abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator dinsdag 21 juli 2026 @ 04:43:45 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221395417
Etappe 16: Évian-les-Bains - Thonon-les-Bains, 26,1 km (ITT)

Zozo, nou nou, poe poe, de tweede week van deze Tour zit er ook alweer op. Nog maar een weekje te gaan! De tweede week was zeker niet de spectaculairste week, dat begon al meteen na de rustdag. In het Centraal Massief werkten we een heuvelrit af, met aankomst in Le Lioran. Het leek een dag voor UAE te worden, Pogacar wilde graag wraak nemen omdat hij twee jaar eerder had verloren in Le Lioran. Daarom werd zijn ploeg op kop gezet, wat de vluchters alle kans op deze ontnam. Carapaz liet zich evenwel niet afschrikken, hij demarreerde vanuit het peloton en hij reed een mooie voorsprong bijeen. Op de voorlaatste klim van de dag, de Pertus, hield hij land stand, maar vlak voor de top besloot Pogacar dan z'n aanval te plaatsen en hij reed het gaat binnen 10 seconden dicht. Dat was weer hallucinant, hij is 10% beter dan de rest en we mogen allemaal zelf beantwoorden hoe waarschijnlijk en geloofwaardig dat is. Arme Carapaz, het was hem gegund geweest. Al was hij al veel eerder bijgehaald als Del Toro zich die dag beter voelde, dat was de voornaamste reden waarom Pogacar wachtte met aanvallen. Uiteindelijk toch op tijd aangevallen om Carapaz terug te halen en daarna op de vals platte klim die volgde uitgelopen. Weer een ritzege, zijn derde al. Spannende Tour. Vingegaard probeerde niet eens meer te volgen, de rest al helemaal niet. Fysiek in de touwen, maar mentaal ook. Al mogen we dat niet zeggen als het over Evenepoel gaat, de Belg werd gelost, maar op het beter lopende stuk richting de finish keerde hij terug. Weerbaar! Wij moesten ook even weerbaar zijn, want nadien stonden er twee vlakke ritten op het programma. De eerste van de twee vlakke ritten werd verrassend gewonnen door Soren Waerenskjold. In de snelste rit ooit in de tot nu snelste Tour ooit zag hij in de sprint een gaatje, ging vroeg aan, niemand reageerde en zo kreeg hij min of meer de zege cadeau. Slim, maar ook broddelwerk van jongens als Philipen en Kooij. Tim Merlier zat een keertje ingesloten, maar een dag later kwam hij er weer vrolijk uit. In Châlon-sur-Saône pakte hij alweer zijn derde ritzege van de Tour, het was wel weer duidelijk dat hij de snelste was. Kooij en Philipsen zaten dicht, maar Merlier kloppen is geen sinecure. Al is hij nu wel naar huis, maarja, er zijn nu met wat pech geen sprints meer. Pech voor de sprinters dan, voor ons maakt het verder niet uit. Na twee vlakke ritten ging rit 13 van start met een lange, vlakke aanloop, om vervolgens de Vogezen in te duiken. Er reed een kopgroep van bijna 60 man weg en in die kopgroep zaten heel wat renners van Jayco. Er zaten ook heel wat sprinters bij, die weer strijd hadden geleverd om de puntentrui, toch wel het meest vermakelijke element van deze Tour. Hoewel rit 13 van Dole naar Belfort ook vrij vermakelijk was. Het werd aan het eind een mooi tactisch steekspelletje, waar we lang niet wisten wie de rit zou winnen. Onvoorspelbaarheid, dat voelt toch een stuk beter dan dominantie bergop en dominantie in de sprint. Het was Mauro Schmid die aan het eind van de rit na de beklimming van de Ballon d'Alsace wist weg te rijden met Harold Tejada. Pidcock zat ook in die kopgroep, maar hij moest overal op reageren, liet een keertje lopen en daarna waren die twee weg. In de sprint was het Schmid die Tejada wist te kloppen, dat was dan toch wel de vermakelijkste rit van de week.

De rit naar Le Markstein was alweer een stuk minder vermakelijk. Het had een leuke rit moeten zijn, met het debuut van de Col du Haag, maar UAE had weer andere plannen. Een leuk kopgroepje vooruit, lang bezig geweest om überhaupt vooruit te geraken, en dan zegt UAE nee. Her en der kregen ze zelfs hulp van andere ploegen, dat blijft helemaal bevreemdend. Enfin, aan het eind had Del Toro weer een mindere dag en dus besloot Pogacar weer te wachten. Hij had al lang kunnen aanvallen, maar dan zou hij ook de Mexicaan op achterstand rijden dat wil hij niet, want het zeer gretige UAE wil graag twee renners op het podium. Met Carapaz en Tobias Johannessen voorop wachtte vooral Carapaz hetzelfde scenario als in Le Lioran. Een dappere aanval, goed geprobeerd, maar aan het eind van de rit stuift Pogacar weer voorbij. Hij ging richting het eind van de Col du Haag in de aanval en weer had niemand überhaupt zin om te reageren. Hij vloog wederom naar de ritzege, zijn vierde. Weer hetzelfde verhaal ook: demarreren op de klim, klein kloofje slaan, dat kloofje stabiel houden en dan op een paar vals platte stroken naar de finish er alsnog 40 seconden van wegrijden. De dominantie van UAE en Pogacar zette door en daarvoor waren we ook bang tijdens de laatste rit van de tweede week, we trokken naar Plateau de Solaison, daar waar we nog nooit waren geweest, voor een echte aankomst bergop. Voor we aan die rit begonnen was er eerst een relletje, zowel Pogacar als Vingegaard waren midden in de nacht gecontroleerd en daar waren ze niet van gediend. Een schande, iemand uit zijn slaap houden. Nouja, nu blijkt dat er alleen midden in de nacht getest kan worden als er een serieuze verdenking is. Je hebt de handtekening van een rechter nodig en die krijg je niet zomaar. Al vind ik de geluiden momenteel wat verwarrend, want ook andere renners van andere ploegen zouden deze Tour al midden in de nacht gecontroleerd zijn. Hebben ze bij het ITA, het International Testing Agency dan daadwerkelijk aanwijzingen dat er valsgespeeld wordt, of willen ze vooral even een statement maken? De theorie achter een dopingcontrole midden in de nacht lijkt valide, je gaat dan net testen op het moment dat iemand normaal niet getest wordt en dat maakt de kans groter dat je iets gaat vinden. 's Nachts wanen renners zich veilig, misschien hebben ze wel net voor de controle iets gedaan wat niet door de beugel kan. Ze zijn bij ITA naar het schijnt op zoek naar groeihormonen, dat zou dan typisch zo'n dingetje moeten zijn dat je 's avonds inneemt en dat de volgende dag niet meer in je bloed en urine te vinden is. Naast het idee dat er allerlei andere producten vlak voor het slapen gaan in een microdosis worden ingenomen, waarna het 's ochtends niet meer te vinden is. Wordt vervolgd, me dunkt. Pogacar en Vingegaard waren in ieder geval niet blij, ze deden er met hun interviews alles aan om dit soort tests in de toekomst te voorkomen, wat mij dan extra reden zou geven om ze nóg vaker te testen, nóg vaker midden in de nacht. Het klinkt logisch om dit wat vaker te doen, alleen al om mogelijke valsspelers te ontmoedigen.

Met een boze Pogacar en een boze Vingegaard begonnen we aan de laatste rit van de tweede week en dat werd een memorabele rit, maar niet direct om de juiste redenen. Nadat het begin van de rit weer eens met een compact peloton werd verreden omdat Alpecin punten van Pedersen wilde afsnoepen bij de tussensprint kon het gevecht om de vlucht van de dag te laten ontstaan pas later beginnen. Uiteindelijk reed er na heel wat plussen en minnen, zessen en zevens een leuk groepje weg, maar ditmaal was het Visma dat andere plannen had. De mannen van Vingegaard kwamen op het idee om tempo te rijden op de Col de la Croisette, een heerlijke muur. Na deze Croisette, een klim die we vanaf nu hopelijk vaker zien, besloten ze gas te blijven geven om de kopgroep kort te houden. Campenaerts was teruggevallen vanuit de kopgroep en hij mocht op het vlakke het tempo gaan bepalen. Hij besloot zich in een stuk in dalende lijn vol door wat bochten te smijten en dat werd zijn kopman fataal. Bij een rotonde ging Campenaerts lelijk de mist in, al lag dag volgens sommige renners aan een motard die zelf ook een foute inschatting maakte. Hoe dan ook, Campenaerts vloog bijna uit de bocht, de trein van Visma achter hem moest ook flink corrigeren. Dat ging nog vrij goed, tot Vingegaard ineens onderuit schoof. Er lag aan de binnenkant van de vluchtheuvel in het midden van die bocht een reepje kasseien, wellicht reed hij daar net over. Wat de oorzaak ook was, hij viel, schoof door, kwam tegen de stoeprand aan en meteen was het klaar. De nummer twee van het peloton kon meteen de ambulance in, de DNF werd genoteerd. De renner die op de tweede plaats in het klassement stond mocht naar huis, een verlies voor de koers. Pogacar steekt er natuurlijk ver bovenuit, maar alsnog, met de aanwezigheid van een Vingegaard is er in ieder geval nog de illusie van concurrentie. Vingegaard had ook zijn mannen op kop gezet, hij had wilde plannen op Plateau de Solaison. Die plannen hebben we alleen nooit gezien. De renner die altijd eerste of tweede wordt in de Tour haalt nu voor het eerst het einde van de koers niet, sneu. Lag aan die nachtelijke test natuurlijk, daardoor was hij minder geconcentreerd! Een nieuw excuus was meteen gevonden om de heertjes vooral niet extra te controleren, maar daar trappen wij niet in. Del Toro ging bij diezelfde valpartij ook onderuit, maar hij viel op een ploeggenoot en dus had hij weinig last. Hij had ook Pogacar omver kunnen rijden, maar dat deed hij helaas niet. In het peloton wisten ze even niet wat ze moesten doen, maar er bleven toch ploegen rijden, Bahrein bijvoorbeeld, want in de kopgroep zat voor de zoveelste keer Tom Pidcock en dit leek voor de Brit weer een ideale gelegenheid om flink op te schuiven in het klassement. Hij kon natuurlijk ook voor de rit gaan, al moest hij dan wel afrekenen met een vliegende Simmons. De niet bijster sympathieke Amerikaan ging er al een keer vandoor op de Croisette, maar even later op de slotklim was hij ook meteen gaan vliegen. Simmons stevende misschien wel af op een ritzege, in een bergrit nota bene. Uiteindelijk werd er anders besloten door de andere ploegen. Red Bull-Bora besloot ook op kop te gaan rijden, terwijl een Pogacar nog op de steun kon rekenen van een uit de kopgroep teruggevallen Adam Yates. De onvermijdelijke versnelling volgde weer en verrassend genoeg zaten er twee renners op het wiel van Pogacar. Ploeggenoot Del Toro was erbij, ondanks mindere benen in de voorgaande dagen en ondanks het valpartijtje kort ervoor. Nog verrassender: Evenepoel zat op het wiel. De Belg had het zwaar gehad in Le Lioran en Le Markstein, twee keer gelost, twee keer met kunst en vliegwerk nog teruggekeerd, maar nu zat hij soeverein op het wiel. Lipowitz haakte dan juist weer af, net als Seixas. Met z'n drieën reden ze verder en dat werd een beetje een gek schouwspel. We zagen Pogacar op kop, op halve kracht. Hij probeerde een paar keer te versnellen, maar dan begon Del Toro meteen te roepen, dus moest Pogacar inhouden. En zelfs met dat inhouden liep hij nog uit op de hele wereld, minus Evenepoel. De Belg had plotseling, op het juiste moment, zijn klimmersbenen teruggevonden. Terug op zijn oude klimniveau, ineens ziet de Tour er voor hem heel anders uit. Zonder Vingegaard is die podiumplek ineens bijna een zekerheid. Met z'n drietjes reden ze door naar de aankomst, terwijl alle koplopers inmiddels waren ingelopen. Pogacar reed passief, hij reed alleen een strak tempo waarbij Del Toro niet hoefde te lossen. Kun je nagaan hoe ze er mee spelen, de gele man is op dit moment alleen maar bezig met het naar het podium loodsen van zijn ploeggenoot. Het computerspelletje wordt wederom op standje easy gespeeld, het is ontluisterend en ontnuchterend. Hoewel Evenepoel daar allemaal maling aan had. De Belg bleef mooi op het wiel, hij besloot te wachten op de sprint.

En een sprint kregen we. Del Toro probeerde de sprint nog te ontlopen, hij demarreerde in de laatste kilometer twee keer. Twee keer reageerde Evenepoel heel makkelijk. Had het signaal kunnen zijn voor Pogacar om het een keer te proberen, maar de Sloveen hield zich zowaar een keer in. Evenepoel ging dan maar zelf de sprint aan en Pogacar was wat traag met zijn reactie. Hij reed wel vlotjes naar het wiel, maar daar bleef hij zitten. Vol enthousiasme kwam Evenepoel als eerste over de finish, hij kent zijn klassiekers niet. Dit was Armstrong die Pantani liet winnen op de Ventoux, maar Evenepoel had het idee dat hij Pogacar op waarde had geklopt. Ja, Evenepoel had waanzinnig sterk gereden, nee, Pogacar haalde er niet alles uit bij de sprint. Waarom niet? Dat mag Joost weten. Het deed me denken aan die keer dat Roglic Evenepoel liet winnen in Catalonië, waarna Evenepoel zichzelf op zijn borst bleef kloppen met zijn fantastische sprint. Het is iemand die dingen soms niet helemaal in de gaten heeft, misschien wel omdat hij later is begonnen met wielrennen. Cadeautjes herkent hij niet, in zijn eigen hoofd wint hij altijd alleen maar omdat hij de beste is. Linksom of rechtsom, fijn dat Pogacar een keer een bergrit niet wint. Ook al was het een cadeautje, er staat alsnog een andere naam op het scorebord en daar waren we wel aan toe. Pogacar kan ook best een sprintje laten lopen en wat bonificatieseconden weggeven, want na het uitvallen van Vingegaard staat Evenepoel nu op de tweede plaats, op vijf minuten van Pogacar. Del Toro is voorlopig derde, op zes minuten van zijn ploeggenoot, daarna volgt Seixas (wisten jullie dat hij pas 19 is) en Lipowitz. De Duitser bewees zichzelf geen dienst op Plateau de Solaison, waar hij bergop in de voorgaande dagen beter leek dan Evenepoel was hij nu ineens in geen velden of wegen te bekennen. De interne strijd kan voorlopig opgeborgen worden, altijd tegen ons. De mannen van Lidl-Trek kwamen dan wel weer in elkaars gezelschap over de streep, al had Skjelmose tijdens een van de eerdere ritten meer tijd verloren. Hoe dan ook, zonder veel spanning trekken we naar de laatste Tourweek. Er staat geen maat op Pogacar, spannend gaat het niet meer worden. En toch moeten we blijven hopen dat de laatste week van de Tour een klein beetje leuk gaat worden. We trappen de laatste week af met een tijdrit, eentje met een 500-tal hoogtemeters. Daarna volgt er de laatste vlakkere rit van de Tour, eentje waarvan de meeste mensen verwachten dat het een dag voor de vlucht wordt. Nadien volgt de slechtste rit van deze Tour, de Unipuerto richting Orcieres-Merlette. En daarna gaan we twee dagen achter elkaar naar Alpe d'Huez, jippie. Minstens één ritzege voor Pogacar erbij, misschien wel twee. Om dan vervolgens af te sluiten in Parijs. Dit kan wel eens een bits weekje gaan worden. Laten we beginnen met de tijdrit. Evenepoel gaat hier keihard uithalen en dan wordt Pogacar nerveus, toch Karrel?




Daags na de rustdag gaat de eerste rit van de laatste week van de Tour de France van het jaar 2026 van start in Évian-les-Bains. Évian-les-Bains is een gemeente in het departement Haute-Savoie in de regio Auvergne-Rhône-Alpes. De plaats maakt deel uit van het arrondissement Thonon-les-Bains, toevallig de finishplaats van deze individuele tijdrit. Évian-les-Bains telde op 1 januari 2023 9.267 inwoners, volgens het roadbook zijn het er inmiddels 9.300. Voor de 15e keer zijn we in dit stadje, al is het behoorlijk lang geleden dat de Tour hier nog eens geweest, in 2000 voor het laatst. Toen ging hier een rit van start die zou eindigen in Lausanne, waar de altijd cleane Erik Dekker zou winnen. Die zege van Dekker was wel memorabel, het was zijn derde ritzege die Tour en hij bleef het sprintende peloton nét voor. Met de armen breed en een uiterst zelfvoldane blik kwam hij over de finish, je mag natuurlijk ook trots zijn als je volledig clean drie keer een peloton vol pakhazen in de luren weet te leggen. Voor de laatste aankomst in Évian-les-Bains moeten we zelfs nog verder de geschiedenis in, in 1979 kwam hier voor het laatst een rit aan. Bij die gelegenheid won de Belg Marc Demeyer de sprint voor Sean Kelly. Een dag later zou er dan weer een tijdrit van start gaan in deze stad, met aankomst boven op Avoriaz. Daar zou Bernard Hinault ONZE Joop Zoetemelk meer dan twee minuten aan de broek smeren. Een jaar later kon Joop dan weer wraak nemen in Évian-les-Bains, hij won in 1980 de proloog van de Dauphiné en die kende een begin en eind in deze stad. De Dauphiné is een koers die vaker is begonnen met een proloog in Évian-les-Bains, in 2010 was dat bijvoorbeeld ook het geval. Toen won Alberto Contador, voor Tejay van Garderen en Janez Brajkovic. De eerste rit ging daarna ook van start in Évian, met finish in Saint-Laurent-du-Pont. Daar won Grega Bole dan weer de sprint, ook in die tijd hadden we sporadisch al eens last van Slovenen. In 1994 en 1995 ging de Dauphiné ook van start met een proloog in Évian, beide keren won Chris Boardman. Als we heel diep graven in de archieven komen we een geestig wielerfeitje tegen, in 1926, een eeuw geleden, ging hier de Tour de France van start. Een Grand Départ in Évian-les-Bains, de eerste Grand Départ in de geschiedenis van de Tour die niet van start ging in Parijs of een van de voorsteden van Parijs. Sinds de eerste editie in 1903 ging de Tour altijd van start in Parijs en kwam de koers ook altijd weer aan in die stad, pas in 1926 kwam Henri Desgrange op het idee om een keer iets anders te proberen. Hij vond dat het te lang duurde voor de koers de bergen bereikte, dus kwam hij op het idee om de renners na de ploegenvoorstelling in Parijs op de trein richting Évian te zetten, om zodoende meteen midden in de Alpen te zitten. Geen geslaagd experiment, na 1926 zouden alle andere uitgaven van de Ronde tot en met 1950 wel weer in Parijs starten en eindigen. Een andere bijzonderheid is dat de editie van 1926 met 5745 km de langste ooit in de historie van de Tour zou zijn. De start buiten Parijs werd in die tijd geen blijvertje, hoe anders zijn deze huidige tijden. Nu gaan we juist overal van start, als het maar niet in Parijs of überhaupt Frankrijk is. De commercialisering van de sport brengt vreemde uitwassen met zich mee, na de start in Barcelona van dit jaar gaan we volgend jaar dan weer van start in Schotland, zo blijf je bezig. Het aandoen van Évian was op andere vlakken wel een blijvertje, tot en met 1936 zou deze stad steeds terugkeren als finishplaats. De stad kwam 12 jaar op rij voorbij en dat leverde 13 winnaars op, jawel! In 1934 kregen René Le Grevès en Georges Speicher allebei de zege cadeau, de jury kon niet achterhalen wie de sprint gewonnen had en dus kregen ze allebei een bloemetje. Volgens ooggetuigen was het Le Grevès die toch echt had gewonnen, de beste man besloot wraak te nemen door in 1936 wél alleen te winnen in Évian. Enfin, zo kunnen we nog wel even doorgaan over de wielergeschiedenis van deze stad die we toch vooral om een andere reden kennen.




Na lange onderhandelingen in Évian ondertekende Charles de Gaulle hier op 18 maart 1962 de Verdragen van Évian, waarmee Algerije zijn zelfbeschikkingsrecht verkreeg en op korte termijn onafhankelijk van Frankrijk werd. Oké, misschien is dat niet de andere reden. Ik waag een nieuwe poging: De plaats heeft minerale waterbronnen, bekend onder het merk Evian. Ah, ja, dat komt meer in de buurt. Evian is een mineraalwatermerk, afkomstig van de Cachatbron in Évian-les-Bains, aan de zuidkant van het meer van Genève. Het natuurlijke mineraalwater van Evian is afkomstig uit de Franse Alpen.. Het water wordt sinds 1965 gebotteld in een bottelarij in de aangrenzende gemeente Publier. In 1789 zou de plaatselijke Marquis de Lessert, Jean-Charles de Laizer, een verbetering van zijn nier- en leverproblemen hebben opgemerkt na de regelmatige consumptie van het water van de Sainte-Catherine-bron. Deze vermoedelijke verbetering veroorzaakte een toestroom van verschillende consumenten, tot financieel gewin van de eigenaar van de bron, een zekere monsieur Cachat. In 1824 breidde de commerciële exploitatie van de bron zich uit met de ingebruikname van baden en werd de Sainte-Catherine-bron hernoemd tot de Cachat-bron. In 1826 gaven de hertogen van Savoye toestemming voor bottelen. Het water wordt vervolgens opgeslagen in aardewerken kruiken. In 1827 liet Cachat een kuuroord bouwen. Twee jaar later werd de Société anonyme des eaux minérales de Cachat opgericht. Het bedrijf werd Frans toen Savoye in 1860 volgens het Verdrag van Turijn door Frankrijk werd geannexeerd. In 1865 werd het dorpje Évian hernoemd tot Évian-les-Bains. In 1869 werd het bedrijf de Société anonyme des eaux minérales d'Évian-les-Bains na een decreet dat het gebruik van de naam van de stad toestond. Van 1892 tot 1927 was de gemeente eigenaar van de bron en verhuurde deze tegen betaling aan het exploitatiebedrijf. Een razend interessante geschiedenis, gelukkig heeft Wiki nog meer leuke feitjes in de aanbieding: In 1960 werd Evian overgenomen door Badoit, in 1964 door de groep Boussois-Souchon-Neuvesel (BSN) die in 1973 na een fusie leidde tot de Groupe Danone. Het mineraalwater wordt verkocht in meer dan 140 landen. Dagelijks bottelt Evian vijf tot zes miljoen liter natuurlijk mineraalwater, 1,9 miljard liter per jaar. In 2018 behaalde het operationele bedrijf een omzet van ¤1.625.582.200 en een resultaat van ¤32.677.300 met een personeelsbestand van 2.102 medewerkers. En wat dacht u hiervan: Sinds 1969 wordt het water ook gedistribueerd in pvc flessen, in 1995 werd overgeschakeld op petflessen uit polyethyleentereftalaat. Essentiële informatie. Ik heb wel het idee dat het artikel door een werknemer is geschreven, kijk maar naar de volgende paragraaf: Naar eigen communicatie om de puurheid en kwaliteit van het mineraalwater te behouden en zo het voortbestaan van de bron zeker te stellen, richtte Evian in 1992 de ‘Association for the Protection of the Evian Mineral Water Catchment Area’, ofwel de APIEME op. Het doel is het beschermen van het Alpengebied waar Evian zijn water aan onttrekt. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de lokale politiek, economie en bevolking. Door deze duurzame exploitatie draagt Evian bij aan het zeker stellen van zuiver drinkwater voor toekomstige generaties. Evian, eigenlijk een ontzettend nobel bedrijf, als je er even wat langer over nadenkt. Aan het eind van de dag is startplaats Évian-les-Bains dus een kuuroord aan het Meer van Genève, bekend omwille van het mineraalwater. In het kuuroord vinden we allerlei typische gebouwen die je in ieder kuuroord tegenkomt, zo hebben ze hier ook hun eigen casino. Het lokale stadhuis is ook de moeite waard, met neoklassieke elementen en een snufje rococo. Uiteraard zijn de thermen ook de moeite waard, zo steelt het Palais Lumière hier de show. Al is dat tegenwoordig geen spa meer, die verdween in 1984, sindsdien is het een ruimte waar je het hele jaar door een bomvol cultureel programma met tentoonstellingen, lezingen, filmvertoningen en allerlei evenementen kunt aantreffen. Een gebouw met imposante architectuur, vooral de koepel valt op. Bij de bron van Cachat vinden we ook een kicken thermengebouwtje, in dit stadje vol vergane glorie stikt het alsnog van de toeristische trekpleisters. De Buvette Cachat, de afgelopen jaren volledig verbouwd, nu weer toegankelijk, ja! Art nouveau, gebouwd om de bron heen, groots uitgepakt in dit plaatsje zonder veel grootsheid.




In Évian werd recent ook nog eens de 52e top van de G7 gehouden, ja! Macron en co brachten toen onder meer een bezoekje aan de gerestaureerde Buvette Cachat, om even een glimps van de belle époque mee te pakken. De renners gaan van de hoogtepunten van Évian weinig merken, ze gaan aan het rand van de centrum van start op de Place de la Liberation en hier zien we eigenlijk alleen een paar hotelletjes. Hotel Bellevue heeft een aardige façade, de naam is bovendien geen leugen. Vanuit het hotel kijk je uit op het Meer van Genève, als de renners bij de start naar links kijken zien ze dat meer ook liggen. Ze zien dan bovendien een grote parkeerplaats, dat maakt dit voor de Tourorganisatie dan weer een geschikte startlocatie. Het karretje van Google is toevallig twee maanden terug in Évian-les-Bains geweest en op de exacte startlocatie had men toen al een likkie verf aangebracht. Mooi, hoef ik niet meer te controleren wat de precieze startplek is. Het is wel een startlocatie waar ze sindsdien iets aan hebben moeten veranderen, er liggen hier in het dagelijks leven wat verkeersborden, paaltjes en een paar kunstzinnige stenen in de vorm van een pinda in de weg. Die zullen weggehaald zijn en dan kunnen de renners voorbij de start met een flauwe bocht naar rechts de Avenue des Grottes bereiken. We gaan direct na de start Évian meteen verlaten en dat gaan we doen via een weg die ook meteen omhoog zal lopen. Dit wordt een bijzondere tijdrit, vooral omdat we meteen na de start, zonder één vlakke meter, beginnen te klimmen. In de eerste 9,7 kilometer gaat het aan 4,3% gemiddeld omhoog naar het dorp Larringes. Gelijk na de start beginnen we aan de Côte de Larringes, van rustig opwarmen zal geen sprake zijn. Voorbij de niet al te fraaie startlocatie rijden de renners gelijk over een brede weg omhoog, in de eerste halve kilometer gaat het tussen de vele hotels en appartementen van Évian aan 4% omhoog. De Avenue des Grottes gaat over in de Avenue d'Abondance en op deze overvloedige weg gaat het na de eerste 500 meter aan 4% nu een vijfhonderdtal meter omhoog aan 5%. We verlaten Évian en buiten het kuuroord krijgen we een paar meter een fraai uitzicht aangeboden over het Meer van Genève. Dat is dan weer het voordeel van de klimmende start, we komen meteen hoger uit en daardoor kunnen we het meer in haar volle glorie aanschouwen. Na een kilometer komen we uit in Neuvecelle, hier komen we een rotonde tegen en bij die rotonde slaan de renners schuin rechtsaf. Ditmaal geen gevaarlijke rotonde, vooral niet omdat de weg hier enorm breed is en omdat we dankzij het klimmende werk geen al te hoge snelheid halen. Na deze rotonde komen de renners op een bochtige weg terecht die de nodige vluchtheuvels kent, maar in feite maakt dit weinig uit. In het begin van de tijdrit rijdt iedereen sowieso nog alleen, je hebt dus alle tijd en ruimte om je eigen lijnen te kiezen. Wellicht dat enkele renners niet meteen lekker in hun ritme kunnen komen dankzij de klimmende start en het bochtenwerk, maar goed, het zijn wel allemaal brede bochten die goed lopen. Even verderop slaan we rechtsaf een andere weg in, weer een brede en goedlopende bocht. Via nog wat flauwe bochten blijven we door Neuvecelle slingeren, terwijl de weg nu anderhalve kilometer aan 4% omhoog zal lopen. Goed, inmiddels drie verschillende profielen gevonden, allemaal geven ze verschillende percentages aan, maar de overeenkomst is dat niemand deze klim ooit lastiger laat worden dan 5,5%. De ene geeft aan dat we aan 5% beginnen en dat het daarna even aan 4,5% omhoog gaat, een andere bron houdt het wat specifieker op 4,2% en dat soort werk, maarja, dan heb je wel automatisch een idee van wat voor soort klim het is. Zeker lastig, maar we rijden geen muur op. Na wat bochtenwerk in Neuvecelle rijden we vervolgens dik twee kilometer volledig rechtdoor, in deze twee kilometer komen we alleen wat drempels en een rotonde tegen. We rijden wat meer door de buitenwijken van Neuvecelle en ook Évian-les-Bains, dat hier nog steeds dichtbij is. Een paar kasten van huizen, met tussendoor de nodige bomen. De weg loopt hier de hele tijd aan 5% omhoog, met volgens sommige bronnen dus een piek tot 5,5%. Een kilometer aan 5% en daarna een kilometer aan 5,5%, vooruit, laten we het zo omschrijven. Zo bereiken we na 4,8 kilometer al het eerste tussenpunt van deze rit, de eerste tussentijd zal vrij snel opgenomen worden. Alhoewel, vrij snel, doordat we steeds moeten klimmen aan meer dan 4% kan het wel even duren voor de renners er zijn. Het tussenpunt ligt op een bijzondere plek, een aantal meer voor een kruispunt dat men L'X noemt. De X, omdat dit kruispunt van boven op een X lijkt. Kom er maar op. We hebben nu 4,8 kilometer aan 4,6% geklommen, het eerste deel van de Côte de Larringes is marginaal lastiger dan het tweede deel.




Voorbij het eerste tussenpunt slaan de renners bij de X scherp linksaf, waarbij ze weer eens moeten oppassen voor een vluchtheuvel die ongetwijfeld alleen van een likje roze verf is voorzien. Bijna direct na de bocht naar links slaan ze rechtsaf, dat is dan weer een bocht zonder vluchtheuvel. Na deze bocht rijden we een bos in en hier zal de brede weg omhoog blijven lopen. We hebben 4,8 kilometer achter de rug en dus zitten we zo ongeveer op de helft van de klim, de tweede helft van de klim zal een stuk makkelijker beginnen. De renners mogen anderhalve kilometer aan 3% omhoog, daarna volgt er zelfs een halve kilometer waarin het slechts aan 2% omhoog zal gaan. Dat is nog steeds klimmen, maar dan wel op zo'n manier dat het aerodynamische verhaal een grote rol speelt. Dit zijn met andere woorden rasechte Remcostroken, hier moet de ajroboellet het verschil gaan maken. Pogacar is de betere klimmer en Pogacar is in de Tour vaak plots de beste tijdrijder op aarde, maar als we van een procent of vijf terug gaan zakken naar 2 à 3% zal Remco de bovenhand nemen. Op links zien de renners vooral veel bomen, op rechts krijgen ze soms een uitzicht over het Meer van Genève aangeboden. Niet dat de renners tijd hebben om te kijken, vooral in een tijdrit kijken ze alleen maar naar beneden, maar je zou bijna overwegen om hier even uit de houding te komen en rond te kijken. Dat altijd naar beneden kijken kan gevaarlijke situaties opleveren, vraag dat maar aan Stefan Küng, maar op deze strook lopen de renners wat dat betreft geen gevaar. De weg loopt eigenlijk gewoon twee kilometer rechtdoor, hier kun je dan wel weer echt in je ritme komen. Aan het eind van deze lange rechte weg volgt er een goedlopende bocht naar links, direct na deze bocht loopt de weg even een aantal meter naar beneden terwijl we het dorpje Champanges betreden. Nee, geen spelfout. Het leuke feitje van de organisatie is dat in de 19e eeuw 20% van de bevolking van Champanges naar Argentinië is geëmigreerd om aan de armoede te ontsnappen. Weten jullie wie er ook naar Argentinië geëmigreerd is? Dit even terzijde, in Champanges hebben we 7,1 kilometer afgewerkt en dus is het nog 2,3 kilometer klimmen tot de top in Larringes. De brede weg kent enkele flauwe bochten in Champanges, maar van serieus bochtenwerk is voorlopig geen sprake. Eén wat stevigere bocht naar links, maar als je in je eentje aan het rijden bent en het gaat ook nog eens omhoog mag dat geen uitdaging vormen. Richting de top van de klim wordt het weer iets lastiger, we komen een halve kilometer aan 4% tegen en daarna gaat het zelfs een halve kilometer aan 5% omhoog, we pakken groots uit. We rijden Champanges weer uit, via nog wat meer flauwe bochten rijden we door het groen heen, met tussen het groen in een aantal aardige optrekjes. Aan het eind van dit dorpje volgt er een wat langere en scherpere bocht naar rechts, hier moet je zowaar even een keer tijdens de verkenning goed opletten of je wel de snelste lijn te pakken hebt. Maakt bij al die andere bochten verder geen hol uit, daar fiets je zo doorheen. Als ik een optimistische bron mag geloven komen we hierna zowaar nog een halve kilometer aan 6% tegen, terwijl het verhaal hetzelfde blijft. Een brede weg omhoog, nu even door het groen, met alleen een flauwe bocht zo her en der. Na deze halve kilometer komt Larringes in beeld, richting het dorp vlakt de weg weer wat af. Als we de eerste huizen in beeld zien verschijnen gaat het aan 4% omhoog, we zien één keer een iets scherpere bocht naar links terwijl het verder goedlopende bochtjes blijven. Totaal niet technisch, maar omdat het in totaal toch gewoon 10 kilometer klimmen is wordt het sowieso buitengewoon lastig. Geen tijdrit voor de echte tijdrijders, zoveel mag duidelijk zijn. Een Ganna en een Tarling gaan hier niet blij van worden. Wat dan ergens weer jammer is, voor de koers was het leuker geweest om een tijdrit integraal langs het Lac Léman af te werken. Zodra het centrum van Larringes in beeld komt gaat het nog maar aan 3% omhoog naar de top, we slingeren via nog wat flauwe bochtjes over de brede weg waar de renners in principe gewoon rechtdoor kunnen rijden naar het tweede tussenpunt toe. Het tweede tussenpunt volgt in het hart van Larringes, bij de kerk voor de deur. Bij deze kerk bereiken we na 9,7 kilometer de top van de Côte de Larringes, een klim van de tweede categorie. Geen topklim, wel een klim waardoor we niet meteen op voorhand de zege kunnen uitdelen aan Evenepoel. Dit biedt Pogacar de kans om weer eens met onze kloten te spelen, al had hij uiteraard liever een nog iets lastigere klim gezien met net wat hogere percentages.





Als we na 9,7 kilometer de kerk van Larringes passeren hebben we de top van de Côte de Larringes bereikt, de klim van tweede categorie. We delen hier bergpunten uit, en we nemen hier de tweede tussentijd van de dag op. In Larringes zullen we al een hoop wijzer zijn, qua kilometers zijn we hier nog niet op de helft van de rit, qua tijd wel. Hierna moeten we nog dik 16 kilometer fietsen, maar die kilometers zullen een stuk sneller voorbij gaan vliegen. Essentieel om de klim vol op te knallen, maar tegelijkertijd moet je voor het restant van de rit ook nog iets over zien te houden. Dat maakt het qua indeling interessant, al lijken ook dit soort overwegingen steeds minder een rol te spelen. Pogacar rijdt altijd in Z2, maakt allemaal geen bal uit. Enfin, in Larringes beschikken ze over een kasteeltje, leuk. Je hebt vanuit dit dorp dat ligt op het plateau Pays de Gavot zicht op de Alpen, dat zicht gaat hierna wat duidelijker in beeld komen als we twee kilometer over het plateau gaan rijden. Bij de kerk slaan de renners rechtsaf, over een weg die deels is voorzien van enkele kasseitjes rijden ze hier na de top direct een paar meter omlaag. Dit is een passage van slechts een paar meter, maar toch, je hoopt dan meteen dat het niet ineens gaat regenen. Terug op het asfalt volgt er nog een bochtje naar rechts, een bochtje waar de weg even wat smaller is geworden. De weg draait daarna nog eens weg naar rechts en een paar meter later gaat het juist weer flauwtjes naar rechts terwijl de weg weer breed wordt. Na deze lichtelijk technische passage in Larringes mogen we nu weer een kleine twee kilometer zo goed als rechtdoor gaan rijden, over een zo goed als vlakke weg. Voorbij het tussenpunt en de top van de klim ging het even een paar meter omlaag, maar daarna wordt het vlak. We springen nog even over een drempel heen, maar dat is voorlopig het enige hoogteverschil. Dik anderhalve kilometer zo goed als rechtdoor over een zo goed als rechte weg, over een plateau waar de weg is omgeven door een aantal weilanden. In de verte zicht op de bergen, de echte bergen. De renners zijn op weg naar Féternes en als ze dit kleine dorpje bijna bereiken komen ze wel weer een paar flauwe bochtjes tegen, maar het verhaal blijft hetzelfde: in je eentje knal je daar gewoon dwars doorheen zonder te hoeven remmen en zonder veel te hoeven sturen. Na 11,6 kilometer komen we uit in Féternes, een dorpje waar de weg omlaag begint te lopen. Na het plateaustuk, waar Remco ongetwijfeld vrolijk van zal worden, beginnen we aan de afdaling die onvermijdelijk na de klim volgt. Er is enig uitstel geweest, maar we gaan er alsnog aan beginnen. Maar niet voordat we naar een sfeerbeeld hebben gekeken. Of, vooruit, twee sfeerbeelden.




Als we na 11,6 kilometer uitkomen in Féternes volgt er een bochtje naar rechts, na deze bocht is het nog een paar kilometer vlak vooraleer we gaan beginnen aan een afdaling van 5,5 kilometer. Dit wordt wel echt een belangrijk moment, deze rit kan ook zomaar in de afzink beslist gaan worden. Al lijkt dat in het begin nog mee te vallen, in de eerste twee kilometer van deze afdaling rijden we door de bebouwde kom over een brede weg die eigenlijk alleen maar een paar flauwe bochten kent. In het centrum van Féternes moeten de renners opletten voor enkele vluchtheuvels, maar dat lijken de enige obstakels. Het bochtenwerk valt hier nog mee, maar als we buiten Féternes ook nog via een aantal makkelijke bochten door Féternes-Vieux zijn gereden rijden we buiten dat dorpje een bos in. In dit bos gaan we drie kilometer dalen en dat worden drie zeer interessante kilometers. In het bos is de weg breed, maar het is niet zo breed als de weg omhoog in het begin van de tijdrit. Juist omlaag een nét iets smallere weg, dat is het eerste interessante punt. Het tweede interessante punt is dat het bochtig wordt, heel bochtig. Het derde interessante punt is dat de weg is omgeven door stenen muurtjes, als je een foutje maakt knal je in volle vaart tegen zo'n stenen onding aan. Er ligt hier wel een prachtige nieuwe laag asfalt, dit hele tijdritparcours is speciaal voor de gelegenheid van nieuw asfalt voorzien. In een lokale krant lees ik dat ze in de Haute-Savoie één miljoen euro hebben opgehoest om deze weg speciaal voor de Tour opnieuw te asfalteren. Met allerlei andere projecten erbij is er voor zeven miljoen aan vers asfalt neergelegd, de lokale bewoners mogen alleen al bij zijn met de Tour omdat daardoor hun wegen worden opgeknapt. Aan het wegdek ligt het dus niet, maar de andere punten blijven staan. De eerste meters in het bos vallen mee, maar dan komen we kort achter elkaar twee snelle bochten tegen. Een eerste technische test, op een tijdritfiets is dit geen cadeau. Na deze bochten gaat het even rechtdoor, tot we een nieuwe bocht naar rechts tegenkomen, met daarna meteen een bocht naar links. Via een makkelijke bocht naar links komen we enkele rechte meters later uit bij de lastigste bocht tot nu toe, een scherpe blinde bocht naar rechts. Deze ga je wel even een keer of twee moeten verkennen, hier valt serieus tijd te winnen als je het goed doet, hier valt serieus tijd te verliezen als je een fout maakt. Een paar meter later volgt er weer een blinde bocht naar rechts, maar deze is minder scherp. De weg buigt daarna weer wat scherper af naar links, voor een tijdrit in de Tour is dit ineens merkwaardig technisch. Een flauwere bocht naar links later volgt er een korte adempauze, het gaat even een aantal meter rechtdoor. Aan het eind van dit rechte stuk volgt er dan weer een onoverzichtelijke bocht naar rechts, waar je rechtdoor in het skoekeloen stuurt als je even niet bij de les bent. Een paar meter later volgt er weer een bocht naar rechts met meteen daarna een bochtje naar links, de twee bochten hierna zijn iets makkelijker maar daarna volgt er weer een scherpere naar rechts. Het is technisch, vooral dus als je rekening houdt met die ongemakkelijke tijdritfiets. Deze bocht naar rechts draait lang door, helemaal aan het eind buigt ie af naar links en een paar spaarzame rechte meters later volgt er een veel scherpere bocht naar links. We slalommen alle kanten op, na deze bocht volgen er een paar snellere bochtjes. Een aantal bochtjes achter elkaar stelt de afdaling niet veel voor, hier kun je dan weer wat meer recht doorheen. Maar dan komen we bijna beneden toch nog een lastig sluitstuk tegen: twee haarspeldbochten direct na elkaar. De eerste haarspeldbocht is vrij scherp, de tweede lijkt wat breder en beter te doen. Voorbij deze haarspeldbochten slaan de renners schuin rechtsaf een bredere weg in en op deze weg hebben we het eind van de afdaling bereikt. Een paar meter later rijden we na 17,1 kilometer koers over de Pont de la Douceur. We steken hier de rivier de Dranse over, waarna we tot aan het volgende tussenpunt deze rivier gaan volgen. Over een brede weg rijden we een kilometer zo goed als rechtdoor naar de tussensprint, maar helemaal vlak is het hier niet. Tussen de Pont de la Douceur en het derde en laatste tussenpunt komen we 24 meter hoger uit, aangezien de afstand precies een kilometer is mogen we dus een gemiddelde van 2,4% noteren, quick maths. Een hinderlijke strook, maar met de vaart van de afdaling knallen de renners hier waarschijnlijk zo voorbij. Na 18,1 volgt het derde tussenpunt, een punt dat men Thonon-les-Bains Bords de Dranse heeft genoemd. In Thonon-les-Bains zijn we hier eigenlijk nog niet, we rijden hier nog in het groen, maar de oevers van de Dranse zien we dan wel weer. Een non-descripte plek voor een tussenpunt, in het groen, in het midden van het niets, op een weg die vals plat omhoog loopt.







Het derde tussenpunt volgt dus na 18,1 kilometer, op precies acht kilometer van de aankomst. Direct na dit derde tussenpunt komen de renner uit bij een rotonde, waar ze rechtsaf slaan. Voorbij deze rotonde rijden ze in licht dalende lijn Thonon-les-Bains binnen, op een paar flauwe bochten na loopt een brede weg zo goed als rechtdoor. Het wordt al snel weer vlak, alleen in de laatste paar kilometer van deze tijdrit komen we een stuk tegen waar het wat langer vlak gaat zijn. Aan het eind van deze rechte, brede en vlakke weg komen de renners een rotonde tegen, waar ze geacht worden langs rechts te passeren. Ze komen hierna in een weg terecht waar ze een halve kilometer rechtdoor mogen rijden, tot er een haakse bocht naar rechts volgt. Ook in deze bocht moeten ze weer even opletten voor een vluchtheuvel. Dat is voorlopig wel het enige gevaar, na deze bocht rijden ze rechtdoor tot op vijf kilometer van het eind. Anderhalve kilometer gaat het zo goed als rechtdoor, de weg loopt hier wel steeds wat heel voorzichtig vals plat omlaag. We zijn al in finishplaats Thonon-les-Bains en we zouden hier heel snel naar de finish kunnen fietsen, maar de organisatie heeft een extra lusje ingebouwd om aan wat extra kilometers te komen en om de echte specialisten de kans te geven om het verschil te maken. Een vlakke, brede en rechte weg, dit is het terrein waar de mannen als Ganna op stoom kunnen komen. Het zal te weinig zijn om in de buurt van de ritzege te komen, maar bon, het is iets. Voor de klassementsrenners is het dan weer de kunst om nog een beetje energie over te houden voor deze laatste strook, hier moet je nog even een aantal kilometer je grootste versnelling rond zien te krijgen. Op vijf kilometer van de aankomst volgt er een haakse bocht naar links, maar dit is wel een brede bocht. Wel een terugdraaiende bocht, we draaien een eind door naar links. Toch een enigszins hinderlijk punt, als je op die rechte strook net lekker op gang was gekomen. Na deze bocht rijden we dan weer anderhalve kilometer op dezelfde weg voorzichtig vals plat omhoog. Amper merkbaar, maar toch, het zal wellicht aanvoelen alsof je tegenwind hebt. We rijden nu richting het centrum van Thonon-les-Bains en daarom neemt het straatmeubilair toe, de renners komen een aantal vluchtheuvels tegen alsmede een lange middenberm. Dat is nog steeds niet zo boeiend in een tijdrit, al kun je bij het inhalen van een renner wel even wat last hebben van een in de weg rijdende ploegleiderswagen. De renners komen in dit stuk ook twee rotondes tegen, maar bij beide exemplaren hoeven ze eigenlijk amper te sturen. Bij de tweede moeten ze langs links passeren, maar dat is ook de meest logische kant. Levert amper bochtenwerk op, al buigt de weg voorbij de rotonde wel even af naar rechts. In een wat aftandse woonwijk loopt de weg eventjes wat zichtbaarder omhoog, maar op iets minder dan vier kilometer van de aankomst bereiken we het hoogste punt en daarna zal de weg een paar meter vlak zijn vooraleer we beginnen aan een afdalinkje. Voor dat afdalinkje begint werken we nog wel eerst wat bochten af, op 3,5 kilometer nemen we bijvoorbeeld een haakse bocht naar rechts. Na deze bocht zien we in de diepte het Lac Léman liggen, we gaan afdalen richting het meer. De weg loopt nu al duidelijk omlaag, terwijl we een paar meter later op een rotonde botsen die we verplicht langs links moeten nemen. We slaan hier ook linksaf, een bocht die te doen is. Amper 100 meter later volgt er dan weer een lopende bocht naar rechts en meteen daarna een knik naar links, in deze bochten liggen wel wat vluchtheuvels vervelend in de weg. Na deze bochten gaat het een paar meter rechtdoor, waarna we op drie kilometer van het eind langs het lokale stadhuis passeren. Bij het stadhuis voor de deur liggen steentjes, de renners pakken een wel heel braaf en heel kort stukje kasseien mee. Er ligt hier ook weer wat bochtenwerk, de renners slingeren naar links, naar rechts en dan weer naar links. Een soort chicane, al klinkt dat heftiger dan het in werkelijkheid is.




Voorbij het gemeentehuis rijden ze verder over de steentjes, tot ze voorbij een volgend kruispunt weer het asfalt bereiken. Een paar meter later volgt er een bocht van 90 graden naar rechts, de finale is nu ineens toch best technisch. Dat is dan weer in het nadeel van de specialisten, hier gaat het niet om de aerodynamica of heel hard rijden, maar om het zien te vinden van de juiste lijnen. Een paar meter later komen we meteen weer uit bij de volgende bocht, bij een rotonde slaan we linksaf. Weer een bocht met wat vluchtheuvels in de weg, die mogen ze hier wel even weghalen, anders vallen er weer doden. Sowieso een beetje een gekke bocht, ook deze mag weer uitgebreid verkend worden. We duiken een brede weg in die een paar meter rechtdoor omlaag zal lopen, we moeten in dit stukje in rechte lijn wel weer even over een drempel springen. Op net iets meer dan twee kilometer van het eind volgt er nu ineens een brede haarspeldbocht, in dalende lijn nemen we een bocht van 180 graden naar rechts. Na deze bocht die ondanks de breedte nog best listig kan blijken te zijn dalen we nog even verder, de weg blijft omlaag lopen terwijl we op deze weg een drempel en een flinke wegversmalling tegenkomen. Als de weg weer breed wordt zitten we op twee kilometer van het eind, we rijden hier rechtdoor langs het kasteel van Rives, zomaar een hoogtepuntje langs de kant van de weg. Via een flauwe bocht naar links rijden we langs het kasteel af, waarna we weer terechtkomen op een weg die is voorzien van wat steentjes. Geen echte kasseien, maar toch, ook geen asfalt. We hebben de Quai de Rives bereikt, de kade van Rives, hier wordt de weg in de laatste twee kilometer vlak. Na nog een kort stuk over de kasseien komen we twee flauwe bochtjes tegen, waarna we op de Quai de Ripaille terechtkomen. Hier komen we op anderhalve kilometer van het eind een soort van rotonde tegen, die we langs rechts nemen. Langs het Meer van Genève af rijden we nu rechtdoor over een brede weg de slotkilometer binnen. Het is nu even vlak, terwijl we op 500 meter van het eind weer een vluchtheuvel tegenkomen. Hier houden we bij de wegsplitsing de rechterkant van de weg aan, een weg die op 350 meter van het eind naar rechts begint af te buigen. In deze flauwe bocht naar rechts begint de weg omhoog te lopen, in de laatste 300 meter moet er geklommen worden naar de finish. Over de Avenue de Ripaille rijden we naar het Château de Ripaille toe, in een bocht die een eeuwigheid door blijft draaien naar rechts gaat het in de laatste meters aan 3% omhoog, een ideale aankomst om nog even verschroeiend uit te halen als je wat krachten over hebt. In de laatste meters vlakt het af, waarna we na 26,1 kilometer het einde van deze tijdrit bereiken. Aan de ene kant van de weg een kasteel, aan de andere kant van de weg een groot grasveld. Weggedraaid van het Meer van Genève, om toch maar een explosieve aankomst neer te kunnen leggen. Lastig tijdritje, beginnen met een klim, een plateaustuk, een lastige afdaling, dan lijkt het even recht, breed en vlak te zijn, maar aan het eind wordt het behoorlijk technisch. Degene die hier een paar maanden geleden al de boel is komen verkennen maakt meer kans dan degene die vanochtend pas voor het eerst het parcours gaat bekijken. Is waarschijnlijk altijd zo, maar hier nog meer. Na 26,1 kilometer, te kort voor een tijdrit in een grote ronde natuurlijk, eindigt de individuele opdracht tegen de klok in Thonon-les-Bains, bij een van de lokale hoogtepunten voor de deur.







De tijdrit eindigt in Thonon-les-Bains, net als het nabijgelegen Évian-les-Bains een plaats in het departement Haute-Savoie en de regio Auvergne-Rhône Alpes. In het Savoyaards noemen we deze plaats Tonon, en in Tonon wonen ongeveer 37.700 mensen. Uit opgravingen blijkt dat er tussen de 1e en de 5e eeuw een Gallo-Romeinse nederzetting was in Thonon. Het was een regionaal belangrijke vicus, met verschillende pottenbakkersovens. De stad ontwikkelde zich langs het meer en had een vissershaven. Thonon was in de middeleeuwen een ommuurde stad. Maria van Bourgondië, echtgenote van Amadeus VIII van Savoye, liet het kasteel van Thonon herbouwen. In de 16e eeuw werd het kasteel ontmanteld en op de grondvesten werd in 1666 het nieuwe Château de Sonnaz gebouwd. Jeetje, nog een kasteel. In de finale rijden we langs het fraaie kasteel van Rives, vooral het torentje valt op, en daarna eindigen we even verderop bij het Château de Ripaille in de buurt, maar dan heb je dus ook nog het Château de Sonnaz, gekkenhuis. De gemeente ligt aan de zuidelijke, Franse oever van het Meer van Genève. Het is de hoofdplaats van de streek Chablais en in het Château de Sonnaz vinden we heden het Musée Chablais, waar je alles kun leren over deze streek. Dat Château de Ripaille hebben we overigens ook te danken aan Amadeus VIII van Savoye, sowieso wel een vreemde vlerk. We kennen hem ook als Felix V, ooit kreeg Amadeus VIII in zijn kasteel van Ripaille bezoek van de paus en niet veel later werd hij zelf uitgeroepen tot de nieuwe paus. Omdat hij niet door iedereen wordt erkend noemen we hem een tegenpaus, hij is zelfs de laatste tegenpaus in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk. Een aantal jaar na deze toestanden kwam hij aan zijn einde in zijn kasteel, in het Château de Ripaille waar wij voor de deur gaan finishen. We zien daar in de omgeving ook wat wijnranken liggen, bij het Château de Ripaille maken ze Chasselas de Ripaille, volgens de site van de Tour verrukkelijk. In 1860 kwam de stad samen met dit deel van Savoye definitief bij Frankrijk. Op 31 augustus van dat jaar bezochten keizer Napoleon III en keizerin Eugénie de stad om de aanhechting te vieren. In 1880 werd het spoorwegstation geopend en twee jaar later werd de spoorlijn verlengd tot in Évian. Vanaf 1864 ontwikkelde Thonon zich als een kuuroord en in 1890 werd de naam Thonon-les-Bains aangenomen. Er werden hotels, een casino (1901-1929) en villa's gebouwd voor de kuurgasten. Van kuuroord naar kuuroord, dat is deze tijdrit. Uit Thonon is voormalig voetballer Sebastien Frey afkomstig, hem ken ik vooral als doelman van Fiorentina. Als we even naar de koers kijken kunnen we stellen dat dit de 10e keer is dat de Tour hier passeert. De laatste passage is alleen wel heel lang geleden, voor de laatste aankomst in Thonon moeten we helemaal terug naar 1981. Toen kwam er een rit in lijn aan in deze stad, een rit in lijn met een blijkbaar niet al te zwaar parcours. Het draaide uit op een sprintje en dat sprintje werd gewonnen door Sean Kelly. Hij klopte Jean-Francois Rodriguez en ONZE Johan van der Velde. In de top 10 zien we verder Leo Wellens, de vader van Tim. Mariano Martinez werd dan weer zesde, de opa van Lenny. Sleutelhanger Vicente Belda werd dan weer 7e, lollige uitslag. In 1977 won Bernard Quilfen hier dan weer, na een belachelijk lange solo. Nog steeds een van de langste solo's ooit, hij reed liefst 222 kilometer in z'n eentje op kop. Eat your heart out, Pogacar. In 1957 won Jacques Anquetil hier dan weer een rit, op de dag dat Bahamontes de Tour moest verlaten. In recentere tijden hebben we hier de Tour de l'Avenir nog eens zien passeren, in die koers ging er in 2022 een rit van start in Thonon. Aankomst op Saint-François-Longchamp, waar Cian Uijtdebroeks Davide Piganzoli en de rest op een hoop zou rijden. Toen geen koorts. Met Axel Salvadori is er een renner van een continentale ploeg uit de stad afkomstig, hij rijdt voor VC Villefranche-Beaujolais en namens die ploeg rijdt hij absoluut nooit in beeld. Als je Thonon-les-Bains opzoekt via je favoriete zoekmachine zie je wel iets anders in beeld verschijnen: een kabelspoorweg! Ze hebben hier hun eigen funiculaire, vanuit de stad kun je zo mooi de heuvels in, aanrader. Met het Château de Bellegarde is er overigens ook nog een vierde kasteel in de stad, terwijl het Hotel Dieu volgens Wiki ook nog de moeite is. Doen we het voor.




Het heeft er alle schijn van dat de renners deze laatste Tourweek met aangenaam weer te maken krijgen. Ik zie voorlopig zo'n beetje de hele week 25 graden in beeld verschijnen, dat is een perfecte koerstemperatuur. In Thonon-les-Bains wordt het vandaag ook 25 graden, er is geen kans op regen en er staat een beetje wind uit het noorden. Die wind zou gedurende de middag iets aan moeten trekken, de vroege starters hebben waarschijnlijk met minder wind te maken. Wind uit het noorden wil wel zeggen dat de wind grotendeels in de rug staat, met uitzondering van de laatste kilometers in Thonon. Évian-les-Bains ligt hemelsbreed maar een paar kilometer verderop, daar heb je dus met dezelfde omstandigheden te maken. Graadje minder misschien, toch apart. Deze tijdrit gaat om 13:00 van start, rond die tijd zal Kamil Gradek als eerste gaan vertrekken. Na hem vertrekken de renners om de anderhalve minuut, alleen de laatste 15 renners vertrekken om de twee minuten. Als je de volledige lijst wil zien adviseer ik je om naar letour.fr te gaan, tegenwoordig geeft de organisatie via de eigen site de startlijst aan en dat is een stevige vooruitgang. Evenepoel vertrekt om 17:13, Pogacar om 17:15, u kunt de hele dag mooi wat anders gaan doen, want pas als deze heren vertrekken wordt het interessant. Als je voor de vorm toch de hele tijdrit wil zien ben je aangewezen op Eurosport, op Eurosport 1 en HBO MAX zijn we er weer mooi de hele rit bij, live vanaf 12:45. Sporza en de NOS sluiten rond 14:00 aan, tegen die tijd is Tarling (13:25) al bijna binnen, de organisatie verwacht volgens het eigen tijdsschema dat de winnaar 35 minuten nodig gaat hebben voor deze tijdrit. Ganna vertrekt dan weer om 13:58, dat is wel goede timing. Al is dit wel echt een tijdrit voor de klassementsrenners, ben ik bang voor de specialisten.



We trappen de derde week af met de enige individuele tijdrit van deze Tour, een behoorlijk korte tijdrit. Te kort, zou je kunnen stellen. En net iets teveel op het lijf van Pogacar geschreven. Natuurlijk is het heel verleidelijk om vanuit Évian-les-Bains de heuvels in te trekken, maar misschien hadden we juist nu wel beneden moeten blijven en beneden een vlakke tijdrit van 50 kilometer neer moeten leggen. Dan had Evenepoel hem nog kunnen bedreigen! Hoewel Pogacar in de Tour altijd goede tijdritten afwerkt is hij in een volledig vlakke tijdrit nog wel een beetje kwetsbaar. Vorig jaar verloor hij in zo'n tijdrit van Evenepoel, al was het verschil kleiner dan verwacht. Nu, met de klim in het begin, is Pogacar weer wat meer in het voordeel. Al is de grap natuurlijk dat hij vorig jaar op het WK in Rwanda tijdens een lastige tijdrit werd ingehaald door Remco Evenepoel. Dat was een buitengewoon pijnlijk moment voor Pogacar, al maakte hij een paar dagen later alles weer goed door wereldkampioen te worden. Alsnog, Evenepoel kreeg het voor elkaar om Pogacar te vernederen. Dat moet de Belg voor vandaag ook een boost geven, al moet hij er wel rekening mee houden dat Pogacar in de Tour altijd andere tijdritten rijdt. Buiten de Tour om is hij kwetsbaar in de tijdritten, zo konden we in de recente Ronde van Zwitserland zien dat hij met pijn en moeite van Van der Poel won. Met die benen is hij geen partij voor Evenepoel, maar we weten allemaal dat hij nu weer op punt gaat staan. Die Tourtijdritten van hem moeten worden onderzocht, van La Planche de Belles Filles tot Laval tot Peyragudes tot die vlakke tijdrit in Caen vorig jaar, hij staat altijd op punt. Alleen een keer een draai om zijn oren gekregen in Combloux, maar zelfs toen werd hij nog tweede en was de voorsprong op de derde zeer groot. Pogacar staat er altijd in de Tour, dat maakt dat de zege van Evenepoel geen zekerheid is. Het is dan wel de nationale Belgische feestdag, dus twijfel is niet toegestaan, maar ik twijfel toch. Het wordt in ieder geval een klassementsrenner, de aard van het parcours is in het nadeel van de pure specialisten. Direct vanuit het vertrek tien kilometer omhoog, ik geef het je te doen. Daarna een stukje plateau en dan een langere afdaling waarvan het tweede deel zeer technisch is. En dan nog een paar vlakke kilometers aan het eind, maar zeker in de laatste kilometers is het zo technisch dat je hier een parcours vindt waar je als Ganna niets mee kan aanvangen. Hij gaat een poging wagen, maar de zege is hier ver weg.
1. Pogacar. Pogacar in een tijdrit in de Tour, dan weten wij hoe laat het is. Alleen te kloppen door een buitenaardse Vingegaard of door een Evenepoel in en vlakkere tijdrit. Ondanks het feit dat de klim van de dag niet heel lastig is verwacht ik hem toch gewoon weer lekker ouderwets op de eerste plaats. Heerlijk als een mens alles kan, zonder ook maar één zwak punt. Hij moet hier met zijn gekrenkte narcistische ziel ook even de herinnering aan het ingehaald worden in Rwanda wegpoetsen, er staat weer eens een rekening open in het hoofd van deze jongen die dus absoluut niet sympathiek is, gewoon een maniakale gek.
2. Evenepoel. Twee op een rij? Als het een vlakke tijdrit was geweest wel. Nu zal het wel weer voor Pogacar zijn, die lul heeft waarschijnlijk deze tijdrit ook weer minutieus verkend en snijdt dan in de afdaling alle bochten goed aan of zoiets, het is altijd dat soort gelul. Kun je nog de beste tijdrijder ooit zijn, maar tegen een gemuteerde mijnwerker valt niets te beginnen.
3. Seixas. Het godenkind kan ook tijdrijden. Heel goed tijdrijden zelfs. Binnenkort weer tijdritten van 100 kilometer in de Tour, alleen al vanwege Pol. Gaat hier een goede zaak doen om richting het podium te schuiven.
4. Del Toro. Gewoon, om met onze voeten te spelen. Dit kan hij helemaal niet, dus kan hij het wel.
5. Ganna. Die eerste klim behandelen als een soort Cipressa en gewoon op het metertje naar boven. Als een baksteen naar beneden en de schade inhalen op het vlakke. Misschien zit er nog wel een aardige ereplaats in.



[ Bericht 0% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 21-07-2026 12:19:14 ]
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  dinsdag 21 juli 2026 @ 08:23:20 #2
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221395803
En dat op de Vlaamse Belgische Nationale feestdag. Er zal wel een Belg winnen. Alle ballen op REMCO.

[ Bericht 21% gewijzigd door Dr_Flash op 21-07-2026 09:51:17 (ander feest) ]
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  dinsdag 21 juli 2026 @ 08:26:09 #3
473366 AllesKaputt
pelotonvulling
pi_221395823
Als St. Paul van Lyon echt zo goed is in tijdrijden, hebben we binnen een paar jaar geen tijdrit langs maar om het Meer van Genève.
pi_221395833
Ben wel erg benieuwd naar Seixas. Evenepoel toch wel de favoriet lijkt me.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  dinsdag 21 juli 2026 @ 08:45:52 #5
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221395880
Del Toro? Daar had je toch wel Tarling kunnen zetten?
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  Moderator dinsdag 21 juli 2026 @ 09:00:36 #6
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221395926
quote:
0s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 08:45 schreef Dr_Flash het volgende:
Del Toro? Daar had je toch wel Tarling kunnen zetten?
Met de klim erin? Nee.
pi_221395930
Tarling is kansloos. Wanneer heeft hij ooit Ganna en Evenepoel verslagen?
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  dinsdag 21 juli 2026 @ 09:04:47 #8
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221395943
Oh nou sorry hoor
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  dinsdag 21 juli 2026 @ 09:09:14 #9
419273 Durmada
Neem de tijd!
pi_221395965
Pogacar is zondag al geklopt. Zou mooi zijn als Evenepoel uithaalt en de Tour weer spannend maakt.
AZ
ALKMAAR
  dinsdag 21 juli 2026 @ 09:11:03 #10
311468 Van_Poppel
Voormalig kopman van Gertje
pi_221395970
Ze gaan met 40 km/h dat klimmetje opvliegen.Ik denk dat de Aerokogel van Schepdaal dus gewoon gaat toeslaan.
  dinsdag 21 juli 2026 @ 09:18:02 #11
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221395994
quote:
1s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 09:00 schreef Slobeend het volgende:

[..]
Met de klim erin? Nee.
Ik vind er wel wat van dat er geen enkele vlakke tijdrit in het parcours zit.
pi_221396028
quote:
Nu zal het wel weer voor Pogacar zijn, die lul heeft waarschijnlijk deze tijdrit ook weer minutieus verkend en snijdt dan in de afdaling alle bochten goed aan of zoiets, het is altijd dat soort gelul.
_O-
[b]Op dinsdag 9 september 2003 13:57 schreef Dr.Daggla het volgende:[/b]
[13:57:43] <@Daggla> ik weet ei'k ook niet wie corleone is.. Uit ER ofzo?
pi_221396061
Ben benieuwd, met de laatste week in aantocht nog veel gegadigden voor het podium en het wit.
pi_221396063
quote:
7s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 08:23 schreef Dr_Flash het volgende:
En dat op de Vlaamse feestdag. Er zal wel een Belg winnen. Alle ballen op REMCO.
Vlaamse feestdag is 11 juli, vandaag is het de Belgische 😉
  dinsdag 21 juli 2026 @ 09:37:08 #15
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221396078
quote:
0s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 09:33 schreef The_Undertone het volgende:

[..]
Vlaamse feestdag is 11 juli, vandaag is het de Belgische 😉
Oh. Weer wat geleerd :)
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  dinsdag 21 juli 2026 @ 10:02:15 #16
194695 franklop
Fran knock
pi_221396179
quote:
0s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 09:18 schreef DecoAoreste het volgende:

[..]
Ik vind er wel wat van dat er geen enkele vlakke tijdrit in het parcours zit.
Niks mis met een vrijwel vlakke tijdrit van 50 km _O_
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_221396264
quote:
0s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 10:02 schreef franklop het volgende:

[..]
Niks mis met een vrijwel vlakke tijdrit van 50 km _O_
Bekijk deze YouTube-video

Kunst genot _O_
Jack does it in real time...
pi_221396271
quote:
0s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 10:02 schreef franklop het volgende:

[..]
Niks mis met een vrijwel vlakke tijdrit van 50 km _O_
https://www.procyclingsta(...)tage-9/result/result

Dit was toch geniaal eigenlijk :D Gewoon 3 minuten sneller dan de 2e _O_ Ik zou ooit graag de waarheid rond El Rey willen weten.
  dinsdag 21 juli 2026 @ 10:47:39 #19
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221396384
quote:
0s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 10:22 schreef The_Undertone het volgende:

[..]
https://www.procyclingsta(...)tage-9/result/result

Dit was toch geniaal eigenlijk :D Gewoon 3 minuten sneller dan de 2e _O_ Ik zou ooit graag de waarheid rond El Rey willen weten.
Nou was dat ook geen vlakke tijdrit :P
pi_221396412
Ik vind het mooi. Tijdrijden is een prachtige discipline. Elke Tour zou minimaal twee individuele tijdritten moeten hebben met in totaal minstens 80 km. Daarnaast eventueel nog een klimtijdrit van minimaal 10 km.

https://en.wikipedia.org/(...)to_Stage_21#Stage_19

De langste tijdrit uit de tourgeschiedenis. 139 km.

De Tour was toen meer dan 4600 km en het was een echte "Tour" de France:
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  Redactie Sport dinsdag 21 juli 2026 @ 11:25:03 #21
274204 crew  Mexicanobakker
pi_221396536
Het is tijd voor een Fransman die wel écht kan tijdrijden
[i]Put me on a pedestal and I'll only disappoint you
Tell me I'm exceptional and I promise to exploit you
Give me all your money and I'll make some origami honey
I think you're a joke but I don't find you very funny[/i]
pi_221396693
Ik hoop dat Remco een topshow opvoert zoals in Rwanda en Pogacar wederom degradeert tot een nietszeggende amateur in deze discipline.

Door de startvolgorde zal het helaas niet zo mooi worden als toen, dus daarom nog een reden om de mooiste beelden uit de koers binnen tijdperk van het gedrocht te herbekijken.

https://youtube.com/shorts/BBm3-mZpJgU?si=QfUwH4-mPUFrBSPG
The owls are not what they seem
pi_221396954
Tarling kan normaal zo'n heuvelachtige tijdrit ook wel aan, al lijkt hij sowieso niet meer de tijdritbenen te hebben van destijds

https://www.procyclingsta(...)e-alpes/2024/stage-4
  Moderator dinsdag 21 juli 2026 @ 12:33:46 #24
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221396979
Charmezanger Lars Craps zit aan de schijterij en gaat niet meer van start.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  dinsdag 21 juli 2026 @ 12:35:20 #25
194695 franklop
Fran knock
pi_221396983
quote:
0s.gif Op dinsdag 21 juli 2026 12:33 schreef Rellende_Rotscholier het volgende:
Charmezanger Lars Craps zit aan de schijterij en gaat niet meer van start.
Lars Cramps
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')