Etappe 14: Mulhouse - Le Markstein Fellering, 155,3 kmWelja, een rit die voor de vluchters zou zijn eindigde ook zowaar als een rit voor de vluchters. UAE nam een keer een snipperdag, wel zo fijn. Omdat het een dag voor de vluchters zou zijn wilde wel iedereen ook daadwerkelijk in die vlucht zitten, daardoor duurde het weer eens een tijd voor de vlucht vertrokken was. Vrij vroeg op de dag reed er een klein groepje weg en dit groepje reed toch al snel een kilometer of 20 met wat voorsprong rond, maar uiteindelijk werden ze toch gegrepen. Niet lang daarna reed er een grote groep van meer dan 30 man weg en die groep was direct vertrokken. Het peloton was tevreden, tot ineens de berichten doorkwamen dat Jasper Philipsen voorin zat. Dat hadden Lidl-Trek en NSN even gemist. De weg was tot aan de tussensprint vlak en dus zou Philipsen makkelijk de punten kunnen oprapen, waarmee het gat met Pedersen plots heel klein zou worden. Paniek, dus. Pedersen zette zijn hele ploeg op kop en dat was nodig ook. Vooraan draaide het goed rond en dus kwam het peloton niet snel dichter. Op een bepaald moment leek Lidl-Trek het op te geven, waarna er een groepje wegreed uit het peloton met daarin Bini. Pedersen sprong dan maar achter dat groepje aan en dit groepje reed uiteindelijk een kilometer of 50 achter de kopgroep aan. Heel lang hadden ze een achterstand van een minuut, dat wisten ze terug te brengen naar een seconde of 45, maar dicht kregen ze het niet. Ze bleven het alleen wel proberen, vooral Pedersen bleef als een idioot op kop rammen. Met succes, het gat werd dan toch gedicht en een kilometer of 10 voor de tussensprint kon het groepje rond Bini en Pedersen aansluiten. In totaal zaten we daardoor met een mannetje of 60 vooraan, toch al snel een derde van het peloton. Met die grote groep reden we naar de tussensprint toe en die sprint werd gewonnen door Philipsen. Hij was in het voordeel, hij had niet net een lange achtervolging achter de rug. Pedersen werd nipt tweede, voor Bini. Het was bijna een disasterclass van Lidl-Trek, maar zo wisten ze de meubelen alsnog te redden. Philipsen liep maar vijf punten in, en niet 25. Een van de weinige leuke elementen van deze Tour, de strijd om het groen.
Na de tussensprint begon de strijd om de ritzege voorzichtig, al moesten we even wachten op de eerste schermutselingen. Na een eeuwigdurende vlakke aanloop reden we de Vogezen binnen en daar kregen we twee klimmetjes voorgeschoteld, op het eerste klimmetje reed Q36.5 alleen hard op kop voor Pidcock en dus kregen we geen vroege aanvallen. Q36.5 reed voor de ritzege, maar ook voor het klassement. De kopgroep had inmiddels een voorsprong van zeven minuten en dus zou Pidcock flink op gaan schuiven in het klassement. In het peloton kreeg UAE tegen die tijd daarom steun van andere ploegen, waaronder Bahrein en later ook Red Bull en Lidl-Trek. Veel effect had dat overigens niet, de voorsprong liep op naar een minuut of acht en aan de finish hield Pidcock alsnog 7:30 over waardoor hij nu is opgeschoven naar de vierde plek in het algemeen klassement. Dat was alleen niet zijn enige doel, hij wilde ook de rit winnen. Voorbij de Col des Croix reden we naar de Ballon d'Alsace en daar viel Pidcock meerdere keren aan. Ook andere renners in de kopgroep vielen aan, Jordan Jegat bijvoorbeeld. De Ballon d'Alsace was alleen niet lastig genoeg om het verschil te maken, dus bleef er een vrij grote groep bij elkaar. Van die kopgroep van bijna 60 man raakten we er wel veel kwijt, we hielden vooraan uiteindelijk een mannetje of 10 over. Ik was natuurlijk erg teleurgesteld dat mijn Baskische vrienden van Cofidis allebei kansloos werden gelost, terwijl het ook wel weer fascinerend was om Ben Healy na een kansloze aanval meteen te zien lossen. Een Alaphilippe was ook weer legendarisch slecht, het blijft een gekke sport. In de kopgroep zaten heel wat renners van Jayco en al die renners hadden geen slechte dag. Ook bijzonder, die ploeg was nochtans bezig aan een onzichtbare Tour. Ineens stonden ze er, massaal. Ben O'Connor was het die wat kopwerk verrichte voor Luke Plapp en Mauro Schmid. Michael Matthews zat er ook nog, maar hij werd een paar kilometer voor de top gelost en dat motiveerde Schmid en Plapp vooral om zelf in de aanval te gaan. Niet wachten op Matthews, nee, zelf voor je kans gaan. Achteraf gezien de juiste tactiek, zo kan dat soms ook uitpakken.
Op de Ballon d'Alsace kon niemand het verschil maken. Pidcock gooide er richting de top nog eens alles uit, hoewel het pijn deed bij zijn vluchtgenoten wisten ze wel vol te houden. Een duo van Jayco zat lachend op het wiel, de rest was bekken aan het trekken. Dat maakte de kans wel groot dat Jayco de rit zou gaan winnen, na de afdaling volgde er een stuk in de vallei en daar zouden de tactische steekspelletjes ongetwijfeld beginnen. Bleek ook zo te zijn, er werd slag om slinger gedemarreerd en er werd vooral naar Pidcock gekeken om alles op te lossen. Behalve toen smiecht Wellens demarreerde, bij hem zat iedereen meteen op het wiel. Wellens heeft inmiddels een reputatie, dat bleek gisteren wel. Bergop was hij niet in orde, maar in de afdaling keerde hij terug en daarna probeerde hij er vanonder te muizen, maar zonder succes. Ploeggenoot McNulty probeerde ook nog een keer iets, maar het zou een keer niet de dag van UAE worden. Ook wel eens lekker. Enkele demarrages later probeerde Mauro Schmid het een keer. Hij versnelde heel stiekempjes en Harold Tejada schoof met hem mee. Luke Plapp overwoog ook even mee te gaan, maar hij liet dan toch maar wijselijk lopen. Daarna was Pidcock aan de beurt, maar de Brit wilde een keer overslaan. Hij stuurde uit, niemand pikte in en het gat was daar voor Schmid en Tejada. Een wonderlijk duo, waarbij het vooral wonderlijk was dat Tejada het volle pond gaf. De Colombiaan zag het wel zitten, terwijl we toch wel met het idee zaten dat Schmid hem zou vloeren in een eventuele sprint. De voorsprong bleef lang rond de 10 seconden hangen, daarna liep het op naar 20 seconden. Zoals altijd was er weer sprake van het G2-syndroom, in de achtervolgende groep had niemand zin om heel hard op kop te rijden, terwijl ze vooraan gewoon hersenloos door konden stampen. Al gebruikte Schmid in de laatste paar kilometer zijn verstand wel. Een jaar eerder verloor hij in Toulouse in een sprintje van Abrahamsen. Dat was de dag dat Mathieu van der Poel vanuit de achtergrond nog kwam opstomen. Hij had die dag een AGR'tje kunnen doen, ware het niet dat Schmid in de laatste kilometers keihard op kop bleef rijden. Abrahamsen zat te lachen in het wiel en vloerde hem in de sprint. Mauro had dat blijkbaar onthouden, hij zag in dat hij iets te gretig was geweest en dat hem dat de ritzege had gekost. Daarom besloot hij nu in de laatste paar kilometer niet meer over te nemen. Altijd een risicovolle tactiek, omdat je niet weet wat je tegenstander gaat doen. In dit geval bleek het de juiste tactiek, want Tejada bleef gewoon rijden. Pas in de laatste kilometer durfde de Colombiaan te pokeren. Rijkelijk laat, ook al zaten er nu wederom achtervolgers aan te komen. Wellens was weggereden uit de achtervolgende groep en hij verscheen bijna in beeld. Teveel pokeren konden ze vooraan ook weer niet, daarom besloot Schmid in de laatste 400 meter dan toch maar de kop over te nemen. Ideaal voor Tejada, maar nu was het de Colombiaan die iets te gretig was. Hij ging de sprint aan en dat was best een goede sprint, maar niet goed genoeg. Schmid accelereerde en zij aan zij reden ze naar de streep in Belfort, waar Schmid in de laatste 50 meter nog een extra versnelling wist te vinden om Tejada voorbij te steken. Geen ritzege voor de Colombiaan die samen met Superman Lopez terug in Colombia had moeten zijn als ambassadeur voor een slager, in plaats daarvan de eerste ritzege in de Tour voor de Zwitser Schmid. Een jongen die bezig is aan een wonderbaarlijk goed jaar, vooral in het voorjaar beschikte hij over fabelachtige benen. Die benen waren in deze Tour nog niet echt zichtbaar, maar nu stond hij samen met de rest van de ploeg plotseling waanzinnig op punt. Zijn toekomstig ploeggenoot Pidcock werd op slechts twee seconden derde, met een fameuze sprint snelde hij Wellens nog voorbij. Schmid staat op het punt naar Pinarello te vertrekken en daar zou hij al snel een miljoen of twee gaan verdienen, op basis van zo'n rit als die van gisteren lijkt dat nog bijna terecht ook.
Een vermakelijke vluchtersrit, toch ook wel deels met dank aan het geschutter van Lidl-Trek. In de finale bleef het lang spannend, we zouden graag meer van dat soort ritten zien. Hebben we nu alleen wel mooi pech, want in het weekend dat nu voor de deur staat krijgen we twee lastige bergritten voorgeschoteld en dan is het moment natuurlijk weer aangebroken waarop Pogacar de tegenstand gaat vermorzelen. Daar gaat hij op zaterdag in de Vogezen mee verder. Nadat we tijdens de vorige rit hebben geflirt met de Vogezen gaan we dit middelhoge bergketentje nu volledig onderzoeken. Een relatief korte rit waarin het de hele dag op en af gaat, dit wordt zwaar. Een leuke ontdekking aan het eind, in de normaal altijd zo repetitieve Tour hebben we zowaar weer een nieuwe klim gevonden. De zwaarste klim van de dag volgt aan het eind van de rit, we weten allemaal wel wie daar een minuut weg gaat rijden van de tegenstand. Zin in.
![71102]()
![0fe39]()
We duiken het derde weekend in en dit weekend staan er twee zware bergritten op het programma. De kortste van de twee gaat van start in Mulhouse, een stad met 113.000 inwoners. Het is een plaats met een lange geschiedenis in de Tour, het is namelijk de 18e keer dat de karavaan hier passeert. De laatste passage dateert van 2019, toen we vanuit Mulhouse naar La Planche des Belles Filles gingen. Of nee, erger nog, we gingen zelfs naar Super Planche. Nog even een supersteile strook en een stukje onverhard aan het eind toegevoegd, voor de lol. Het was de eerste keer dat we die laatste strook toegevoegd zagen worden, bij die gelegenheid ging de ritzege naar de vluchters en op de supersteile eindstrook van Super Planche was het niemand minder dan Dylan Teuns die Giulio Ciccone wist te vloeren. Dylan Teuns, goh, won ooit ritten in de Tour. Tegenwoordig is hij zo slecht dat hij de Tour niet eens meer mag rijden. Voor de laatste aankomst in Mulhouse moeten we terug naar 2014, toen Tony Martin in de straten van deze stad een grandioze solo wist af te ronden. Na die etappe met aankomst in Mulhouse zou de volgende rit ook vertrekken vanuit deze stad. We reden toen ook richting La Planche des Belles Filles, waar Nibali zou winnen op de normale variant van de klim. In een verder verleden zagen we in 2005 nog een renner op een epische manier naar de zege soleren. Een van de eerste straffe stoten van Michael Rasmussen, die tijdens die etappe zelfs op het vlakke wist uit te lopen. Een solo van 80 kilometer, het passeerde gisteren ook al de revue. Vermakelijke renner, al schijnt het zo te zijn dat hij niet helemaal zuiver was. We hebben nu weer iemand in het peloton die vaak aan het trainen is in Mexico, nu is het alleen wachten op de nieuwe Cassani. In een nog verder verlenen wonnen ook Lance Armstrong, Laurent Fignon en Bernard Hinault in Mulhouse. In 1971 ging de Tour van start in Mulhouse met een ploegentijdrit, gewonnen door het Molteni van Eddy Merckx. Als je ooit in Mulhouse bent moet je sowieso het centrum bezoeken, in de buurt van de Place de la Réunion tref je het hoogtepunt van de stad. Een kerk, het oude stadhuis, een aantal vakwerkhuisjes en nog wat andere huizen die van vrolijke kleuren zijn voorzien, allemaal rond dat plein. De kerk die we op dit plein aantreffen is de protestantse kerk Temple Saint-Étienne. In Mulhouse schijnt ook nog een katholieke kerk te staan, de Église Saint-Étienne. Bijna dezelfde naam, verwarrend. Ook de Chapelle Saint-Jean is de moeite waard, in deze voormalige kapel worden tegenwoordig vooral concerten gegeven. Daarnaast is er het lokale Hôtel de Ville, een renaissancistisch stadhuis uit 1551, sinds 1969 het Musée historique de Mulhouse huisvestend. Eveneens op de Place de la Réunion te vinden, dat ziet er zeker wel gaaf uit. Voorts is er het Bollwerk, een overblijfsel van de oude stadsmuur. Dan heb je ook nog de Tour Nessel en de Tour du Diable, twee vierkante torens welke overblijfselen zijn van het voormalig paleis van de bisschoppen van Straatsburg. Buiten dat hebben ze hier een dierentuin, Parc zoologique et botanique, en een stuk of wat musea. Een museum waar je oude auto's kunt bekijken, eentje over de geschiedenis van de Franse spoorwegen en dan vinden we een aantal kilometer boven Mulhouse ook nog eens Le Parc du Petit Prince. Een pretpark, volledig in het thema van het verhaal van Antoine de Saint-Exupéry. In Mulhouse is Axel Zingle geboren, de snelle renner van Visma die momenteel in de lappenmand zit. Hugo Hofstetter komt ook uit deze buurt, al ligt zijn Altkirch wel nog een kilometer of 20 ten zuiden van onze startplaats. Wegens de textielindustrie werd Mulhouse wel het Manchester van Frankrijk genoemd, dat klinkt dan weer niet direct als een aanbeveling. Het oude centrum heeft nog wel wat, de rest van de stad bestaat vooral uit later aangebouwde arbeiderswijken. Dat is natuurlijk vaker zo, maar het contrast wil nog wel eens groot zijn, en dat is in Mulhouse van toepassing. Nog een tijdje in Duitse handen geweest ook uiteraard, zoals iedere stad in deze omgeving. Daar hebben we dan ook de naam aan te danken, eigenlijk is het Mülhausen natuurlijk! Van start gaan de renners voor het Palais des Sports "Gilbert Buttazzoni", de lokale gymzaal van Mulhouse.
![ASsLyBH.jpeg]()
![Mulhouse_Temple_St_%C3%89tienne_%28230742245%29_b-70%2Cc-30%2Cs-20.jpg]()
Tijdens de lange neutralisatie nemen we een totaal andere route dan in 2019, bijzonder. Toen reden we onder meer langs het voetbalstadion van de lokale voetbalclub, thans actief op het vijfde niveau. In het verleden speelden grootheden als Arsene Wenger en Zico Tumba voor deze club, maar de mooie jaren zijn al een tijd voorbij. Voorbij het stadion reden ze dwars door het centrum heen waar de straten wat smaller zijn, ze passeerden ook langs de Tour Nessel. Nu nemen we een weg om het centrum heen, de hoogtepunten van Mulhouse komen bepaald niet aan bod. Een wat saaiere tocht door de stad waar Alfred Dreyfus vandaan komt, die van de Dreyfusaffaire. Daar hebben we dan weer J'accuse...! van Emile Zola aan te danken. We fietsen wel nog even langs het nieuwe stadhuis van Mulhouse, dat verdacht veel lijkt op een seniorenflat. Vervolgens rijden de renners nog een tijd door de buitenwijken van Mulhouse, waar ze wel nog het Musée National de l'Automobile aantreffen. Hier vinden we de collection Schlumpf, een stuk of 500 vooral oude automobielen. Na 20 minuten geneutraliseerd gereden te hebben komen we uit in Wittenheim, maar verder hebben ze hier totaal geen Duits verleden. In Wittenheim rijden we langs een groot industrieterrein af, even later gaat de rit officieel van start op een brede en rechte weg. Het begin van deze rit kan wel eens lollig worden, Gouvenou heeft hier zowaar een slimmigheidje uitgehaald. In de eerste 15 kilometer van deze etappe rijden we over overwegend vlakke wegen, op weg naar de eerste klim van de dag. Om ervoor te zorgen dat de vlucht van de dag pas gaat ontstaan op die eerste klim heeft de organisatie ervoor gekozen de tussensprint van de dag al na 12 kilometer te positioneren. Het begin van deze rit zal dus duidelijk zijn, Lidl-Trek mag hier weer gaan controleren om zo Pedersen een kans te geven weer wat punten te scoren. Voor Alpecin en NSN ook van belang om hier te proberen punten te scoren, de afstand tot Pedersen is nog steeds te overbruggen en dus moet je daar vol voor gaan. Direct na de start rijden we Pulversheim binnen, in de omgeving van dit dorpje vinden we met Écomusée D'alsace het grootste openluchtmuseum van Frankrijk. Even verderop ligt ook Le Parc du Petit Prince, als je in deze omgeving bent om verkansie te vieren moet je nog kiezen ook. Ik zou voor het openluchtmuseum gaan, deze Elzasser variant van Bokrijk ziet er fabuleus uit. In Pulversheim komen we enkele bochten tegen, de brede weg is hier langs beide kanten om het ongezellig te maken wel voorzien van een aantal paaltjes. Buiten Pulversheim rijden we kort door de bossen, daarna komen we al snel uit in Bolwiller en hier is de weg een tijdje voorzien van een flinke vluchtheuvel. Bij de entree in Bolwiller rijden we langs een aantal bouwwerken die doen herinneren aan het mijnverleden van de streek. Een paar enigszins vervallen gebouwen en een op instorten staande mijnschacht, in vergelijking lijkt zelfs Arenberg meer bij de tijd. Rotondetje voorbij deze achenebbisjzooi, waarna we na vijf kilometer koers het centrum van Bolwiller betreden. Voorlopig is het vrij recht, vrij breed en vrij vlak. Dat gaat nog veranderen tijdens deze rit, eigenlijk al meteen in Bolwiller. In het centrumpje van dit dorpje dat over een kasteel beschikt komen we enkele flauwe bochten vol vluchtheuvels tegen, daarna slaan we voorbij de volgende rotonde meteen linksaf, om koers te zetten richting Berrwiller. De lokale mijnbouw was overigens gericht op de winning van potas, weer eens wat anders dan steenkool. De mijnwerkers op de fiets zijn op zoek naar punten bij de tussensprint, we rijden buiten Bolwiller drie kilometer over een brede en zo goed als vlakke weg naar Berrwiller en als we dat dorpje bereiken kan de sprint richting de sprint gaan beginnen. Met zicht op enkele Vogezenreuzen in de verte rijden we voorlopig langs wat weilanden en akkers af, maar op drie kilometer van de tussensprint rijden we Berrwiller binnen en hier komen we tussen de huizen in een sloot bochten tegen. Een haakse bocht naar links, meteen een langer doordraaiende bocht naar rechts en dan heel wat flauw bochtenwerk in het uiteraard zeer Duits ogende Berrwiller. De weg begint hier vals plat omhoog te lopen, in de drie kilometer voor de tussensprint gaan we gemiddeld aan een procentje of twee omhoog. Niet superlastig, maar voor Pedersen wel weer gelukkig dat het geen volledig vlakke sprint wordt. Na een bochtige passage verlaten we Berrwiller, we slaan anderhalve kilometer voor de tussensprint linksaf en daarna rijden we een tijd rechtdoor aan 3% omhoog over een brede weg langs heel wat weilanden af. Vlak voor we de tussensprint bereiken vlakt de weg af, na 12,6 kilometer gaan we vervolgens sprinten vlak voor we Wattwiller betreden.
![QPtuavf.png]()
![kMARvjI.jpeg]()
![7Fm6Nts.jpeg]()
![WtvyXMy.jpeg]()
In Wattwiller staan ze bekend om hun mineraalwater, na de tussensprint waar er ongetwijfeld weer gestreden gaat worden om de groene trui mogen de renners ook een slokje water nemen. Al moeten ze dan wel snel zijn, want voorbij de sprint begint de eerste klim van de dag bijna direct. We vinden de voet van de eerste klim van de dag 2,5 kilometer voorbij de tussensprint. Dit stukje van 2,5 kilometer is overigens nog wel even naar, we rijden Wattwiller binnen en hier moeten de watts eigenlijk even omlaag, want in het dorpje komen we meerdere drempels, vluchtheuvels en bochtjes tegen. De weg begint ook omlaag te lopen, het is in aanloop naar de Grand Ballon eventjes technisch. Na een rotonde en nog wat drempels verlaten we even later Wattwiller, om even vals plat omlaag te rijden over een brede en rechte weg richting Uffholtz. Bij de entree in dit dorpje komen we dan weer meteen een vluchtheuvel, een drempel en een rotonde tegen, de strijd om de vlucht van de dag te laten vertrekken zou ik nog steeds niet laten beginnen, het peloton doet er goed aan om te wachten op de eerste stijgende meters. Bij de rotonde in Uffholtz slaan we rechtsaf, een paar meter later volgt een nieuwe bocht naar rechts en in die bocht zien we een bord staan dat aangeeft dat we ons op de weg naar de top van de Grand Ballon bevinden. Voorbij deze bocht waar we weer moeten opletten voor de drempels rijden we in een straat vol kleurrijke huizen langs de lokale kerk af, het is hier nog even vlak, maar de Rue du Ballon zal weldra beginnen te stijgen. Zodra we de laatste huizen van Uffholtz achter ons laten en we een bos betreden begint de beklimming van de Grand Ballon, de komende 21,5 kilometer gaat het gemiddeld aan 4,8% omhoog naar de top van deze iconische klim van eerste categorie. Een gemiddelde dat precies niets zegt, daar komen we na de eerste kilometer van de klim gelijk achter. We beginnen op een simpele manier met een kilometer aan 4%, maar zodra we in het donkere bos de eerste bochten tegenkomen begint het serieuzer omhoog te lopen. De Grand Ballon is een klim die meerdere zijdes kent, via deze zijde rijden we eigenlijk in drie etappes omhoog naar de grote ballon. In eerste instantie gaat het acht kilometer omhoog, na die eerste makkelijke kilometer zullen we zeven kilometer aan zeven procent moeten klimmen. De brede weg omhoog is voorlopig redelijk vergelijkbaar met de Ballon d'Alsace die we gisteren al zagen, via wat brede bochten omhoog door het bos, steeds klimmend rond de 7%. Al is de Grand Ballon net iets onregelmatiger, we komen hier een makkelijkere kilometer aan 6% tegen, maar we treffen ook twee kilometer aan bijna 8%. Een paar stroken die net wat steiler zijn, dat maakt dit wel een heerlijke klim om de vlucht van de dag te laten ontstaan. Dankzij de dominantie van UAE mogen we weinig hoop koesteren dat er hier daadwerkelijk een paar interessante mannen in de kopgroep zullen verschijnen, maar in principe is dit een heerlijk klim om mee te openen. Eerst alles bij elkaar houden tot aan de tussensprint en dan hier een sterke groep laten wegrijden, op papier klinkt het fantastisch. Na acht kilometer klimmen, in het bos komen we talloze haarspeldbochten tegen, bereiken we de top van de Col de Herrenfluh. In de buurt van de eerste top langs deze kant van de Grand Ballon vinden we de ruïnes van het kasteel van Herrenfluh, terwijl we ook langzaam in een door oorlog getekend gebied terechtkomen. Na het eerste deel van de klim volgt er een afdaling van een kilometer, dit vind ik nog best een listig stukje. De weg is breed en goed, maar we komen in het bos kort achter elkaar meerdere snelle bochtjes tegen. Na deze verraderlijke kilometer in dalende lijn loopt de weg opnieuw omhoog, het tweede deel van de klim begint. We gaan nu twee kilometer omhoog naar Hartmannswillerkopf, wir werden heute also mal richtig auf Deutsch reden können. Het had niet veel gescheeld of ze hadden in deze regio nog steeds Duits gesproken, daarvan vinden we weer een bewijs op de top van Hartmannswillerkopf. De renners rijden een kilometer omhoog aan een procent of vijf en daarna komen ze een vals platte kilometer tegen, waarna de klim volledig zal afvlakken. Zodoende bereiken we na 25,5 kilometer de top van Hartmannswillerkopf, waar we meteen langs het Historial franco-allemand du Hartmannswillerkopf. Een paar meter voorbij dit museum vinden we het Monument National du Hartmannswillerkopf, met in de achtertuin van dit nationale monument het Cimetière militaire du Hartmannswillerkopf. Bij Hartmannswillerkopf werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar gevochten. De strijd tussen het Duitse en Franse leger leidde tot een loopgravenoorlog. Restanten van deze loopgraven en versterkingen zijn op deze locatie nog aanwezig. De weg waar we nu over fietsen maakt onderdeel uit van de Route des Crêtes, een route van meer dan 80 kilometer lang, in 1914 door het Franse leger aangelegd. De weg diende voor de bevoorrading van de troepen tijdens de Eerste Wereldoorlog, die bevoorrading was nodig ook, want het ging hier lang flink tekeer.
![666a4]()
![AKLv2sE.jpeg]()
![Hartmannswillerkopf000.jpg]()
Een stukje geschiedenis voor je, volledig gekopieerd van ieders favoriete encyclopedische site: Na de Frans-Duitse Oorlog van 1870 was de Elzas in Duitse handen gekomen. In 1914 poogde het Franse leger de Elzas te heroveren, maar slaagde hierin slechts gedeeltelijk. Op de berg vonden de eerste schermutselingen plaats in december 1914. Patrouilles troffen elkaar op de berg en schotenwisselingen volgden. De zwaarste gevechten vonden plaats op 19 en 20 januari, 26 maart, 25 en 26 april en 21 en 22 december 1915. Het Duitse leger hield stand met een statische loopgravenoorlog als resultaat. In de gevechten in de Elzas kwamen zo'n 30.000 militairen om het leven, waarvan de meerderheid Fransen. Na 18 maanden felle strijd verschoof het zwaartepunt van de gevechten naar het noordwesten van Frankrijk. In de Elzas bleven net voldoende soldaten achter om de status quo te handhaven. In de twee jaren werden de stellingen op de berg verstevigd. Diverse loopgraven en bunkers zijn in goede staat achtergebleven. Het front bleef gedurende de rest van de oorlog stabiel al zijn de stellingen herhaaldelijk beschoten met artillerie. Het gebied waar we ons nu bevinden is tot nationaal monument verklaard, een van de vier nationale monumenten opgedragen aan de Grote Oorlog. Op de plaats van de gevechten ligt een herdenkingskapel, een militaire begraafplaats en verder naar het oosten zijn de stellingen waar in de Eerste Wereldoorlog is gevochten ook nog te vinden. Diverse loopgraven en bunkers zijn nog redelijk intact aanwezig. Wij verschuilen ons ook alvast in onze bunkers nu Pogacar weer thermonucleair dreigt te gaan. Hartmannswillerkopf is ook wel bekend onder de naam Vieil Armand, de Fransen hebben het dan toch voor elkaar gekregen om de berg ook een Franse naam te geven. De Duitse invloeden blijven, maar het waren de Fransen die uiteindelijk wel aan het langste eind hebben getrokken. Naar het oosten heb je hier een vrij uitzicht over de vallei van de Rijn, de renners hebben vooral zicht op het slotstuk van de Grand Ballon. Voorbij het nationale monument is het even een kilometer vlak, vervolgens dalen we twee kilometer af. Dit stuk in dalende lijn lijkt redelijk goed te doen, al zijn we ook wel een beetje afhankelijk van het weer. Als het gaat regenen wordt het hier meteen link, in het donkere bos worden de wegen dan al snel glad. Als het droog blijft voorzie ik in dit stukje van de afdaling weinig problemen, de bochten hier zijn minder lastig. We verlaten na een tijd het bos en komen in een open terrein een brede haarspeldbocht tegen, dat is prima te doen. In deze zone zie ik via Streetview de naam COLBY een aantal keer op de weg gekalkt, het broertje van Quinn reed in de Tour Alsace van 2023 over deze wegen toen we in tegengestelde richting over deze klim reden. De aanmoedigingen hielpen overigens niet, het was die dag ONZE Frank van den Broek die beneden in Cernay zou winnen. Dit even terzijde, om maar even aan te geven dat er op deze wegen wel eens gekoerst wordt. In het stukje in dalende lijn passeren we ook nog een ander oorlogsmonument, terwijl we buiten het bos een prachtig zicht op de vallei krijgen aangeboden, amai. Na twee kilometer in dalende lijn, zonder gekke bochten, wordt het weer vlak, we werken een vlakke kilometer af voor het sluitstuk van de Grand Ballon begint. We komen uit bij Col Amic, een kruispunt van wegen. De opties om de Grand Ballon te beklimmen zijn eindeloos, als je alle kanten van de klim wil verkennen ben je een dag bezig. Op Col Amic rijden wij nu rechtdoor verder naar de Grand Ballon en in het verlengde daarvan, Le Markstein. Zeven kilometer tot de Grand Ballon, staat er, 14 tot Le Markstein. In de resterende zeven kilometer van deze klim komen we de echt leuke percentages tegen, dit is het stuk van de klim dat echt schreeuwt om het laten ontstaan van een ferme kopgroep. Of om alvast in het peloton eens door te trekken en te kijken of er iemand een slechte dag heeft. In de laatste 6,5 kilometer van de klim komen we aan een gemiddelde van 7,8%, straffe kost. We rijden weer een bos in, waar we in de eerste de beste haarspeldbocht wat kasseitjes tegenkomen. De weg loopt hier omhoog aan 8,3%, ja, dit willen we zien. In de volgende kilometer gaat het aan 7,8% omhoog, terwijl we weer een korte kasseistrook tegenkomen. Dat zijn keurige steentjes, maar alsnog grappig om dit zomaar ineens te zien verschijnen. In de volgende kilometer gaat het aan 7,5% omhoog, we verlaten het bos en rijden via een extreem brede haarspeldbocht langs de Ferme Auberge du Grand Ballon. Enkele renners zullen nu al zin hebben om in de remmen te knijpen en hier een verfrissing te halen. Door een enorm open gebied rijden we langs wat bergweides af in de volgende kilometer aan 7,7% omhoog, waarna de top langzaam in beeld verschijnt. Voor we de top bereiken volgt echter wel nog de zwaarste kilometer van de klim, we gaan een volle kilometer aan bijna 9% omhoog. Hier wil ik oorlog, en dan geen loopgravenoorlog. Walgelijk genoeg zie ik hier dan weer heel vaak de naam DEMI op de weg gekalkt, in de Tour de France Femmes van 2022 reden we over de Grand Ballon omhoog naar Le Markstein. De troost is dat Demi toen op een hoop werd gereden door ONZE Annemiek. Richting de top zien we dan eindelijk dat ding in beeld: de grote ballon. Op de top van de berg is een witte ballon te zien, het einde van deze kwelling is bijna in zicht. Door een open gebied rijden we over de brede weg na de lastigste kilometer weer een kilometer aan 7,5% omhoog, voor we in de laatste halve kilometer voor de top iets afvlakken richting 7%.
![-upload-86849-1024x0.jpeg]()
![grand-ballon-cernay-upload-23937-1024x0.jpg]()
![grand-ballon-cernay-upload-6656-1024x0.jpeg]()
![grand-ballon-cernay-upload-74338-1024x0.jpg]()
Met een prachtig zicht op de verre omgeving rijden we de laatste meters door de open ruimte omhoog naar de top van de Col du Grand Ballon. De top van deze klim bereiken we na 36,6 kilometer, boven op deze beklimming van eerste categorie gaan er al heel wat renners om hun moeders roepen. Dit wordt een loodzware dag voor de sprinters, Tim Merlier mag de klink van de ploegleiderswagen veelvuldig gaan opzoeken. De Grand Ballon is natuurlijk een enorm bekende klim, en niet eens zo zeer vanwege de koers. Het is voornamelijk een populaire beklimming voor tal van wielertoeristen, WIJ komen hier ook graag langs. Bergjes, niet te ver van huis. Mooie, brede wegen. Niet te steile percentages, niet te druk. Heerlijk. De Grand Ballon, Große Belchen in het Duits, is de hoogste berg (1424 meter boven zeeniveau) in de Vogezen. Beeldbepalend is het radarstation op de top, de witte ballon. De Grand Ballon ligt in het department Haut-Rhin (in de Elzas) en niet in het departement de "Vogezen", maar wel in het middengebergte de "Vogezen". Uitstekende toevoeging van Wiki. De Grand Ballon ligt in het natuurpark Ballons des Vosges. De top van de berg ligt net boven de boomgrens, er is van daar een ruim uitzicht over de omgeving. Naar het zuiden zouden de Alpen te zien moeten zijn, waaronder de Mont Blanc. Ook kun je vanuit hier kijken naar het Zwarte Woud, je kijkt je ogen uit. De Grand Ballon is een toeristische trekpleister, dat zien de renners als ze de top passeren. Een gigantische parkeerplaats op de top, naast enkele herbergjes. Een van die herbergjes heet Le Vue des Alpes, om nog maar eens te onderstrepen dat je hier erg ver weg kunt kijken. Je kunt nog verder omhoog naar dat radarstation, maar dan moet je wel je mountainbike meenemen. In koers passeren we net iets onder dat radarstation door, een meter of 100 lager. In de Tour komen we voor de negende keer langs op de Grand Ballon, de vorige passage op deze ballon dateert van 2019. Toen gingen we ook van start in Mulhouse, al reden we toen op een totaal andere manier omhoog naar deze grote ballon. Omhoog via Le Markstein, nu gaan we dadelijk juist naar Le Markstein toe. In 2014 passeerde de Tour hier ook eens, bij die gelegenheid lag de finish in Mulhouse. Ook toen reden we via Le Markstein omhoog, de kant van de Grand Ballon die we nu bedwingen is al heel lang niet meer in de Tour Hommes gezien. Wel in de Tour Femmes dus, in 2022. Al reden we toen eigenlijk ook net weer op een andere manier omhoog en was alleen het stuk voorbij Col Amic gelijk, maar bon. In 2014 kwam Tony Martin hier als eerste boven, onderweg naar een solozege in Mulhouse, in 2019 was Thomas De Gendt hier dan weer als eerste op de top, in een rit die uiteindelijk op de superplank gewonnen zou worden door Dielon. Ook in de Tour van 2005 reden we via Le Markstein omhoog naar deze klim, dat was dan weer de dag van de monstersolo van Rasmussen. Ook weer met einde in Mulhouse, die stad en deze klim zijn haast onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het debuut van de Grand Ballon dateert van 1969, de klim werd een stuk later ontdekt dan de Ballon d'Alsace. Lucien Van Impe was hier als eerste ooit als eerste boven, toch ook weer een Belgische klim! Een klim die ook populair is onder motorrijders, ik neem aan dat Isaac del Toro zich hier helemaal in z'n sas voelt. Ook weer onderdeel van de Route des Crêtes, die weg gaan we voorbij de top nog een tijd volgen.
![Grand_Ballon_-_Centre_radar_pour_l%27aviation_civile.jpg]()
![lpO03xO.jpeg]()
Voorbij de top van de Grand Ballon fietsen we richting de finish in Le Markstein, al volgt die finish helaas voor de sprinters nu nog niet. We gaan een weg verkennen die in de finale deels zal terugkomen, aan het slot van de rit gaan we over dezelfde weg naar de finish in Le Markstein rijden, op het eerste stuk voorbij de Grand Ballon na. Voorbij de top van de klim dalen we anderhalve kilometer vrij stevig af over een brede weg die meteen voorbij de top een stevige bocht naar rechts kent, en daarna een haarspeldbocht naar links. Na deze haarspeldbocht komen we op een wat rechter stuk terecht. Het gaat even rechtdoor, tot er weer een bocht naar rechts volgt. Na deze bocht zien we op links een andere weg liggen. Die weg, dat is de top van de Col du Haag. Dat is de weg die in de finale terug zal keren, helemaal aan het eind van deze rit gaan we voor het eerst ooit omhoog over de Col du Haag, om daar op de top linksaf te slaan en dan dezelfde weg als nu te volgen tot aan de finish. Een deel van de finale kunnen we nu dus al verkennen, het deel na de loodzware klim die de Col du Haag gaat zijn. Zes kilometer tot aan de finish vanaf dit punt, zes kilometer waarin we over de brede Route des Crêtes rijden. Een leuk voorproefje alvast, we kunnen dit later nog eens uitgebreider beschouwen. Nu rijden we eerst omlaag vanaf de Grand Ballon, om voorbij de kruising met de Col du Haag tot de conclusie te komen dat de afdaling voorlopig voorbij is. Voorbij de Col du Haag loopt de weg zelfs een beetje vals plat omhoog, terwijl we opnieuw een bos betreden. Na een klein stukje vals plat omhoog begint de weg vervolgens een kilometer of drie omlaag te lopen, maar dan wel op een vals platte manier. De weg in het bos kent hier geen echte bochten, wel een paar korte en snelle bochtjes. Op hoge snelheid knal je hier doorheen, op één bochtje na zie ik weinig kans om jezelf in het skoekeloen te doen belanden. Eenmaal buiten het bos vlakt de weg af, in de absolute slotfase van de rit krijgen de renners op de Route des Crêtes met twee min of meer vlakke kilometers te maken. Het gebied is nu ineens weer open, wat de renners zicht biedt op enkele bergen in de omgeving, de Petit Ballon bijvoorbeeld. Een ballon die we dit jaar helaas niet opblazen, jammer, gemiste kans. Dat was in 2023 een leuke klim, zeker in combinatie met de Platzerwasel. Maar goed, nu hebben we de Haag dan weer, dat wordt ook leuk. We slingeren verder richting Le Markstein, de brede weg voert nu weer een bos in en hier ben je als aanvaller snel uit beeld. Vlak voor we Le Markstein bereiken begint de weg iet of wat omhoog te lopen, we klimmen vals plat omhoog naar de finish. In de laatste kilometer voor de finish gaat het aan 2% omhoog, als je wil winnen moet je niet wachten tot de laatste kilometer. Al doet Pogacar mee en zijn dit soort overwegingen niet rullevant. In de laatste paar meter voor de finish loopt het iets steviger omhoog, maar daar komen we later op terug. Voor nu is het van belang dat we na 44 kilometer voor het eerst aan de meet passeren, we gaan nu beginnen aan een rondje van meer dan 100 kilometer, om uiteindelijk op hetzelfde punt terug te keren. Tijd voor een langere afdaling, en daarna een paar klimmetjes die minder tot de verbeelding spreken.
![0SO1AKa.jpeg]()
![aU6jtEL.jpeg]()
Voorbij de finish in Le Markstein loopt de brede weg nog even een paar meter verder omhoog, vals plat uiteraard, daarna beginnen we aan een afdaling van 15 kilometer richting Kruth. We hebben de Route des Crêtes in Le Markstein achter ons gelaten, maar de weg waar we ons nu op bevinden is net zo breed. Het asfalt is wel net een klein tikje minder, er zijn her en der wat beschadigingen te zien. Desondanks mag je gerust stellen dat dit een afdaling van niets is. De brede weg omlaag kent talloze bochten, maar we dalen eigenlijk nergens heel steil af. Het gaat een groot gedeelte van de tijd zelfs vals plat omlaag, je moet hier bijtrappen alsof je leven ervan afhangt. In deze afdaling van 15 kilometer komen we eigenlijk geen enkele fatsoenlijke bocht tegen, het is een doodsimpele afdaling. Het grootste deel van de tijd rijden we voor de bossen heen, alleen net voorbij Le Markstein is het even wat meer op en hier hebben we een prachtig zicht op de vallei. Daarna duiken we dus het bos in en in de bossen liggen genoeg bochten, maar ik zie geen bocht die mij angst in zou boezemen. Het is echt een simpele afdaling, we dalen in het begin en aan het eind een tijdje zo rond de 5% af, en tussendoor gaat het vals plat omlaag tussen de twee en drie procent. Stelt echt geen reet voor, de lastigste bocht is misschien de haarspeldbocht als we bijna beneden zijn in Kruth. Vlak voor we Kruth bereiken rijden we alleen eerst nog door Wildenstein heen, hier vinden we het Lac de Kruth-Wildenstein en de ruïnes van het Château de Wildenstein, tijdens deze fase van de rit hebben we ook zeker alle tijd om ons met dit soort dingen bezig te houden. De renners rijden langs het restant van het château en hier gaat het rechtdoor vals plat omlaag naar Kruth, een plaats die we even later na 60 kilometer koers zullen bereiken. In Kruth rijden we via een aantal bochten door het centrum heen, waarna we voorbij het lokale stadhuis en de lokale kerk na een scherpe bocht naar rechts bijna meteen gaan beginnen aan de volgende klim van de dag.
![ChateauduWildenstein000.jpg]()
Na de bocht naar rechts in Kruth begint de weg bijna meteen weer omhoog te lopen. We rijden via een smalle brug over het riviertje La Thur heen en voorbij die brug beginnen we aan de Col du Page. Een mooie ode aan Hugo Page, al zal hij als rappe man momenteel niet kunnen lachen met deze klim die zijn naam draagt. We beginnen aan een klim in twee delen, in eerste instantie gaan we zeven kilometer omhoog aan 6% naar Col d'Oderen. Deze klim voert ook weer door een bos en kent een vrij makkelijk begin. Vier kilometer lang rijden we heel stabiel aan 5% omhoog, dit is wel zo'n beetje het punt waar de rit na een furieus begin tot rust gaat komen. De kopgroep is vertrokken en de controle van UAE zal daar zijn, zo zal de koers voorlopig in de plooi liggen. Het is wel een mooi klimmetje, over een brede weg rijden we door de bossen heen en tussen de bomen in verschijnt zo nu en dan een fraai chaletje in beeld. Een aantal haarspeldbochten in de buurt van het gehucht Werschmatt, maar dat leidt niet tot hoge stijgingspercentages. Na de eerste zone vol haarspeldbochten rijden we een tijd wat meer rechtdoor in het bos, waarna de weg iets steviger omhoog begint te lopen. In de resterende drie kilometer van de klim gaat het vooral aan 6% omhoog, met enkele stroken rond 7%. Onderweg switchen we weer eens van departement, we verlaten Haut-Rhin tijdelijk en fietsen een tijd door Vosges, wat wel zo gepast is aangezien we vandaag de Vogezen behoorlijk goed verkennen. Op het moment dat we van departement switchen zijn we boven op de Col d'Oderen, we maken hier ook een wissel mee alsof we van België naar Nederland rijden. De brede weg beschikt in het departement Vosges over een nieuwere laag asfalt, precies op de grens van de departementen is het verschil overduidelijk. Handig, dat nieuwe laagje asfalt, want voorbij de Col d'Oderen gaan we kort naar beneden. Anderhalve kilometer loopt de weg omlaag, aan een procent of vijf dalen we behoorlijk rechtdoor af. Geen enkele lastige bocht, totdat we het einde van dit korte afdalinkje bereiken. Beneden slaan we scherp linksaf, dit is een wat onhandige bocht. Een bocht die eigenlijk niet is uitgetekend om van deze kant te nemen, van de andere kant is ie logischer aangelegd. Even volledig in de ankers dus, om daarna veilig te kunnen beginnen aan de Col du Page. De renners rijden over een smalle brug heen en voorbij die brug loopt de weg 1,6 kilometer aan 8,4% omhoog. Een stevige uitsmijter, de smalle weg die door het bos kronkelt kent zelfs een paar stroken aan 9%. Even weer wat werk voor de echte klimgeiten, al ligt het nog steeds voor de hand dat de rit zich op dit moment in rustig vaarwater bevindt. Na deze steile slotstrook bereiken we na 71 kilometer de top van de Col du Page, een klim van tweede categorie. In totaal gaat het 9,8 kilometer aan 4,7% omhoog, maar dat gemiddelde wordt dus gefnuikt door een stuk in dalende lijn. Uiteindelijk door het laatste stukje naar de top wel een pittig ding, een pittig ding dat debuteert in de Tour. Het eerste deel van de klim, de Col d'Oderen, hebben we vaker gezien in koers. In de Tour van 2014 bijvoorbeeld, onderweg naar La Planche des Belles Filles. Op de Col d'Oderen was Joaquim Rodriguez als eerste boven, maar hij sloeg niet scherp linksaf de smalle weg richting de Col du Page in, hij reed rechtdoor verder naar beneden. Ook in de Tour van 1967 kwam de Col d'Oderen voorbij, maar ook toen geen verlengstuk in de vorm van de Col du Page. Nu dus voor het eerst wel, we noteren weer een leuke ontdekking. Tijdens de klim rijden we over het grondgebied van de gemeente Ventron, in deze gemeente vinden we een heus textielmuseum en er is hier een wintersportgebied te vinden. Op de top komen we dan weer in de gemeente Bussang uit, we gaan na de top afdalen richting het gelijknamige dorp. Helemaal boven passeren we een hutje waar je kunt schuilen als Pogacar de stenen uit de straat aan het rijden is, daarnaast vinden we op de top een oorlogsmonument. De bevrijding van Bussang wordt gevierd, wanneer worden wij bevrijd?
![col-d-oderen.png?v=1715614504]()
![col-d-oderen-upload-16275-1024x0.jpg]()
![col-du-page.png?v=1715032561]()
![col-du-page-upload-54024-1024x0.jpg]()
![3uMdVtU.jpeg]()
Ergens kan ik begrijpen dat de Col du Page nu pas debuteert in de Tour. De weg omhoog is smal, de weg omlaag zal dat ook zijn. De Tourorganisatie houdt niet van zulke smalle wegen, de reclamekaravaan heeft moeite om over zulke wegen te rijden en voor de renners brengt het ook extra risico's met zich mee. Hopelijk zien we hier geen ongelukken, anders kan het zomaar een eenmalig bezoek worden. Het voordeel is dat we direct na de top geen gekke bochten tegenkomen. In totaal gaan we zeven kilometer dalen richting Bussang, we beginnen met een halve kilometer waarin de weg vals plat omlaag loopt, waarna er een kort knikje in stijgende lijn volgt van wederom een halve kilometer. Na deze strook begint de afdaling echt, we gaan nu een kleine zes kilometer serieus omlaag naar Bussang. Je ziet niet heel vaak een afdaling over een wat smallere weg in de Tour, Thierry heeft een keer risico genomen. Al zou ik zeggen dat het risico te overzien is, voor we Bussang gaan bereiken rijden we eerst naar Larcenaire en in de twee kilometer tot aan dit plaatsje komen we eigenlijk maar één scherpe bocht naar links tegen. Even verderop volgt er een lastige bochtencombinatie, maar in twee kilometer tijd hoef je dus eigenlijk maar bij drie bochten echt op te letten. Voor de rest wat flauwere bochtjes, de schade zou hier niet al te groot moeten zijn. Zodra we Larcenaire bereiken wordt de weg breder, want Larcenaire is een skiresort, ja! Het gebied Larcenaire heeft 8 pistes, waarvan 1 zwart, 1 rood, 3 blauw en 3 groen (in totaal ongeveer 6 km aan pistes). Een skigebied moet goed te bereiken zijn, dus in de resterende vier kilometer van de afdaling dalen de renners af over een bredere weg. De grap is dat de afdaling nu pas echt begint, pas in Larcenaire gaan we steiler omlaag en pas in dit skiresort komen we de eerste echte bochten tegen. Een steile haarspeldbocht, zelfs. Het helpt wel dat de weg hier iets breder geworden is, het helpt ook dat we het bos verlaten hebben en dat de bochten goed zichtbaar zijn. Al duiken we voorbij Larcenaire opnieuw een bos in, maar hier zie je op één wat scherpere bocht naar links na nog steeds perfect waar je naartoe hoort te gaan. Even verderop volgt er in het gehucht een lastige bocht naar rechts, een bocht die je wel moet zien te halen. De bocht is omgeven door grote keien, geen optie om hier van de weg te raken. Wel meteen de laatste lastige bocht, hierna gaat het aan het eind van de afdaling rechtdoor verder naar Bussang. Dit dorpje bereiken we uiteindelijk na 79 kilometer koers, we slaan beneden rechtsaf om aan een tocht door het centrum te beginnen. We hadden ook linksaf kunnen slaan, dan waren we langs de bron van de Moezel gereden. Dat doen we niet, al gaan we de rivier vandaag wel nog tegenkomen. We nemen een haakse bocht naar rechts en dan rijden we dus Bussang binnen, een dorpje dat bekend is vanwege het Théâtre du Peuple, een volledig houten theater, dat in 1895 werd ontworpen door Maurice Pottecher. Ze beschikken hier ook over mineraalwater, dat zorgde ervoor dat Bussang een tijd een kuuroord was. Ze verkochten dat water ook, maar later bleek dat spul radioactieve elementen te bevatten. Toen gingen ze in plaats daarvan maar limonade verkopen, maar ook dat liep niet goed af, die fabriek sloot in de jaren 80 haar deuren. In het centrum van Bussang nemen we in de buurt van het lokale casino een schuine bocht naar rechts, daarna komen we op een brede weg in de vallei terecht die ons langs de Moezel, hier een heel lullig stroompje, naar Saint-Maurice-sur-Moselle gaat brengen. En die plaatsnaam moet u bekend voorkomen.
![qeb4Pwr.jpeg]()
![PCeliXD.jpeg]()
Vijf kilometer rijden de renners door de vallei van de Moezel richting Saint-Maurice-sur-Moselle. Langs de Moezel loopt de brede hoofdweg door deze vallei steevast vals plat omlaag, de renners rijden voornamelijk rechtdoor in het groene dal en op een paar vluchtheuvels na komen ze eigenlijk geen obstakels tegen. Zonder problemen komen we na 84 kilometer uit in Saint-Maurice-sur-Moselle, een plaats waar we gisteren ook al doorheen zijn gereden. Voor de tweede dag op rij gaan we de Ballon d'Alsace bedwingen, het enige verschil is dat we nu vanuit het noorden naar Saint-Maurice rijden, gisteren vanuit het westen. Dat heeft tot gevolg dat de bocht richting de voet van de Ballon d'Alsace anders is, we slaan nu na een rechte tocht van een kilometer of vijf ineens uit het niets scherp linksaf. Daarna is de klim meteen begonnen, wederom de Ballon d'Alsace. We hebben de klim gisteren al gezien, voor de volledigheid zal ik mijn teksten uit de voorbeschouwing van gisteren maar even herhalen: Na de bocht naar links in Saint-Maurice-sur-Moselle beginnen we meteen aan de beklimming van Ballon d'Alsace. De komende 8,9 kilometer gaat het aan 6,9% omhoog. Het meest bijzondere aan deze klim is de gelijkmatigheid, het gaat haast letterlijk continu aan 6,9% omhoog. Geen steilere stroken, geen makkelijkere stroken, nee, steeds zo rond de 7% klimmen. We beginnen in het dorp Saint-Maurice-sur-Moselle en daar komen we meteen wat bochten tegen, tussen wat chaletjes door. Op een bepaald punt zien we een huis met een bijzonder dak en daar, ter hoogte van dat huis, ging in de Tour van 2023 Carlos Rodriguez op z'n bek. Hij nam Kuss mee in die val, pal voor dat huis. Gisteren zagen we de Ballon d'Alsace helemaal aan het eind van de rit, nu zit de klim zo ongeveer halverwege de etappe. Zelfs in de finale van een rit viel al te zien dat deze klim niet lastig genoeg is om het verschil te maken. Tom Pidcock deed zijn best, maar hij kwam niet van zijn vluchtgenoten af. Daarvoor zijn deze stroken niet steil genoeg, daarvoor is de klim ook niet lang genoeg. Nu, halverwege de rit, gaat hier opnieuw het verschil niet worden gemaakt. We rijden twee dagen over deze klim heen, twee keer gaat dat weinig opleveren. Buiten Saint-Maurice rijden we een tijd langs wat bergweides af, daarna duiken we de bossen in. Hier kent de brede weg de nodige bochten, terwijl het dus continu aan 7% omhoog blijft lopen. Niet de lastigste klim ooit, maar het is wel een echte col. Actie tussen de klassementsrenners ligt hier ook vandaag niet voor de hand, al zal UAE het tempo hier ongetwijfeld weer de hoogte ingooien. Via meerdere haarspeldbochten slingeren we omhoog over deze prachtige klim, hier zelf fietsen lijkt geen straf. Voor de koers missen we een aantal steilere stroken, we beklimmen hier echt de meest gelijkmatige weg die ze ooit in Frankrijk hebben aangelegd. Aan het eind van deze tocht van negen kilometer aan 7% verlaten we het bos, om na 94,5 kilometer voor de tweede keer in twee dagen boven te komen op de volgebouwde top van de Ballon d'Alsace. Op de top van deze klim van eerste categorie (we hebben gisteren kunnen zien dat tweede categorie volstaat) vinden we onder meer het Maison du Tourisme Ballon d'Alsace, geen overbodige luxe, want er zijn nogal wat feitjes te delen over deze klim. Zal ik dat nog een keer doen? Fuck it, nu we toch bezig zijn.
![56bad]()
![sJOwITJ.jpeg]()
![tdcu1P3.jpeg]()
Ballon d'Alsace is een klim met een grote geschiedenis in de Tour, je leest soms wel eens verhalen dat de Ballon d'Alsace in 1905 de allereerste berg was die ooit werd beklommen. Dat is feitelijk helaas onjuist, in de Tour van 1903 reden de renners al eens over de Col de la République in de omgeving van Saint-Étienne en deze klim mag de trotse drager zijn van de eretitel eerste berg in de Tour. Eerste berg boven 1000 meter, om wat specifieker te zijn, want in de eerste Tours kwamen de coureurs uiteraard ook al meteen allerlei heuveltjes tegen. Enfin, de Tour van 1905 was pas de derde editie, de Ballon d'Alsace was er hoe dan ook vroeg bij. In de jaren daarna lag de klim bijna ieder jaar op het parcours, maar in de moderne geschiedenis is de Ballon d'Alsace een beetje uit het geheugen van de Tour verdwenen. Eddy Merckx en Bernard Thevenet wonnen hier ooit een aankomst bergop, terwijl de laatste passage in een Tourrit voor gisteren dateerde van 2023. Onderweg naar Le Markstein kwam Giulio Ciccone hier als eerste boven, in het jaar dat hij de bergtrui won. Daarvoor was het van 2019 geleden dat we de Ballon d'Alsace in de Tour zagen. Onderweg naar La Planche des Belles Filles kwam Tim Wellens toen als eerste boven, dat kon hij gisteren niet herhalen, het was waarschijnlijk te fris voor hem. We namen toen wel een andere weg naar de top, er zijn drie wegen omhoog. Deze Tour gaan we twee keer op dezelfde manier omhoog, vandaag gaan we via de derde weg afdalen. De keer daarvoor dat de Ballon d'Alsace in de Tour zat, pfoe, dan moeten we alweer terug naar 2005 , bij die gelegenheid wist Michael Rasmussen als eerste boven te komen tijdens een van zijn legendarische solo's. Een solo van een kilometer of 80 onderweg naar Mulhouse, op de Ballon d'Alsace, toen ook vanuit Saint-Maurice-sur-Moselle bedwongen, was hij al lang en breed vertrokken. Moreau en Voigt reed hij op drie minuten, het peloton kwam zes minuten later pas binnen. Rasmussen bleef maar uitlopen, het was de eerste keer dat hij in de Tour zo'n hilarische solo liet zien. Zou het iemand lukken om sneller te gaan vandaag? Dat was ook meteen de Tour van die beruchte tijdrit, hij zou in de jaren nadien nog wel meer fratsen uithalen. De Ballon d'Alsace is een keer of 29 beklommen in de Tourgeschiedenis. Voor het eerst in 1905 dus, toen kwam René Pottier hier als eerste boven. Hij was een van de eerste goede klimmers in de Tourgeschiedenis, dat jaar had hij ook meteen de Tour kunnen winnen, ware het niet dat hij geblesseerd het strijdtoneel moest verlaten. In 1906 kwam hij nog eens als eerste boven op de Ballon d'Alsace, dat jaar was hij niet te stuiten. Hij won liefst vijf ritten en hij werd eindwinnaar van die Tour. Een jaar later pleegde hij zelfmoord omdat zijn vrouw hem had verlaten. Een markant figuur, deze René. Daarom staat er ter ere van hem een bescheiden monumentje op de top van de klim. Op de top staan overigens veel meer monumenten, we noteren onder meer een standbeeld van Jeanne d'Arc en het Monument en hommage aux démineurs, een monument waar je een man ondersteboven ziet hangen. Een kunstzinnige ode aan de voorlopers van de EOD, in een bepaalde periode in de geschiedenis werden er in deze omgeving nogal wat mijnen neergelegd. Op de top schijn je bij helder weer trouwens de Mont-Blanc te kunnen zien, tegelijkertijd is dit een van de natste gebieden van Frankrijk en kun je dat heldere weer mooi op je buik schrijven. Op de top vinden we ook het skidomein Domaine Ski nordique du Ballon d'Alsace, een tamelijk bescheiden skigebied. In de Tour d'Alsace, een bescheiden koers, was er een paar jaar achter elkaar sprake van een aankomst bergop alhier. Dat leverde enkele bekende namen als winnaars op, zo wist in 2011 local hero Thibaut Pinot hier te winnen. In 2010 was die eer dan weer weggelegd voor ONZE Wielco! In zijn tijd bij de beloften won Wilco net wat makkelijker, al verzamelde hij toen ook al graag ereplaatsen. In 2009 zagen we Niels Albert hier dan weer winnen, in het eerste jaar dat de veldritploeg van de Roodhooftjes continentaal was geworden. BKCP-Powerplus, nadat Albert noodgedwongen moest stoppen en Van der Poel aan het firmament verscheen groeide het langzaam uit tot de topploeg die het nu is. Zo'n beetje het eerste succes van die ploeg op de weg werd hier geboekt, op de Ballon d'Alsace. Historie op overschot. Gisteren voegden we de naam van Tom Pidcock toe aan de geschiedenis van Ballon d'Alsace. Het lukte hem niet om zijn vluchtgenoten te lossen, maar hij wist wel als eerste boven te komen. Troostprijsje.
![h2056Ee.jpeg]()
![l1wix7k.jpeg]()
Na de top gaan we beginnen aan een afdaling van 11 kilometer richting Sewen. De eerste twee kilometer van deze afdaling volgen we dezelfde weg als gisteren, twee kilometer lang loopt de brede weg vals plat omlaag door een open omgeving zonder veel bochtenwerk. Voorbij de top verlaten we het departement van de Vogezen en rijden we het departement met de naam Territoire de Belfort binnen, al blijven we hier tijdens deze rit maar heel kort. Als de klim achter de rug is rijden we eerst een tijd door een wat meer open omgeving, hier loopt de brede weg wat meer rechtdoor omlaag. Niet echt steil, maar verder naar beneden gaan we wel wat steile stroken vinden. Na twee kilometer in voorzichtig dalende lijn rijden we wat meer de bossen in, hier verlaten we de route van gisteren na een bocht naar links. Na deze bocht loopt de weg een paar meter omhoog, we bereiken een plateaustuk van een kilometer of twee waar het wat op en af gaat. We hebben nu de kant van de klim bereikt die in 2019 beklommen werd, onderweg naar La Planche des Belles Filles. Een kant van de Ballon d'Alsace die we nu al een tijd niet meer hebben gezien dus, zeker niet in dalende lijn. Na twee kilometer waarin we voorzichtig hebben gedaald en twee kilometers op een plateau begint de afdaling pas echt, in de resterende zeven kilometer dalen we op een serieuze manier af richting Sewen. Vijf kilometer lang gaat het rond de 8% omlaag, hier wordt het toch even opletten. De echte afdaling begint met een aantal niet al te lastige bochten, maar na een tijd komen we toch een paar vervelende exemplaren tegen. Zo slaan we twee keer kort achter elkaar rechtsaf over een bruggetje, dit zijn wat scherpere bochten en hier heb je wegens de aanwezigheid van stenen muurtjes en van een rotswand ook weinig ruimte om fouten te maken. De weg blijft wel breed en het asfalt blijft goed, maar hier kan een goede daler zich zeker wel uitleven. Na 103 kilometer koers rijden we langs het Lac d'Alfeld, dit meertje is een populaire toeristische attractie. Een stuwdam is hier in 1883 door de Duitsers gebouwd, het is een reservoir dat in geval van droogte ervoor moet zorgen dat de riviertjes in de vallei van de Doller niet droog komen te vallen. De renners zien het meer liggen, ze zien ook een paar restaurantjes en een groot aantal parkeerplaatsen verschijnen. Tussen de parkeerplaatsen in komen we een eerste haarspeldbocht tegen, het startschot van het lastigste deel van de afdaling. Een paar bochten later komen we uit in een zone vol haarspeldbochten, heel kort achter elkaar moeten de renners door zeven van die dingen heen. Vier daarvan volgen direct achter elkaar, het wordt even zeer technisch. De weg blijft breed en het asfalt best goed, maar dit is wel het moment dat het naar verbrand rubber begint te ruiken. Voorbij deze technische zone vol haarspeldbochten komen we nog wat snelle bochtjes tegen langs een rotswand af, vervolgens gaan we in de laatste twee kilometer van de afdaling wat meer rechtdoor omlaag verder naar Sewen. Na 107 kilometer, op minder dan 50 kilometer van de aankomst, rijden we het nietige Sewen binnen. In Sewen hebben ze ook een meer, een heus gletsjermeer. Meertje, is wellicht de betere omschrijving. In Sewen ligt wat bochtenwerk op de renners te wachten, ze slingeren tussen de huizen door en hier is de weg tijdelijk wat smaller. Een paar huizen staan zowat half op de weg, merkwaardig beeld. Voorbij Sewen beginnen we aan een tocht van negen kilometer door de vallei van de Doller, richting Maseveaux loopt de weg continu omlaag. We volgen de loop van de Doller, de weg langs dit riviertje zal vooral vals plat omlaag lopen, in negen kilometer komen we amper 100 meter lager uit. Een mooie tocht wel, het is een heerlijk groene vallei waar we doorheen mogen rijden. Zicht op de bergen in de verte, af en toe een passage in een schattig dorpje als Dolleren. Hier komt de Doller zowaar ook even in beeld, geen onaardig stroompje. De route zelf stelt verder weinig voor, vooral rechtdoor over een brede weg zonder obstakels. In het dorpje Oberbruck komen we in het centrumpje wel wat bochtjes tegen, maar goh, nee, dit is echt een moment om even op adem te komen. We werken toe naar de finale van deze rit, ergens is het wel spijtig dat we net in die finale de langste stukken in de vallei van de dag tegenkomen.
![Les_lacets_de_la_D_466_la_route_du_Ballon_d%27Alsace_%C3%A0_Sewen_-_panoramio.jpg]()
![dQ2WJSD.jpeg]()