Telkens als ik durf mijn slaapkamerraam open te zetten ruik ik wiet. De bovenbuurman rookt jointjes. Dit is zo verschrikkelijk irritant want zo kan ik nooit met mijn raam open slapen wat ik graag doe.
PS ik woon in een dorp. De rijken wonen naast de paupers.
Dus de opmerking “TS woont in een pauperbuurt

“ is onterecht.
Ik ben een man met een onverklaarbare fascinatie voor capuchons. Ze zijn mijn tweede huid—altijd om me heen, altijd vertrouwd. Ik draag ze niet alleen, ik lééf erin. Het voelt magisch als iemand er zachtjes aan trekt, een speels moment vol onverwachte connectie. En als mijn capuchon ergens blijft haken? Pure vreugde! Een klein avontuur in het alledaagse, alsof de wereld me even vasthoudt. Capuchons en ik? Een onafscheidelijk duo