Een ambtenaar zat in de kelder van het gemeentehuis. Daar vond hij een oud bureau. In een van de laden lag een stoffige, oude lamp. Hij veegde het stof eraf en wreef erover. Plotseling verscheen er een geest.
“Je mag drie wensen doen,” zei de geest.
“Mooi,” zei de ambtenaar. “Mijn eerste wens: ik wil op een prachtig, tropisch en onbewoond eiland zijn.”
“Zo gezegd, zo gedaan.”
“Mijn tweede wens: ik wil dat het strand vol ligt met prachtige vrouwen.”
“Akkoord. Zo gezegd, zo gedaan.”
“En mijn derde wens…” zei de ambtenaar glimlachend. “Ik wil nooit meer werken.”
Paf!
Hij zat weer achter zijn bureau op het gemeentehuis.