abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator zaterdag 25 juli 2026 @ 06:59:50 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221424491
Etappe 20: Le Bourg d'Oisans - Alpe d'Huez, 170,9 km

Tja. Wat moet een mens nog zeggen? De woorden zijn langzamerhand op. Het verzet wordt langzaam gebroken, zeker als mensen het gaan verdedigen dat een record van Pantani uit de boeken gereden wordt. Het record van Mayo op de Ventoux was heilig, dat record sneuvelde. Het record van Pantani op Alpe d'Huez was ook heilig, ook dat record is nu gesneuveld. Dat is niet zomaar iets, dat kun je niet verklaren aan de hand van betere voeding, een andere manier van trainen, beter materiaal en alle standaardexcuses. Daar zit meer achter, maar zelfs met de volledige geschiedenis van de sport in het achterhoofd sluiten we ons af van dat simpele feit. We blijven onszelf vertellen dat een sport die vanaf het eerste moment uit vals spel heeft bestaan nu ineens zuiver gespeeld zou worden. We blijven onszelf wijsmaken dat de enigszins bedenkelijke entourage van de ploeg UAE op een mooie zomerdag tot het besef is gekomen dat ze het spelletje ook eerlijk konden spelen. En net op dat moment begonnen ze alles te winnen, mooi toeval is dat. Waarom bedachten ze dat niet eerder? Het is blijkbaar vechten tegen de bierkaai, mensen willen graag in de maling genomen worden. De boodschapper is vervolgens de zondebok, die moet maar een andere hobby gaan zoeken. Geen sprake van, we blijven kijken en we blijven de wereld vertellen dat het onmogelijk is om clean de prestaties te leveren die Pogacar levert. Hij gaat voorbij hetgeen menselijk mogelijk is, en dat doet hij zonder te ademen. Dat doet hij zonder zich zwaar in te spannen. Hij rijdt meer dan een minuut van de tijd van Pantani af, een tijd die 31 jaar lang is blijven staan. Is hij moe na de finish? Nee, hij wekt de indruk dat hij nóg een minuut harder had kunnen gaan. Dat zou vraagtekens moeten oproepen, dat zou het wantrouwen in ons allen moeten aanwakkeren. Kritiekloos jezelf naar de slachtbank laten leiden is niet slim, uiteindelijk verlies je dan ook. Ooit komt de waarheid naar buiten, en dan? Dan noemen we dat weer een incident en gaan we er vanuit dat de generatie daarna wél schoon is. Zo blijven we bezig. Accepteer nu maar gewoon dat valsspelen een menselijke eigenschap is, er is geen enkele reden om aan te nemen dat de beste wielrenner ooit zich niet tot dat niveau zou verlagen. Accepteer dat je naar een freakshow zit te kijken, een show die hopelijk snel ten einde komt. Een charismaloze, vale, nietszeggende, slecht Engels brabbelende Sloveen maakt ons allemaal belachelijk. Dit doet hij namens een van de wreedste regimes op aarde. Onder leiding van een van de grootste schurken uit de totale wielergeschiedenis. Er is heel veel op hem aan te merken, en dat laten we teveel na. Nadat hij het record van Pantani uit de boeken heeft gereden zou hij nooit meer op applaus mogen rekenen, alleen nog op argwaan. Geen gejuich, we willen boegeroep. Volledig kritiekloos hobbelt de edele wielersport richting haar graf, en alle juichaapjes zagen dat het goed was. Er is geen bewijs, zegt men dan, terwijl er langzamerhand toch steeds meer puzzelstukjes op hun plek beginnen te vallen. We denken aan de afwijkende bloedwaarden van Molano, de betrokkenheid bij Operatie Aderlass van Durasek, het getraind worden door een geschorste trainer van Soler, plus natuurlijk de volledige staf, daar zit niemand tussen met een enigszins normaal verleden. En dan heb je natuurlijk de prestaties van Pogacar zelf, die fysiek niet mogelijk zijn. Soms volstaat de oogtest.

De 19e rit van de Tour van 2026 trok van Gap naar Alpe d'Huez en vanuit Gap moest er meteen geklommen worden. We reden over de Col Bayard en daar reed direct een sterke kopgroep weg. Bijna alle usual suspects zaten vooraan, de enige verrassing was Lenny Martinez. De niet al te snuggere Fransoos schoof slim mee, de rest had hem even gemist. Het meeschuiven van Martinez was ongunstig voor Lidl-Trek, maar die ploeg besloot alsnog keihard op kop te gaan rijden, want Pedersen was ook weer eens mee. Hilarische Tour van Pedersen, belachelijk sterk. Hij overleefde nu zelfs de Col du Noyer, dat zag ik niet direct aankomen. Op die Noyer mochten Carapaz en Valentin Paret-Peintre weer met elkaar om de bergpunten strijden, in de sprintjes was Paret-Peintre iedere keer de sterkste. Na de Noyer reed Lidl-Trek hard op kop van de kopgroep, om Pedersen in een zetel naar de tussensprint te brengen. Het rijden van Gee was alleen niet echt nodig, de voorsprong liep snel op naar een minuut of drie en dat was voldoende voor Lidl-Trek, ze hoefden er niet gelijk vier minuten van te maken. Deden ze wel, eigenlijk. Onverklaarbaar, zo kwam Lenny Martinez ineens wel heel dicht bij Ayuso en Skjelmose in de buurt. Ondertussen zagen we een kolderieke valpartij van Marco Haller in het peloton, hij reed vol tegen een bloembak aan. Gelukkig hadden ze daar een stootkussen geïnstalleerd, dat had anders erg veel pijn gedaan. De rit deed op zich ook wel een beetje pijn, de favorieten maakten geen gebruik van de Noyer en dat viel me wat tegen. Red Bull en Decathlon keken niet of er sprake was van ziekte bij Del Toro en Pogacar, ze lieten UAE zelf het tempo bepalen op kop. Beetje lafjes, de Noyer was wel een klim om een keertje gek te doen. Gebeurde niet, dus wisten we dat we zouden moeten wachten op de slotklim. Na de Noyer volgde een eeuwigdurende vallei en in die vallei volgde een keer de tussensprint. Daar pakte Pedersen weer de volle buit, waanzinnig knap. Dat groen is nu echt voor hem, gezien de strijdlust die hij de afgelopen weken heeft getoond meer dan terecht. Weinig punten gepakt in de echte sprints, maar als je jezelf als rappe man iedere keer over de heuvels weet te slepen om punten te sprokkelen ben je uiteindelijk de verdiende winnaar. Na de tussensprint reden we naar de Col d'Ornon toe en op deze klim gebeurde dan weer meer dan ik had verwacht. Eigenlijk een vrij makkelijke klim, maar na bijna drie weken Tour is iedereen moe en dus spatte de koers uiteen op die klim. Zo haakte Valentin Paret-Peintre al af, hij deed slechte zaken met het oog op de bergtrui. In het peloton reden ze ook hard door, op de Ornon hielden we in de favorietengroep amper 15 man over. UAE was wel wat minder, Pogacar had alleen Grossssschartner nog bij zich, maar vooraan in de kopgroep hadden ze dan wel weer Adam Yates weten te plaatsen. Die is snel hersteld na zijn ziekte, ook bijzonder.

Nadat Lidl-Trek de hele dag op kop had gereden in de kopgroep, om Pedersen maar veilig naar de tussensprint te loodsen, besloten ze nadien op kop te gaan rijden in het favorietengroepje. Gee reed eerst uren op kop in de kopgroep, daarna mocht hij op kop gaan rijden voor Ayuso en Skjelmose. Missie groen was geslaagd, maar door continu op kop te rijden leek het er wel op dat Martinez Skjelmose en Ayuso zou gaan passeren. Dat was dan weer lichtelijk onhandig, zou ik durven te beweren. Pedersen reed zelf ook nog even op kop voor Skjelmose en Ayuso, de man weet altijd wel weer ergens een vat vol nieuwe krachten aan te slaan. In de kopgroep kwam het werk ondertussen vooral neer op Bruno Armirail, richting het einde van de Tour komt Bruno op stoom. Hij reed in functie van Kuss, die samen met Carapaz en Lenny Martinez een bijzondere slotklim zou afwerken. Eenmaal op Alpe d'Huez zagen we vanuit de kopgroep Thymen Arensman als eerste aanvallen, maar dat bleek een aanval om de uitzending te halen. Het draait niet echt bij Thymen, heb ik het idee. Hij had zin in Alpe d'Huez, voor iemand die nogal mensenschuw overkomt een bijzondere stellingname. Wij hadden helemaal geen zin in Alpe d'Huez, die vreselijke kermisberg waar we het schuim der aarde vinden, een eindeloze reeks mensen uit de zelfkant van de maatschappij. Ze willen de zon zien zakken in de zee, ik wil die mensen zien zakken in de zee. Naar Frankrijk rijden om op een berg bier te gaan staan drinken, waarbij de koers eigenlijk het minst interessant deel van het verhaal is, dat is niet de sportbeleving die de Tour zo mooi kan maken. Er is nul passie voor de sport, er is alleen passie voor bier en slechte muziek. Lekker hossen, die hele Alpe d'Huez staat mij grandioos tegen. Alles wat er mis is met de mensheid komt daar samen, we voegden daar gisteren ook nog eens een Sloveens monster aan toe. Pogacar had bijna geen knechten meer over, dus besloot hij zo'n beetje vanaf de voet van Alpe d'Huez solo te vertrekken. Na amper een kilometer klimmen was hij al vertrokken, niemand had zin om te reageren. Toeval of niet, maar hij ging zo ongeveer op dezelfde plek in de aanval als Pantani in 1995. Hij begon aan een achtervolgingstocht, de koplopers hadden nog steeds een minuut of drie over. Ze waren ook maar met z'n drieën, we hielden Kuss, Carapaz en Martinez over, de rest werd snel gelost. Een enorm grote kopgroep, aan het eind reden we bijna de hele slotklim rond met godbetert drie renners. De drie maakten er een bijzonder schouwspel van, vooral Carapaz en Martinez. De Ecuadoraan liet weer een paar prachtige aanvallen zien, vol panache demarreerde hij keer op keer. Iedere keer wist Martinez te counteren, waarna Lenny vrolijk op het wiel bleef zitten. Totaal onlogisch, Martinez had er alle belang bij om samen met Carapaz rond te draaien. Dan zou hij goede zaken doen voor het klassement, en hij hield zicht op de ritzege. In plaats daarvan besloot hij te pokeren, waardoor Pogacar nog sneller dichterbij kwam dan je normaal zou verwachten. Kuss werd meestal op een paar meter gereden na de aanvallen van Carapaz, maar hij keerde iedere keer terug en ging zelf ook een keer in de aanval, maar ook dat liet Martinez niet gebeuren.

Rubio zat ook in de kopgroep, maar hij moest lossen en hij werd even later bijgehaald door Pogacar. De Sloveen had een tijdje op 2:30 van de koplopers gereden, dat was rond de tijd dat hij bij Adam Yates uitkwam. De Brit was een paar dagen eerder doodziek, maar nu kon hij weer mooi een kopbeurtje voor Pogacar doen. Yates ging alleen niet hard genoeg, toch nog een beetje ziek wellicht, dus ging Pogacar maar weer solo verder. Hij raapte alle voormalige koplopers op en het verschil met het resterende drietal werd heel snel schrikbarend klein. Pogacar kreeg de auto achter zich, want achter hem deed niemand iets. Decathlon reed tempo op kop voor Seixas, maar dat tempo stelde teleur. Het ging zo langzaam dat Evenepoel later wegreed uit de groep Sexais, maar toen werd hij wel gehinderd door de motards. Altijd tegen Remco. Anders had deze rit er heel anders uitgezien, ja! Valt mee, gewoon keihard op twee minuten gereden. Er was even valse hoop, er was even de gedachte dat iedereen bij UAE ziek was. Er was het gerucht over een zieke Del Toro, er was de speculatie over de zwarte broek van Pogacar, maar nee, zoveel geluk hebben wij niet. Einer Rubio had al helemaal geen geluk, de Colombiaan werd ingehaald door Pogacar en later ook door de auto van UAE. De auto moest zich alleen net als de renners door een mensenmassa banen, het was weer schofterig druk op Alpe d'Huez. Vlak voor de auto van UAE viel ineens iemand op de grond, UAE trapte op de rem en Rubio vloog door de achterruit. Met een gezicht vol bloed moest hij opgeven, zo noteren we toch weer een incident op Alpe d'Huez. Twintig hechtingen, maar goed, dat is een offer dat de organisatie wel wil brengen. Alpe d'Huez is heel belangrijk voor de Tour, maar na het zien van de beelden hoop je toch vooral dat ze hier een tijd niet meer gaan komen. Terwijl Carapaz, Kuss en Martinez elkaar bleven bestoken, tussen iedere aanval in vielen ze stil, stoomde Pogacar vrolijk door. Ik had de stopwatch aangezet en vrij ver van de finish begon ik al te vrezen, het onbreekbare record van Pantani ging waarschijnlijk gebroken worden. Alleen nog de vraag of hij naast het record ook de ritzege zou pakken. Dat was uiteraard het geval. De kannibaal laat maar weinig winnen. Op een kilometer of drie van het einde sloot hij aan bij de tweede overgebleven koplopers, Kuss was inmiddels afgehaakt. Martinez had vooral ingehouden op de klim, nul initiatief genomen, maar daardoor kon hij wel de eerste aanval van Pogacar volgen. Carapaz bleef wat langer vooruit, maar uiteraard reed Pogacar met twee vingers in zijn neus naar hem toe. Vervolgens wist hij Carapaz en Martinez in de slotkilometer op een strookje van 5% te lossen, fascinerend. Dat zou normaal niet moeten kunnen, zeker niet als je in het zadel blijft zitten, maar wat is tegenwoordig nog normaal? Mijn stopwatch bleef steken op 35:28, andere bronnen houden het op 35:28. Het record van Pantani was afhankelijk van je bron 36:40 of 36:50, hoe dan ook ging Pogacar meer dan een minuut sneller omhoog dan Pantani. Dat hoort niet te kunnen. Dat zou volstrekt onmogelijk moeten zijn. Het voelt vies, maar het voelt vooral vies dat er een heel leger paraat staat om dit te verdedigen. Ik denk dat mensen niet helemaal snappen wat Pantani toen heeft geflikt, dat record had voor altijd moeten blijven staan.

Een paar seconden achter Pogacar werd een stuurkloppende Martinez tweede, wat heeft de jonge Fransman ontzettend dom gereden. Een klein beetje samenwerken met Carapaz en ze halen het misschien wel tot het eind. Aan Carapaz lag het niet, hij viel een paar keer op een grandioze manier aan, we mogen niet van hem verwachten dat hij rond blijft rijden met een profiterende Martinez in het wiel. Hij moest echt van hem af, maar dat lukte pas toen Pogacar al zijn nek zat te hijgen, net te laat. Lenny Martinez heeft heel dom gereden, hij laat echt een kans op een ritzege winnen. Was de eerste Franse ritzege in deze Tour geweest, de Fransen doen het in z'n totaliteit niet heel goed. Cyclisme à deux vitesses, noemen we dat dan geloof ik. Martinez schoof wel mooi op in het klassement, hij staat nu vijfde. Skjelmose zakt naar zes, met dank aan zijn ploeggenoten. Ayuso had dan weer een slechte dag, extreem kleurloze Tour op deze manier. Evenepoel eindigde een paar tellen voor Del Toro, die aan het eind nog was weggereden van Seixas. De jonge Seixas beperkte de schade, maar met het oog op de volgende rit zag het er niet heel hoopgevend uit. Het podium ligt wel vast, ben ik bang. Dan ligt de strijd om de witte trui ook meteen vast. De strijd om groen is beslecht, de strijd om het geel was nooit een strijd. Als het om de bollen gaat is Carapaz nu ineens de leider, maar hij moet vandaag wel weer gaan sprokkelen om die trui ook echt mee naar Ecuador te kunnen nemen. Na weer een lachwekkende en onmogelijke prestatie van Tadej Pogacar, eentje waarvan je alleen maar stilzwijgend het hoofd afkeurend kunt schudden, gaan we nu door met de voorlaatste rit van de Tour. De laatste bergrit. De zwaarste van allemaal. De zwaarste voor het laatst bewaren is normaal slecht, nu maakt het niet meer uit. In theorie is dit dom, maar theorieën aanhangen met Pogacar aan het vertrek is pas echt dom. Ik ben benieuwd wat er ooit uit het geruchtencircuit naar voren gaat komen, gevoelsmatig heb ik nog nooit naar een dusdanig medisch experiment gekeken. Een heel vervelend experiment ook nog eens, kijk maar hoe hij na de finish met zijn armen wijd heel triomfantelijk stond te doen, dat zorgt er alleen maar meer voor dat ik hoop dat hij voor de bijl gaat. Als je aan de records van Pantani komt moet je meteen wieberen, weg. De organisatie heeft wel precies gekregen waar ze naar op zoek waren. Een korte rit naar Alpe d'Huez, in een poging het record van Pantani te verbeteren. Dat is helemaal gelukt, maar dat is echt niet de flex die ze hopen dat het is. Sommige records moet je niet willen verbreken, dit was zo'n record. Het is er wel van gekomen, na een bizarre aanval ook nog eens. Vijfde ritzege deze Tour alweer, ooit moet het stoppen. Deze Tour stopt in ieder geval bijna, dat is alvast iets. We keren vandaag terug naar Alpe d'Huez, al rijden we dan wel via de redelijk onbekende Col de Sarenne omhoog. Nog eens terug naar de bodem van de put, er blijkt een luikje te zitten op die bodem, je kunt altijd nog dieper zinken. Een voorafje in de vorm van Croix de Fer en Galibier, dat biedt Pogacar genoeg kansen om naar zijn zesde ritzege te soleren, al heeft hij zelf aangegeven dat hij Del Toro gaat babysitten. Dat kan hij ook gewoon bepalen, alles is irritant aan die gozer. Hij is niet sympathiek, geef hem de kans en hij maakt je meteen af. Ik ben daar al een tijd klaar mee, maar helaas schijnt nog steeds niet iedereen het met mij eens te zijn. Sommige mensen vinden het mooi, terwijl ik nog nooit zoiets saais heb gezien. Een gemiddelde aflevering van Tik Tak brengt meer spanning met zich mee. Daar mogen we vandaag ook bang voor zijn, ik denk dat onze enige hoop is dat UAE nog steeds niet volledig in orde is en dat ze daarom deze rit laten lopen. Andere ploegen zullen nu niet snel gaan helpen, na de pandoering die Pogacar iedereen gisteren heeft gegeven. Misschien wel geen dag voor de klassementsrenners, misschien wel een dag voor de vluchters. Met heel veel mazzel levert dat een leuke strijd op, al gaan op de Croix de Fer precies de namen in de kopgroep terechtkomen die je vooraf al verwacht. Nee, nachtkaarsje. Veel zogenaamde grootsheid mogen aanschouwen, weinig genot gezien. Is wielrennen nog wel een sport?




Bourg d'Oisans, of Le Bourg-d'Oisans, of tegenwoordig Le Bourg d'Oisans zonder streepje is een dorpje met 3000 inwoners en een grote geschiedenis in de Tour. Bijna jaarlijks komen we hier wel weer langs, omdat het dorp op een belangrijk knooppunt van bergen ligt. De voet van de Alpe d'Huez ligt hier natuurlijk, maar even verderop kom je ook Les Deux Alpes tegen, om maar wat te noemen. Le Bourg d'Oisans is een ideale plaats om een bergrit te laten starten en dat heeft de organisatie dan ook al vaak gedaan. Meer dan 20 keer is hier al een rit vertrokken. Richting Morzine, Saint-Etienne, La Toussuire, Gap, La Plagne en ga zo maar door, het kan allemaal. Opvallend is dan wel weer dat hier slechts één keer een rit aankwam. Aangezien je door kan fietsen naar Alpe d'Huez, Les Deux Alpes of nog duizend andere bergen denkt men er niet echt aan om hier een rit te laten eindigen. Alleen in 1966 dacht men er een keer wel aan. Een rit van Privas naar Bourg d'Oisans over 203 kilometer werd gewonnen door de Bask Luis Otaño. In een kleinere wedstrijd, de Alpes Isère Tour, kwam in 2024 wel een rit aan in onze startplaats. Die rit werd gewonnen door José Felix Parra, een renner van Caja Rural die aanwezig was in deze Tour, maar helaas de grond waarop hij wist te winnen niet heeft gehaald. Toch maar mooi Jarno Widar geklopt, die foto mag je boven je bed hangen! In Bourg d'Oisans valt verder niet veel te beleven, ze moeten het vooral van het toerisme hebben en het organiseren van evenementen. Zo vertrekt hier jaarlijks La Marmotte, een zogenaamde cyclosportieve die sinds 1982 elk jaar wordt verreden in de Franse Alpen. In 174 kilometer overwinnen de deelnemers 5000 hoogtemeters, ze rijden over de Glandon, de Télégraphe, de Galibier en finishen boven op Alpe d'Huez. Een bekende tocht voor zo'n beetje iedere wielerliefhebber, vermoed ik zomaar. Ook de Alpe d'HuZes vertrekt natuurlijk vanuit Bourg d'Oisans. Een of meerdere keren de berg op in de strijd tegen kanker, een evenement dat te prijzen valt. Dit evenement is niet alleen voor ONS een dingetje, het heeft zelfs het roadbook gehaald, ja! Ze schijnen hier ook jaarlijks Tomorrowland Winter te organiseren, boven in Huez, om nog maar eens te benadrukken hoe smakeloos het hier allemaal is. L’Étape du Tour vindt dit jaar ook nog eens hier plaats, dat is die ene Tourrit per jaar dat je als recreant ook zelf over het parcours mag rijden. Weer een cyclosportieve, een paar dagen geleden verreden op het exacte parcours van deze rit. Deze plaats maakt deel uit van het arrondissement Grenoble en het kanton Le Bourg-d'Oisans en is de hoofdplaats van de streek Oisans, het is maar dat je het weet. Vooral bekend dus vanwege de Alpe d'Huez en omdat mensen hier graag een tijdje verblijven om als wielertoerist op een extreem laag tempo alle bergen in de omgeving te bedwingen. Dat is dan ook de reden dat ze zichzelf graag de fietshoofdstad van Frankrijk noemen. Je zou het ook de hoofdstad van het menselijk tekort kunnen noemen, zeker na een dag als gisteren. Wat was het weer gezellig he, op Alpe d'Huez? Gelukkig aan we nu een rondje over alle bekende beklimmingen in de omgeving rijden, ook een soort Marmotte, om uiteindelijk terug te keren naar Alpe d'Huez, ja! Twee dagen op rij kermis, twee dagen op rij geconfronteerd worden met het totale gebrek aan alles van de gemiddelde medemens. In 2022 gingen we voor het laatst van start in Le Bourg d'Oisans, toen trokken we naar Saint-Étienne. Dat was daags na een aankomst bergop in het smakeloze wintersportoord dat we Alpe d'Huez noemen. Toen geen twee dagen achter elkaar Alpe d'Huez, nee, we verlieten de Alpen om richting Saint-Étienne getuige te zijn van een vluchtersrit. Dat werd wel een vermakelijke etappe, met ook toen al een lomp sterke Mads Pedersen. Ook toen ging hij al graag in de aanval, al leverde dat net wat minder succes op. Tot we naar Saint-Étienne gingen, tijdens een heuvelachtige rit had hij alles onder controle. Hij counterde alle aanvallen en reed uiteindelijk met Fredje Wright en Hugo Houle naar de finish, die hij uiteraard klopte aan de meet. Sowieso een favoriete bestemming als we vertrekken vanuit Le Bourg d'Oisans, we schijnen daarna al zes keer richting het westen te zijn gereden en meermaals naar Saint-Étienne te zijn gereden. In totaal zijn we keer of 24 in Le Bourg d'Oisans geweest voor een start, buiten het feit dat we er nog veel vaker doorheen zijn gereden onderweg naar de Muziekfeest op het pleinklim. In Le Bourg d'Oisans hebben ze een kerk, die van Saint-Laurent. Naast die kerk vinden we een museum, GALTA. Hier vinden we schatten uit de Alpen, waaronder allemaal mooie edelstenen. Daar kun je dus even naar binnen lopen als je hier in de omgeving bent om aan een aantal van de meest overgewaardeerde beklimmingen van het land te beginnen. Sinds een paar jaar schijnt er in Oisans ook een heus Cycling Lab te zitten, dit laboratorium is er op gezicht om van deze omgeving een testgebied te maken voor de hele wielerwereld. Nou, we testen in deze omgeving in ieder geval om de paar jaar de gebreken van onze soort, wat kan de leegte van het bestaan een bodemloze diepte aannemen.



Vaak gaan we daags na een aankomst boven op Alpe d'Huez de volgende dag van start in Le Bourg d'Oisans. Je kunt dan alle kanten op, de Galibier ligt om de hoek, net als de Croix de Fer. Je kunt ook gewoon kiezen voor een tocht door de vallei in een poging de Alpen achter te laten. Dat deden we in 2022 en ook in 2018, de laatste keren dat we in Le Bourg d'Oisans waren. In 2022 gingen we naar Saint-Étienne, in 2018 naar Valence. Nu kiezen we er dan weer voor om bekendste beklimmingen van de regio met een bezoekje te vereren. Na een rondje door Bourg d'Oisans rijden we tijdens de neutralisatie richting het noorden, over de weg door de vallei waar we gisteren ook al heel kort overheen reden en daar waar Kruijswijk in 2018 tegen de wind in aan het vechten was, de arme jongen. Hem overkwam wat Carapaz, Kuss en Martinez gisteren overkwam, op Alpe d'Huez verdween een riante voorsprong als sneeuw voor de zon. In de vallei van de Romanche gaan de renners na een korte neutralisatie van tien minuten van start op een brede en rechte weg. Omgeven door bergen rijden ze anderhalve kilometer rechtdoor over een vlakke weg, langs wat dorpjes af en vooral langs wat velden vol gras af. Ze komen na anderhalve kilometer uit in het gehucht Rochetaillée, waar ze rechtsaf zullen slaan. Hier begint de weg richting Croix de Fer, een weg die we in de Tour van vorig jaar ook nog deels mochten verkennen. In de 18e rit van de Tour van vorig jaar reden we van Vif naar Col de la Loze, tijdens die rit reden we omhoog over de Col de Glandon. Dat is grotendeels dezelfde klim als de Croix de Fer, met als belangrijkste verschil dat je een paar kilometer van de top van de Croix de Fer linksaf moet slaan om de top van de Glandon te bereiken. Via Rochetaillée reden we vorig jaar op dezelfde manier omhoog als we nu gaan doen, met als verschil dat we nu dus niet de afslag gaan nemen naar de Glandon, nee, we gaan helemaal door tot de top van de Col de la Croix de Fer. Dat we die klim vanaf deze kant nog eens volledig hebben gezien dateert van 2017, al is ie in de tussentijd nog wel eens van een andere kant in beeld gekomen. Na de bocht naar rechts in Rochetaillée rijden we richting Allemond, via een oude brug rijden we over de Romanche, waarna we rechtdoor Allemond betreden na drie vlakke kilometers koers. In Allemond zijn we regelmatig te vinden, vooral als we op weg zijn naar Alpe d'Huez. Maar ook in ritten zonder de Alpe d'Huez komt Allemond voor, want hier ligt de voet van de Col de la Croix de Fer. We komen na een passage in het centrum van het dorp twee haarspeldbochten tegen, deze haarspeldbochten brengen ons naar het Lac du Verney, een stuwmeer. In de haarspeldbochten loopt de weg al flink omhoog, al beginnen we officieel nog niet aan de eerste gecategoriseerde klim van de dag. De eerste klim van buitencategorie van de dag komt er over een kilometer of zes aan, we pakken er vandaag liefst drie mee. Voorbij Allemond rijden we langs het stuwmeer af, vijf kilometer lang loopt de weg vals plat omhoog in de richting van Le Verney. Een fabelachtige omgeving nog steeds, maar we moeten dus nog even doorbijten voor de Croix de Fer echt begint. Na 9 kilometer koers komen we uit in Le Verney, waar je een bocht naar rechts kunt nemen om te beginnen aan de klim naar Vaujany, deden we in de Dauphiné nog wel eens. In 2022 voor het laatst, toen won Carlos Verona daar vanuit de vlucht voor een aanstormende Roglic en Vingegaard. In Le Verney, waar een museum te vinden is waar je alles kunt leren over hydro-elektriciteit, het Musée EDF Hydrélec, rijden we echter rechtdoor verder en dan beginnen we aan de klim richting richting de Col de la Croix de Fer, in tegenstelling tot vorig jaar bereiken we de top van de Croix de Fer nu wel. Eenmaal in Le Verney beginnen we aan een klim van 24 kilometer aan 5,2%, maar zoals we vermoedelijk allemaal wel weten is het een onregelmatige klim. Vanuit dit plaatsje aan de rand van het stuwmeer klimmen we in meerdere etappes naar de top van de Croix de Fer, het zijn eigenlijk drie klimmetjes met steeds een korte afdaling tussendoor. De klim is vooral in het begin lastig, in de eerste zes kilometer gaat het onder meer drie kilometer aan 9% gemiddeld omhoog, met zelfs een kilometer aan 10% gemiddeld. Daarna zwakt het wat af, met twee makkelijkere kilometers en daarna volgt de eerste afdaling. Na die afdaling volgt er wel een enorm lastig stuk van zes kilometer, met onder meer een kilometer aan 11% gemiddeld en twee kilometer aan 9,5%. Na deze lastige strook is het een kilometer of twee wat vlakker en daarna volgt de tweede korte afdaling. Deze korte afdalinkjes zijn wel nog even listig, hoewel de weg hier behoorlijk goed en behoorlijk breed is komen we wel het nodige bochtenwerk tegen. Na deze afdaling gaat het nog vijf kilometer verder omhoog, met ook nog een kilometer aan 8%. Verder valt het qua percentages nog wel mee tot de top, het laatste stuk na de top van de Glandon lijkt minder zwaar te zijn, maar met meer dan 20 kilometer klimwerk in de benen kan het toch al gaan doorwegen. We komen ook op steeds grotere hoogte uit, op de top tikken we bijna de 2000 meter aan. Als je vanuit Allemond gaat klimmen kom je best wat fraaie uitzichten tegen, het kenmerkende onderdeel van deze klim bestaat natuurlijk vooral uit de stuwmeren die je passeert. Verder richting de top komen we in wat meer open gebied terecht, vlak voor de top rijden we langs wat bergweides af. We rijden ditmaal rechtdoor verder over dezelfde weg en dan bereiken we even verderop de top van de Croix de Fer, zodra we een heel lelijk restaurant in beeld zien verschijnen slaan we dit jaar niet linksaf richting de Glandon. Voorbij deze afslag, die we nu laten lopen, gaat het nog een kleine drie kilometer verder omhoog. Van 8% zwakt het af naar 7% en dan bereiken we na een kilometer aan 5% na 34 kilometer de top van de Col de la Croix de Fer, geheel terecht een klim van de buitencategorie.






De Col de la Croix-de-Fer (in het Nederlands de Bergpas van het IJzeren Kruis, fantastisch!) is een bergpas in de Franse Alpen. Deze bergpas ligt op 2068 meter hoogte en ligt in het hart van het Grandes Roussesmassief, in vogelvlucht op 2500 meter afstand van de Col du Glandon. De bergpas dient als passage tussen de departementen Savoie en Isère. Hij is vooral bekend geworden als beruchte bergpas in de Ronde van Frankrijk. Dat is wel een bondige samenvatting. In de Tour is de klim 21 keer eerder voorgekomen, voor het laatst in 2022. En de keer daarvoor dateerde dan weer van 2018. Bij beide gelegenheden reden we van een andere kant omhoog naar het ijzeren kruis, de kant die nu als afdaling gaat dienen. De voorlaatste keer dat we Croix de Fer werd bedwongen dateert van 2018, toen kwam ONZE Kruijswijk hier als eerste boven. Hij ging heel vroeg in de aanval, reed een prachtige voorsprong bijeen, dook naar beneden en stierf toen langzaam in de vallei richting de voet van Alpe d'Huez, een van de vele trauma's die wij als Kruijswijkhooligans te verduren hebben gekregen. Vier jaar later was Giulio Ciccone hier dan weer als eerste boven, in een rit die uiteindelijk op Alpe d'Huez gewonnen zou worden door Tom Pidcock. De Croix de Fer en Alpe d'Huez hangen behoorlijk aan elkaar vast, zou je kunnen zeggen. Ook nu rijden we via deze klim weer naar Alpe d'Huez, al draaien we de volgorde een keer om. Vaak rijden we eerst over de Galibier, dan over de Croix de Fer en dan volgt na een afdaling en een stuk in de vallei de klim die je eigenlijk niet wil zien. Nu gooien we de volgorde om, en klimmen we via de Sarenne omhoog naar de finish. Enfin, de laatste keer dat we de Croix de Fer vanuit deze kant hebben bedwongen dateert van 2017, toen Thomas De Gendt hier als eerste boven was. Dat was in een rit waarin we ook weer de Galibier zagen, maar voorbij de Galibier daalden we af richting Serre Chevalier en daar zou Primoz Roglic zijn eerste Tourrit pakken. Vaak hetzelfde parcours in deze regio, maar dan toch nog met enige variatie her en der. Vorig jaar reden we bijna volledig op dezelfde manier omhoog, op de laatste paar kilometer na. Zo is het bekend terrein, maar blijf je op je hoede omdat er kleine aanpassingen worden gedaan. De Croix de Fer debuteerde in 1947, de eerste die hier als eerste op de top kwam was Fermo Camellini, een Italiaan die zich een jaar later liet naturaliseren tot Fransman. In de jaren nadien kwamen onder meer Bartali en Coppi hier als eerste boven, weer wat later zien we namen als Hinault, Theunisse, Virenque, Massi en Rasmussen verschijnen, een eclectisch gezelschap dat licht geeft in het donker. In de Tour van 2015 overdreven we een beetje met deze klim, toen reden we in meerdere etappes langs alle mogelijke zijden van de klim omhoog. Dat zorgde voor een verzadiging waar ik een paar jaar van moest bijkomen, maar nu gaat het wel weer. Onder meer erkend vrouwenmepper Alexandre Geniez kwam toen als eerste boven, een dag eerder was die eer weggelegd voor Pierre Rolland. Enfin, al bij al is het misschien niet de zwaarste klim op aarde, maar dit is na drie weken Tour wel echt een grandioze manier om een rit mee te beginnen. Vooral het eerste en tweede deel van de klim zijn zwaar, we komen hier fantastisch steile stroken tegen. De onregelmatigheid maakt de klim extra lastig, zou ik zeggen. Een mooie gelegenheid om alvast oorlog te maken in het peloton, al zijn de geruchten over een mogelijke ziekte van vooral Del Toro een leugen gebleken. Gisteren namen ploegen als Decathlon en Red Bull al niet de moeite om UAE te testen, nu Pogacar weer eens groots heeft uitgepakt zullen die ploegen al helemaal alle motivatie verloren zijn. Wat dat betreft verwacht ik helaas weinig van de klim, het is hopen op een beetje een leuke strijd om de vlucht van de dag te laten ontstaan. Hoewel je ook op dat vlak eigenlijk wel van enige voorspelbaarheid kunt uitgaan. De sterkste renners hebben zich gisteren al getoond, je gaat nu precies dezelfde mannen vooraan zien. Nog eens Carapaz, nog eens Kuss, dat kun je zo uittekenen. Beetje de vraag welke renner uit de top 10 er nu stiekem meesluipt, dat kan dan eventueel de klassementsploegen nog aansporen om hier wat harder door te rijden. Hopen we dan maar op, en anders hebben we altijd de beelden nog.



Op de top van de klim kunnen we op de bewegwijzering zien dat het 29 kilometer fietsen is tot in Saint-Jean-de-Maurienne. Daar gaan we naartoe, we beginnen aan een afdaling die liefst 29 kilometer gaat duren. Deze weg hebben we in stijgende lijn in 2018 en 2022 gezien, voor een afdaling moeten we dan weer terug naar 2017. Lang geleden dat we hier naar beneden zijn gereden, tijd voor een opfriscursus. Voorbij het ijzeren kruis rijden we even tussen wat rotswanden door, daarna komen we in een behoorlijk open gebied terecht. In dit open gebied gaan we in eerste instantie zeven kilometer aan 8% afdalen, ook de andere kant van de Croix de Fer gaat onregelmatig zijn. We beginnen met dalen op een weg die niet eens al te breed is, maar het asfalt ligt er in ieder geval wel goed bij. In de eerste kilometers van deze afdaling komen we een stuk of 10 haarspeldbochten tegen, deze bochten liggen steeds wel een aardig eindje uit elkaar. Door een prachtig decor dalen we af, omdat het hier vrij leeg is kunnen we eindeloos in de verte turen. Dat maakt het wel een overzichtelijke afdaling, iedere bocht komt ruim op tijd in beeld. Dat maakt het geheel een stuk makkelijker, al blijft het een feit dat we vrij stevig afdalen over niet de breedste weg, een aantal van die haarspeldbochten blijven ook nog steeds vrij krap. Eén foutje en je kukelt hier een eind de diepte in, het lijkt me zaak om zo vroeg op de dag niet al te gek te doen. Na vijf kilometer in dalende lijn passeren de renners een dorpje, Saint-Sorlin-d'Arves, waar het allemaal wat minder overzichtelijk wordt. In dit dorpje liggen een paar gemene bochten, maar na het passeren van dit dorpje is de afdaling een aantal kilometer vrij makkelijk, het gaat een stuk minder steil naar beneden dan in het begin. Een stuk of zeven kilometer gaat het zo rond de 4,5% omlaag, dat scheelt nogal. In Saint-Sorlin-d'Arves komen we een aantal wegversmallingen, drempels en zelfs een rotonde tegen, buiten het dorp wordt de weg dan weer een stuk breder. Over een brede en perfect geasfalteerde weg gaat het dus een tijdje vrij makkelijk omlaag, terwijl we ons in het skigebied van Les Sybelles bevinden. Dit skigebied kennen we vooral dankzij La Toussuire, ook een Tourklassieker. We rijden in dalende lijn naar de voet van die klim toe, al gaan we daar nu niet omhoog. In de buurt ligt ook de Col du Mollard, maar die klim laten we eveneens schieten. Gewoon rechtdoor omlaag naar Saint-Jean-de-Maurienne, waarbij we momenteel aan een procent of vier rechtdoor aan het dalen zijn naar Saint-Jean-d'Arves. We volgen de loop van het riviertje de Arvan, langs de rivier is het mooi, maar heel lastig is het momenteel niet. Na een kilometer of 44 rijden we door Saint-Jean-d'Arves, hier moeten we dan weer even opletten voor een paar drempels. Verder rijden we behoorlijk rechtdoor verder, waarna we een paar kilometer later uitkomen in Entraigues. Een paar niet al te lastige bochten in het bos later rijden we met de Arvan en een aantal rotswanden prominent in beeld langs een brug waar we rechtsaf zouden kunnen slaan richting de Col du Mollard. We rijden hier rechtdoor, langs de rotswanden af. Voorbij dit kruispunt loopt de weg zowaar twee kilometer omhoog, een strookje vals plat in het begin, een strookje vals plat aan het eind en tussendoor gaat het een kilometer aan 4% omhoog. Dat stelt weinig voor, maar wel even handig om te weten dat deze afdaling na een tijd kort onderbroken wordt. Toch wel de kenmerkende karakteristiek van de Croix de Fer, je gaat altijd in meerdere delen omhoog danwel omlaag. Na dit stuk in stijgende lijn is het twee kilometer zo goed als vlak, de Croix de Fer is langs iedere kant zo onregelmatig als wat. De coureurs rijden tijdens deze vlakke fase ook nog door een aantal tunneltjes, met tussen die tunneltjes door een prachtig uitzicht over de omgeving. Een van die tunnels heet de Grand Tunnel, ik vind vooral de rotswand boven de tunnel heel groots. In de omgeving van de tunneltjes bevinden we ons op het grondgebied van de gemeente Fontcouverte-la Toussuire, de voet van de klim naar La Toussuire is hier niet ver weg. We gaan de voet van deze klim naar een skioord waar Nibali in 2015 won passeren, zonder er gebruik van te maken. Na de wat vlakkere fase gaat het nog eens vijf kilometer aan 9% omlaag, we bereiken weer een lastigere fase van de afdaling. Als de renners in de buurt komen van La Toussuire wordt de afdaling weer wat bochtiger, met een reeks haarspeldbochten en ook nog tal van andere bochten. In principe ook allemaal nog wel te doen, het is allemaal wel in te schatten. De brede weg helpt, het worden daardoor ruime bochten. Een paar wat technischere bochten, maar al bij al moet dit wel lukken. Het decor blijft ondertussen onwaarschijnlijk, een ideale combinatie van een hoop groen met imponerende rotspartijen tussendoor. Af en toe rijden we ook door een klein gehucht heen, waar dan wat schattige chaletjes te vinden zijn. Pierrepin is zo'n gehucht, na vijf lastige kilometers in dalende lijn vol met bochtenwerk is het nu ineens weer vlak. Een paar meter later begint de weg omhoog te lopen, richting Pierrepin gaat het twee kilometer aan 2,5% omhoog. Voorbij dit dorpje dalen we nog eens vier kilometer aan 8% af richting Saint-Jean-de-Maurienne, dit zijn de laatste kilometers van deze lange afdaling. Over een brede weg gaat het vooral rechtdoor omlaag, we komen aan het eind bijna geen bochten meer tegen. Al noteren we in de allerlaatste meters van de afdaling wel nog een haarspeldbocht, hierna denderen we het centrum van Saint-Jean-de-Maurienne binnen en in dit centrum vinden we twee rotondes. De lokale specialiteit is te vinden op een van die rotondes, een mes, ja! Een zakmes van Opinel, daar wordt gratis reclame voor gemaakt.





Na een afdaling van een kleine 30 kilometer komen de renners uit in Saint-Jean-de-Maurienne, na 62 kilometer koers. Een dorp dat in de Tour van 2015 ontzettend vaak werd bezocht. Zo eindigde de 18e rit van die Tour in dit dorp, de overwinning ging toen naar Romain Bardet. Een dag later startte er een rit en nog een dag later werd Saint-Jean onderweg weer gepasseerd. Toen had ik het wel even gehad met Saint-Jean-de-Maurienne, maar sindsdien zijn we hier toch weer meerdere keren geweest. In 2019 bijvoorbeeld, toen ging hier de memorabele etappe richting Tignes van start. Memorabel, omdat we dankzij een gigantische berg modder op de weg Tignes nooit zouden bereiken. In Saint-Jean-de-Maurienne vinden we dus het einde van de afdaling van de Croix de Fer, maar bijvoorbeeld in de Tour van 2022 reden we dus vanuit deze stad omhoog richting die Croix de Fer om later uit te komen in Alpe d'Huez. We kennen het hier, we komen hier vaak. In de Tour van 2022 reden we hier zelfs twee keer doorheen, tijdens de etappe die zou eindigen op de Col de Granon reden we door de vallei naar Saint-Jean-de-Maurienne toe, om net als nu naar de Galibier te rijden. Na wat bochten en rotondes in het centrum rijden we via een brug over de Arvan heen, waarna we uitkomen op het industrieterrein van Saint-Jean-de-Maurienne. Op dit industrieterrein komen we drie rotondes tegen, bij de derde gaat het naar rechts en dan zitten we op de bekende hoofdweg dwars door de vallei. Van Saint-Jean-de-Maurienne fietsen we nu naar Saint-Michel-de-Maurienne, in z'n totaliteit is de afstand tussen beide plaatsen 13 kilometer. In deze 13 kilometer komen de renners 150 meter hoger uit. Het gaat dus wel wat vals plat omhoog tijdens dit deel van de rit, maar het echte klimwerk zal pas volgen zodra we Saint-Michel-de-Maurienne verlaten. Op een paar rotondes na is de weg richting Saint-Michel verder doodsimpel, er is nog genoeg tijd om links en rechts de bergen te aanschouwen. Paar rotswandjes erbij, het water van de Arc soms in beeld, de plaatjes gaan weer mooi zijn. Al volgt er nog wel een moment van lichte opwinding, want na 66,5 kilometer volgt er in Saint-Julien-Mont-Denis de tussensprint van de dag. Een tussensprint die misschien wel weer een prooi wordt voor Mads Pedersen. Eigenlijk is de groene trui nu wel binnen, maar die mafketel heeft al min of meer laten weten dat hij ook vandaag weer in de aanval zal proberen te gaan. Dat lijkt me wel heel optimistisch, maar na de afgelopen dagen durf ik niets meer uit te sluiten. Wat een Tour van onze favoriete dommekracht, chapeau. In de aanloop naar de tussensprint loopt de weg aan 2% omhoog, na een passage vol rotondes gaat het in de laatste kilometer tot de tussensprint wel mooi rechtdoor. Maar goed, beetje de vraag of het heel erg van belang gaat zijn. Als het Pedersen lukt om weer vooraan te zitten is er niemand die het hem lastig gaat maken, prima dus. Voorbij de tussensprint rijden we een kleine negen kilometer verder richting Saint-Michel-de-Maurienne, op een rotonde her en der na hoeven we eigenlijk helemaal niets te noteren. Een makkelijke tocht, in aanloop naar de loodzware klim die nu snel zal volgen. Na pakweg 76 kilometer slaan we rechtsaf in het centrum van Saint-Michel-de-Maurienne en beginnen we aan de loodzware tweede helft van deze etappe. We rijden naar een klim toe waar bij de laatste passage, in 2022, op een legendarische manier koers werd gemaakt. Een herhaling zie ik nu niet snel gebeuren.




We rijden over de rivier de Arc en zien dan in de verte een paar stevige bergen liggen. Daar gaan we naartoe. Aan de andere kant van het water loopt de weg bijna meteen omhoog, we zijn begonnen aan de Col du Télégraphe, het eerste deel van de Col du Galibier. Deze klim van de eerste categorie is een echte klassieker, al meer dan 30 keer kwam de klim voor in de Tour. Als je de Galibier van deze kant wil beklimmen, moet je eerst over de Télegraphe, er zit niets anders op. Vier jaar na dato keren we terug naar deze klim, in 2022 waren we hier voor het laatst, op weg naar de Col du Granon. Dat werd een legendarische rit, eentje waar je boeken over vol kunt schrijven. Al volgde het echte verhaal van die klim vooral voorbij de Télegraphe, op die klim zelf was de kopgroep nog vooruit en dus noteren we de naam van Pierre Latour als eerste op de top. De keer daarvoor dat we vanuit Saint-Michel-de-Maurienne via de Telegraphe over de Galibier gingen dateert van 2017, in dat jaar kwam ene Primoz Roglic hier als eerste boven. Vanuit de vlucht, maar hij wist wel een vanuit het peloton opstomende Contador de oren te wassen. De passage daarvoor dateert alweer van 2011, toen Gorka Izagirre als eerste boven was op deze klim. De Télégraphe is 12 kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van 7,1%. Het is een vrij regelmatige klim, op het begin na. Na een makkelijk begin aan 5,5% gaat het drie kilometer omhoog aan 8%, dan nog een kilometer aan 7,5% en daarna gaat het tot de top eigenlijk steevast omhoog aan 7%. Een brede weg omhoog, flink wat haarspeldbochten onderweg, en vooral een groene omgeving. Na 88 kilometer bereiken we de top van deze Col du Télégraphe, een klim waar je als je wil wel alvast oorlog kunt maken. In 2022 zette Visma hier alvast wat mannetjes op kop, UAE werd toen vakkundig op het rooster gelegd. Sowieso was dat een dag dat Visma de zaken perfect op orde had, ze hadden met Laporte en Van Aert ook gewoon twee mannetjes in de kopgroep meegestuurd. Richting de top van de Télegraphe ging Benoot in de aanval, met Roglic op het wiel. UAE viel ondertussen als los zand uit elkaar en Pogacar moest al op de Télegraphe zelf op aanvalletjes gaan reageren. Met een klein groepje favorieten reden we over de top van de Télegraphe heen, ik kan me zomaar voorstellen dat we het vandaag iets rustiger aan gaan pakken. Voorbij de Télegraphe gaan we afdalen richting Valloire, deze afdaling is pakweg vijf kilometer lang en heeft weinig om het lijf. De weg is breed, behoorlijk goed, kent in dit stuk weinig bochten en het gaat niet eens zo steil naar beneden. Totaal niet zelfs. Vooral lange stukken rechtdoor en een paar niet al te scherpe bochten, de passage in Valloire zelf is vanwege een paar rotondes en wat vluchtheuvels misschien nog wel het lastigst. Valloire zouden we kunnen kennen vanwege de Tour van 2019, toen won Nairo Quintana hier een rit. De Galibier werd beklommen van de andere kant en na een finish in dalende lijn stak Quintana zijn handjes in de lucht. Ik kan me vooral nog herinneren dat hij toen met zijn eten had gemorst, waardoor het leek alsof hij een enorme bloedvlek op zijn pakje had zitten. Maar dit geheel terzijde. In de Tour van 2024, toen we van start gingen in Italië, reden we tijdens de vierde rit van Pinerolo naar Valloire. Vanuit Briançon reden we toen weer van de andere kant over de Galibier, om vervolgens na een afdaling in Valloire te eindigen. Die dag kon Tadej Pogacar wraak nemen voor wat hem in 2022 op de Galibier was overkomen. Hij ging ditmaal richting de top van de Galibier in de aanval en hij wist een klein kloofje te slaan op Jonas Vingegaard. De Deen leek op het wiel te zitten, maar hij moest toch een paar meter toegeven. Daarna nog een paar meter meer, en in de afdaling liep Pogacar vervolgens een heel eind uit. Typische taferelen, dus. Het verschil lijkt wel mee te vallen, tot je aan het eind toch weer een draai om je oren hebt gekregen. Met een voorsprong van meer dan een halve minuut op een groepje met daarin Evenepoel, Roglic en Vingegaard kwam Pogacar solo aan in Valloire. De slechte herinneringen van 2022 werden weggepoetst, en hoe. Na twee verloren Tours toonde hij hier voor het eerst een bepaalde dominantie die sindsdien niet meer is gestopt. Sinds Valloire heeft hij amper nog een koers verloren, sinds die tijd kijken wij naar de grootste mutant uit de geschiedenis van de koers.





We bevinden ons in Valloire, dus gaat nu het echt interessante deel van de klim beginnen. Nu beginnen we écht aan de Col du Galibier. De mythische Col du Galibier, zou ik bijna durven te zeggen, een beklimming van de buitencategorie. In 2022 reden we voor het laatst langs deze kant omhoog en dat werd een beklimming voor de eeuwigheid. Het eerste stuk van de Galibier is wat vlakker en daar begonnen Vingegaard en Roglic aan een stukje wielerporno. Je hoort er vaak over, om beurten iemand aanvallen. Meestal zie je het niet, zeker niet in de Tour. Nu wel. Roglic viel aan en Pogacar counterde. Dan viel Vingegaard meteen aan en moest Pogacar meteen weer counteren. Dan viel Roglic weer aan, reageerde Pogacar weer, had Pogacar er schoon genoeg van en versnelde dan maar zelf. Dat ging bizar lang door, allebei vielen ze een keer of vier aan en Pogacar waagde zelf ook nog twee pogingen. Het idee was dat Roglic voorop zou raken, maar Pogacar liet Roglic niet gaan. Achteraf gezien een verkeerde inschatting, met de slechte benen die Roglic uiteindelijk bleek te hebben had hij hem makkelijk kunnen laten rijden. Maar da's het mooie, hij had het niet in de gaten en wij ook niet. Op dat moment zag Roglic er nog bizar sterk uit, maar hij speelde blufpoker in dienst van Vingegaard. En die tactiek werkte wonderwel. Een paar dagen eerder was Roglic in de kasseienrit gestruikeld over een hooibaal, hij bleek uiteindelijk met allemaal gebroken ledematen rond te rijden. Maar dat wist op dat moment nog niemand, voor Pogacar was hij op dat moment nog een geduchte concurrent. Hij wilde Roglic niet laten rijden, en hij wilde Vingegaard ook niet laten rijden. Pogacar moest overal op reageren, omdat zijn ploeggenoten het lieten afweten, en zo kreeg het duo van Jumbo-Visma het voor elkaar om de Sloveen te kraken. Die dag reden we vanuit Albertville over de haarspeldbochten van Lacets de Montvernier over de Télegraphe en de Galibier naar de Granon. Pas op de Granon ging het licht definitief uit bij Pogacar, maar dat licht ging uit dankzij de sloopwerken van het duo van Jumbo-Visma op de Galibier. Op die klim gebeurde zoveel, daar kun je ook weer een heel boek over vullen. Marc Soler kwam even later weer aansluiten om de meubelen voor Pogacar te redden, daarna bleek Roglic verder richting de top ineens toch slechte benen te hebben. Vingegaard en Pogacar gingen met z'n tweeën samen over de top heen, waarbij Pogacar nog steeds een goede indruk gaf. Op de Granon ging het licht alleen uit, Vingegaard fladderde weg en stevende mede dankzij deze rit af op zijn eerste Tourzege. De doodsteek voor Pogacar kwam na de Galibier, maar het om beurten aanvallen van Roglic en Vingegaard zal voor altijd onderdeel uitmaken van het collectieve wielergeheugen. Voor de memorabele klim in 2022 gingen we in 2017 ook langs deze kant omhoog, toen was het Primoz Roglic die zijn medevluchters en ook een opstomende Alberto Contador met speels gemak afschudde en naar de zege soleerde in Serre Chevalier. In 2015 hadden we hier ook moeten passeren, maar toen gooide een of ander instortend tunneltje of iets in die geest roet in het eten en moest het parcours gewijzigd worden. In 2011 waren we dan weer getuige van een ontzettend lange aanval van Andy Schleck die hij winnend wist af te ronden op de top van de Galibier. Broer Frank kwam twee minuten later pas binnen, vlak voor Cadel Evans. In een nog verder verleden kom je uit bij namen als Stefan Schumacher, Mauricio Soler, Michael Rasmussen, Alexandre Vinokourov, Stefano Garzelli, Santiago Botero, Marco Pantani en ga zo maar door. Een episch en toch ook wel eclectisch gezelschap. Na vier jaar nog eens deze kant van de Galibier, die 17,7 kilometer lang is en gemiddeld aan 6,9% stijgt. Het begin is ontzettend onregelmatig, vanuit Valloire rijden we zo'n beetje rechtdoor omhoog en dan gaat het van 5% naar 8%, naar 3%, naar 2,5%, naar 5% en dat is dus de zone waar Pogacar het vuur in 2022 flink aan de schenen werd gelegd. Ergens opmerkelijk, want voorbij deze zone worden de percentages pas interessant. In de zesde kilometer van de klim gaat het aan 6% omhoog en daarna wordt het zwaar. De omgeving begint steeds imponerender te worden, de vegetatie verdwijnt en de rotsen verschijnen. De bochten verschijnen ook, en daar kun je soms goed vaststellen dat het steiler wordt. Drie kilometer aan iets meer dan 8%, waarna we na een slappe kilometer aan 4,5% beginnen aan het steile slotstuk van de klim. In de laatste acht kilometer van de klim wordt het loodzwaar. We bevinden ons inmiddels op grote hoogte en krijgen te maken met een kilometer aan 8%, dan eentje aan 8,5%, dan eentje aan 9% en dan zelfs twee aan 8,5%. Onderweg passeren we een monumentje ter ere van Marco Pantani, die tijdens de Tour van 1998 de tegenstand degradeerde op de Galibier, in barre weersomstandigheden. Nu Pogacar zijn record op de Alpe d'Huez aan flarden heeft gereden herdenken we Pantani nog eens, een veel mooiere coureur dan het Sloveense gedrocht. Pogacar was blij dat het record van Pantani eindelijk uit de boeken was gereden, zoveel jaar na dato eindelijk een clean record! De dag van de afrekening kan mij niet snel genoeg komen. Dit terzijde, het wordt richting de top weer wat onregelmatiger, maar het blijft lastig. Een paar vlakkere strookjes, en vooral een heel aantal steile stroken. Dankzij die wat makkelijkere strookjes komt er nog een kilometer aan 7,5% voorbij, waarna we in de laatste twee kilometer te maken krijgen met een voorlaatste kilometer aan 9% en een laatste kilometer aan 10%. De kale Galibier is onverbiddelijk, in die laatste paar haarspeldbochten mogen de mannen van de jongens gescheiden worden, meer dan 2000 meter boven de zeespiegel.





Na 110,5 kilometer komen de renners boven op de Galibier. Op de top ligt voor de eerste renner die hier passeert nog een mooie prijs, de Galibier is dit jaar de hoogste top van de koers en daardoor wordt hier de Souvenir Henri Desgrange uitgereikt. Ook altijd prettig als dat op de Galibier gebeurt, want op de top staat een monument ter ere van de beste man, die lang geleden de Tour de France voor het eerst liet organiseren. Toch weer 5000 euro erbij voor in de prijzenpot, dat laat je beter niet liggen. De bergtrui staat hier natuurlijk ook op het spel, die strijd is zowaar nog spannend. Carapaz, Valentin Paret-Peintre, Pogacar, allemaal kunnen ze de bollentrui nog mee naar huis nemen. Hopelijk voegen we wel weer een mooie naam toe aan de erelijst op de top, in 2022 viel dat een beetje tegen. Onderweg naar de Granon zagen we dus een geweldig schouwspel tussen de favorieten, maar op de top waren er nog een paar vluchters vooruit en van die vluchters was Warren Barguil als eerste boven. Een dag later reden we in tegengestelde richting over de Galibier, onderweg naar Alpe d'Huez. Toen was Anthony Perez als eerste boven, dat spreekt allemaal minder tot de verbeelding. We herinneren ons van die passage vooral de afdaling van Pidcock, die zichzelf in de afdaling al slalommend om ogenschijnlijk stilstaande renners heen richting de kopgroep manoeuvreerde. Toen we in 2024 ook in tegengestelde richting over de Galibier reden was Pogacar als eerste boven, op weg naar een solozege in Valloire. Hij spoelde de schande van 2022 weg, we hopen dat hij vandaag weer net zo'n slechte dag heeft als toen. Al kwam hij bij die gelegenheid nog wel samen met Vingegaard over de top, de klap kwam later pas. Na deze klim van de buitencategorie gaan we dalen richting de volgende klim van buitencategorie, de ellende is nog lang niet voorbij. Van de laatste 35 kilometer gingen er 30 omhoog aan 7%, en helemaal op de top bevinden we ons liefst 2642 meter boven zeeniveau. Pittig, heel pittig. Eindelijk een keer op grote hoogte, al is het de vraag of dat nu nog veel verschil gaat maken. De verschillen tussen de renners zijn na drie weken koers dusdanig groot dat er weinig strijd overblijft, we hoeven normaliter alleen te kijken naar het gevecht tussen Del Toro en Seixas om de derde plaats, en het gevecht tussen Martinez en Skjelmose om de vijfde plaats. Maakt een interessante koers op de Galibier wat onwaarschijnlijk, maar goed, het blijft een merkwaardige sport natuurlijk! De eerste negen kilometer van de afdaling zou ik als vrij pittig willen omschrijven. De weg is niet ontzettend breed en het is vooral heel erg bochtig. De nodige haarspeldbochten, maar ook genoeg andere bochten. We rijden door een prachtige omgeving, maar daar zal weinig aandacht voor zijn onder de renners. Het gaat ook nog eens redelijk steil naar beneden, hoewel de andere kant wel nog net een tikkeltje steiler is. Vooral in het begin komen we enkele haarspeldbochten tegen, met je tong uit je mond na zo'n ontzettend lange klim moet je nog steeds bij de pinken zijn om jezelf op een veilige manier door de afzink te navigeren. Na het begin wordt de afdaling wel steeds iets makkelijker, het venijn zit in het eerste stuk. Na negen kilometer in dalende lijn bereiken we de Col du Lautaret, hier sloegen we in 2022 nog linksaf om verder af te dalen en daarna te beginnen aan de iconische Granon. Daar deelde Vingegaard een enorme oplawaai uit aan Pogacar, ik mis die tijden. Vandaag slaan we rechtsaf, waarna we de Lautaret af gaan dalen in de richting van Le Bourg d'Oisans, we gaan weer terug richting de startplaats van de rit.




Na 119 kilometer bereiken we de Col du Lautaret, op een kleine 50 kilometer van het eind. We slaan hier rechtsaf, komen op een bredere weg terecht en vanaf dat moment wordt de afdaling een stuk makkelijker. Op de Col du Lautaret, op een hoogte van 2,100 meter, is de Jardin botanique alpin gevestigd. Deze plantentuin, ook Jardin d'altitude des cinq continents genaamd, maakt onderdeel uit van het Station alpine Joseph Fourier. In deze tuin worden planten uit de Alpen, de Kaukasus, de Andes, de Himalaya en de poolstreken gekweekt. Niet al te lang geleden reden we ook nog eens via de Lautaret omlaag richting Bourg d'Oisans, maar dan wel in een andere koers. In de Vuelta van vorig jaar kwamen we hier voorbij, tijdens die koers gingen we van start in Italië en op dag vier zouden we van Susa naar Voiron rijden. Dat werd een regelrechte floprit, ondanks het feit dat we door de Alpen reden eindigde de rit alsnog in een sprint. En in die sprint profiteerde Ben Turner van gestuntel bij Alpecin, maar daar hebben we het een paar dagen geleden al over gehad. Philipsen heeft inmiddels de fout rechtgezet in Voiron. Tijdens de vierde rit van de Vuelta van vorig jaar reden we vanuit Briançon naar de Lautaret, om op de top van die klim niet zoals te doen gebruikelijk af te slaan richting de Galibier. Nee, we reden rechtdoor en begonnen daarna aan een lange afdaling. Nu slaan we rechtsaf, omdat we van de Galibier afkomen, maar na die bocht beginnen we aan dezelfde tocht als in de Vuelta van vorig jaar. Het is een weg omlaag die we toch niet vaak zien passeren in koers, voor de Vuelta van 2025 waren we hier voor het laatst in de Tour van 2011, toen we ook op weg waren naar Alpe d'Huez. Een klein stukje uit de voorbeschouwing van de Vuelta van vorig jaar: Aan het eind van de eindeloze afdaling gaan we nu passeren aan de voet van die klim, een klim die we volgend jaar waarschijnlijk weer in de Tour zullen zien. Misschien dalen we dan ook wel weer op deze manier af, wie zal het zeggen. Nou, zaten we er dus weer BOENK op. Voorbij de Col du Lautaret gaan we verder met de schrikbarend lange afdaling, nadat we voorbij de Galibier al negen kilometer hebben gedaald gaat het nu nog eens meer dan 20 kilometer verder omlaag in de richting van Le Bourg d'Oisans. Al komen we daar nu niet uit, de afdaling stopt vandaag voor ons in Mizoën. Het is best een bizarre afdaling, zodra we de Lautaret gepasseerd zijn. Bizar in de zin dat we direct na de top van de Lautaret geen enkele serieuze bocht tegenkomen. De weg is enorm breed en meestal voorzien van goed asfalt, al valt er her en der een scheurtje in het wegdek waar te nemen. Het gaat vooral heel geleidelijk omlaag, al komen we na een paar kilometer ook een zone met wat haarspeldbochten tegen waar het eventjes aan een procent of zes zal dalen. Die haarspeldbochten zijn evenwel enorm breed, je kunt hier met een vrachtwagen zonder te remmen lachend doorheen. De omgeving is wonderschoon, de Alpen kunnen best aangenaam zijn. In de buurt van het dorpje Villar-d'Arêne is het enige deel van de afdaling waar we aan meer dan 5% naar beneden rijden voorbij, voorts gaat het alleen nog maar aan een procent of vier of zelfs minder dan dat omlaag. We komen wel wat bochtenwerk tegen, maar de meeste bochten zijn heel breed en lopen heel subtiel naar links of rechts. Ik zie geen enkele lastige bocht, je kunt hier zonder te remmen aan meer dan 100 per uur naar beneden knallen. Een waanzinnig snelle afdaling, zonder enige lastigheidsgraad. Na een tijd komen we wel weer een paar nieuwe haarspeldbochten tegen, maar de weg blijft breed en het gaat zeker niet steil naar beneden. Na die strook met wat haarspeldbochten duikt het peloton een langere tunnel in, buiten de tunnel scheren ze langs wat fraaie rotswanden af. Ze komen daarna nog een tunneltje tegen, waarna ze passeren in het dorpje La Grave. De omgeving wordt er voorlopig niet lelijker op, de afdaling niet lastiger. Voorbij dit wintersportoord karren we verder omlaag over een brede weg door een rotsachtige omgeving, het gaat hier een tijdje bijna volledig rechtdoor. We komen langs de Romanche terecht en we betreden even later de kloof van deze rivier, jeetje, het is best mooi hier. De afdaling was overigens al niet erg uitdagend, maar na een kilometer of 12 in dalende lijn is het helemaal gedaan, dan rijden we echt rechtdoor langs de Romanche, vals plat omlaag. De grootste uitdaging zit nog in het feit dat de renners door meerdere tunnels moeten rijden, verder is er genoeg tijd om te genieten van het decor. Ik zie rotswanden, ik zie het riviertje soms in beeld, ik zie ook een lange, rechte, vals platte weg omlaag. Een paar haarspeldbochten in de eerste 12 kilometer van de afdaling en dat was het verder, het stelt echt niets voor. Daarna rijden we een tiental kilometer vooral rechtdoor heel minimaal omlaag, waarna we uit gaan komen bij het Lac du Chambon. Een kicken meertje, langs het meer loopt de weg na meer dan twintig kilometer in dalende lijn een kilometer of twee vals plat omhoog. Langs het meer komen we ook weer een paar tunneltjes tegen, buiten de laatste tunnel bereiken we een kruispunt waarover ik vorig jaar schreef dat je daar rechtsaf had kunnen slaan om via Mizoën over de Col de Sarenne te rijden. Dat deden we toen niet, maar, geloof het of niet, dat gaan we nu wel doen. Soms komt het zo uit. Als Gouvenou kon lezen had ik zomaar geloofd dat ik hem heb geïnspireerd.





Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator zaterdag 25 juli 2026 @ 07:00:44 #2
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221424493
Na een eindeloze afdaling, die op het eerste deel voorbij de Galibier na niets voorstelt, bereiken we nu de finale van de rit, en de finale van de Tour. In de buurt van het befaamde Les Deux Alpes, waar eeuwig fenomeen Marco Pantani in 1998 de volledige tegenstand op een hoop reed, rijden we langs het Lac du Chambon. Hier reden we vorig jaar over de stuwdam heen, om nog wat verder af te dalen richting Le Bourg d'Oisans. Dat doen we nu niet, langs het stuwmeer duiken we na de passage in de Grand Tunnel du Chambon bijna meteen rechtsaf een andere weg in. Deze weg loopt direct loodrecht omhoog, we gaan beginnen aan de Col de Sarenne. Na de lange afdaling resteren er 27 kilometer, in de laatste 27 kilometer van deze laatste bergrit rijden we voornamelijk omhoog. We gaan naar Alpe d'Huez toe, maar dan wel via een weg die we eigenlijk niet kennen. Na de bocht naar rechts begint de Col de Sarenne, een beklimming van buitencategorie. De komende 12,8 kilometer gaat het aan 7,3% gemiddeld omhoog, maar dat gemiddelde geeft niet het hele verhaal weer. In de eerste kilometer van de klim gaan we meteen aan 9,5% omhoog, al houden mijn vrienden van Altimetrias het zelfs op een kilometer aan 11%. Stroken tot 13%, een brede weg loopt via een aantal haarspeldbochten loodrecht omhoog naar het dorp Mizoën. Na een afdaling van 30 kilometer is dat even schakelen, er is bijna niets ergers dan na een lange afdaling direct aan 10% te moeten klimmen. De Sarenne begint op een weergaloze manier, ook qua omgeving. De renners kijken na een aantal van die haarspeldbochten uit op het stuwmeer van Chambon, in de omgeving vinden we ook weer de nodige fraaie bergtoppen. Na 144 kilometer koers rijden we door het dorp Mizoën heen, in het dorp wordt de weg iets smaller en we komen hier wat bochtenwerk tegen. Terwijl de renners over meerdere drempels rijden vlakt de klim nogal af, in het centrumpje van Mizoën loopt de weg zelfs even een paar meter naar beneden. Buiten het dorp loopt de weg dan weer voorzichtig omhoog, alles bij elkaar komen we daarom op een kilometer uit met een gemiddelde van 3,5%. In de volgende kilometer gaat het slechts aan 5,4% omhoog, maar dat heeft dan weer te maken met een korte afdaling. De weg is buiten Mizoëns weer breed en zonder dat we veel bochtenwerk tegenkomen gaat het een half kilometertje omlaag. We rijden vervolgens via een brug over de Ferrand heen en aan de andere kant van dit stroompje loopt de weg meteen weer loodrecht omhoog. Voorbij deze brug gaan we twee kilometer moeten klimmen aan 9,5%, met een steilste strook tot 14%. De Sarenne begint grillig, maar als het omhoog gaat dan gaat het ook echt omhoog. Na een bijzonder steile strook komen we uit in Clavans-en-Haut-Oisans, in dit dorpje vlakt de klim tijdelijk af. We reden een tijdje via wat haarspeldbochten door de natuur heen, weg van het stuwmeer van Chambon. Nu slaan we na die steile twee kilometer linksaf een andere weg in, een weg die langs Clavans-le-Bas en Clavans-le-Haut zal voeren. In deze omgeving gaat het anderhalve kilometer wat minder steil omhoog, we kunnen een kilometer aan 4% en eentje aan 3% noteren. De Sarenne blijft onregelmatig, in Clavans-le-Bas is het zelfs even een paar meter volledig vlak, terwijl de brede weg hier tijdelijk wat smaller wordt. We slingeren tussen de huisjes van dit gehucht door, om daarna weer over een bredere weg verder te klimmen naar Clavans-le-Haut. Het gaat wat meer rechtdoor in de vallei van de Ferrand, waarna we na zes kilometer klimmen uitkomen in Clavans-le-Haut. Hier slaan we linksaf en daarna begint zeven kilometer van de top de Col de Sarenne pas echt. We komen op de Route du Col de Sarenne terecht na een terugdraaiende bocht naar links, de brede weg verruilen we voor een smaller exemplaar en deze smallere weg loopt in de resterende zeven kilometer van de klim gemiddeld aan 8,5% omhoog. De klim wordt vanaf nu steeds wat zwaarder. We beginnen voorbij Clavans-le-Haut met een kilometer aan 7,5%, terwijl we via een paar haarspeldbochten door de bossen rijden. Even verderop komen we dan weer een kapelletje tegen, als het in de volgende kilometer aan 7,7% omhoog gaat kunnen de renners misschien wel van de gelegenheid gebruik maken om een kaarsje te branden. In de kilometer die volgt gaat het volgens de organisatie aan slechts 6,5% omhoog, de AltimetriasGoden houden het hier ook gewoon op 7,5%. Die 7,5% lijkt mij te kloppen, de organisatie heeft hier waarschijnlijk een klein tikfoutje gemaakt. Drie kilometer achter elkaar aan 7,5% dus, al rijdend over een smalle weg door de bossen. De weg voert naar Le Perron en hier beginnen we aan het formidabele slotstuk van de Sarenne. We komen voorbij het gehucht Le Perron een zone vol haarspeldbochten tegen en in deze zone gaat het drie kilometer aan 10% omhoog, met talloze stroken boven de 10%. De zone van de waarheid. We rijden het bos uit en komen in een wat kalere omgeving terecht. Er staan hier bordjes langs de kant van de weg, als we op vier kilometer van de top aan de steile strook beginnen houdt zo'n bordje het op een kilometer aan 8,7%, dat klinkt dan weer minder dan 9,7%. Enfin, nog steeds lastig, we rijden een ruig landschap vol rotsen binnen en daar volgt de ene steile haarspeldbocht razendsnel de volgende op. Door een schitterend ruw decor gaat het in de volgende kilometer wel echt aan 10% omhoog, we rijden voorbij de haarspeldbochten een tijdje wat meer rechtdoor, scherend langs de afgrond. In dit ongerepte natuurgebied komen we steeds hoger uit, we kijken inmiddels op de bergen in de omgeving. We rijden ook langs wat rotswanden af, terwijl we in de voorlaatste kilometer van de klim aan 10% blijven klimmen. We komen uit in de laatste kilometer van de klim en hier gaat het volgens het bord langs de kant van de weg aan 10,5% omhoog, terwijl de organisatie het dan weer op 7,5% houdt. Altimetrias zegt dan weer 9%, met een strook tot 14%. De meningen zijn verdeeld, maar iedereen zal het erover eens zijn dat het hier heel zwaar is. Heel mooi ook, de Sarenne is een pracht van een klim. Een stuk mooier dan dat afgrijselijke Alpe d'Huez, in ieder geval. Via een tweetal laatste haarspeldbochtjes rijden we omhoog door de vrij lege omgeving gevuld met rotsblokken, het zicht op de vallei in de diepte en de bergen in de verte is grandioos. We draaien richting de top wel weg van dit uitzicht, we nemen een bochtje naar rechts en komen daarna meer tussen de bergweides terecht. Na 156,5 kilometer, op 14,5 kilometer van de aankomst, komen we vervolgens boven op de Sarenne.






De Col de Sarenne is een beklimming van de buitencategorie, eentje die na 12,8 kilometer aan 7,3% geklommen te hebben eindigt op een hoogte van 1999 meter. Een buitengewoon fraaie klim, al ligt de top dan weer net voorbij het mooiste gedeelte. Voor het eerst in de Tourgeschiedenis rijden we omhoog over de Sarenne, het is in die zin een debuut. Al hebben we de Sarenne wel al eerder in de Tour zien passeren, maar dan als afdaling. In de Tour van 2013, de honderdste editie van de ronde, reden we tijdens de 18e rit van Gap naar Alpe d'Huez. Het was de 100e editie en dus moesten er enkele speciale elementen worden toegevoegd aan het parcours. Toenmalig parcoursbouwer Jean-François Pescheux kwam met een briljant idee: wat nou als we een dubbele beklimming van Alpe d'Huez doen? Dat plan kon op de goedkeuring rekenen van alle betrokkenen, behalve de renners. Om een dubbele beklimming mogelijk te maken moest er gedaald worden over de Col de Sarenne. Om te testen of dit te doen was debuteerde de Sarenne in de Dauphiné van 2013, onderweg naar Superdévoluy reden we tijdens die rit over Alpe d'Huez omhoog om vervolgens naar de Col de Sarenne te rijden en langs die klim af te dalen. De renners waren niet onverdeeld enthousiast, en dus volgde er protest in aanloop naar de Tourrit van 2013. Onder meer Tony Martin liet van zich horen, hij vond het een schande. Maarja, het was de 100e Tour, en dus ging het feest toch door. De Dauphiné Libéré fungeerde vorige maand als ultieme test. Er werd voor de gelegenheid een nieuwe asfaltlaag over de Sarenne gegoten. De commentaren waren niettemin extreem negatief. ‘De weg is smal, oud en slecht onderhouden’, aldus Tony Martin. ‘Bovendien zijn er geen vangrails. Als je een bocht mist, stort je dertig meter naar ­beneden. Onverantwoord gewoon.’ We gaan nu omhoog over de Sarenne, dus deze argumenten zijn minder van toepassing, al moeten we voorbij de klim wel een kort afdalinkje afwerken. In meer dan honderd jaar Tour de France werd de Col de ­Sarenne nooit eerder ­beklommen. Daar moet een reden voor zijn, want de Sarenne ligt in het verlengde van Alpe d‘Huez en dat is natuurlijk een veelgebruikte klim. De reden staat op een bord naast de smalle weg: ­Route Pastorale. Een landelijk weggetje, dwars door een beschermd natuurgebied. We kunnen hier niet zomaar passeren, bleek ook wel toen het parcours van deze editie werd aangekondigd. Na het dalende werk in de Dauphiné en de Tour van 2013, een passage die uiteindelijk ondanks alle ophef zonder problemen verliep, keerden we in de Dauphiné van 2017 terug naar de Sarenne. Toen zouden we voor het eerst omhoog rijden over dezelfde weg als nu. Ik zou daar veel over kunnen vertellen, maar ik kan ook gewoon Jelle Vanendert het werk voor me laten doen. Jelle heeft een interviewtje gegeven aan Het Nieuwsblad, waarin hij zijn mening geeft over deze etappe en uitleg geeft over zijn rol die ene keer dat we hier in de Dauphiné omhoog reden. Hij begint met een vergelijking tussen het parcours van de Marmotte en het parcours van deze rit, specifiek het verschil tussen omhoog rijden via de normale variant van Alpe d'Huez of de Sarenne. “De Sarenne maakt de opdracht alleen maar moeilijker”, weet Jelle Vanendert, die de Col de Sarenne in 2017 beklom tijdens de zevende rit van het Critérium du Dauphiné. Ook toen lag de streep waar ze zaterdag ligt, na nog 3,7 klimmende kilometers op de flanken van Alpe d’Huez. “Waarom zeg ik dat? Omdat na de beklimming van de Col du Galibier minder vlakke kilometers zullen volgen in vergelijking met La Marmotte. Er is dus minder tijd om te recupereren. Na de tunnel aan het Lac du Chambon zet het traject niet - zoals gewoonlijk - koers naar de vallei waar startplaats Le Bourg d’Oisans ligt, maar draait men onmiddellijk rechtsop naar het dorpje Mizoën.” Scherpe observatie, Jelle! Een abrupte beweging die pijn zal doen aan de reeds verzuurde rennerskuiten. “Vooral omdat de openingskilometer van de Sarenne meteen een stijgingspercentage van 9,5 procent aantikt. Ook de laatste vier zijn loodzwaar”, aldus Vanendert, die zich voorts slechts flarden van de beklimming (12,8 km aan 7,3%) herinnert. Weinig herinneringen, dat is dan weer jammer. Al heeft hij wel nog een smakelijke anekdote voor ons in de aanbieding! “Ik weet nog dat ik meedeed om de ritzege (Jelle eindigde vierde, red.), maar dat de Spanjaard Herrada en ik elkaar het wit uit de ogen keken. Omdat we beiden ‘ezelden’, reden twee Britten van ons weg: Peter Kennaugh, die later de rit zou winnen, en Ben Swift. Dus ja, ik werd op de Sarenne zowaar gelost door een sprinter (lachje). Geklopt door Kennaugh en erger nog, door Ben Swift. Omdat hij aan het ezelen was, je zou voor minder, ja mannekes, amai, jawadde.




Na de aankondiging op de laatste Tourpresentatie wilden natuurverenigingen een nieuwe passage over de Sarenne verhinderen. Hoewel ze bijna 16.000 handtekeningen verzamelden, kreeg Christian Prudhomme toch zijn zin. Maar niet zonder dat de Tourbaas water bij de wijn deed. Zo zal de doortocht door het kwetsbare landschap plaatsvinden zonder toeschouwers. Ook krijgen enkel voertuigen die strikt noodzakelijk zijn voor de ondersteuning van de renners toegang en mogen helikopterpiloten niet binnen een straal van 500 meter langs de rotswanden vliegen. Dit om jonge lammergieren niet te storen. Prudhomme toonde zich de afgelopen weken echter van zijn creatiefste kant. Zo wist hij het verbod op toeschouwers om te buigen tot een marketingtroef. Hij liet geen kans onbenut om het scherpe contrast tussen de “gekte en hartstocht op vrijdag” op de 21 haarspeldbochten naar Alpe d’Huez in de verf te zetten versus de “stilte van de Sarenne op zaterdag”. Geen toestanden zoals we ze gisteren hebben gezien, op de Sarenne bent u niet welkom. Als je de zon wil zakken in de zee ben je hier sowieso op het verkeerde adres, natuurlijk. Oh cheerio! De fans kunnen zichzelf niet trakteren op een prachtig panorama op het Plateau d'Emparis en de toppen van het Massif des Ecrins, de renners kunnen dankzij het gebrek aan mensen om zich heen juist weer enorm genieten van het uitzicht. Voor ons, met onze dikke reet op de bank, levert een klim zonder fans vaak ook de mooiste beelden op. Dan zie je de klim pas echt, corona was wat dat betreft een openbaring. De weg door het beschermde natuurgebied werd voor de Dauphiné en de Tour van 2013 opgelapt, dat kostte de lokale overheid een slordige 500.000 euro. Ook nu hebben ze weer een hoop geld moeten investeren, niet in het minst omdat er vlak voor de Tour nog een aardverschuiving plaatsvond op de Sarenne. Na zware onweersbuien liepen er enkele modderstromen over de weg heen, daardoor verdween de helft van de weg. Schijnt nu weer opgelost te zijn, althans, ik heb er niets meer over gehoord. In Trouw lees ik dan weer dat er mogelijk toch toeschouwers te vinden zijn op de berg, wat is het nou? In dit Natura 2000-gebied aan de achterkant van de drukke Alpe d’Huez vinden we een toevluchtsoord voor allerlei soorten dieren die de drukte van de toeristische Alpencol vermijden. Het gaat dan onder meer om kor- en sneeuwhoenders en diverse andere hoenderrassen, die juist broeden in juli. Ook leven er steenpatrijzen, marmotten en diverse hagedissoorten. Als er in deze periode veel mensen langskomen zal dat zeer slecht zijn voor deze dieren, waarvan sommige zeer zeldzaam en kwetsbaar zijn, met name het sneeuwhoen. Het is belangrijk om te weten dat zij op de grond nestelen. Hun nesten lopen het risico vertrapt te worden en hun jongen om in de steek gelaten te worden, eigenlijk is het dus een enorme schande dat we hier passeren. De kleine weg, waar men 20 twintig kilometer per uur mag rijden, is vooral bedoeld voor inwoners van de paar huizen die er staan, niet voor de Tour! Gelukkig neemt de organisatie tal van maatregelen, zo worden de gebieden waar kwetsbare vegetatie groeit afgezet met touwtjes, dat gaat indruk maken. De reclamekaravaan komt ook niet voorbij, dat scheelt dan weer mensen die elkaar op hun muil willen slaan. Nouja, hoe dan ook, we zijn wel op de Sarenne. Een wens van de organisatie, ergens ook wel een logische wens. Prachtige klim, ideaal te combineren met een iconische aankomst als Alpe d'Huez. Het jammerlijke is vooral dat we nu twee dagen achter elkaar naar Alpe d'Huez gaan, maar zo'n compromis was blijkbaar onvermijdelijk. Men wil de normale aankomst op Alpe d'Huez, want dat is een van de belangrijkste marketingtools van de Tour. En men wil de Sarenne, om op die manier te vernieuwen. Alleen de vernieuwing was wat mij betreft genoeg geweest, ik hoop de normale weg omhoog naar Alpe d'Huez nu heel lang niet meer te zien. Ondanks redelijk wat oplapwerk schijnt het asfalt hier overigens nog steeds niet fantastisch te zijn. Helpt ook niet mee dat de rotsen in de omgeving regelmatig afbrokkelen, er ligt hier in het dagelijks leven nogal wat troep op de weg. Speciaal voor de Tour zullen ze de boel wel even komen vegen, maar slecht asfalt zorgt er sowieso altijd voor dat een lastige klim nog wat lastiger wordt.




Zo is de Col de Sarenne altijd omgeven door controverse. De organisatie wil zo graag, maar de renners, het weer en de omwonenden werken niet mee. Toch is de Tour machtig, blijkt wel weer. Het is ze gelukt, we zijn op de Sarenne en we laten ons zelfs niet tegenhouden door een aantal modderstromen. Na de beklimming van de Col de Sarenne volgt er een korte afdaling, het gaat richting de finish in Alpe d'Huez voorbij de Sarenne eerst een drietal kilometer aan bijna 8% omlaag. Ook over dit stukje in dalende lijn heeft Jelle Vanendert een mening: Voorts weet ik nog dat het wegdek niet wauw was, ook niet breed en dat de afdaling allerminst een cadeau was. Door de talloze bochten is die erg technisch. Met een klimmend intermezzo van een drietal kilometer voor de tweede duik, die je naar de rand van Alpe d’Huez brengt. Het is zo’n typische afdaling die je uit je ritme haalt om vervolgens weer hoogtemeters op te pikken. Want finaal krijg je nog bijna 4 kilometer boven de zes procent te verwerken. Als je goed bent, maal je die slotkilometers af op het buitenblad. Wie echter slecht is, moet hopen dat de man met de hamer niet achter één van de vijf resterende bochten schuilgaat”, waarschuwt de winnaar van een Touretappe op Plateau de Beille. Oja, Vanendert won ooit een rit in de Tour, hilarisch was dat. Taus is een fenomeen. Via Streetview een beetje door de afdaling klikkend valt me op dat het in het eerste stuk voorbij de klim nog niet zo technisch is. Prima te doen, maar na een tijd wordt het wel wat technischer. Een aantal snelle bochten kort achter elkaar, ja, dat ziet er niet heel wauw uit inderdaad. Het wegdek is ondertussen ook nog steeds niet perfect, het is blijkbaar een weg die zelfs niet op te lappen is al smijt je er een half miljoen tegenaan. Opletten voor wat steentjes, op sommige plekken zou het zelfs op gravel moeten lijken. Toch komen de renners nog goed weg, ze hoeven nu maar drie kilometer te dalen. In 2013 moesten ze langs de andere kant van de klim een stuk langer dalen, en dat ging ook. Je hebt in ieder geval wel zicht op de weg, het terrein blijft open. Na deze korte maar pittige afdaling begint de weg vervolgens weer omhoog te lopen, we rijden een kilometer of drie omhoog naar het Altiport van Alpe d'Huez. De weg voert nog steeds door een vrij lege omgeving, het is een plateauweg. Die plateauweg loopt een kilometer aan 3% omhoog, gevolgd door een kilometer aan 4%. Echte Pogacarstroken, zo'n strook waar hij je de nek omdraait. Ook een strook waar Remco weer terug kan keren als hij onderweg een keer gelost is. In de derde stijgende kilometer komen we op een gemiddelde van 2% uit, al is het hier eigenlijk iets lastiger. Paar meter in stijgende lijn, paar meter in dalende lijn, zonder gevaar ditmaal, en dan weer een stukje omhoog. We rijden bijna continu over gevlekt asfalt, dat ziet er toch vrij armoedig uit. Wel duidelijk dat we door een skigebied rijden, zo fietsen we onder een skilift door. Voorbij het altiport betreden we na 164 kilometer Alpe d'Huez, we bevinden ons hier op een kilometer of zeven van het eind.




Voorbij het altiport rijden we het hellegat Alpe d'Huez binnen en hier verruilen we de slechtere weg voor een weg met beter asfalt. We gaan beginnen aan een afdaling die gaat duren tot op 3,7 kilometer van het eind, dit wordt ook wel weer een gekke afdaling. De weg is breder en beter, maar we dalen wel af door een wintersportoord. Hier komen we een weg met wat paaltjes tegen, meteen in het begin. Daarna rijden we een soort parkeergarage binnen, de renners rijden door een tunnel en hier komen ze een paar bochtjes tegen, best link. Daarna beginnen we aan een zone met wat haarspeldbochten, tussen alle lelijke appartementencomplexen in slingeren we zo over een brede weg omlaag. We dalen af aan een procent of vijf, dat valt dan nog wel mee. Na een paar brede haarspeldbochten achter elkaar verlaten we Alpe d'Huez tijdelijk weer, we rijden buiten dit oord weer wat meer rechtdoor op een brede weg langs wat rotswanden af. Boven op die rotsen staan dan weer hotels en chalets, heel ver weg is Huez dan ook weer niet. Voorlopig is het nu weer makkelijk dalen, we komen alleen wat flauw bochtenwerk tegen. Op vijf kilometer van de finish volgt dan weer een waanzinnig brede haarspeldbocht, dat is een eenvoudige bocht dus. Een paar meter later volgt een tweede haarspeldbocht, deze is net zo breed en net zo makkelijk. Hierna rijden we rechtdoor richting de slotklim, we slaan aan het eind van de afdaling rechtsaf en daarna bereiken we op 3,7 kilometer van de aankomst het restant van de klim van Alpe d'Huez. Gisteren waren we hier al eens, gisteren schreven we geschiedenis. Een record dat niet verbroken mocht worden is verbroken, we keren terug naar de plaats delict. Volgens het roadbook heeft men de weg voorbij de bocht naar rechts tot aan de finish afgezet met hekken, ze hadden gisteren beter de volledige klim kunnen afzetten. Enfin, in de laatste 3,7 kilometer van de rit gaan we op de normale manier omhoog. We hebben dit gisteren al kunnen zien. We beginnen direct na de afdaling wel nog met een lastige kilometer aan 9%, maar daarna klimmen we tot aan de finish verder aan 5%. Het venijn van Alpe d'Huez zit in het begin, maar het begin slaan we nu juist over. Richting het eind wordt de klim steeds vlakker, in de slotkilometer kom je niet boven de 5% uit. In de allerlaatste meters van de rit wordt het zelfs bijna volledig vlak. Dat kan ik nog uitgebreider beschrijven, maar het mag zeker na gisteren geen verrassingen opleveren. Eén klein strookje aan 9% om het verschil te maken, daarna wordt het lastig. Tenzij je Pogacar bent, dan kun je de tegenstand ook gewoon op een lullige strook aan 5% zonder überhaupt op te staan uit het wiel kletsen. Na 170,9 kilometer eindigt de etappe op exact dezelfde plek als gisteren, twee keer dezelfde aankomst. Een andere weg naar de aankomst toe, maar alsnog. We zijn wederom in Alpe d'Huez, het skidorp en het grote wintersportgebied in de Franse Alpen. Het ligt op 1860 meter hoogte, op de zuidwestflank van de Pic Blanc. Het ligt in het bergmassief van de Grandes Rousses, een massief in het zuidwesten van de Alpen, in het departement Isère. Het skidorp ontstond in de jaren 1920 en 30 op de voormalige alpenweides van het lagergelegen Huez, en is daarmee een van de oudere skioorden van Frankrijk. Het wintersportgebied strekt zich uit over verschillende gemeenten en telt naast Alpe d'Huez nog enkele skidorpen: Auris, Villard-Reculas, Oz en Vaujany. Het hoogste punt ligt op 3330 meter. Alpe d'Huez telt zo'n 110 skipistes, goed voor 250 kilometer. Er zijn meer dan 60 skiliften in gebruik. Het is een van de 10 grootste skigebieden van Frankrijk. Zomaar wat feitjes van wiki over deze plek waar je het liefst niet over zou schrijven. Goed, in ieder geval geen bocht 7 vandaag, dat scheelt alweer. Alleen krijgen we nu al het volk samengepakt in de laatste vier kilometer van de klim, ik weet niet in hoeverre dat allemaal een succes gaat worden. Wel bijzonder, in 1952 debuteerde Alpe d'Huez en Fausto Coppi was toen als eerste boven. Daarna keerde de klim meer dan 20 jaar niet terug, heerlijk moet dat zijn geweest. Tot we in 1976 wel terugkeerden, ONZE Joop Zoetemelk won en sindsdien kwam de Alpe d'Huez bijna jaarlijks voorbij. Doe nu maar weer een keer 20 jaar niet, ik weet niet of we van deze overdosis gaan herstellen. Het record op de klim stond sinds 1995 op naam van Marco Pantani, maar nu hebben we de naam van Pogacar helaas nog eens toegevoegd aan de geschiedenisboeken. We hebben wederom iets belachelijks gezien, maar het meest belachelijk blijft toch altijd hoe men het toch maar weer zonder gemor weet te accepteren. Men praat het zelfs goed. Beter materiaal, betere training, betere voeding, de eeuwige smoesjes worden meteen weer van stal gehaald. Zelf spelen we al vals bij een potje kaarten waar niets op het spel staat, de allerbeste wielrenner ooit zou dan natuurlijk weer zuiver op de graat zijn, klinkt logisch. Anyway, Alpe d'Huez dus. Daar waar Demi Vollering in de Tour de France Femmes van 2024 een rit won. Het eindklassement won ze dan weer net niet. Ze begon met een stevige achterstand aan de slotrit, een achterstand die ze opliep bij een valpartij. Haar team liet haar achter, het was SD Worx in optima forma. De achterstand kon ze grotendeels goedmaken door samen met Pauliena Rooijakkers weg te rijden van de rest tijdens de slotrit met aankomst op Alpe d'Huez. Leidster Niewiadoma werd op achterstand gezet, maar uiteindelijk hield ze na een razend spannende strijd vier secondjes over. Wielrennen kan spannend zijn, ja. Het kan een secondenspel zijn, serieus.





In Le Bourg d'Oisans, aan de voet van Alpe d'Huez, wordt het 25 graden. Er is gedurende de hele dag kans op regen, ojee. Dat zou alle afdalingen onderweg een stuk gevaarlijker maken, vooral op de Sarenne heb je dan plots een probleem. Een nat pak lijkt tot de mogelijkheden te behoren, terwijl het ondertussen wel zo goed als windstil zal zijn. Een heel minimaal zuchtje wind uit het zuidwesten, beetje rugwind in de laatste kilometers tot aan de finish. Boven op Alpe d'Huez is het een paar graden frisser, we houden 22 graden over. Ook daar kans op regen, logisch, hemelsbreed een paar kilometer van Le Bourg d'Oisans. Hopelijk blijft het droog, maar sta niet gek te kijken als we ineens druppels op de camera zien verschijnen. Die druppels zullen mogelijk vroeg in beeld komen, er is zowaar eens sprake van een vroege start. De renners hebben deze Tour heerlijk kunnen uitslapen, maar nu worden ze ineens om 11:20 aan het vertrek verwacht. Na een korte neutralisatie van tien minuten beginnen we om 11:30 echt aan de rit en dit begin van de rit wil je zien. Binnen een paar kilometer beginnen we aan de Croix de Fer, dat mag je niet missen. Alle zenders zijn meteen live, de NOS begint om 11:15, Sporza zelfs al om 11:10. Bij Sporza is het dan wel weer zo'n dag dat je vanwege het heilige nieuws een keertje moet zappen naar Canvas en weer terug. Eurosport begint dan weer om 11:00, altijd vroeger dan de rest. De rit is niet buitengewoon lang, dus kun je bij een vroege start ook een vroege aankomst verwachten. Klopt, attentie! De aankomst wordt verwacht tussen 16:11 en 16:50. Dat zal ongetwijfeld een reden hebben, maar dat mag iemand anders uitzoeken.



De zwaarste bergrit van de ronde helemaal aan het eind, dat is normaal een enorm slecht idee. In een normale wereld had deze rit met meer dan 5000 hoogtemeters de koers de voorgaande weken volledig geblokkeerd, zoals we in de Giro wel eens hebben gezien. Dankzij Pogacar is daar geen sprake van, voor hem maakt het parcours niet uit, voor hem gelden de normale wetten niet. De allerlaatste bergrit voor het eind bewaren, ach, hij heeft op voorhand al een riante voorsprong van zeven minuten bij elkaar gesprokkeld. Dankzij de moderne manier van koersen, zeker als renners als Pogacar en Vingegaard aanwezig zijn, wordt er niet gewacht op de laatste rit. Alles ligt nu al zo'n beetje in een plooi, er blijft maar weinig spanning over. Ja, we kijken vandaag naar de strijd tussen Del Toro en Seixas, ze kunnen allebei nog op het podium eindigen. Skjelmose kan Martinez nog voorbij en zo vijfde worden. Pidcock, Carapaz en Jegat kunnen nog van plaats wisselen, maarja, dat boeit eigenlijk al niet. Het meest boeiende vandaag zal het gevecht om de bollentrui zijn, Carapaz en Paret-Peintre moeten op de Croix de Fer meteen in de aanval om punten te sprokkelen. Dat kan genoeg zijn, want ik heb eigenlijk niet het idee dat dit nog gaat uitdraaien op een rit voor de klassementsrenners. Voor UAE wordt het nog steeds moeilijk om deze rit te controleren, de ploeg is nog altijd niet volledig fit. Red Bull en Decathlon zullen na gisteren niet veel motivatie hebben. Dat biedt hoop voor de vluchters. Pogacar heeft al aangegeven dat hij vooral Del Toro naar het podium wil brengen, het kan wel eens een defensieve en gesloten laatste bergrit worden. Lijkt me dat de vlucht het vandaag gewoon gaat halen. En dan krijg je precies dezelfde mannen vooraan als de afgelopen dagen. Dit scenario kan alleen veranderen als iemand als Martinez weer meesluipt in de vlucht, hij zal nu geen voorsprong meer krijgen. Als per ongeluk de verkeerde klant in de kopgroep zit kan dit alsnog een rit voor de klassementsrenners worden, maar mijn idee is dat dit een enorme sof gaat worden. Geen oorlog op de Galibier, zoals in 2022. Pogacar zal ongetwijfeld demarreren op de Sarenne, hij kan zichzelf niet bedwingen, maar de kans is aanwezig dat de voorsprong van de koplopers ditmaal wel groot genoeg is. Laten we het hopen, anders wordt dit de zesde ritoverwinning en dat is ernstig onleuk. Nee, doe dan maar de vlucht. De bollen en een extra rit voor Carapaz, prima. Gaan een paar sneeuwhoenders voor dood, maar dan heb je ook wat. De Sarenne gaat wel leveren, de rest van de rit niet echt, ben ik bang. Seixas wekt ook niet de indruk dat hij het Del Toro moeilijk kan maken, Tourtje gaat een beetje uit als een nachtkaars zo. Deze rit had de grote apotheose moeten worden, het zal eindigen als een formaliteit. De organisatie is nog steeds niet bekend met Pogacar. Wij wel. Die lul kan hier zomaar weer winnen en met een volledig fitte ploeg was ik ook voor dat scenario gegaan. Nu hel ik toch maar over naar de vluchters, alleen al voor de variatie.
1. Carapaz. De bollen en de rit, dat zou dan nog een schrale troost zijn om met enige voldoening afscheid te nemen van deze Tour.
2. Kuss. Je gaat vandaag natuurlijk precies dezelfde namen vooraan zien, de mannen die we gisteren zagen zijn de mannen die nog benen hebben na drie weken Tour. Deze rit is loodzwaar, de vlucht gaat gevormd worden op de Croix de Fer, daar rijden natuurlijk exact dezelfde types weg.
3. Johannessen. Precies dezelfde namen, met uitzondering van Lenny dan, die zal wel niet mogen. Kom je daarna bij Tobias Johannessen uit, zo simpel werkt dat. Allemaal al dagen in de aanval, maar dat maakt niet uit, iedereen is moe en als jij gisteren nog in de aanval kon gaan ben je blijkbaar minder moe.
4. Pogacar. Die lul komt nog vanuit de achtergrond opstomen, maar vandaag is hij gelukkig net te laat.
5. Del Toro. Om ons graf nog verder aan te stampen verwacht ik een mindere dag van Remco, waarna Del Toro nog naar de tweede plek kan opschuiven in het klassement. Dat zou deze floptour helemaal afmaken.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221424589
Wat een profiel :9~

Al vraag ik me af of we nog andere namen zien dan gisteren (Pogi daargelaten, die zal wel rustig aan doen, toch??)
[b]Op dinsdag 9 september 2003 13:57 schreef Dr.Daggla het volgende:[/b]
[13:57:43] <@Daggla> ik weet ei'k ook niet wie corleone is.. Uit ER ofzo?
pi_221424596
Carapaz toch wel weer de favoriet denk ik.

Winst voor Del Toro zou erg mooi zijn _O_
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
pi_221424614
quote:
0s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 08:08 schreef TAmaru het volgende:
Carapaz toch wel weer de favoriet denk ik.

Winst voor Del Toro zou erg mooi zijn _O_
Del Toro lijkt me niet goed genoeg, of wel?
[b]Op dinsdag 9 september 2003 13:57 schreef Dr.Daggla het volgende:[/b]
[13:57:43] <@Daggla> ik weet ei'k ook niet wie corleone is.. Uit ER ofzo?
pi_221424666
Vroege finish vanwege de lange verplaatsing ga ik vanuit.
sig verwijderd door FA
pi_221424696
quote:
12s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 08:22 schreef mitt het volgende:

[..]
Del Toro lijkt me niet goed genoeg, of wel?
Dan moet hij inderdaad wel een uitmuntende dag hebben of Evenepoel moet minder zijn. Desondanks, zo'n licht oplopende en daarna vlakke laatste kilometer (want volgens mij is de finish gelijk aan gisteren), dat ligt hem op zich natuurlijk heel goed.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
pi_221424698
quote:
0s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 08:36 schreef Ambrosius het volgende:
Vroege finish vanwege de lange verplaatsing ga ik vanuit.
ze moeten met de TGV van Grenoble naar Parijs later vandaag
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  zaterdag 25 juli 2026 @ 09:15:55 #9
311468 Van_Poppel
Voormalig kopman van Gertje
pi_221424810
Hopelijk durft een Martinez of Skjelmose mee te gaan in de vroege vlucht. Dan kan het nog leuk worden.
  zaterdag 25 juli 2026 @ 09:20:48 #10
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221424833
Etappe 20 al weer
pi_221425053
Ik verwacht niks van de klassementsmannen. Er is voor de meeste weinig eer meer te behalen en Seixas tegen Del Toro gaat niet worden bepaald voor de winst. Pogacar gaat terughoudend rijden voor zijn ploeggenoot. Ik hoop verder wel dat Seixas iets gaat proberen op de Sarenne, maar het zal niet voor de winst zijn.

Carapa wil in de vlucht meezitten voor de bolletjes en dan zal de groep wel de zegen krijgen.
  zaterdag 25 juli 2026 @ 09:42:11 #12
262211 hhh38
Duistere driften en afgoderij
pi_221425092
quote:
0s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 08:44 schreef TAmaru het volgende:

[..]
ze moeten met de TGV van Grenoble naar Parijs later vandaag
Gaan ze niet vliegen? Dat is toch sympathiek.
  zaterdag 25 juli 2026 @ 09:45:14 #13
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221425120
Ik zag gisteren een filmpje van achter bij de ceremonie. Pogi tegen Karrepats, "Tomorrow you attack again and take the points for polka jersey right? Hope you can get it."
  zaterdag 25 juli 2026 @ 09:51:31 #14
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221425202
Ben benieuwd of teams nog hebben geslapen in dorp bij Alpe d'Heuz, de vorige keer zaten een aantal teams binnen tussen de harde muziek.
  Moderator zaterdag 25 juli 2026 @ 10:22:57 #15
358144 crew  capuchon_jongen
Belg
pi_221425590
Beklimmen ze die van dezelfde kant?
Ik ben een man met een onverklaarbare fascinatie voor capuchons. Ze zijn mijn tweede huid—altijd om me heen, altijd vertrouwd. Ik draag ze niet alleen, ik lééf erin. Het voelt magisch als iemand er zachtjes aan trekt, een speels moment vol onverwachte connectie. En als mijn capuchon ergens blijft haken? Pure vreugde! Een klein avontuur in het alledaagse, alsof de wereld me even vasthoudt. Capuchons en ik? Een onafscheidelijk duo
  Moderator zaterdag 25 juli 2026 @ 10:24:39 #16
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221425610
quote:
1s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 10:22 schreef capuchon_jongen het volgende:
Beklimmen ze die van dezelfde kant?
OP? De laatste 4 km's zijn hetzelfde.
pi_221425611
Ben benieuwd of Ayuso nog wat durft als hij zich weer wat beter voelt dan gisteren.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  zaterdag 25 juli 2026 @ 10:29:38 #18
187810 Szura
Kijk eens aan!
pi_221425636
twitter
Lekker zuipen, lekker dansen en daarna lekker neuken.
pi_221425662
quote:
0s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 10:29 schreef Szura het volgende:
[ x ]
En de randdebielen bij L'Equipe plaatsen dit volkomen kritiekloze stuk gewoon zonder blikken of blozen?
Bommen op alle wielerjournalisten, stelletje collaborateurs dat het zijn.
  Moderator zaterdag 25 juli 2026 @ 10:42:17 #20
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221425684
quote:
9s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 10:36 schreef Pistolero het volgende:

[..]
En de randdebielen bij L'Equipe plaatsen dit volkomen kritiekloze stuk gewoon zonder blikken of blozen?
Bommen op alle wielerjournalisten, stelletje collaborateurs dat het zijn.
Doe even normaal.
pi_221425710
quote:
9s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 10:36 schreef Pistolero het volgende:

[..]
En de randdebielen bij L'Equipe plaatsen dit volkomen kritiekloze stuk gewoon zonder blikken of blozen?
Bommen op alle wielerjournalisten, stelletje collaborateurs dat het zijn.
Er is weer iemand viesmad na drie weken UAE genot. :7
[b]Op dinsdag 9 september 2003 13:57 schreef Dr.Daggla het volgende:[/b]
[13:57:43] <@Daggla> ik weet ei'k ook niet wie corleone is.. Uit ER ofzo?
pi_221425727
quote:
1s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 10:42 schreef Slobeend het volgende:

[..]
Doe even normaal.
Boe-hoe.

Er is een ziekelijk gebrek aan haat richting UAE en Matxin. Al jaren.
pi_221425741
quote:
0s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 10:48 schreef Pistolero het volgende:

[..]
Boe-hoe.

Er is een ziekelijk gebrek aan haat richting UAE en Matxin. Al jaren.
een ziekelijk gebrek aan haat _O-
ja laten we nog meer haat de wereld in helpen

vind jij Gianetti erger dan een Bruyneel? of Vaughters? of Madiot? of Boogerd? of Kroon?
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  zaterdag 25 juli 2026 @ 10:54:23 #24
470661 maxi-mus
are you not entertained?
pi_221425752
Eindelijk eens lekker vroeg beginnen, genot.
pi_221425754
quote:
0s.gif Op zaterdag 25 juli 2026 10:50 schreef TAmaru het volgende:

[..]
een ziekelijk gebrek aan haat _O-
ja laten we nog meer haat de wereld in helpen

vind jij Gianetti erger dan een Bruyneel? of Vaughters? of Madiot? of Boogerd? of Kroon?
Ik vind jou het ergste van allemaal.
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')