig jaar anoniem eindigde bij Burgos. Sevilla is meer een voetbalstad, moeten we dan toch concluderen. De stad van Real Betis en Sevilla FC, Real Betis won toevallig gisteren een wedstrijd in de Champions League. Daar zijn ze uitstekend bezig, Sevilla FC is de laatste jaren dan weer aan het worstelen. Die club had ooit een abonnement op het winnen van de Europa League, de laatste jaren moeten ze opletten dat ze niet degraderen uit La Liga. In Sevilla hebben ze drie grote voetbalstadions, naast het Estadio Benito Villamarín van Real Betis heb je het Estadio Ramón Sánchez Pizjuán van Sevilla FC. En dan is er ook nog La Cartuja, een stadion zonder vaste bespeler waar soms de nationale Spaanse ploeg ineens komt opdraven. Momenteel speelt Real Betis overigens in dat stadion, omdat hun eigen stadion wordt verbouwd. Zoals we tijdens de finale gemerkt hebben ligt Sevilla aan de rivier de Guadalquivir, een rivier die voor niet al te grote zeeschepen bevaarbaar is tot in de stad. Sevilla heeft het grootste historische centrum van Spanje en een van de grootste van Europa, zegt Wikipedia, in dit historische centrum struikel je over de gebouwen van historisch en cultureel belang, we zien er een aantal tijdens onze tocht. De Sevilliaanse wijk Triana wordt beschouwd als de geboorteplaats van de Spaanse dans- en muziekstijl flamenco, al claimen ze dat in zo'n beetje ieder Andalusisch dorp. In de finale rijden we een tijd door deze wijk heen, je merkt er weinig van. De stad staat in Spanje ook bekend om het niet-officiële, maar afwijkende dialect dat er gesproken wordt, nog onverstaanbaarder dan normaal. De geschiedenis van de stad zou je typisch kunnen noemen, in deze streek zie je vaak hetzelfde patroon. De Grieken en de Romeinen kwamen langs, de Visigoten kwamen even voorbij, de Moren drukten hun stempel en daarna volgde uiteraard de Reconquista. Sevilla speelde ook een rol in de tijd van de ontdekkingsreizen, veel van die tochten gingen in deze stad van start. Eerst met het bootje over de Guadalquivir richting Sanlúcar de Barrameda, waar de Vuelta ook wel eens passeerde, en dan de zee op. De reis van Juan Sebastián Elcano, de hele wereld rond, begon in Sevilla en daarom vinden we in de stad ook een beeld van Elcano. In recentere tijden moesten ze het hier vooral hebben van het organiseren van de Wereldtentoonstelling, maar door alle verschillende overheersers in de loop der eeuwen is er een kleurrijk palet aan indrukwekkende monumenten ontstaan.
![Plaza_de_Espa%C3%B1a_%28Sevilla%29_-_01.jpg]()
![2KDPDDF%2520(1).jpg]()
Sevilla wordt door velen een ‘openluchtmuseum’ genoemd. De stad staat vol met historische monumenten, kerken, parken en palmtuinen, overblijfselen van verschillende culturen. Een van de bekendste gebouwen van de stad is de kathedraal Maria de la Sede, het grootste kerkgebouw van Europa na de Sint-Pieter in Rome en de St Paul's Cathedral in Londen en de grootste gotische kathedraal ter wereld. Het symbool van de stad, de “Giralda”, maakt er deel van uit. Deze 96 meter hoge klokkentoren was oorspronkelijk een Moorse minaret, ooit de hoogste ter wereld. Volgens de legende mogen er in Sevilla geen hogere gebouwen gebouwd worden. In 2011 bestaat ophef over bouwplannen in La Cartuja, waar het eerste gebouw zal verrijzen dat hoger is dan La Giralda. Een ander boegbeeld van Sevilla is het 14e-eeuwse paleis Alcázar, een belangrijk voorbeeld van Mudejarstijl. Samen met het Archivo General de Indias staan de kathedraal van Sevilla en het Alcázar sinds 1987 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Noemenswaardige musea zijn het Archeologisch Museum (Museo Arqueológico), het Museum voor Schone Kunsten (Museo de Bellas Artes) met belangrijke werken van kunstenaars uit Sevilla, zoals Bartolomé Murillo en Francisco Zurbarán, en het genoemde museum Archivo de Indias, dat waardevolle documenten over de geschiedenis van het Amerikaanse continent bewaart. Een maritiem museum bevindt zich in de Torre del Oro (Goudtoren), een 13e-eeuwse wachttoren. Een architectonisch monument is het Plaza de España, net buiten het historisch centrum, dat in 1929 werd aangelegd ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling (Exposición Iberoamericana). Op het plein vindt men tweeënvijftig fresco’s, waarvan elk beschilderd is met typische afbeeldingen van de tweeënvijftig Spaanse provincies. Sevilla was in 1992 gaststad van Expo '92. Even schaamteloos gekopieerd, Wikipedia wordt weer bedankt. Die site gaat verder met het opdissen van een reeks bezienswaardigheden waar een paard de hik van krijgt. Zo heb je de Alameda de Hércules, een van de oudste panden van de stad, Caños de Carmona, wat dan weer een restant is van een Romeins aquaduct, je hebt nog veel meer paleizen, je hebt de historische wijk Santa Cruz vol pleinen en pittoreske gebouwen, Hospital de la Santa Caridad is een liefdadigheidsinstelling met een kerk in barokstijl, bekend vanwege de serie schilderijen van Murillo, Metropol Parasol is klaarblijkelijk de grootste houten constructie ter wereld, er is een klooster, er zijn stadsmuren, er worden nog meer paleizen genoemd en ga zo maar door. Het parlement van Andalusië zetelt hier natuurlijk ook, terwijl ik lees dat de Plaza de Toros, waar de renners gaan finishen, zelfs de grootste stierenvechtarena van Spanje is. Gebouwd in 1749, het wordt ondertussen wel tijd om de deuren te sluiten. De universiteit van Sevilla zetelt in een voormalige tabaksfabriek, dat klinkt misschien niet heel verleidelijk maar het is een imponerend pand. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Pleintje hier, torentje daar, parkje links, monumentje rechts, op iedere hoek van de straat is er wel iets te vinden in het centrum van Sevilla. Wikipedia somt nog even 11 parken op, naast acht kerken en negen musea. In het lokale archeologische museum kun je in ieder geval een hoop spullen vinden die ze in Itálica hebben opgegraven, terwijl je in het flamencomuseum alles te weten kunt komen over de ontstaansgeschiedenis van deze dans. Sevilla staat verder bekend om haar gevarieerde keuken, de hoeveelheid restaurants, bars en cafés. In Sevilla is het gebruik om twee keer per dag een warme maaltijd te nuttigen. De Sevillianen nemen de tijd voor het eten, naar goed Spaans gebruiken nemen ze waarschijnlijk niet alleen daar de tijd voor. Gazpacho zou een van de lokale specialiteiten moeten zijn, kan best. Sevilla is voorts bekend vanwege de lokale festiviteiten, te beginnen met de Semana Santa, oftewel de heilige week. Dit is allemaal heel erg katholiek, het echte feest begint pas een paar weken later. Een aantal weken na de Semana Santa vindt een ander belangrijk festival in Sevilla plaats, de jaarlijkse “Feria de Abril”, oftewel het “Festival van April”. Dit noemen ze kortweg ook wel de Feria, net zo makkelijk. Tijdens deze viering van het begin van de lente zet de bevolking van de stad verschillende tenten op waar een week lang in wordt gedanst en gedronken met de hele familie. De vrouwen dragen dan traditionele flamencojurken en de mannen lopen in de chicste pakken. Het festivalterrein wordt opgebouwd als een soort dorp, waarin elke straat de naam krijgt van een beroemde torero, oftewel stierenvechter. De Feria de Abril trok in 2005 meer dan één miljoen bezoekers. Een van de leukste anekdotes van de Feria de Abril is dat koning Willem-Alexander en koningin Máxima elkaar hier hebben leren kennen. 2005, jemig, ik geloof dat dit stukje al een tijd niet meer van een update is voorzien. In ieder geval, mooie stad met een mooi feest.
![sevilla-01.jpg]()
In Sevilla was het gisteren verschroeiend heet, we tikten 38 graden aan. Maar de renners zijn gelukkig vandaag pas in Sevilla, vandaag noteren we een schappelijke 33 graden. Nog steeds veel te warm, maar alsnog een stuk beter te doen. Geen kans op regen en betrekkelijk weinig wind. Dat laatste is jammer, met iets meer wind had deze rit een regelrechte topshow kunnen worden. Nu wordt het een gegarandeerde flopshow, zo werkt het dan ook wel weer. De start en de finish liggen erg dicht bij elkaar, we rijden een klein rondje door het hinterland van Sevilla en dus hebben we de hele dag met dezelfde omstandigheden te maken. Warm, maar het grenst nog net aan het menselijke. Iets verder weg van Sevilla misschien net een klein tikje meer wind, maar nooit genoeg om te mogen dromen over waaiervorming. Nee, dit wordt heel saai. Om 13:00 begint deze saaie rit, om de bevalling voor de renners nog wat zwaarder te maken werken ze een neutralisatie van liefst 24 minuten af in Dos Hermanas. Om 13:24 beginnen ze er officieel aan en een minuut later zullen we via het Race Center wel kunnen vernemen dat Sinuhé Fernandez in z'n eentje op kop rijdt. Met onze eigen ogen gaan we dat kunnen zien vanaf 14:45, tegen die tijd gaat Eurosport weer live. Rond 15:00 volgen dan meestal de eerste beelden, tegen die tijd hebben we al een kilometer of 70 afgewerkt en is het nog maar 110 kilometer fietsen tot de finish. Die finish verwachten we dan weer tussen 17:19 en 17:41, ik kan me maar heel moeilijk voorstellen dat je iets mist als je rond 17:00 inschakelt. Ja, een hoop gelul van Bobbie en Jan, blij toe.
![79ad32f4-bd29-49c8-878c-4f22ca4ed87a-10143-seville-seville--skip-the-line-guided-tour-of-alcazar-04.jpg]()
De laatste massasprint van deze Vuelta. Ik kan me onmogelijk voorstellen dat dit een rit is die veel renners in het peloton aanspreekt, dit is geen rit die veel renners zin zal geven om in de aanval te gaan. Normaal wil een vlakke rit in de laatste week nog wel eens eindigen in een kans voor de vluchters, maar met dit profiel lijkt dat zeer onwaarschijnlijk. Zeker met de tijdrit die morgen volgt heeft iedereen er vast wel vrede mee om er een rustig dagje van te maken. We sturen een renner van Burgos vooruit en we houden het kort, heel kort. We gaan aan het eind van de dag sprinten, simpel, duidelijk, klaar. Dan is het ook meteen heel simpel om de winnaar te voorspellen. Wisten jullie trouwens dat de Vuelta
geen koers voor sprinters is? Ik herhaal, de Vuelta is
geen koers voor sprinters. Echt niet. De Vuelta houdt niet van sprinters. Het parcours wordt ieder jaar zwaarder! Ieder jaar minder kansen! Stuur vooral al je sprinters niet naar de Vuelta, want ze komen nooit aan sprinten toe! Gr gr, alle ploegen en het complete wielerjournaille.
1. Brennan. De hele hand kan de lucht in, ritzege nummer vijf is aanstaande. Het is heerlijk fietsen als je zelf heel goed bent, maar het is nog een stuk heerlijker als je dan ook nog eens door je ploeg in een zetel naar de finish wordt gebracht. Dat gaat allemaal heel soepeltjes, snel nog even een extra zege meepakken nu het zo goed draait. En dat in zijn eerste grote ronde, je zou het bijna vergeten. Stel je voor, vijf ritzeges voor een debuterende sprinter in een Vuelta zonder kansen voor de sprinters!
2. Coquard. Gisteren tweede, dan moet dat vandaag ook tot de mogelijkheden behoren. Twee jaar geleden was hij hier al vierde, dit jaar zit hij mede wegens een gebrek aan concurrentie steeds dichter bij de zege.
3. Meeus. Allereerst: complimenten aan Meeus dat hij als een van de weinige pure sprinters wel aanwezig is in de Vuelta. Alleen merk je ook hier weer dat de ploeg er eigenlijk weinig vertrouwen in had, hij heeft eigenlijk niemand in steun en dat breekt hem op. In z'n eentje stelt Meeus niet zoveel voor. Als je hem hier rond ziet rijden is het lastig voor te stellen dat hij ooit won op de Champs-Élysées, maar goed, misschien kan hij vandaag ook weer een keer boven zichzelf uitstijgen. Het zou mooi zijn als hij alsnog een rit pakt en we met z'n allen op die manier een lange neus kunnen maken naar alle afwezige sprinters. Sukkelaars.
4. Dainese. Ik noem hem alleen maar zodat ik nog even kan lachen om Quick Step dat zelfs nog even Landa en Vansevenant op kop zet voor deze totale non-sprinter. Een volledige trein op poten zetten voor een negende plek, toch mooi. Net Cesar Macias weten voor te blijven, je zou voor minder. Dit gaan we vandaag nog eens proberen!
5. Van Aert. Zelfde verhaal als gisteren, een machtige lead-out en daarna nog even doorsprinten voor de punten.
[ Bericht 0% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 09-09-2026 08:52:55 ]