Etapa 6: Olot - Pal. Andorra, 170,3 kmOp de vijfde dag van de Vuelta waren we eindelijk in Spanje en daar stond een ploegentijdrit op het programma. Ploegentijdritten in Spanje leveren altijd, ze leveren vooral gezeik op. We denken terug aan de invallende duisternis in Barcelona, we denken terug aan het leeglopende kinderbadje waardoor Jumbo-Visma ten val kwam, we herinneren ons ook die ene keer dat ze van plan waren de renners over het strand te sturen, het is altijd iets. Dit keer was het een protest van enkele Catalanen die vonden dat de ploeg van genocidale gek Sylvan Adams niets in de Vuelta te zoeken heeft. Ze hebben groot gelijk. Zwijgen over de genocide in Gaza is medeplichtigheid, dat was hun zeer terechte boodschap. Het blijft een schande dat die ploeg nog steeds het land dat een genocide aan het plegen is mag promoten, maar ondertussen is sport natuurlijk geen politiek. Het begrip sportswashing is een verzinsel, tuurlijk. Nee, Sylvan Adams is heel duidelijk over zijn intenties. Hij gebruikt de sport om het imago van dat land op te poetsen, dat zijn nota bene zijn eigen woorden. Geen complot, hij is er gewoon eerlijk over. Als je dat koppelt aan zijn doorgesnoven twittergedrag wordt wel duidelijk dat we er als wielergemeenschap goed aan zouden doen om de ploeg uit koers te zetten. Dat doen we voorlopig echter niet, dus roep je in zekere zin zo'n protest ook wel over je af. De schade viel gelukkig mee, ze verloren alleen wat tijd, al kan de mentale tik de rest van de koers natuurlijk wel hard aankomen. Ik zou niet graag in zo'n shirtje rondrijden, dat moet zeker in Spanje toch een beetje het idee geven alsof je een levend dartbord bent geworden. En dit was dan nog maar Cataloni, dat wordt nog grappig in het Baskenland. Ik hoop daar een recordaantal Palestijnse vlaggen te zien, verder hoop ik natuurlijk wel dat de renners met rust worden gelaten. Al moeten die renners zelf ook wel gaan nadenken over hun sportieve toekomst, maar dat zullen we dan maar bewaren tot na de Vuelta. Op het blokkeren van de weg na was het verder niet de meest opzienbarende ploegentijdrit. Het protest haalt natuurlijk alle kranten, verder kunnen we kort zijn over de etappe. Ik heb een paar rare valpartijen gezien, vooral Sobrero ging heel hard op z'n muil. Aular ging een stukje veldrijden, terwijl we verder toch wel konden merken dat de ploegentijdrit een uitstervende discipline is. Het zag er niet bij alle ploegen even soepel uit, alle routine is wel verdwenen bij deze discipline. Daarom misschien des te opmerkelijker dat de verschillen zo beperkt bleven, eigenlijk heeft de ploegentijdrit ons niets opgeleverd. Het was UAE-Team Emirates dat won, een ploeg die er ook op zit te wachten dat er een keer tegen geprotesteerd wordt. Voor de ploegentijdrit begon hebben ze naar verluidt de verkenning twee keer moeten afwerken, omdat ze het de eerste keer niet zo serieus namen. Nou, die tweede verkenning heeft wel zijn vruchten afgeworpen in dat geval. Ondanks het feit dat Juan Ayuso er alles aan deed om weg te rijden van zijn ploeggenoten noteerde de ploeg toch de snelste tijd, ze waren uiteindelijk acht seconden sneller dan Visma. Daar hadden ze de wind een beetje verkeerd ingeschat, naar eigen zeggen. Zoals een andere ploeg hun deelname verkeerd heeft ingeschat, zeg maar. Lidl-Trek werd knap derde, lang leek de ploeg zelfs op weg naar de zege, maar zoals de hele Vuelta al het geval is werden ze in de laatste rechte lijn alsnog ingehaald. Ineos viel lichtelijk tegen, daar viel de hele boel uit elkaar, verder valt in de marge het slechte presteren van Quick Step en Jayco op. Ooit de beste ploegen in deze discipline, nou, nu niet meer. Het rood is weer van Gaudu naar Vingegaard gegaan, terwijl deze rit ons verder niets heeft geleerd. Ja, dat het moeilijk is om een parcours te beveiligen. Het open karakter van de koers is de charme, maar soms ook de valkuil. In ieder geval, tijdens de volgende rit verlaten we Spanje alweer. We rijden van Cataloni naar Andorra en dat levert de eerste echte bergrit van deze ronde op. We hebben al een aankomst bergop gezien in Itali, maar die telde niet echt. Nu keren we na 15 jaar afwezigheid terug naar Pal, afgaande op het verleden telt deze aankomst wel. Ik heb hier waanzinnig goede herinneringen aan, dan weten jullie vast hoe laat het is.
![9JARH7Y.png]()
![1c82d]()
De eerste bergrit van deze Vuelta gaat van start in Olot, een stad met een kleine 38.000 inwoners waar de Vuelta nog nooit eerder is vertrokken. Olot ligt in Cataloni, in de provincie Girona. Van de provincie Girona rijden we vandaag naar Andorra, veel renners in het peloton gaan over bekende wegen mogen rijden. De helft van het peloton woont in Andorra of in Girona, ik neem aan dat de wegen van deze rit daarom wel eens deel zullen uitmaken van de trainingen. Olot ligt vlak bij de Pyreneen, ook wel geestig, amper twee dagen eerder waren we nog in de Alpen. Olot is de hoofdstad van de comarca Garrotxa en de toegangspoort naar het vulkaanlandschap Garrotxa. Het wordt doorkruist door de rivier de Fluva en de Riudauro-stroom. De stad wordt omringd door de bergketens Sant Valent, Aiguanegra, de hoogten Batet, Marboleny en Sant Valent de la Pinya. Het is een mooie, stijlvolle oude stad, met smalle straatjes, maar door aardbevingen is er uit de middeleeuwse periode vrijwel niets overgebleven. Het hele historische centrum is verwoest en ook de oude muur is vernietigd. In de oude stad zijn wel mooie modernistische gebouwen te bewonderen. Olot wordt ook wel de stad van de vulkanen genoemd, we bevinden ons hier in de Vulkanische Zone La Garrotxa, een natuurgebied waarin we meerdere uitgedoofde vulkanen vinden. De Montsacopa en Montolivet zijn te bezoeken, daarnaast heb je ook nog een vulkaan met de naam Garrinada en eentje die Bisaroques heet. Cataloni, daar kunnen ze er ook wat van. Het is ook een groene stad: er zijn tal van mooie lanen met platanen en parken, waaronder het mooie park Plaa Josep Clar in het midden van de stad. Rond die parken staan mooie oude villa's uit de tijd dat Olot welvarend was door zijn textielindustrie. De omgeving van Olot heeft ook een rijk natuurlijk erfgoed met de Moixina wetlands en de Croscat-vulkaan. Volgens Wikipedia vormt die vulkaan het hoogtepunt van het natuurgebied. Even opmerkelijk is de unieke botanische tuin van Parc Nou, weet een toeristische site dan weer te vermelden. In de oude, stijlvolle stad zijn smalle straatjes, gezellige pleintjes, een sfeervolle rambla en leuke cafs en restaurants. Het prachtige Plaza del Conill, gelegen in het hart van het historische centrum heeft nog enkele van de weinige gebouwen bewaard gebleven van vr de 15e eeuw. De stad heeft een interessant cultureel erfgoed, waarbij de verschillende monumenten in modernistische stijl opvallen, evenals renaissance-gebouwen. Door de stad is een mooie wandeling langs modernistische huizen uitgestippeld. Wat schilder- en beeldhouwkunst betreft, is de Olot-school van belang, deze heeft een goede vertegenwoordiging van werken in het Museum van La Garrotxa. Schilderkunst, beeldhouwkunst en keramiek zijn de belangrijkste elementen van de artistieke omgeving van Olot. De stad staat bekend om zijn gesneden en beschilderde figuren voor kerststallen, ik heb nu een toeristische site gevonden die echt weet uit te pakken met essentile details. Olot heeft een aantal mooie kerken waaronder de grote neoclassicistische kerk Sant Esteve uit de 19e eeuw met fraaie klokkentoren en een interessant museum voor moderne kunst (19e-20e eeuwe schilderijen van Catalaanse kunstenaars). Als je een modernistische wandeling door Olot maakt kom je onder meer langs het Casa Sol Morales, ontworpen door een architect die wordt gezien als de leraar van Gaud, je zou voor minder. Llus Domnech i Montaner, een belangrijke exponent van het Modernisme catal, hoppa. De toeristische site rept verder over de aanwezigheid van een klooster en het Museu de la Garrotxa wordt nog een keer in het zonnetje gezet, daarnaast wordt de wijk Eixample Malagrida aangestipt. Een groene wijk met een opmerkelijk stratenplan, blijkbaar een tuinstad in Engelse stijl. Hoogtepunten genoeg in Olot, vooral de aanwezigheid van die uitgedoofde vulkanen aan alle kanten van de stad maakt indruk. Je kunt met een luchtballontocht ondernemen in deze regio van La Garrotxa, al voelen we daar tegenwoordig net wat minder voor natuurlijk. Met Adria Moreno is er uit Olot een voormalig prof afkomstig, Moreno was iemand die lang tussen de amateurs in Frankrijk reed, waar hij zich toonde als een sterke klimmer. Via het immer grappige Team Vorarlberg kwam hij uiteindelijk bij Burgos terecht, namens die ploeg wist hij zich amper te onderscheiden en daarna stopte hij er snel weer mee. Een betere oud-prof uit de stad is Joaquin Llach, reed ooit nog voor Kelme! Won niets, maar verzamelde wel een paar aardige ereplaatsen bij elkaar. In tegenstelling tot Moreno reed hij ook meermaals de Vuelta, een koers die nog niet is gepasseerd in Olot, in tegenstelling tot de Volta. De Ronde van Cataloni komt hier zelfs met enige regelmaat voorbij, al dateert de laatste aankomst in de stad van 2016. Toen won Nacer Bouhanni in de sprint van Gianni Meersman en Philippe Gilbert. Het was een beetje een hellende sprint, zoals eigenlijk iedere sprint in Cataloni hellend is. In dit vulkaanlandschap is het dan ook moeilijk om veel vlakke wegen te vinden. Een jaar eerder kwam er in de Volta ook een rit aan in Olot, die rit werd dan weer in de sprint gewonnen door Alejandro Valverde. Ploeggenoot Rojas werd tweede, terwijl Wilco Kelderman vijfde werd. Toen al anonieme ereplaatsen aan het verzamelen in de World Tour, een fenomeen. In 1920 kwam de Volta a Catalunya hier al voorbij, een ontzettend oude koers dus. Laurent Jalabert won in Olot in 1995, met Delio Rodriguez wist een van de beste renners uit de historie van het Spaanse wielrennen hier ook een keer te winnen. Genoeg koers in Olot, het werd wel tijd dat de Vuelta eens op bezoek kwam. Niet altijd even makkelijk, met de spanningen die er in Cataloni zijn geweest, maar het is nu weer vrij kalm. Laten we daarom maar snel gaan beginnen aan deze rit, die van start gaat in de plaats waar de componist Antonio Soler vandaan kwam. Familie van Marco? We gaan hem vanaf de eerste meter zien aanvallen, ik ben er zeker van.
![Casa-Sola-Morales-4.jpg]()
![volca-montsacopa-dron-2019_001.jpg]()
De renners gaan van start in het centrum en tussen de vulkanen in rijden ze rechtdoor in dat centrum, om vervolgens af te slaan en op een weg naar het westen terecht te komen. De start van deze rit is top, zodra Guilln met zijn vlag heeft gezwaaid loopt de weg gelijk omhoog. Tijdens de neutralisatie beginnen we al aan de Coll de Santigosa, door de organisatie ook wel Collada de Sentigosa genoemd. De eerste drie kilometer van de klim skippen we in officile zin, maar tijdens de neutralisatie nemen we dit klimwerk natuurlijk al mee in de benen. Zodra de vlag is gevallen gaat het doodleuk 11,4 kilometer omhoog, mijn gebeden zijn verhoord. Eindelijk een keer direct vanuit de start klimmen, dat levert haast altijd een leuke koers op. Goed, het gemiddelde stijgingspercentage van de klim blijft steken op 4,1, het is zeker geen klim van de buitencategorie, maar als je direct vanuit het vertrek de renners laat klimmen maken ze er eigenlijk altijd een showtje van, of het nu steil is of niet. Dit lijkt me de eerste rit van deze Vuelta waar de renners er daadwerkelijk zin in gaan hebben, al was het alleen maar omdat veel renners over hun trainingswegen mogen rijden. In principe is de Collada de Sentigosa geen bijzondere klim, over een brede weg rijden de renners voornamelijk rechtdoor omhoog in een bosrijke omgeving. Het is een klim die geen verschil zou maken als je hem halverwege de rit zou plaatsen, maar zo aan het begin van de rit is ie waarschijnlijk net lastig genoeg om een mooie vluchtgroep weg te laten rijden, hopelijk na veel strijd. De Collada de Sentigosa begint tijdens de neutralisatie met drie kilometer rond de 4%, zodra de rit officieel begint gaan we verder met vier kilometer rond de vijf procent. Een paar steilere stukjes tussendoor, maar de klim kent maar n echt steile kilometer. Na vier kilometer aan 5% gaat het een kilometertje tussen de zeven en acht procent omhoog, dat is dan toch een mooie springplank voor mannen met ambities om het verschil te maken. In de Vuelta kun je een Kussje of een O'Connortje doen, we vinden nu eindelijk terrein waar zo'n vlucht kan gaan ontstaan. Via een paar haarspeldbochten rijden we verder nog steeds overwegend rechtdoor omhoog, na de lastigere kilometer volgen er weer twee aan 5% en daarna bereiken we het einde van het lastigere deel van deze klim. Een paar kilometer voor de top bereiken we eerst de top van de Coll de Coubet, in deze omgeving slaan we rechtsaf een andere weg in en die weg loopt twee kilometer vals plat omhoog aan 2%. Na een kort stukje in dalende lijn gaat het vervolgens nog eens anderhalve kilometer aan 2% omhoog, vooraleer we na 11,4 kilometer de top van deze beklimming van de derde categorie bereiken. Niet de zwaarste klim ooit, maar ik ben met iedere klim direct vanuit het vertrek in mijn nopjes. Een klein pluspunt voor de organisatie, als het goed is zeggen we het ook. De laatste paar kilometer van de klim werken we af over een veel bochtigere weg, we slingeren vals plat omhoog en dus ook een klein stukje omlaag door de bossen heen, een uitdagend en toch ook wel mooi begin van de rit.
![coll-de-santigosa-olot.png?v=1639593097]()
![DSCF1081.JPG]()
De rit begint niet alleen uitdagend door deze klim, de andere kant van de Collada de Sentigosa brengt ook de nodige uitdagingen met zich mee. Terwijl we het vulkanische gebied van La Garrotxa achter ons laten beginnen we aan afdaling van een kleine zeven kilometer richting Sant Joan de les Abadesses. De afdaling is niet heel lang, maar wel best pittig. De weg is de laatste paar kilometer voor de top bochtig geworden en in de afdaling blijft dit zo, direct na de top volgen er meerdere bochten en dat gaat eigenlijk de hele afdaling zo door. Het zijn allemaal van die korte en best wel scherpe bochtjes, het is continu draaien en keren zonder veel rechte stukken tussendoor. De weg is behoorlijk breed en behoorlijk goed, maar dit is toch best een pittige afzink. Sommige van die korte bochtjes zijn lastig in te schatten, het zicht wordt de renners soms ontnomen door de nodige rotsblokken aan de binnenkant van de bochten. Het gaat continu zo verder, terwijl er gedaald wordt aan een procent of zes. Als het verschil bergop nog niet is gemaakt door de renners kan de vluchtgroep ook zomaar in de afdaling ontstaan, je kunt hier met een beetje goede daalskills absoluut het verschil maken, dit is een technische afdaling. Dik vier kilometer lang loert het gevaar om iedere hoek, daarna wordt het ineens vlak. We komen een vlakke kilometer tegen, met zelfs een klein stukje in stijgende lijn. Voorbij deze fase waar de renners even opgelucht adem kunnen halen dalen we nog eens anderhalve kilometer af naar Sant Joan de les Abadesses, waar we in het centrum scherp linksaf slaan om vervolgens te beginnen aan een lange tocht door de vallei. Sant Joan de les Abadesses is een plaatsje met een oud klooster en een brug uit de 12e eeuw, na een bochtige passage in het centrum zien de renners die oude brug aan de rechterkant van de weg liggen als ze de Riu Ter passeren, een rivier die ze de komende kilometers mogen gaan volgen. Voorbij de brug slaan we nog eens linksaf en dan gaan we op weg naar Ripoll, we volgen tien kilometer lang de loop van de Ter tot in die stad. De weg richting Ripoll loopt steeds een beetje omlaag, maar van serieus daalwerk is nu geen sprake meer. We volgen een enorm brede en best rechte weg, dwars door de brede vallei van de Ter. Het is een stukje parcours waar weinig over te vertellen valt, het is hier in principe gewoon vlak. Als er een scheve situatie is hebben de renners op deze strook ruimschoots de tijd om die recht te zetten. Er kunnen in de afdaling van Sentigosa makkelijk gaten zijn ontstaan, dat lijkt me eigenlijk zelfs wel een zekerheid. In het stuk tussen Sant Joan en Ripoll zal het dus tien kilometer enorm eenvoudig fietsen zijn, eventueel ontstane gaten kunnen hier makkelijk gedicht worden. De route is wel afwisselend, soms fietsen we een tijdje langs wat fraaie rotswanden, daarna zijn er ineens weer overal weilanden te vinden langs de kant van de weg. Na een route met weinig obstakels, alleen een keer een rotonde en wat flauwe bochtjes onderweg, vinden we na 28 kilometer de stad Ripoll. Eenmaal in Ripoll komen we in het centrum nog wat meer bochten tegen, we slaan vooral een keer scherp rechtsaf, terwijl we langs het hoogtepunt van de stad rijden. Over een weg die soms wat smaller wordt en enkele drempels kent fietsen we langs het Monestir de Santa Maria de Ripoll, het lokale klooster dat terug te vinden is op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is gebouwd in de 9e eeuw door Graaf Ripoll Guifr el Pils, bijgenaamd Wilfried de Harige. Wilfred was in dienst van de graven van Barcelona en voorvechter van het christelijk geloof. Hij stichtte het klooster met als doel de omringende valleien te bekeren tot het christendom. In een gevecht met de Moren is hij in 898 gedood. Ripoll is het middelpunt geweest van het kloosterleven in het middeleeuwse Cataloni. Het klooster bezit een fraaie 12e eeuwse Romaanse portaal en een mooie kloostergang met fraaie religieuze afbeeldingen. Een van de mooiste voorbeelden van de Catalaans-Romaanse architectuur, toe maar. En dat in een verder vrij onooglijk industriestadje, een stadje dat volledig om het klooster heen is gebouwd. Naast het klooster vinden we ook nog een Etnografisch Museum, waar je onder meer bewijs kunt vinden dat men in deze vallei al sinds de bronstijd woont. In de 19e eeuw werd Ripoll het centrum van het Catalaans nationalisme. De Catalaanse vlaggen in de kerk zijn hier nog een uiting van. Ook vandaag zeggen we: Visca Catalunya! In dit stadje met het klooster van de benedictijnen is de Vuelta niet vaak geweest, de Volta dan weer wel. In de Volta a Catalunya van 2021 ging hier bijvoorbeeld een rit van start, toen reden we naar Port Ain en daar zou Esteban Chaves winnen, nu nog amper voor te stellen. In een andere Catalaanse koers, de Setmana Catalana, won Eddy Planckaert in 1986 een rit, dat is ook wat zeg. In de Vuelta van 2000 reden we eens dwars door Ripoll heen onderweg naar La Molina, ik geloof niet dat we hier sindsdien nog vaak zijn geweest. Terwijl het alleen al vanwege dat klooster de moeite waard is, natuurlijk.
![vista_aeria.jpg]()
![panora-mica-sant-joan-de-les-abadesses.jpeg]()
Na wat bochtjes in het centrum van Ripoll komen we aan de rand van dit stadje een rotonde tegen, voorbij deze rotonde gaat het peloton beginnen aan een lange tocht door een nieuwe vallei. We gaan nu de loop van de rivier de Freser volgen, de komende 13 kilometer loopt de weg langs deze rivier continu vals plat omhoog tot in Ribes de Freser. In de 13 kilometer voorbij Ripoll komen de renners net iets meer dan 200 meter hoger uit, gemiddeld gezien wordt er dus aan minder dan 2% geklommen. Deze weg door de vallei is redelijk ellendig, het gaat een eeuwigheid duren en echt koersen kun je hier niet. Na de explosieve aanvangsfase gaat de koers hier in een plooi vallen, de vlucht van de dag zal hier ruim baan krijgen terwijl alle geloste renners weer kunnen aansluiten. Tenzij er onverhoopt een favoriet een slechte dag heeft of er een te grote naam in de kopgroep zit, maar na wat we de afgelopen dagen hebben gezien zal zo'n scenario ons niet gegund zijn. Van Ripoll naar Ribes de Freser rijden we continu zo goed als rechtdoor over een waanzinnig brede weg, we passeren onderweg een plaats als Campdevnol en we rijden door wat gehuchten heen, maar verder rijden we toch vooral door een natuurlijk decor heen. Veel groen in deze vallei, een tijdje rijden we ook door de kloof van de Freser en daar zijn dan weer overal indrukwekkende rotswanden te vinden. Een paar runes ook, en ineens in het midden van het niets een hotel met een imponerende gevel. De Freser komt soms in beeld, verder heb ik niets te melden over deze weg. Na 41 kilometer komen we uit in Ribes de Freser, een plaats waar in 1964 een rit in de Volta a Catalunya eindigde! Uit deze plaats is Joan Triad i Font afkomstig, dat was een schrijver, literair criticus en leraar die in de tijd van de franquistische dictatuur onderwijs bleef geven in de Catalaanse taal, ofschoon dit verboden was. Hulde! Ribes is tevens het onderste eindpunt van de tandradspoorweg van Nria, die toeristen naar het bedevaarts- en skioord Vall de Nria op bijna 2000 meter hoogte in de Pyreneen brengt. Vanuit Ribes gaan we beginnen aan een klim, een klim die ons niet naar 2000 meter hoogte gaat brengen, we gaan naar de Collada de Toses toe en deze klim eindigt op een hoogte van 1800 meter. Ik kan nu al zeggen dat het een flopklim wordt, deze Collada de Toses is heel lang zonder dat het ooit zwaar gaat worden. Het is een klim die volgend jaar waarschijnlijk zal terugkeren in de Tour, na twee dagen in Barcelona is het de bedoeling op de derde dag van Granollers naar Frankrijk te rijden en dat zouden we niet via de kust, maar via het binnenland gaan doen, en in het binnenland zouden we de nutteloze Collada de Toses gebruiken om uiteindelijk in Frankrijk te belanden. Eventjes heel droog de cijfers: de Collada de Toses is 24,3 kilometer lang, gemiddeld gaat het tijdens deze beklimming van de eerste categorie aan 3,5% omhoog. We passeren in het best fraaie centrum van Ribes de Freser en daar loopt de weg meteen omhoog, we beginnen de klim met twee kilometer aan 5%. Buiten Ribes komen we in een buitengewoon groene omgeving terecht, waar de brede weg via wat bochten omhoog zal lopen langs de rivier de Rigard. Al in de eerste kilometers van de klim komen de renners tot de conclusie dat alles mooi is aan deze klim, behalve de percentages. We gaan door met twee kilometer aan 4%, met daarna een keer een kilometer aan 4,5%, weer eentje aan 4% en dan een helemaal makkelijke kilometer aan 3%. Het gaat continu vrij gestaag omhoog, terwijl de omgeving alleen maar mooier wordt. We beginnen in de bossen, hogerop hebben we steeds meer uitzicht op een mooie vallei en een hoop bergen in de verte. Via wat flauwe bochtjes loopt de brede weg verder omhoog, na een nieuwe kilometer aan 4% gaat het nu eens twee kilometer aan 5% omhoog, met in deze kilometers ook de steilste strook, er moet heel even een paar meter aan 7% geklommen worden. Lastiger dan dat wordt de Collada de Toses niet, zegt genoeg. Onderweg passeren we een paar kleine plaatsjes zoals Planoles en Dorria, die plaatsjes zijn ongeveer net zo spannend als deze klim. Het is hier vooral heel erg mooi, en dan ben je er wel. Een typisch Catalaanse weg, enorm breed en veel te gelijkmatig. Het heeft eigenlijk weinig zin om de percentages op te noemen, na die ene strook aan 7% wordt het gewoon niet meer lastig. Paar kilometer aan 3,5%, kilometer aan 3%, dan eentje aan 4%, dan weer een stuk of drie aan 3%, zo gaat het verder. Nog een keer een kilometertje aan 5%, een kilometertje aan 4% en daarna gaat het in de laatste vier kilometer van de klim vals plat omhoog verder naar de top in de buurt van het dorpje Toses. De vergezichten worden steeds mooier, de percentages steeds minder. Het is een wonderbaarlijk mooie klim, behalve dan dat je hier absoluut niet het verschil kunt maken. De koers ligt op deze klim in een plooi, pas in Andorra gaan we weer verder met de rit, de pauzeknop zal hier stevig ingedrukt worden. Het jammerlijke van deze route is dat er een beter alternatief beschikbaar was, we rijden nu in de buurt van het dorpje Toses, maar er is ook een weg die door het dorp voert. Die weg komt uiteindelijk op hetzelfde punt uit, maar is een stuk korter en steiler. Had je nog even drie kilometer aan 10% mee kunnen pakken, in plaats van dit halfbakken werk. Altijd tegen ons. Beklim je Collada de Toses, neem je niet de steile variant door het dorp mee, min min.
![o0Wg7wT.png]()
![IMG_1160.JPG]()
![IMG_1075.JPG]()
Na 66,4 kilometer komen we boven op de top van Collada de Toses, alleen op basis van de lengte een beklimming van de eerste categorie. Op basis van het gemiddelde stijgingspercentage had de tweede categorie ook wel volstaan. Het is een klim met enige geschiedenis in de koers, helaas naar het schijnt ook enige toekomst. Je kunt het hier leuk maken door de alternatieve route via het dorp te nemen, maar we volgen continu de brede hoofdweg. Een kilometer of 24 klimmen aan 3,5%, niet echt iets om naar uit te kijken. De steilere variant van de klim kennen we van de Volta a Catalunya van vorig jaar, toen reden we vanuit Sant Joan de les Abadesses net als nu naar Ripoll om vervolgens de weg door Toses heen te nemen. Daarna reden we verder naar Port Ain, waar Pogacar weer eens met gemak zou winnen. Landa probeerde het nog even, maar uiteraard kon hij niet volgen. In de Volta a Catalunya Femenina zagen we vorig jaar de Collada de Toses van de andere kant, waarna we bergop bij La Molina zouden eindigen. Een aankomst bergop, dus was de logische winnares... Marianne Vos? Opvallend genoeg rijden we in de Ronde van Cataloni altijd omhoog over de Collada de Toses vanuit een van de andere kanten. We rijden vaak omhoog vanuit het dorpje Urtx, of we pakken de omweg via het dorp Toses. De weg die we nu volgen komt eigenlijk nooit voorbij, dit is zo'n beetje de eerste keer dat we de hoofdweg vanuit Ribes de Freser pakken. Ik vind het nu al een mislukt experiment. Van een van de andere kanten van de Collada de Toses rijden we vervolgens meestal naar La Molina, vaste prik in de Ronde van Cataloni. Dat doen we doorgaans door naar de Toses af te dalen en dan opnieuw omhoog te gaan, tijdens deze Vuelta hebben we weer een nieuwe variant bedacht. Na de onbekende kant van Collada de Toses slaan we op de top in de buurt van een lelijk hotel linksaf, daarna rijden de renners vier kilometer over een plateau verder naar Super Molina. Over een waanzinnig brede weg gaat het een klein beetje op en af door de bossen heen, met wat ruime bochten erbij. Zonder veel gedoe bereiken we Super Molina, waar een afdaling van een kilometer of drie richting La Molina gaat beginnen. Met een prachtig uitzicht op de omgeving dalen we op een zeer eenvoudige manier via een soort van snelweg af naar La Molina, een skidorp in de gemeente Alp in de Catalaanse Pyreneen. Het heeft een skigebied met 50 kilometer pistes, waarvan 25 blauw, 18 rood en 7 zwart. Het gebied heeft 16 skiliften en ligt tussen de 1700 en 2445 meter hoogte. La Molina, waar in 2011 de wereldkampioenschappen snowboarden plaatsvonden, kennen we verder vooral van de koers. De Volta a Catalunya komt hier haast ieder jaar aan, meestal door vanuit Urtx omhoog te rijden naar de Collada de Toses, af te dalen naar Alp en dan vanuit die plaats via een andere weg weer omhoog te rijden. De weg omhoog vanuit Alp is niet zo lastig, dus levert dit vaak geen boeiende koers op. In 2023 wist Remco Evenepoel in La Molina te winnen door aan het eind weg te sprinten van Roglic, daarachter eindigde een groep van een man of 10 op een seconde of 13. In 2022 won Ben O'Connor dan weer solo in La Molina, zes seconden achter hem eindigden acht renners in dezelfde tijd. De aankomsten bergop in de Ronde van Cataloni zijn vaak saai, het gaat doorgaans omhoog naar skidorpen over gelijkmatige en enorm brede wegen, zelden goed voor spektakel. In 2019 reed Miguel Angel Lopez iedereen wel eens op een hoop in La Molina, maar we weten inmiddels hoe Lopez dat kon doen. Dat Alejandro Valverde hier meermaals kon winnen zegt genoeg. De Vuelta kwam ook ooit aan in La Molina, in 2000 wist Felix Cardenas hier Jon Odriozola en Victor Hugo Pea te kloppen in een sprint bergop, typerend voor deze klim. Een jaar later kwam Santi Blanco hier dan weer solo aan met een voorsprong van drie minuten, maar goed, dat was vanuit de vlucht. Achter hem eindigde weer een groep van bijna twintig renners in dezelfde tijd, ik ben niet zo onder de indruk van La Molina. Zonder veel bochtenwerk dat het benoemen waard is bereiken we het skidorp na 77 kilometer, het meest opzienbarende is dat we door een tunneltje moeten rijden. Na een rotonde rijden we La Molina binnen en hier liggen alleen maar wat brede bochten die geen probleem zullen vormen, buiten het skidorp beginnen we vervolgens aan de afdaling richting Alp die we zowat ieder jaar in de Volta Catalunya zien verschijnen. Bekend terrein voor praktisch iedere renner die aanwezig is in deze koers. Een paar maanden geleden waren we hier nog, in maart van dit jaar eindigde de derde rit van de Ronde van Cataloni maar weer eens in La Molina, het werd een beetje een gekke aankomst. De favorieten hadden er geen zin in om koers te maken, dus konden een paar renners van de tweede lijn in de aanval gaan. Marco probeerde het spel naar zijn hand te zetten, maar in de laatste kilometer werd hij dan toch weer tot de orde geroepen door een grote groep favorieten. We zouden weer eens gaan sprinten, en in die sprint leek Primoz Roglic onklopbaar. Hij ging aan, pakte een voorsprong en lekker fluitend op weg naar de zege, tot hij Juan Ayuso ineens aan de binnenkant liet passeren. Hij vergat even de deur dicht te doen, Ayuso kroop door het gaatje en daarna moest Roglic nog eens versnellen, maar hij kwam te laat. Een millimetersprint werd in het voordeel van Ayuso beslecht en zo verloor Roglic dus maar weer eens op La Molina. Een sprint bergop, had ook perfect bij deze Vuelta gepast, al kan het aan het eind van deze rit zomaar alsnog gebeuren.
![image]()
In de Ronde van Cataloni van dit jaar reden we via de Coll de la Creueta naar La Molina, ook een veel lastigere klim van de variant van de Collada de Toses die de organisatie gekozen heeft, bedrog! Maar goed, na de passage in La Molina gaan we dalen richting Alp en deze afdaling duurt alles bij elkaar een kilometer of 10. De renners dalen af over een bekende weg, bijna iedereen in koers is wel eens in Cataloni geweest en dan ben je automatisch ook in de buurt van La Molina geweest. Alle wegen rond dit wintersportoord zijn enorm breed, de weg die we nu omlaag gaan volgen richting Alp vormt geen uitzondering op de regel. Het gaat tamelijk gelijkmatig omlaag over die brede weg, zonder dat we veel bochtenwerk tegenkomen. In en rond La Molina liggen er nog wel wat bochten, maar scherpe bochten zijn er amper bij. Het zijn allemaal goedlopende bochten, die verder naar beneden steeds flauwer worden. Zodra we het wintersportgebied volledig achter ons laten wordt de weg steeds rechter, we rijden naar Alp toe via de vallei van de gelijknamige rivier en hier is de omgeving weer eens wondermooi, door een gebrek aan technische bochten hebben de renners wellicht nog tijd ook om een beetje om zich heen te kijken. Alleen maar flauwe bochten, terwijl het ook steeds meer vals plat omlaag lijkt te gaan over die gigantisch brede weg. Nee, ik noteer niets van belang tot in Alp, de laatste paar kilometer voor we het dorp bereiken loopt het zelfs volledig rechtdoor. Na 85 kilometer bereiken we deze plaats en hier pakken we een paar bochtjes mee, waarna we op een brede weg terecht gaan komen die ons de komende 40 kilometer door de vallei van de Segre gaat voeren. Jawel, we gaan 40 kilometer lang over dezelfde weg door dezelfde vallei rijden, dat wordt een eeuwigdurend saai stukje rit. In Alp zijn we in de Ronde van Cataloni haast ieder jaar te vinden, als we dus eerst afdalen richting deze plaats om vervolgens weer naar La Molina te klimmen, in de Volta van 2015 ging er ook een keer een rit van start. Verder geen al te belangrijke plaats, we rijden snel verder door de vallei, laten Alp achter ons en komen via een weg met wat rotondes tien kilometer later uit in Bellver de Cerdanya. De weg kent een licht glooiend karakter, maar je mag het hier inmiddels gewoon vlak noemen. De spaarzame bochten die we tegenkomen stellen dankzij de breedte van de weg niets voor, terwijl we voorlopig vooral door een omgeving rijden vol landbouwgrond. Bellver de Cerdanya is wel een mooi plaatsje, terwijl we beneden langs de rivier de Segre een rotonde passeren zien we boven op een heuvel de rest van het dorp liggen. Voorbij Bellver de Cerdanya rijden we verder langs de Segre, tot in La Seu d'Urgell loopt de weg een kilometer of 30 vals plat omlaag. We komen 300 meter lager uit in dit stuk, nouja, reken maar uit. Het is uiteindelijk gewoon vlak en dus gaat dit stuk lang duren, gelukkig wordt de omgeving gaandeweg steeds mooier. We zien steeds meer bergen op de achtergrond, de Pyreneen lachen ons toe. Wat dichter in de buurt van La Seu d'Urgell rijden we een tijd door een kloof, hier lachen de rotswanden ons dan weer toe. Onderweg passeren we een paar tunneltjes, terwijl we verder amper iets van belang passeren. Af en toe een kleine nederzetting, een keer een verdwaald kasteel boven op een heuvel, verder moet deze weg het vooral van het decor hebben. Overal bergen en heel wat rotswanden dus, ook wat bosachtig gebied tussendoor. Soms passeren we een toeristisch plekje en heel sporadisch bots je op een rotonde, maar eigenlijk kunnen we de 40 kilometer tot aan La Seu d'Urgell nog korter samenvatten dan ik nu al heb gedaan. Een prachtige weg, behalve voor de koers. Thema van de dag. Na 126 kilometer komen we uit in La Seu d'Urgell, een plaats waar we in de Vuelta ontzettend vaak te vinden zijn. Op weg naar Andorra rijden we praktisch altijd door dit stadje heen, al komen we meestal van een andere kant aan in La Seu d'Urgell. De voor de koers saaie weg naar deze stad toe is wel nieuw, het is alleen geen goede noviteit. Alles zal te doen zijn in Andorra, daar gaan we nu dan maar snel naartoe.
![catedral_de_santa_maria_la_seu_durgell.jpg]()
Na 40 kilometer in de steeds mooier wordende vallei van de Segre bereiken we na 126 kilometer dus La Seu d'Urgell, we bevinden ons hier op 45 kilometer van de finish. La Seu d'Urgell is een plaats waar menig renner vaak passeert, als de coureurs die in Andorra wonen een keer geen zin hebben om de bergen te trotseren rijden ze naar La Seu toe, want hier kom je allerlei vlakke wegen tegen, zoals we de afgelopen 40 kilometer hebben kunnen merken. De vaste trainingswegen op de makkelijke dagen voor de renners vinden we hier. Het is natuurlijk ook een plaats waar de koers regelmatig passeert, sowieso als we van Spanje naar Andorra rijden, wat we met enige regelmaat doen. La Seu d'Urgell ligt net onder Andorra en een van de weinige wegen die van Spanje naar Andorra leidt voert langs La Seu. Ook tijdens de Volta a Catalunya komen we vaak langs in deze plaats, zo gingen er bijvoorbeeld in 2021 en 2017 ritten van start in La Seu d'Urgell. In 2010 won wijlen Xavi Tondo hier zelfs een rit, een jaar voor hij door een bizar incident om het leven zou komen. Het is verder een weinig boeiend dorpje, maar er is wel een kicken kathedraal te vinden. De Tour kwam in een ver verleden ook een paar keer aan in La Seu d'Urgell, Eddy Merckx wist hier zelfs ooit te winnen. Bij de entree in dit plaatsje komen de renners enkele rotondes tegen, even verderop slaan ze rechtsaf en daarna bevinden ze zich op de hoofdweg richting Andorra. De voor veel renners herkenbare weg kwam in de Vuelta van 2023 voor het laatst voorbij, toen reden we tijdens de derde rit van Sria naar Arinsal, een skioord in Andorra dat in de buurt van Pal te vinden is, het skioord waar we nu naartoe zullen gaan. Van Sria ging het op een eenvoudige manier naar La Seu d'Urgell, waarna we via de Coll d'Ordino bergop zouden eindigen in Arinsal. Een dag later reden we vanuit Andorra weer Spanje binnen, in tegengestelde richting reden we terug over dezelfde weg richting La Seu d'Urgell. Ook in de Vuelta van 2018 en die van 2017 reden we vanuit La Seu d'Urgell naar Andorra, het is een weg die ik zonder er geweest te zijn kan dromen. De weg van La Seu d'Urgell naar Andorra loopt ook weer grotendeels rechtdoor. Wel gaat het continu een beetje vals plat omhoog, met tussendoor ook nog een paar stroken in dalende lijn. In tien kilometer komen we 150 meter hoger uit, geen spanning en sensatie. Na 135 kilometer, op 35 kilometer van het eind, rijden we via wat tolpoortjes Andorra binnen. Eenmaal in Andorra is het nog een aantal kilometer fietsen tot Sant Juli de Lori, een plaats die we passeren onderweg naar de hoofdstad, Andorra la Vella. In het stuk tussens de grens en Sant Juli loopt de weg een beetje omhoog en komen de renners nog wat rotondes tegen, maar in principe moeten we dit stuk van de route allemaal kunnen dromen. We volgen de hoofdweg door Andorra, die is breed en wordt alleen zo nu en dan onderbroken door een aantal rotondes. Deze weg kent geen geheimen voor ons, en al helemaal niet voor de helft van het peloton. Heel wat renners zijn nu bijna thuis, harstikke leuk voor ze. Andorra is op zich best mooi, behalve dan dat ze die hele vallei hebben volgebouwd met industrie en lelijke flats. Wel een paar architectonisch hoogstaande bruggen en rotondes, die ons naar Andorra la Vella brengen waar na 144 kilometer de tussensprint van de dag volgt. Ook in de Vuelta van 2023 lag hier de tussensprint, in Andorra zijn we vaak getuige van Groundhog Day. In Andorra la Vella, de hoofdstad dus, gaat de volgende rit van start, ik mag dus weer voor de zoveelste keer hetzelfde verhaal gaan vertellen over deze plaats waar eigenlijk heel weinig over te vertellen valt, zin in. Al moeten we vooral zin hebben in het deel van de rit dat na de tussensprint volgt, we gaan klimmen! De finale van de rit begint, nog 25 kilometer te gaan en in die 25 kilometer wordt het lastig. We wijken af van het parcours van 2023, in plaats van de makkelijke Ordino zoeken we nu een lastigere klim op. Klein puntje van attentie: bij de tussensprint volgt ditmaal niet de bonussprint, nee, die gaat volgen op de top van het aankomende klimmetje.
![82a69c72-06b1-4a77-97cc-14b99338d69c_16-9-aspect-ratio_default_0.jpg]()
Sinds 1965 zijn er 20 ritten van start gegaan in Andorra, terwijl er 26 ritten zijn aangekomen, dat zegt wel iets over de overdosis Andorra waar we mee te maken hebben gehad, vooral in de huidige tijden. In 2024 waren we een keer niet in Andorra, maar in 2023 dus weer wel, en in 2019, en in 2018, en in 2017, en ga zo maar door. We kennen onderhand alle beklimmingen die er in Andorra te vinden zijn, er zijn hier weinig geheimen bewaard gebleven. Direct na de tussensprint botsen de renners op een rotonde en bij die rotonde slaan ze stevig rechtsaf, waarna ze meteen gaan beginnen aan een klim. Amper een kilometer voorbij de tussensprint, als we langs het Estadi Nacional d'Andorra zijn gepasseerd, beginnen we aan een klim die we voor het laatst in de Vuelta van 2019 hebben gezien. Toen waren we getuige van een etappe die integraal in Andorra werd verreden, er werd een variant op de epische rit in Andorra van 2015 bedacht, via een onverhard weggetje reden we naar Cortals d'Encamp en de weg naar Cortals d'Encamp toe kwam eerst voorbij de Alto de la Comella. Het regende die dag nogal en ook nu zou het wel eens een natte dag kunnen worden. Op de grindweg voorbij de Alto de la Comella ging Roglic op z'n bek, waren we de beelden even kwijt en zodra het signaal weer was gevonden reed Tadej Pogacar ineens solo op kop. Hij zou die dag winnen, zijn eerste ritoverwinning in een grote ronde. Wisten wij toen veel. We dachten nog dat het geluk was en dat hij puur profiteerde van de val van Roglic, dat is uiteindelijk allemaal iets anders uitgepakt. Enfin, we reden tijdens die rit dus over de Alto de la Comella en dat gaan we nu ook doen. Amper een paar meter na de tussensprint slaan we rechtsaf en daarna beginnen we aan een klim van 4,2 kilometer aan 8% gemiddeld. Iedereen zal vooraan aan deze klim willen beginnen, voor de favorieten begint hier de rit. Een kort maar krachtig klimmetje, waarna de slotklim heel snel zal volgen. De laatste keer dat we in de Vuelta over de Comella reden had ik nogal een meltdown, dat klimmetje kwam me iets te vaak voorbij, blijkbaar hebben ze een keer naar me geluisterd. Even een paar jaar overgeslagen, maar daar zijn we weer. De beklimming naar het dorpje La Comella is er eentje van de tweede categorie, 4,3 kilometer lang en in het verleden werd er altijd gezegd dat het in deze kilometers gemiddeld aan 8,2% omhoog ging. Sinds 2017 vindt de organisatie alleen dat het gemiddelde is gestegen naar 8,6%, en nu in 2025 is het ineens 4,2 kilometer aan 8% geworden. Altijd een bewijs dat ze bij de Vuelta ook maar wat doen. Die 4,2 kilometer aan 8% komt wel aardig in de buurt van de waarheid, het nieuwe profiel van de organisatie komt aardig overeen met het profiel van de AltimetriasGoden en dus is het waar. Na een eeuwigheid door allerlei valleien te hebben gereden gaat het na de bocht naar rechts na de tussensprint direct steil omhoog, dat zal een aanslag op het systeem zijn. In de eerste kilometer klimmen we gelijk aan 8,5%, met zelfs een piek tot 12%. In de volgende kilometer gaat het aan 7,5% omhoog, toch is het niet direct veel makkelijker aangezien we stroken aan 10% tegenkomen. In de derde kilometer gaat het weer omhoog aan 7,5%, waarna er nog een kilometer aan 8,5% volgt. We zijn nu bijna boven op de klim, die van de nodige bochten is voorzien. In de allerlaatste meters van dit bergje gaat het aan 7,5% omhoog, de Comella kent weinig genade. Het is een belangrijk klimmetje, je wil je hier alvast goed positioneren voorafgaand aan de slotklim, bovendien kun je als je hier vooraan zit op de top ook nog wat bonificaties meepakken. De bonussprint heeft nu een keer z'n eigen plekje, op de top van deze klim van tweede categorie. De top van La Comella volgt na 149 kilometer, we bevinden ons hier op 21 kilometer van de aankomst.
![vccywnq.png]()
![DSCF1219.JPG]()
La Comella hebben we gezien in de Vuelta van 2019, die van 2018, die van 2017 en die van 2015, terwijl ie tussendoor ook nog eens voorbijkwam in de Tour van 2016, op weg naar Arcalis waar ONZE Tom Dumoulin zou winnen. Vandaar dat ik er in 2019 wel even klaar mee was. Nu mag het weer, een afkoelperiode van zes jaar is voldoende. De afdaling van de Alto de la Comella is net als de klim vier kilometer lang, de eerste kilometer van de afdaling is de lastigste. Het gaat steil naar beneden en we komen kort achter elkaar vier haarspeldbochten tegen. Na de laatste haarspeldbocht gaat het eventjes op een minder steile manier verder, waarna we een weg bereiken waar we in 2019 rechtsaf sloegen om aan de Alto de Engolasters te beginnen. Nu slaan we linksaf en vervolgen we eerder de weg van de Vuelta van 2017, toen de derde etappe na een beklimming van de Alto de la Comella beneden in Andorra la Vella zou eindigen. We dalen af richting Escaldes-Engordany, een plaats tegen hoofdstad Andorra la Vella aan. Na het steile begin vol haarspeldbochten komen we een paar meter in stijgende lijn tegen, een wat vlakkere kilometer en daarna loopt het in de resterende kilometers van de afdaling op een tamelijk eenvoudige manier verder omlaag, al komen we als we bijna beneden zijn in Escaldes nog een tweetal haarspeldbochten tegen. Zoals we gewend zijn van Andorra zijn de wegen allemaal goed en breed, waardoor dit allemaal prima te doen is. Al zie je de bochten wel slecht doordat ze hier iedere vierkante meter hebben volgegooid met lelijke flats, waar kneuzen als Steef kunnen pretenderen een leuk leven te hebben. Na de twee haarspeldbochten in Escaldes komen we beneden uit bij een rotonde, hier gaat het naar rechts en een paar meter later maken we bij de volgende rotonde een mooie bocht van 180 graden om via Escaldes naar de voet van de slotklim toe te rijden. Voorbij de rotonde loopt een brede weg nog een tijdje wat vals plat omlaag verder, terwijl we langs een fraai riviertje met naast het water een hoge rotswand rijden. Daarna rijden we de stad binnen, waar we in het centrum enkele bochten tegenkomen. Bij het verlaten van de stad begint de weg omhoog te lopen, hier begint eigenlijk officieus de slotklim al. De organisatie laat de slotklim naar Pal beginnen buiten La Massana, maar de weg naar La Massana toe is absoluut niet vlak. Zodra we buiten Escaldes een tweetal tunneltjes bereiken loopt de weg al merkbaar omhoog, eerst een kilometer vals plat en in de twee kilometer daarna moet er serieus geklommen worden. Kom je toch al snel aan een kilometer of twee aan 5%, alvast een eerste aanzet richting de slotklim. Buiten de tunneltjes komen we uit bij een brede rotonde, er zullen er daarna nog een paar volgen. Op een vlakke manier rijden we nu een dikke kilometer verder richting La Massana, waar we op 11 kilometer van de finish passeren. In La Massana zijn we vaak te vinden, een rit in Andorra is niet compleet zonder dit plaatsje te bezoeken. Hier kom je uit als je over de Coll d'Ordino bent gereden, of over Collada de Beixalis. In de Vuelta van 2023 reden we over de Ordino en daarna reden we naar La Massana, om vanuit La Massana te beginnen aan een klim naar Arinsal. De slotklim van vandaag, die naar Pal, deelt de eerste kilometers met de klim naar Arinsal. Het is het terrein waar ze jaarlijks een wereldbeker mountainbiken organiseren, we gaan onderhand ook maar eens naar een mountain toe, met onze bike.
![3ISPlFA.jpeg]()
Buiten La Massana, waar in het centrum toch wel wat verkeersobstakels te vinden zijn, is het eerst een paar meter helemaal vlak, maar daarna begint de weg langzaam te stijgen. We bevinden ons bij het begin van La Massana op 11 kilometer van de finish, buiten dit plaatsje gaat op 9,6 kilometer van de aankomst de slotklim officieel beginnen. In de resterende 9,6 kilometer van de etappe gaat het gemiddeld aan 6,3% omhoog naar Pal. We sluiten af met een beklimming van tweede categorie, eentje die vrij makkelijk begint. De verschillende bronnen zeggen uiteraard weer verschillende dingen, volgens mijn vrienden van Altimetrias gaan we eerst een kilometer beginnen we met een strook aan 3%, waarna de eerste echte kilometer van de slotklim er eentje is aan 5%. Volgens de organisatie beginnen we dan weer met een kilometer aan bijna 6%, hoe dan ook is het begin van deze klim niet het lastigste deel. Over een waanzinnig brede en veel te goede weg gaat het omhoog richting een van de vele skioorden die je in Andorra kunt vinden. Een smakeloze dwergstaat, dat zonder meer. In de volgende kilometer gaat het nog eens aan 5% omhoog, al houdt de organisatie het nu op 4%. Kom je ongeveer op hetzelfde gemiddelde uit, het begin is perfect te doen. We rijden praktisch rechtdoor het plaatsje Erts binnen, waar we twee jaar geleden bij een rotonde rechtsaf sloegen om vervolgens te finishen in Arinsal. Die aankomst bergop volgde tijdens de derde rit. De favorieten controleerden deze etappe, om vervolgens op de slotklim amper iets te ondernemen. Het gevolg was dat we met een sprintje bergop te maken kregen en die sprint werd gewonnen door Remco Evenepoel, de Belg droogde heel Visma af. In zijn enthousiasme vergat hij na de finish te remmen en dus reed hij zichzelf te pletter tegen een nietsvermoedende verzorger. Meest memorabele moment van die rit, toch wel. Nu slaan we bij de rotonde in Erts linksaf en daarna gaan we voor het eerst sinds 2010 naar Pal fietsen. Voorbij Erts gaat het nog een kilometer aan 5% omhoog, de slotklim komt voorlopig nog niet op gang. Een veel te brede en veel te gelijkmatige weg, actie valt nog niet te verwachten. We rijden deels door de natuur, maar we passeren hier ook nog steeds een hoop lelijke appartementencomplexen. Na drie kilometer klimmen volgt er volgens de organisatie ineens een zeer steile kilometer aan 9,5%, met een piek tot 10%. Bij Altimetrias houden ze het op een kilometer aan 7,7%, ze zijn het wel eens met de piek tot 10%. Het eerste steile moment van de klim, de zone waar in 2010 Ezequiel Mosquera alvast aan de boom begon te schudden. In principe nodigt de brede weg niet uit tot aanvalswerk, maar we hebben in het verleden gezien dat er hier toch een hoop kan gebeuren. We volgen de loop van het riviertje de Pal en langs de rivier gaat het best rechtdoor, al komen we vlak voor we het gelijknamige dorp Pal bereiken een paar haarspeldbochten tegen. Vlak voor we Pal betreden gaat het een kilometer aan 6% omhoog, een kilometer met een steil eerste deel en daarna een vlakker tweede deel. Eenmaal in het dorp is het even een paar meter zo goed als vlak, we bevinden ons hier op ongeveer vijf kilometer van de aankomst. Het vreemde van de klim is dat het eigenlijk continu vlak lijkt, met dank aan die brede weg. In het dorp Pal komen we meerdere haarspeldbochten tegen en hier gaat het dan wel weer zichtbaar omhoog, sterker nog, er volgt zelfs een kilometer aan 10% gemiddeld met pieken tot 12%. Vooral de haarspeldbocht buiten het dorp is heel steil, hier gaat het zeer duidelijk aan 12% omhoog. De organisatie komt op een ander gemiddelde uit, maar is het wel eens met die piek. Toch altijd leuk, de profielen vergelijken. Bij twijfel kiezen we altijd voor Altimetrias, dat mag duidelijk zijn. Na een kilometer met een gemiddelde van 3,6% volgens de organisatie zijn ze van mening dat het in de kilometer daarna aan 8,7% omhoog zal gaan, Altimetrias schakelt hier juist terug naar 7%, wel nog steeds met pieken tot 12%. In de Vuelta van 2010 zagen we dat je op deze stroken fameus stil kunt vallen, al maken we tegenwoordig wel andere tijden mee. Ontploffende brommers zijn steeds minder te vinden, dat is jammer. Tussen de bomen door gaat het verder omhoog naar het skistation van Pal, op ongeveer drie kilometer van de aankomst noteren we een kilometer aan 8%, de bronnen zijn het met elkaar eens. De kans is aanwezig dat we anno 2025 op een klim als deze naar een sprint bergop gaan kijken, maar dit zijn dan toch wel weer stroken waar je kunt overwegen een aanval te plaatsen. Het einde van de klim is vrij opmerkelijk, in de zin dat het tussen drie kilometer en n kilometer van het eind vooral rechtdoor gaat, we komen ineens alleen nog maar een paar flauwe krommingen van de weg tegen. Vooral rechtdoor omhoog, waardoor je de renners voor je altijd kunt zien rijden. Op twee kilometer van de finish volgt er wel even een brede bocht naar links, waarna we in de kilometer naar het absolute slot toe aan 7% moeten klimmen. Her en der blijven er wat strookjes aan 10% verschijnen, maar het zwaarste klimwerk is voorbij. Via een weg die alleen maar breder lijkt te worden rijden we verder naar Pal, het is een weg die ik kan dromen aangezien ik de aankomst in de Vuelta van 2010 een miljoen keer heb gezien. Het is daarom ook geen verrassing voor me dat we in de slotkilometer nog enkele brede bochten tegenkomen, zodra we de slotkilometer betreden volgt er een enorm lange bocht naar rechts. Voorbij deze bocht begint de weg steeds meer af te vlakken, in de laatste 600 meter van de rit gaan we nog maar aan een procent of drie omhoog. Als er voor de slotkilometer nog geen verschil is gemaakt krijg je een sprint, dat kan niet anders. Bij een eventuele sprint is de positionering wel weer belangrijk, want in de laatste 400 meter komen we nog de nodige bochten tegen. We slaan voorbij een skilift eerst rechtsaf een andere weg in, een soort van haarspeldbocht vals plat omhoog. Bijna direct daarna beginnen we aan een bocht die almaar naar links blijft lopen, tot op honderd meter van de meet buigt de weg flauwtjes af naar links, waarna we in de laatste meters van de rit juist weer richting rechts afdraaien. Pas in de laatste 25 meter wordt het helemaal recht, het is precies dezelfde aankomst als in 2010. Een bijna vlakke laatste strook, Vingegaard moet er maar vroeg aan beginnen zodat Gaudu hem niet weer kan divebomben. Na een officieuze slotklim van 15 kilometer en een officile slotklim van bijna 10 kilometer bereiken we na 170 kilometer het einde in deze etappe. We eindigen weer eens in Andorra, maar dan wel op heilige grond.
![GzYpQjmX0AAqhPN?format=jpg&name=large]()
![E6-Pal-VE25-2-1024x724.jpg]()
![Y0rzSu3.png]()
Pal is een dorp in de Andorrese parochie La Massana en telt 229 inwoners. Het dorp is gelegen aan de Riu de Pal, een zijrivier van de Riu d'Arinsal, op vier kilometer ten westen van het stadscentrum. In het Bosc de Pal boven het dorpje werd in 1982 een skistation opgericht, dat tegenwoordig samen met de stations in Arinsal en Ordino-Arcals deel uitmaakt van het wintersportgebied Vallnord. Pal bestaat uit enkele oude gebouwen maar ook uit wat minder authentieke gebouwen. Het is een vrij klein dorpje in een smal bergdal. Vanuit Pal zit je in het wat meer uitdagende deel van het skigebied. Je hebt bijna altijd de skibus of de auto nodig om in het skigebied en bij de eerste lift te komen. 's Ochtends vroeg zorgt dat nog wel eens voor wachtrijen. Verder is dit dorpje van alle gemakken en service voorzien en de prijzen zijn niet al te hoog. Maar vergeet niet dat het een lange zit in de auto is om in dit dorpje te komen. Of de fiets, ook een lange zit. In Pal is de bezienswaardigheid de romaanse Sint-Clemenskerk uit de 11e of 12 eeuw, maar dat is verder allemaal niet relevant. Nee, de vorige aankomst in Pal, die is relevant. We eindigen voor het eerst sinds 2010 in Pal-Arinsal bij Sector Pal en de rit in 2010 is een van de ritten die ik het vaakst heb gezien. Althans, het laatste deel van de rit. In de Vuelta van 2010 reden we vanuit het Vilanova i la Geltr van onze grote vriend Marc Soler naar Andorra toe, we deden dit op een enorm vlakke manier. De 11e etappe van die Vuelta was praktisch een Unipuerto, voor de slotklim naar Pal kwamen we alleen een paar onbeduidende hobbeltjes tegen in het begin. De Vuelta van 2010 was de Vuelta van Igor Antn, op de derde dag in Malaga was hij al heel sterk op een aankomst heuvelop en een dag later won hij de rit op de vreselijk steile muur van Valdepeas de Jan. Een paar dagen later veroverde hij de rode leiderstrui in Xorret de Cati, een trui die hij tijdens de 10e rit af moest staan aan Joaquim Rodriguez. Het spel van de boni's, na dat spel zou er een dag later een aankomst bergop volgen in Andorra. In een praktisch vlakke rit zou er aan het eind dus alleen de klim naar Pal volgen, zonder La Comella vooraf reden we op dezelfde manier omhoog als nu. Heel lang gebeurde er niets, logischerwijs. We hebben net het profiel gezien, het eerste deel van de klim is niet heel boeiend. Pas op vijf kilometer van de aankomst, toen we door het dorpje Pal reden, ontbrandde de rit. Na een schijnmanoeuvre van renners als Karpets en Tondo was het de beurt aan Ezequiel Mosquera. De renner van het legendarische Xacobeo-Galicia viel aan bij het verlaten van Pal, daar waar de klim steil wordt. In de haarspeldbochten buiten Pal reed hij zo hard dat er maar twee renners in zijn wiel wisten te blijven. Voor het dorp Pal hadden we nog een bijna compleet peloton bijeen, alleen Mensjov was er als grote naam doorheen gezakt, na het dorp Pal hadden we ineens nog maar drie renners over. Vincenzo Nibali en Joaquim Rodriguez schoven mee met Mosquera, daarachter zaten Igor Antn en Frank Schleck op een gat. Daar weer achter zat een grote groep samen, door de imponerende versnelling van Mosquera leken alle geloste renners meteen uitgeschakeld. Na die verschroeiende demarrage van Mosquera begon mijn grote vriend Igor aan een heuse remontada, het was zijn Vuelta. Hij was die Vuelta niet alleen sterk, hij was ook heel slim. Hij had helemaal bedacht op welk tempo hij naar boven zou rijden, hij probeerde zijn krachten goed in te delen en daarom liet hij Mosquera bewust rijden. Dat bleek een geweldige zet te zijn, want hij begon aan een indrukwekkende inhaalrace. Op vier kilometer van het eind reed hij Schleck uit het wiel, waarna hij naar het koptrio leek toe te rijden. Mosquera plaatste daarna alleen een nieuwe versnelling, waardoor de achterstand van Anton groter werd. Nibali en Rodriguez hadden het zwaar, maar ze gingen wel mee met Mosquera. Slecht idee. Op drie kilometer van het eind zagen we ineens een parkerende Rodriguez in beeld, hij had zijn brommer volledig opgeblazen. Dat deed hij wel vaker, zodra hij niet wachtte op de laatste kilometer om daar zijn sprintje te plaatsen ging het eigenlijk altijd mis. Hij reed in het rood, maar Anton flitste hem voorbij en dus verdween de leiderstrui uit beeld voor Purito. Mosquera brommerde ondertussen rustig verder, het hoge tempo werd ook Nibali een halve kilometer later te gortig. Wat een heerlijke tijden waren dat, random renners van Spaanse ploegen die de beste klimmers van de wereld naar huis wisten te rijden, maar ook heerlijk dat de favorieten zichzelf toen nog wel eens naar de vernieling reden. Vijftien jaar geleden reden renners als Rodriguez en Nibali nog op gevoel, zonder naar hun wattages te kijken. Dat gevoel nam ze op die dag in 2010 flink in de maling, beide kregen ze te maken met een klap van de hamer. Mosquera volgen is niet voor iedereen weggelegd. Anton rolde vervolgens ook Nibali op en liet hem meteen ter plaatse, waarna de achtervolging op Mosquera werd ingezet. Op zijn eigen tempo reed hij verder, hij bleek steeds meer de slimste van de dag te zijn. Mosquera was belachelijk sterk, maar ook hij had zichzelf wat overschat. Nibali probeerde nog even aan te haken bij Anton, maar hij kon niet mee, Rodriguez zagen we ondertussen door Jan en alleman ingehaald worden. Met twee kilometer te gaan reed Anton 10 seconden achter Mosquera, dit gat wist hij nog voor de slotkilometer te dichten. Mosquera kwam zichzelf wat tegen, de man uit Galici viel wat stil, terwijl Anton juist steeds meer op stoom kwam. Op die brede en rechte weg omhoog zat Igor Antn Eze Mosquera rijden, hij werd een ideale prooi. Dit is de perfecte berg om naar een mikpunt toe te kunnen rijden, Anton beet zich vast en liet niet meer los. Vlak voor de slotkilometer sloot hij aan bij Mosquera, hij besloot een seconde of tien uit te rusten in het wiel en net op het moment dat de camera wegschakelde viel hij aan. Zijn versnelling was Mosquera te machtig, de huidige parcoursbouwer van de leuke koers O Gran Camio had geen antwoord. Anton wierp nog even een dodelijke blik achterom en sloeg daarna de definitieve kloof. Vanuit de achtergrond doemde wel ineens Xavi Tondo op, de betreurde Tondo vloog voorbij Nibali en leek ook even op weg naar Mosquera en Anton, al vertekenen de beelden wat op deze klim. In de wat makkelijkere slotkilometer zagen we een vrij iconisch beeld: op de waanzinnig brede weg reed Anton helemaal links, Mosquera reed een paar meter achter hem helemaal rechts. En daar een paar meter achter reed Tondo dan weer in het midden van de weg. In de bochtenrijke laatste halve kilometer van de rit leek alles op een zakdoek te liggen, maar in het afvlakkende deel van de klim was er geen ruimte meer om een gat dicht te rijden. Met hartslag 2000 zat ik voor de tv, maar de zege was binnen. In lange bocht naar links was Anton op 150 meter van het eind al voorzichtig aan het juichen, in de korte laatste rechte lijn kwam hij met zijn kenmerkende zegegebaar, hij hakte druk met zijn handen op en neer, alsof hij de tegenstand een kopje kleiner had gemaakt. Dat was ook zo, met zijn tweede ritzege van die Vuelta nam hij de rode leiderstrui weer over. Mosquera eindigde op drie seconden als tweede, Nibali werd na zijn ontploffing zesde op 23 seconden en Joaquim Rodriguez werd na zijn explosie uiteindelijk 18e, op een minuut van Antn. Igor had na die etappe een voorsprong van 45 seconden op Nibali en meer dan een minuut op Tondo en Rodriguez en de rest, hij lag perfect op schema om die Vuelta te winnen. Bergop was hij de beste, het enige probleem was dat hij nog een tijdrit moest zien te overleven. Bergop reed hij ijzersterk en ook heel slim, waarbij hij als enige niet over zijn limiet ging en zo de rest kon oprollen. Een nieuwe demonstratie van zijn kunnen hadden we moeten zien op Pea Cabarga, drie dagen later. Het peloton had alles onder controle om er weer een nieuwe strijd tussen de favorieten van te maken, maar in aanloop naar Pea Cabarga ging het helemaal mis. Anton zag een gat in de weg over het hoofd, vloog over de kop en met een gebroken elleboog en een lichaam vol schaafwonden moest hij de strijd staken. Van zijn rode leiderstrui was letterlijk en figuurlijk niets meer over. Nog steeds met afstand mijn allergrootste wielertrauma, ik ben 15 jaar later nog steeds ontroostbaar. Het duimpje omhoog terwijl hij in de auto stapt, och, hou op man. Maar hey, gelukkig hebben we in ieder geval Pal nog! Mijn favoriete filmpje is toch wel de korte versie van vijf minuten met de muzikale begeleiding van Obrint Pas, een band die in het Catalaans zingt, toepasselijk in deze regio! L'Ultim Combat, het ultieme gevecht, dat was het op de flanken van Pal.
Bekijk deze YouTube-video![II2j9zW.jpeg]()